CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-058 08 Separate bijlage e. - Quickscan flora & fauna (geanonimiseerd)

Raad 23 april 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Leemvenweg 1 Maasbree” (2024-058)8.494 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QuickScan Herman Vaessen

Maasbree

Effecten op beschermde gebieden en soorten 4 april 2023

Autorisatieblad

Naam

Akkoord

Datum

Opgesteld door

(geanonimiseerd) |

v

31-03-2023

Gecontroleerddoor

(geanonimiseerd) N

v

03-04-2023

Vrijgegeven door

(geanonimiseerd) l

v

04-04-2023

Op dit autorisatieblad ontbreken de handtekeningen wegens de digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

© copyright Vebego Groen B.V. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt, anders dan bedoeld voor de doelstelling van dit rapport,

Quickscan Herman Vaessen Maasbree

zonder schriftelijke toestemming van Vebego Groen B.V.

Inhoudsopgave samenvattende

1.

_

Locatie

13

_ Omschrijving plangebied

14

_

15

_ Wettelijk kader

16

_

Doel

10

2.1

Beschermde gebieden

10

Beschermde

10

2.3 _

Activiteiten

Methode

_

22

3.

_ Beschermde houtopstanden

3.1

_ Beschermde gebieden 3.1.1 Natura 2000-gebieden 3.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN)

12

_

14

3.3

Beschermde

_

13

3.2.1 32.2 3.2.3

Vaatplanten Vogels Grondgebonden zoogdieren

14

324

Vleermuizen

17

3.2.5

Reptielen

18

3.2.6

Amfibieën

19

3.2.7

Vissen

19

3.2.8

Ongewervelden

20

_

Invasieve

exoten

Houtopstanden

14 16

20 20

21

41

_

Beschermde gebieden

21

42

_

Beschermde

421

_

soorten

12

Conclusie

43 5.

1

12

3.2.9

_

soorten

Resultaten

3.2

4.

oowan

Inleiding 11 _ Aanleiding 12

2

tabel

soorten

21

Maatregelen

23

_ Houtopstanden

Bronnen

25

Bijlage I Wet- en regelgeving Wet natuur bescherming (Wnb) Natuurnetwerk Nederland (NNN) Quickscan

Herman

24

Vaessen

Maasbree

26 26 31

Samenvattende

tabel

Wet Effecten natuurbescherming: gebiedsbescherming

Naderveld-en/of _ Nadere procedure/mitigerende effectenonderzoek _ maatregelen

Natura 2000-gebieden

Geen

nvt.

nvt

Bronsgroene

Geen aantasting

Nee

Nee

landschapszone (NNN)

van de kernkwaliteiten

Soortgroep

Beschermde soorten/functies?

Naderonderzoek? Ontheffing Wet natuurbescherming nodig?

Vaatplanten

Nee

Nee

Nee

Algemene

Ja, eris

Nee

Nee, indien maatregelen worden

Broedvogels

broedbiotoop aanwezig voor

genomen om vernietiging van nesten en verstoring van

algemene broedvogels Vogels met Jaarrond

Nee

broedende vogels te voorkomen. Nee

Nee

_ Nee

Nee,

beschermde nesten

Grondgebonden

zoogdieren

Ja,hetplangebied

vormt foerageergebied alsook leefgebied

indien er rekening wordt

gehouden met de algemene zorgplicht (artikel 1.11).

voor door provincie vrijgestelde soorten als haas en egel

Vleermuizen

foerageergebied

Vleermuizen

vliegroutes

Ja

Nee

Nee, hetbetreft __ wordt Nee, mitsvoorkomen tijdelijke door verstoring

geenessentieel foerageergebied

Nee

_

uitsluitend overdagte werken of door gebruik te maken van gerichte verlichting waarbij het omliggend groen en het open water onverlicht blijven. Nee, mits tijdelijke verstoring

wordt voorkomen door uitsluitend overdagte werken of door gebruik te maken van gerichte verlichting waarbij het omliggend groen en het open water onverlicht blijven.

Quickscan

Herman

Vaesst ien Maasbree

soortgroep

Beschermde

Naderonderzoek? _ Ontheffing Wet

Vleermuizen verblijfplaatsen

Nee

Nee

Reptielen Amfibieën

Nee Nee Ja,hetplangebied _ Nee omvat leefgebied

Nee Nee, indien er rekening wordt gehouden met de algemene

voor door provincie vrijgestelde soorten als de bruine kikker en gewone pad

zorgplicht (artikel 1.11). Het betreft namelijk leefgebied voor door provincie algemeen vrijgestelde dieren bij ruimtelijke ordening.

soorten/functies?

Vissen

natuurbescherming nodig?

Nee

Nee

Nee

Nee

Ongewervelden

_ Nee

Nee

Nee

Invasieve exoten

Nee

Nee

Nee

Wet natuurbescherming

Aanwezig

Effecten

Houtopstanden

Nee

n

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

Hoveniersbedrijf Herman Vaessen B.V. is voornemens het huidige bedrijf uit te breiden. De laatste jaren heeft het hoveniersbedrijf een flinke groei gerealiseerd. Het huidige bedrijfsterrein begint daarom te knellen; enerzijds is er behoefte aan nieuwe bedrijfsbebouwing en anderzijds is er behoefte aan meer ruimte voor machines om te manoeuvreren, zaken op te slaan en te parkeren. Om het hoveniersbedrijf toekomstbestendig en duurzamer te maken en te houden voor de komende 20-25 jaar wil het bedrijf daarom een uitbreiding realiseren van het bedrijfsterrein en de gebouwen daarop. Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde flora en fauna en wordt het effect van de ingreep getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Om te controleren of de ingreep een effect heeft op beschermde flora en fauna is ecologisch onderzoek benodigd. Een quickscan is hierin de eerste stap. Met een quickscan worden de volgende stappen doorlopen: Bureauonderzoek; Veldonderzoek;

Effectbeoordeling; Toetsing aan de Wnb; Conclusie en aanbevelingen. Vebego Groen heeft in opdracht van Herman Vaessen B.V. een quickscan uitgevoerd. De resultaten van de quickscan zijn in dit rapport nader uitgewerkt, waarbij de volgende vragen centraal staan: +

Welke wettelijk beschermde plant- en diersoorten zijn (potentiee!) in het plangebied aanwezig?

* *

1.2

s de ruimtelijke ingreep van negatieve invloed op wettelijk beschermde soorten? Is het naar aanleiding van de ruimtelijke ingreep sprake van ontheffingsplicht, of is aanvullend onderzoek nodig om hierover uitsluitsel te kunnen geven?

Locatie

Het plangebied ligt aan de Kanaalweg in Maasbree, gemeente Peel en Maas in de provincie Limburg. Het uitbreidingsperceel grenst aan de westzijde aan woningen, aan de oostzijde aan tuincentrum GroenRijk Maasbree, aan de zuidzijde aan de huidige locatie van het hoveniersbedrijfen wordt aan de noordzijde omsloten door de Kanaalweg. In onderstaande figuren is de ligging van het plangebied weergegeven.

