2024-103 05 Regels
Tekst van het document
Raadhuisstraat-Patersstraat te Panningen
Inhoudsopgave
Regels Hoofdstuk1
_ Inleidende regels
Artikel 1
Begrippen
Artikel 2
Wijze van meten
Hoofdstuk2
_ Bestemmingsregels
10 12
Artikel 3
Centrum
12
Artikel 4
Waarde - Archeologie 4
14
Hoofdstuk3
_ Algemene regels
18
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
18
Artikel 6
Algemene bouwregels
19
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
21
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
2
Artikel 9
Overige regels
23
Hoofdstuk4
_ Overgangs- en slotregels
24
Artikel 10
Overgangsrecht
24
Artikel 11
Slotregel
25
lagen bij de regels
Bijlage 1
Lijst beroep of bedrijf aan huis
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
2
27
28
vastgesteld
Regels
vastgesteld
Hoofdstuk 1 Artikelt 11
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan 'Raadhuisstraat-Patersstraat te Panningen' met identificatienummer NL.IMRO.1894.BPL0323-VG01
12
van de gemeente Peel en Maas
_ bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
13
_
verbeelding:
de verbeelding van het bestemmingsplan
'Raadhuisstraat-Patersstraat te Panningen',
bestaande
uit de
verbeelding NL.IMRO. 1894.BPRaadhPater-VO01. 14
_
aanduiding:
een geometrisch
bepaald vak of figuur,
waarmee
gronden
zijn aangeduid,
waar ingevolge de regels
regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
15
_ aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een ak
16
betreft.
_ achterefgebied
erf op meer dan 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn
17
_
archeologische verwachting:
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van
archeologische relicten (resten uit het verleden). 18
archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden).
19
_ bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken,
1.10
geen gebouw zijnde.
_ bebouwingsoppervlakte:
het oppervak van het bouwvak, dan wel van het bestemmingsoppervak, dat ten hoogste met gebouwen
mag worden bebouwd. 1.11
_ bebouwingspercentage:
een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwak aangeeft dat maximaal
1.12
mag worden bebouwd.
bedrijf:
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan,
installeren ervof herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen en niet zijnde een seksinrichting.
4
vastgesteld
113
_ bedrijf aan huis:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten cq. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijgheid, in tegenstelling tot de beroepsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat op
kleine schaal in een woning of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft
die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse welke zijn opgenomen in bijlage 4 'Overzicht beroep of bedrijf aan huis'. 114
bestaand:
situatie ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
1.15
_ bedrijfsvloer)oppervlak:
de totale Voeropperwakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende
magazijnen en overige dienstruimten. 116
_ beroep aan huis:
een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de
beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, welk zijn opgenomen
1.17
in bijlage 1 'Lijst beroep of bedrijf aan huis'.
_ bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvak.
118
_ bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald Wak met eenzelfde bestemming.
1.19
_ bevoegd gezag:
bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.20
_ bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding
van
een
hoofdgebouw
dan
wel
functioneel
met
hoofdgebouw verbonden,
daar al dan niet tegen aangebouwd
ander bouwwerk
dak.
1.21
met
een
een
perceel
bevindend
en met de aarde verbonden
zich op
hetzelfde
gebouw of
_ bodemingreep:
werken of werkzaamheden die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige
(archeologisch) bodemarchief. 1.22
bouwen:
het plaatsen,
het geheel of gedeeltelijk oprichten, vemieuwen
of veranderen en het vergroten van een
bouwwerk.
1.23
_ bouwgrens:
de grens van een bouwvak.
1.24
_ bouwlaag:
een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw; dat door op gelijke of bij benadering
gelijke hoogte liggende Woeren of balklagen binnenwerks is begrensd, met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van de kelder en de zolder.
vastgesteld
5
1.25
_ bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.26
_ bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel. 1.27
bouwvlak:
een geometrisch
bepaald
ak,
waarmee
gronden
zijn aangeduid,
waar ingevolge de regels
bepaalde
gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.28
_ bouwvlakgrens
de grens van een bouwak. 1.29
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde s verbonden. 1.30
_ buitenopslag:
het buiten de bebouwing opslaan van goederen, grondstoffen, andere stoffen en materialen. 13
dak:
een gesloten bovenbeëindiging van een bouwwerk c.q. gebouw, 1.32
_ dakhelling:
de hoek gemeten tussen het dakvak en het horizontale Vak. 1.33
_ deskundige
op het terrein van de archeologische
monumenten
zorg:
een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. Deze dient in ieder geval te voldoen aan de in de KNA gestelde kwalificaties van senior
archeoloog 1.34
_
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en everen van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of
aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van een intenetwinkel
1.35
en/of horeca.
