2024-027 11 Toelichting, bijlage 3 Bureauonderzoek met Inventariserend Veldonderzoek (archeologie) (geanonimiseerd)
Tekst van het document
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 21091
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel, Gemeente Bureauonderzoek
Peel en Maas. met
Inventariserend
Veldonderzoek (IVO-0, verkennende fase).
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) December
2021
ArcheoPro
heologisch ente
onderzoek
Peel
en
-Vieruitersten,
Heufken
Meijel
Arche
Pro
Rapport,
21091,
Pagina 2
Maas.
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 21091
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel, Gemeente
Peel en Maas.
Bureauonderzoek
met Inventariserend
Veldonderzoek (IVO-0, verkennende fase).
Opdrachtgever
Arvalis, Villafloraweg 1, 5928 SZ Venlo
Projectcode
21-181
Bestandsnaam
ArcheoPro Rapport Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel 202112
Versie
20
20-12-2021
Status
Concept
Archis melding (zaaknummer) | 5123788100 Bevoegd gezag Gemeente Peel en Maas
Deskundige namens de
bevoegde overheid Opslagplaats documentatie
(geanonimise rd) (geanonimiseerd) -_
Provinciaal depot Limburg, E-depot, Archis, depot ArcheoPro
ISSN
1569-7363
Auteur(s)
(geanonimiseerd) actorregistratie 98005942} (geanonimiseerd) actorregistratie 36360291 (geanonimiseerd) (actorregistratie 98005942}
Projectleider Projectmedewerkers
(geanonimiseerd) actorregistratie 98005942) (geanonimiseerd) (actorregistratie 36360291) (geanonimiseerd) (actorregistratie 55660015)
Onderaannemers
Niet van toepassin;
(geanonimiseerd) senior KNA archeoloog
Autorisatie
(geanonimiseerd)
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2021 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro
Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden
Tel:0(031) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 €-mail:info@archeopro.nl
Nederland
ArcheoPro.
Inhoudsopgave SAMENVATTING
…
1. INLEIDING. 1.1 ALGEMEEN .
1.2LOCATIEGEGEVENS _ (LS0Z 1.3 HUIDIGESITUATIE (LSO1) 1.4 AARDVANDEINGREEP _ (LS01).. 1.5 ONDERZOEK EN VRAAGSTELLING _ (LSO1) . 1.6 BELEID
EN RANDVOORWAARDEN.
2 BUREAUONDERZOEK . 2.1 METHODE
EN BRONNEN
…
2.2GEO(MORFO)LOGIEEN BODEM
_ (LS04)
2.3 REFERENTIEPROFIEL.
2.4ARCHEOLOGIE
_ (LS01/LS04) …
2.5 INFORMATIE AMATEURARCHEOLOGEN / GEMEENTELIJK ARCHEOLOOG 2.6HISTORIE
_
(LS01/LS04
(LS03).…
2.7 GESPECIFICEERD ARCHEOLOGISCH VERWACHTINGSMODEL 2.8 ONDERZOEKSSTRATEGIE
_ (LS0S)
_ (LS0S)
3 VELDONDERZOEK...
3.1 VERRICHTE WERKZAAMHEDEN _ (VS03) 3.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE BOORONDERZOEK
4 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5. LITERATUUR
EN BRONNEN
_ (VS03.
(VS07)
…
6. BIJLAGES... BIJLAGE1: VERKLARENDE WOORDENLIJST.. BIJLAGE 2: ARCHEOLOGISCHE TIJDSCHAAL. BIJLAGE 3: OVERZICHT VONDSTLOCATIES BIJLAGE 4: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSMELDINGEN …
BIJLAGE 5: BOORBESCHRIJVING.
ArcheoPro
Archeologisch Geme
onderzoek n
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
ArcheoPro
Rapport,
2
M
Samenvatting In december 2021 is op een terrein aan de weg Vieruitersten te Meijel een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd bestaande uit een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO0) verkennende fase middels grondboringen met voorafgaand een bureaustudie. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: Kan op basis van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Uit het bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied verwachting voor resten uit alle periodes geldt.
een middelhoge
archeologische
Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat er sprake is van een Laat-Pleistoceen eolisch dekzandpakket. In de top van het dekzand heeft zich een Holocene veldpodzolbodem
gevormd die nog grotendeels intact is. De middelhoge archeologische verwachting met betrekking tot zowel behoudenswaardige steentijdvindplaatsen uit het paleolithicum en/of mesolithicum
als voor sporenvindplaatsen
uit het neolithieum en latere perioden dientte worden gehandhaafd. Geadviseerd om een aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Het onderzoek dient te bestaan uit archeologische proefsleuven, eventueel voorafgegaan door karterende grondboringen waarbij het vrijgekomen bodemmateriaal wordt gezeefd ten behoeve van het opsporen van (vuursteen)resten uit het paleo- en/of mesolithicum. Als alternatief voor de karterende boringen kan worden besloten om een zeer zorgvuldig aangelegd vlak direct onder de A-horizont volledig handmatig op te schaven.
Versie:
20-12-202
ArcheoPro.
ArcheoPro Rapport,
21091, Pagina 5
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) }7p de topografische kaart.! De cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.
Versie: 20-12-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch Peel
onderzoek en
Heufkensweg-V
eruiters
Ma s.
en, Meijel,
A
pe
21091,
1. Inleiding 1.1 Algemeen
Opdrachtgever
Arvalis, Villafloraweg 1, 5928 SZ Venlo
Contactpersoon opdrachtgever
(geanonimiseerd)
Datum uitvoering bureaustudie Datum uitvoering veldwerk
December 2021 10 december 2021
Archis onderzoeksmelding
5123788100
Onderzoekskader
Aanvraag bouwvergunning
Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde
Gemeente
Peel en Maas
(geanonimiseerd)
overheid
Bewaarplaats vondsten
Niet van toepassing
Bewaarplaats documentatie
Provinciaal depot Limburg, E-depot, Archis, depot ArcheoPro
1.2 Locatiegegevens
(LS02)
Provincie
Limburg
Gemeente Plaats
Peel en Maas Meijel
Toponiem Globale ligging
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel Het plangebied ligt in het westelijke deel van de gemeente Peel en Maas, ten noordoosten van de kern van Meijel. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de straat Vieruitersten en aan de oostzijde door de bebouwing van Heufkensweg 33. Aan de zuid- en westzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische bebouwing en akker- en/of weidelanden. Figuur. 1.
Hoekcoördinaten plangebied (bounding box)
190742 / 373763 190742 / 373816 190797 / 373816 190797
/ 373763
Kadastrale ligging
MELO0 - F - 1824 (deels)
Oppervlakte plangebied
0,15 Hectare
Eigendom Grondgebruik
privaat Weideland Figuur 2.
