2024-067 14 Bijlage 7 bij de toelichting - Archeologisch onderzoek (geanonimiseerd)
Tekst van het document
ydrologie, ecologie
RAPPORT
Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Dorpstraat-Baarlosestraat (ong.) te Maasbree
(gemeente Peel en Maas)
AM22179
X aeres «mllieu EN
RAPPORT
Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Dorpstraat-Baarlosestraat (ong.) te Maasbree (gemeente Peel en Maas) Aeres ISSN
Milieu Projectnummer
apport
Nummer
AM22179
Definitief (versie 3)
2214-5656
Datum
31
Opdrachtgever
BRO
mei
Industriestraat 94
5931 PK Tegelen
Opsteller
rapport
Paraaf
Redactie
Paraaf
Vrijgave Paraaf
Aeres
Milieu
Noordhoven 6042
NW
B.V.
4
ROERMOND
(00475 - 320000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
K 4002
+ 4003
Disclaimer
Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd
volgens de algemeen
gebruikelijke
inzichten
en methoden
(opzet conform
de geldende
richtlijnen en protocollen) Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke bestissingen die de opdrachtgever naar aanleiding
van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Paginal
2
AM22179
D e o EN
INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING.
4
ADMINISTRATIEVE
GEGEVENS
6
1. INLEIDING 2
_
WERKWIJZE
10
_ Inleiding _ Verkennend veldonderzoek door middel van boringen.
10 10
BUREAU-ONDERZOEK
12
31
_
12
32 33 34
_ Landschappelijke situatie - bodem. _ Bewoningsgeschiedenis — historisch overzicht _ Bewoningsgeschiedenis — archeologische waarden
13 14 15
35
_
17
21 22 3.
_
4 5.
7
landschappelijke situatie - geomorfologie
Bewoningsgeschiedenis — historisch kaartmateriaal
_
VERWACHTINGSMODEL.
20
_
VELDWERKZAAMHEDEN
23
51 5.2 53
_ Algemeen _ Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw. _ Interpretatie
23 24 26
54
_ Archeologische indicatoren
26
6. CONCLUSIE
61 62 7.
_
cexlo\uwäèwruË
27
_ Algemeen _ Beantwoording onderzoeksvragen
27 27
AANBEVELINGEN
29
Topografische ligging onderzoeksgebied Boorpuntenkaart Archeologische gegevens cf. Archis 3
Archeologische Beleidskaart gemeente Peel en Maas Gemeente Landschappelijk eenhedenkaart Overzicht geomorfologische kaart Overzicht
bodemkaart
Reliëfkaart
Boorkernbeschrijvingen
Paginal
3
AM22179
D zm o (\
SAMENVATTING Op 12 juli 2022 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de DorpstraatBaarlosestraat (ong) te Maasbree (gemeente Peel en Maas).
De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een Bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de inrichting van een plein met horecagelegenheden en nieuwbouwwoningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen
waarschijnlijk
tot in het archeologische
niveau
worden
verstoord.
Er wordt
vooralsnog
nieuwbouw zal de bodem
uitgegaan
van
een
standaard
funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van tenminste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Maatregelenkaart van de gemeente Peel en Maas in de zone Waarde — archeologie
3
(Overige
AMK-terreinen
en
historische
bewoningskemen).
Voor
deze
verwachtingszone
geldt
een
onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m! Er geldt geen dieptegrens. Op basis van de omliggende geomorfologische eenheden en de reliëfkaart ligt het plangebied zeer waarschijnlijk op de overgang van een hooggelegen dekzandrug (circa 29,8 meter +NAP) naar een droogdal (circa 26,7 meter +NAP).
De flanken van de
dekzandruggen langs een voormalig watervoerend dal zullen ideale bewoningslocaties voor jager-verzamelaars zijn geweest. Vanwege de ideale landschappelijke ligging wordt een hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum.
De ligging op de flank van een dekzandrug zal voor latere landbouwende samenlevingen ook een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. Bekende vindplaatsen uit de late prehistorie en Romeinse tijd liggen op de flanken en top van de dekzandrug die ook binnen
het plangebied
kan worden
verwacht. Voor
het plangebied
geldt daarom
een
hoge verwachting voor zowel
nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen.
Het plangebied ligt aan de Dorpstraat en de Baarlosestraat in de historische kern van Maasbree. Het noordelijk deelgebied is op de Tranchotkaart (1803-1820) en het kadastraal minuutplan (1811-1832) bebouwd met een woning aan de oostrand van de
historische kern. Deze bebouwing is tussen 1900 en 1950 gesloopt. Sindsdien s deelgebied noord onbebouwd. In het zuidelijk deelgebied is sinds 1850 en 1956 bebouwing aanwezig. Vanwege de ligging aan het historisch bewoningslint van Maasbree kunnen
er historische funderingen
binnen
beide deelgebieden
worden
aangetroffen.
Ook
is de verwachting
dat er nog
ijgebouwen en/of waterputten aanwezig zijn. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd.
Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen atere invloeden. Mogelijke vuursteenvindplaatsen kunnen echter verstoord zijn geraakt bij de aanleg van het plaggendek en de eerste bewerking ervan. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder
goed: door de lage grondwaterstand (GWT V en VII) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven.
Pagina|
4
AM22179
D zm o (\
Op basis van het verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een AC-bodemprofiel.
De bodem
binnen
het zuidelijk deelgebied
is tot circa 80 centimeter
in de C-horizont
(ercheologisch niveau) verstoord. Een dergelijke verstoring is van dermate grootte, dat de kans op intacte archeologische resten ‚en ondiepe sporen uit de periode laat-paleolithicum — late middeleeuwen laag wordt geacht. Op basis hiervan wordt voor het zuidelijk deelgebied de verwachting voor het neolithicum - late middeleeuwen bijgesteld van hoog naar laag. Echter, gezien de ligging in de historische kern van Maasbree kan in het zuidelijk deelgebied niet uitgesloten worden dat er historische bebouwing aanwezig was, al dan niet bestaande uit bijgebouwen (schuur, stal) van de omringende bebouwing. In
het noordelijk deelgebied kunnen, op basis van de historische kaarten, resten van historische bebouwing aanwezig zijn. Op basis hiervan blijft de hoge verwachting voor de periode nieuwe tijd gehandhaafd. Een veldonderzoek middels boringen is geen geschikte methode voor het opsporen van dieper ingegraven heterogeen verdeelde sporen, zoals muren en funderingsresten.
Om deze redenen wordt voor beide deelgebieden een vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (Pv£) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas).
De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas) en akkoord bevonden en zal op basis van het uitgebrachte advies een besluit nemen. Wij betekent dat al bodemverstorende
willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet
of voorbereidende activiteiten ondernomen
kunnen worden.
Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en de conventionele methoden. Het doel van dit onderzoek is het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.
1 LM. van Luling (ArchAeO), 9-5-2023: Herbeoordeling Aeres-rapport AM22179 (Concept (versie 2, 30-1-2023). Paginal
S
AM22179
D e o EN
ADMINISTRATIEVE
GEGEVENS
Projectnummer OM-nummer
zAM22179 :5275906100
Soort onderzoek
: Bureau- en verkennend veldonderzoek d.m‚v. boringen
Adres onderzoekslocatie
: Dorpstraat- Baarlosestraat (ong,) te Maasbree
Toponiem Gemeente Provincie
:Laefplein :Peelen Maas :Limburg
Kadastrale registratie
: Maasbree, sectie K, nummers 248 (gedeeltelijk), 485 (gedeeltelijk), 486, 498 1042 en 1942 (gedeeltelijk).
