CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-078 07 Toelichting - Bijlage 4 en Regels - Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan (Viforis)

Raad 27 juni 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “Bestemmingsplan Vieruitersten 24 Meijel”, wijziging van Agrarisch- Intensieve veehouderij naar Agrarisch Grondgebonden en vergroten van het bouwvlak (2024-078)4.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Landschappelijk inpassingsplan Vieruitersten 24 Meijel februari 2023

\ 0

50

100

200

300

Meter

400

project onderdeel opdrachtgever datum versie opsteller gecontroleerd

Vieruitersten 24 Meijel Landschappelijk inpassingsplan februari 2023 1386.R.007

Landschappelijk inpassingsplan Vieruitersten 24, Meijel

2

INLEIDING Op de planlocatie aan de Vieruitersten in Meijel wil de initiatiefnemer een paardenhouderij beginnen. Het plan bestaat uit de volgende onderdelen: • Paardenstallen met een receptie/ontvangstruimte voor bezoekers, gasten, klanten (+/- 2.000 m2). • Een indoorrijhal om de dieren binnen te kunnen trainen. Onderdeel van dit gebouw zijn een ruimte van waaruit bezoekers kunnen kijken naar het trainen van de paarden, een woon- en leefruimte voor ruiters, grooms en stagiaires en een stallingsruimte voor hindernissen, materialen, werktuigen, etc. (+/- 3.510 m2). • Een loods waarin machines zoals tractor, verreiker, shovel, etc. gestald kunnen worden. Verder is hier plaats voor opslag van strooisel en diervoeders (+/-1100 m2). • Een mestopslag voor opslag van paardenmest (+/-364 m2). • Een overdekte stapmolen (+/- 314 m2) • Verder worden er paddocks, een buitenbak en een graspiste aangelegd. De buitenbak en de graspiste zijn aan de zuidzijde van de weg geprojecteerd (tegenover de bedrijfswoning en de bebouwing). De paddocks krijgen een plek aan de zuidwestzijde. Een nadere motivatie van de indeling van het bedrijf met de omliggende percelenwordt is te vinden in paragraaf 4.1 van het bestemmingsplan Vieruitersten 24.

FsA

SaT

Qp

Qp

HW01

Qp

Qp

HW02

Bp

Bp

Qp

Sa

HW03

Bp Pc

Bp

Pc

HW04

Bp

Pc

Qp

Qp

Pc

Qp

T2

FsA

T

T

T

T

T

T2

FsA

T

T

T

FsA

FsA

T2

HW06 FsA

T

T

T

T

T

T

T

T

T2 T2

T

T

T

Cb

HW07

FsA

T

T2

T

Sa

Sa Sa

T2

T2

T2 T

T

T

T

T

GP06

Meijel

Sa

GP07

Qr

31-5-2022

schaal

1:1000

Sa

Getekend door:

Sa Sa

T

T

T

T2 T

T

HW08

3x Bp

Cs

2x Pa

Cs

GP01

3x Ps

Tt Ps Ps

GP04 GP03

Tt

Rp

2x Ps

GP02

Ves Reijnders 06-53893038

Pi

SaT

Sa Sa

GP08

GP05

Sa

datum

T2

3x S

Sa Sa

T T2

3x S

Sa

Dreeling Horses

T Pa Pa

GP09

T2

T2

T2

T2

Jr

T2

N

FsA

Cb

T2

Sa Sa

FsA

T2

HW05

Cb

Cb

Sa

T2

Cb

Pi

Sa Sa Sa Sa Jr

Jr

Qp

Sa Sa Sa Sa

Jr

FsA Pa

Ps Ps

Pa Pa Qr

3x Ps

3x Bp

Ps

Sa Sa

Schetsontwerp toekomstige inrichting

Luchtfoto plangebied en omgeving

Landschappelijk inpassingsplan Vieruitersten 24, Meijel Meter

3

LANDSCHAPPELIJKE ANALYSE De locatie ligt op de overgang van de Deurnese Peel en de noord-zuid georiënteerde dekzandrug waarop Meijel en Neerkant liggen. Deze dekzandrug is ontstaan tijdens de laatste ijstijd en bestaat uit zand dat destijds is opgestoven. Hierdoor zijn uitgestoven laagtes en hogere dekzandruggen ontstaan. Het gebied van de Deurnese Peel was zo’n uitgestoven laagte zonder afvoer. Toen het klimaat vervolgens warmer werd bleek het water niet uit deze uitgestoven laagte te kunnen ontsnappen.