Hoogteligging Bepaling locaties
32,9 - 33,2 m +NAP GPS Garmin, meetlinten
ArcheoPro
Pagina
6
Archeologisch onderzoek Gemeente
Peel
en
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel
ArcheoPro
Rapport,
21091,
Maas.
Figuur 2: Luchtfoto uit 2019 met daarop rood omlijnd het plangebied ?
1.3 Huidige situatie
(Ls01)
Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland in het agrarische buitengebied van Meijel (gemeente Peel en Maas). Bebouwing is niet aanwezig. Ondergrondse structuren worden gezien het grondgebruik niet verwacht.
Figuur 3: Foto van het plangebied 3 2 Bron: http://www-pdok.nl 3 Bron: www.google.nl /maps
vww.ArcheoPro.nl
Pagina 7
Geme
n
M
1.4 Aard van deingreep
(LS01)
Aard ingreep
De realisatie van een nieuwe woning.
Wijze fundering
Onbekend
Onderkeldering
Onbekend
Diepte bodemverstoring Verwachte wijziging grondwaterstand Toekomstige ligging boven- en ondergrondse infrastructuur Toekomstige ligging verharding
Onbekend Niet van toepassing
1.5 Onderzoek en vraagstelling
Onbekend Onbekend
(LS01)
In december 2021 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot een plangebied aan de Heufkensweg / Vieruitersten te Meijel (gemeente Peel en Maas).
Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-0) middels verkennende boringen en een bureaustudie. Bureauonderzoek heeft tot doel om alle beschikbare informatie te bundelen. Vervolgens kan deze gebruikt worden om te komen tot een gespecificeerde archeologische (verwachtings)waarde. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Aan de hand van de resultaten hiervan kan worden vastgesteld of binnen het plangebied daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn. Op welke diepte deze (kunnen) voorkomen en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase lui op basis van de resultaten van het IVO-0 verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Indien beantwoord met ja, dient deze bijstelling te worden toegelicht. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische (verwachtings)waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).
Het onderzoek is uitgevoerd door dr: (geanonimiseerd) (senior KNA archeoloo
(geanonimiseerd) (senior KNA archeoloog) en drs. ìngü (geanonimiseerd) senior KNA prospector), l i c . ))dd(geanonimiseerd) re siminonaeg((
H?15-0ndersteuning) conformis inde hethiervoor vastgelegde normenvereisteen richtlijnen en B BRL 4000). ArcheoPro bezit van het daarvoor SIKB BRL (KNA 4000 certificaat 4002 en 4003 (IVO 0). 1.6 Beleid en randvoorwaarden
Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld.’ Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid en het bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas5 valt het plangebied in de zone van archeologische waarde 5. Aan + Gemeente Peel en Maas 2011 (Beleidsplan archeologie Peel en Maas 2011). 5 NL.IMRO.1894.BPL0048-VG03, deels onherroepelijk in werking, vastgesteld op 24-12-2014.
Versie:
20-12-2021
ArcheoPro
Archeologisch
onderzoek n
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
ArcheoPro
Rapport,
2109
M
deze zonering heeft het gemeentelijke beleid de vrijstellingsgrenzen van 40 cm (diepte) en
2.500 m? (oppervlakte) gekoppeld. Om in deze zone een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer bij overschrijding van de vrijstellingsgrens, een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Peel en Maas heeft aanvullende uitvoeringskaders voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek. Dit betreft het uitvoeren van minimaal vijf grondboringen per plangebied en het graven van een profielputje indien de boorprofielen onvoldoende inzicht bieden in de bodemopbouw.
Versie:
20-12-2021
ArcheoPro.
Archeologisch
onderzoek
Geme
n
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
‘cheoPro
Rapport,
21091,
F
M
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode
en bronnen
Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.1, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren. Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: e Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; Aanmelden onderzoek bij Archis; Beschrijven huidig gebruik; Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; Opstellen gespecificeerde verwachting; Opstellen rapport bureauonderzoek.
Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Archeologische MonumentenKaart (AMK) ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 Bodemkaart
van Nederland
1:50.000
Gemeente Peel en Maas, Archeologische beleidskaart Landschappen van Maas en Peel Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 Geologische kaart 1:50.000
Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Limburg 1:25.000 18941926
e
Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830
Bovenstaande bronnen zijn gebruikt omdat deze relevante informatie bevatten over de historische en/of archeologische en/of aardkundige achtergrond van het plangebied. De informatie uit deze bronnen wordt gebruikt voor het opstellen van de gespecificeerde verwachting. Niet opgenomen bronnen hebben geen relevante informatie opgeleverd en zijn verder niet beschreven.
Versie:
20-12-202
ArcheoPro.
Archeologisch
onderzoek
Geme
n
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
‘cheoPro
Rapport,
21091,
F
M
2.2 Geo(morfo)logie en bodem
(LS04)
Het plangebied ligt in het zogenaamde zuidelijk zandgebied. Dit is een relatief vlak gebied dat nooit door landijs bedekt is geweest. Het reliëf wordt voornamelijk bepaald door grote en kleine beekdalen en dekzandlaagten en -ruggen met plaatselijk jonge stuifzanden. In dit gebied ligt een laag dekzand op Pleistoceen rivierzand en grind. Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichseliën), heerste in Nederland een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken en de brede riviervlaktes van de Maas en de Rijn het dekzand worden afgezet. Het dekzandreliëf dat hierbij in het landschap is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en kopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen. Dit dekzand behoort geologisch gezien tot het laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel) en is kalkloos, fijnkorrelig (150 - 210 um) en arm aan grind. Gedurende het Vroeg- en Midden-Pleniglaciaal (58.000 - 29.000 jaar geleden) trad er op grote schaal verspoeling van het toen aanwezige dekzand op, waardoor zandlagen afgewisseld met leemlagen gevormd werden, die samen fluvioperiglaciale afzettingen genoemd worden. Gedurende het Laat-Weichselien (20.000 - 11.400 jaar BP) traden er weer op grote schaal verstuivingen op waarbij wederom dekzanden werden afgezet.
In het onderzoeksgebied liggen deze dekzanden op de fluvioperiglaciale afzettingen en hebben een dikte van minder dan twee meter. De onderliggende rivierafzettingen bestaan hoofdzakelijk uit matig grof tot uiterst grof grindhoudend zand en grind en worden tot de geologische Formaties van Beegden en Sterksel gerekend. In het Holoceen steeg de temperatuur. Onder invloed van de hierdoor stijgende zeespiegel, steeg ook de grondwaterspiegel. Vanaf ongeveer 8000 jaar geleden werd hierdoor veengroei mogelijk in de lagere delen van het dekzandlandschap. Geomorfologisch gezien ligt het plangebied op het Peelblok. De Peelrandbreuk die de grens vormt met de Roerdalslenk, loopt aan de westzijde van de bebouwde
kom van
Meijel ter
plaatse van de Randweg en de weg Meijel-Neerkant. Op de geomorfologische kaart van Nederland (figuur 5) i te zien dat het plangebied op een
relatief
vlakke
dekzandrug
terreinverheffingen
omstandigheden
met
ligt
(figuur
flauwe
5,
hellingen,
eenheid die
3B).