_ detailhandel
volumineus
detailhandel die vanwege de aard en omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervak nodig heeft
voor de uitstalling; 136
_ diepte bodemingreep:
de diepte van de bodemverstorende ingreep, gemeten ten opzichte van het maaiveld ter plaatse (straatof terreinniveau). 137
erf:
al dan niet bebouwd
perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat
in feitelijk
is
opzicht
ingericht
ten
dienste
van
het
gebruik
van
dat
gebouw
en
voor
zover
het
bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt.
6
vastgesteld
1.38
_ erfafscheiding:
afscheiding welke op een grens tussen twee erven is geplaatst. 139
eik
gebouw:
bouwwerk,
omsloten
140
ruimte
dat
een
voor mensen
toegankelijke,
overdekte,
geheel
of gedeeltelijk
met
wanden
vormt.
_ gevellijn:
de als zodanig aangegeven lijn waar de voorgevel van het hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd,
behoudens voor zover uitdrukkelijk anders bepaald in deze regels. 141
_ hoofdgebouw:
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
142
_ inrichting:
een op grond van de Wet milieubeheer als volgt gedefinieerd begrip: "elke door de mens bedrijfsmatig of
in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondemomen
bedrijgheid die binnen een zekere begrenzing
pleegt te worden verricht”. 143
_ kamerverhuur:
het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de kamerverhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft. 1.44
kantoor:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate
rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.45
_ maaiveld:
hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op het bouwwerk. 1.46
nok:
horizontale snijlijn van twee dakvakken/ bovenste rand van een dak. 1.47
_ nota parkeernormen:
Nota Parkeemormen Peel en Maas 2018, vastgesteld op 3 juli 2018 en in werking getreden op 3 juli 2018.
1.48
_ nutsvoorziening:
een
voorziening
voor
het
telecommunicatieverkeer,
op
het
openbare
het openbaar
net
aangesloten
voorziening
vervoer en/of het wegverkeer,
van
alsmede
algemeen
containers
nut,
het
voor glas,
kleding, af\al, plastic etc.
1.49
_ omgevingsvergunning
omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.50
_ ondergeschikt:
een functie die qua omvang
en uitstraling ten dienste staat van een op dezelfde
plaats voorkomende
(hoofd)functie.
vastgesteld
7
151
_ ondergronds bouwen:
bouwen onder peil. 1.52
_ ondergronds
parkeren:
een (gedeelte) van een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de voer is gelegen beneden peil, gericht op het parkeren van gemotoriseerde verwermiddelen.
1.53
_ overig bouwwerk:
een
bouwkundige
constructie
van enige
omvang,
geen
pand
zijnde,
die direct en duurzaam
met
de
aarde is verbonden.
1.54
_ overkapping:
een bouwwerk,
geen gebouw zijnde dat is omsloten door maximaal
één wand en is voorzien van een
gesloten dak, waaronder begrepen een carport en een luifel.
155 °
peil: voor een bouwwerk
waarvan
de toegang
direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de
weg ter plaatse van de hoofdtoegang; « _ in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.
1.56
_ parkeerbehoefte:
deze
wordt bepaald
door de parkeemorm
te combineren
met
het aantal
te realiseren functies
in een
bepaald plan. Uit de berekening volgt het totale aantal benodigde parkeerplaatsen. 1.57
_ parkeernorm:
een getal waarmee
de parkeerbehoefte
berekening
van het aantal parkeerplaatsen
gemaakt
wordt
berekend.
Met een
parkeemorm
wordt een
objectieve
bij een bepaalde functie (dus bijvoorbeeld woning,
kantoor of opslag). 1.58
_ permanente
bewoning:
bewoning van een ruimte als hoofdverblijf door eenzelfde persoon of een zelfde groep personen die niet eiders over een hoofdverblijf beschikken en waardoor die ruimte als reguliere woning is aan te merken.
159
platdak:
een dak zonder dakhelling.
160
_ prostitutie:
het
zich
beschikbaar
stellen
tot
het
verichten
van
seksuele
handelingen
met
een
ander
tegen
vergoeding. 1.61
_
risicovolle inrichting:
een inrichting waarvoor ingevolge het Besluit exteme veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico dan wel een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het
bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in genoemd Besluit.