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

Figuur 1.1: Ligging plangebied met topografische onderlegger

Figuur 1.2: Ligging plangebied met luchtfoto als onderlegger Schaal: 1:7.500

7

Quickscan Herman Vaessen Maasbree

1.3

Omschrijving plangebied

Het plangebied is deels bebouwd met een tuinkas en is voor het overige deel onbebouwd en in gebruik als landbouwgrond. Op het perceel zijn meerdere afwateringssloten aanwezig en het perceel wordt tijdelijk begraasd door schapen. In onderstaande figuur (figuur 1.2) i een impressie van het plangebied weergegeven.

(geanonimiseerd) (21 maart 2023]. Figuur 1.3: Impressie van het plangebied, foto's door B

Quickscan Herman Vaessen Maasbree

1.4

Activiteiten

De door Herman

e

Vaessen

B.V. uit te voeren

activiteiten

betreffen:

Het verwijderen van de aanwezige kas met een oppervlakte van 6.170 m;

e

Het realiseren van een bedrijfsgebouw met een oppervlakte van circa 4.000 m?;

e e

Het aanleggen van parkeerplaatsen voor personeel van het hoveniersbedrijf; Het dempen van enkele sloten.

1.5

Wettelijk kader

Bij een dergelijke ruimtelijke ontwikkeling is het vanuit natuurwetgeving van belang om na te gaan of de werkzaamheden effect hebben op beschermde natuurwaarden. Het volgende wettelijk kader is gehanteerd: © _ Wet natuurbescherming (Wnb), onderdelen beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden; © Provinciaal beleid beschermde gebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit wettelijk kader is van toepassing bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het wettelijk kader is nader uitgeschreven in bijlage 1. Ter aanvulling op beschermde gebieden, soorten en houtopstanden is tijdens het oriënterend veldbezoek ook gelet op aanwezigheid van invasieve exoten welke vermeld zijn in de Europese

Verordening 1143/2014 (Exotenverordening). Deze verordening omvat een lijst met soorten die in Europa dusdanige negatieve effecten hebben op 0.a. de economisch en ecologisch vlak, dat voor deze soorten de plicht geldt om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen of zodanig te beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk worden voorkomen. De provincies zijn verantwoordelijk voor de aanpak van de invasieve exoten die op de Unielijst zijn geplaatst. In de

praktijk zijn echter grondeigenaren zelf verantwoordelijk voor het (op een juiste manier) verwijderen dan wel

beheren van invasieve exoten.

1.6

Doel

Het doel van de quickscan is toetsing van de voorgenomen ingrepen aan het wettelijk kader ten aanzien van natuur zoals hierboven aangegeven. Voorliggende rapportage betreft een quickscan ecologie waarmee middels een bureaustudie en biotoopverkenning een goede eerste indruk van de natuurwaarden n het plangebied wordt verkregen. Er wordt duidelijkheid gegeven over eventuele vervolgstappen: e Iser aanvullend veldonderzoek nodig? e Enis het nodig om een ontheffing of vergunning aan te vragen? Indien mogelijk wordt aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen of te verzachten (mitigerende maatregelen). Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

2.

Methode

In onderstaand hoofdstuk worden de gehanteerde methoden voor het onderzoek naar beschermde gebieden en beschermde soorten beschreven.

2.1

Beschermde gebieden

Er is gekeken naar mogelijke effecten van de voorgenomen werkzaamheden op beschermde natuurgebieden in de omgeving. Beschermde gebieden die zijn meegenomen in deze quickscan

omvatten: Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en beschermde gebieden (Brons, Zilver, - Goudgroene natuurzone) van de provincie Limburg. Voor de effectbepaling is gekeken naar ruimtebeslag op beschermde gebieden en, indien relevant, mogelijke indirecte effecten. Indirecte effecten zijn bijvoorbeeld verstoring door geluid, licht, trillingen en optische verstoring. Voor Natura 2000-gebied is ook aangegeven of er vervolgstappen nodig zijn ten aanzien van stikstofdepositie. Voor alle natuurgebieden is onderzocht of de werkzaamheden externe werking kennen. Dat wil zeggen dat de bescherming van het gebied ook bij activiteiten rondom het natuurgebied geldt. Dit is aan de orde voor de Natura 2000-gebieden. Op basis van de effectbepaling is aangegeven welke vervolgstappen dienen te worden genomen. Hierbij kan gedacht worden aan het uitvoeren van nader onderzoek, het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming of het doorlopen van de ‘nee, tenzijprocedure’ voor NNN-gebied.

2.2

Beschermde

soorten

Bureaustudie

Er is een inventarisatie gedaan naar bestaande verspreidingsgegevens van beschermde soorten flora en fauna, zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. Voor de bureaustudie zijn de verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en de verspreidingsatlas geraadpleegd. Hierbij zijn gegevens van de afgelopen 5jaar in (de omgeving van) het plangebied geraadpleegd. Als zoekgebied is een afstand van tenminste 1 kilometer tot het plangebied gehanteerd. Ten aanzien van vogels zijn in de bureaustudie alleen soorten met een jaarrond beschermd nest meegenomen. Voor algemene broedvogels geldt de algemene verbodsbepaling dat nesten niet mogen worden verstoord of vernietigd als het nest in gebruik is. Oriënterend veldbezoek

Om een beeld te verkrijgen van de beschermde soorten in het onderzoeksgebied is op 21 maart 2023

verkennend veldonderzoek uitgevoerd door ecoloog (geanonimiseerd) N van Vebego Groen, waarbij het onderzoeksgebied s getoetst op het voorkomen van en de eventuele geschiktheid voor beschermde 10

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

plant- en diersoorten in het kader van de Wnb. Naast directe waarnemingen van beschermde soorten of sporen die duiden op het voorkomen van beschermde soorten, is aan de hand van gebieds- en biotoopkenmerken de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten bepaald. Deze potentiebeoordeling is nodig, aangezien het verkennend veldonderzoek slechts een momentopname betreft en zodoende de aan- of afwezigheid van (seizoensgebonden) beschermde soorten niet met zekerheid valt vast te stellen of uit te sluiten. Overigens wordt alleen beoordeeld of een soort wel of niet voor kan komen, maar ook wordt per soort bepaald welke functies in het onderzoeksgebied aanwezig kunnen zijn (bijvoorbeeld foerageergebied of verblijfplaatsen).