Dekzandruggen
grotendeels
onder
zijn
periglaciale
in het Weichselien door de wind zijn gevormd. Veel dekzandruggen
hebben een langgerekte vorm (lengte duinen) met een zuidwest-noordoost oriëntatie.
Ten noorden van het plangebied ligt op een relatief geringe afstand van circa 200 meter een
veenkoloniale
ontginningsvlakte
(figuur
5, eenheid
2M91iH).
Dit betreffende
de
restanten van de oorspronkelijke Peelvenen. Het tamelijk hooggelegen veen werd vanafde 19e eeuw grootschalig geëxploiteerd vanuit de zogenaamde veenkoloniën, waarbij het
veen vrijwel geheel werd afgegraven. De onbruikbare delen van het veen werden aan de kant gezet en later weer teruggebracht op het afgegraven maaiveld om de bodem geschikt
te
maken
voor
(toevoeging
i). Voor
de afvoer van
gemaakt.
Er
kunnen
landbouw.
relatief
wordt
een
veenkoloniaal
de turf werd
Dit
een
stelsel van
relatief
hooggelegen
laaggelegen
en
dek
genoemd
vaarten
(wijken)
delen
worden
onderscheiden, respectievelijk de toevoegingen L en H. Ten
(zuid)westen
vlakten
en
van het plangebied
laagten
(figuur
5, eenheid
ligt een zone
4L54).
met landduinen
Dit zijn door
opgeworpen
landduinen,
heuvels
inclusief de tussenliggende
vlakten.
zijn ontstaan
in het
Holoceen
Ze
door
de
met bijbehorende
wind
uit stuifzand
uitgestoven
overexploitatie
van
de
laagten
en
bodem
en
vegetatie.
Versie:
20-12-202
ArcheoPro.
gina
11
Archeologisch onderzoek Gemeente Peel
en
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel
ArcheoPro Rapport,
21091,
Pagina 12
Maas.
Op de AHN-kaart van het onderzoeksgebied (figuur 6) is te zien dat het plangebied binnen de relatief laaggelegen overgangszone ligt tussen de dekzandrug van Meijel in het zuidwesten en de veenontginningslaagten ten noorden en ten zuiden van het plangebied. Pal ten noordoosten en ten zuidwesten zijn nog enkele kleine holocene stuifduinkopjes zichtbaar. Het hoogteverschil met de dekzandrug ter plaatse van Meijel bedraagt circa één meter.
Volgens de bodemkaart ligt het plangebied in een zone met laarpodzolen in lemig fijn zand (figuur 7, legenda-eenheid cHn 30) met een grondwatertrap VIL. Laarpodzolen zijn humusof veldpodzolbodems die zijn afgedekt met een dun akkerdek van minder dan 50 cm. Grondwatertrap VII betekent een actuele grondwaterstand van meer dan 80 cm -mv in de winterperiode en dieper dan 120 cm -mv in de zomerperiode. Ten noorden van het plangebied ontbreekt een akkerdek en liggen daardoor de veldpodzolbodems aan het maaiveld (figuur 6, legenda-eenheid Hn21). Veldpodzolgronden worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (Bhorizont). De B-horizont gaat veelal via een overgangslaag (de BC-horizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede zand (de C-horizont).
In de lage delen van het landschap ten zuiden van het landschap komen gooreerdgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand voor (figuur 7, legenda-eenheid Hn21). Dit zijn bodems met een AC-profiel met een moerige A-horizont als gevolg van een hoge grondwaterstand.
2.3 Referentieprofiel
Figuur 4: Voorbeeld van een veldpodzol in dekzand (links) en een haarpodzol in dekzand (rechts)
* Bron:
$
De Nederlandse bodem in kleur, 1976 en foto R. Paulussen locatie Lommel (B
Versie: 20-12-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch Geme
onderzoek n
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
‘cheoPro
Rapport,
21091,
F
M
Podzolen ontstaan wanneer de neerslag de verdamping overtreft. Organische stof, al dan niet samen
met ijzer en aluminium,
kan dan uit de bodemtop
oplossen en naar beneden
uitspoelen. Als gevolg van deze uitspoeling ontstaat een bodemhorizont waaruit deze stoffen (gedeeltelijk) zijn verdwenen, de E-horizont. Onder bepaalde omstandigheden kunnen -een deel van- de uitgespoelde stoffen onder deze uitspoelingslaag weer worden afzetten in een inspoelingshorizont, de B-horizont. Naar beneden toe nemen de ingespoelde humus- en/of ijzerdeeltjes sterk af, de BC-horizont. Het resultaat is een podzolprofiel of podzolbodem. De hier onder liggende C-horizont is het oorspronkelijke moedermateriaal, waar geen bodemvorming heeft plaatsgevonden. Podzolgronden komen voor op (relatief) goed ontwaterde zandvlaktes- en ruggen. Deze ontwaterde toestand (diepe grondwatertafel) is noodzakelijk omdat anders de bodemdeeltjes niet kunnen migreren. Dit wil echter niet zeggen dat er geen podzolgronden in laagtes voorkomen. Veldpodzolgronden zijn een dergelijk “nat” type. Hoewel ze onder natte omstandigheden ontstonden, hebben ze thans grotendeels een diepe ontwatering. Ze vertonen een donker gekleurde A-horizont dunner dan 30 cm direct onder de strooisellaag. De ingespoelde humus vormt een zwarte of donkerbruine B-horizont, die dikker ontwikkelde dan bij de haarpodzolgronden. Niettemin vertoont een flink deel van deze gronden toch ook een vrij ondiepe en dunne B-horizont. De grondwaterinvloed reikt tot in de B-horizont.
Bij veldpodzolgronden wordt ijzer en aluminium met dit grondwater afgevoerd, waardoor veldpodzolgronden onder de B-horizont geen ijzerhuidjes rond de zandkorrels bezitten. Het zijn bodems met een relatief lage natuurlijke vruchtbaarheid en dus weinig geschikt voor (pre)historische akkerbouw. Dit type bodem komt veelal voor in overgangszones tussen de hoge en drogere dekzandruggen en de nattere laagtes met een grondwatertrap V of I. In de best ontwaterde delen van het dekzandgebied komen haarpodzolen voor. Regelmatig vormen ze overgangszones tussen stuifzandgebieden en gebieden met veldpodzolgronden. De neergeslagen humus vormt een dunne donkerbruine tot zwarte soms zelfs verkitte Bhorizont. Onder deze humushorizont is tevens ijzer en aluminium neergeslagen als dunne huidjes rond de zandkorrels. Deze ondergrond, de C-horizont bestaat daarom uit geelblond zand met typische humusinspoelingsbandjes of fibers (de horizontale ‘haren’).
