2024-092 04 Bijlage 1 - Was-wordt-tabel-APV-nieuw 2024
Tekst van het document
Was-wordt-tabel-APV-nieuw 2024 HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
Artikel 1.1 Definities - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet] 1994;
Artikel 1.1 Definities - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
Enkel tekstueel: Haakje verwijderd
Artikel 1.2 Beslistermijnen 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
Artikel 1.2 Beslistermijnen 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag incl. vereiste bijlagen.
Incl. vereiste bijlagen is toegevoegd op initiatief van VTHV, om te voorkomen dat “lege aanvragen” 8 weken voor aanvang worden ingediend en vervolgens veel tijd kosten om deze volledig te krijgen dat ten koste gaat van de aanvragen die volledig en tijdig zijn.
Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing f. de houder of rechtverkrijgende van slecht levensgedrag is
Lid f is toegevoegd op initiatief van VTHV, en sluit op een juiste wijze aan bij terminologie Bibob.
Artikel 1.8 Weigeringsgronden 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Artikel 1.8 Weigeringsgronden 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
De termijn is verlengd, omdat 3 weken veel te kort was. Aanvragen voor een evenement nemen veel tijd in beslag om nog tijdig te kunnen vergunnen, hetgeen nu vaak ten koste gaat van de tijdig aangevraagde vergunningen.
Artikel 1.8 lid 3
Artikel 1.8 3. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden een aanvraag voor vergunning of ontheffing in behandeling nemen buiten de in lid 2 genoemde termijn.
Toevoeging: Voor bijzondere situaties kan de burgemeester afwijken van de 8 weken termijn. Denk daarbij aan onvoorziene evenementen of festiviteiten (bijvoorbeeld een
1
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING: kampioenschap van een plaatselijke sportvereniging)
Artikel 2.10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; ofig gebruik van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Artikel 2.10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid en/of veilig gebruik van de weg belemmert of kan belemmeren, en/of een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg en/of een belemmering vormt of kan vormen voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg; off b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
In lid 1 is op verzoek van OR toegevoegd het aspect doelmatig en veiligheid (bijv. plaatsing container op de weg, regeninstallatie via de weg)
Artikel 2.10 lid 2 2. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
Artikel 2.10 lid 2 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
Dit lid 2 is toegevoegd op initiatief van OR, hierbij is de model APV gevolgd, om de problemen te verhelpen die wel eens ontstaan waar terrassen de doorgang voor voetgangers belemmeren.
Artikel 2.10 lid 3 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 2.10 lid 3 3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en overige objecten op of aan de openbare plaats
Dit was het voormalige lid 2 (en is nu 3 geworden door de toevoeging)
Artikel 2.10 lid 4 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
Artikel 2.10 lid 4 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod, zoals bedoeld in lid 1.
Dit was het voormalige lid 3
2
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
Artikel 2.10 lid 5 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op de situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2.10 lid 5 5. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een omgevingsplanactiviteit betreft ex artikel
Dit lid is nieuw en is conform model APV en in lijn met de eisen van de nieuwe Omgevingswet.
Artikel 2.10 lid 6
Artikel 2.10 lid 6 6. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. Artikel 2.10 lid 7 7. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op de situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Dit was het voormalige lid 4
Artikel 2.10 lid 8
Artikel 2.10 lid 8 8. Op de ontheffing als bedoeld in het vijfde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Dit lid is nieuw en is conform model APV en in lijn met de eisen van de nieuwe Omgevingswet.
Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
Iets strengere regels voor het aanleggen van inritten.
Artikel 2.10 lid 7
5.1 lid 1 onder a Omgevingswet.
Dit was het voormalige lid 5
3
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
Artikel 2:12 lid 6
Artikel 2:12 lid 6 6. Het college kan nadere regels vaststellen voor het maken of veranderen van uitwegen.
Regulering via de nadere regels die door het college nog worden vastgesteld: Daarbij worden de 4 randvoorwaarden die in lid 3 staan nader uitgewerkt: doel hiervan is om toestemming te verlenen voor uitwegen die noodzakelijk zijn. Daarbij voorkomen van onnodige verharding (2e inritten, hele brede inritten, bomenkap voor inrit ect.) Dit onderwerp komt regelmatig terug bij de bezwarencommissie en daarom zijn nadere regels wenselijk.
Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke (Gereserveerd)
Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Hoewel weinig voorkomend, ontstaan er toch soms problemen in dit kader. Op initiatief van OR daarom toegevoegd conform tekst modelverordening.
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter: daarvan gedurende de maanden april tot en met september:
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig
Jaarrond rookverbod. Beperking tot enkel de zomermaanden is niet meer wenselijk, aangezien een
4
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
a. te roken; b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
meter: daarvan gedurende de maanden april tot en met september: a. te roken; b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
periode van droogte en gevaar ook buiten deze maanden regelmatig voorkomt.
Artikel 2:26 Ordeverstoring 1.Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2.Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3.Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:26 Ordeverstoring 1.Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2.Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3.Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Verwijderen lid 2 en lid 3: De rechtspraak geeft aan dat het niet meer mag en lid 3 wordt geschrapt in het kader van deregulering.
Artikel 2:27, lid 2 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Artikel 2:27, lid 2 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt of genuttigd, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
De woorden “of genuttigd” zijn toegevoegd in het kader van handhaving.
Artikel 2:27a Eisen exploitant en beheerder De exploitant en de beheerder:
Artikel 2:27a Eisen leidinggevende Leidinggevende(n):
De term leidinggevende sluit aan bij de begripsbepaling uit de Alcoholwet.
Artikel 2:27a onder d Een verklaring omtrent het gedrag is vereist.
Artikel 2:27a onder d Overleggen van een Verklaring Omtrent het Gedrag
Tekstuele wijziging
5
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
Artikel 2:36 Exploitatievergunning 2. In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens en contactgegevens van de exploitant en beheerder; b. het adres van de inrichting; c. het aantal personen dat in de inrichting verblijf wordt verschaft; d. de periode waarin in de inrichting aan de personen verblijf wordt verschaft; e. de totale woonoppervlakte die in de inrichting voor verblijf beschikbaar is; f. het aantal beschikbare parkeerplaatsen
Artikel 2:36 Exploitatievergunning 2. In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens en contactgegevens van de exploitant en beheerder; b. het adres van de inrichting; c. het aantal personen dat in de inrichting verblijf wordt verschaft; d. de periode waarin in de inrichting aan de personen verblijf wordt verschaft; e. het aantal beschikbare parkeerplaatsen
Lid e mag niet meer, dat mag niet meer in de APV geregeld worden.
Artikel 2:38c Gedragseisen b. zijn niet in enig opzicht van aantoonbaar slecht levensgedrag; en
Artikel 2:38c Gedragseisen b. zijn niet in enig opzicht van aantoonbaar slecht levensgedrag, tenminste een verklaring omtrent het gedrag is in deze vereist (VOG); en
De VOG is expliciet hieraan toegevoegd, omdat hier soms onduidelijkheid over is.
Artikel 2.38i (Nacht)verblijf aan de weg
Artikel 2.38i (Nacht)verblijf aan de weg 1.Het is verboden om -al dan niet gebruikmakend van enige vorm van beschutting, waar onder in ieder geval begrepen het gebruik van een auto- op of aan de weg tussen zonsondergang en zonsopgang te liggen of te slapen, danwel tussen zonsopgang en zonsondergang te liggen of te slapen, nadat door een ambtenaar van politie in het belang van de openbare orde of veiligheid is aangezegd dat dit moet worden beëindigd. 2.Het is verboden op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het kennelijk doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten danwel gelegenheid daartoe te bieden. 3.Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste en tweede lid gestelde ontheffing verlenen.
In het belang van de openbare orde en veiligheid biedt dit artikel onze BOA's en de politie de bevoegdheid om de zwervers in Peel en Maas een andere slaapplek aan te wijzen.
6
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
Artikel 2:40a Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning 3. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen; a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied, of b. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige bedrijven, of c. op grond van de door de burgemeester in het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteiten.
Artikel 2:40a Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning 3. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen; a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied, of b. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige bedrijven activiteiten, of c. op grond van de door de burgemeester in het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteiten.
