2024-006 09 Flora en fauna inspectie
Tekst van het document
Fl0ra- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen
i
In opdracht van:
Bureau Leefomgeving 7 maart 2023
—
Faunaconsult Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 WWW.faunac0nsu1t.n1
Fl0ra- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen Opa'rachtgever.'
Bureau Leefomgeving
Opsfellers/COIWOIQ-' Veldwerk-'
—
Faunaconsult B.V. werkt volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ 12. Onze onderzoeken voldoen daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen Zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en geven concreet invulling aan de participatiewet. g
Faunaconsult
F10ra- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen
1
Inhoud 1. 2. 3.
Inleiding........................................................................................................................................ .. De Wet natuurbescherming ............ .. ........ Werkwijze .................................................................................. .. 3.1 Beschrijving van de voorgenomen Werkzaamheden .......... .. 3.2 Werkwijze fl0ra- en fauna-inspectie .......... .......... . . . . . . . . .. 4. Aanwezige beschermde planten en dieren........ 4.1 Beschrijving plangebied ...................... .. 4.2 Bevindingen........... ........ 5. Mogelijke effecten ................... .. 6. Conclusies .................................................................................................................................... .. Literatuur ............................................................................................................................................. .. Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime .................................................................................. .. >—‘©\OO\O‘\O‘\<J1(J1U1-|>bJ
g
Fhunaconsult
F10ra- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen
2
1.
Inleiding
Bureau Leefomgeving begeleidt de mimtelijke ontvvikkeling aan de Nobisstraat 4 te Panningen en heeft ecologisch adviesbureau Faunaconsult B.V. opdracht gegeven op deze locatie een flora- en fauna-inspectie uit te voeren. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven Voor deze
inspectie. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -
beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (p1ant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden). Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb). Daamaast Worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om
significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daannee te voldoen aan de natuurwetgeving.
g
Faunaconsult
F1ora- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen
3
2.
De Wet natuurbescherming
In deze paragraaf wordt een koite toelichting gegeven op de juridische beschenning van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de F1ora- en Faunawet en de Boswet. De directe bescherming van dier- en plantensoorten was geregeld onder de F1ora- en faunawet. Bij Werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest Worden nagegaan of deze negatieve
gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten. Het aspect soortbescherming blijft in de nieuwe Wetgeving in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken. De lijsten met beschennde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeén, de kleine modderkmiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes Waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geimplementeerd en Waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (Zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en
criteria voor ontheffing/vrij stelling per bescherrningsregime): - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de F1ora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over; - Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bem en
Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb); - Overige beschermde soorten soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen ondenneer de ‘algemene’ soorten die onder de Floraen faunawet bij mimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt voor de mol; die onder de Wet natuurbescherming niet meer is beschermd). De beschennde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschennde soorten. De Provincie Limburg heeft de ‘Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014’ opgesteld (Provincie Limburg, 2016) en ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017). Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Wet Natuurbescherming als beschermde soort Zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg Worden
beschermd. Verder geldt dat vogelsoorten waarvan het nest onder de Flora- en faunawet jaarrond werd beschermd in de Provincie Limburg ook onder de Wet Natuurbescherming als zodanig wordt gehandhaafd. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb Worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle
in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege Worden gelaten, dan wel moeten maatregelen Worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
g
Faunaconsult
F1ora- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen
4
3.
Werkwijze
3.1
Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden
De vegetatie in het plangebied wordt verwijderd. Vervolgens wordt er een Woning met bijbehorende tuin en wat verharding gerealiseerd. Een afbeelding van de voorgestane situatie is (nog) niet voorhanden.
3.2
Werkwijze flora- en fauna-inspectie
De inspectie is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een bronnenonderzoek. Op 14 februari 2023 heeft Faunaconsult B.V. het onderzoeksgebied en de directe omgeving bezocht voor een habitatgeschiktheidsonderzoek. Hierbij Werden planten geinventariseerd en Werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied geschikte habitats biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren Werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, Wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen.
Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en Waamemingen van soorten: - Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (www.natura2000.nl/gebieden); - RAVON (Www.ravon.n1); - FLORON (WWW.floron.n1); - SOVON (WWw.sovon.n1); - Zoogdiervereniging (WWW.zoogdiervereniging.n1); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl).
g
Faunaconsult
F1ora- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen
5
4.
Aanwezige beschermde planten en dieren
4.1
Beschrijving plangebied
Het plangebied bevindt zich ten noorden van het dorp Panningen, in het buitengebied. De omgeving is overwegend agrarisch ingericht, met akkers, weides en boerderijbedrijven. Daamaast bevinden er zich enkele reguliere woningen rond het plangebied. Het plangebied zelf bestaat uit een grasveld met aan de randen een haag.
Figuur 4.1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: Google Maps.
4.2
Bevindingen
Zoogdieren en vogels
Gebouwen en bomen Zijn in het plangebied afwezig. Het voorkomen van huismus- en gierzwaluwnesten, roofvogel- en uilennesten, eekhoornnesten en vleermuisverblijven in het plangebied is daannee uitgesloten. Lijnvonnige opgaande vegetatie die kan fungeren als vliegroute/belangrijk foerageergebied voor vleermuizen is afwezig. Tijdens het veldbezoek zijn de ekster, koolmees, houtduif, huismus en vink waargenomen. Het grasveld is matig geschikt als foerageergebied voor de steenuil, Wegens de afwezigheid van uitzichtpunten als Weipalen etc. In de omgeving Zijn tijdens het veldbezoek geen steenuilennestkasten waargenomen en omwonenden lieten weten nooit een steenuil te hebben gehoord of gezien. Het is daardoor onwaarschijnlijk dat her plangebied fungeert als foerageergebied voor de steenuil.
y
Faunaconsult
F1ora- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen
6
Volgens de natuurgegevens van de Provincie Limburg (z.d.) waren er in 2012 drie (niet nader getoonde) territoria van kwetsbare soorten (roofvogels/uilen) in het kilometerhok Waarin het plangebied zich bevindt aanwezig. Deze soorten hebben echter met zekerheid geen nest in het plangebied. Het is wel mogelijk dat in het broedseizoen vogelsoorten als de roodborst of merel in de haag rond het grasveld gaan broeden. Dassenburchten, -snuitputjes, -latrines etc. en holen van andere intemationaal beschermde Zoogdieren zijn afwezig. Voor marterachtigen biedt het plangebied onvoldoende dekking. Overige algemene zoogdieren zoals de veldmuis kunnen wel in het plangebied voorkomen. Amfibieén, reptielen en overige diersoorten
Wateren, die kunnen fungeren als voortplantingswater of leefgebied voor amfibieén en vissen, zijn in en rond het plangebied afwezig. Streng beschermde amfibieénsoorten Zijn daardoor, en Wegens het aanwezige biotoop, niet te verwachten in het plangebied. De met vegetatie begroeide delen van het plangebied dienen mogelijk wel als landhabitat van enkele algemene amfibieénsoorten. Reptielen en andere soorten, die beschennd zijn onder de Wnb, zij n niet te verwachten in het plangebied. Planten
In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek alleen algemene, niet-beschermde plantensoorten waargenomen als vogelmuur, zachte ooievaarsbek en duizendblad. De haag bestaat uit groene en bruine beuk en Wilde roos. De Provincie Limburg (z.d.) heeft het kilometerhok waarin het plangebied zich bevindt in 2010 onderzocht op het voorkomen van beschermde of bijzondere planten. Deze waren afwezig in en rond het plangebied.
Tabel 4.2 geeft een overzicht van de beschermde soorten die (mogelijk) voortplantingsplaatsen en rustplaatsen in het plangebied hebben. Tabel 4.2. Beschermde soorten die mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied hebben. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.
