2024-078 11 Toelichting - Bijllage 8 - Quicskcan flora en fauna (M&A) (geanonimiseerd)
Tekst van het document
NBA OMGEVINGBV
QUICK SCAN FLORA
EN FAUNA
Vieruitersten 24, Meijel
Datum
: 10 april 2024
Rapportnummer
: 222-MVi24-nw-v3
(geanonimiseerd) KSK:
6745519
Project
: Quick scan flora en fauna in de omgeving Vieruitersten 24 te Meijel
Opdrachtgever
: Pijnenburg
Datumrapport
: 10 april 2024
Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen
: NEN-EN-ISO 9001, 2015 :--
Nummer
: EC-KWA-00044
certificaat
Projectleider Collegiale toets
Voor
akkoord:
Vieruitersten 24
Meijel
M&A
Omgeving
Inhoudsopgave
Hfdst.
Titel
Blz.
1.
Inleiding
2
Inventarisatie
21 22
Algemeen Beschrijving literatuuronderzoek
3 4
23
Natuurnetwerk
5
1 flora en fauna
Nederland
3
24
Vleermuissoorten
6
25
Informatie door de KNNV
7
26
Beschermde natuurgebieden
7
3.
Veldonderzoek
8
4.
Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling
12
5.
Conclusie
15
Bijlagen Bijlage l _ Bijlage 2a Bijlage 2b Bijlage 3 _ Bijlage 4
: Situatietekening en luchtfoto : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving in november 2021 : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving in juli 2022 : Natuurgegevens provincie Limburg : Natuurdata Het Natuurloket
door M&A
BV
Vieruitersten 24
Meijel
M&A Omgeving BV
1. Inleiding Op 20 oktober 2021 is door aan M&A Omgeving BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een quick scan flora en fauna voor de sloop van de agrarische bedrijfs gebouwen en de nieuwbouw van een paarden-houderij op het perceel aan de Vieruitersten 24 in Meijel. De bestemming van de locatie wordt gewijzigd van ‘agrarisch-intensive veehouderij’ naar ‘agra-risch grondgebonden’. Tevens wordt het bestemmings- en bouwvlak vergroot. In verband met de sloop en nieuwbouw op de locatie dient te worden aangetoond dat er geen negatieve consequenties gelden voor de natuurwaarden in het gebied. De onderzoekslocatie is gesitueerd in het buitengebied ten oosten van de bebouwde kom van Meijel. Dit natuurwaardenonderzoek beschrijft of het voornemen van de sloop en nieuwbouw consequenties kunnen hebben voor de in het gebied aanwezige beschermde flora en fauna en met name voor jaarrond beschermde soorten. Voor de locatie is een landschappelijke inpassing opgesteld, waarvan het ontwerp hierna is weergegeven. Met de landschappelijke inpassing worden impulsen aan natuurontwikkeling gegeven, door de toepassing van verschillende grassen etc. i.p.v. de akkers met maïs of gras.
Vieruitersten 24 Meijel
M&A Omgeving BV
De luchtfoto en situatietekening van de locatie is weergegeven in bijlage 1.
De tweede versie is opgesteld naar aanleiding van een aantal opmerkingen van de provincie Limburg op de rapportage. In de derde versie zijn een aantal zaken nader toegelicht i.v.m. zienswijzen tegen het ontwerp-bestemmingsplan.
Vieruitersten 24
Meijel
2. Inventarisatie
M&A Omgeving BV
flora en fauna
2.1 Algemeen In dit onderzoek zijn de huidige natuurwaarden onderzocht middels actuele literatuurgegevens. Hiervoor kan op een drietal manieren informatie worden verkregen: 1. _ Literatuuronderzoek door gegevens op te vragen bij het Natuurhistorisch Genootschappen, de provincie, SOVON, Vlinderstichting, RAVON, FLORON, VZZ en EIS. 2. Literatuuronderzoek middels het nemen van contact met plaatselijke natuur- en milieu instanties als IVN-afdelingen, vogelwachten, kringen van het Natuurhistorisch Genootschap etc. 3. Aanvullende hierop, het uitvoeren van een veldonderzoek. In onderhavige situatie zijn in eerste instantie stappen 1 en 3 uitgevoerd. Het opnemen met plaatselijke natuurverenigingen was ons inziens in dit geval niet noodzakelijk, daar de inventarisatie voldoende duidelijke gegevens opleverde. Algemeen doel van het onderzoek is een beeld te krijgen van de aanwezige flora en fauna. Daarbij is de nadruk gelegd op beschermde, bedreigde en schaarse soorten en soorten die specifieke milieuomstandigheden indiceren.