Enkel een tekstuele aanpassing
Artikel 2:40a Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning 6. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een verklaring omtrent gedrag (VOG) van exploitant en/of beheerder; g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd.
Artikel 2:40a Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning 6. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en/of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant en/of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en/of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een verklaring omtrent gedrag (VOG) van exploitant en/of beheerder;
Enkel een tekstuele aanpassing
7
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
h. naast de bovengenoemde gegevens kunnen gegevens en bescheiden worden verlangd van de aanvrager die verband houden met registraties van het specifieke gebouw of de specifieke bedrijfsmatige activiteit, waarop de aangevraagd exploitatievergunning betrekking heeft. i. indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.
Artikel 2:40a Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. h. naast de bovengenoemde gegevens kunnen gegevens en bescheiden worden verlangd van de aanvrager die verband houden met registraties van het specifieke gebouw of de specifieke bedrijfsmatige activiteit, waarop de aangevraagd exploitatievergunning betrekking heeft. i. indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. Artikel 2:40a Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. indien de exploitant en/of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik (Gereserveerd)
Artikel 2:48a (Vervallen)
Het artikel vervalt geheel, dit is inmiddels bij wet geregeld
Artikel 2.50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1.Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2.Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2.50a (Vervallen)
Het artikel vervalt geheel, omdat de hoogste rechter heeft uitgesproken dat gemeenten dit niet mogen opnemen in de APV
Enkel een tekstuele aanpassing
8
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein (Gereserveerd)
Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid OF heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk. 2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als: a. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht; b. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en c. het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Opgenomen op verzoek van team VTHV, na een aantal concrete casussen die dit handvat nodig hebben. Het betreft het artikel uit de modelverordening
Artikel 2:65a Extreme koude Het is verboden zich bij een gevoelstemperatuur van -10 °C of kouder tussen 21.00uur en 07.00 uur op te houden in de buitenlucht met het kennelijke doel een aanzienlijk deel van de nacht in de buitenlucht door te brengen.
Artikel 2:65a Extreme koude Het is verboden zich bij een gevoelstemperatuur van -10 °C of kouder tussen 21.00 uur en 07.00 uur op te houden in de buitenlucht met het kennelijke doel een aanzienlijk deel van de nacht in de buitenlucht door te brengen.
Enkel tekstueel: een spatie toegevoegd.
Artikel 2:73a Carbidschieten 3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet indien: a. het carbidschieten plaatsvindt in de nacht van 31 december op 1 januari van 22.00 uur tot 02.00 uur en b. het vrije schootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen openbare wegen of paden liggen en c. wordt geschoten in een richting afgewend van de woonbebouwing vanaf een locatie die gelegen is buiten de bebouwde kom op een afstand van tenminste 75 meter van woonbebouwing, 300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg, 300 meter van inrichtingen waar dieren worden gehouden.
Artikel 2:73a Carbidschieten 3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet indien: a. het carbidschieten plaatsvindt op de dag van 31 december van 10.00 uur tot 18.00 uur en b. het vrije schootsveld minimaal 100 meter is en hierin geen openbare wegen of paden liggen en c. wordt geschoten in een richting afgewend van de woonbebouwing vanaf een locatie die gelegen is buiten de bebouwde kom op een afstand van tenminste 100 meter van woonbebouwing, 300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg, 300 meter van inrichtingen waar dieren worden gehouden.
De tijdstippen en afstanden zijn aangepast. We hebben in samenspraak met de politie aansluiting gezocht bij de APV van Horst aan de Maas. Het is veiliger en logischer om overdag carbid te schieten i.p.v. midden in de nacht en een grotere afstand te gebruiken bij het vrije schootsveld. Dit sluit dus ook beter aan bij de praktijk.
9
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
4. Het verbod in het tweede lid geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht.
d. er toestemming is van de eigenaar van het perceel. 4. Het verbod in het tweede lid geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht.
