2024-067 15 Bijlage 8 bij de toelichting - Quickscan Flora en fauna (geanonimiseerd)
Tekst van het document
B 4O
titel
rapport
Quickscan
fauna
flora en
'Laefplein’
te
Maasbree daturm 28
februari
2023
projectnummer
P05446 opdrachtgever
Schroen Projectontwikkeling B.V. BRO
“Wiesnieuwe oevers wil bereiken,
moet het water totzijn weg-maken.” (geanonimiseerd) ï
BA4O Ruimte
| om
inte
even
BIO
Inhoudsopgave 1
Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna
2
Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie
3
Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden
4
5
6
>
“oo
Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen
10
Grondgebonden zoogdieren
10
Reptielen
1
Amfibieën
11
Vissen
1
Ongewervelde diersoorten
1
Vaatplanten
1
Conclusie
12
Vervolgtraject en advies
12
Soortgericht onderzoek
12
AERIUS-berekening
12
Samenvatting Geraadpleegde bronnen
14
dinsdag 28 februari 2023
15
1 Inlei
BIO
1
Quickscan flora en fauna ’Laefplein’ te Maasbree
Werkwijze quickscan flora en fauna
Inleiding
In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in over-
afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die van-
eenstemming met de nationale natuurwetgeving en het pro-
uit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn be-
vinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader
schermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure 'Soor-
van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de her-
tenbescherming bij ruimtelijke ingrepen' van het Ministerie
ontwikkeling van de Baarlosestraat en Dorpstraat te Maas-
van
Economische
Zaken
van
december
2016.
bree, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de moge-
ljke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving.
De bescherming van de natuur is per f januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habftatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescher-
Om een beeld t krijgen van de natuurwaarden is op 23 juni 2022 tussen 09.00 — 10.00 uur door een ecoloog van BRO! een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 22°C, zonnig, met een zuidwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek i gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daamnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van 'expert judgement’ nagegaan welke beschermde plan-
Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbe-
ten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gege-
scherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Neder-
vens van de provincie Limburg geraadpleegd. Aan de hand
land (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur
van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld
(EHS).
welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) ko-
ming opgenomen.
men binnen het plangebied en is er vervolgens een inschat-
ting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden
1
_ BRO s d van het Netwerk Groene Bureaus (NGB).
Het NGB is de brancheorgaisalie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehariging.
Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door
het NGB vastgastelde gedragseode (versie juni 2008, aangevuid in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
dinsdag 28 februari 2023
B4O
2
ora e
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen aan de Baarlosestraat en de Dorpstraat ten oosten van het centrumgebied van Maasbree. In fi-
guur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een autogarage met bijbehorende stalling en parkeergelegenheid, een bakkerij, caté De Pool en het openbare gebied rondom.
igging plangebied (1:25.000)
Figuur 1:
Topografischeka
Figuur 3:
Toekomstige situatie plangebied
In de directe
omgeving van het plangebied zijn enkele horecagelegenhe: den aanwezig en voornamelijk woningen,
Verder ten westen
van het plangebied is het centrumgebied van de kern Maasbree gelegen. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 /m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto's die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
Toekomstige situatie Het beoogde planvoornemen voorziet in de herontwikkeling van het gebied rondom de Baarlosestraat en Dorpstraat te
Maasbree.
Beoogd wordt om de huidige autogarage en de
bakkerij te slopen en ter plaatse nieuwe horecagelegenhe: den en appartementen te realiseren. Tevens wordt café De
Pool (Dorpstraat 67) uitgebreid.
Tot slot wordt het gehele
openbare gebied heringericht ten behoeve van terrassen en de verkeersveiligheid rondom dit gebied.
Figuur 3 geeft een
beeld van de toekomstige situatie
insdag 28 februari 2023
Figuur2:
Luchtfoto plangebied en direct
n’
te Maasbree
B4O
dinsdag 28 februari 2023
2 Planbeschrijving
Quickscan flora en fauna ‘Laefplein’ te Maasbree
5
3 Toetsing gebiedsbescherming
BIO
3
Quickscan flora en fauna
Toetsing gebiedsbescherming
‘Laefplein’ te Maasbree
Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van meer-
dere appartementen en commerciële ruimtes betreft, is een toename aan stikstofuitstoot gedurende de gebruiksfase te verwachten.