1.62
_ seksinrichting:
een
voor het publiek
bedrijfsmatig was,
toegankelijke,
seksuele
besloten
handelingen
ruimte waarin
worden
verricht,
bedrijfsmatig,
of vertoningen
of in een
omvang
alsof zij
van erotisch-pomografische
aard plaatsnden, waaronder:
8
vastgesteld
ze>gaogs 163
bordeel;
erotische-massagesalon; parenclub;
prostitutiebedrijf; seksautomatenhal;
seksbioscoop; sekssauna; sekstheater.
_ supermarkt
een zelfbedieningszaak in goederen met hoofdzakelijk een grote verscheidenheid aan levens- en genotsmiddelen.
164
_ voorgevel:
gevel
aan
de
voorzijde
van
een
gebouw
die
gericht
loopt
langs
de voorgevel
is
naar
de
weg
en
waarop
de
bebouwing
is
georiënteerd 165
_ voorgevelrooilijn:
denkbeeldige
lijn die
strak
van
het
hoofdgebouw
tot aan
de
zijdelingse
perceelsgrenzen.
1.66
_ waterhuishoudkundige voorziening:
een
voorziening
die
nodig
is ten
behoeve
van
een
goede
wateraanvoer,
waterafvoer,
waterberging,
hemelwaterinfitratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inaten etc.
167
_ winkelvloeroppervlakte
de oppervakte binnen de functie detailhandel of de functie supermarkt die voor het publiek vij
toegankelijk is, dan wel zichtbaar is, inclusiefde ruimten die direct met de verkoop samenhangen. 168
weg:
een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen
en duikers,
de tot de weg
of pad
behorende
bermen
en zijkanten,
alsmede
de aan de weg
liggende en als zodanig aangeduide parkeerplaatsen. 1.69
wonen:
wonen in een woning, zijnde een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of maximaal er personen die geen huishouden vormen.
170
_ woning:
een complex
van ruimten,
uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk
huishouden
of
maximaal vier personen die geen huishouden vormen.
vastgesteld
9
Artikel2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 21
de afstand tot de bouwvlakgrens:
tussen de grens van het bouwdak en een bepaald punt van het bouwwerk,
waar die afstand het kortst
is.
22
de afstand tussen hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken:
tussen de grens van het hoofdgebouw en een bepaald punt van het bijbehorend bouwwerk, afstand
2.3
waar die
het kortst is.
_ de bedrijfsvloeroppervlakte:
de totale Voeroppervakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 24
_
de oppervlakte van een bouwvlak/bestemmingsvlak:
de gezamenlijke opperlakte van de gebouwen en de onbebouwde gronden binnen een bouwak/bestemmingsvak. Daar waar op de verbeelding twee of meer bestemmingsvakken dan wel bouwakken door middel van de aanduiding elatie' met elkaar zijn verbonden, gelden die bestemmingsvakken dan wel bouwvakken bij de toepassing van deze regels als één bestemmingsvak respectievelijk één bouwak. 25
de bouwhoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, als bedoeld in artikel 6.2. 26
de dakhelling:
langs het dakvak ten opzichte van het horizontale Vak. 2.7
_
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
28
de
inhoud
van
een
bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvoer, de buitenzijde van de gevels scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 29
_
(en/of het hart van de
de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:
vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van een bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.10
_ de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 211
_ de oppervlakte van een bodemingreep:
het gebied (zone) waarbinnen bodemingrepen plaatsvinden die een verstorende werking kunnen hebben op het (archeologisch) bodemarchief.
10
vastgesteld
212
de vloeroppervlakte van een bouwwerk:
de totale Woeroppervakte gemeten aan de binnenzijde van die ruimte(n).
vastgesteld
11
Hoofdstuk 2 Artikel3 31
_
Bestemmingsregels
Centrum
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
detailhandel, uitsluitend in de eerste bouwiaag,
in de vorm van maximaal één supermarkt met een
maximum brutovoeroppervak van 1.600 m2 en een maximum winkeloppendak van 1.025 m2; b.
wonen,
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘wonen', met een maximum
van 13 woningen;
©.
ondergrondse parkeervoorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ondergrondse parkeervoorziening’.
met daaraan ondergeschikt:
d.
terrassen inclusief dakterrassen bij de functie wonen;
e.
tuinen, erven en terreinen;
f.
groenworzieningen;
g.
paden, wegen, ontsluitingsvoorzieningen en bovengrondse parkeervoorzieningen;
h.
boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.