Coördinaten
: Centrum NW:
201.353; 374.559 201.324; 374614
NO:
201.349;374.625
:
201.371;
zo:
201.400; 374.528
374.505
Oppervlakte
:Circa 2.579 m?
Huidig locatie gebruik
: Autoservice, autogarage, parkeerplaats, bakkerij en café
Aanleiding onderzoek
: Bestemmingsplanwijziging
Opdrachtgever
:BRO
Bevoegde overheid
: Gemeente Peel en Maas
Opslag documentatie en materiaal
: Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te Heerlen/ E-depot
Datum uitvoering
:12en 18 juli 2022
Pagina l 6
AM22179
D zm o (\
1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Dorpstraat-Baarlosestraat (ong.) te Maasbree
Gemeente Oppervlakte
:Peel en Maas : Circa 2.579 m?
Huidig gebruik van de locatie
: Autoservice, autogarage, parkeerplaats, bakkerij en café
Toekomstig gebruik
: Woningbouw, inrichting Laefplein
Dit archeologische onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden in het veld
zijn uitgevoerd onder leiding van een senior KNA-prospector.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een Bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de
inrichting van een plein met horecagelegenheden en nieuwbouwwoningen (Figuur 1). Vooraf aan deze ontwikkelingen is het voornemen de huidige bebouwing te slopen. Het gaat om de gebouwen bij een autogarage en een bakkerij.
Het bestaande café
‘De Pool’ heeft het voornemen aan de oostzijde uitte breiden. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische
niveau worden
verstoord.
Er wordt vooralsnog
uitgegaan van een standaard
funderingsdiepte zonder
onderkeldering en met een bodemverstoring van tenminste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De bevoegde overheid, de Gemeente Peel en Maas, heeft op gemeentelijk niveau een archeologische Beleidskaart vastgesteld.
De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische beleidskaart van de gemeente
Peel en Maas in de zone Waarde
archeologie
deze
3
(Overige
AMK-terreinen
en
historische
bewoningskemen).
Voor
verwachtingszone
geldt
een
onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m?? Binnen het bestemmingsplan Kern Maasbree (2013) geldt de dubbelbestemming Waarde — Archeologie 3. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met
een oppervlakte groter dan 250 m?en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter beneden maaiveld. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is. Doel
Het doel van het archeologische bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud ín-sítu of eventueel vervolgonderzoek.
2 The Missing Link 2012, Kaartbijlage II! - Archeologische beleidskaart gemeente Peel en Maas, (herzien 29 juni 2015). Pagina|
7
AM22179
D e o EN
Het
doel van
het
aansluitende
verkennend
booronderzoek
is het toetsen
van
het
in het bureauonderzoek
opgestelde
verwachtingsmodel. Specifiek
voor
de
onderzoekslocatie
Dorpstraat-Baarlosestraat
(ong)
te
Maasbree
zijn
de
volgende
onderzoeksvragen
geformuleerd: e _ Iser sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? « _ In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? e _ Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?
Plangebied Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden (Figuur 2). Deelgebied noord ligt ten oosten van café 'De Pool’ aan de Dorpstraat 67. Deelgebied
zuid
ligt ten westen
van de Baarlosestraat, op de hoek
met de Dorpsstraat en beslaat de kavels van de
Baarlosestraat 3 en 7. Momenteel is binnen het plangebied een café, een autogarage, parkeerplaats en bakkerij gevestigd. Deelgebied zuid wordt n het zuiden en oosten begrensd door woonkavels van de Dorpstraat, Baarlosestraat en de Sint Aldegundisstraat.
‘Tookomstige stunie 2279
Nasctree -
Lctpein
Pangete
Figuur 1. Irichtingsschets van de toekomstige situatie (Bron: aangeleverd door de opdrachtgever, d.. 9-6-2022).
Paginal
8
D e o
AM22179
EN
Fiquur 2 Topografische ligging van het plangebied (Bron: www-pdok.n.
Paginal
9
AM22179
D e o EN
2.
WERKWIJZE
|21 _ Inleiding Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten, archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.
Archeologische bronnen e
Archeologische Monumentenkaart (AMK)
«
Archeologisch Informatiesysteem (Archis3)
«
Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Peel en Maas
«
Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas
+
Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)
Bodem- en geomorfologische kaarten *
Bodemkaart (Alterra)
«
Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3)
e
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)
Historische kaarten
*
Tranchotkaart (1803-1820)
«
Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)
«
Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)
+
Modemne topografische kaart (tot 2021)
De Historische Werkgroep de Brede’, is 8 juli 2022 per e-mail gecontacteerd met de vraag met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Tot op heden is hierop nog geen reactie ontvangen.
22
Verkennend veldonderzoek door middel van boringen
Aan de hand
van het Plan van Aanpak
(PvA) en de Leidraad
Inventariserend Veldonderzoek?
wordt een verkennend
booronderzoek met een boordichtheid van 6 boringen per hectare uitgevoerd. Het onderzoek is verkennend voor alle perioden.
Het plangebied heeft een oppervlakte van Circa 2.579 m?. Bij het verkennend veldonderzoek zal daarom uitgegaan worden van acht boringen welke gelijkmatig over het plangebied worden verdeeld, zie Bijlage 2. De boorlocaties worden uitgezet ten opzichte van de hoekpunten van de perceelsgrenzen, straten, en aanwezige bebouwing. Vervolgens wordt de hoogte van deze punten bepaald met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Alle boringen worden gezet met een Edelmanboor
met een boorkop van 7 centimeter en de boorkernen worden beschreven conform de ASB
(Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2), zie Bijlage 8.
3 Toletal
2012.
Pagina |
10
AM22179
D e o EN
Hierbij
wordt
gelet
op
de
aanwezigheid
van
archeologische
indicatoren
zoals
fragmenten
keramiek,
fosfaatviekken,
houtskoolresten, en verbrande leem. Om deze reden worden de opgeboorde monsters, waar nodig, verbrokkeld.
Op de qua bodemopbouw meest representatieve locaties binnen het plangebied worden proefputjes gegraven van 50x50 centimeter tenzij de C-horizont in omliggende boringen zich
op meer dan 80 centimeter onder maaiveld bevindt.
Pagina|
11
AM22179
D zm o (\
3.
BUREAUONDERZOEK
|31 _ Landschappelijke situatie - geomorfologie Het plangebied ligt op de oostrand van het stijgingsgebied van de Peelhorst Ter plaatse ligt een vrij dunne laag zand op het Pleistoceen rivierzand. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Beegden en Kreftenheye.* In het westen wordt de Peelhorst begrensd door het tektonisch dalingsgebied van de Roerdalslenk en n het oosten door de Slenk van Venlo. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 115.000 - 11.700 jaar geleden), ontstond een steeds kouder en droger klimaat. Deze laatste ij
jd, het Weichselien is belangrijk geweest voor de vorming van het huidige landschap rond het plangebied. In
deze periode (circa 115.000 — 11.700 jaar geleden) breidde het landijs zich sterk uit, maar bereikte Nederland niet. In het MiddenWeichselien (circa 73.00 tot 14.700 jaar geleden) was de bodem permanent bevroren. Tijdens perioden van dooi werd door sneeuwsmelt- en regenwater veel sediment verspoeld. Hierbij zijn fluvioperiglaciale afzettingen gevormd en dalen ontstaan. De fuvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers en bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en
worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. Deze afzettingen zijn in het plangebied in de diepere ondergrond aanwezig. Ze bestaan hier uit zwak siltig, matig fijn zand.