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding 1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in de in het tweede lid van dit artikel genoemde artikelen groepsgewijs niet naleven. 2. Het in het eerste lid gestelde is van toepassing op de volgende artikelen: a. 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden) b. 2:3 (het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan) c. 2:33 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen) d. 2:34 (verboden drankgebruik) e. 2:35 (verboden gedrag bij of in gebouwen) f. 2:36 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten) g. 2:44 (bedelarij) h. 2:46 (bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling) i. 5:23 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken)
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding 1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in de in het tweede lid van dit artikel genoemde artikelen groepsgewijs niet naleven. 2. Het in het eerste lid gestelde is van toepassing op de volgende artikelen: a. 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden) b. 2:10 (het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan) c. 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen) d. 2:48 (verboden drankgebruik) e. 2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen) f. 2:50 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten) g. 2:65 (bedelarij) h. 2:73 (bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling) i. 2.74c (Samenscholing in verband met drugs) j. 5:34 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken)
Enkel een aantal aanpassingen in de nummering, omdat de verwijzingen in de nummering anders niet meer zouden kloppen en een enkele toevoeging, namelijk artikel 2:74c: samenscholing i.v.m. drugs.
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid, aan een persoon die één of meer van de
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woonof leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die
Op verzoek van VTHV een kleine verruiming, hetgeen het duidelijker en juridisch beter houdbaar maakt om gebruik te maken van deze bevoegdheid
10
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
wettelijke bepalingen overtreedt die genoemd worden in het laatste lid van dit artikel, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 5. De in het eerste lid bedoelde wettelijke bepalingen zijn: a. uit deze verordening de artikelen: • 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden); • 2:10 (ordeverstoring bij evenementen); • 2:16 (verboden gedragingen); • 2:29 (betreden gesloten woning of lokaal); • 2:30 (plakken en kladden); • 2:33 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen); • 2:34 (verboden drankgebruik); • 2:35 (hinderlijk gedrag bij of in gebouwen); • 2:36 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten); • 2:49 (drugshandel op straat); • 2:50 (openlijk drugsgebruik); • 3:9 (straatprostitutie); • 4:5 (overige geluidhinder); • 4:7 (natuurlijke behoeften doen); b. uit het Wetboek van Strafrecht de artikelen: • 138 (huisvredebreuk); • 139 (lokaalvredebreuk); • 141 (gezamenlijke openlijke geweldpleging); • 170 (vernieling van gebouwen); • 180 (wederspannigheid) • 184 (niet voldoen aan bevel of vordering) • 266/277 (belediging ambtenaar in functie) • 285 (bedreiging); • 300 (mishandeling); • 306 (deelnemen aan aanval); • 310 (diefstal); • 321 (verduistering); • 350 (zaakbeschadiging);
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 5. De in het eerste lid bedoelde wettelijke bepalingen zijn: a. uit deze verordening de artikelen: • 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden); • 2:10 (ordeverstoring bij evenementen); • 2:16 (verboden gedragingen); • 2:29 (betreden gesloten woning of lokaal); • 2:30 (plakken en kladden); • 2:33 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen); • 2:34 (verboden drankgebruik); • 2:35 (hinderlijk gedrag bij of in gebouwen); • 2:36 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten); • 2:49 (drugshandel op straat); • 2:50 (openlijk drugsgebruik); • 3:9 (straatprostitutie); • 4:5 (overige geluidhinder); • 4:7 (natuurlijke behoeften doen); b. uit het Wetboek van Strafrecht de artikelen: • 138 (huisvredebreuk); • 139 (lokaalvredebreuk); • 141 (gezamenlijke openlijke geweldpleging); • 170 (vernieling van gebouwen); • 180 (wederspannigheid) • 184 (niet voldoen aan bevel of vordering) • 266/277 (belediging ambtenaar in functie) • 285 (bedreiging); • 300 (mishandeling); • 306 (deelnemen aan aanval); • 310 (diefstal);
TOELICHTING:
Al deze artikelen zijn nu onder eenzelfde term ondergebracht in artikel 2:78 lid 1 (strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen).
11
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
• 424 (straatschenderij); • 426 (ordeverstoring in dronkenschap); • 453 (openbare dronkenschap); c. artikel 2 en 3 van de Opiumwet; d. alle bepalingen inzake verboden wapenbezit in de Wet Wapens en munitie.