Hierin groeiden allerlei waterplanten, waardoor een verlandingsproces op gang kwam. De dode plantenresten verteerden slechts langzaam, waardoor organisch materiaal zich ophoopte en veen ontstond. Dit proces stopte aanvankelijk op het moment dat het veen de bovenkant van het grondwaterpeil had bereikt. Het veenvormingsproces ging vervolgens verder doordat veenmos zich in het gebied vestigde. Deze planten hebben het vermogen zelf water vast te houden, waardoor het veen

verder kon groeien en De Peel als een soort kussen boven de omgeving uitgroeide en die overgroeide. Op de dekzandrug aan de rand van De Peel waren de omstandigheden net gunstig genoeg voor menselijke bewoning als gevolg van de hogere ligging en de minder natte omstandigheden. Meijel ontstond op deze rug als een lintdorp met daaromheen gelegen bolle akkers. Verder van de kern en dichterbij De Peel waren de gronden natter. Deze werden gebruikt als weide en hooiland. Ook de Peel zelf werd vanaf de middeleeuwen al gebruikt voor het steken van turf en heideplaggen, maar ook als weidegrond voor de schapen. Halverwege de 19e eeuw startte vervolgens in dit gebied de grootschalige vervening. Er werden kanalen gegraven voor de afvoer van het water, eerst de Helenavaart of Peelvaart en kort daarna het Kanaal van Deurne. Vervolgens werd de turf gestoken, gedroogd en afgevoerd. De achtergebleven grond werd verkaveld en ingericht als landbouwgrond. Op de kaart van 1900 is goed zichtbaar dat er een planmatig opgezette verkaveling is ontstaan in het gebied meer ten zuiden van het plangebied. Maar ook verder naar het oosten is al een patroon van rechte wegen herkenbaar door de tot dan nog onontgonnen gebieden.

De verschillende te onderscheiden gebieden Landschappelijk inpassingsplan Vieruitersten 24, Meijel

Het ontstaan van hoogveen en laagveen (Werkgroep Behoud De Peel)

4

Het plangebied zelf werd in het begin van de 20ste eeuw ingericht als landbouwgebied. Op de kaart van 1930 is de huidige boerderij herkenbaar. Op dat moment was een deel van de omringende grond nog heide en moeras. De ontginning is wat minder strak en planmatig van opzet dan verder naar het zuiden of naar het noorden. Het resultaat is een blokvormige verkaveling met een aantal doorgaande wegen van zuidwest naar noordoost met op enkele plekken een dwarsverbinding daar tussen. Op de kaart van 1960 liggen in het gebied her en der nog restanten moeras en heide. Vrij kort hierna zijn ook deze laatste delen in gebruik genomen door de landbouw (zie ook de kaart van 1990). Waarna, ongeveer vanaf de eeuwwisseling, het oppervlak natuur weer groter wordt. In eerste instantie aan de overzijde van het kanaal, maar vanaf ca. 2015 worden ook de gronden net ten noorden van de planlocatie ingericht als natuurgebied. De nadruk bij de vergroting van het areaal natuurgebied ligt echter aan de overzijde van het kanaal.

In de huidige situatie betekent dit dat het plangebied deel uit maakt van een strook landbouwgrond dat tegen de Peel aan met een onregelmatige blokverkaveling. De blokken bestaan echter niet meer alleen uit akker of weiland maar er ontstaat een afwisseling tussen weilanden, akkers, bos, moeras, boomkwekerijen en fruitteelt. De schaal en maat van de blokken blijven echter vrij constant sinds de ontginning. Kortom er ont-

staat een heel afwisselend landschap waarin natuur en diverse vormen van landbouw in een mengvorm voor komen. De wegenstructuur benadrukt het verkavelingspatroon met bomenrijen, soms aan één zijde van de weg en soms aan twee.

Historische topografische kaarten van 1900, 1930, 1960 en 1990

Op de kaarten valt verder op dat tussen Meijel en de planlocatie een bosgebied ligt. Dit is een gebied met stuifduinen dat onbruikbaar was voor productievere vormen van landbouw. Het is daarom beplant met voornamelijk naaldbomen ten behoeve van de mijnbouw in Limburg. Het bos is qua oppervlak nagenoeg onveranderd sinds 1900.