Een toename van stikstofdepositie op een Na-
Wettelijke gebiedsbescherming
tura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening dient uit te wijzen of er
De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebieds-
een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.
bescherming, betrekking op de Europees beschermde Na-
tura 2000-gebieden. De Vogelrichtljn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten,
plannen en activíteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoor-
deeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogeljk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, "Deurnsche Peel & Mariapeel”, bevindt zich op circa 9 kilometer afstand ten
noordwesten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie
van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trilingen uitgesloten.
Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden, waarbij een partiële vrjstelling geldt
voor stikstofuitstoot tijdens de bouw:-, aanleg- en sloopactiviteiten. Daardoor hoeft in beginsel alleen voor de gebruiksfase een berekening te worden uitgevoerd; een berekening
voor de aanlegfase kan achtewege blijven.
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid ‘Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen
Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd 'Natuumetwerk Nederland’. Zij
wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren.
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voor-
heen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de pro-
vincie Limburg bestaat het NNN uit de goudgroene natuurzone. Daarnaast worden ook de zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone beleidsmatig beschermd. Het
netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelIngsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen
tuurzone (geel), bronsgroene landschapszone (blauw) ten
opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelij-
kerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van de goudgroene na-
tuurzone wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Het plangebied is niet gelegen binnen de goudgroene natuurzone, de zilvergroene natuurzone of de bronsgroene landschapszone (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel
van het de goudgroene natuurzone ligt ongeveer 590 meter ten zuidoosten van het plangebied. Gezien de aard van de
dinsdag 28 februari 2023
Figuur 10:Ligging goudgroene natuurzone (groen), zilvergroene na-
3 Toetsing gebiedsbescherming
BIO
Quickscan flora en fauna
Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuur-
bescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twin-
tig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder arti-
kel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Winb).
Indien er geen bezwaar is om de houtop-
standen te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw
aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud.
Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom be-
vindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij di plan niet aan de orde.
dinsdag 28 februari 2023
‘Laefplein’ te Maasbree
4 Toetsing soortenbescherming
BIO
4
Quickscan flora en fauna ‘Laefplein’ te Maasbree
Toetsing soortenbescherming
soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend.
Voor
Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de
de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware
aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van
toetsing.
de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorg-
Het verschil binnen provincies zit vooral in het aan-
tal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij on-
plicht’ (art. 1.11 Wnb).
Deze zorgplicht houdt in dat de initia-
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbe-
der meer ruimtelijke ontwikkelingen.
Zo zijn, in tegenstelling
tiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aan-
scherming, betrekking op alle in Nederland n het wild voor-
tot de meeste provincies, eekhoorn, steenmarter, hazelworm
wezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
komende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën,
en levendbarende hagedís vrijgesteld n bepaalde periodes in het jaar in de provincie Limburg.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of ver-
een aantal vissen, libellen en viinders, enkele bijzondere en
storen in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de
min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
Tabelt
« Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) e _ Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) « _ Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb) Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit‘bijlage A en B' van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtljn, de soorten uit Bilage
1 en 2 Verdrag van Ber, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie be-
Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
ArtHet 3.1is verboden lid 1 in het wild levende vo-
ArtHet 3.5is verboden lid 1 soorten in hun natuur-
ArtHet 310 lid 1a is verboden soorten opzettelijk te
ljke verspreidingsgebied opzettelijk te
doden of te vangen
gels opzettelijk te doden of te vangen
(artikel 3.5 Wnb)
doden of te vangen Art3.1lid2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten,
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te be-
Het is verboden de vaste voorlplan-
rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Art3.1
Het is verboden eieren te rapen en
Het is verboden
deze onder zich te hebben
de natuur opzettelijk te vernielen of te
verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatricht-
ljn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstem-
men op de situatie n de provincie.
De soortbescherming kan
hierdoor per provincie verschillen.