32
_
321
Bouwregels Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
a.
gebouwen worden uitsluitend binnen het bouwwak gebouwd;
b.
het bouwvak mag volledig worden bebouwd;
©.
de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt maximaal de goot- en bouwhoogte zoals is
d.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gevel' geldt een bouwhoogte van 9,5
aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum
bouwhoogte (m):
meter.
32.2
Bouwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
a.
de hoogte van erf- en terreinafscheidingen op maaiveld mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel cq.
het verlengde daarvan niet meer dan 1 m mag bedragen; b.
de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3 m bedragen:
©.
de hoogte van de groene erf- en terreinafscheidingen op dakterrassen mag niet meer dan 1,8 m bedragen;
d.
bouwwerken anders dan een erf- en terreinafscheiding op dakterrassen zijn niet toegestaan,
e.
de hoogte van overige bouwwerken niet meer dan 3 m mag bedragen, met uitzondering van
vuchttrappen, Waggen-, reclame- en lichtmasten waarvan de hoogte niet meer dan 12 m mag bedragen.
3.3 331
_ Specifieke gebruiksregels Voomaardelijke verplichtingen
Het gebruik van de gronden ter plaatse van de bestemming 'Centrum is enkel toegestaan onder de navolgende voorwaarden:
a.
de supermarkt moet voorzien zijn van een inpandige laad- en losplaats;
b.
de supermarkt moet voorzien in voldoende inpandige stalling van winkelwagens:
12
vastgesteld
c.
de supermakt en de 13 woningen moeten voorzien zijn van een ondergrondse parkeervoorziening
d.
de gebouwom
met een capaciteit van 70 parkeerplaatsen; en de materialisering van het bouwplan,
alsmede de inrichting van de buitenruimte
op het dak van de gebouwen moet voldoen aan de uitgangspunten voor een collectieve groenvorziening alsmede voor installaties, zoals opgenomen
in het Beeldkwaliteitsplan
Raadhuisstraat Panningen (Bijlage 2 bij deze regels); e.
het gebruiken en/of het laten gebruiken van de voor 'Centrum' aangewezen gronden en opstallen
conform de bestemming 'Centrum’, is alleen toegestaan als: 1.
een archeologisch proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd conform een door de gemeente
2.
op basis van de resultaten van het archeologisch proefsleuvenonderzoek een besluit is
(bewegde overheid) opgesteld PVE; en; genomen dat door de bevoegde overheid (gemeente) besloten of bij het aantreffen van behoudenswaardige archeologische resten:
* _ deze worden opgegraven óf; « _
in situ worden
behouden
in de bodem.
ná uitvoering van het proefsleuvenonderzoek volgt vrijgave: « _ indien geen behoudenswaardige archeologische resten zijn aangetroffen;
*
n opgraving, indien behoudenswaardige resten zijn aangetroffen;
.
erwordt ingestemd met duurzaam behoud in situ (dubbelbestemming blijt
* _ gehandhaafd). f
9.
de woningen moeten worden voorzien van mechanische balansventilatie;
ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doe! beschikbaarte blijven:
h. 332
6 parkeerplaatsen dienen ten alle tijden beschikbaarte zijn voor de bezoekers van de woningen. Strijdig gebruik
Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:
a.
het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen, van wagens en materialen;
b.
permanente of tijdelijke bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken en hoofdgebouwen, geen woning zijnde;
vrzsongae 34
kamerverhuur;
verblijfsrecreatie;
detailhandel op de verdieping, met uitzondering van het gestelde in artikel 3.1 onder a; wonen op de begane grond, met uitzondering van het gestelde in artikel 3.1 onder c: volumineuze detailhandel:
buitenopslag;
seksinrichtingen; het stallen van winkelwagens in de buitenruimte. Nadere
eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de
bebouwing:
ze>gaogs
ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en
leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving:
ter waarborging van een goede milieusituatie; ter waarborging van de verkeersveiligheid;
ter waarborging van de sociale veiligheid; ter waarborging van de brandveiligheid en rampen bestrijding;
met betrekking tot de in het kader van waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen te nemen maatregelen ter voorkoming van overlast van
hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing en/of aan te brengen oppervakteverharding.