\ 0

Topografische kaart huidige situatie 500

Landschappelijk inpassingsplan Vieruitersten 24, Meijel Meter 1.000

1.500

2.000

155

310

\ 620

930

Meter

1.240

\ 0

155

310

0

155

310

620

930

Meter

1.240

\ 620

930

Meter

1.240

0

155

310

5 620

930

Meter

1.240

GEMEENTELIJK BELEID Het belangrijkste beleidskader voor ontwikkelingen in dit gebied is het Kwaliteitskader buitengebied Peel & Maas (november 2011). Het buitengebied van de gemeente wordt hierin uiteen gelegd in een aantal verschillende landschapstypen. Het plangebied ligt in een deel dat wordt aangeduid als “Kleinschalig halfopen ontginningslandschap”. Cruciaal voor deze gebieden is dat de ontginning minder grootschalig is geweest dan in de grootschalige heideontginningen. Als gevolg daarvan zijn er nog onverharde wegen met een afwisseling van weilanden en akkers. Daarnaast wordt de constatering gedaan dat de huidige kleinschaligheid van dit specifieke gebied voornamelijk het gevolg is van bebouwing en niet van beplanting. De opgaven voor de kleinschalige halfopen landschappen bestaan uit: • ontwikkel en versterk het zandpaden- en fietspadennetwerk. Repareer ontbrekende schakels in het netwerk, • versterk de variatie aan beplanting en de kwaliteit ervan: • bos en bossages met een divers sortiment • houtwallen en boomsingels

• solitaire bomen • maak natte plekken in relatief lage gebieden, behoud extensieve (natte) weilanden, • maak ecologische oevers langs sloten en beken, • behoud waardevolle doorzichten. Koester hiervoor ook open velden in bosrijk gebied.

de kwaliteitsverbetering al een berekening gemaakt. Dit betekent: • 10% van de oppervlakte van het bouwvlak, 1.741m2 • 2 x ½ x 10% van het oppervlak van het bouwvlak, 1.741m2 • In totaal een kwaliteitsverbetering van 3.482m2.

Inhoudelijk worden in het Kwaliteitskader een aantal voorstellen in algemene zin gedaan voor kwaliteitsverbetering: Kortom versterken van de kleinschaligheid door toepassen van een • Versterking en verfraaiing van het landschap breed scala aan groene elementen en ontsluiten van het gebied voor de • Sloop recreant. • Aanleg van natuur • Verbetering en/of herstel van cultuurhistorische waarden Naast bovenstaande uitgangspunten wordt in het Kwaliteitskader nader • Extra investering in (architectonische) kwaliteit: bijzondere vormgeingegaan op de uitgangspunten voor kwaliteitsverbetering. Daarbij worving, exclusief materiaalgebruik, verfraaiing en verbetering van gebouden 3 categorieën onderscheiden: Basis, Basiskwaliteit plus en Aanvulwen. lende kwaliteitsverbetering. Deze laatste categorie geldt voor de grotere • Extra investeringen in milieu- en duurzaamheidsmaatregelen., ontwikkelingen, die meer afwijken van het bestemmingsplan. In dit geval • Investering in (beleef )kwaliteit van het buitengebied. Hiermee wordt geldt Basiskwaliteit plus en 2x Aanvullende kwaliteitsverbetering over de bedoeld dat de beleving van het landschap ook als kwaliteit kan woroppervlakte van het bouwvlak. De gemeente heeft met betrekking tot den aangemerkt.

Kleinschalige halfopen ontginning - ontwikkel en versterk het zandpaden- en fietspadennetwerk. Repareer ontbrekende schakels in het netwerk, - versterk de variatie aan beplanting en de kwaliteit ervan: - bos en bossages met een divers sortiment - houtwallen en boomsingels - solitaire bomen - maak natte plekken in relatief lage gebieden, behoud extensieve (natte) weilanden, - maak ecologische oevers langs sloten en beken, - behoud waardevolle doorzichten. Koester hiervoor ook open velden in bosrijk gebied.