In het algemeen gelden
voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een onthefing hierop wordt voor de Nationaal beschermde
dinsdag 28 februari 2023
tingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzetteljk te beschadigen of te vernielen
lingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Eurorespectievelijk de Vogelrichtljn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal' beschermde soorten (categorie 3) gelden
lid 3
schadigen of te vernielen
schermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepapese soorten (categorie 1 en 2 zijn letterlijk overgenomen uit
(artikel 3.10 Wnb)
Art. 3.5 lid 3
eieren van dieren in
rapen Art 3.1
lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels opzettelijk te
Hetis verboden dieren opzettelijk te
storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van in-
verstoren
standhouding van de desbetreffende vogelsoort Art 3.5
id 5
Art3.10
id
1C
Het is verboden plantensoorten n hun natuurlijke verspreidingsgebied opzet-
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzet-
telijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
telijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
4 Toetsing soortenbeschermi
BIO jongen.
Quickscan flora en fauna ‘Laefplein’ te Maasbree
De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en die-
over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broed-
zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen.
De
ren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze be-
plaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (categorie
kleine eenheden opgaand groen binnen het plangebied be-
schermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is ver-
4-soorten’)
treffen geen essentieel leefgebied voor de huismus, gezien er voldoende alternatief jaarrond blijvend groen aanwezig is
leend.
De bebouwing aan de Baarlosestraat 3 heeft een plat dak
in de directe omgeving van het plangebied.
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermings-
met bitumen bedekking. De dakrand sluit goed aan op de ge-
regimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen ac-
vels, waardoor er geen openingen naar eventuele ruimten
Toetsing
tiviteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er
onder het dak aanwezig zijn. Binnen de gevels zijn geen ope-
Bij sloop van de bebouwing aan de Baarlosestraat 3 gaan
effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinci-
ningen die kunnen dienen als nestlocatie voor huismus of
geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde
ale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een
gierzwaluw.
status verloren.
alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief
De bebouwing aan de Baarlosestraat 7 heeft een zadeldak belegd met platte dakpannen. Niet alle dakpannen liggen
Bij sloop van de bebouwing aan de Baarlosestraat 7 bestaat
effect kan plaatsvinden.
Indien dit niet mogelijk is, zal onthef-
de kans dat er één of meerdere
nesten
van de huismus ver-
fing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig
recht, waardoor er openingen naar ruimten onder het dak-
loren gaan,
wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De
pannen aanwezig zijn. Bij de noord en zuidgevel zijn openingen tussen de gevel en dakgoot aanwezig, waardoor huis-
Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich onder de daken van de gebouwen nesten van de huis-
ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend.
mus mogelijk toegang heeft tot achterliggende ruimten. Daar-
mus of gierzwaluw bevinden. Op basis van het vervolgonder-
Vogels
naast zijn er openingen aanwezig rond de dakkapellen. Gierzwaluw kan worden uitgesloten, omdat voor deze soort geen geschikte nestholten aanwezig zijn.
zoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt
In de 'Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ van
de provincie Limburg (6 december 2017) is een aangepaste ljst met jaarrond beschermde nesten gepubliceerd. Hier
wordt onderscheid gemaakt n verschillende categorieën vogelnesten die beschermd zijn binnen de provincie Limburg. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend be-
schermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten
maken, Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten ('categorie 13 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving
jaarrond beschermd. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die
De bebouwing aan de Dorpsstraat 67 heeft een zadeldak be-
legd met platte dakpannen gelegen in beton. Enkele dakpannen liggen scheef, waardoor er openingen naar ruimten on-
De aanbouw aan de Dorpsstraat 67 is tegen de oostgevel van de huidige bebouwing gesitueerd. Indien er werkzaam-
der de dakpannen aanwezig zijn. De aanwezigheid van een
heden plaatsvinden aan het dak van de huidige bebouwing
nestlocatie van huismus i niet
zal vervolgonderzoek moeten uitwijzen of er een nestlocatie
uit te sluiten op basis van
deze quickscan. Direct ten oosten van de bebouwing, waar
van huismus aanwezig voordat de werkzaamheden kunnen
de uitbouw is voorzien, is een parkeerplaats aanwezig. Ge-
worden uitgevoerd. Indien de huidige bebouwing behouden
zien het ontbreken van bebouwing kan de aanwezigheid van
bljft n huidige staat, gaan geen nestlocaties van soorten met
een nestlocatie van een gebouwbewonende vleermuissoort
een jaarrond beschermde status verloren.
hier worden uitgesloten.