vastgesteld
13
Artikel4 41
Waarde - Archeologie 4
_ Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevole elementen, in het bijzonder voor gebieden met een hoge archeologische waarde. 42
_
421
Bouwregels Verbod
Op de voor Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van:
a. b.
het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 40 cm onder maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bestaande bebouwing wordt vergroot met een opperwakte van minder dan 250 m?;
c.
een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van maximaal
3 meter;
d. e.
een bouwwerk binnen de agrarische bedrijfsbestemmingen; gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
43
_ Afwijken van de bouwregels
431
Afvijken van de bouwregels ten behoeve van het bouwen van gebouwen en bouwerken
Het bevoegd gezag kan door midde! van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.1, ten behoeve van het bouwen en/of vergroten van gebouwen en/of bouwwerken, met dien verstande dat: a.
door de aanvager een archeologisch rapport dient te worden overlegd op basis van de in de beroepsgroep geldende nom waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanwaag zal worden verstoord, in voldoende mate s vastgesteld;
b.
een onderzoek
1.
2.
als bedoeld onder a is niet vereist wanneer:
naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld, waarbij het oordeel van het bevoegd gezag gebaseerd dient te zijn op archeologisch onderzoek en verslaglegging (zowel bureauonderzoek als veldonderzoek) dat s uitgevoerd, vastgelegd en gecontroleerd door deskundigen conform de geldende archeologische beroepsnom; door het overleggen van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onderzoek blijkt dat de verstoringsdiepte van de bouwactiviteit minder diep reikt dan 40 cm onder maaiveld.
43.2
Voomaarden verlenen omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen wanneer naar haar oordeel genoegzaam blijkt dat:
a. b. c.
14
er geen archeologische waarden aanwezig zijn: de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.
vastgesteld
43.3
Voorschriften te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen
In de situatie als bedoeld in artikel 4.3.2 kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning:
a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem
kunnen worden
behouden:
b.
de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen;
c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige
op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
44
_ Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of
van
werkzaamheden
441
Vergunningplicht
Het is verboden op of n de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zonder of in afwijking van
een omgevingsvergunning van het bevwegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden
a.
uit te voeren:
grondwerkzaamheden zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van gronden:
vao7
het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden,
boor- en pompputten;
waterhuishoudkundige ingrepen zoals het aanbrengen van onderbemaling;
het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing; het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel)
van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen;
zen-
het aanbrengen van diepwortelende beplanting:
het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van gras of akkerland in een teelt waarbij bodemvolume wordt afgevoerd waartoe
gerekend worden boomteelt, graszodenteelt en siergewassenteelt; i.
het aanleggen en/of verharden van wegen,
paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere
oppervakteverhardingen: j.
het aanbrengen van ondergrondse transport- energie of telecommunicatieleidingen en daarmee
verband houdende constructies, installaties of apparatuur; k.
het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvndt:
I.
het afplaggen van heide- of natuurgebieden;
m.
het aanleggen van een drainagestelsel en beregeningsinstallatie.
442 a.
Uitzonderingen het bepaalde in artikel 4.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
1.
die maximaal 0,40 m diep reiken ten opzichte van het maaiveld, tenzij het werkzaamheden betreffen als genoemd
in artikel 4.4.1 h, |, en m;
2.
een verstoringsoppendakte hebben van maximaal 250 m2;
3.
ten dienste staan van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door
een ter zake deskundige; 4.
het normale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en
vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen:
5.
het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 0,40 meter onder
maaiveld wordt geroerd; 6.
plaatsuinden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk;
n
plaatsvinden binnen de agrarische bouwak:
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
vastgesteld
15
b.
het verbod als bedoeld in artikel 4.4.1 is ook niet van toepassing indien:
1.
de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de
verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan 40 cm onder maaiveld, en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 4.4.1
sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangewid waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden
schriftelijk te kennen
heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden
2.
is vereist;
de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd
dan de vorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 4.4.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangewuld waarop het
bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schrifelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden
geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden
443
is vereist.
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien op basis van
archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.
44.4 a.