Later zijn de fluvioperiglaciale afzettingen bedekt met dekzand. In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 - 14700 jaar geleden) en in sommige perioden van het Laat-Glaciaal (circa 14700
- 11.700 jaar geleden), is de vegetatie grotendeels verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving optrad waarbij
dekzand werd afgezet Dit zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 - 210 um), goed afgerond, goed gesorteerd, arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Door deze dekzandafzettingen ontstond een reliëf dat
wordt gekenmerkt door zowel langgerekte dekzandruggen en dekzandkopjes als door vlaktes met depressies. In de Allerad en Bolling interstadialen (de laatste relatief warme fasen van het Weichselien) kon door de relatief warme omstandigheden bodemvorming
plaatsvinden. Een restant van een oud bodemprofiel is de zogenaamde Laag van Usselo die in het Allered is
gevormd.
Het klimaat werd ijdens het Holoceen warmer en vochtiger. Door het warmere klimaat smolten de in het Weichselien gevormde ijskappen en steeg de relatieve zeespiegel snel. Als gevolg van de snelle relatieve zeespiegelstijging
het Atlanticum (circa
8.000 - 5.000 jaar geleden) steeg de grondwaterstand, waardoor er veenvorming plaatsvond op het dekzand. Aanvankelijk vond veenvorming met name plaats in de lagere delen, zoals beekdalen. Depressies en laagten (zoals beekdalen en vennen) groeiden hierdoor dicht en werd de ontwatering van de Peelhorst belemmerd. Vanafde late middeleeuwen (tussen 1250 - 1750 na Chr‚)
is het veen afgegraven ten behoeve van turfwinning. Hierdoor zijn de oudere dekzanden en terrasafzettingen weer aan het maaiveld komen te liggen. Als gevolg van ontbossingen door menselijke activiteiten heeft vanaf het neolithicum opnieuw verstuiving plaatsgevonden van het dekzand. Systematische ontbossingen vanaf de (late) middeleeuwen heeft grootschalige verstuivingen veroorzaakt. Hierdoor ontstonden
landduinen.
4 Rensink et aL, 2019, 72. 5 Berendsen 2005, 30.
6 Berendsen 2011, 189 7 Berendsen 2011, 190.
Pagina|
12
AM22179
D zm o (\
Deze stuifzanden worden tot het Laagpakket van Kootwijk van de Formatie van Boxtel gerekend en worden gekenmerkt als reliëfrijke zones in het landschap. Op circa 1 kilometer ten zuiden van het plangebied zijn dergelijke lage landduinen aanwezig
Gijlage 5). Volgens de geologische kaart komt ter plaatse van het plangebied
in de bodem eolische afzettingen van de Formatie van Boxtel
(Laagpakket van Wierden) voor (BX4)? Volgens de Geomorfologische kaart (Bijlage 5)? ligt het plangebied binnen bebouwd gebied en is om deze reden niet gekarteerd. Ten noorden van de bebouwde kom van Maasbree ligt een dekzandrug, al dan niet bedekt door een oud bouwlanddek (code
4B53yc). Ten zuiden van de bebouwde kom ligt een droogdal, al dan niet bedekt of opgevuld door dekzand en/of met (zandige) löss (code 22R21ydl). Droge dalen zijn ontstaan tijdens de laatste
n gebieden met permafrost. In warmere perioden zijn
deze dalen door wegstromend sneeuwsmeltwater geërodeerd.
Op het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (Bijlage 7)!is te zien dat het plangebied op de zuidelijke flank van een hoger gelegen zone richting een lage zone ligt. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het plangebied op de flank van
een dekzandrug naar het zuidelijk gelegen droogdal ligt. Ten zuiden van het droogdal is een wisselend landduinen zichtbaar. Binnen het plangebied verschilt de maaiveldhoogte van circa 28,44 meter +NAP
landschap met
in het noordelijke
deelgebied tot 27,55 - 28,20 meter +NAP in het zuidelijk deelgebied. Het valt op dat de Dorpstraat iets hoger ligt dan de hieraan gelegen percelen.
3.2
_ Landschappelijke situatie - bodem
Op de bodemkaart (Bijlage 6)! is het plangebied vanwege de ligging in de bebouwde kom niet gekarteerd. Het plangebied ligt waarschijnlijk op de overgang van de flank van de dekzandrug naar het droogdal. De verwachte bodemeenheden binnen het plangebied zijn hoge zwarte enkeerdgronden van lemig fijn zand (code zEZ23) en beekeerdgronden van leemarm en zwak lemig fijn zand (code pZg21).
Hoge zwarte enkeerdgronden.
Bij enkeerdgronden is sprake van een eerdlaag of plaggendek. Dit (plaggen)dek is ontstaan doordat in sommige gevallen al vanaf de late middeleeuwen op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast. Om de grond vruchtbaarderte maken, werden plaggen met de mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid. In de loop der tijd is hierdoor een plaggendek op de oorspronkelijke bodem ontstaan.
centimeter.
De totale dikte van het plaggendek is
bij de enkeerdgronden meer dan 50
De bouwvoor (Aap-horizont) is grijsbruin tot zwart van kleur. Hieronder liggen oudere niveaus/lagen van het
plaggendek (Aa-horizont), die meestal wat lichter van kleur zijn. Dergelijke cultuurdekken kunnen een beschermende werking hebben voor de potentieel aanwezige archeologische lagen. De hoge enkeerdgronden betreffen de oudste opgehoogde gronden, die over het algemeen op de hogere dekzanden liggen. De lage enkeerdgronden werden pas later in gebruik genomen vanwege de lagere ligging in het beekdal.
8 Geologische overzichtskaart van Nederland, 2021. 9 BRO
2019.
10 www.ahn.nl 11
BRO
2021
Pagina|
13
AM22179
D zm o (\
Door de hogere grondwaterstand was de sterke ophoging met plaggen niet alleen noodzakelijk voor de bemesting maar ook om de nattere gronden toegankelijk te maken.
De kans bestaat dat er onder het plaggendek nog een restant van het oorspronkelijke wordt bodemprofiel wordt aangetroffen. Dit hoeft echter niet zo te zijn, zoals vaker blijkt bij archeologisch onderzoek in
bijvoorbeeld het oosten van Brabant. Indien
sprake is geweest van een snelle ophoging, dan zou men onder het plaggendek nog een intacte A-horizont kunnen vinden. Deze laag onderscheidt zich door een hoger humusgehalte
en een meer donkere
kleur. Echter, door verploeging
zijn vaak de
oorspronkelijke A- en E-horizont meestal reeds opgenomen in het plaggendek.
Indien de oorspronkelijke bodem bestaat uit een podzolbodem kunnen op een dieper niveau nog (restanten van) een B- en/of BC- horizont voorkomen.
Beekeerdgronden Beekeerdgronden zijn kenmerkend voor lagere gronden en dalen, waar vanwege de hoge grondwaterstand geen podzolering kan plaatsvinden. Door de aanvoer van organische stof ontstaat na verloop van tijd een bodem met een matig dik humeus dek
(15-30 centimeter). De bovengrond van de beekeerdgrond (A-horizont) is circa 20-30 centimeter dik en zwart van kleur, en van natuurlijke oorsprong. De samenstelling van de ondergrond loopt sterk uiteen van zeer sterk lemig, zeer fijn zand tot eemarm, grindhoudend, matig fijn tot plaatselijk matig grof zand. De beekeerdgronden bevatten roestvlekken tot in de bovengrond. De aanwezigheid van roestvlekken duidt op een (zeer) slechte ontwateringstoestand van de ondergrond van deze bodem.
Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap V en
de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) tussen de 0 en 40 centimeter beneden maaiveld ligt. De gemiddeld
laagste
grondwaterstand (GLG) ligt dieper dan 120 cm beneden maaiveld. Bij een grondwatertrap VIl geldt dat de GHG tussen de 80 en
140 centimeter beneden maaiveld ligt en de GLG dieper dan 120 centimeter. Deze lage grondwaterstand zorgt voor slechte bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.
33
_ Bewoningsgeschiedenis — historisch overzicht
De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Maasbree. De eerste vermelding van Maasbree (Brede) dateert uit 1240 en is onderdeel van een akte waarin de Heer van Altena enige rechten aan het klooster St. lisabethsdal bij Nunhem schonk. In de akte staat beschreven dat Bree' in 1240 uit een gemeenschap met een kerk bestond. Het voorvoegsel 'Maas' verwijst naar de ligging nabij het Maasdal. Het tweede naamdeel ‘Bree stamt
mogelijk af van het Germaanse Bridja, een aanduiding voor een barakkengehucht.!2
De nederzetting Maasbree gaat mogelijk echter terug tot de vroege of volle middeleeuwen.’ Maasbree ontstond op een ‘dekzandrug als een kransvelddorp.
12 Van Berkel en Samplonius 2006, 282-283; www-peelenmaas.nl 13 Renes 1999, 238.
Pagina|
14
AM22179
D zm o (\
De structuur van de nederzetting bestond uit een uitgestrekt, langwerpig veld, waarbij aan zowel de noordelijke als aan de zuidelijke zijden van dit veld meerdere boerderijen gesitueerd waren. Aan de zuidzijde lag het dorp Maasbree evenals het verder
oostelijk gelegen gehucht Rooth. De huidige Dorpstraat vormde de hoofdweg waaraan de historische bebouwing aanwezig was.!s
In het oosten van het dorp stond het voormalig Huis Bree, een zogenaamd riddermatig Huis. Het huis Bree (ook bekend als het huis Aersen) lag in het buurtschap De Rooth, een boshoevennederzetting in het dal van de Roothebeek. De eerste vermelding
van Huis Bree dateert uit 1431 als de hertog van Gelre het huis als leengoed aan Willem Brant die Roever gaf !3 Aan de westzijde van Maasbree lag huis Westering, een boerenhofstede uit de late middeleeuwen. Omstreeks 1451 werd de hofstede omgebouwd
tot Huis Westering. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog (in 1944) werd het Huis Wetering door granaatvuur verwoest.ió Tot 1797, toen de Franse inval plaatsvond, was Maasbree onderdeel van de Schepenbank van de graaf/ hertog van Gelre, de hertog van Bourgondië en de koning van Spanje. In 1673 werden de schepenrechten overgekocht door de Heer van Arcen. Tot de eerste helft van de 20° eeuw concentreerde de bebouwingskern van Maasbree zich nagenoeg geheel aan de Dorpstraat,
de zijweg Baarlosestraat en deels aan de Pastoor Leursstraat. Na de Tweede Wereldoorlog vonden grootschalige uitbreidingen plaats in voornamelijk zuidelijke richting. Er zijn
binnen het werk
van Van
Blankenstein
enige gegevens
bekend
over enige oorlogsvernielingen
in de Tweede
Wereldoorlog. Aan het begin van de oorlog werd de gemeente Maasbree zwaar getroffen. Gedurende de gehele oorlog zijn er binnen het dorp Maasbree 0 tot 50 woningen vernield.7 In de jaren 1940, 1941 en 1943 vonden meerdere vliegtuigcrashes plaats in Maasbree en omgeving® Het is niet bekend of binnen of in de onmiddellijke omgeving van het plangebied oorlog gerelateerde verwoestingen of crashes hebben plaatsgevonden. Dit s dus niet uit te sluiten.
|34
_ Bewoningsgeschiedenis - archeologische waarden
Op de leidende Archeologische Overzichts- en Verwachtingskaart van de gemeente Peel en Maas geldt voor het plangebied met uitzonering van het zuidelijke deel een hoge archeologische verwachting. Het hele plangebied ligt in de zone AMK-terrein en
historische bewoningskernen (Bijlage 4? Deze verwachtingszone correspondeert met de verwachtings- en beleidszones op de
Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas (herziene editie 2015).2 In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 meter) is volgens de gegevens uit Archis3 één archeologisch monument en zijn meerdere archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend. Tenzij anders vermeld bevinden de aangetroffen archeologische resten zich op (dezelfde) dekzandrug als waarop het plangebied is gesitueerd (Bijlage 3 en Tabel D. Monumentnummer 16.551
Terrein met bewoningssporen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Het gaat om de oude dorpskern van Maasbree.
14 Renes 1999, 233.
15 Flokstra 2005, 139. 16 Renes 1999, 214. 17 Blankenstein
2006.
18 www‚verliesregister studiegroepluchtoorlog.nl 19 The Missing Link 2012, Kaartbijlage II — Archeologische overzicht- en verwachtingskaart gemeente Peel en Maas. 20 The Missing Link 2012, Kaartbijlage II - Archeologische beleidskaart gemeente Peel en Maas, (herzien 29 juni 2015). Pagina|
15
AM22179
x aeres «milleu 3260163100
rijvin
Circa 600 meter _ vondstmelding
Vondstmelding behorende tot een booronderzoek van RAAP
ten noorden van
In diverse boringen
zijn archeologische
het plangebied
indicatoren
aangetroffen.
uit het
Het gaat
om
handgevormd en gedraaid aardewerk.
2373302100
Proefsleuvenonderzoek door
Binnen het plangebied zijn vier proefsleuven aangelegd. Er is
De Steekproef in 201222
onder een esdek van 60-90 centimeter dik. Er zijn elf sporen
van het plangebied
aangetroffen:
kuilen en ploegsporen. Eris keramiek, keramisch
bouwmateriaal
,
natuursteen,
metaal
en
slakmateriaal
aangetroffen. Het aardewerk dateert uit de late middeleeuwen tot nieuwe tijd en de prehistorie. Het overgrote deel bestaat uit
dertiende-eeuws
grijsbakkend
aardewerk.
Er
is
geen
vervolgonderzoek geadviseerd.
2373302100 7347959100
Grca535meter _ Vondstmelding
‘Vondstmelding behorende tot het proefsleuvenonderzoek op
ten noordoosten
de
van het plangebied
prehistorie tot de nieuwe tijd aangetroffen.
Grca305 meter _ Proefsleuvenonderzoek door
Bij het proefsleuvenonderzoek
tenwestenvanhet
van
RAAP in 20113
plangebied
locatie.
het
Er
is aardewerk,
plangebied
recente
metaal
onderzocht.
ophogingspakketten
en
is door
natuursteen
obstakels
slechts 3%
Het plangebied
op
een
uit de
bestaat
uit
van
de
restant
oorspronkeijke bodem. In de C-horizont zijn veel roestvlekken ‚en in het noorden van het plangebied is de C-horizont sterk gereduceerd.
Er zijn geen
archeologisch
relevante
sporen
aangetroffen. Er Is geen vervolgonderzoek aanbevolen.