Illustraties van mogelijke landschapsversterking in de kleinschalige halfopen ontginningen:

Gebiedstypen oude bouwlanden beekdalen en rivierdal kleinschalige halfopen ontginningslandschappen grootschalige open ontginningslandschappen grootschalige open veenontginningslandschappen bos en natuurgebieden open bolle akkers (als onderdeel van de oude bouwlanden)

Gebiedstypenkaart uit het Kwaliteitskader

• Gebiedstypen Peel en Maas (uit het Structuurplan)

Landschappelijk inpassingsplan Vieruitersten 24, Meijel

44 Ruimtelijke wensen voor het gebiedstype Kleinschalige halfopen ontgining Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas • november 2011

13

6

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN 5.1 Concept Het landschap is blokvormig verkaveld door middel van een aantal lange lijnen waar gebieden tussen liggen met een eigen kwaliteit. De lange lijnen staan min of meer loodrecht op elkaar en bestaan uit de ontsluitingsweg de Vieruitersten, de watergang daar haaks op en de watergang aan de zuidzijde van de toekomstige rijbak en weide. De gebieden die als eigenstandige eenheden kunnen worden gezien die hier tussen liggen zijn de paddocks, het deel met de bebouwing en het gebied met de weide en de rijbak. In het plan wordt de lange lijn van de watergang haaks op de Vieruitersten versterkt door aanplant van knotwilgen en een haag. De paddocks worden ingepast door in de driehoekige ruimtes in de hoeken van de paddocks bomen te planten en hagen er tussen. De weide en de rijbak worden omringd door een strook bloemrijk grasland

met verspreid staande bomen en groepen struiken. De zuidelijke rand wordt begrensd door een rij bomen. Hiermee wordt het vak met de bebouwing helemaal omsloten door groene elementen. Daarnaast doet ook de tuin mee aan de groene uitstraling van dit deelgebied.

• de bomenrij aan de zuidzijde • inpassing van de paddocks (hagen en bomen) • inpassing van de rijbak en weide (bloemrijk grasland met verspreide boomgroepen • tuin en overgang naar de bestaande natuur

Door binnen het plangebied te zoeken naar manieren om het op te delen in kleinere blokken, past een relatief grote ontwikkeling zoals de initiatiefnemer deze voor ogen heeft toch in een kleinschalig landschap.

Tenslotte wordt middenin de weide tegenover de woning een grote poel ontwikkeld. Hier wordt het dakwater van de verschillende gebouwen naartoe geleid.

5.2 Toelichting inrichtingsschets

Hieronder worden bovengenoemde elementen nader toegelicht.

Het landschappelijk inpassingsplan bestaat uit de volgende elementen: • de watergang loodrecht op de Vieruitersten

Watergang loodrecht op de Vieruitersten Loodrecht op de Vieruitersten loopt een watergang. Deze is in eigendom bij het Waterschap. In het plan was hier een natuurvriendelijke oever voorgesteld. Uit het overleg met het Waterschap komt naar voren dat zij hier niet akkoord mee gaan. De geplande rij knotwilgen (Salix alba) zal hier wel worden aangeplant op eigen terrein, evenals een knip- en scheerhaag. De knotwilgen worden aangeplant in een onregelmatige rij. Door te kiezen voor knotwilgen wordt aangesloten bij het natte karakter van het gebied.De opzet van deze dwarsverbinding is verduidelijkt door middel van de doorsnede C-C’

Bomenrij De rij bestaat uit bomen van de eerste orde (hoger dan 15m). Voorstel is om hier te kiezen voor de witte abeel (Populus alba) met een onderlinge afstand van ca 8m. Op deze manier groeien de kronen naar verloop van tijd in elkaar en vormen zo een doorgaand groen element in plaats van losse bomen.

Inpassing paddocks

Concept met lange lijnen en deelgebieden Landschappelijk inpassingsplan Vieruitersten 24, Meijel

De paddocks bestaan uit kleine weitjes waar één of meer paarden in kunnen staan. De ondergrond bestaat uit zand of gras. Om te voorkomen dat het ene paard het andere in de hoek kan zetten zijn de hoeken afgeschuind. In deze afgeschuinde hoeken worden rondom bomen geplant. De keuze is hier gevallen op haagbeuken (Carpinus betulus). De driehoek wordt verder ingezaaid met een bloemrijk grasland mengsel. Dit bloemrijk gras loopt door in de stroken tussen de paddocks, waarin tevens hagen worden aangeplant. Om te voorkomen dat van de hagen wordt gegeten door de paarden in de paddocks is er voldoende ruimte tussen de paddocks gehouden. In dit geval is dat ca 5m, zodat op 2m afstand van het hek een haag aangeplant kan worden van 1m breed. De hoogte hiervan dient te worden afgestemd op de hoogte van de hekwerken. Het

7

Landschappelijk inpassingsplan Landschappelijk inpassingsplan Vieruitersten 24, Meijel

8

sortiment van de hagen is beukenhaag (Fagus sylvatica) of veldesdoorn (Acer campestre).

