CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-023 09 Flora en fauna inspectie (geanonimiseerd)

Raad 19 maart 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "RvR-woning Heihorst ongenummerd te Meijel" (2024-023)4.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel

In opdracht van: Bureau Leefomgeving BV 19 januari 2023

(geanonimiseerd)

Faunaconsult Tegelseweg 3 5951

GK

Belfeld

Tel: 077-4642999 wwwfaunaconsult.nl

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Opdrachtgever: Opstellers/controle: Veldwerk:

(geanonimiseerd)

Faunaconsult B.V. werkt volgens de protocollen in de kennisdoeumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen

daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondermemen en we zijn PSO gecertificeerd.

Flora- en fauna-inspectie Heihorst I4te Meijel Faunaconsult

1

Inhoud 1. 2. 3.

Inleiding. De Wet natuurbescherming Werkwijze 3.1 _ Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden . 32 _ Werkwijze flora- en fauna-inspectie . 4. Aanwezige beschermde planten en dieren. 41 _ Beschrijving plangebied 42 _ Bevindingen. 5. Mogelijke effecte: 6.

Conclusies

Literatuur….

Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

2

1

Inleiding

Bureau Leefomgeving BV begeleidt de realisatie van nieuwbouw aan Heihorst 14 te Meijel. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze inspectie. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden). Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

3

2

_ De Wet natuurbescherming

In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per I januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De directe bescherming van dier- en plantensoorten was geregeld onder de Flora- en faunawet. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten. Het aspect soortbescherming blijft in de nieuwe wetgeving in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken. De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime): - Vogels

alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over; - Internationaal

beschermde

soorten

alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb): - Overige beschermde soorten

soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen ondermeer de ‘algemene’ soorten die onder de Floraen faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt voor de mol; die onder de Wet natuurbescherming niet meer is beschermd). De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft de “Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur

van de Omgevingsverordening Limburg 2014° opgesteld (Provincie Limburg, 2016) en ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017). Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Wet Natuurbescherming als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd. Verder geldt dat vogelsoorten waarvan het nest onder de Flora- en faunawet jaarrond werd beschermd in de Provincie Limburg ook onder de Wet Natuurbescherming als zodanig wordt gehandhaafd. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

4

3

_ Werkwijze

31

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden

De schuur en het tuinhuisje worden gesloopt en de vegetatie wordt verwijderd. Vervolgens wordt er een nieuwe woning met bijbehorende tuin en parkeerplek gerealiseerd. Een schets van de voorgestane situatie is (nog) niet voorhanden.

3.2

_ Werkwijze flora- en fauna-inspectie

Op 18 januari 2023 heeft Faunaconsult B.V. het plangebied bezocht, evenals de omringende zone. Hierbij werden beschermde planten geïnventariseerd en werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied geschikte habitat biedt. De te slopen bebouwing is van binnen en buiten met behulp van een ladder, zaklamp en boomcamera geïnspecteerd. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten:

- Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (www.natura2000.nl/gebieden); - RAVON (www.ravon.nl); _ FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl);

- Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl).

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

5

4 41

_ Aanwezige beschermde planten en dieren Beschrijving plangebied

Het plangebied (zie figuur 4.1 en de foto’s op het voorblad) bevindt zich ten zuiden van de kern Meijel. De omgeving is landelijk ingericht met akkers, paardenweides en woningen. Het plangebied zelf bestaat uit cen schuur, een tuinhuisje, enkele grasveldjes, overige tuinvegetatie en verharding.

e

Figuur 4.1.1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: KadastraleKaart.

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

6

42

_ Bevindingen

Vogels en zoogdieren je bevatten een enkelwandig pannendak en enkelwandige stenen gevels (zie figuur 4.2). Huismus- en gierzwaluwnesten en verblijven van gebouwbewonende vleermuissoorten zijn daardoor niet te verwachten in het plangebied. Binnen in de gebouwen zijn geen braakballen, veren, vogel- of steenmarteruitwerpselen ete. gevonden. In de schuur bevindt zich wel een voormalig merelnest. Zowel

de

schuur

als

het

tuinhui

Figuur 4.2. De schuur met een enkelwandig pannendak en enkelwandige stenen gevels.