7347959100
Girca 405 meter _ Vondstmelding
Vondstmelding
ten zuidwesten van
proefsleuvenonderzoek op de locatie. Er is aardewerk (0..
het plangebied
steengoed)
behorende
tot
het
uit de late middeleeuwen
jbehorende
tot de
nieuwe tijd
aangetroffen.
7339801100
Girca295meter _ Bureau- en booronderzoek
Het plangebied voor het bureauonderzoek besloeg circa 2,56
ten westenvanhet
ha, het booronderzoek is uitgevoerd over circa 0,23 ha hiervan.
_ door BAAC in 2011
plangebied
Het plangebied
ligt op de flank van
een dekzandrug.
basis van het plaggendek zijn archeologische í
In de
ficatoren
uit
de middeleeuwen tot nieuwe tijd aangetroffen. Oudere resten kunnen niet worden uitgesloten.
Voor een gedeelte van het
plangebied is een vervolgonderzoek gezdviseerd2
2339801100
Grca385meter __ Vondstmelding
Vondstmelding
ten zuidwesten
locatie. Er s een
van
het plangebied
(Siegburg)
behorende
bij
het
scherf kogelpot
uit de late
booronderzoek en
middeleeuwen
een
op
de
scherf steengoed
aangetroffen
op de
onderzoekslocatie.
7263872100
Girca400 meter __ Proefsleuven door ARC in
Er is geen verdere informatie bekend op Archis en/of Dans
tennoordoosten
Easy.
_
2009
van het plangebied
21 22 23 24
RAAP-rapport 947. Steekproefrapport 2012-06/01U. RAAP-rapport 2506. BAAC Rapport V-11.0272.
25 Zaakidentificatie 2347959100
26 Geen rapportage beschikbaar. Pagina|
16
AM22179
D e o EN
2181827100
Circa 205 meter _ Bureau- en booronderzoek tenoostenvanhet
innen het plangebied
_ door Synthegra in 2008.7
waargenomen
plangebied
met
zwarte enkeerdgronden
hieronder
de
restanten
van
beekeerdgrond. Een deel van het plang: opgehoogd. 110
De bodem
centimeter
een
recent
is verstoord tot n de C-horizont (80-
beneden
maaiveld).
Er
is
geen
vervolgonderzoek geadviseerd.
7474359100
Girca475meter _ Bureauenbooronderzoek _ Plaatselijk s in het plangebied nog een restant van een tenzuidoostenvan
_ door ArcheoPro in 20072
podzolbodem
het plangebied
icatoren
aangetroffen. aangetroffen.
Er Er
zijn is
geen
geen
archeologische vervolgonderzoek
geadviseerd.
7115741100
Girca150meter _ Bureau-enbooronderzoek _ Eris geen intact bodemprofiel in het plangebied aangetroffen. tenzuidwestenvan
door De Steekproef in 2006.?
_ De
het plangebied
2093983100
bodem
is tot in de
C-horizont
verstoord.
Er is geen
vervolgonderzoek geadviseerd.
Girca460meter _ Opgraving door RAAP In
Bij de opgraving is een nederzetting uit de vroege en midden
tennoordenvan
ijzertijd. Erzijn drie mogelijke woonstructuren aangewezen. Er
_
20052
het plangebied
daamaast meerdere kuilen, en een waterput aangetroffen.
Een
aanwezige
kringgreppel
behoort
mogelijk
tot een
um
graf, maar het bijbehorende grafis niet aangetroffen.
7093983100
Grca 500 meter __ Vondstmelding
Vondsten uit de bijbehorende opgraving. Het gaat om
ten noorden van
aardewerk en natuursteen uit de vroege tot late ijzertijd en de
het plangebied
Romeinse tijd.
Tabel 1. Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van circa 500 meter rond het plangebied.
35
Bewoningsgeschiedenis — historisch kaartmateriaal
In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op de Tranchotkaart uit 1803-1820 (Figuur 3) is te zien dat het plangebied aan de rand van de historische bebouwingszone van Maasbree ligt. Zowel aan de Dorpstraat als aan de zijstraat Baarlosestraat is meerdere bebouwing aanwezig.
Aan de splitsing van de genoemde straten is een klein driehoekig
plein aanwezig. Het noordelijke deelgebied is op de Tranchotkaart bebouwd. Het zuidelijke deelgebied is onbebouwd
en
grotendeels als bouwland in gebruik. Het zuidoostelijk deel van dit deelgebied ligt in een boomgaardperceel.
Op het minuutplan uit het begin van de 19° eeuw?! is de situatie op kadastraal niveau te zien (Figuur 3). Het noordelijk deelgebied is ook op het kadastraal minuutplan bebouwd. Het zuidelijke deelgebied valt binnen drie percelen. De Dorpstraat en
Baarlosestraat zijn op de huidige locatie aanwezig. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)*? behorende bij het minuutplan, is het noordelijke deelgebied in gebruik als huis met erf, de percelen in het zuidelijke deelgebied zijn in gebruik als bouwland. Beide deelgebieden vallen binnen het Dorp.
27 Synthegra Archeologie Rapport PO502725. 28 ArcheoPro Archeologisch rapport nr. 755. 29 Steekproefrapport 2006-04/13. 30 RAAP-Rapport 1417. 31 www.beeldbank cultureelerfgoed.nl Gemeente
Maasbree, sectie F, blad 2. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn
vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.Lv. Napoleon Bonaparte.
Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de
gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 32 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruiken de opperviakte. Paginal 17
AM22179
D zm o (\
De topografische kaart uit 1900 weergeeft in het noordelijk deelgebied dezelfde bebouwing. Het zuidelijk deelgebied is hier ook bebouwd
in het noorden, aan de Dorpstraat, en n het zuidwesten, aan de Baarlosestraat. De topografische kaart uit 1950
aat zien dat de bebouwing in het noordelijk deelgebied is gesloopt. Het zuidelijk deelgebied is ongewijzigd. Het noordelijk deelgebied blijft tot op heden onbebouwd (Figuur 4). In het zuidelijk deelgebied is vanaf de topografische kaart uit 1970 de bestaande bebouwing in het zuidwesten en noordoosten van het plangebied zichtbaar. De bebouwing ten westen van het noordelijke deelgebied, Dorpstraat 67, dateert uit circa 1930. De bebouwing van de Baarlosestraat 3 dateert uit circa 1956, die van de Baarlosestraat 7 uit circa 1850.3
1811-1832 î
Fiuur
3.
Uitsnede van historisch kaartmateriaal.
De ligging van het plangebied is rood omlijnd (Bron:
Landesvermessungsamt,
1969;
wovor.beeldbank cultureelerfgoed.nl; ww.topotijdrei.nl
33 www.bagviewer.kadaster.nl
Pagina|
18
D e o
AM22179
EN
Paginal
19
AM22179
D zm o (\
4.
VERWACHTINGSMODEL
Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger Úiggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabijgelegen watervoorzieningen
waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel.
Op de geomorfologische kaart is het plangebied vanwege de ligging binnen bebouwd gebied niet gekarteerd. Op basis van de omliggende geomorfologische eenheden en de reliëfkaart ligt het plangebied zeer waarschijnlijk op de overgang van een hooggelegen dekzandrug (circa 29,8 meter +NAP) naar een droogdal (circa 26,7 meter +NAP). De flanken van de dekzandruggen
langs een voormalig watervoerend dal zullen ideale bewoningslocaties voor jager-verzamelaars zijn geweest. In de omgeving van het plangebied zijn nog geen vuursteenvindplaatsen aangetroffen. Dit kan ook te maken door een gebrek aan (recent) archeologisch onderzoek in het droogdal. Vanwege de ideale landschappelijke ligging wordt een hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen
uit het laat-paleolithicum
tot en met
het mesolithicum.