Vebego Groen werkt met erkende ecologen die op basis van hun kennisniveau (opleiding en training) en ervaring aan kunnen geven of het realistisch is of bepaalde beschermde soorten verwacht mogen worden. In dit rapport wordt daarom ook wel gesproken over ‘expert judgement’. Bij het veldonderzoek dient nogmaals te worden opgemerkt dat de vergaarde informatie het voorkomen van beschermde flora en fauna niet uitsluit, daar het een momentopname betreft. Het moment waarop het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd, zijn niet alle beschermde soorten waarneembaar. Om die reden is de (potentiële) aanwezigheid bepaald op basis van bureauonderzoek in combinatie met veldonderzoek en ‘expert judgement’. Op basis van huidig onderzoek mag ervan worden uitgegaan dat voldoende onderzoeksinspanning is geleverd of dat op basis van dit onderzoek aanvullend onderzoek wordt voorgeschreven. Effectbepaling beschermde soorten Op basis van de gegevens uit de bureaustudie en het oriënterende veldbezoek heeft een beoordeling plaatsgevonden van de effecten van de voorgenomen ingreep op de beschermde natuurwaarden in

(de omgeving van) het plangebied. Vervolgstappen Op basis van de effectbepaling zijn de vervolgstappen vastgesteld. Hierbij is per soortgroep

aangegeven of nader/ aanvullend onderzoek nodig i. Indien een soort aanwezig is binnen het plangebied en er sprake is van negatieve effecten, is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd. Indien mogelijk wordt aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen of te verzachten (mitigerende maatregelen).

2.3

Beschermde houtopstanden

Er is gekeken naar mogelijke raakvlakken van de voorgenomen werkzaamheden met houtopstanden. Hierbij is in eerste instantie getoetst of houtopstanden gerooid of geveld dienen te worden. Indien er sprake is van het verwijderen van houtopstanden, is nagegaan of de betreffende houtopstanden vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden. Er is aangegeven of en welke vervolgstappen er nodig zijn voor het uitvoeren van de werkzaamheden in relatie tot dit beschermingsregime.

1

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

3.

Resultaten

3.1

Beschermde gebieden

In figuur 31 is de ligging van beschermde gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Legenda Plangetied B ntuuretwerk Umburg Natuur n goudgroene natuurzone Natuur n zivergroene natuurzone Natuur n bronsgroene andschapszone

Figuur 3.1: De ligging van beschermde natuurgebieden in de omgeving van het plangebied.

Gezien de grote afstand van N2000 gebied tot het plangebied is deze op de kaart niet zichtbaar. Schaal 1 : 7.500

3.1.1

_ Natura 2000-gebieden

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel op een afstand van 8,8 km ten noordwesten van het plangebied. Ruimtebeslag De werkzaamheden binnen de scope leiden niet tot ruimtebeslag op het Natura 2000-netwerk. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel ligt op 8,8 km ten noordwesten van het plangebied. Directe negatieve effecten als gevolg van oppervlakteverlies zijn daarmee uitgesloten. Verstoring Als gevolg van de afstand tot het Natura 2000-netwerk kunnen indirecte negatieve effecten als gevolg van storingsfactoren zoals geluid en licht worden uitgesloten.

12

Quickscan Herman Vaessen Maasbree

Realisatiefase

Per 1 november 2022 is artikel 1 Van de Wet tot wijziging van de Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en artikel 1 Van het bijbehorende Besluit (AmvB) opgeschort. Hiermee is een einde gekomen aan de partiële vrijstelling voor de vergunningsplicht als het gaat om stikstofdepositie bij bouwwerkzaamheden. Voorbeelden van werkzaamheden die onder de partiële vrijstelling vielen zijn bouw en sloop van woningen, utiliteitsgebouwen,

grond-, weg- en waterbouw (waaronder de aanleg van straten, pleinen, wegen, het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen). Voorliggend project valt onder bouwwerkzaamheden en s daarmee niet vrijgesteld van de vergunningsplicht voor het realiseren van het project. Onduidelijk is of de werkzaamheden in de realisatiefase het nabij gelegen Natura2000-gebied kunnen aantasten. Geadviseerd wordt om een AERIUS berekening uit te voeren. Gebruiksfase

Het is vooralsnog onbekend of het nieuwbouwplan in de gebruiksfase extra stikstofdepositie met zich meebrengt. Geadviseerd wordt om een AERIUS berekening uit te voeren.

3.1.2

_ Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van provinciaal beschermd gebied (Bronsgroene landschapszone), conform paragraaf 2.6, 2.7 en 2.13 van de Omgevingsverordening Limburg. Ingrepen n deze natuurzone zijn onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Daarbij is het van belang dat de wezenlijke waarden en kenmerken (de kernkwaliteiten) niet worden aangetast. De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. De beoogde uitbreidingsgronden maken onderdeel uit van een beekdal. Dit beekdal behoort toe tot de Everlose beek, die ten noorden van het plangebied loopt. De natuurlijke loop van de Everlose beek die ooit door het beekdal

meanderde

is er niet meer.

In de eerste helft van

de 19° eeuw was

het de

bedoeling de Noordervaart door te trekken tot in Venlo. Hiervoor is toen een groot deel van de Everlose beek gekanaliseerd, zo ook bij Maasbree. Het beekdal van de Everlose beek betreft daarom op dit moment een beekdal met een kanaal. Het kanaal betreft eigenlijk een onvoltooid cultuurhistorisch object met natuur- en landschapswaarden die niet meer echt leesbaar zijn (Bureau

leefomgeving, 2022). Een typisch beekdal wordt gekenmerkt door een halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes en kleine landschapselementen. In een beekdal bevindt zich meestal weinig tot geen bebouwing. Hiervan is in dit geval zeker geen sprake; de beoogde uitbreidingsgronden worden juist aan alle zijden omringd door bebouwing. Daarnaast is er op dit moment ook bebouwing aanwezig op de uitbreidingsgronden in de vorm van een kas. De kenmerkende kleinschaligheid voor een beekdal wordt op deze plek daarom niet gecreëerd door landschapselementen, maar juist door bebouwing. Ook in het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg is deze plek juist aangewezen als ‘besloten gebied’ door de versnippering en hoeveelheid aan bebouwing (Bureau leefomgeving,2022).

13

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

Gezien bovenstaande onderbouwing kan met voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat de ingreep niet leidt tot significante negatieve gevolgen voor beschermd gebied.

3.2

Beschermde

soorten

In deze paragraaf wordt per soortgroep aangegeven welke beschermde soorten er op basis van de bureaustudie en het oriënterend veldbezoek in (de directe omgeving van) het plangebied worden verwacht. Vervolgens wordt per soortgroep ingegaan op mogelijke effecten die door de werkzaamheden op kunnen treden. Tot slot wordt per soortgroep aangegeven welke vervolgstappen er nodig zijn (zoals maatregelen, nader onderzoek of aanvraag ontheffing).