• 321 (verduistering); • 350 (zaakbeschadiging); • 424 (straatschenderij); • 426 (ordeverstoring in dronkenschap); • 453 (openbare dronkenschap); c. artikel 2 en 3 van de Opiumwet; d. alle bepalingen inzake verboden wapenbezit in de Wet Wapens en munitie.
Artikel 3:7 Weigeringsgronden h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; i.de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een Beheersverordening [of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4].
Artikel 3:7 Weigeringsgronden h. de exploitant en/of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; i.de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan en/of omgevingsplan, een bestemmingsplan en/of omgevingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een Beheersverordening [of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4].
Enkele tekstuele aanpassingen
Artikel 3.12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang 1. Het is de exploitant en de beheerder verboden seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02.00 en 11.00 uur. 2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers.
Artikel 3.12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang 1. Het is de exploitant en de beheerder verboden seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02.00 en 11.00 uur, tenzij in vergunning anders is bepaald.
Gewijzigd naar het artikel uit de model APV
12
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
3. Het bevoegd bestuursorgaan is bevoegd om in voorkomende geval afwijkende sluitingstijden vast te stellen.
2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 3. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting
Artikel 3:19 Straatprostitutie 1. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.
Artikel 3:19 Straatprostitutie 1. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.
Artikel 4:3, lid 1 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden, waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4.5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan een melding heeft gedaan aan het college.
Artikel 4:3, lid 1 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden, waarbij de geluidsnormen bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan Peel en Maas en artikel 4.5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan een melding heeft gedaan aan het college.
Artikel 4:3, lid 2 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar waarvan in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, 4.113 eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor
Artikel 4:3, lid 2 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar waarvan in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 22.239 uit het Omgevingsplan Peel en Maas niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van
TOELICHTING:
Lid 1 als nummer weggehaald, omdat benoemen niet nodig is.
Als gevolg van de invoering Omgevingswet is het Activiteitenbesluit komen te vervallen en zijn deze voorschriften ondergebracht in het Omgevingsplan Peel en Maas.
Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet, is het Activiteitenbesluit komen te vervallen en zijn deze voorschriften ondergebracht in het Omgevingsplan Peel en Maas.
13
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
Artikel 4:3, lid 6
Artikel 4:3, lid 6
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
50dB(A)/
45dB(A)/
40dB(A)/
63dB(C)
58 dB(C)
53 dB(C)
LAr,LT in inen aanpandige gevoelige gebouwen
50dB(A)
TOELICHTING:
45dB(A)
40dB(A)
Een dB(C) normering is niet representatief voor inpandige metingen.
Artikel 4:3, lid 8 8. Vanaf 02:00 uur zijn de normen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer weer van toepassing.
Artikel 4:3, lid 8 8.Vanaf 02:00 uur zijn de normen als bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.69 uit het Omgevingsplan Peel en Maas weer van toepassing.
Als gevolg van de invoering Omgevingswet is het Activiteitenbesluit komen te vervallen en zijn deze voorschriften ondergebracht in het Omgevingsplan Peel en Maas.
Artikel 4:6, lid 3 onder a
Artikel 4:6, lid 3 onder a
Een dB(C) normering is niet representatief voor inpandige metingen.
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
50dB(A)/
45dB(A)/
40dB(A)/
63 dB(C)
58 dB(C)
53 dB(C)
Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonnen (nieuw)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
50dB(A)
45dB(A)
40dB(A)
Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonnen 1. Het is verboden ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen op te laten stijgen.
Ter bescherming van het milieu en in navolging van vele gemeenten is dit verbod opgenomen. Het is namelijk niet mogelijk alle resten op te ruimen. Dit leidt onherroepelijk
14
HUIDIG ARTIKEL APV
Artikel 4:10 Definities (Gereserveerd)
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
2. Onder een ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, (Thaise) wensballon, papierballon, geluksballon en alle ballonnen van dien aard.
tot schade aan het milieu en levert een gevaar op voor dieren.
