2024-063 08 Toelichting - Bijlage 5 - Onderzoek flora en fauna (geanonimiseerd)
Tekst van het document
quick scan flora en fauna onderzoek
naar
beschermde
natuurwaarden
ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen
ijzerman advies ruimtelijke ordening & ecologie
Locatie ongenummerd, rapportnummer
Beringe
2020594
quick scan flora en fauna
Locatie ongenummerd
quick scan flora en fauna
Locatie ongenummerd, rapportnummer
Beringe
2020594
rapportnummer:
2020594
datum:
3 februari
opdrachtgever:
Van
Dun
2021 Advies
B.V.
contactpersoon: uitvoerder:
© _ IJzerman Postbus 6035
advies
5002 AA Tilburg Tel. Gs
013-5821401
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
projectleider: IJzerman advies is aangesloten
bij het Netwerk
Groene Bureaus
NGB ijzerman advies
Beringe
quick scan flora en fauna
Locatie ongenummerd
Beringe
Inhoudsopgave Inleiding
4
Beleidskader
5
Wet natuurbescherming
5
Werkwijze quick scan
6
Veldinspectie Deskstudie
6 6
Expert judgement
6
Gebiedsbeschrijving
7
Huidige situatie
7
Beschermde
natuurwaarden
9
Gebiedsbescherming
9
Beschermde
9
soorten
Flora
9
Ongewervelden
9
Amfibieën, vissen en reptielen
9
Broedvogels
10
Zoogdieren
10
Advies
11
Bronnen
12
iijjzerman advies
|
03
quick scan flora en fauna
Locatie ongenummerd
Beringe
Inleiding In opdracht van Van Dun Advies BV heeft IJzerman advies een quick scan flora en fauna uitgevoerd voor een ongenummerde planlocatie te Beringe. De quick scan is uitgevoerd in het kader van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Bij ruimtelijke ingrepen dient in kaart te worden gebracht of actuele beschermde natuurwaarden van de locatie worden bedreigd. In deze quick scan flora en fauna wordt vooraf een inschatting gemaakt van de effecten die toekomstige ruimtelijke ingrepen op de actuele beschermde natuurwaarden zullen hebben. Daarnaast wordt ook vanuit het oogpunt van planologische gebiedsbescherming naar de locatie gekeken. De quick scan flora en fauna is een toetsingsinstrument en levert een aantal duidelijke adviezen die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen (zoals bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek, vergunning, ontheffing of een goedgekeurde gedragscode). IJzerman advies is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en hanteert de door deze brancheorganisatie opgestelde gedragscode.
ijjzerman advies
|
4
quick scan flora en fauna
Locatie ongenummerd
Beringe
Beleidskader Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt 3 bestaande wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Boswet en de Flora- en faunawet (bescherming van soorten). Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Dit is conform het bestuursakkoord natuur waarin is aangegeven dat de decentralisatie van de taken en bevoegdheden op het vlak van de natuurwetgeving haar beslag zal krijgen in de wet natuurbescherming. Provincies nemen hiermee de taak over die tot nu toe werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (hierna genoemd ‘handelingen’) bij Natura 2000- gebieden (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Ook gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming.
Als sprake is van locatie gebonden activiteiten met gevolgen voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten, moet ofwel een natuurtoets deel uitmaken van de procedure bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning, ofwel er wordt voorafgaand aan het aanvragen van de omgevingsvergunning apart een ontheffing aangevraagd. In het eerste geval geeft de initiatiefnemer bij de aanvraag omgevingsvergunning aan dat er sprake is van handelingen met gevolgen voor beschermde dieren plantensoorten. Het is aan de gemeente (als bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning) om te controleren of de aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig is, of dat de aanvrager al apart ontheffing heeft aangevraagd. Essentieel is dat de gemeente toetst of de initiatiefnemer al dan niet terecht heeft aangegeven of de handeling gevolgen heeft voor beschermde
soorten.
De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1) 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) 3. Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10) Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Dit kan eveneens verschillen per provincie. Landelijk zijn er van een aantal vogelsoorten
bovendien de nesten jaarrond beschermd.