3.2.1

Vaatplanten

Resultaten

bureaustudie

Uit bureauonderzoek blijkt dat in (de directe omgeving van) het plangebied geen waarnemingen bekend zijn van beschermde vaatplanten. Resultaten veldbezoek

Tijdens veldonderzoek zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen. Op basis van ‘expert judgement’ zijn in het plangebied ook geen beschermde soorten te verwachten, aangezien hiervoor de gewenste standplaatsfactoren ontbreken. Effectbespreking en vervolgstappen Het biotoop is niet geschikt voor beschermde vaatplanten, deze zijn dus ook niet aangetroffen. Op basis van verspreiding worden ook geen beschermde soorten verwacht. Negatieve effecten op deze soortgroep kunnen worden uitgesloten. Er is geen noodzaak tot aanvullend onderzoek of ontheffingsaanvraag.

3.2.2

Vogels

Binnen de soortgroep vogels wordt onderscheid gemaakt tussen vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn en waarvan de nesten uitsluitend beschermd zijn in geval van broedactiviteit. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken. De soortenlijst

met jaarrond beschermde vogelnesten is niet als zodanig opgenomen in de Wnb.

Formeel gaat het om een provinciale ‘beleidsrege!’ waarin de bescherming nader wordt ingevuld in de Omgevingsverordening Limburg. Binnen deze soortenlijst wordt ook nog onderscheid gemaakt in categorieë e

Categorie

1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het

broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats; e

Categorie

2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en

die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar;

14

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

x

e

Categorie 3: Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en beschikbaar;

e

Categorie 4: Vogels die jaarin jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Resultaten

bureaustudie

Biij het bureauonderzoek ligt de nadruk op vogelnesten van soorten met een jaarrond beschermd nest, aangezien de aanwezigheid van nesten van overige broedvogels van jaar tot jaar (sterk) kunnen variëren. In de onderstaande tabel zijn de beschermde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten weergegeven waarvan waarnemingen in de omgeving van het plangebied bekend zijn. Tabel 3.1: Vogels met een jaarrond beschermd nest die in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen in de afgelopen 5 jaar. Bron: NDFF, maart 2023.

Nederlandsenaam

_

Wetenschappelijke

Categorienest

naam

_ Wet natuurbescherming

Boerenzwaluw

Hirundo rustica

2

v

Gierzwaluw

Apus apus

2

v

Motacila cinerea

2

v

Huismus

Passer domesticus

2

v

Ooievaar

Cyanistescaeruleus

2

v

Torenvalk

Falco tinnunculus

3

v

Wespendief

Pernis apivorus

3

v

Buizerd

Buteo buteo

4

v

Usvogel

Alcedo atthis

4

v

sperwer

Accipiter nisus

4

v

Grotegelekwikstaart

__

Legenda categorie Wet natuurbescherming (Wnb}:

_

V = vogels (artikel 3.1 Wnb),

Resultaten veldbezoek

Algemene broedvogels Er is binnen het plangebied geschikt broedbiotoop aangetroffen voor algemene broedvogels. Het gaat om oevers van sloten. In de bomen, struweel en klimop erfafscheiding aangrenzend aan de westzijde van het plangebied kunnen mogelijk algemene vogels zoals merel, houtduif, koolmees en ekster gaan broeden.

Vogels met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen jaarrond beschermde nesten waargenomen. Het plangebied is ongeschikt voor jaarrond beschermde nesten. Ten eerste zijn er in het plangebied en binnen de verstoringsgevoelige afstand geen horsten in bomen aangetroffen die een nestplaats kunnen bieden aan boombewonende soorten. Ten tweede beschikt de aanwezige bebouwing in het plangebied niet over geschikte invliegopeningen en nestplaatsen voor gebouwbewonende soorten, door het ontbreken van dakpannen daken en stenen muren,

15

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

met jaarrond beschermde nesten als de

huismus en gierzwaluw. Ten derde zijn de oevers in het plangebied ongeschikt voor soorten als ijsvogel of grote gele kwikstaart, vanwege het ontbreken aan open, zandige stukken.

Effectbespreking en vervolgstappen Algemene broedvogels Er is binnen het plangebied geschikt broedbiotoop aanwezig voor algemene soorten broedvogels. Het gaat om oevers. Het vernietigen van bewoonde nesten is verboden conform Wnb artikel 3.1. Dit geldt ook voor het zodanig verstoren van bewoonde nesten dat vogels hun nest verlaten. Om vernietiging van nesten en verstoring van broedende vogels te voorkomen dienen werkzaamheden waarbij beplanting wordt verwijderd of aan de oevers wordt gewerkt, buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Het verschilt per soort. De meeste vogelsoorten broeden tussen 15 maart en 15 juli. Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is, moet voorafgaand aan de werkzaamheden door een ter zake kundige worden gecontroleerd of e in de te verwijderen oevers, bomen en struiken broedende vogels aanwezig zijn. Indien effecten op broedende vogels niet kunnen worden uitgesloten mag er niet gewerkt worden. Vogels met jaarrond beschermde nesten In het plangebied worden geen nesten van jaarrond beschermde vogels verwacht. Negatieve effecten op jaarrond beschermde vogels kunnen worden uitgesloten.

3.2.3

_ Grondgebonden

Resultaten

zoogdieren

bureaustudie

In de onderstaande tabel zijn de beschermde grondgebonden zoogdieren weergegeven waarvan waarnemingen in de omgeving van het plangebied bekend zijn. Tabel 3.2: Beschermde grondgebonden zoogdieren die in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen in de afgelopen 5 jaar. Bron: NDFF, maart 2023. Nederlandsenaam

_

Wetenschappelijke naam

Wet natuurbescherming

Bever

Castor Fiber

H

Nee

Ree

Copreolus capreolus

AV

Ja

Vos

Vulpes vulpes

AV

Ja

Eekhoorn

Sciurus vulgaris

N

Vrijstelling alleen tussen

_

Algemene vrijstelling bij _ ruimtelijke ingrepen

maart/april en juli t/m november Haas

Lepus europaeus

v

Ja

Egel

Erinaceus europaeus _ AV

Ja

Legenda categorie Wet natuurbescherming (Wnb):

H = soorten Habitatrichtlijn en/of Verdrag van Bonn of Bern (artikel 3.5

Wnb), N = nationaal beschermde soorten volgens Wb

(artikel 3.10 Wnb), AV = beschermde soorten waarvoor een algemene

vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen vanuit provincie Limburg Resultaten veldbezoek

Er zijn groenstructuren aanwezig binnen het plangebied waar zich algemene soorten als haas en egel kunnen bevinden. Dit zijn door de provincie Limburg algemeen vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er worden binnen het plangebied geen soorten grondgebonden zoogdieren verwacht 16