Onderzoeksplicht de aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 die betrekking heeft op
gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie 4' dient een rapport te overleggen waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag:
1.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en;
2.
in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel:
3.
in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn
b. een onderzoek als bedoeld onder a is niet vereist wanneer naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld, waarbij
het oordeel van het bevwegd gezag gebaseerd dient te zijn op archeologisch onderzoek en verslaglegging (zowel bureauonderzoek als veldonderzoek) dat is uitgevoerd, vastgelegd en
gecontroleerd door deskundigen conform de geldende archeologische beroepsnom. 44.5
Voomaarden verlenen omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning wanneer naar haar oordeel genoegzaam blijkt dat: a.
er geen archeologische waarden aanwezig zijn:
b.
de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad;
c.
schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door
het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 44.6
Voorschriften te verbinden aan omgevingsvergunning
In de situatie als bedoeld in artikel 4.4.5 kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning:
a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem
kunnen worden
behouden:
b.
de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen;
c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige
16
vastgesteld
op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een dor het bevoegd gezag
bij de vergunning te stellen kwalificaties. 45
_
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' ten behoeve van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden wijzigen zodanig dat de bestemming geheel
of gedeeltelijk van de verbeelding wordt verwijderd, indien: a.
uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden
aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; b.
het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het
bestemmingsplan ter plaatse n bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.
vastgesteld
17
Hoofdstuk 3 Artikel5
Algemene
regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal
in aanmerking
is genomen
gegeven
kan
gegeven,
of alsnog
worden
bij het toestaan van een bouwplan waaraan
blijft bij
de
beoordeling
van
latere
uitvoering is
bouwplannen
buiten
beschouwing.
18
vastgesteld
Artikel6
Algemene bouwregels
61
_ Ondergronds bouwen
61.1
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 6.1.2
_ Ondergrondse bouwerken
Voor het bouwen van ondergrondse afwijkingen, de volgende regels: a. b.
gelden,
bouwwerken
gelden,
behoudens
in deze
regels
opgenomen
ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwak, danwel onder een bestaand hoofdgebouw! bijbehorend bouwwerk; het oppervak aan ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal het toegestane oppervak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m?;
c. d.
de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 6 meter onder peil; bij het berekenen van de blijkens de verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervak, wordt de oppervakte en de inhoud van ondergrondse bouwwerken niet n aanmerking genomen.
61.3
Afvijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde n 6.1.2 onder c. voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal
10 meter onder peil onder de voorwaarde dat:
a. b.
de waterhuishouding niet wordt verstoord; geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
62
_ Ondergeschikte
bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, installatievoorzieningen, pv-panelen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 6.3 631
_ Algemene regel over bestaande afstanden en andere maten _
Maximale maatvoering
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan op grond van hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 632
_ Minimale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgewingsrecht, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan minder bedragen dan op grond van hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
vastgesteld
19
633
_ Heroprichting
In het
geval
van
(her)oprichting
van
gebouwen
is het
bepaalde
in 6.3.1
en
6.3.2
uitsluitend
van
toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
20
vastgesteld
Artikel7
Algemene gebruiksregels ig gebruik
Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor ervof als: b.
een seksinrichting of een daamee vergelijkbaar bedrijf een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf;
°.
prostitutie;
a.
d.
het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dn niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens;
als opslag- stort lozing- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voorwerpen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden.
vastgesteld
21
Artikel8 81
Algemene wijzigingsregels
_ Algemene wijzigingen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen voor: a.
b. c.
22
het overschrijden van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvak mag met niet meer dan 10% worden vergroot: het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
vastgesteld
Artikel9 91
Overige regels
_ Wetten/wettelijke regelingen
Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tjdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
9.2 9.2.1
_
Parkeerregels Algemene parkeerregels
Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dt artikel gestelde parkeemnormen, tenzij er een ontheffing is verleend op grond van hoofdstuk 4 van de nota parkeemomen. 9.2.2
Speoifieke parkeerregels bij bouwplannen
Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de nota parkeemormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 9.2.3
Speoifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen
Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de Nota parkeemormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde cq. de vervangende nota.
vastgesteld
23
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
a.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
_ Overgangsrecht
een bouwwerk,
bouwwerken
dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan
uitvoering is, danwel gebouwd
aanwezig of in
kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen,
en
afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1.
gedeettelijk worden vernieuwd of veranderd;
2.
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanwaag van de omgewingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het
bouwwerk is teniet gegaan: b.
het bevoegd
gezag
kan eenmalig
in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen
voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c.
het eerste
lid is niet van toepassing
op bouwwerken,
die weliswaar
bestaan
op het tijdstip van
inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2 a.