Artikel 4:10 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: - houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen, landschapselementen, lanen en groenstructuren, beschermwaardig groen zoals parken en kasteeltuinen; - hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. 2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1. Door of namens het college wordt een lijst vastgesteld waarop de monumentale en andere beschermenswaardige houtopstanden in de gemeente worden vermeld. 2.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de in het eerste lid genoemde lijst. 3.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te vellen of te doen vellen
Op dit moment werken we nog met een aparte Bomenverordening, maar deze wordt ingetrokken. Een extern bureau heeft ons geadviseerd te gaan werken met aangepaste regels voor het vellen van houtopstanden. Dit artikel is dan ook toegespitst op Peel en Maas en wijkt af van de modelverordening. Het rapport vormt de basis voor aanpassing van het kapbeleid. Kern: beschermen wat moet en rest mag vergunningsvrij worden gekapt. Hiermee verdwijnt de Bomenverordening. Met deze nieuwe regels in de APV is het kappen vergunningsvrij, behalve als de houtopstand op de lijst staat of een bepaalde diameter heeft. De lijst wordt breder dan eerst: ook worden bijzondere houtopstanden in het buitengebied opgenomen. Daarnaast bevat de lijst niet enkel bomen, maar ook landschapselementen, boomstructuren en kasteeltuinen.
15
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV die een diameter hebben van > 80 cm doorsnede, gemeten 130 cm boven het maaiveld. 4.Het college stelt nadere regels op voor waardevolle houtopstanden en kapbeleid. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van het milieu; d. het beschermen van landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden; e. het behoud van cultureel erfgoed; f. de natuurbescherming; g. het tegengaan van klimaatverandering; h. de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de woonomgeving 5.Het college stelt met nadere regels de selectiecriteria vast voor waardevolle houtopstanden. Op basis van deze selectiecriteria is de lijst met waardevolle houtopstanden opgesteld. Voor deze lijst geldt een instandhoudingsplicht en kan een herplantplicht worden opgelegd. 6.In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 7. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor
TOELICHTING: Door het college worden nog nadere regels vastgesteld. Dit zal een uitwerking zijn, van de hier genoemde uitgangspunten en selectiecriteria. Het doel is uiteindelijk om te werken met een dynamische lijst die eenvoudig aangepast kan worden.
16
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. Artikel 4.17 Kamperen buiten kampeerterreinen In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf
Artikel 4.17 Kamperen buiten kampeerterreinen In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief of andersoortig nachtverblijf
Andersoortig nachtverblijf toegevoegd om een handvat te krijgen voor het tegengaan van vrachtwagenchauffeurs die overnachten in hun vrachtwagen en hiermee overlast veroorzaken.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. c. de aanvrager (natuurlijke personen en/of bestuurders/directeuren van rechtspersonen): i. onder curatele staat of uit de ouderlijke macht of de voogdij is gezet ii. in enig opzicht van slecht levensgedrag is of wanneer de aanvrager nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, volgt een businessplantoets door de gemeente. Bij twijfel aan de beweegredenen van de aanvrager en van degene(n) die de standplaats feitelijk inneemt, kan de vergunning geweigerd worden.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. c. de aanvrager (natuurlijke personen en/of bestuurders/directeuren van rechtspersonen) en degene die de standplaats feitelijk inneemt: i. onder curatele staat of uit de ouderlijke macht of de voogdij is gezet ii. in enig opzicht van slecht levensgedrag is of wanneer de aanvrager nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, volgt een businessplantoets door de gemeente. Bij twijfel aan de beweegredenen van de aanvrager en van degene(n) die de standplaats feitelijk inneemt, kan de vergunning geweigerd worden.
Een kleine tekstuele toevoeging om onnodige discussie te voorkomen
17
HUIDIG ARTIKEL APV
WIJZIGING ARTIKEL APV
TOELICHTING:
4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1.Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert of zou kunnen opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
Een toevoeging, om ook proactief op te kunnen treden of erger te voorkomen.
Artikel 5:30 Veiligheid op het water
Artikel 5:30 Veiligheid op het water
Aangepast naar de juiste terminologie.
2. . Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de waterwet of de provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens artikel 5.37.
18