In het plangebied bevinden zich geen bomen. Het voorkomen van roofvogel- en uilennesten, eekhoornnesten en verblijven van boombewonende vleermuissoorten in het plangebied is daardoor uitgesloten. De laanbomen aan de weg Heihorst fungeren mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen. Omdat vaste vliegroutes en foerageergebieden onder de Wnb als vaste rust- en verblijfplaats worden gezien, is een aantal vleermuissoorten in tabel 4.4 opgenomen. Tijdens het veldbezoek zijn de koolmees en vink waargenomen. Volgens de natuurgegevens van de Provincie Limburg (z.d.) waren er in 2016, in het kilometerhok waarin het plangebied zich bevindt, geen territoria van kwetsbare soorten (roofvogels/uilen) aanwezig. Het kilometerhok is daarbij niet volledig onderzocht. Uit het veldbezoek blijkt dat nesten van roofvogels/uilen zeker niet in het plangebied voorkomen Dassenburchten, -wissels, -snuitputjes zijn afwezig en kleine marterachtigen zijn wegens het gebrek aan dekking niet te verwachten in het plangebied. Het is wel mogelijk dat algemene zoogdieren als de veldmuis in het plangebied voorkomen. Amfibieën en andere diersoorten Water dat kan fungeren als voortplantingswater voor amfibieën is afwezig. Strenge beschermde amfibieënsoorten zijn daardoor, en door het aanwezige biotoop, niet te verwachten in het plangebied.

De met vegetatie begroeide delen van het plangebied dienen mogelijk wel als landhabitat van enkele algemene amfibieënsoorten, zoals de gewone pad. Reptielen en andere soorten, die beschermd zijn onder de Wnb, zijn niet te verwachten in het plangebied.

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

7

Planten

In het plangebied zijn alleen algemene niet-beschermde planten waargenomen, zoals cucalyptus, buxus, vogelmuur en paardenbloem. Ook volgens de Provincie Limburg (z.d.) groeiden er in 2011, in het kilometerhok waarin het plangebied zich bevindt, geen planten die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Tabel 4.2 geeft een overzicht van de beschermde soorten die (mogelijk) voortplantingsplaatsen en rustplaatsen in het plangebied hebben. Tabel 4.2. Beschermde soorten die mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied hebben. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.

Vogels

[Internationaal]

_ Overige

metstrenger

| beschermde

| beschermde

INederlandse naam en wetenschappelijke naam | beschermd nest

soorten

[Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)

X

[Laatvlieger (Eptesicus serotinus)

X

Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)

X

[Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (4podemus sylvatieus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) [Veldmuis (Microtus arvalis) [Gewone pad (Bufo bufo)

Bruine kikker (Rana temporaria)

soorten

|

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

8

5

_ Mogelijke effecten

- De laanbomen aan de weg Heihorst fungeren mogelijk als vaste vliegroute of foerageergebied voor vleermuizen. Indien er vanaf het plangebied buitenverlichting op de laanbomen wordt gericht, kan dit een verstoring van de vliegroute opleveren. - Bij de werkzaamheden kunnen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In het volgende hoofdstuk wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen.

Tabel 5.1. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.

soort

[Beschermingsregime

_ [ Art.[

Art.[

31

|31

|35

|35

d1

|1i

2|tia1

|tid2 | úd3

Wab

Vieermuizen

Ínternationaal beschermde

Art. [ Art. [ Art. [ Art. [ Art. |35

x

|35

|310

|d 4| i 1

x

soorten

|Algemeen voorkomende _ |grondgebonden zoogdieren

[Overige soorten

x

en amfibieën

Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) -lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten):

-Tid 1: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten -lid 2: het opzettelijk verstoren van habitatsoorten -lid 3: het opzettelijk venielen en rapen van eieren van habitatsoorten -id 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten Artikel3.10 lid 1 (m.b.t. A-soorten): het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen:

(b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb).

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

9

6

Conclusies

Vleermuizen: verstoring vliegroutes en foerageergebied De laanbomen aan de weg Heihorst fungeren mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Deze bomen blijven behouden maar om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV:-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 201 1) of rood licht (Spoelstra et al, 2017). Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wet natuurbescherming n beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb): deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

10

Literatuur e

Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634 e _ Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3. e Provincie Limburg. 2016. Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Provinciaal blad nr. 6983

e Provincie e

e

Limburg.

z.

