2024-040 07 Toelichting
Tekst van het document
Een van de doelen van de provincie is om wateroverlast en watertekorten in het regionale watersysteem te beperken door meer ruimte voor water beschikbaar te stellen, de sponswerking te versterken en te anticiperen op de gevolgen van de klimaatverandering. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Hierbij spelen verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van ecologische functies stelt het waterschap onder andere dat ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (waar mogelijk) moeten worden verhoogd door peilbeheer. Tevens dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en
27
aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies te worden afgestemd. Naast deze ecologische functies dienen er ook mensgerichte hoofd- en nevenfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater te worden ingepast.
5.2.2
Kenmerken huidige watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied en de omgeving, kunnen beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, afvalwater en hemelwater. Grondwater Uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 en de Bodematlas van de provincie Limburg blijkt dat de planlocatie niet is gelegen binnen een milieubeschermingsgebied ten aanzien van water. Oppervlaktewater Binnen het plangebied en in de directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig en zal in de nieuwe situatie geen oppervlaktewater worden gecreëerd. Afvalwater Het afvalwater afkomstig van de planlocatie zal worden geloosd op het bestaande en aanwezige rioleringsstelsel. In de beoogde situatie wordt slechts één extra woning gerealiseerd welke wordt aangesloten op het rioleringsstelsel. Gezien de beperkte omvang van de ontwikkeling, worden geen belemmeringen verwacht ten aanzien van het afvoeren van afvalwater. Hemelwater Het Waterschap Limburg en de gemeente Venlo streven ernaar om bij nieuwbouw en herstructurering regenwater volledig af te koppelen en zoveel mogelijk binnen het plangebied te verwerken. Door de realisatie van nieuwe bebouwing neemt het verhard opperlak toe, waardoor hemelwater minder ruimte heeft direct te infiltreren.
Echter biedt de ruimte om de nieuwe bebouwing genoeg mogelijkheden om het water direct in de grond te laten infiltreren.
5.3
Natuur
5.3.1
Gebiedsbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming het geldend wettelijk kader wanneer het gaat om natuurbescherming. Deze wet heeft drie wetten vervangen, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. De beleidsmatige natuurbescherming die voorheen was vastgelegd in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is opnieuw vastgelegd, maar heeft een andere naam gekregen namelijk Natuur Netwerk Brabant (NNB). Daarnaast is de specifieke soortenbescherming geëvalueerd en gemonitord. Op basis daarvan is de soortbescherming voor sommige soorten gewijzigd. Sommige soorten worden daardoor beter beschermd, andere soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft
28
bestaan voor alle inheemse flora- en fauna. (Nieuwe) ontwikkelingen kunnen namelijk negatieve gevolgen hebben voor beschermde flora- en faunasoorten. Bij negatieve effecten van ontwikkelingen kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling en dergelijke. Bij ruimtelijke planvorming is daarom een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen natuurgebied behorende bij Natura 2000 betreft het Leudal op een afstand van circa 4,7 kilometer. Woningbouwontwikkelingen kunnen een significant negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden door het gebruik van de woningen en een toename van het aantal verkeersbewegingen. Onderhavige ontwikkeling is slechts kleinschalig van aard, waardoor er geen grote belemmeringen zijn te verwachten. De nieuwe bedrijfswoning wordt gasloos uitgevoerd, waardoor het gebruik van de woning geen stikstofuitstoot tot gevolg heeft. Daarnaast blijkt uit paragraaf 5.6.1 dat de toename van het aantal verkeersbewegingen slechts minimaal is. Deze toename is dusdanig minimaal dat er geen negatieve effecten worden verwacht. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen.
5.3.2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. Met de ontwikkeling van de nieuwe woning zal extra verharding worden toegevoegd die niet geschikt is als foerageergebied voor dieren. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven te vinden welke als foerageergebied kunnen dienen (zoals weilanden, akkers en tuinen). Op dit gebied vormt onderhavige ontwikkeling dus geen belemmering. Om eventueel verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten is het wel van belang dat de bouwwerkzaamheden overdag plaatsvinden.