Her en der kunnen, tevens kleine groepen struiken worden aangeplant in de bloemrijke randen met een sortiment van inheemse heesters (zie paragraaf 5.4).

Inpassing rijbak en weide In aansluiting op de twee weides tussen dit deel van het plangebied en de kanalen is er voor gekozen rondom de weide en rondom de rijbak een brede strook bloemrijk grasland aan te planten. In deze strook bloemrijk grasland worden vervolgens in de vorm van solitairen en kleine groepen bomen gezet. Hier is gekozen voor een mengsel van elzen (Alnus glutinosa) en een enkele wilg (Salix alba) of ratelpopulier (Populus tremula).

DOORSNEDES DOORSNEDES VIJVER VIJVER ENEN WATERGANG WATERGANG

voerd , ca. 1:3. Ter verduidelijking is hiernaast een doorsnede noord-zuid (A-A’) en een doorsnede oost-west (B-B’) opgenomen. Aan de rand van de poel staan enkele bomen. Hiervoor kan een mengsel van els (Alnus glutinosa) en wilg (Salix alba) worden aangeplant.

Poel De poel is onregelmatig van vorm, waardoor op verschillende plekken verschillende groeiomstandigheden aanwezig zijn en veel verschillende planten en dieren een plekje kunnen vinden dat geschikt is als biotoop. Gemiddeld zal de noordelijke oever de meest flauwe helling krijgen met een talud van ca 1:5. De zuidelijke oever kan het steilst worden uitge-

De poel heeft naast een functie als aankleding van het landschap en vergroten van de ecologische waarde van het gebied tevens een functie als berging van het dakwater. De bergingsruimte is het deel dat boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) ligt, omdat ook in perioden met een hoge grondwaterstand er ruimte moet zijn om voldoende regenwater te bergen. Dit is een bui van 100mm in 24uur. Bij ca. 7.288m2 bebouwing en een bui T=100 dient de inhoud ca. 729m3 te bedragen. De inhoud van de poel tussen de waakhoogte en de GHG is ca 870m3. Hoewel de paarden in de graspiste niet los lopen wordt de poel toch uitgerasterd om te voorkomen dat de oevers onverhoopt toch worden platgetrapt en begraasd.

Tuin

+31,8+31,8 +29,8+29,8

11m11m

21,75m 21,75m

9,5m 9,5m

doorsnede doorsnede A-A’ A-A’

De tuin is destijds aangelegd door een hovenier. In de tuin is een divers sortiment van struiken en bomen aangeplant. Veel van deze bomen zijn ondertussen volwassen geworden en geven dit deelgebied een heel groene uitstraling. In het plan is er rekening mee gehouden dat de bestaande tuin, of tenminste de volwassen bomen, gehandhaafd kunnen worden. Naast de beplanting in de tuin is de hovenier van destijds gevraagd ook de groene ruimtes tussen en rondom de gebouwen in te planten. Natuurwaarde van deze beplanting is geen hoofddoel. Voor het sortiment kan dan ook gebruik gemaakt worden van een veelheid aan soorten om kleur en beleving toe te voegen. Deze beplanting is uiteraard wel van belang voor de groene uitstraling van het gebied. Dit gebied is niet meegerekend bij het oppervlak van de landschappelijke inpassing.

+31,8+31,8 +29,8+29,8

8m 8m

31m31m

7,75m 7,75m

doorsnede doorsnede B-B’ B-B’

Doorsnedes van de poel (A-A’en B-B’) en de natuurvriendelijke oever langs de watergang Landschappelijk inpassingsplan Vieruitersten 24, Meijel

9

In de figuur op deze pagina wordt duidelijk welke beplanting in vorm van grote bomen op dit moment in de tuin staan. Hierin is tevens aangegeven wat de toekomstige grootte van de tuin zal zijn. In het plan is vooralsnog rekening gehouden met op termijn plaatsen van enkele bijgebouwen. Deze bijgebouwen zijn bedoeld voor privé-gebruik, aangezien in de toekomstige opzet het overige gebied vooral bedrijfsmatig zal worden ingezet.