Bij de werkzaamheden kunnen tevens nesten verloren gaan In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied
die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogel-
bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van
soorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand
vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen hier mo-
groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelij-
gelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus,
dinsdag 28 februari 2023
Nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd.
4 Toetsing soortenbeschermi
BIO
Quickscan flora en fauna ‘Laefplein’ te Maasbree
kerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrek-
zijn er openingen aanwezig rond de dakkapellen. De aanwe-
Grondgebonden zoogdieren
king tot broedvogels.
zigheid van een rust- of verblijfplaats van een vieermuissoort
Het plangebied vormt weinig geschikt habitat voor grondge-
kan niet worden uitgesloten op basis van deze quickscan.
bonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aan-
De bebouwing aan de Dorpsstraat 67 heeft een zadeldak be-
wezigheid van voldoende altemnatief foerageergebied betreft
zigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij
legd met platte dakpannen gelegen in beton.
twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat
langs de dakrand geen kieren of openingen aanwezig.
de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een
In de Wet natuurbescherming wordt
geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen.
Glo-
baal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half au-
gustus worden aangehouden.
Geldend is echter de aanwe-
Hierdoor zijn e Bin-
broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle
nen de gevels zijn geen open stootvoegen, kieren of andere
provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling.
hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen
openingen naar ruimten in de spouw of gevel aanwezig.
De
van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de
zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken
aanwezigheid van een rust- of verblijplaats van een vleer-
werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel)
van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van in-
muissoort kan redelijkerwijs worden uitgesloten.
aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als
standhouding van [okale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen
Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging
is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen:
gewone
dwergvleermuis, ruige dwergvieermuis, rosse vieermuis, laat-
vlieger, gewone grootoorvleermuis,
bosvieermuis en water-
vleermuis.
De bebouwing aan de Baarlosesraat 3 heeft een plat dak met bitumen bedekking.
De dakrand sluit goed aan op de ge-
vels, waardoor er geen openingen naar eventuele ruimten onder het dak aanwezig zijn. Binnen de gevels zijn open stootvoegen, kieren of ander openingen naar ruimten in de
spouw of gevel aanwezig.
De aanwezigheid van een rust- of
verblijfplaats van een vieermuissoort kan redelijkerwijs worden uitgesloten. De bebouwing aan de Baarlosestraat 7 heeft een zadeldak
belegd met platte dakpannen. Niet alle dakpannen liggen recht, waardoor er openingen naar ruimten onder het dakpannen aanwezig zijn.
Langs de noordelijke dakrand zijn en-
kele kieren aanwezig tussen gevel en gevelpannen, die toegang geven tot achterliggende ruimten (figuur 5). Daarnaast
dinsdag 28 februari 2023
In het kader
de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit Eris geen sprake van potentieel (essentieel) foerageerge-
houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te
bied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als
worden
grote hoeveelheden opgaand groen, opperviaktewater en
moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstan-
lijnvormige landschapselementen.
dig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen
om
het doden van individuen te voorkomen.
Dieren
soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkToetsing
gebied
De bebouwing aan de Baarlosestraat 3 en Dorpsstraat 67
bevat geen potentiële verblifplaatsen. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (po-
Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving
tentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblij-
marter, eekhoor, das, waterspitmuis en bever voor. Gezien de binnenstedelijke ligging, de beperkte omvang en het rela-
plaatsen
van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten steen-
tief stenige habitat, betreft het hier geen essentieel habitat
Bij de sloop van Baarlosestraat 7 bestaat de kans dat er één of meerdere verblifplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond be-
voor de steenmarter. Er zijn geen holen of nesten in de bebouwing, in de grond of in de bomen aangetroffen die zou-
schermd.
Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van
Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te
den kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soort.
worden of zich in de te slopen bebouwing verblijfplaatsen van
de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetspo-
een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolgon-
ren, latrines of wissels de duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. Gezien het ontbreken van oppervaktewater binnen en rond het plangebied kan de aanwezigheid van waterspitsmuis en bever worden uitgesloten. De aanwezigheid van andere strenger be-
derzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop
sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde i alvorens er mag worden gesloopt.
schermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van
10
4 Toetsing soortenbescherming
BIO
Quickscan flora en fauna ‘Laefplein’ te Maasbree
de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt
een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijge-
plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habi-
habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.
stelde) soort is enke! de zorgplicht van toepassing
tat aanwezig
Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblifplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat
Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt
Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van be-
essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, in-
schermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgeslo-
er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden
breuk op de gunstige staat van instandhouding van popula-
ten.
zoogdiersoort verloren.
ties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten.
Inbreuk op de gunstige staat van in-
In het
standhouding van [okale populaties van soorten en overtre-
kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om
ding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg
voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende indivi duen
Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde
soorten bekend als blaasvaren, kluwenklokje, pijlscheefkelk
te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.
en wolfskers. Deze soorten stellen echter zeer specifieke ei-
Vissen
Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het
sen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwe-
Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de om-
plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden
zigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs
geving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden n de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor
gelaten.
uitgesloten.
Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van be-
Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van be-
deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is
schermde vissen zijn op voorhand uitgesloten
schermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
Reptielen
daarmee dan ook uitgesloten. Ongewervelde diersoorten Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën
In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvo-
gelvlinder, spiegeldikkopje, teunisbloempijlstaart en rivierrombout. Al deze soorten stellen echter zeer speifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten
Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlin-
bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en
ders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uit-
kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen
gesloten. Aantasting van (deel)populaties van een be-
van de niet vrijgestelde Alpenwatersalamander bekend. Het
de orde.
plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van deze soort binnen
wervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het
schermde
libellen- of vlindersoort is met zekerheid
niet aan
De aanwezigheid van de overige beschermde onge-
het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot
dinsdag 28 februari 2023
17
5 Conclusie
BIO 5
Quickscan flora en fauna ‘Laefplein’ te Maasbree
Conclusie
Vervolgtraject en advies
kraamverblijf dienen alternatieve kraamverblijven zelfs mini-
Soortgericht onderzoek
maal een volledig kraamseizoen (mei - juli) aanwezig te zijn geweest tegelijkertijd met de huidige verblijfplaats.
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorge-
De sloop van de bebouwing binnen het plangebied kan nega-
nomen plan alleen in overeenstemming met de nationale na-
tieve gevolgen hebben voor vleermuizen en/of huismus, wat
tuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitge-
een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuur-
voerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de
bescherming betreft.
werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming
volgonderzoek eerst inzichtelijk moeten worden of in de hui-
in acht wordt genomen:
dige situatie nest- of verblifplaatsen aanwezig zijn van de be-
Daarom zal middels soortgericht ver-
treffende soort(groep)en.
° _ Met betrekking tot de sloop van Baarlosestraat 7 zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van nestlocaties van huismus en verblijfplaatsen van
een vieermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven; « _ Indien er werkzaamheden plaatsvinden aan het dak van
muizen loopt van half mei tot en met eind september. Een onderzoek naar de huismus begint echter al eerder en loopt
Indien de project-
planning van essentieel belang is, adviseert BRO om vooraf aan het vieermuizenonderzoek al alternatieve verblijfplaatsen
te plaatsen, conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de te verwachten soorten en verblijffuncties.