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

die niet algemeen vrijgesteld zijn door de provincie Limburg. Er zijn binnen het plangebied geen watergangen aanwezig die geschikt zijn voor bever. Daarnaast zijn er geen bomen in het plangebied aanwezig, waardoor aanwezigheid van verblijfplaats van eekhoorn in het plangebied kan worden uitgesloten. Overige beschermde soorten zoals boommarter, steenmarter en kleine marterachtigen worden ook niet verwacht in het plangebied. Er zijn in het plangebied geen bomen aanwezig met

holtes die geschikt zijn als vaste rust- en/of voortplantingsplaats voor boommarter of steenmarter. Daarnaast ontbreekt het voor steenmarter in het plangebied aan geschikte bebouwing (schuurtjes,

zolders, bebouwing met toegankelijke spouw) als vaste rust- en/of voortplantingsplaats. Voor kleine marterachtigen ontbreekt het aan kleinschalige landschapselementen met voldoende schuilmogelijkheden. Effectbespreking en vervolgstappen Het plangebied is geschikt voor algemene soorten grondgebonden zoogdieren, zoals haas en egel. Deze dieren kunnen door de werkzaamheden worden verstoord. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig, omdat de soorten algemeen zijn vrijgesteld door de provincie Limburg bij

ruimtelijke ontwikkelingen. Wel moet worden voldaan aan de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). 3.2.4

_ Vleermuizen

Resultaten

bureaustudie

In de onderstaande tabel zijn de soorten vleermuizen weergegeven waarvan waarnemingen in de omgeving van het plangebied bekend zijn. Tabel 3.3:

Beschermde vleermuizen die in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen in de afgelopen 5

jaar. Bron: NDFF, maart 2023.

Nederlandse naam

Wetenschappelijke

Wet natuurbescherming

naam

Bosvleermuis

Nyctalus leisleri

H

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

H

Laatvlieger

Eptesicus serotinus

H

Legenda categorie Wet natuurbescherming (Wnb):

H = soorten Habitatrichtlijn en/of Verdrag van Bonn of Bern (artikel 3.5

Wnb) Resultaten veldbezoek

Het oriënterende veldbezoek heeft overdag plaatsgevonden waardoor geen actieve vleermuizen konden worden waargenomen. Wel is zo goed als mogelijk biotoopinformatie verzameld om de aan- of afwezigheid van mogelijke foerageergebieden, vliegroutes en verblijfplaatsen te bepalen. Vleermuizen foerageergebied De bomen aangrenzend aan het plangebied en waterelementen in het plangebied vormen potentieel foerageergebied voor vleermuizen. Een gedeelte van het potentiële foerageergebied zal door ruimtebeslag verdwijnen. Er blijft echter voldoende foerageergebied in de vorm van bosschages en bomen in de directe omgeving van het plangebied bewaard. Het betreft hier geen essentieel foerageergebied aangezien in de directe omgeving van het plangebied voldoende bosschages, bomenrijen (boomkronen) en waterpartijen aanwezig zijn.

17

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

Vleermuizen vliegroutes Het plangebied bevat lijnvormige elementen, namelijk diverse afwateringssloten. Deze sloten vormen echter geen geschikte vliegroute, omdat ze niet voldoende breed en hoog zijn en daarmee onvoldoende beschutting bieden. Daarnaast staan ze niet in verbinding met potentieel geschikte verblijfslocaties of essentieel foerageergebied. Vleermuizen verblijfplaatsen Er zijn in het plangebied geen bomen aanwezig. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kunnen daarmee worden uitgesloten. De aanwezige bebouwing in het plangebied bestaat uit een volledig glazen kas en is ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Effectbespreking en vervolgstappen Vleermuizen foerageergebied Door de werkzaamheden zal er ruimtebeslag optreden op potentieel foerageergebied van vleermuizen. Het betreft hier geen essentieel foerageergebied aangezien er voldoende foerageergebied in de directe omgeving van het plangebied intact blijft. Bij de uitvoer van de werkzaamheden kunnen eveneens negatieve effecten door verstoring door licht optreden. Deze effecten kunnen worden voorkomen door te werken tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien dit niet mogelijk is dient gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting waarbij de groenstructuren en wateroppervlakten, welke gebruikt worden door vleermuizen, onverlicht blijven.

Vleermuizen vliegroutes In het plangebied zijn lijnvormige structuren aanwezig in de vorm van afwateringssloten, maar deze zijn ongeschikt als vliegroute voor vleermuizen. Negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden kunnen worden uitgesloten. Vleermuizen verblijfplaatsen In het plangebied staan geen bomen en geen gebouwen met geschikte invliegopeningen voor vleermuizen. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen nodig.

3.2.5

_ Reptielen

Resultaten

bureaustudie

In het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten reptielen. Resultaten veldbezoek

Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen waargenomen. Binnen het plangebied zijn geen elementen aanwezig die geschikt zijn voor reptielen. Het plangebied beschikt niet over een functioneel habitat, enkel agrarische percelen, aangezien er geen sprake is van een aaneenschakeling van overwinterings-, foerageer- en voortplantingsgebieden. Effectbespreking en vervolgstappen Er worden geen beschermde soorten reptielen in het plangebied verwacht. Negatieve effecten op beschermde reptielen zijn uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen benodigd voor deze soortgroep. 18

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

3.2.6

_ Amfibieën

Resultaten

bureaustudie

In de onderstaande tabel zijn de beschermde soorten amfibieën weergegeven waarvan waarnemingen in de omgeving van het plangebied bekend zijn. Tabel 3.4:

Beschermde amfibieën die in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen in de afgelopen 5

Jaar. Bron: NDFF, maart 2023. Nederlandsenaam

_ Wetenschappelijke

naam

_ Wet

natuurbeschermi

Algemene vrijstelling bij

_ ruimtelijke ingrepen

ng

Gewone pad

AV

Ja

Legenda categorie Wet natuurbescherming (Wnb}: AV = beschermde soorten waarvoor een algemene vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen vanuit provincie Limburg. Resultaten veldbezoek

Binnen dan wel direct aangrenzend aan het plangebied zijn geen poelen aanwezig. Het plangebied is

door de 60km/h Kanaalweg

gescheiden van de Everlose beek. De beek is op deze locatie gekanaliseerd

en beschikt over steile oevers. In het plangebied zijn wel enkele afwateringssloten aanwezig. De sloten zijn niet permanent watervoerend en hebben steile oevers met ruige begroeiing. Er zijn weinig tot geen waterplanten aanwezig in de sloten. Het aanwezige biotoop is enkel geschikt voor algemene soorten als bruine kikker en gewone pad. Deze zijn echter door de provincie Limburg algemeen

vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er worden binnen en/of direct grenzend aan het plangebied geen beschermde soorten amfibieën verwacht gezien het aanwezige biotoop. Effectbespreking en vervolgstappen Het plangebied is geschikt voor algemene soorten amfibieën, zoals de gewone pad. Deze dieren kunnen door de werkzaamheden worden verstoord. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig omdat de soorten algemeen zijn vrijgesteld door de provincie Limburg bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel moet worden voldaan aan de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Dit kan bijvoorbeeld door de werkzaamheden waarbij water wordt gedempt of vegetatie wordt verwijderd van één kant uit te voeren zodat aanwezige dieren de kans krijgen te vluchten.