Het vlak met de tuin grenst aan de noordoostelijke en noordwestelijke zijde aan bestaande natuur. Aan de noordwestzijde ligt op dit moment een sloot die ingezet wordt als zaksloot (eigendom Waterschap Limburg. Aan de noordoostelijke zijde wordt de zaksloot doorgetrokken achter de toekomstige bebouwing langs. Aan de noordwestelijke zijde is daarnaast nog ruimte voor enkele groepen struiken en bomen. De zaksloot in combinatie met de beplanting en het doortrekken van het bloemrijk grasland totaan de verharding zorgt voor een meer geleidelijke overgang naar het natuurgebied.

5.4 Aanleg en beheer In het plan worden de volgende elementen aangelegd: • diverse hagen • (knot)bomen in groepen en rijen • groepen struiken • bloemrijk gras • poel Hieronder wordt kort ingegaan op aanleg en beheer van deze elementen.

Diverse hagen Hagen worden aangeplant in één rij met 4 planten (maat 60-80cm) per strekkende meter. Onderhoud bestaat uit het twee maal per jaar scheren van de hagen, waarbij de hoogte wordt afgestemd met de hoogte van de hekwerken rond buitenbak en paddocks (ca. 1,2m hoog). De eerste keer scheren vindt plaats voor de start van de zomer (half mei-half juni), de tweede keer na de zomer (augustus-september).

(Knot)bomen in groepen en rijen De bomen worden aangeplant en voorzien van een boompaal. Voor aanplant is het zinvol plantgatverbetering toe te passen door het plantgat voldoende groot te maken en aan te planten met toevoeging van voedselrijke grond. Het formaat van de bomen is tenminste 14-16 (stamomtrek op 1m hoogte). Onderhoud van de bomen bestaat uit eventueel opkronen en verwijderen van dode takken. De knotbomen kunnen jaarlijks of om het jaar worden gesnoeid. Dit dient bij voorkeur in de wintermaanden plaats te vinden (november-februari).

Groepen struiken Voor de aanplant van de struiken (bosplantsoen maat 60-80cm) in de randen wordt uitgegaan van onregelmatige groepen met een gemiddelde afstand van 1,25m tussen de planten. Het sortiment bestaat uit: • Acer campestre (veldesdoorn) • Salix caprea (geoorde wilg) • Amelanchier lamarckii (krentenboompje) • Cornus mas (kornoelje) • Cornus sanguinea (rode kornoelje) • Corylus avellana (hazelaar) • Sambucus nigra (vlier) • Frangula alnus (sporkenhout) • Viburnum opulus (Gelderse roos) • Ligustrum vulgare (gewone liguster) Onderhoud van de heesteraanplant bestaat uit het enkele keren per jaar verwijderen van onkruid gedurende het eerste jaar na aanplant om te voorkomen dat de jonge aanplant wordt overwoekerd. Daarna dient slechts gesnoeid te worden op het moment dat takken in de weg hangen. Om te voorkomen dat de struikpartijen te groot en “hol” worden is het verstandig om na 7 tot 10 jaar (afhankelijk van de groei­snelheid) een deel van de heesters terug te snoeien tot ca. 10-20cm boven de grond. De heesters zullen hierna weer gewoon uitlopen. Het heeft de voorkeur om dit gefaseerd te doen, zodat niet alle beplanting ineens verdwijnt.

Bloemrijk grasland Een deel van de landschappelijke inpassing bestaat uit het toepassen van bloemrijk grasland. Voor de aanleg van bloemrijk grasland zijn twee methodes gebruikelijk. In het eerste geval wordt de aanwezige graszode gescheurd en gefreesd. Vervolgens wordt geëgaliseerd en kan het gebied worden ingezaaid met een kruidenmengsel. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van een mengsel van één van de betere aanbieders van dergelijke kruidenmengsels zoals Biodivers of Cruijdthoeck. Voordeel van het toepassen van deze mengsels is dat deze bedrijven hun zaad zelf telen en er gegarandeerd inheems materiaal gebruikt wordt, waardoor er geen Poolse klaprozen of zonnebloemen teruggevonden worden. Onderhoud bestaat vervolgens uit het jaarlijks twee keer maaien. Dit is afhankelijk van de rijkdom van de ondergrond. Het maaisel dient te worden afgevoerd. Eventueel kan het grasland worden bemest door ruige stalmest toe te passen (geen drijfmest).