Versie:
20-12-202
ArcheoPro.
Archeologisch onderzoek Gemeente
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel,
ArcheoPro Rapport, 21091, Pagina 14
Peel en Maas.
c AE
\
a e e
oo
e
o
o
Figuur 5: Uitsnede uit de geomorfologische kaart. 7 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. 7 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 20-12-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Gemeente
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel,
ArcheoPro Rapport,
21091,
Pagina 15
Peel en Maas.
ToE
_
L
#
_
-
'iguur 6: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. * Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
* Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft
Versie: 20-12-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Gemeente
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel,
ArcheoPro Rapport, 21091, Pagina 16
Peel en Maas.
190000
?
®
394006
S \"‚’‚\«.
enBaan
E
T
B L
Fiastere szetongen a a
K
totingen,
e oo pemtoceen
pestoceen pre
oue peaningspsaatsen ‘Betouwng, ajken en boverlengsrook, opgehoogG o afpgraven
Figuur 7: Uitsnede uit de bodemkaart.° Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
3 Bron:
Universiteit
Versie: 20-12-2021
Wageningen, 2017
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch Geme
onderzoek n
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
‘cheoPro
Rapport,
21091,
F
M
24Archeologie
_ (LS01/LS04)
Volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW 3.0, figuren 8 en 9) ligt het plangebied in een zone met een lage verwachting. De gemeentelijke archeologiekaart (figuur 10) heeft landschappelijke, geomorfologische en/of bodemkundige eenheden op een iets andere manier gewaardeerd. De gemeentelijke kaart kent een middelhoge verwachtingswaarde toe aan het plangebied Noch op de IKAW, noch op de gemeentelijke kaart ligt het plangebied binnen een archeologisch terrein of een gebied van archeologische waarde. Ook binnen het onderzoeksgebied liggen er geen terreinen. Het meest nabij archeologische terrein betreft AMK-terrein 16623. Het betreft de oude kern van Meijel.
Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 194-eeuwse en vroeg 20st-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn.
Binnen het plangebied zijn tot op heden geen vondsten of waarnemingen bekend. Binnen het onderzoeksgebied is slechts één vondst gekend: zaaknummer 2780288100. Het betreft één of meerdere vuurstenen objecten. Het bijhorend complextype ervan is vooralsnog onbekend, maar de datering ervan wordt in het mesolithicum geplaats. De gemeentelijke kaart plaats binnen het onderzoeksgebied nog een tien bijzondere vondstlocaties. Het betreft cultuurhistorische dan wel historische geografische elementen die mogelijk een archeologische neerslag kunnen kennen. Binnen het onderzoeksgebied zijn op deze manier tien historische hoeves aangeduid. Voorgangers van deze oude hoeves kunnen nabij de bestaande bebouwingen liggen (of eronder). Binnen het plangebied is tot op heden nog geen archeologisch onderzoek verricht. Ook in het onderzoeksgebied is slechts beperkt onderzoek verricht. Het enige onderzoek uit de omgeving betreft het plangebied Startebos aan de noordoostrand van Meijel. Binnen plangebied Startebos is onderzoek verricht in 2003 en 2013/2015.10 Het betreft een vooronderzoek en actualisatie van dat vooronderzoek. Het plangebied is gelegen op een plateau-achtige horst met rivierafzettingen en dekzand aan de oppervlakte.
Op basis van het bureauonderzoek werd geconcludeerd dat er een hoge verwachting geldt voor archeologische resten uit de prehistorie, een middelhoge verwachting voor de Romeinse tijd en een hoge verwachting voor de middeleeuwen en nieuwe tijd. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat het plangebied grotendeels tot in de C-horizont is verstoord. Dit zal het gevolg zijn van het gebruik als akker en aspergeveld. Er zijn echter delen van het plangebied waar kleine resten van de originele bodem nog ongeroerd aanwezig zijn. Echter, gezien de versnipperde aard van de locaties waar sprake is van een enigszins intacte bodem, wordt gesuggereerd dat eventueel aanwezige archeologische resten, naast grotendeels verstoord te zijn, eveneens een dergelijke versnipperde aard zullen hebben. Daarom is geen verder archeologisch onderzoek geadviseerd.
10 Zaaknummer 2039801100/ Gazenbeek 2003 en zaaknummer 2415155100 / Veen & van der Feest 2015
Versie:
20-12-202
ArcheoPro.
Archeologisch onderzoek Gemeente
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel,
_
5
x
‚[]Ú
M
ArcheoPro Rapport, 21091, Pagina 18
Peel en Maas.
—
Beschermde stads en dorpsgezichten
Hoge verwachting
Figuur 8: Kaart met Archis vondstlocaties.’! Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 1 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS II (Archeologisch Informatie Systeem).
Versie: 20-12-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Gemeente
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel,
ArcheoPro Rapport, 21091, Pagina 19
Peel en Maas.
C
Onderzoeksgepies Provinciale aandachtsgebieden
G
Beschermde stads en dorpsgezichten
Figuur 9: Kaart met Àrchis-anderzueksmeldl'ngen." Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 12 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS II (Archeologisch Informatie Systeem).
Versie: 20-12-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Gemeente
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel,
ArcheoPro Rapport, 21091, Pagina 20
Peel en Maas.
l('_
ArcÌxeór*o
Figuur 10: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart.'3 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 13 Bron: Gemeente
Versie: 20-12-2021
Peel en Maas.
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel,
ArcheoPro Rapport,
2.5 Informatie amateurarcheologen / gemeentelijk archeoloog
(LS01/LS04)
Gemeente
21091,
Pagina 21
Peel en Maas.
ArcheoPro heeft geen contact opgenomen met lokale amateurarcheologen of een heemkundevereniging met betrekking tot eventuele (niet in Archis geregistreerde) archeologische oppervlaktevondsten binnen het plangebied. Het onderzochte gebied betreft een grasland (weide). Hierdoor is het niet mogelijk om oppervlaktevondsten te verkrijgen.