Vieruitersten 24
Meijel
M&A Omgeving BV
2.2 Literatuuronderzoek
Bij het literatuuronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd; L Het Natuurloket (SOVON, De Vlinderstichting, RAVON, EIS Nederland, FLORON, VZZ, BLWG, NMV) Ministerie EZ; Vogel- en Habitatrichtlijngebieden Natuurnetwerk Nederland (natuurbeheerplan Provincie Limburg) Natuurbeheerplan van de gemeente Peel en Maas Wet natuurbescherming (van kracht per 1-1-2017)
“pbD
Vervolgens is gekeken naar de status van de waarnemingen binnen de Wet natuurbescherming (Wnb), Commissie van Bern en de Nederlandse Rode Lijst. Voor deze en een aantal extra soorten geldt het “Nee, tenzij” principe als deze soorten in het plangebied voorkomen en bij ingrepen die het leefgebied aantasten.
Indien beschermde vogel- en/of zoogdiersoorten voorkomen, gelden binnen de Wet natuurbescherming bij de aanleg van een nieuwe functie in een gebied de voorwaarden van hoofdstuk 3. Hierin wordt voor soorten volgens de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn het verbod om dieren te doden en verwonden, te verontrusten en de nesten, holen of andere voortplantings- of vaste verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren, te beschadigen of weg te nemen.
Dit betekent voor permanente nest- en/of verblijfplaatsen van beschermde soorten dat altijd een ontheffing van de Wnb aangevraagd dient te worden bij Gedeputeerde Staten. Binnen het broedseizoen wordt geen ontheffing verleend voor de verstoring hiervan. Voor beschermde soorten die alleen in het broedseizoen op de locatie nestelen en/of verblijven, betekent dit dat geen bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in deze periode. Over het algemeen betreft deze periode het voorjaar en begin van de zomer, globaal van 15 maart tot 15 juli. Indien binnen deze periode bouw- en / of sloopwerkzaamheden worden verricht, dan moet een ontheffing in het kader van de Wnb bij Gedeputeerde Staten worden aangevraagd.
Vieruitersten 24
Meijel
2.3 Natuurnetwerk
M&A Omgeving BV
Nederland
Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. In de omgeving van de bouwlocatie zijn geen ecologische verbindingszones of Natura 2000 gebieden aanwezig. Het meest nabij gesitueerde gebied is de Deurnesche Peel & Mariapeel (deelgebied Het Zinkske) op 700 meter ten noorden van de locatie.
De gronden van de onderzoekslocatie zijn niet aangewezen als gewenste nieuwe natuur of te verwerven percelen in het kader van natuurbeheer. De percelen van Staatsbosbeheer aan de noord- en oostzijde zijn onderdeel van het Natuurwerk Limburg. De afstanden tot deze percelen wijzigen niet en blijft O meter.
De afstanden tot de EVZ en beschermde natuurgebieden zijn voldoende groot, om te kunnen stellen dat de invloed van de sloop en nieuwbouw op het perceel niet relevant zijn voor genoemde gebieden. Door het saneren van de intensieve veehouderij op de locatie zal de stikstofdepositie voor een groot gedeelte worden gereduceerd t.0.v. de nieuwe paardenhouderij op de locatie. Via de Atlas Limburg zijn de gegevens van inventarisaties van broedvogels bestudeerd. Uit de laatste inventarisatieronde (2016) zijn op het perceel waarnemingen gedaan van de Holenduif en in 2001 is de Zwarte Roodstaart waargenomen.
Volgens de gegevens van de NDFF zijn een drietal waarnemingen op en nabij de onderzoekslocatie bekend:
. ° .
op het naastgelegen grasveld is een levendbarende hagedis waargenomen waarneming van een buizerd steenuil in één van de stallen op de onderzoekslocatie (waarneming uit 2021)
Deze soorten zullen specifiek nader worden beschouwd in deze quick scan.
Vieruitersten 24
Meijel
M&A Omgeving BV
2.4 Vleermuissoorten
De meest voorkomende soorten in Nederland volgens de ‘Verspreidingsatlas vleermuizen’, maar ook in het betreffende gebied, zijn de Bruine Grootoorvleermuis, de Gewone Dwergvleermuis en de Ruige Dwergvleermuis. Verder komen in de regio de Laatvlieger, Rosse Vleermuis en Baardvleermuis veelvuldig voor in de bebouwde omgeving.
Gewone Dwergvleermuis
Bruine Grootoorvleermuis
De vleermuissoorten hebben een divers leefgebied (bossen, begroeide landschappen, nabij open water etc.). Vleermuizen hebben hun habitat (winter-, kraam-, zomer- en paar-verblijfplaatsen) vaak in bebouwing, bomen of opgaande gewassen. Foerageergebieden en vlieg-/migratieroutes zijn afhankelijk van landschappelijke kenmerken zoals water, lijnvormige landschapselementen (kust, dijken, duinen, rivierdalen en waterpartijen) en kleinschalige groenelementen (parken, kleine bossen). Mogelijke verblijfplaatsen van de zoogdieren zijn gebouwen, bomen, grotten, groeves, kelders, bruggen, tunnels of andere objecten met ruimte.
Vieruitersten 24
Meijel
2.5 Informatie
M&A Omgeving BV
door het KNNV
Bij het KNNV te Zeist, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, een vereniging voor veldbiologie, is navraag gedaan over informatie met betrekking tot natuurdata over de locatie Vieruitersten 24 in Meijel. Uit dit telefonisch contact is duidelijk geworden dat de vereniging van de omgeving geen nadere natuurinformatie heeft.