Vogels Internationaal Nederlandse naam en wetenschappelijke naam met strenger beschermde beschermd nest soorten
Overige beschermde soorten
Bosmuis (Apodemus sylvaticus)
X
Huisspitsmuis (Crocidura mssula)
X
Veldmuis (Microtus arvalis)
><
Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo)
><
§
Faunaconsult
><
F1ora- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen
7
5.
Mogelij ke effecten
- Bij de Werkzaamheden kunnen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van algemene beschennde zoogdieren en amfibieen Worden aangetast. Individuen kunnen hierbij Worden verwond of gedood. - Als de opgaande vegetatie tijdens het broedseizoen wordt V6I‘W1jd€l‘d, kunnen broedende vogels als roodborst en merel Worden verstoord of gedood. Wanneer hun j ongen te lang Worden achtergelaten en eieren te lang niet Worden bebroed kan dit leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In het volgende hoofdstuk wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen Worden voorkomen. Tabel 5.1. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieen en een overzicht van alle verbodsbepalingen.
S00rt
Beschermingsregime Wnb
Algemene in het plangebied broedende vogels Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren
Vogels
Art. Art. Art. Art. Art. Art. Art. 3.1 3.1 3.5 3.5 3.5 3.5 3.10 lid 1 lid 2 lid 1 lid 2 lid 3 lid 4 lid 1 X X
Overige soorten
X
en amfibieén Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vemielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten): - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van habitatsoorten - lid 3: het opzettelijk vemielen en rapen van eieren van habitatsoorten - lid 4: het beschadigen en vemielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten
Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t. A-soorten): het is verboden (a) in het Wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vemielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden Zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb).
g
Faunaconsult
F1ora- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen
8
6.
Conclusies
Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieén
In het plangebied komen mogelijk Zoogdieren en amfibieén voor, die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), Waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen Worden, Zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altij d de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten Worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden Worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied Worden verplaatst. Algemene vogels
In het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tij dens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vemietiging van vogelnesten kan Worden voorkomen door de opgaande vegetatie buiten de periode 15 maart — 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel Worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbeschenning begaan.
g
Faunaconsult
F1ora- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen
9
Literatuur 0 0 0 0
Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3. Provincie Limburg. 2016. Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Provinciaal blad nr. 6983. Provincie Limburg. (Z.d). Natuurgegevens Provincie Limburg. WWW.natuurgegevenslimburg.nl.
g
Fhunaconsult
F1ora- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen 10
Bijlage 1: Toeliehting per beschermingsregime Vogels Verbodsbepalingen en afivijkingsmogelijkheden
Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden: 0 het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb) 0 het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb)
0 0 ~
~ 0
het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb) het opzettelijk storen van vogels indien dit van Wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb) het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder Zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb) het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb) het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met — kort gezegd — verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig de in de Vogelrichtlijn omschreven Wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb).
Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij -principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden Zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan Worden verleend door middel van een ontheffing of vrij stelling. Criteria v00r onthefling ofvrzjstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van Vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing
verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daamaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die Zien op de verkoop en het vervoer van vogels. lndien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval Worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daamaast moet voor de verlening van een ontheffing of
vrij stelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan. Dit betekent dat er: ~ geen andere bevredigende oplossing mag bestaan, Q
0
de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de
desbetreffende soort en de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: - het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; - het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of Wateren; -
ter bescherming van flora of fauna;
-
voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of
-
om het vangen, het onder Zich hebben of elke andere Wijze van verstandig gebruik van
bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
g
Faunaconsult
F1ora- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen 11
Internationaal beschermde soorten Internationaal beschermde soorten zijn strikt beschermd
Deze soorten Worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffmg van een verbodsbepaling kan Worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende wateiweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis. Verbodsbepalingen
De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn: 0
het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb)
0
het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb) het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb) het beschadigen en vemielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten
0 ~
(artikel 3.5 lid 4 Wnb) het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnij den, ontwortelen en vemielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb) het, anders dan voor verkoop, onder Zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb).