2.6 Historie
(LS03)
Meijel is een dorp in de Peel. Het lag tot 1853 redelijk geïsoleerd als enige dorp in de Peel. Het is ontstaan langs de enige doorgaande weg op een natuurlijke lange rug van zandhoogten (30 tot 35 m NAP) op de Peelhorst. Heel geweldige was deze weg niet, want het is bekend dat delen ervan over het zachte veen liepen en jaarlijks verhoogd moesten worden. De naam Meijel is afgeleid van Medelo, wat kan betekenen: 'weidegebied in een bos met kale plekken op hoge zandgrond' of: 'woning in bosachtig terrein te midden van het veenmoeras'. De oudste vermelding dateert tussen 1300 en 1400.1+
F|guur
11: U|Lmede
binnen
de blauwe
uit de
Tranchal:kuurt
van
1805.15 Het plangebied
ligt glabuul
cirkel.
De oudst beschikbare kaart voor dit plangebied, die daarbij ook zinvolle informatie biedt,
betreft de Tranchotkaart uit het begin van de 194° eeuw. Figuur 11. Het plangebied ligt 1* Gebaseerd op Willems s.d. 15 Bron: Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820
Versie: 20-12-2021
www.ArcheoPro.nl
evident binnen de Peel. In de gehele uitsnede zijn moerassen, moerassige gebieden en waterplassen te zien. Naast deze natte gebieden zijn ook duidelijk drogere gebieden aangemerkt. In deze drogere gebieden liggen de weides en akkers en waaieren de (veld)wegen uit. Daar waar een nattere zone doorkruist moeten worden, komen de wegen weer bijeen tot één route. Het plangebied lijkt in een ietwat droger gebied te liggen waar de wegen bijeen komen dan wel opnieuw uitwaaieren. Bebouwing is (nog) niet aanwezig op de
uitsnede. Dus ook in het plangebied wordt geen 194:-eeuwse bebouwing verwacht. e
“7
»-{
Figuur 12: Uitsnede uit de Kadastrale Minuut.’s Het plangebied is rood omlijnd. In grote lijnen wordt er een gelijkaardige landschappelijke setting opgemerkt in de kadastrale minuut. Figuur 12. De kadasterkaart toont immers een gelijkaardige ruimtelijke structuur met grote natte gebieden (waterplassen, moeras of veen) en ietwat drogere stukken. De drogere stukken zijn duidelijk verkaveld in kleinere percelen en worden tevens doorsneden met (land) wegen. Ook op deze kaartuitsnede is geen bebouwing te zien. In de daaropvolgende jaren verandert de omgeving. Figuur 13. Het lege veengebied blijft tot ongeveer begin 205'° eeuw gelijkaardig aan de vroege 194-eeuwse situatie. Vanaf begin 20se eeuw wordt het gebied rondom het plangebied volledig in verkaveling gebracht. Wegen verschijnen als strakke lijnen in het Peellandschap en langs deze wegen komt de eerste bebouwing. Bebouwing direct nabij het plangebied begint vanaf 1970.
16 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008
Versie:
20-12-202
ArcheoPro.
Archeologisch Geme
onderzoek n
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
‘cheoPro
Rapport, 21091, F
M
A
Figuur 13: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1912, 1957 en 2015.7 Het plangebied is telkens rood omlijnd. Deze landschappelijk evolutie kan ook samengevat gezien worden op de kaart met historische relicten van Renes. In 1999 heeft Renes een studie gemaakt naar het historisch geografische landschap van Noord- en Midden-Limburg. Hij heeft hierbij gepoogd originele delen van het landschap te duiden en te dateren. Volgens de kaart van Renes (figuur 14) ligt het plangebied in een sinds 1830 gewijzigd landschap. Het oorspronkelijke Peel-landschap met zijn vennen, waterplassen, meren en moerassen is volledig verdwenen en vervangen door een agrarisch landschap. Bijzondere bebouwing is volgens de studie van Renes niet aanwezig.
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst
Versie:
20-12-2021
ArcheoPro
Archeologisch onderzoek Gemeente
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel,
ArcheoPro Rapport,
21091,
Pagina 24
Peel en Maas.
i Historische rolidï
=
e
TE
SAE
:
'|Ar"cheoPr'o m
50
j3
Enn
T
Figuur 14: Uitsnede uit de kaart met historische Limburg.’8 Het plangebied is rood omlijnd.
18 Bron:
Renes
Versie:
20-12-2021
E
relicten
van
noord-
en
midden-
1999.
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch Geme
onderzoek n
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
‘cheoPro
Rapport,
21091,
F
M
2.7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
(LS05)
Specifieke ligging (locatie) Het plangebied ligt in de Peel, op de rand van ietwat hoger gelegen gedeelte van het Peellandschap. In de directe omgeving worden zones met veen of moerige bodems verwacht (resten van de Peel). Binnen het plangebied worden laarpodzolbodems in een arm en zwak lemig fijn zand verwacht. Verwachte perioden & complextypen
Volgens de bekende kaarten kent het plangebied een middelhoge archeologische verwachting voor resten uit alle periodes. Kijkend naar de bekende archeologische waarden uit de (directe) omgeving kan deze verwachting onderbouwd en op details nader gespecificeerd worden. Het plangebied ligt in het Peelgebied met lokale opwelvingen nabij lagere en nattere zones. Het plangebied ligt daarbij in een gradiëntzone. Het natte gebied ligt daarbij op korte afstand. Het plangebied heeft daarom een hoge verwachting voor resten uit het laatpaleolithicum tot en met het mesolithicum. De enige vondst uit de omgeving (weliswaar contextloos) uit de vroege steentijd onderschrijft deze verwachting. Met de intrede van de landbouw werd de bodemgesteldheid (waterhuishouding en leemfractie/bodemvruchtbaarheid) en ligging in het landschap _ belangrijke vestigingsfactoren. Zeker in de eerste millennia van akkerbouw speelde dit een grote rol. Het plangebied ligt binnen een gebied met een momenteel goede waterhuishouding (grondwatertrap VIN)!9 en met een magere bodemvruchtbaarheid (laarpodzolen). Voor de periodes van neolithicum tot en met vroege middeleeuwen geldt dan ook maximaal een middelhoge verwachting voor archeologische resten.
Er zijn namelijk zeer nabij het plangebied zones met die aan meer vestigingscriteria voldoen en dus een hogere verwachting kennen (bijvoorbeeld gebieden die nog hoger in het landschap liggen of een bodemtextuur hebben met meer silt-bijmenging). Vanaf de middeleeuwen ontstond er bewoning in kernen die men heden ten dage nog kan zien. De oudste vermelding van Meijel stamt uit de 144 eeuw. Aangenomen wordt dat bebouwing vanaf dan in de kern plaatsvindt. Het plangebied ligt op grotere afstand tot de oude kern van Meijel en kent derhalve geen verwachting voor bewoningsresten uit de middeleeuwen en/of nieuwe. Resten van landgebruik en off-site fenomenen kunnen evenwel wel verwacht worden.