2.6 Resultaten
2.6.1
literatuuronderzoek
Vogel- en Habitatrichtlijngebieden
Via het ministerie van EZ zijn de Vogel- en Habitatrichtlijnkaarten beschouwd en hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen Natura 2000 gebieden in de directe omgeving aanwezig zijn. Het dichtst bij gesitueerde Natura 2000 gebied is ‘Deurnesche Peel & Mariapeel’, waarvan het deelgebied ‘Het Zinkske’ op een afstand van ongeveer 700 meter ten noorden van de locatie is gesitueerd. De ontwikkelingen op het perceel hebben gezien de afstand tot het gebied geen invloed op beschermde natuurgebieden. Door het wegvallen van een groot gedeelte van de stikstof depositie door het saneren van de intensieve veehouderij op de locatie en daarvoor in de plaats de realisatie van een paardenhouderij, zal zelfs een positief effect worden bewerkstelligd voor de Natura 2000 gebieden.
Vieruitersten 24
Meijel
3. Veldonderzoek
M&A Omgeving BV
door
M&A
Op 5 november 2021, 12 juli en 22 juli 2022 zijn veldonderzoeken uitgevoerd op de onderzoekslocatie, door . heeft deskundigheid op het gebied van flora en fauna en in het bijzonder in inheemse zoogdieren en broedvogels.
De buitentemperatuur bedroeg op 5 november 2021 ongeveer 15 °C, luchtvochtigheid 50% en 5/8 bewolkingsgraad. Er was geen neerslag. In de avondperiode bedroeg de temperatuur nog 12 °C. De buitentemperatuur bedroeg op 12 juli 2022 (07.00 - 09.00 uur) ongeveer 16 ° C, luchtvochtigheid 40% en 6/8 bewolkingsgraad. Er was geen neerslag. In de avondperiode (20.00 - 22.30 uur) bedroeg de temperatuur 18 °C. De buitentemperatuur bedroeg op 22 juli 2022 (07.00 - 0.900 uur) ongeveer 14 ° C, luchtvochtigheid 50% en 3/8 bewolkingsgraad. Er was geen neerslag. In de avondperiode (20.00 - 22.30 uur) bedroeg de temperatuur 16 °C. Broedvogelsoorten Tijdens de veldbezoeken is gekeken naar flora en fauna. Daarbij is op de locatie van de te slopen gebouwen (stallen, werktuigenloods, sleufsilo’s en verhardingen) rastermatig het gebied verkend. De milieuhinder (geluid, geur, luchtkwaliteit, licht etc.), door de sloop van de gebouwen en de latere nieuwbouw van een paardenhouderij op het perceel, zal reeds op een afstand van 100 meter minimaal zijn. Eventuele natuurwaarden op grotere afstand zullen geen enkele invloed meer ondervinden
van de werkzaamheden.
Tijdens het veldonderzoek in november 2021 zijn een aantal inheemse soorten (Koolmees, Roodborst, Houtduif, Merel, Vink) waargenomen. Tijdens het veldonderzoek in de dagperiode zijn geen verblijfplaatsen / nesten van jaarrond beschermde soorten zoals bijvoorbeeld Huismussen of Gierzwaluwen waargenomen.
Vieruitersten 24
Meijel
M&A Omgeving BV
Tijdens de veldonderzoeken in juli 2022 zijn eveneens een aantal inheemse soorten (Koolmees, Houtduif, Zwarte Kraai, Merel, Vink) waargenomen. Tijdens het veldonderzoek in de dagperiode zijn geen verblijfplaatsen / nesten van jaarrond beschermde soorten zoals bijvoorbeeld Huismussen, Gierzwaluwen of uilen (met name de Steenuil) waargenomen. Gierzwaluwen zijn op de locatie niet waarschijnlijk, omdat de mogelijke uitvlieghoogten beperkt zijn. Gierzwaluwen verkiezen vaak een minimale uitvlieghoogte tussen 4 en 5 meter of hoger en dit is bij de gebouwen op het perceel nauwelijks mogelijk. De agrarische bedrijfsgebouwen zijn onderzocht op eventuele nesten / verblijfplaatsen van vogels, vleermuizen en uilen. Hierbij is niets aangetroffen. Ook bij de nadere inventarisaties in juli 2022 zijn geen nesten of verblijfplaatsen van vogels aangetroffen. Bij de inventarisatie is ook speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten, zoals uitwerpselen en achtergelaten nestmateriaal. In de gebouwen is in juli 2022 met name gelet op de aanwezigheid of kenmerken van voormalige aanwezigheid van de Steenuil of andere uilsoorten. Dit met name omdat bij de NDFF een waarneming bekend is van een Steenuil in één van de gebouwen. Bij de inventarisaties in juli 2022 zijn geen kenmerken van aanwezigheid van uilen aangetroffen in de bebouwing.