Binnen
het plangebied worden
onder andere
enkeerdgronden verwacht. Deze gronden hebben een opgebracht antropogeen dek (eerdlaag) dat een conserverende werking
kan hebben op eventueel aanwezige archeologische resten. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tjdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. Deze nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren, waarbij men ‚een voorkeur had voor hoger en droger gelegen gebieden. De ligging op de flank van een dekzandrug zal voor latere landbouwende samenlevingen ook een aantrekkelijke vestigingsplaats
zijn geweest. Bekende vindplaatsen uit de late prehistorie en Romeinse t
liggen op de flanken en top van de dekzandrug die
ook binnen het plangebied kan worden verwacht. Voor het plangebied geldt daarom een hoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Resten worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen, of gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt aan de Dorpstraat en de Baarlosestraat in de historische kern van Maasbree. De Dorpstraat is het historische
bewoningslint van Maasbree en dateert uit de late middeleeuwen. De Baarlosestraat is ook een oude verbindingsweg van Maasbree richting Baarto. Het noordelijk deelgebied is op de Tranchotkaart (1803-1820) en het kadastraal minuutplan (18111832) bebouwd met een woning aan de oostrand van de historische kern. Deze bebouwing is tussen 1900 en 1950 gesloopt. Sindsdien is deelgebi
noord onbebouwd. In het zuidelijk deelgebied is vanaf circa 1850 de eerste bebouwing aanwezig. In het
zuidelijk deelgebied is sinds 1850 en 1956 bebouwing
aanwezig. Vanwege de ligging aan het historisch bewoningslint van
Maasbree kunnen er historische bebouwings-/funderingsresten binnen beide deelgebieden worden aangetroffen. Ook is de verwachting dat er nog erfstructuren als bijgebouwen en/of waterputten aanwezig zijn. Een datering van vóór de 19° eeuw valt hierbij
niet uit te sluiten. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late
middeleeuwen en de nieuwe tijd. Archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen onder andere bestaan uit cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen, fragmenten aardewerk en
sporen van agrarische activiteiten. Pagina |
20
AM22179
D e o EN
Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen
atere invloeden. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo'n dek in goede toestand worden aangetroffen. Mog
vuursteenvindplaatsen kunnen echter verstoord
geraakt
bij de aanleg van het plaggendek en de
eerste bewerking ervan. Hierdoor is vaak de top van de natuurlijk bodem opgenomen in het bovenliggende opgebrachte dek. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT V en VII) kunnen
organische resten vaak enkel n
Laat-paleolithicum-
_ Hoog
mesolithicum
dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven.
Resten van kampementen, fragmenten
Onder de eerdlaag,
vuursteen, natuursteen,
bodem.
de top van de natuurlijke
gebruiksvoorwerpen
(eat)-neolithicum -
Hoog
vroege
Nederzettingsresten, fragmenten aardewerk,
_ Onder de eerdlaag, In de top van de natuurlijke
natuursteen, gebruiksvoorwerpen
bodem.
middeleeuwen
Volle middeleeuwen — nieuwe tijd
_
Hoog
Cultuurlaag, funderingsresten, natuursteen,
_ Vanaf het maaiveld
fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten, restanten wegen/paden
'Tabel 2. Archeologische verwachting per periode.
Bodemverstoring Mogelijk is verstoring opgetreden als gevolg van het gebruik als akkerland (diepploegen) en later (moes)tuin en/of boomgaard. Daarnaast zal bij de bouw en sloop van de (historische) bebouwing ook verstoring van de bodem hebben plaatsgevonden.
Ten zuidwesten van de huidige garage (deelgebied zuid) ligt een pompeiland met vier ondergrondse tanken en bijbehorende leidingen. De bodem is ter hoogte van de tanks tot circa 3,00 meter verstoord. Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 7 juli 2022) zijn binnen het plangebied meerdere kabels/lei
voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd.
Paginal
21
D zm o
AM22179
(\
Figuur 5. Ligging van het pompeiland en tanks (aangegeven met de blauwe stippellin) In het zuidelijk deelgebied (Bron: gemeentelijk archief gemeente
Peel en Maas).
Pagina | 22
AM22179
v 5.
VELDWERKZAAMHEDEN
|51 _ Algemeen Het doel van het verkennend
veldonderzoek door middel van boringen
archeologische verwachting voor het plangebied (Hoofdstuk 4). Hiertoe
is het toetsen van de opgestelde
n
op 12 en 18 juli 2022 in totaal acht boringen gezet
(zie Bijlage 2 en 8). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 centimeter. varieerde
van
120
tot
200
centimeter
onder
maaiveld.
De
gespecificeerde
boorkernen
zijn
conform
ASB
De boordiepte
(Archeologische
Standaard
Boorbeschrijving 5.2) beschreven, zie Bijlage 8. Er is ook één proefputje gegraven van 50x50 centimeter. De hoogteligging van de boorpunten ten opzichte van NAP i afgeleid van het AHN3 (www.ahn.nl. Binnen het plangebied verschilt de maaiveldhoogte
van circa 28,44 meter +NAP in het noordelijke deelgebied tot circa 27,55 — 28,20 meter +NAP in het zuidelijk deelgebied. Boringen 1 t/m 6 en het proefputje liggen in het zuidelijk deelgebied en boringen 7 en 8 in het noordelijk deelgebied (Bijlage ). Er is geen oppervlakte kartering uitgevoerd in verband met de aanwezige begroeiing en verharding.
Figuur 6. Foto van het zuidelijk deelgebied, kijkende in noordelijke richting (Foto: 12 juli 2022
Pagina |
23
AM22179
D e o EN
Figuur 7. Foto van het noordelijk deelgebied, kijkende In zuidelijke richting (Foto: 18 juli 2023
5.2
_
Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw
De top van bodem wordt, met uitzondering van boringen 4 en 5, gevormd door een oranjebeige tot grijsbeige, zwak siltig, matig fijn tot matig grove zandlaag. De dikte van dit pakket varieert van circa 22 tot 57 centimeter. Dit pakket is veelal grindrijk. Hieronder ligt een pakket zwak tot matig humeus, matig siltig, matig fijn zand. In boringen 4, 5 en in het profielputje ligt dit humeuze
pakket aan het oppervlak (Figuur 8). De kleur van dit pakket varieert van donker bruingrijs tot zwartbruin. De dikte
varieert sterk, van circa 20 (in boring 7) tot 90 (\n boring 4 centimeter. In het proefputje is dit pakket tenminste 70 centimeter
dik aangezien tot deze diepte kon worden gegraven. Plaatselijk wordt dit pakket gekenmerkt door sporen plastic, brokken steenkool en baksteen. In boringen 2, 5 en 6 heeft dit pakket een zwak tot sterk vlekkerig karakter. In boring 8 is het humeuze pakket niet aangetroffen. De natuurlijke ondergrond bestaat uit zwak tot matig siltig matig fijn zand. Het zand is afwisselend (matig) goed tot slecht
gesorteerd. De kleur varieert van beigeoranje tot licht grijs. De top van de natuurlijke ondergrond is aangetroffen op circa 50 tot 130 centimeter onder maaiveld. Dit komt overeen met circa 26,33 tot 27,95 meter +NAP. Dit is een verschil van circa 1,62 meter.