Bomenbestand in de tuin in combinatie met het toekomstige oppervlak. Landschappelijk inpassingsplan Vieruitersten 24, Meijel

10

De tweede methode om bloemrijk grasland te realiseren is het toepassen van verschralingsbeheer door jaarlijks twee maal te maaien en af te voeren. Hierdoor wordt de bodem minder rijk en krijgen kruiden een kans. Dit kan versterkt worden door tevens een kruidenmengsel in te zaaien en dat enkele keren te herhalen.

5.5 Conclusie De formeel benodigde landschappelijke inpassing, bedraagt 3.482m2. In totaal wordt 7.785m2 aan groene elementen toegevoegd ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het initiatief. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de inpassingseis.

Maaien dient gefaseerd plaats te vinden met eenmaaibalk of cirkelmaaier, waarbij telkens 15-30% van het areaal ongemaaid blijft. Na het maaien blijft het maaisel nog 2 à 3 dagen liggen, voordat het opgeruimd wordt. Daarbij komt dat de bestaande tuin en de toekomHierdoor kan zaad uit het maaisel vallen en hebben insecten de kans een stige beplanting rondom de bedrijfsgebouwen niet goede schuilplaats te zoeken. is meegerekend bij de landschappelijke inpassing, hoewel ook deze bijdragen aan de groene uitstraTer plaatse van de buitenbak en de graspiste (tegenover de bebouwing) ling van het geheel. worden alleen paarden bereden. De paarden krijgen hier geen kans om van het gras te eten. Bij de grasstroken met de hagen tussen de padTenslotte heeft er geen waardering plaatsgevondocks zal slechts een smalle strook gras (ca. 50cm) buiten de paddocks den van de vorm, kleur en het materiaalgebruik kunnen worden opgegeten als gevolg van het plaatsen van hekwerken. van de nieuwe gebouwen. De bedoeling is dat er met hoogwaardige materialen gewerkt wordt, Poel zodat uiteindelijk een kwalitatief hoogwaardige en De poel wordt aangelegd met onregelmatig vormgegeven oevers, groene uitstraling zal ontstaan. waarbij de noordelijke oevers flauwer zijn dan de zuidelijke oevers. De poel krijgt geen afdichting in de vorm van klei of plastic, maar staat rechtstreeks in contact met het grondwater.

Dit komt de kwaliteit van het water in de poel ten goede. Onderhoud van de poel bestaat uit periodiek uitbaggeren. Dit moet gebeuren als het wateroppervlak kleiner is geworden dan 50% van de oorspronkelijke grootte. Bij uitbaggeren is het aan te bevelen ook hier gefaseerd te werk te gaan en niet in één keer de hele poel op te schonen. Hierdoor wordt voorkomen dat alle aanwezige beplanting in de poel wordt verwijderd en krijgt aanwezige fauna gelegenheid om te schuilen in andere delen van de nog aanwezige beplanting.

5.4 Oppervlaktes In het plan is veel ruimte voor een goede en stevige landschappelijke inpassing in de vorm van diverse groene elementen. In totaal betreft dit een oppervlak van 7.788m2. Bestaande uit 4.920m2 bloemrijk grasland en 2.868m2 opgaande groenelementen. In de tabel is opgenomen wat het oppervlak per onderdeel is. (Hierbij is geen inpassing op de eigendommen van het waterschap meegenomen.)

Element

lengte (m)

Watergang met knotwilgen en haag knotwilgen (Salix alba) hagen bloemrijk gras Bomenrij populieren (Populus alba) verspreide struikgroepen Inpassing paddocks haagbeuken in de driehoeken hagen bloemrijk gras Inpassing weide en rijbak bloemrijk gras (inclusief onder de populierenrij) verspreide struikgroepen Poel bomen wateroppervlak + oever Overgang naar natuurgebied bomen verspreide struikgroepen bloemrijkgrasland (incl zaksloot noordoost)

210

310

aantal (stuks)

oppervlak (m2)

34

68 105 850

14

28 375

16

32 155 1.670 1.700 625

6

12 1.300

9

18 150 700

7.788

Totaal

Tabel met overzicht van de landschappelijke inpassing overgang naar natuur inpassing paddocks

knotwilgen met haag

poel inpassing weide en rijbak

bomenrij Overzicht landschappelijke inpassing

Landschappelijk inpassingsplan Vieruitersten 24, Meijel

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=74abf3a0-7f0f-4d2d-a776-e92cc2edc9cf