Ook de eerder geconstateerde waarneming van een Buizerd kon door de inventarisaties niet worden bevestigd. De Buizerd is echter in de regio volop aanwezigheid en het is zeer reëel om te veronderstellen dat deze in het gebied foerageert. Broedmogelijkheden zijn echter op de onderzoekslocatie niet aanwezig, vanwege het feit dat de Buizerd bij voorkeur broedt in bomen.
Kieren en gaten in de muren van de stallen / werktuigenstalling en de aansluitingen van de muren op de daken zijn met behulp van een camera (Novascope) geïnspecteerd. Hierbij is gelet op aanwezigheid van soorten, nesten en sporen van broedvogels en vleermuizen. Hierbij zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van fauna.
Vieruitersten 24
Meijel
M&A Omgeving BV
Vleermuizen
Bij het veldbezoek is met name speciaal gelet op de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen. Deze zijn echter niet aangetroffen in de te slopen bebouwing. Op de onderzoekslocatie is verder weinig begroeiing aanwezig.
Bij de veldbezoeken op 5 november 2021 in de avondperiode (van 18.30 uur tot ongeveer 22.00 uur) en 12 en 22 juli 2022 (van 20.00 tot 22.30 uur) is gebruik gemaakt van een vleermuisdetector van het type Baton en een laptop met BatScan-software voor het herkennen van vleermuisspectra. Met de detector zijn ter plaatse van het onderzoeksperceel geen waarnemingen van vleermuissoorten gedaan. Het gebruik van de detector in de avondperioden is uitgevoerd om te verifiëren of er sprake is van vleermuizen die de bebouwing op het perceel gebruiken als verblijfplaats. Dit is hier niet het geval. Ons inziens is geen verder onderzoek noodzakelijk volgens het vleermuisprotocol van het NGB. Andere hulpmiddelen, zoals een mistnetonderzoek of boomcamera zijn niet toegepast omdat met onderhavig onderzoek reeds voldoende informatie is verkregen over de aanwezigheid van vleermuizen. Overige soorten Voor de overige soorten is met name gelet op marterachtigen, zoals de steenmarter, bunzing en hermelijn. Er zijn geen sluip- of vraatsporen aangetroffen van deze soorten. De kans dat deze zullen worden aangetroffen zijn als klein te beschouwen. De bebouwing leent zich namelijk niet als verblijfplaats voor deze soorten, vanwege het feit dat de stallen hermetisch gesloten zijn i.v.m. ongediertebestrijding en de werktuigenloods juist te open is, zodat geen schuilmogelijkheden voorhanden zijn.
Op de akkerlanden rondom het perceel zijn sporen van de Das en van reëen aangetroffen. Deze gebruiken het gebied als foeragegebied, maar op de onderzoekslocatie zelf zijn geen sporen aangetroffen en er zijn voor deze soorten ook geen verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie.
10
Vieruitersten 24
Meijel
M&A Omgeving BV
Op 12 en 22 juli zijn de aangrenzende graslanden / weien nader geïnspecteerd op de aanwezigheid van de levendbarende hagedis. Deze is volgens de NDFF waargenomen op het grasland. Op zich is deze waarneming discutabel omdat de levendbarende hagedis een vochtminnende soort is. Deze zal graag op oevers en vochtige terreindelen verblijven. Ook wordt de soort aangetroffen in het ruige gras. Dit soort grassen zijn alleen aanwezig aan de achterzijde (richting Molenbaan). Aan de west- en oostzijde zijn graslanden die regelmatig worden bewerkt (0.a. maaien). Tijdens de inventarisaties in juli zijn geen hagedissen aangetroffen op het perceel of op de graslanden rond de onderzoekslocatie.
11
Vieruitersten 24
Meijel
M&A Omgeving BV
4. Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling De fysieke ontwikkeling ter plaatse betreft de sloop van stallen, werktuigenloods, schuur, sleufsilo’s en verhardingen en de realisatie van een nieuwe paardenhouderij op het perceel. Het aantal verkeersontwikkelingen zal door de werkzaamheden niet toenemen. De emissie van geluid, geur of stof zal door de nieuwe ontwikkeling ruimschoots binnen de te stellen normering blijven. Door de sanering van de intensieve veehouderij op de locatie zal de stikstofdepositie voor een groot gedeelte wegvallen, zodat qua stikstofdepositie een positief effect wordt bewerkstelligd op de natuurgebieden. De percelen grond zullen gebruikt worden als buitenpiste, buitenrijbak, paddocks en als grasland. De bedrijfsvoering is minder intensief dan bij de voormalige akkerbouwmatige activiteiten, zoals die voorheen plaatsvonden. Binnen deze percelen kunnen paarden, al dan niet met ruiter, aanwezig zijn. Deze zullen tot minder verstoring leiden, dan bij activiteiten met landbouwmachines.
De mate van verstoring en mogelijke vormen van overlast zijn in de beoogde situatie kleiner dan in de bestaande situatie. Dit geldt niet alleen voor mensen, maar tevens voor fauna die zich in de directe omgeving van het plangebied bevinden.