_ Overgangsrecht gebruik het
gebruik
van
grond
en
bouwwerken
dat
bestond
op het
tijdstip van
inwerkingtreding
van
het
bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.
het
is
verboden
veranderen
het
met
het
bestemmingsplan
of te laten veranderen
in een
strijdige
ander met
dat
gebruik,
plan
bedoeld
in
strijdig gebruik,
het
eerste
tenzij
lid te
door deze
verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
©.
indien het gebruik,
bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor
een periode langer dan een jaar wordt onderbroken,
is het verboden dit gebruik daama te hervatten
of te laten hervatten;
d.
het
eerste
lid is niet van
toepassing
op
het gebruik,
dat
reeds
in strijd was
met
het voorheen
geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan 10.3
_ Hardheidsclausule
Indien toepassing van het overeenkomstig artikel 10.2 in het plan opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurijke personen, die
op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan,
kan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning ten
behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
24
vastgesteld
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Raadhuisstraat-Patersstraat te Panningen'.
vastgesteld
25
26
vastgesteld
Bijlagen bij de regels
vastgesteld
27
Bijlage 1 Lijst beroep of bedrijf aan huis
28
vastgesteld
Beroep aan huis
Bedrijf aan huis
Advocaat
Autorijschool (geen theorie)
Accountant
— administratieconsulent
Bloemschikker
Alternatieve genezer
Computerservice (0.a. systeembouw/-
Belastingconsulent Bouwkundig architect
analyse) Decorateur Fietsenreparateur
Fysiotherapeut
Fotograaf
Interieurarchitect
Hondentrimmer
Juridisch
Instrumentenmaker
Dierenarts
Gerechtsdeurwaarder Huidtherapeut Huisarts adviseur
Yogastudio
Goud- en zilversmid Glazenwasser Hoedenmaker
Kunstenaar
Internetverkoop
Oefentherapeut Cesar/Mensendieck
Koeriersdienst
Organisatieadviseur
Lijstenmaker
Psycholoog
Meubelmaker
Raadgevend adviseur Redacteur
Muziekinstrumentenmaker Nagelstudio/pedicure
Stedenbouwkundige Tandarts
Prothesenmaker Reisorganisatie (kleinschalig)
Tandarts - specialist
Reparatie
(al dan niet beëdigd) tolk-vertaler
(antiek/radio's-Tv's/ horloges etc.) Schoonheidsspecialist
Logopedist Medisch specialist Notaris Orthopedagoog
Registeraccountant
Tuin- en landschapsarchitect Verloskundige
Kaarsenmaker Kapsalon Klompenmaker Loodgieter
Pottenbakker
van
kleine
Traiteur
Tvradio reparateur Zadelmaker
consumentenartikelen
Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan
30
vastgesteld
Raadhuisstraat
Panningen Beeldkwaliteit notitie
31 oktober 2023
In opdracht van: ALDI Vastgoed BV Roermond
Omgeving 7
á
De locatie van de huidige 'Snuffelshop in Panningen biedt kansen om te werken aan de verbetering van het gebied op een manier waar Panningen wat aan heeft. Een hernieuwde ruimtelijke en programmatische invulling op deze locatie moet wel aan een aantal uitgangspunten voldoen. Deze uitgangspunten zijn vastgesteld in overleg met de gemeente en opgehaald bij omwonenden.
Op de locatie staan nu een eenlaags winkelpand met parkeerterrein, drie vrijstaande woningen en een twee-onder-een-kapwoning. Deze
worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De locatie vormt de overgang van een woonstraat met een combinatie van grondgebonden woningen en grootschalige portiekwoningen, naar een gemengde woon-winkelstraat.
©
Ten zuiden van het kruispunt vormt de Raadhuisstraat een
woonstraat met een combinatie van grondgebonden woningen en grootschalige portiekwoningen.
Op de hoek met de Paterstraat ligt een accent in de vorm van een bedrijfspand met prominente kop.
200241 Supermarkt met woningen Raadhuisstraat
| DO
| In opdracht van ALDI Vastgoed BV, Roermond
1:2000 | P2
Gebouwvorm
De bebouwing aan de Raadhuisstraat bestaat uit drie aaneengeschakelde volumes. Aansluitend aan de grondgebonden woningen bestaat het volume uit drie woonlagen met een plat dak. (1) In de gevel is een horizontale
geleding aangebracht die aansluit op de goothoogte van de naastgelegen woningen.