3.2.7

Vissen

Resultaten

bureaustudie

In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde soorten vissen bekend. Resultaten veldbezoek

In het plangebied is geen geschikt biotoop voor beschermde vissen aanwezig, omdat er geen permanent watervoerende watergangen aanwezig zijn. Effectbespreking en vervolgstappen Negatieve effecten op deze soortgroep worden niet verwacht. Voor deze soortgroep zijn geen vervolgstappen benodigd. 19

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

3.2.8

_ Ongewervelden

Resultaten

bureaustudie

In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde soorten ongewervelde bekend.

Resultaten veldbezoek

In het plangebied zijn geen waardplanten aangetroffen van beschermde soorten vlinders. Vanwege de voormalige functie als agrarisch perceel en de huidige beweiding door schapen ontbreken de gewenste standplaatsfactoren voor waardplanten. Het biotoop is daarnaast niet geschikt voor beschermde soorten libellen, vanwege het ontbreken van ei-afzet mogelijkheden. Ook andere ongewervelden worden niet verwacht gezien het biotoop. Effectbespreking en vervolgstappen Negatieve effecten op deze soortgroep worden niet verwacht. Voor deze soortgroep zijn geen vervolgstappen benodigd.

3.2.9

_

Invasieve exoten

Resultaten

bureaustudie

In de onderstaande tabel zijn de invasieve exoten weergegeven waarvan waarnemingen in de omgeving van het plangebied bekend zijn.

Tabel 3.1: Invasieve exoten die in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen in de afgelopen 5 jaar. Bron: NDFF, maart 2023.

Nederlandsenaam

_ Wetenschappelijke

Soortgroep

Verantwoordelijk

naam

Zonnebaars

Lepomis gibbosus

Vissen

Provincie

Resultaten veldbezoek

In het plangebied zijn geen waarnemingen gedaan van invasieve exoten, zowel niet van planten als (on)gewervelden. Zonnebaars wordt in het plangebied niet verwacht, omdat het ontbreekt aan permanent watervoerende watergangen. Effectbespreking en vervolgstappen Negatieve effecten op de directe omgeving door de aanwezigheid van invasieve exoten kan worden uitgesloten. Voor deze groep zijn geen vervolgstappen benodigd.

3.3

Houtopstanden

Er staan geen houtopstanden binnen het plangebied. Er zijn daarom geen verdere acties in het kader van beschermde houtopstanden noodzakelijk.

20

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

4.

Conclusie

In onderstaande paragrafen worden de conclusies en aanbevelingen uit de quickscan besproken.

41

Beschermde gebieden

Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel bevindt zich op een afstand van 8,8 km ten noordwesten van het plangebied. Gezien de aard van de werkzaamheden, de ligging van het plangebied en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt binnen de begrenzing van provinciaal beschermd gebied (Bronsgroene landschapszone), conform paragraaf 2.6, 2.7 en 213 van de Omgevingsverordening Limburg. De werkzaamheden tasten de kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone niet aan. Er kan met voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat de ingreep niet leidt tot significante negatieve gevolgen voor beschermd gebied. Er is geen nadere NNN-toetsing benodigd.

4.2

Beschermde

soorten

Binnen het plangebied is biotoop aangetroffen die geschikt is voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: algemene broedvogels en vleermuizen. In onderstaande tabel is per soortgroep aangegeven of er nader onderzoek nodig is en mogelijk een ontheffing nodig is in het kader van de Wet natuurbescherming. Tabel 4.1: Conclusies en aanbevelingen over beschermde soorten (Wet natuurbescherming).

Soortgroep

21

Beschermde soorten/functies?

Naderonderzoek? Ontheffing Wet natuurbescherming nodig?

Vaatplanten

Nee

Nee

Nee

Algemene Broedvogels

Ja,eris broedbiotoop

Nee

Nee, indien maatregelen worden genomen om vernietiging van

aanwezig voor

nesten en verstoring van

algemene broedvogels

broedende vogels te voorkomen

Quickscan Herman Vaessen Maasbree

Soortgroep Vogels met Jaarrond

Beschermde

Nader onderzoek?

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee, indien er rekening wordt gehouden met de algemene zorgplicht (artikel 1.11).

soorten/functies?

Ontheffing Wet natuurbescherming nodig?

beschermde nesten

Grondgebonden

zoogdieren

Ja,hetplangebied

vormt foerageergebied alsook

_

leefgebied voor door provincie vrijgestelde soorten als haas en egel Vleermuizen

Ja

foerageergebied

Vleermuizen

Nee

Nee, het betreft

Nee, mits tijdelijke verstoring

geen essentieel foerageergebied

wordt

Nee

vliegroutes

voorkomen

door

uitsluitend overdagte werken of door gebruik te maken van gerichte verlichting waarbij het omliggend groen en het open water onverlicht blijven. Nee, mits tijdelijke verstoring wordt

voorkomen

door

uitsluitend overdagte werken of door gebruik te maken van gerichte verlichting waarbij het omliggend groen en het open water onverlicht blijven. Vleermuizen

Nee

Nee

Nee

Reptielen

Nee

Nee

Nee

Amfibieën

Ja,hetplangebied _ Nee omvat leefgebied

verblijfplaatsen

voor door provincie vrijgestelde soorten als de bruine

kikker

en gewone pad Vissen

Ongewervelden Invasieve

exoten

Nee, indien er rekening wordt gehouden met de algemene zorgplicht (artikel 1.11). Het betreft namelijk leefgebied voor door provincie algemeen vrijgestelde dieren bij ruimtelijke ordening.

Nee

Nee

Nee

_ Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nader onderzoek is niet benodigd, mits de maatregelen zoals in bovenstaande tabel omschreven opgevolgd worden.

22

Quickscan Herman Vaessen Maasbree

4.2.1

_ Maatregelen

Om negatieve effecten op algemeen beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen worden in ieder geval de volgende maatregelen voorgesteld:

Soortgroep

Maatregel

Algemene broedvogels

.

Om effecten op broedende vogels te voorkomen dienen werkzaamheden, waarbij beplanting wordt verwijderd of aan oevers/water wordt gewerkt buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Voor het broedseizoen

geldt geen vaste periode. Het verschilt per soort. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is, moet voorafgaand aan de werkzaamheden door een ter zake kundige op het gebied van

broedvogels worden gecontroleerd of broedende vogels aanwezig zijn. Dit geldt ook voor de periode vlak voor of na het broedseizoen, het gaat om een broedgeval ongeacht de datum.

Om effecten op broedende vogels te voorkomen dienen preventieve maatregelen genomen te worden voorafgaande aan het broedseizoen waarbij de vegetatie gelegen binnen de invloedssfeer van de

werkzaamheden kort gehouden wordt, door periodiek maaien en afvoeren. Indien effecten op broedende vogels niet kunnen worden uitgesloten mag er niet gewerkt worden.

Grondgebonden zoogdieren

-

Om effecten op algemeen beschermde kleine grondgebonden zoogdieren zoveel mogelijkte beperken dienen werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd van één kant te worden uitgevoerd, zodat aanwezige

dieren de kans krijgen om zich te verplaatsen. Deze maatregel valt onder de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb).