Per natuursoort zal worden aangegeven wat de invloed van de ontwikkeling is op de mogelijk voorkomende natuursoorten zal zijn. Flora
Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten planten aangetroffen. Er is dus geen invloed van de ontwikkeling hierop.
Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is als onderdeel van het foerageergebied. Er is weinig begroeiing aanwezig op het perceel, zodat broedplaatsen op het perceel schaars zijn. Er zijn tijdens het veldonderzoek een aantal inheemse soorten waargenomen. Er zijn in de te slopen bebouwing geen broed- / verblijfplaatsen aanwezig. Omdat bij de inventarisatie geen beschermde soorten zijn waargenomen, is het niet waarschijnlijk dat verstoring optreedt bij de werkzaamheden. 12
Vieruitersten 24
Meijel
M&A Omgeving BV
De eerder uit waarnemingen van het NDFF aangetroffen Steenuil in 2021, is niet meer aangetroffen. Ook van andere uilen zijn geen sporen aangetroffen in de bebouwing op de locatie. De Buizerd is evenmin aangetroffen op het perceel maar zal het gebied mogelijk gebruiken als foerageergebied. Broedmogelijkheden zijn niet aanwezig voor deze soort op het perceel. In de nieuwe situatie blijven de foerageermogelijkheden aanwezig, zodat er netto geen wijzigingen in het gebied optreden voor broedvogelsoorten. Ook in de omgeving blijven ruimschoots voldoende mogelijkheden over, zodat de invloed op de vogels buiten het broedseizoen te verwaarlozen is. Door de realisatie van het plan worden er ruim 100 nieuwe bomen geplant, hagen en struikgroepen aangeplant, bloemrijke grasranden aangelegd en een hemelwateropvang aangelegd die jaarrond water zal bevatten. Dit alles biedt nieuwe kansen voor flora en fauna.
Zoogdieren Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor grondgebonden zoogdieren, omdat het akkerbouwperceel regelmatig wordt bewerkt. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen sporen aangetroffen van beschermde zoogdieren. Rondom het plangebied zijn geen sporen of mogelijk verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. De te slopen bebouwing is hierop degelijk onderzocht. Het is wel mogelijk dat het gebied wordt gebruikt als foerageergebied.
De werkzaamheden tijdens de sloop en nieuwbouw zullen dus geen verstoring betekenen van eventueel vleermuizen. Ook hiervoor geldt dat er voldoende mogelijkheden in de directe omgeving resteren, zodat de invloed van de ontwikkeling op genoemde soorten als klein beschouwd kan worden. Op de akkerlanden rondom het perceel zijn sporen van de Das en reeën aangetroffen. Deze gebruiken het gebied als foeragegebied, maar op de onderzoekslocatie zelf zijn geen sporen aangetroffen.
13
Vieruitersten 24
Meijel
M&A Omgeving BV
Reptielen en amfibieën Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat de omgeving van het onderzoeksgebied niet geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel reptielen als amfibieën. De voorwaarde hiervoor is de aanwezigheid van water in de onmiddellijke nabijheid en dat is hier niet het geval. Voor reptielen die op droge gronden habiteren is het perceel minder geschikt, vanwege de aanwezigheid van de verhardingen. In de omgeving zijn er ruimschoots habitats mogelijk voor deze soorten. De bij waarnemingen van het NDFF aangetroffen levendbarende hagedissen, zijn niet aangetroffen in het plangebied of de aangrenzende graslanden. De kans hierop is vanwege de bewerking (0.a. maaien) van de weien minimaal. De plannen op de onderzoekslocaties hebben geen invloed op het leefgebied van de levendbarende hagedissen. Vlinders en libellen
Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksperceel zelf minder geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel vlinders als libellen, vanwege het ontbreken van waadplanten op het perceel en van water in de directe nabijheid. In de omgeving van het onderzoeksgebied is wel een juiste biotoop voor vlinders en libellen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd.
Mieren en kevers of overige ongewervelden Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor beschermde soorten kevers, omdat er geen geschikte biotopen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van beschermde soorten mieren is de aanwezigheid van open naaldbossen een voorwaarde. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd. Ook hier geldt dat de ontwikkeling op het perceel geen invloed heeft op de aanwezigheid van mieren, kevers of overige ongewervelden in het gebied. Vissen
Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat in de omgeving van het onderzoeksgebied geen vissen kunnen voorkomen, omdat er geen water in de directe nabijheid aanwezig is. De sloten in de directe omgeving zijn hiervoor niet geschikt.
14
Vieruitersten 24
Meijel
M&A Omgeving BV
5. Conclusie
Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen, broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie Natuurloket). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens de veldbezoeken in november 2021 en juli 2022 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten (waaronder jaarrond beschermde soorten, zoals bijvoorbeeld Huismussen, (nesten van) Gierzwaluwen, uilen en vleermuissoorten. De veldonderzoeken, uitgevoerd in de dag- en avondperiode op 5 november 2021 en 22 juli 2022, is buiten het broedvogelseizoen uitgevoerd. Daarom is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten, achtergebleven nestmaterialen en vraatsporen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. De veldonderzoeken op 12 juli 2022 zijn wel binnen het vogelbroedseizoen uitgevoerd. De veldonderzoeken kunnen daarom als vrij uitvoerig worden beschouwd.