Het volume ligt iets terug ten opzichte van de rooilijn van de naastgelegen woningen. Voor de gevel wordt een groenvoorziening gerealiseerd. Het centrale volume (2) bestaat uit vier woonlagen, voorzien van een
zadeldak met nokrichting loodrecht op de straat. Dit volume staat op de rooilijn.
e
z—_
__
Het volume op de hoek met de Paterstraat (3) bestaat uit de winkelentree met daarboven twee woonlagen, waarvan de bovenste is gelegen onder een kap met dakkapellen aan de straat. In de kap zijn dakkapellen en dakramen toegestaan, mits deze duidelijk in het dakvlak zijn gelegen en ondergeschikt zijn aan de totale kap. De woning op de hoek met de Paterstraat krijgt een gedraaide kapvorm om de bebouwing goed te beëindigen. De goot vormt een doorlopend element
‚en is uitgevoerd als bakgoot.
Het gebouwdeel aan de Paterstraat (4) is ondergeschikt aan het volume
aan de Raadhuisstraat. Het is eenlaags, met een plat dak. De gevel sluit in korrel aan op de naastgelegen bebouwing.
Horizontale geleding, met schuine kap voorzien van dakkapellen
200241 Supermarkt met woningen Raadhuisstraat
| DO
| In opdracht van ALDI Vastgoed BV, Roermond
|P3
Materialisering
De uitstraling van deze bebouwing moet aansluiten op de aanwezige beeldkenmerken en korrelgrootte aan het lint. De lange bebouwing aan de Raadhuisstraat betekent dat de gevel altijd is opgedeeld in minimaal drie kortere stukken die zijn vormgegeven in een afwijkende materialisering, detaillering, kleurstelling, kaprichting of geveldiepte. De gevels aan de openbare ruimte worden uitgevoerd in baksteen in rode of roodbruine kleur. Het bouwdeel op de hoek (3) krijgt een horizontale geleding met een lichte invulling boven de gemetselde plint. De schuine kappen worden uitgevoerd met een pannendak in rode kleur.
Eventuele dakkapellen op de schuine kap worden uitgevoerd in een
kleur gelijkend aan het pannendak. Overige of ander toe te passen materialen ook volgens 'ton-sur-ton'
principe; rood/roze achtige tinten of een neutrale basiskleur; grijs, antraciet grijs.
Rood metselwerk, ton sur ton kleurgebruik, subtiele detailering
KA
N
200241 Supermarkt met woningen Raadhuisstraat
| DO
| In opdracht van ALDI Vastgoed BV, Roermond
|P4
Inrichting buitenruimte
Het platte dak van de laagbouw is verdeeld in drie zones. In eerste zone, tegen de gevel van de woningen, worden individuele buitenruimtes voor de woningen gerealiseerd. De afscheiding tussen de buitenruimtes bestaat uit plantenbakken voorzien een ondersteuning tbv klimplanten. De hoogte van de afscheiding is maximaal 1,8m. De middenzone (2) wordt ingericht als collectieve groenvoorziening met een biodivers grassen en kruidenmengsel.
Het achterste deel van het dak (3) is bestemd voor installaties en pv panelen, Ook hier kunnen klimplanten in plantenbakken helpen de
installaties uit het zicht te houden. Om te zorgen dat deze klimplanten niet zichtbaar zijn vanaf de straat is deze maximaal 1,2m hoog. Vanaf
de Paterstraat zijn de installaties ook niet zichtbaar. Op het dak zijn geen gebouwde voorzieningen door bewoners toegestaan, zoals schuttingen of schuurtjes.
Klimplanten in plantenbakken zorgen voor afscheiding tussen buitenruimtes en onttrekken
de installaties uit het zicht
KA
N
200241 Supermarkt met woningen Raadhuisstraat
| DO
| In opdracht van ALDI Vastgoed BV, Roermond
1:400 | PS
Projectgegevens
PROJECTNAAM
Supermarkt met woningen Raadhuisstraat Panningen OPDRACHTGEVER
ALDI Vastgoed BV Roermond PROJECTTEAM
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) STATUS Notitie Beeldkwaliteit
DATUM
31 oktober
2023
KAW Groningen Rotterdam
_ Kattenhage 1 _ Pelgrimsstraat 1
9712 JE GRONINGEN 3029 BH ROTTERDAM
Eindhoven
Rechtestraat59c
5611
www.kaw.nl
| +31 88 529 0000
| info@kaw.nl
GN
EINDHOVEN