Vleermuizen foerageergebied,

Om mogelijke indirecte effecten als verstoring door licht op naast gelegen

vliegroutes en

gewerkt te worden tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien toch

verblijfplaatsen

gebruik moet worden gemaakt van kunstlicht, dient gebruikte worden

foerageergebied, verblijfplaatsen en vliegroutes te voorkomen dient

gemaakt van gerichte verlichting. Hierbij dient lichtval op bomen, water, en

gebouwen in de omgeving te worden vermeden om verstoringte voorkomen.

Daarnaast mogen er tussen zonsondergang en zonsopkomst

geen obstructies in het water worden gelegd voor dieren die het water

volgen als vliegroute. Amfibieën

-

Het dempen van de watergang dient richting één kantte worden uitgevoerd zodat aanwezige dieren de kans krijgen om te vluchten. Er mag niet richting een doodlopend stuk van de watergang gewerkt worden. Deze

maatregel valt onder de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Eventueel aanwezige eiklompen en eisnoeren dienen overgebracht te worden naar water dat niet gedempt wordt.

Er wordt aanbevolen om te voorkomen dat er ondiepe poelen, sporen van machines die met water gevuld kunnen worden en zandhopen/omgewerkte grond ontstaan tijdens werkzaamheden die mogelijk plaatsvinden in de

actieve periode van amfibieën (april-oktober). Poelen kunnen functioneren als tijdelijk geschikt voortplantingswater. 23

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

4.3

Houtopstanden

Er staan geen houtopstanden binnen het plangebied. Er zijn daarom geen verdere acties in het kader van beschermde houtopstanden noodzakelijk.

24

Quickscan Herman Vaessen Maasbree

5.

Bronnen =

Ligt de P. (2022). Principeverzoek. Bureau leefomgeving

= _ NDFF Uitvoerportaal - Login. (2.d.). https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul = _ NDFF Verspreidingsatlas. (z.d.).

https://www.verspreidingsatlas.nl/?gclid=EAlalQobChMIOv31ha6G_gIVj_p3Ch2B7QLbEAAYAS AAEgJMWD_BWE

25

Quickscan Herman Vaessen Maasbree

Bijlage I Wet- en regelgeving Wet natuur bescherming (Wnb) In deze bijlage staat een beschrijving van de relevante wet- en regelgeving en het beleidskader. De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden. De wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en de Boswet. Veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen bij de provincies. Er zijn hierop wel uitzonderingen waarvoor het ministerie van LNV bevoegd gezag is. Dit betreft onder andere de aanleg, uitbreiding en, voor zover van toepassing, inrichting, alsmede wijziging, gebruik, beheer en onderhoud van hoofdwegen en hoofdvaarwegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet en hoofdspoorwegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet. Gemeenten hebben een loketfunctie. Het is mogelijk om een natuurvergunning ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning, maar dit hoeft niet. De Wnb richt zicht op bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is vastgelegd in artikel 2.1 tot en met 2.11 van de Wet natuurbescherming. Hierin wordt de aanwijzing en bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Hiermee zijn de verplichtingen uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, voor zover die betrekking hebben op gebiedsbescherming, geïmplementeerd in het Nederlands recht.

De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudingdoelstellingen voor die gebieden zijn vastgelegd in de aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden. De instandhoudingdoelstellingen beschrijven voor de voor het gebied aangewezen habitattypen en soorten of een bepaalde ontwikkeling ervan gewenst is of dat het behoud ervan op het aanwezige niveau moet worden nagestreefd. Voor activiteiten of projecten die schadelijk kunnen zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van LNV. Voortoets en Passende beoordeling

Bij plannen in, of in de nabijheid (externe werking) van, een Natura 2000-gebied dienen de initiatiefnemers in een oriënterende fase (voortoets) te onderzoeken of het plan een significant negatief effect op de instandhoudingdoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Met externe werking wordt bedoeld dat ook activiteiten buiten het gebied de natuurwaarden in het gebied kunnen beïnvloeden. Indien na dit onderzoek niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant negatief effect heeft, dient de initiatiefnemer meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart te brengen wat de effecten van de activiteit 26

Quickscan Herman Vaessen Maasbree

kunnen zijn. Daarbij dienen ook, indien noodzakelijk, de mitigerende maatregelen te worden betrokken. Deze analyse heet een ‘passende beoordeling’. Het bevoegd gezag toetst de passende beoordeling. Wanneer uit de passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit niet leidt tot significant negatieve effecten, kan de activiteit doorgang vinden. Wanneer uit de voortoets blijkt dat er wel kans is op een negatief effect, maar dit als niet significant kan worden gezien, kan eveneens, op basis van een verslechteringstoets toestemming voor het uitvoeren van de activiteit worden verleend. Wanneer uit de passende beoordeling blijkt dat significante negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, kan het project alleen doorgang vinden op grond van de “ADC-criteria”. Dit betekent

dat:

« A-alternatieve oplossingen voor het plan ontbreken; e D- er dwingende redenen van groot openbaar belang zijn, en e C- de initiatiefnemer compenserende maatregelen vooraf en tijdig treft. Zorgplicht

Binnen de kaders van de Wet natuurbescherming is de Zorgplichtbepaling (artikel 1.11) van toepassing. Deze zorgplicht houdt 0.a. in dat als een activiteit wordt ondernomen waarvan kan worden vermoed dat deze nadelig kan zijn voor de natuurwaarden van het gebied, deze activiteit niet plaats mag vinden. Ook moeten alle maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen te voorkomen of te beperken. Stikstofdepositie Per 1 november 2022 is artikel 1 Van de Wet tot wijziging van de Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en

artikel 1 Van

het bijbehorende Besluit (AmvB)

opgeschort.

Hiermee

is een einde

gekomen aan de partiële vrijstelling voor de vergunningsplicht als het gaat om stikstofdepositie bij bouwwerkzaamheden. Voorbeelden van werkzaamheden die onder de partiële vrijstelling vielen zijn bouw en sloop van woningen, utiliteitsgebouwen, grond-, weg- en waterbouw (waaronder de aanleg van straten, pleinen, wegen, het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen). Middels een projectspecifieke AERIUS berekening dient getoetst te worden of er sprake zal zijn van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Wanneer depositie niet uitgesloten kan worden is aanvullende toetsing (voortoets, passende beoordeling, ADC-toets) benodigd en of dient gekeken te worden of de depositie middels mitigerende maatregelen of interne/externe saldering weggenomen kan worden. Bij een ADC-toets dient aangetoond te worden dat er geen Alternatief is met minder schadelijke effecten voor Natura 2000-gebieden, er een Dwingende reden van groot openbaar belang is en dat er Compenserende maatregelen worden getroffen voor Natura 2000-gebieden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming maakt onderscheid tussen:

1) soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v. Wnb); 2) soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn (artikel 3.5 e.v. Wnb); 3) ‘andere soorten’ (artikel 3.10 e.v. Wnb). 27

Quickscan Herman Vaessen Maasbree

Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v. Wnb) Het beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn is vastgelegd in artikel 3.1. 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het i verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

4. S.

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Het is mogelijk om ontheffing aan te vragen voor de verbodsbepalingen. Deze aanvraag wordt getoetst op:

Eris geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - _ Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Vogelrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is 0.a. belang 1: ‘In het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid Eris geen verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en/of Bonn (artikel 3.5 e.v. Wnb) Deze categorie bestaat uit Europees beschermde soorten. De verbodsbepalingen zijn vastgelegd in artikel 3.5:

1.