Bij de inventarisaties is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen, keutels en vraatsporen.
De kieren en openingen in de te slopen bebouwing zijn onderzocht met een camera (Novascope) en hierbij zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor verblijfplaatsen van fauna.
De afstanden tot de ecologische verbindingszones en waardevolle natuurgebieden zijn voldoende groot om te kunnen stellen dat de ontwikkelingen in het plangebied een positieve invloed zullen hebben op deze gebieden. Dit is vanwege het wegvallen van een groot gedeelte van de stikstofdepositie door de sanering van de intensieve veehouderij op de locatie. Op de akkerlanden rondom het perceel zijn sporen van de Das en van reeën aangetroffen. Deze gebruiken het gebied als foeragegebied, maar op de onderzoekslocatie zelf zijn geen sporen aangetroffen.
15
Vieruitersten 24
Meijel
M&A Omgeving BV
Door de sloop van de bebouwing en de realisatie van een nieuwe paardenhouderij op het perceel, wordt het karakter van het gebied niet beïnvloed. Er verdwijnen geen verblijfs- of broedmogelijkheden, gezien de resultaten van de veldonderzoeken.
De percelen grond zullen gebruikt worden als buitenpiste, buitenrijbak, paddocks en als grasland. De bedrijfsvoering is minder intensief dan bij de voormalige akkerbouwmatige activiteiten, zoals die voorheen plaatsvonden. Binnen deze percelen kunnen paarden, al dan niet met ruiter, aanwezig zijn. Deze zullen tot minder verstoring leiden, dan bij activiteiten met landbouwmachines.
De mate van verstoring en mogelijke vormen van overlast zijn in de beoogde situatie kleiner dan in de bestaande situatie. Dit geldt niet alleen voor mensen, maar tevens voor fauna die zich in de directe omgeving van het plangebied bevinden.
Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden.
De zorgmaatregelen bestaan in elk geval uit de volgende aspecten: 1. _ Voor algemeen voorkomende broedvogels (waarvan het nest gedurende broedperiode beschermd is) dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden: °
.
.
Voer eventuele snoeiwerkzaamheden
buiten het broedseizoen uit.
Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden te worden totdat de werkzaamheden zijn afgerond. Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn.
16
Vieruitersten 24
2.
Meijel
M&A Omgeving BV
Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:
.
Indien verstoring plaatsvindt, dient een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels), maar ook voor vogels, om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten.
.
3.
4.
Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. . Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken en groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. . Ook voor mogelijke aanwezigheid van egel en vestiging van de rugstreeppad dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein dient gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april) te worden voorkomen. Als deze soorten worden waargenomen, dienen zij zichzelfin veiligheid te kunnen brengen. Indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.
Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden. Uit de quick scan blijkt dat er op een afstand van 100 meter van het plangebied geen negatieve effecten te verwachten zijn.
17
Vieruitersten 24 Meijel
M&A Omgeving BV.
Bijlage 1 : Situatietekening en luchtfoto
epP‘ueu}sl1B7ei31nZe191wA,&bzuersieEHynUJIenNOESIYD}
Ò.
ASBTSIVEN
LEGENDA Plangebied
w Bestemmingen
Enkeiestemmingen
do n Ousbelestermmngen
r
e
T
ventesienene
n
a
e
E e
aa
Functesandiingen
CE
(EZ
o v o
t
e e
o
e
e g
Gouwikken
DO Waavoerngen
EB @
mamnemeegen n
/À
wm m
n
Figuen
Bestemmingsplan
"Vieruitersten 24 Meijel”
Gemeente
Maas.