5.4
Archeologie De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een bestemmingsplan of andersoortige planologische regeling dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De verwachte archeologische waarden zijn door de gemeente Peel en Maas middels dubbelbestemmingen vastgelegd in het bestemmingsplan. Conform het vigerende bestemmingsplan is er ter plaatse van de beoogde bedrijfsuitbreiding geen
29
dubbelbestemming ten behoeve van archeologische waarden opgenomen. Nader archeologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
5.5
Landschap en cultuurhistorie Met de komst van de Erfgoedwet is het verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en esembles van een grotere schaal. Conform de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg zijn er geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig binnen het plangebied. Met onderhavige ontwikkeling wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken.
5.6
Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren. Gelet op het feit dat de recreatieve voorzieningen niet worden uitgebreid, maar enkel de flexibiliteit voor de situering van de voorzieningen groter wordt, is geen sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen of het aantal bezoekers. Derhalve hoeft enkel naar de nieuwe woning te worden gekeken.
5.6.1
Mobiliteit In de huidige situatie zijn er met name verkeersbewegingen afkomstig van het plangebied door campinggasten. Gelet op het feit dat het aantal standplaatsen dan wel gasten niet wijzigt, zijn er tevens geen veranderingen ten aanzien van het aantal verkeersbewegingen. Dit vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen Door het toevoegen van een extra bedrijfswoning kan het aantal verkeersbewegingen wel toenemen. Om te bepalen of het aantal extra verkeersbewegingen een belemmering vormt ten aanzien van het aspect mobiliteit, wordt de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ gehanteerd. Conform de CROW-publicatie dient voor een vrijstaande koopwoning in het buitengebied, met een niet stedelijk karakter te worden uitgegaan van een verkeersgeneratie van 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. De Gruise Epper betreft geen doorgaande weg, waardoor enkel bestemmingsverkeer van het kampeerterrein gebruik maakt van deze weg. Het verkeer op de Gruise Epper gaat via de Roggelseweg op in het heersende verkeer. Gezien de Gruise Epper enkel wordt gebruikt door bestemmingsverkeer kan de straat deze minimale toename van het aantal verkeersbewegingen zonder problemen verwerken en behoeft dus geen aanpassingen. Daarnaast zal ook de Roggelseweg deze minimale toename zonder problemen kunnen verwerken.
Het aspect mobiliteit levert geen belemmeringen op.
30
5.6.2
Parkeren Binnen het plangebied zijn in de huidige situatie op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen aanwezig voor campinggasten. Gezien het aantal campingplaatsen dan wel gasten gelijk blijft aan de huidige situatie, zijn er voor de camping geen parkeerproblemen te verwachten. Daarnaast biedt het kampeerterrein voldoende ruimte om eventueel extra parkeervoorzieningen te kunnen realiseren mocht dit noodzakelijk blijken. Conform de parkeernormen gesteld door de gemeente Peel en Maas, dient er ten aanzien van de nieuwe bedrijfswoning te worden voorzien in minimaal 1,6 parkeerplaatsen. Op het eigen terrein bij de woning wordt hierin voorzien. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de herbestemming.
31
HOOFDSTUK 6.1
6 Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid Bij in voorbereiding zijnde bestemmingsplannen dient op grond van artikel 3.6.1 van Bro in de plantoelichting de economische uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk te worden gemaakt. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Deze kosten worden verrekend middels gemeentelijke leges. Wanneer met een ruimtelijk plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In dit geval is sprake van (het mogelijk maken van) een bouwplan conform artikel 6.2.1 Bro en wordt het kostenverhaal anderszins verzekerd in de vorm van een anterieure overeenkomst die tussen gemeente en initiatiefnemer wordt gesloten.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op 24 maart 2022 hebben buurtbewoners binnen een straal van 300 meter van de camping een brief ontvangen en/of zijn persoonlijke benaderd met betrekking tot de gewenste ontwikkeling. Vanuit de omgeving zijn geen bezwaren ontvangen. Wel is gesproken over de verkeersveiligheid ten aanzien van de nieuwe ingang van de camping. Hier is in onderhavig plan rekening mee gehouden, waardoor er verder geen bezwaren worden verwacht. Daarnaast wordt het bestemmingsplan ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken te inzage gelegd, waarbij gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen.
32