Hier-
mee kan eventuele vertraging van de planning worden be-
Daarnaast dient voor het verwijderen van de huidige nest- en verblijfplaats een ontheffing te worden aangevraagd bij de
huismus- en/of gierzwaluwnesten zal door het treffen van maatregelen; zoals het aanbieden van tjdelijke nestkasten, van de nieuwe situatie, de functionaliteit van de nesten be-
houden blijft in huidige staat, gaan geen nestlocaties van
houden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voorkomen. Bij de aanwezigheid van een vaste rusten verblijfplaats van een vieermuizensoort is één van de on-
soorten met een jaarrond beschermde status verloren.
derdelen van de noodzakelijke maatregelen het tjdig aanbie-
den van temporele alternatieve verblijfsmogelijkheden (bijvoorbeeld vieermuiskasten). Afhankelijk van de aanwezige
heden te berekenen;
verblijfsfunctie(s), dienen meerdere geschikte alternatieve
Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen
verblijfsmogelijkheden te worden aangeboden die de te ver-
van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden
gen. Daarbij geldt conform de Wet natuurbescherming voor
uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
de vervanging van verblijfplaatsen, afhankelijk van de aange-
« _ Inhet kader van de algemene zorgplicht is het noodza-
mer is dat vaak een extra jaar tijdverlies.
Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een of meerdere
volgonderzoek moeten uitwijzen of er een nestlocatie van huismus aanwezig voordat de werkzaamheden kun-
« _ Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaam-
verstoren ervan kan worden gesloopt. Voor een initiatiefne-
perkt.
werken buiten de gevoelige periode en het geschikt maken
Indien de huidige bebouwing be-
pas in het seizoen na het verlenen van de ontheffing voor het
van april tot half mei.
de huidige bebouwing aan de Baarlosestraat 3, zal ver-
nen worden uitgevoerd.
e
Een vervolgonderzoek naar vleer-
Dit kan tot
gevolg hebben dat bij het aantreffen van een verblijfplaats
storen/verwijderen verblijplaatsen (tjdelijk) kunnen opvan-
troffen verblijsfunctie, een gewenningsperiode van minimaal
betreffende provincie of omgevingsdienst, in dit geval de Pro-
vincie Limburg. Een ontheffingsaanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werk zaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de planning in zijn
opgenomen. Na het verkrijgen van de ontheffing kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de
ontheffing wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De Provincie Limburg neemt normaliter binnen 13 weken een besluit over de aanvraag. Indien nodig kan dit ter-
mijn met 7 weken worden verlengd AERIUS-berekening
3 à 6 maanden waarin vleermuizen actief zijn, alvorens met
kelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke ge-
de sloopwerkzaamheden ter plaatse van de verblifplaats mag worden gestart. De wintermaanden mogen hierbij dus
Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUS-
daan
niet worden meegerekend.
berekening uitgevoerd worden. Als uit deze berekeningen
dient te worden
voorkomen.
dinsdag 28 februari 2023
om
het doden
van
individuen
te
Bij de aanwezigheid van een
blijkt dat bij de gebruiksfase niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitatten, kunnen
12
5 Conclusie
BIO
Quickscan flora en fauna ‘Laefplein’ te Maasbree
negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het aspect
stikstofdepositie geen aparte (Wet natuurbescherming)vergunning benodigd.
Als uit de berekening een resultaat komt
boven 0,00 dienen vervolgstappen ondernomen te worden.
Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens nodig voor de gebruiksfase.
Als het gebouw gas-
gestookt wordt,is informatie nodig over de stikstofemissie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gas-
verbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen gekeken te worden naar de verkeersgeneratie. Dat zijn alle vervoersbewegingen die samenhangen met het
gebruik van het nieuwe gebouw. Er dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personenauto's en
kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vrachtwagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).