Natuurgegevens

Provincie

Limburg.

www.natuurgegevenslimburg.nl. Spoelstra, K, R.H.A. van Grunsven, J.J.C. Ramakers, K.B. Ferguson, T. Raap, M. Donners, E.M. Veenendaal en M. E. Visser. 2017. Response of bats to light with different spectra: lightshy and agile bat-presence is affected by white and green, but not by red light. The Royal Society Publishing. www.rspb.royalsocietypublishing.org Zoogdiervereniging, 2011. Een vleermuisvriendelijke kleur voor _ verlichting. www.zoogdiervereniging.nl/een-vleermuisvriendelijke-kleur-voor-verlichting

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

11

Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden: e _ hetopzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid I Wnb) e _ het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb)

* _ hetrapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb) e _ het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb) e _ het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2lid 1 Wnb)

e _ het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb) e _ het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met — kort gezegd — verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4lid I Wnb).

Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling. Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (°GS”) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (*PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister") het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan. Dit betekent dat er: e geen andere bevredigende oplossing mag bestaan, e _ de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende

soort en

e _ de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; - _ het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - tervoorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; - ter bescherming van flora of fauna; - voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of - _ om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

12

Internationaal

beschermde

soorten

Internationaal beschermde soorten zijn strikt beschermd Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis. Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wb zijn: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb) het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb) het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb) het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb) het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb)

het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb).

Criteria voor ontheffìng of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb). Er is een aantal (eumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien:

er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te Jaten voortbestaan; de om.heff'ng of vrijstelling nodig is: in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; - voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

13

Overige beschermde soorten Algemeen

Overige beschermde soorten zijn niet beschermd vanwege de Europese wet- en regelgeving. Het gaat hier om de in het wild levende diersoorten die worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’). Daarnaast worden vaatplanten beschermd van de soorten die worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’). Uit de wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij wet aan te wijzen, omdat zij niet voldoende worden beschermd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd, Op de bijlagen zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lijst-soorten aangewezen. Verboden handelingen Het is verboden op grond van artikel 3.10 lid 1 Wnb: (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en

(©) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De onder (2) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb). Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden. Ruimere afwijkingsmogelijkheden Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3.8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten.

Dit betekent dat een ontheffing of vrijstelling slechts wordt verleend indien: e er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); e r geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; e de ontheffing of vrijstelling nodig is: - _ in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; - ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; - voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld

aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Anders dan voor Habitatsoorten, kan voor de overige soorten ook ontheffing of vrijstelling worden verleend als dit noodzakelijk is (artikel 3.8 lid 2): in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied:

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

14

-

ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; - ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; - _ in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw ofbosbouw; in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

-

in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten ‘van een bepaald gebied, of - _ ten behoeve van het algemeen belang.

Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van Economische Zaken, 2016) Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime andere

Vogelrichtlijn $3.1 Wn

Habitatrichtlijn 63.2 Wn

soorten 633 Wn

Ar3alid1

Art3.lid1

Art310lid1a

Het s verboden soorten in hun

Hetis verboden soorten opzettelijkte

vogels opzettelijk te doden of te vangen.

natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijkte doden ofte vangen

doden of te vangen

Art31lid2

An3s5lid4

Art310lid1b

Het s verboden opzettelijk nesten, ustplaatsen en eieren van vogekte vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Hetis verboden de voortplantingsplaat-

Het is verboden de vaste voortplanting-

sen of ustplaatsen van dieren te beschadigen ofte vernielen

splaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijke beschadigen ofte

Hetis verboden

n het wild levende

verielen

Art3alid3 Het is verboden eieren te rapen en deze

An3s d3

Niet van toepassing

onder zich te hebben

natuur opzettelijkte vernielen of e

Het is verboden eieren van dieren in de

rapen

Art31lidg en ds Hetis verboden vogels opzettelijte

Art3s5lid2

storen, tenzij de storing niet van

verstoren

Niet van toepassing

Het is verboden dieren opzettelijk te

wezenlijke nvloed s op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing

Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen,

Art 340 lid 1e Het is verboden plantensoorten in hun natuurljke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen,

af te snijden, e ontwortelen of te

af te snijden, e ontwortelen of te

vemielen

vernielen

Anzslids

Flora- en fauna-inspectie Heihorst 14 te Meijel Faunaconsult

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=252db6b4-ac6e-4a27-be26-532a96304603