Peel en
EL
°
Vieruitersten 24, Meijel
M&A
Omgeving BV
Bijlage 24 : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving november
2021
loopsporen van de Das
Vieruitersten 24, Meijel
M&A
Omgeving BV
Bijlage 2b : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving juli 2022
Yij
=-|
IE'm
‚.‚\…+
Vieruitersten 24, Meijel
M&A
Bijlage 3 : Natuurgegevens provincie Limburg
Omgeving BV
Kilometerblok 58-13-11
Beschikbare kaartlagen
1e t klemeteok z 132 terrtera vatgenelë, sfkemstg van 37 zooren Kix
a w i vend
| [] Topografie oud
1 e 0 0 e v
e
| C
2000 - 2019
Topogre nieuw grijs
E
Topografie nieuw kleur
2020-
n
E
N
190710
374775
2016
1
O
Appelink
T | @ alennbent t
D Broedvogels Vlakdekkend 1 _ 1990 - 1997
190303
374778
2016
1
©
Blauwbonstz
[] Broedvogels Vlakdekkend 2
1998 - 2011
LOB LD TE 190394 374917 2016
M1
©
Broedvogels Vlakdekkend 3
2012 - 2020
T LIS
E EB EE
10 RA
D Broedvogels Goud-Groen1 D Flora Vlakdekkend 1
2015 - 2020 1983 - 1997
190721
374832
1
2016
EC
Topografie recent
EE
e0i7z N azeaen i aa
N
1980 - 1999
)
O
A
ES 190793
374527
2016
LEI
1
O
A)
D Flora Vlakdekkend 2
1998 - 2007
D
2006
Flora Vlakdekkend
3
[] Flora Goud-Groen 1
- 2019
2012 - 2020
190775
374462
2016
1
O
190914
374493
2016
1
O
D
1
1983 - 1997
e 190651
E EN 374762 2016 1
@O
D Vegetatie Vlakdekkend 2
1998 - 2007
EE
S
ED
e
€
D Vegetatie
2006 - 2019
190199
374424
2016
1
O
D
190927
374052
2016
1
O
2016 o
1
O O
374745 aa
1
2012
Beheertypen
2011 - 2021
aar topografe
® Scort van de Rcde Lijst
_ [Extra ondergrond:
O
Aandachtsoort (0.a. voormalige Rode Lijst-soorten) Schaarse
of zeldzame soort
Algemene zoort (niet op de kaart, welin de ljst) buiten
provinde
- 2020
: ©
nog niet gesctualiseerd
Vlakdekkend 3
Vegetatie Goud-Groen
D
onvolledig onderzocht
Vlakdekkend
f
EE 190867 vao7an
Vegetatie
aC6Opye8ns6S-o1Tdo,
vziaebqeursuaegy
XToIy-e£a1w-o8y5 DE
1 d w u a ( G 0 e r o p s u ) t 5 g s a y a601yue12s0-b2o7e01dsjovw,aouewBouzC0yesm7:n-0{6ao7uc6o,CEI[eJso0yn47emaH]n:0pe6o2Elt0uxds]o,obuaeTZ1EnOL0W6wLZTEas7BLpCaauT6i6pnbt-eoup0na6peTBwIaz1AEnoOspwgZsEta6arIApsOu1zti:aEZepTa06GtsZCpeom-WpwnO8aeLEpo6eZTgIanTosg€OzsTS8eBzneLSpW0mCwL6T0ZpseEouigseOpbtoe-ZnpapeaInos=gOciTG6sENpSLmWOwZsLGoETs[u0TsaZoi]O1aZ9b-oOSpnvTpsS1oasTZ9IncsN0p:PguL6TcE7ogTSE1z6OswC0oLsEpetuLTzJp68toeSpl-a1Te4IA=OT0Ezoceo2metpCu08zemp6iao-pO7rT4esInTeocs0owezErDpo©u69€zTGcs10pete-0owpx7eEzrIAdmeT21Z8Owe0WuC8LZ0zea1EoT14]9O0-pz7dno9n=QsTZwOeS6dN0mL6ZqETwopaOu2ETnatpi68EZset9Bda-W0prZyL6d1TewEoieanrQzTLSi5Oe69deN0DrLeZd087pETwuon6speg1-ta7Tpb0enndzawz1T0erO6€n0ZzSweT1oCdpau6ns1}pe0gt71-pr9ex06+TSZIn1eIa0O6nM0wLsZETog[Q0ZuaTz9niIV]Oe1L6d9eW03-rpLSTadZnEwo6e9oegAO4TGEaZVb6Su0NerLEZuTsonuT1CedZkO0-ueZ7“TSueLODdeZpWgZEuLwegeEdpwsEe1Tp9bOyoes0p4sZometgse @nwornS Q(s"How6soaywsze)opwureosyn
[WSPpoazjayeiGoucenpwuoPeuOow2mrosbwerpezppueupso @1eopue(syr
Vieruitersten 24, Meijel
M&A
Bijlage 4 : Natuurdata Het Natuurloket
Omgeving BV
Beknopte
levering
uit de NDFF
Disclaimer
De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare
waarnemingen van planten en dieren. Nieuwe gegevens worden dagelijks toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn gevalideerd. Nader(veld-Jonderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een
soort te bevestigen of uit te sluiten.
Besteldatum
30 augustus 2022 15:45
Projectnaam
Vieruitersten 24, Meijel
Projectdoel
Inventarisatie
natuurwaarden
Inkoopnummer Kilometerhokken
190-374
Vragen?
Neem
contact op met het Serviceteam van de NDFF:
Telefoon:
0800
2356333
B
)
i
t
m
}
}
{'
A
E3
:
z
À
T
29
WE :
A
Beknopte levering HNL-2022-117 Pagina 2 van 3
Â
Beknopte
levering Pagina
HNL-2 3
van
3
Toelichting
op de tabel
Soortgroepen In de gehanteerde indeling is Overige soortgroepen een diverse groep met daarin alle wespen, bijen, mieren, netvleugelige, steenvliegen, kevers, vliegen, muggen, haften, wantsen, cicaden, luizen,
schorpioenvliegen en overige insecten, spinnen, mijten, hooiwagens, duizendpoten, miljoenpoten, pissebedden, kakkerlakken, oorwormen, weinigpotigen, vlokreeften, lagere kreeftachtigen, weekdieren, slakken,
ringwormen,
snoerwormen
en wormachtigen
zoals bloedzuigers.