Uiterlijke kenmerken
Vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum of mesolithicum bestaan uit vondststrooiingen met eventuele ondiepe sporen in de ondergrond. Eventueel kan door verploeging ook vondstmateriaal vermengd en/of verplaatst ziijjn. Eventuele nederzettingsresten uit het paleolithicum en mesolithicum kunnen zowel bestaan uit
basisnederzettingen met een oppervlakte tussen 200 en 1.000 m? of uit kleine tijdelijke kampementjes met zeer geringe afmetingen die nauwelijks meer zijn dan de neerslag van een enkele (jacht)activiteit of een kortstondig kamp. De omvang hiervan kan beperkt zijn tot enkele (tientallen) vierkante meters.
19 Het feit dat er momenteel sprake is van een grondwatertrap VIT betekent niet dat in het verleden (lees: prehistorie en zelfs grote delen van de historische periodes) ook sprake is van een goede waterhuishouding. Het plangebied ligt namelijk in de Peel, op de rand van de hogere opwelving waar Meijel op ontstaan is. Hetis aannemelijk dat de grondwaterstand in eerdere tijden slechter was (III tot V)
Versie:
20-12-202
ArcheoPro.
Archeologisch Geme
onderzoek n
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
‘cheoPro
Rapport,
21091,
F
M
Nederzettingsresten vanaf het neolithicum kunnen voorkomen als concentraties van vondstmateriaal en/of als spoorvullingen van kuilen (afvalkuilen, paalkuilen, waterputten, enz) en/of greppels. Eventuele sporen van begraving kunnen resten van crematies of inhumatiegraven betreffen. Nederzettingsresten kennen een grootte van minimaal honderden
vierkante
meters
tot soms
wel
enkele
hectares.
Grafvelden
kunnen
één
of enkele
graven betreffen of soms wel honderden. Voorts kunnen uit deze periodes ook off site fenomenen voorkomen. Deze kunnen bestaan uit greppels, wegen, sporen van landgebruik (extractiekuilen), perceelsgrenzen, enz. Archeologische gelaagdheid & stratigrafie Het plangebied ligt binnen het Peelgebied. Binnen dit gebied lijkt middels het bureauonderzoek geen akkerdek aanwezig. Archeologische resten worden derhalve eenlaags in/onder de moderne bouwvoor, in de top van het bodemprofiel verwacht. Conservering en gaafheid (mogelijke verstoringen) In z'n algemeenheid kan gesteld worden dat anorganische resten goed bewaard zullen zijn. Organische resten (zoals paleo-ecologsiche resten, bot, hout, leder en textiel) zullen door de relatief droge bodemomstandigheden slechter zijn geconserveerd. Indien er sprake is van venige of moerige bodems of bodemlagen, dan kunnen daarin organische resten wel beter geconserveerd zijn. Het plangebied ligt in een gebied sinds ruim 100 jaar in gebruik is als agrarisch gebied. Hierdoor kan er plaatselijk een geroerde top van de bodem is ontstaan waardoor archeologische resten aangetast kunnen zijn. Voor voorliggend plangebied moet rekening gehouden worden met een verstoring van een bouwvoor (ca. 30 tot 50 cm dikte).
2.8 Onderzoeksstrategie Doel
van het inventariserend
(LS05) booronderzoek
verkennende
fase is om
vast te stellen hoe de
bodem is opgebouwd, in hoeverre deze nog intact is en of hierin behoudenswaardige archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Daarbij dient met name te worden nagegaan of er een (veld)podzolbodem al dan niet met een akkerdek aanwezig, hoe dik dit akkerdek is en in hoeverre eventuele archeologische niveaus recent vestoord
zijn.
Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek zal worden aangegeven welk type bodems binnen het plangebied voorkomen, in hoeverre de bodem door (sub)recente grondwerkzaamheden zoals bouwactiviteiten, afgravingen en egalisaties is verstoord, wordt het verwachtingsmodel eventueel aangepast en zal worden aangegeven in een hoeverre (karterend) vervolgonderzoek naar archeologische indicatoren, materiële resten en sporen wenselijk en zinvol is en welk type onderzoek hiervoor het meest geschikt is. Binnen het plangebied zijn ter plaatse van het onbebouwde deel vijf verkennende grondboringen gepland, regelmatig verdeeld over dit deel van het plangebied. Hierdoor wordt binnen het 0.15 hectare grote plangebied een boordichtheid bereikt van circa 33 boringen per hectare. Een dergelijke boordichtheid voldoet om de bodemopbouw doelmatig en betrouwbaar te karakteriseren en een eventuele grootschalige verstoring nader vast te stellen.
De boringen worden uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en eventueel een zandgutsboor met een diameter van 2 cm. Elke boring wordt indien mogelijk
ArcheoPro.
Archeologisch Geme
onderzoek n
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
‘cheoPro
Rapport, 21091, F
M
doorgezet tot in de ongeroerde C-horizont. Indien de bodemopbouw niet eenduidig is, wordt een profielputje gegraven. Van alle boorpunten wordt de NAP-hoogte bepaald door middel van het AHN en/of waterpas. De AHN-hoogtedata hebben in principe een nauwkeurigheid van + 5 cm. De boorlocaties (RD-coördinaten) worden in het veld vastgesteld met behulp van een GPS met een nauwkeurigheid van + 1 meter dan wel een meetlint ten opzichte van de bestaande bebouwing. De boorprofielen worden beschreven op basis van de ASB 5.2.
Versie:
20-12-2021
ArcheoPro.
Archeologisch onderzoek Gemeente
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
ArcheoPro Rapport,
21091,
Pagina28
Peel en Maas.
3 Veldonderzoek 3.1 Verrichte werkzaamheden
(VS03)
Positie boringen:
regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 19).
Gebruikt boormateriaal:
Edelmanboor
Totaal aantal boringen:
zandgutsboor met een diameter van 2 m. 5
Boorgrid: Boordichtheid:
15*20m 33 boringen per hectare
Inmeten boorlocaties:
GPS, meetlint
Geboorde diepte:
Boorbeschrijving:
met diameter van 7 cm en een
1,0-2,0 m -mv
Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)
Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de begroeiing van het plangebied was geen oppervlaktekartering mogelijk Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Er is vanwege het zeer duidelijke boorprofiel geen profielputje gegraven.