Criteria v00r ontheflirzg ofvrzjstelling
Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb). Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te
kunnen verlenen; deze Worden slechts verleend indien: 0 er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); v
er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun
0
natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; de ontheffing of vrijstelling nodig is: -
-
-
-
in het belang van de bescherming van de Wilde flora of fauna of in het belang van de
instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van emstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu Wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige venneerdering van planten; of om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve Wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder
Zich te hebben.
§
Faunaconsult
Flora- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen 12
Overige beschermde soorten Algemeen
Overige beschermde soorten Zijn niet beschermd vanWege de Europese Wet- en regelgeving. Het gaat hier om de in het Wild levende diersoorten die Worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden Zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’). Daamaast Worden vaatplanten beschermd van de soorten die Worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’). Uit de Wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij Wet aan te Wijzen, omdat zij niet voldoende Worden beschennd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan Worden bedreigd. Op de bijlagen Zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lij st-soorten aangewezen. Verboden handelingen
Het is verboden op grond van artikel 3.10 lid 1 Wnb: (a) in het Wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vemielen en (c) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwoitelen of te vemielen. De onder (a) en (b) genoemde verboden Zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren Zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb). Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden. Ruimere afwijkingsmogelzjkheden
Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3.8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten. Dit betekent dat een ontheffing of vrij stelling slechts Wordt verleend indien: ~ er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); ~ er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan;
~
de onthefflng of vrijstelling nodig is: - in het belang van de bescherming van de Wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
-
ter voorkoming van emstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, Wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of
-
economische aard en met inbegrip van voor het milieu Wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kWeek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of
-
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve Wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder
Zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Anders dan voor Habitatsooiten, kan voor de overige soorten ook ontheffing of vrijstelling Worden verleend als dit noodzakelijk is (artikel 3.8 lid 2): - in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;
§
Faunaconsult
Flora- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen 13
-
-
-
-
ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden,
schietterreinen, industrieterreinen, kazemes, of begraafplaatsen; ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied Waarin de dieren Zich bevinden; ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, Watergangen, Waterkeringen, Waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, Wegen, spooiwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of ten behoeve van het algemeen belang.
Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van Economische Zaken, 2016) liudienningregirne soorten Vogdridltlijn § 3.1 Wn
Be:-clienningsregime sounien
Beschermingsregime andere
H;lbn:n:|'ichtlij1 § 3.2 Wn
soorten 5 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wiid levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzetteliik te doden of te vangen
An 3.10 lid Iii Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten. rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te bschadigen, of nesten
Art3.5 lid4 Het is verboden de voonplantingsplaa'tsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vemielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden dc vaste voortplantingsplaatsen of mstplaatsen van dieren opzettelijk be beschadigen nfte verniekn
Art 3.1 lid 3 Her is verboden eieren te rapen en deze onder Zich te hebben
Art 3.5 lid 3
Niet van toepassing
Art 3.1iid q en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels opzetteliilc te storen. tenzii de storing niet van were-rlliike invloed is up de staat van instandhouding van de desbetreffende
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
van vogels wag re nemen
Het is VE|'|.'|OdEI\ eieren van dieren in de natuuropzcttelijlr. te vemielen of te rapen
Niet van toepassing
vogelsoort Niel van toepassing
Art 3.5 lid 5 Hal is verboden plamensootteli in hun natuurliike verspreidingsgelaied npzerleliilc me plulcken en ts: verzamelen, al re sniiden. te onlwnrtelen of re vemielen
Alt 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied
opzenelijk le plukken en le verzamelen, af ta sniiden. te unlwortelen of ta vernieien
Flora- en fauna-inspectie Nobisstraat 4 te Panningen 14
Faunaconsult