dinsdag 28 februari 2023
13
6 Samenvatting
BIO
6
Quickscan flora en fauna ‘Laefplein’ te Maasbree
Samenvatting
Tabel2
Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen
ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen
Natura 2000
Ca.9km
Nee
-
Geen externe verstorende factoren
| Ca. 590 m
Nee
-
Ecologische waarde
zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstra-
Natuurnetwerk Neder-
jecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescher-
land
en kenmerken blijven
gelijk
ming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Houtopstanden
Tabel3
-
Nee
-
Niet van toepassing
Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Algemeen
Ja
Te voorkomen
Jaarrond beschermd
Ja
Mogelijk
Broedvo-
99
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf
| Globale broedseizoen loopt van maart tot half au gustus
Vervolgonderzoek naar huismus bij Baarlose- _ || Bijnodigaanwezigheid is voor de sloop een ontheffing
straat7; Indien er werkzaamheden plaatsvinden aan hef dak van de huidige bebouwing aan de
Baarlosestraat3 is vervolgonderzoek naar huismus aan de orden
Mogelijk
Vervolgonderzoek naar gebruik van Baarlosestraat 7 door vleermuizen
Foerageerhabitat | Nee
Nee
*
Viegroutes
Nee
Nee
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Reptielen
Nee
Nee
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Vissen
Nee
Nee
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
Vaatplanten
Nee
Nee
z
Vleermuizen
Verblijfplaatsen
Grondgebonden zoogdieren
dinsdag 28 februari 2023
Ja
|
Bij aanwezigheid is voor de sloop een ontheffing nodig
Heeft betrekking op een soort als de egel
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad =
6 Samenvatting
BIO
Quickscan flora en fauna ‘Laefplein’ te Maasbree
Geraadpleegde bronnen
Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)
Algemene Literatuur
°
°
Creemers, R.C.M.
& J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.)
2009.
De amfibieën en reptielen van Nederland. Neder-
landse
Fauna 9. Nationaal
Natuurhistorisch
Museum
websites
van Buggenum, H.J.M., R.P.G. Geraerds & A.J.W. Lenders (red.) 2009. Herpetofauna van Limburg. Versprei-
turalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Neder-
ding en ecologie van amibieën en reptielen in de peri-
land, Leiden.
ode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg,
Dietz C.
O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen.
Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. «
Na-
Provinciale
De Fon-
Maastricht.
Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbe-
tein/Tirion Uitgevers, Utrecht.
scherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg,
Limpens, H. J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermui-
Gedeputeerde Staten van Limburg, 6 december 2017
zen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. * _ Ministerie van Economische
Zaken 2016. Soortenbe-
scherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, decem-
Hermans, J.T., R.W.
Weele & H.W.G.
Akkermans,
F. Mertens, J. van der
Heijligers 2004. Werkatlas libellen in
Limburg. Inventarisatiegegevens periode 1977-2003.
KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Neder-
Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond. Huizinga, C.E., L.S.G.M. Verheggen & R.W. Akkermans 2005. Werkatlas zoogdieren in Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond. Huizinga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coslen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen 2010. Zoogdieren van Limburg. Verspreiding en ecologie in de
land, Leiden.
periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg,
ber 2016.
Haag. e _ SOVON
Ministerie van Economische
Zaken,
Vogelonderzoek Nederland 2002.
Den
Atlas van de
Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum
Naturalis,
Maastricht.
Algemene websites ° _ BIJjf2.nl (kennisdocumenten van 0.a. huismus, gierzwa-
Kurstjens, G., B. Peters & K. van Looy 2010. De flora van het Maasdal.
Ontwikkelingen van bijzondere soorten
« _ Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)
sinds de start van natuurontwikkeling vanaf 1994. Deelrapport 7. Kurstjens ecologisch adviesbureau, Beek-Ub-
« _ Floron.nl (soortgegevens planten)
bergen / Bureau Dríft, Berg en Dal / INBO, Brussel.
* _ Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)
Natuurgegevensprovincielimburg.nl (natuurgegevens
° _ Sovon.nl (soortgegevens vogels) * _ Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden) e _ Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens
provincie Limburg)
Iuw en diverse vleermuissoorten)
Polviewer.nl (NNN en beschermde gebieden in Limburg)
planten)
« _ Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) « _ Wetten.overheid.n/BWBR0037552/2019-01-01
(wettekst
Wet natuurbescherming)
dinsdag 28 februari 2023
15
Hoofdvestiging Boxtel
Bosscheweg 107 5282 WV
Boxtel
T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam
ENORENSEEN) Vestiging Venlo Industriestraat
94
5931 PK Tegelen
www.bro.nl
| info@bro.nl
T 431
(0)77 373 0601