Daarnaast zijn er een aantal soorten landelijk vrijgesteld bij specifieke activiteiten.
iijjzerman advies
|
5
quick scan flora en fauna
Locatie ongenummerd
Beringe
Werkwijze quick scan De quick scan flora en fauna is een oriënterend onderzoek naar de actuele beschermde natuurwaarden van een locatie in relatie tot de geplande ingrepen. De quick scan flora en fauna is een momentopname in tegenstelling tot een volledig ecologisch onderzoek dat uitgebreider is wat betreft omvang en tijdsduur. Een volledig ecologisch onderzoek bestaat uit soortgerichte, uitgebreide inventarisaties, die meestal in diverse opnamerondes en volgens standaardmethodes worden uitgevoerd. De quick scan flora en fauna bestaat uit een veldinspectie, een deskstudie en een beoordeling op basis van expert judgement. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is de quick scan een veelgebruikt instrument dat inzicht geeft in de consequenties van de ingrepen ten aanzien van de natuurwetgeving.
Veldinspectie De veldinspectie heeft plaats gevonden op 23 december 2020. Hierbij werd de ecologische potentie van de locatie in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten (ook in de directe omgeving) onderzocht. Er is gezocht naar sporen van zoogdieren en vogels (uitwerpselen, nesten, holen, haren, veren, krabsporen en pootafdrukken). Daarnaast is er gezocht naar plantenresten of beginnende vegetaties.
Deskstudie
De deskstudie richt zich op bekende ruimtelijke plannen (lokaal, provinciaal, nationaal en Europees) die relevant zijn voor deze locatie. Daarnaast is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd voor de locatie specifiek en de directe omgeving ervan.
Expert judgement Op basis van expert judgement wordt een uitspraak gedaan over de actuele beschermde natuurwaarden van de locatie in relatie tot geplande ontwikkelingen. Voor de expert judgement kan gebruik worden gemaakt van een netwerk van specialisten. Als de deskstudie en de veldinspectie onvoldoende houvast bieden om tot een onderbouwde beoordeling te komen, zal worden aangegeven dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is om de effecten op de aanwezige natuurwaarden te kunnen beoordelen.
iijjzerman advies
|
6
quick scan flora en fauna
Locatie ongenummerd
Beringe
Gebiedsbeschrijving Huidige situatie Het plangebied is gelegen direct oostelijk van het industrieterrein Beringe ten oosten van de bebouwde kern van Bering. Het plangebied, een tweetal ongenummerde, onbebouwde akkerpercelen is gelegen tussen de Meyelseweg en de Noordervaart. Het bestaat uit mais-akkerpercelen met afwateringssloten. Langs de oostgrens van de locatie staat een rijtje zwarte elzen en een enkele zomereik. Langs de westgrens staan enkele zomereiken, gewone berk en Corsicaanse den. Aan het zuidelijke deel van het plangebied doorsnijdt een ondiepe sloot het perceel. Deze buigt af in zuidelijke richting. De oever is steil en er is geen ontwikkelde oevervegetatie aanwezig. Alle randen omvatten voedselrijke zoomvegetaties met ruigtekruiden, brandnetel en riet. Het landschap ten zuiden van het plangebied laat zich kenmerken als een natter gebied met meer ruigtevegetaties. Noordelijk van de planlocatie liggen vooral drogere productiebossen met dennen. Men is voornemens het bestaande industrieterrein uit te breiden. In deze Quick scan wordt uitgegaan van de verwijdering van alle groen-, en waterstructuren.