Paginal
24
* aeres «mllieu
AM22179
In het noordelijk deelgebied ligt de natuurlijke ondergrond hoger, op gemiddeld 27,90 meter +NAP, vergeleken met circa 26,83 meter +NAP in het zuidelijk deelgebied.
Figuur 8. Foto van boring 6. De leesrichting is van linksboven naar rechtsonder (O — 200 centimeter) (Foto: 12 juli 2022)
Pagina |
25
AM22179
D e o EN
Figuur 9. Foto van het proefputje dat is gegraven In het zuidelijke deelgebied (D — 70 centimeter (Foto: 12 juli 2022).
53
_
Interpretatie
Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand bestaat uit zwak siltig matig fijn, (matig) goed gesorteerd zand. De natuurlijke ondergrond bevindt zich op een diepte van circa 50 tot 130 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 26,33 tot 27,95
meter
+NAP.
De bodem
in het gehele
plangebied
is in min of meerdere
mate
verstoord.
De
bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een AC-profiel. Dit is mogelijk als gevolg van moderne grondbewerking en ploegactiviteiten. Met uitzondering van boringen 4 en 5 en het proefputje wordt de top van de bodem gevormd door een circa 22 tot 57 centimeter dikke ophooglaag. Dit pakket is (subjrecentelijk opgebracht ten behoeve van de huidige bebouwing en verharding (klinkers) (Figuren 6 en 7). Hieronder volgt met een scherpe overgang een circa 20 tot 90 centimeter humeus pakket (ap- en/of Aa-horizont). In de overige boringen, ter hoogte van de tuin, ligt dit pakket aan het oppervlak.
In boring 8 is geen A-horizont (Ap- en/of Aa-horizont) aangetroffen.
|54
_ Archeologische indicatoren
Alhoewel geen
doel van een verkennend veldonderzoek
met
boringen,
is gelet op de aanwezigheid
van archeologische
indicatoren die kunnen wijzen op archeologische waarden in de ondergrond. Tijdens het onderzoek zijn dergelijke indicatoren echter niet aangetroffen. Pagina|
26
AM22179
D zm o (\
6. CONCLUSIE |61 _ Algemeen Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand bestaat uit zwak tot matig siltig, matig fijn, (matig goed) tot slecht gesorteerd zand. De natuurlijke ondergrond bevindt zich op een diepte van circa 50 tot 130 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 26,33 tot 27,95 meter +NAP. Dit is een verschil van circa 1,62 meter.
Er is tijdens het veldonderzoek ook vastgesteld dat de bodem in meer of mindere mate verstoord is. In beide deelgebieden is
sprake van een AC-bodemprofiel. In geen van de boringen of in het proefputje zijn sporen van een podzolbodem (E-, B- en/of BC-horizont) waargenomen. De scherpe overgang naar de C-horizont is mogelijk het gevolg van moderne grondbewerking. Dit betekent dat de top van het potentieel archeologisch niveau voor de periode jagers-verzamelaars niet meer intact is. Deze vindplaatsen zijn immers erg kwetsbaar en zullen, indien deze aanwezig zijn geweest, alleen nog ex-sítu kunnen worden aangetroffen. Op basis hiervan wordt de kans laag geacht dat er nog archeologische resten uit deze perioden aanwezig zijn in
het plangebied. De verwachting voor deze perioden voor beide deelgebieden wordt op basis hiervan bijgesteld van hoog naar laag. Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog goed aangetroffen kunnen worden. Echter, n het zuidelijk deelgebied is de bodem tot circa 80 centimeter verstoord. Een dergelijke verstoring is dusdanig diep dat ondiepe sporen uit het neolithicum tot en met late middeleeuwen niet
meer aanwezig zullen zijn. Hierdoor is de informatiewaarde van dergelijke sporen mogelij
beperkt. Om deze redenen wordt
voor het zuidelijk deelgebied de verwachting voor het neolithicum tot en met late middeleeuwen bijgesteld naar laag. In het noordelijk deelgebied is de bodem niet diepgaand verstoord en kunnen ondiepe sporen uit het neolithicum tot en met late middeleeuwen naar verwachting goed aangetroffen worden. Op basis hiervan blijft de hoge verwachting voor het neolithicum
tot en met late middeleeuwen gehandhaafd. Beide deelgebieden liggen in de historische kem van Maasbree. Volgens historische kaarten is er bebouwing aanwezig
in het
noordelijk deelgebied. Het kan niet worden uitgesloten dat in beide deelgebieden historische bebouwing aanwezig is/was, al ‘dan niet bestaande uit bijgebouwen (schuur, stal) van de omringende bebouwing.
Dieper gefundeerde muurresten kunnen
ondanks het ‘aftoppen' beter bewaard zijn gebleven dan ‘overige' sporen. Op basis hiervan blijft de hoge verwachting voor de
periode nieuwe tijd gehandhaafd.
|62
_ Beantwoording onderzoeksvragen .
IS er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten?
Ja. Op basis van het bureauonderzoek liggen beide deelgebieden in de historische kern van Maasbree. De scherpe overgang van Aa-horizont naar de C-horizont en de afwezigheid van een E- en B(Q-horizont duidt op aftopping van het bodemprofiel. Op basis van de boringen is de bodem in beide deelgebieden verstoord. In het zuidelijk deelgebied is de bodem tot circa 80 centimeter verstoord. Daarmee wordt de kans op het aantreffen van
archeologische vindplaatsen laag geacht. Dieper
gefundeerde muren en watergangen van Iatere perioden kunnen nog wel worden aangetroffen Pagina|
27
AM22179
D e o EN
e _ In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert ditde kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten?
De afwezigheid van een E- en B{Q-horizont in het plangebied kan duiden op aftopping. Ook ís de bodem in het plangebied recentelijk tot circa 80 centimeter verstoord. Als gevolg hiervan is de overgang van de Aa-horizont naar de C-horizont niet meer
intact en wordt de kans op het aantreffen van archeologische resten uit de periode laat-paleolithicum
- late
middeleeuwen laag geacht.
* _ Watis de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen? Eventueel aanwezige archeologische resten kunnen aangetroffen worden vanafde A-horizont (Aa-horizont). De onderkant van de A-horizont bevindt zich op een diepte van circa 50 tot 130 centimeter onder maaiveld. De diepte van de toekomstige
verstoring is ten tijde van dît onderzoek niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte zal deze naar verwachting tot 0,8-1,0 meter beneden maaiveld reiken. Hiermee kunnen ondiepe bodemingrepen een bedreiging vormen voor de eventuele aanwezige archeologische resten.
Pagina|
28
AM22179
D zm o (\
7.
AANBEVELINGEN
Op basis van het verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een AC-bodemprofiel.
De bodem
binnen
het zuidelijk deelgebied
is tot circa 80 centimeter
in de C-horizont
(ercheologisch niveau) verstoord. Een dergelijke verstoring is van dermate grootte, dat de kans op intacte archeologische resten ‚en ondiepe sporen uit de periode laat-paleolithicum — late middeleeuwen laag wordt geacht. Op basis hiervan wordt voor het zuidelijk deelgebied de verwachting voor het neolithicum - late middeleeuwen bijgesteld van hoog naar laag. Echter, gezien de ligging in de historische kern van Maasbree kan in het zuidelijk deelgebied niet uitgesloten worden dat er historische bebouwing aanwezig was, al dan niet bestaande uit bijgebouwen (schuur, stal) van de omringende bebouwing. In
het noordelijk deelgebied kunnen, op basis van de historische kaarten, resten van historische bebouwing aanwezig zijn. Op basis hiervan blijft de hoge verwachting voor de periode nieuwe tijd gehandhaafd. Een veldonderzoek middels boringen is geen geschikte methode voor het opsporen van dieper ingegraven heterogeen verdeelde sporen, zoals muren en funderingsresten. Om deze redenen wordt voor beide deelgebieden een vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (Pv£) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas).