Ook zeeorganismen
als
hydroidpoliepen, mosdiertjes, mysisgarnalen, ribkwallen, stekelhuidigen, zakpijpen, zeepissebedden, zeepokken, eendenmossels, krabbezakjes, zeespinnen en grote kreeftachtigen (kreeften, krabben en garnalen) en zeezoogdieren
vallen
in deze verzamelgroep.
Rode-Lijstsoorten In de tabel staat voor elk kilometerhok per soortgroep vermelid Rode Lijsten worden formeel vastgesteld door de Rijksoverheid.
hoeveel soorten op de Rode Lijst staan. De gehanteerde Rode Lijsten zijn:
amfibieën
bijen broedvogels dagvlinders korstmossen libellen
macronachtvlinders micronachtvlinders
jeen Rode Lijst jeen Rode Lijst
mossen
overige
soortgroepen
idenstoelen reptielen sprinkhanen
en
krekels
vaatplanten vissen zoogdieren
Wet Natuurbescherming
= soorten
Alle soorten die wettelijke bescherming
Wet Natuurbescherming Alle soorten
die wettelijke
Wet Natuurbescherming
genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming
— soorten
bescherming
van de Vogelrichtlijn
van de Habitatrichtlijn
genieten
— andere
paragraaf 3.1
en vallen onder Wet
beschermde
Natuurbescherming
soorten
paragraaf 3.2
(provinciale lijst)
Alle provinciale soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 33 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet maar kan op provinciaal niveau worden bijgesteld. Wanneer een hok in meerdere provincies valt wordt de hoogste beschermingscategorie per aangetroffen soort aangehouden.
! Het gaat
hier om de soortgroepen:
bijen, kokerjuffers,
steenvliegen,
haften,
platwormen en land- en
zoetwaterweekdieren.
Toelichting beknopte levering
| februari 2021
”H
NATIONALE DATASANK FLORA EN FAUNA
3
Wet Natuurbescherming
— andere
Alle landelijk benoemde
die wettelijke bescherming
Natuurbescherming Deze
soorten
soorten genieten
(landelijke lijst)
en vallen onder Wet
paragraaf 3.3
soortenlijst s limitatief benoemd
Aantal
beschermde
in een
Bijlage op de wet.
soorten
Het totaal aantal soorten per soortgroep per kilometerhok in de periode zoals aangegeven. Meegenomen zijn alle waarnemingen: « die geheel of gedeeltelijk binnen de selectie liggen; e _ die zijn gevalideerd en daarbij de classificatie ‘betrouwbaar’ hebben meegekregen; e
_ waarvan
de bronhouder
heeft aangegeven
dat ze uitgeleverd
mogen
worden.
Indien er een asterisk (*) in het veld staat betekent dit dat een deel van de waarnemingen
pas na
expliciete toestemming van de bronhouder mag worden uitgeleverd. Het kan dus zijn dat in de standaardlevering niet alle waarnemingen worden geleverd die optellen tot de beknopte levering. Ook kan het zijn dat deze gegevens later worden geleverd.
Volledigheid
onderzoek
Voor elke soortgroep is een indicatie gegeven wordt hierbij gewerkt met een normering goed onderzocht en (5) onbepaald.
hoe volledig een specifiek
in 5 klassen:
kilometerhok
(1) niet, (2) slecht,
is onderzocht.
Er
(3) redelijk onderzocht,
(4)
De volledigheid van onderzoek wordt geautomatiseerd berekend voor alle soortgroepen, waarbij elk kilometerhok meedraait in een cyclus van berekeningen over geheel Nederland. De doorlooptijd van deze rekencyclus is in de praktijk 2 tot 3 weken voor alle kilometerhokken in Nederland. In de toelichting per soortgroep aangegeven welke regels hierbij gehanteerd zijn en over welke periode. Download de toelichting
is
Detaillering Voor elke soortgroep is in de oppervlakteklassen '0-0.25 bepaald welk aandeel waarnemingen:
de waarnemingen
bezetten.
km?',
°0.251- 1 km?
De basis voor deze
en 'groter dan
berekening
1 km2
is het aantal
in de beschouwde periode; dat geheel of gedeeltelijk in het kilometerhok valt; waarvan
de bronhouder
heeft aangegeven
Van de drie genoemde klassen worden gescheiden door een slash-teken (/).
dat ze uitgeleverd
mogen
worden.
de resultaten van de eerste twee achter elkaar geplaatst en
Onderzoeksperiode De onderzoeksperiode betreft voor vrijwel alle beschreven soortgroepen
de recente
veldseizoenen. Alleen voor vaatplanten wordt een langere periode gehanteerd. kalenderjaar wordt de beschouwde periode dus steeds iets langer.
Toelichting beknopte levering
10 afgeronde
In de loop van
het
| februari 2021
”H
NATIONALE DATASANK FLORA EN FAUNA
3