e
aa
e Kieit
*
Google Ea
e
Afbeelding 1: globale ligging plangebied blauw (bron:
Google Earth)
ijzerman
advies
|
07
quick scan flora en fauna
Locatie ongenummerd
iijjzerman advies
Beringe
|
8
quick scan flora en fauna
Beschermde
Locatie ongenummerd
Beringe
natuurwaarden
Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden zullen geen negatieve effecten ondervinden van de geplande ontwikkelingen, ten opzicht van het huidige gebruik. Er vinden geen verhoogde emissies van licht, geluid of stoffen plaats die van negatieve invloed zouden kunnen zijn op Natura 2000 gebieden. Een vergunning Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
Beschermde
soorten
Flora
Bij de veldinspectie is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Het plangebied laat zich kenmerken als voedselrijke akkergrond. Op en langs de randen van de percelen zijn enkel vrijgestelde soorten en zijn er geen beschermde soorten aangetroffen. Het plangebied is met nadruk geïnspecteerd op potentiële groeiplaatsen voor beschermde soorten. Deze soorten of hun groeiplaatsen zijn niet aangetroffen in het plangebied. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
Ongewervelden Beschermde ongewervelden, zoals bepaalde vlinders, libellen en kevers, zijn niet aangetroffen op de planlocatie. De locatie bevat geen natuurlijk ontwikkelde oevervegetaties of arme- of matig-voedselrijke vegetaties. Beschermde soorten zijn vaak zeer specifiek in hun biotoopkeuze en afhankelijk van de aanwezigheid van (vaak zeldzame en kwetsbare) waardplanten of vegetaties. Op de planlocatie ontbreken deze omstandigheden, waardoor ook geschikte biotopen voor deze beschermde ongewervelden ontbreken. Op basis van de aangetroffen omstandigheden kan worden geconcludeerd dat er geen beschermde
soorten
voorkomen.
Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
Amfibieën, vissen en reptielen In theorie is het mogelijk dat er in het plangebied enkele algemene amfibieënsoorten, zoals bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn (artikel 3.10), worden zij niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (hier van toepassing). Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen
te voorkomen.
Op de planlocatie zijn geen overig beschermde soorten aangetroffen. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
iijjzerman advies
|
9
quick scan flora en fauna
Locatie ongenummerd
Beringe
Broedvogels Alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van de nieuwe Wet natuurbescherming. U dient daarom gedurende de kapwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Er wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. Er is met nadruk gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van nestlocaties van uilen, roofvogels, gierzwaluwen en huismussen en andere soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd kunnen zijn, Er zijn geen nesten, prooiresten of uitwerpselen van deze groepen aangetroffen in de aanwezige groenstructuren. Ter voorkoming van het verstoren van broedende vogels wordt aangeraden eventuele kapwerkzaamheden tussen half juli en half maart (buiten het broedseizoen) te verrichten, Het verstoren van broedende vogels is verboden conform de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van broedende vogels wordt geen ontheffing verleend, Kap in deze periode verkleind de kans op verstoring van broedende vogels.
Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
Zoogdieren Het is mogelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort op de locaties kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, konijn, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren tot de vrijgestelde soorten. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen hoeft voor deze soorten geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep beschermde soorten. Op de planlocatie staan enkele losse bomen. Potentiële vaste verblijfslocaties voor boombewonende vleermuizen ontbreken. De aanwezige bomen zijn visueel onderzocht op het voorkomen van geschikte holtes, gaten en kieren. Deze ontbreken. Als foerageergebied, maisakker, heeft het gebied geen substantiële functie voor vleermuizen.
In de omgeving kunnen in theorie algemene soorten zoals gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en laatvlieger (Eptesicus serotinus) voorkomen. Deze dieren zijn cultuurvolgers en maken vaak gebruik van lijnvormige groen- en bebouwingsstructuren en straatverlichting. Bestaande lijnvormige groenstructuren waarlangs migratie- of foerageerroutes van vleermuizen zouden kunnen liggen, worden niet aangetast door de voorgenomen plannen, Eventuele vliegroutes worden niet onderbroken. De geplande ontwikkeling heeft door gebrek aan geschikte verblijfslocaties of het ontbreken van een gebruiksfunctie (foerageergebied of vliegroute) geen negatieve effecten op lokale populaties vleermuizen. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
ijzerman=dvies
|
10
quick scan flora en fauna
Locatie ongenummerd
Beringe
Advies e Vrijgestelde soorten kunnen mogelijkerwijs worden aangetroffen. Hiervoor hoeft in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het voorkomen van deze soorten wordt door de geplande ontwikkelingen niet in gevaar gebracht. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. « Voor overige beschermde soorten is nader onderzoek niet noodzakelijk door het ontbreken van geschikte biotopen en vaste verblijfslocaties. Er worden geen vaste nest- of verblijfslocaties (jaarrond in gebruik) aangetast. Ook nader onderzoek hiernaar is niet relevant.
e Ter voorkoming van het verstoren van broedende vogels wordt aangeraden eventuele kapwerkzaamheden tussen half juli en half maart (buiten het broedseizoen) te verrichten. Het verstoren van broedende vogels is verboden. Voor het verstoren van broedende vogels wordt geen ontheffing verleend. In het broedseizoen kan ook gekapt worden, alleen dient het dan onder begeleiding van een ter zake kundige: te worden uitgevoerd. jan
‚
feb
ma
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
E
Tabel 2 : aandachtskalender Broedvogels (BV). in groen.