De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas) en akkoord bevonden* en zal op basis van het uitgebrachte advies een besluit nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende
of voorbereidende activiteiten ondernomen
kunnen worden.
Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en de conventionele methoden. Het doel van dit onderzoek is
het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.
34 LM. van Luling (ArchAeO), 9-5-2023: Herbeoordeling Aeres-rapport
AM22179
(Concept (versie 2, 30-1-2023). Pagina|
29
AM22179
D zm o (\
LITERATUURLIJST Auwerda, F/P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag.
Bakker, de, H. 1966: 'De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland’ bijdragen tot de kennis van de bodem
van Nederland, Wageningen.
Bakker, de, H./J. Schelling, 1989: Systeem van bodemc{assificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen.
Berendsen, HJ.A, 2010: Fysisch-geografisch onderzoek, Assen. Berendsen, HJ.A, 2011:De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, HJ.A, 2005: Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, HJ.A/E. Stouthamer/K.M. Cohen/W.Z. Hoek, 2019: Landschap in delen. De fysisch-geografische regio's, Utrecht. Berkel, G. van/ K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Blankenstein, van, E. 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 - 1945), Zeist. Cate, ten, J. A M/A. F. van Holst/ H. Kleijer/J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, ichtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Flokstra, M. 2005: Kastelen in het land van Kessel, Venray. Mulder,
de,
EJF/
M..
Geluk/
|.
Ritsema/
W.E.
Westerhoff/
T.E.
Wong,
2003
(red):
De
ondergrond
van
Nederland.
Groningen/Houten. Renes, J, 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-
Limburg, Leeuwarden. Rensink, E/ HJ.T. Smeets/ M. Kosian/ H. Feiken/ B.l. Smit, 2019: Archeologische Landschappenkaart van Nederland, versie 3.0, Amersfoort.
SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda.
Spek, T., 2004: Het Drentse esdorpenlandschap, een historisch geografische studie, Utrecht. Stiboka (Stichting voor Bodemkartering),
1985: Toelichting bij de kaartbladen
57 Oost Valkenswaard en 58 West Roermond,
Wageningen. Stouthamer, E/ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2020: De vorming van het land. Geologieen Geomorfologie, Utrecht. TNO, 2021: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www.dinoloket.nl). Zonneveld,
J..S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht.
Pagina |
30
AM22179
D zm o (\
Suer, C/ K.M. van Dijk, 2012: Gemeente Peel en Maas, Archeologische overzichts- en verwachtingskaart voormalige gemeenten Helden, Kessel, Maasbreeen Meijel (ACVU-HBS/Buro de Brug BV/The Missing Link). Digitale bronnen:
wwarchis.cultureelerfgoed.nl
RCE, Archis3, zoeken & vinden)
ww.bagviewer.kadaster.nl
Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)
mwww.
Kadastraal minuutplan
nk cul
lerfgoed.nl
www.cultureelerfgoed.nl
Bronnen en kaarten
www.pdok.nl
Basisregistratie Grootschalige Topografie (2019), kadaster.
www.ruimtelijkeplannen.nl
Bestemmingsplan
oww‚topotijdreisnl
Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland
w peelenmaas.nl
Gemeente Peel en Maas
www‚verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl
Verliesregister online
Archeologische kaarten en databestanden: Actueel
Hoogtebestand van
Nederland
(2008-2019).
AHN2
en AHN3
(Geraadpleegd
via wwwaarcgis.com,
bijlage in QGIS
vervaardigd op basis van digitale data). Altera
2021:
Bodemkaart
van
Nederland,
schaal
1:50.000,
blad
58
htips//zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van Altera
2019:
Geomorfologische
kaart
van
Nederland,
schaal
West,
Monumenten
Kaart
(AMK),
Rijksdienst voor
Cultureel
UR
(Geraadpleegd
via
UR
(Geraadpleegd
via
Amersfoort,
2007
(Geraadpleegd
via
(RCE), Amersfoort,
2015
(Geraadpleegd via
digitale data Alterra).
1:50.000,
htips//zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage n QGIS vervaardigd op basis van Archeologische
Wageningen
Wageningen
digitale data Alterra).
erfgoed
(RCE),
huips//zoeken.cultureelerfgoed.nl). Archeologisch
Informatie Systeem I! (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed
huips//zoeken.cultureelerfgoed.nl). Landesvermessungsamt, 1969, Kartenaufnahme der Rheinlande Tranchot en v. Müffling, 1801 — 1828, Keulen. Maas, G.J./W.M. van der Meij/ S. P.J. . Delft/A. H. Heidema, 2019 Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland,
schaal
1:
1:50
000
(2019.
_
Wageningen,
Wageningen
Environmental
Research
(geraadpleegd
via
htips//legendageomorfologiewur.nl. The Missing Link, 2012: Archeologische verwachtingskaart gemeente Peel en Maas, Kaartbijlage II 2015. The Missing Link, 2015 Archeologische beleidskaart gemeente Peel en Maas, Kaartbijlage I! 2015 Paginal
31
E
SSE
BINETe l Topografische ligging onderzoeksgebied
201000
203000
204000
WA
\__-;l_. 5 Bijlage 1: Topografische ligging onderzoeksgebied AM22179 Maasbree - Laefplein
\ \ \
Schaal 1:20.000 0
|atrgena
ToPIo M
(oov 2016
N
199000
wae
200
400
600
800
1000m
< aeres «milieu O7M28LKr 203000
204000
3730 0
E
SSE
Bijlage 2 Boorpuntenkaart
201450
201400
E
SSE
Bijlage 3 Archeologische gegevens conform Archis 3
AM22179
200500
2412374100
2683477100
27
3260163100;
2093963140 2062205100
e
g
2093983100 *
2996280190
D7 2400
3054107109
2051287180
2976381100
N
22970
18270
7100
7‚ìí;@l[)û
|4867100 7100
. 23898000
'x339801100 ZATS2 11100 2347959100
Visseri
Vondst ocat es Complestype Depot
DS Slagveld
fastruchuur Complex onbepaald nfrastchuur Scheepvaart (nfrastructuur f scheepswrak) Archeo Onderzoeksmeldingen og sche monumentenkaart
Graf ( veld)
Bug
Nederzetting
Vliegtuigwrak
Cultus / Heiligdom
ndustrie / Nijverheid
Versterking of versterkte nederzetting
(Water ) Molen
Agrarische productie en voedsehvoorziening
Landbouw
200500
Grondstofwinning
Bijlage 3: Archeologische gegevens cf. Archis 3
AM22179 Maasbree - Laefplein oSchaal 101:10.000200
Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge archeologische waarde
‘Terrein van zeer hoge archeologische waarde ‘Terrein van zeer hoge archeologische waarde beschermd
aeres
«milieu
E
SSE
Bijlage4 Archeologische Beleidskaart gemeente Peel en Maas
AM22179
201000
202000
3750 0
3750 0
Bijlage 4: Gemeentelijke
N
AM22179 Maasbree -Laefplein Á 37400 Archeologische (beleids)kaart