De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in bijlage 1. 3.2 Resultaten en interpretatie booronderzoek Uit de resultaten van het verkennend
(VS03)
booronderzoek blijkt dat de oorspronkelijk bodem
binnen het plangebied (C-horizont) uit goed gesorteerd lichtgeel zeer fijn, matig siltig zand bestaat. Het betreft een pakket eolisch dekzand uit het Pleniglaciaal en/of Laat-Glaciaal van het Pleistoceen.Het nagenoeg ontbreken van roestvlekken (gleyverschijnselen) in de Chorizont duidt op een relatief lage grondwaterstand. Vanaf circa 70 cm -mv toont de Chorizont een zwakke sedimentaire gelaagdheid. Paleobodems zoals de Usselobodem uit het Alleröd-interstadiaal zijn niet aangetroffen. In de top van dit dekzand heeft zich gedurende het Holoceen een relatief dunne veldpodzolbodem ontwikkeld met een Ap-Bs-BC-C profiel. Een Bh-horizont ontbreekt of is opgenomen in de Ap-horizont. De Ap-horizont varieert in dikte van 20 tot 50 cm. Er is geen dun akkerdek vastgesteld waardoor er geen sprake is van een laarpodzolbodem. Tijdens de boorwerkzaamheden zijn in het opgeboorde bodemateriaal geen archeologische indicatoren aangetroffen.
F|'gur 15: Foto van boring 1, uitgelegd van links naar rechts. Versie: 20-12-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Gemeente
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel,
ArcheoPro Rapport, 21091, Pagina 29
Peel en Maas.
Figuur 17: Foto van boring 3, uitgelegd van links naar rechts. M +nap 3340
3320
2
3300
3280
3260
3240
3220
3200
1
1
I)o&mo« Ikmuui I„.‚_‚‚‚.,. lc.……
Figuur 18: Boorprofielen
Versie: 20-12-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Gemeente
Peel
en
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
ArcheoPro
Rapport,
21091,
Pagina
Maas.
190750
190775
190600
Ezg
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel
EJg
E
EE Legenda N
12 °
M ArcheoPro o
ToE
Boorpunt met nummer
5
”
TTE
TA
£
Figuur 19: Plangebied met boorpunten
Versie: 20-12-2021
www.ArcheoPro.nl
30
Archeologisch
onderzoek n
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
‘cheoPro
Rapport, 21091, F
M
4 Conclusiesen aanbevelingen
(VS07)
4.1. Conclusies
In december 2021 is op een terrein aan de weg Vieruitersten te Meijel een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd bestaande uit een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO0) verkennende fase middels grondboringen met voorafgaand een bureaustudie. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: Kan op basis van de resultaten van het IVO-0 verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Uit het bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied op basis van zowel de landschappelijke situering als de reeds verrichte archeologische waarnemingen een middelhoge archeologische verwachting voor resten uit alle periodes geldt. Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat er sprake is van een Laat-Pleistoceen eolisch dekzandpakket. In de top van het dekzand heeft zich een Holocene veldpodzolbodem gevormd die nog grotendeels intact is. De middelhoge archeologische verwachting met betrekking tot zowel behoudenswaardige steentijdvindplaatsen uit het paleolithicum en/of mesolithicum als voor sporenvindplaatsen uit het neolithicum en latere perioden dient te worden gehandhaafd. 4.2. Selectieadvies
Geadviseerd om voorafgaand aan de verdere herinrichting van het plangebied en de bijbehorende grondwerkzaamheden een aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Het onderzoek dient te bestaan uit archeologische proefsleuven, eventueel voorafgegaan door karterende grondboringen waarbij het vrijgekomen bodemmateriaal wordt gezeefd ten behoeve van het opsporen van (vuursteen)resten uit het paleo- en/of mesolithicum. Als
alternatief voor de karterende boringen kan worden besloten om een zeer zorgvuldig aangelegd vlak direct onder de A-horizont volledig handmatig op te schaven. Het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek mag enkel plaatsvinden op basis van een voorafgaand door de gemeente Peel en Maas goedgekeurd programma van eisen (PVE). In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister of de gemeente Peel en maas conform de Erfgoedwet 2016, artikel 510&5.11.
Versie:
20-12-2021
ArcheoPro.
gina
31
Archeologisch
onderzoek
Geme
n
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
‘cheoPro
Rapport, 21091, F
M
5. Literatuur en bronnen Literatuur
Bakker, H. de en A.W. Edelman-Vlam, 1976. De Nederlandse bodem in kleur.
Bakker,
H. de en J. Schelling,
1989.
Systeem
van
bodemclassificatie.
De hogere
niveaus.
Wageningen.
Berendsen, H..A, 1997. Landschappelijk Nederland, Assen Berendsen, H.J.A., 1997. De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Assen
Berkel, G. van & K. Samplonius, 2006. Nederlandse plaatsnamen, herkomst en historie. Utrecht.
Bosch, J.H.A,, 2005. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht. TNO-rapport, NITG 05-043-A.
Gazenbeek, AE,, 2003. Aanvullende Archeologische Meijel.
Inventarisatie Recreatieoord Startebos,
Gemeente Peel en Maas, 2011. Beleidsplan archeologie gemeente Peel en Maas 2011. Mulder, E.FJ de ea. Groningen/Houten
(red),
2003.
De
ondergrond
van
Nederland.
Wolters-Noordhoff,
Renes J., 1999. Landschappen van Maas en Peel, Geschiedenis, waarden en kenmerken van het cultuurlandschap van Noord- en Midden-Limburg. Een historisch geografische beschrijving. Veen, V. van veldonderzoek,
der & N. van door middel
projectnummer
AM13212.
der van
Feest, 2015. Archeologisch bureau- en verkennend boringen. Meijel, deelgebied oost. Aeres Milieu
Willems H. s.d, Meijel in de Peel. Een geschiedenis in vogelvlucht.
Bronnen
Archeologische Beleidskaart Gemeente Peel en Maas v.16, The Missing Link, Woerden 2012. Grote
historische
Provincie
Atlas
van
Nederland;
deel
4
Zuid-Nederland
1838-1857
1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Limburg; 1894-1926 Tilburg 2006
1:25.000. Nieuwland
Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000 Deel 4 Zuid-Nederland. dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997
Topografische
Versie:
ArcheoPro.
20-12-2021
Geme
n
M
Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008 Riijksdienst
voor
het
Cultureel
Erfgoed,
IKAW
3.0
(Indicatieve
kaart
Archeologische
Waarden), Amersfoort.
Riijksdienst
voor
het
Cultureel
Erfgoed,
AMK
(Archeologische
monumentenkaart),
Amersfoort.
Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering,
Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968.
Stichting voor Bodemkartering:
Geomorfologische kaart van Nederland
1:50.000, Staring
Centrum, Wageningen, 1989
Stichting voor
Bodemkartering,
Geologische kaart van Nederland
1:50.000. Wageningen,
1968.
Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820 Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland twaalf provinciën. Landsmeer.
1955-1965. Uitgeverij
Digitale bronnen Ruimtelijke plannen: http://www.ruimtelijkeplannen.nl Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Archis III: http://archis.cultureelerfgoed.nl Luchtfoto: http://www.pdok.nl
Versie:
20-12-2021
ArcheoPro.