2. 3. 4. S.

Het is verboden n het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage I bij het Verdrag van Bern of bijlage ! bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Onder de Wet natuurbescherming geldt dat het voor streng beschermde soorten zoals opgenomen in artikel 3.5 mogelijk is om bij ruimtelijke ontwikkelingen te werken volgens een door de Minister goedgekeurde gedragscode. Hierbij geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten zoals opgenomen in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming bij overtreding van de verbodsbepalingen een vergunning worden aangevraagd. De aanvraag wordt beoordeeld op: Eris geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - _ Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Habitatrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is 0.a. belang 3: ‘In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip 28

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’; - _ Erwordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Andere soorten (artikel 3.10 e.v. Wnb) De categorie ‘andere soorten’ bestaat uit soorten zoals opgenomen in bijlage A en B van de wettekst. Dit zijn nationaal beschermde soorten. De verbodsbepalingen zijn vastgelegd in artikel 3.10. Het is verboden:

3) _ in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijkte doden of te vangen;

b) c)

de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

of te vernielen.

Voor deze soorten geldt een vrijstelling wanneer aantoonbaar gewerkt wordt volgens een door de Minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten uit de categorie ‘andere soorten’ van de Wet natuurbescherming bij overtreding van de verbodsbepalingen een vergunning worden aangevraagd. De aanvraag wordt beoordeeld op: Eris geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - _ Aanwezigheid geldig wettelijk belang. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is 0.a. belang h ‘in het algemeen belang’; - _ Erwordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Algemeen vrijgestelde soorten Voor soorten van de categorie ‘andere soorten’ (bijlage A en B van de wettekst) kan een vrijstellingsregeling gelden, die per provincie anders kan worden ingestoken. De meeste provincies en het ministerie van LNV hebben ‘tabel 1 soorten’ van de oude Flora- en faunawet opnieuw vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit zijn soorten zoogdieren en soorten amfibieën.

Bovengenoemde soorten zijn bij ruimtelijke projecten algemeen vrijgesteld van vergunningplicht.

Wel dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat een ieder nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moet voorkomen.

29

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

Bescherming houtopstanden De bescherming van houtopstanden is vastgelegd in artikel 4.1 tot en met 4.9 van de Wet natuurbescherming. Binnen de Wet natuurbescherming worden houtopstanden beschermd die aan bepaalde voorwaarden voldoen (Wnb artikel 4.1). Voornaamste onderscheid wordt gemaakt op basis van de locatie. Houtopstanden welke binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom Wnb vallen, zijn namelijk uitgezonderd (artikel 4.1) en worden niet onder de Wnb beschermd. De begrenzing van de bebouwde kom n de zin van de Wnb komt niet altijd overeen met de begrenzing van de bebouwde kom op grond van de Wegenverkeerswet. Als een gemeente geen bebouwde kom in de zin van de Wnb heeft vastgesteld, is de Wb overal van toepassing in die betreffende gemeente. Een houtopstand onder de Wet natuurbescherming wordt gezien als een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: 1. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of; 2.

bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.

De Wb

3)

is volgens artikel 4.1 niet van toepassing bij:

houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgesteld grenzen van de bebouwde kom;

b)

houtopstanden op erven of in tuinen;

c

fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

d)

naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar;

e) f

g) h)

kweekgoed uit populieren of wilgen bestaande 1. wegbeplantingen 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. het dunnen van een houtopstand uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per 10 jaar worden geoogst; 2. Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken brede dan twee

meter, en

3. zijn aangelegd na 1 januari 2013. De Wet natuurbescherming stelt dat wanneer houtopstanden worden gekapt, er voorafgaand aan de kap een meldingsplicht bij de provincie is. De provincie bepaalt welke informatie omtrent de te kappen opstand aangeleverd dient te worden, op welke termijn dit aangeleverd dient te worden en welke voorwaarden voor de uitvoering van de kap gelden. Daarnaast geldt dat binnen drie jaar na de kap een herbeplantingsplicht geldt (door aanplant, bezaaiing of natuurlijke verjonging dan

wel op andere wijze realiseren van een nieuwe houtopstand). Wanneer dat niet op dezelfde plaats kan, dan kan een provincie ontheffing verlenen de herbeplanting op andere gronden toe te staan indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels. Verder

kunnen provincies ontheffing of vrijstelling verlenen voor bepaalde verbodsbepalingen en/of voorwaarden omtrent herbeplanting. 30

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

Houtopstanden zijn tevens beschermd op grond van gemeentelijk regelgeving. Dit is vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de betreffende gemeente. Ook kan de bescherming van een houtopstand zijn opgenomen in de planregels bij een bestemmingsplan. Bij voorgenomen kap van houtopstanden dient daarom ook altijd naar de bepalingen in de APV en naar de planregels in het bestemmingsplan te worden gekeken. In verband met de bepalingen uit de APV en/of het bestemmingsplan kan volgen dat voor de kap van een houtopstand een omgevingsvergunning nodig is welke bij de gemeente moet worden aangevraagd.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het nationaal beleid met betrekking tot de gebiedsbescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De rijksoverheid heeft de bruto begrenzing van het NNN vastgesteld, de provincies zijn bevoegd om dit netto te begrenzen. De SVIR vervangt verschillende rijksbeleidsstukken zoals de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit. De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die n de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Via het Barro werkt het rijksbeleid door naar de ruimtelijke verordeningen van de provincies. Het NNN is de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) sinds de afsluiting van het Natuurpact tussen Riijk en de provincies. ’Nee, tenzij-principe Voor het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. Dit betekent dat nieuwe plannen of projecten niet

zijn toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Uitzonderingen hierop zijn wanneer sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij het NNN geen sprake is van externe werking. Het NNN is planologisch beschermd in de Provinciale Structuurvisies en Verordeningen. In de Verordening staat aangegeven aan welke voorwaarden bij ruimtelijke ingrepen in en langs het NNN moet worden voldaan. Ook is het compensatiebeleid bij aantastingen van het Natuurnetwerk Nederland hierin opgenomen.

31

Quickscan

Herman

Vaessen

Maasbree

Great work

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=df2ad039-939f-4fbc-8942-fe26818020e1