Voorkeursperiode voor werkzaamheden
1 Onder een ter zake kundige wordt verstaan een persoon die : “Op HBO, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie en/of “Als ecoloog werkzaam eZich aantoonbaar
is voor een ecologisch adviesbureau
dat is aangesloten
actief inzet op het gebied van de soortenbescherming
staande organisaties (zoals Das en Boom, VZZ, RAVON, Vogelbescherming nootschap, KNNV, NN, IVN, EIS Nederland, FLORON, VOFF, SOVON, etc.)
bij het netwerk Groene
en is aangesloten
Bureaus en/of
bij de daarvoor in Nederland
be-
Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch ge-
ijjzerman=dvies
|
11
quick scan flora en fauna
Locatie ongenummerd
'kil
BLOK1075.HTM
Beringe
Bronnen www.limburg.nl www.vogel
herming.nl
www.ravon.nl www.sovon.nl
[ai
://www.ndff-
Íì
'natuurs
rid.nl, ven:
Boye, P. et al., Fledermäuse und Fledermausschutz in Deutschland, turschutz,
Bonn,
Broekhuizen,
S. et al., Atlas van de Nederlandse Zoogdieren,
Diepenbeek,
A. van, Veldgids diersporen,
KNNV,
Utrecht,
Diepenbeek, A. van & J. van Delft, Het waarnemen Nijmegen,
Bundesambt für Na-
1999. KNNV,
Utrecht,
1992.
1999.
van amfibieën en reptielen, RAVON,
2006.
Diepenbeek, A. van & R. Creemers, Herkenning amfibieën en reptielen, RAVON,
Nijme-
gen, 2006. Dietz, C. et al,, Handbuch
der Fledermäuse Europas und Nordwestafrikas,
Dietz, M. et al. Von Fledermäusen und Menschen,
Bundesambt
Kosmos,
für Naturschutz,
2007.
Bonn,
2002.
Kapteyn, K., Vleermuizen in het landschap, Schuyt & Co, 1995. Lenders, H.J.R. en C.C.H. Marijnissen, Waarnemen en herkennen van amfibieën en reptielen in het veld, Stichting
RAVON,
Nijmegen,
1993.
Limpens, H. et al,, Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Mebs, T. et al., Uilen van Europa, Tirion, Baarn, Meijden,
2004.
R. van der, Heukels' Flora van Nederland,
Wolters-Noordhoff,
Nie, H. de, Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen, chem
KNNV, Utrecht, 1997.
1996.
Media Publishing Int BV, Doetin-
1996.
Simon, M, et al. Ecology and Conservation of Bats in Villages and Towns, Bundesambt für Naturschutz,
Bonn, 2004.
Sinsch, U., Biologie und Ökologie der Kreuzkröte, Laurenti, 1998.
ijjzerman=dvies
|
12
quick scan flora en fauna
Locatie ongenummerd
Beringe
SOVON Vogelonderzoek Nederland, Atlas van de Nederlandse broedvogels; verspreiding, aantallen, verandering - Nederlandse Fauna 5. Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 2002. Spikmans,
F. & J. Kranenbarg,
Herkenning zoetwatervissen,
Spikmans,
F. & T. de Jong, Het waarnemen
RAVON,
van zoetwatervissen,
Nijmegen,
RAVON,
2006.
Nijmegen,
2006.
Stumpel, T en H. Strijbosch,
Veldgids Amfibieën en reptielen,
KNNV,
Twisk,
P. et al., Zoogdieren
van
1994.
Weeda,
E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora,
West-Europa,
KNNV,
Utrecht, KNNV,
Leiden,
Utrecht, 2006.
1999.
ijjzermanadvies
|
13