Archeologisch onderzoek Gemeente
Peel
en
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel
ArcheoPro Rapport,
21091,
Maas.
6. Bijlages Bijlage 1: Verklarende woordenlijst Verklarende woordenlijst AHN Actueel Hoogtebestand Nederland
AMK ASB
Archeologische Monumentenkaart Archeologische Standaard Boorbeschrijving
Archis
Archeologisch Informatie Systeem
BP GIS
Before Present (present=1950) Geografische Informatie Systemen
GPS
Global Positioning System
IKAW
Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden
IVO
Inventariserend VeldOnderzoek
KLIC KNA
Kabels en Leidingen Informatie Centrum Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
-mv
Onder maaiveld
NAP
Normaal Amsterdams
PVA PVE
Plan van Aanpak Programma van Eisen
RCE
Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
SBB
Standaard Boor Beschrijvingsmethode
SIKB
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
Peil
Bijlage 2: Archeologische tijdschaal Datering
Midden- en Laat Paleolithicum (oude steentijd) Mesolithicum (midden steentijd) Neolithicum (nieuwe steentijd)
250.000
-
9000
9000 4500
-
4500 2000
Romeinse tijd Vroege middeleeuwen
12 vchr. 500
-
500n.chr. 1000
Bronstijd IJzertijd
2000 800
- 800 - 12 v.chr.
Volle middeleeuwen
1000
-
1250
Late middeleeuwen
1250
-
1500
Nieuwe tijd
1500
-
heden
www.ArcheoPro.nl
Pagina
34
Archeologisch onderzoek Gemeente
Peel
en
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
ArcheoPro
Rapport,
2109
Ma s.
Bijlage 3: Overzicht vondstlocaties
‘Zaak nr:
HCoordinaat
HPeriode
[2780288100 |[191000/373630 _ |)Mesoliticum
HVondsten
HComplexen
|[Vuursteen
|[onbekend
Bijlage 4: Overzicht archeologische onderzoeksmeldingen
‘Zaak nr:
IJ(Juorrlinaat
2039801100
|189864.2/373405.6 Oppervlak: 13.3325
H0nderzuek
HPeriorle
HVnndsten
IJCumplexen
|[Booronderzoek
Onbekend
Geen
Geen
|[Onbekend
Onbekend
Geen
Geen
|[Booronderzoek
INeoliticum, bronstijd, ijzertijd, romeinse tijd
Keramiek
IOnbekend
Onbekend
Geen
Geen
ha.
2369261100
|196144.3/371494.8 Oppervlak: 16077.43 ha.
2415155100
|189701.3/373503.5 Oppervlak: 3.89082 ha.
4776858100
|190045.6/365149.1 |[Onbekend Oppervlak: 100000 ha.
ArcheoPro
Archeolof Gemeente
onderzoek P:
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel
ArcheoPro Rapport,
21091,
n Maas.
Bijlage 5: Boorbeschrijving Algemene boorgegevens
Soort boring
BAR
Projectnummer
21-181
Deelgebied Organisatie
NVT ArcheoPro
Archis meldingsnummer
5123788100
Projectnaam
Heufkensweg-Vieruitersten, Meijel
Coördinaatsysteem
RD2000
Coördinaatsysteemdatum
Locatiebepaling Referentievlak
GPS en meetlint NAP
Bepaling maaiveldhoogte
Boormethode Boordiameter
Versie:
20-12-2021
| AHN
Guts en edelman 2cmen7cm
Opdrachtgever Boornummer
| ETRS89
Arvalis
Y_RD
mv in M +NAP
190771.0
373804.6
33.00
190787.8
373791.6
33.05
190766.1
373785.1
33.14
190757.3
3737913
33,10
190778.4
373771.2
33,02
RD
www.ArcheoPro.nl
Pagina
36
Archeologisch onderzoek Gemeente
Peel
en
Heufkensweg-Vieruitersten,
Meijel,
ArcheoPro Rapport,
21091,
Pagina
37
Maas.
e kenmerken @ 3
co
SST
AIS/OPM
NVS
|{eoan[|see Betekenis van de afkortingen: LDO - Onderzijde boortraject in cm -mv Lithologie: GD - Onverharde sedimenten: grind, K = klei, L = leem, V = veen, Z = zand, P = puin Korrelgrootte: uf = uiterst fijn, zf = zeer fijn, mf = matig fijn, mg = matig grof, zg = zeer grof, ug = uiterst grof Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BG= bijmengsel grind, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur:
Versie: 20-12-2021
www.ArcheoPro.nl
4
HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI=wit,
TK
ZW = zwart.
= Tweede kleur (kleurafkortingen als boven).
IK =
Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker
VLK = Vlekken (V]: 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig, 3= veel Overige kenmerken: SO = Sortering: 1 = slecht, 2 = matig, 3 = goed, 4 = zeer goed CO = Consistentie (C ): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL): PLO = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel) NVS = nieuwvormingen: MNC = mangaanconcreties, ROV = roestvlekken, FEC = ijzerconcreties, FFV = fosfaatvlekken TL =trends in de laag; FUA = naar boven toe fijner, TOH = aan de top humeus, TOK = top kleiig SST = Sedimentaire structuren; STKL = kleilagen, STLL = leemlagen, FLA = fijn gelaagd LG = laaggrens; BSE = basis scherp, BGE = basis geleidelijk, BDI = basis diffuus BHN = Bodemhorizont; BHA = A-horizont, BHAa = esdek, BHB = B-horizont, BHBs = B-horizont met sesquioxiden, BHBt = B-horizont met lutuminspoeling, BHC = C-horizont, BHCg = C-horizont met gleykenmerken, BHCr = gereduceerde C-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor ‚ XX = recent verstoord, XM = verveend, VEG = veengrond, OPG = opgebracht, SLO = slootvulling, PD = plaggendek, AD = antropogeen dek, MPG = moderpodzol, BO = begraven oud oppervlak, CL = cultuurlaag, GI = Geologische interpretaties; LSS ss‚ COL = colluvium, ALL = alluvium, ) DEZd=r dekzand, = i rivierafzettingen, FPG eesRIV im nonaeg ( = fluvioperiglaciaal AIS = Archeologische indicatoren; BST =
baksteen, SKO = steenkool, HKF = houtskool fijn verdeeld, AWF = aardewerkfragmenten, PUI = puin, SIN = sintels, ASF = asfaltbeton, MXX = metaal, SVU = vuursteenfragmenten, GLS = glas, SLA = slakken/sintels, VKL = verbrande klei/leem, SXX = Natuursteen, PLC = plastic, OXBO = onverbrand bot
2-202
ArcheoPro