CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-080 03 Bijlage 1 Naar een sterke RES-samenwerking NML

Commissie 26 september 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Ontwerpbesluit centrumregeling RES NML (2023-080)4.303 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Naar een sterke RES-samenwerking Noord- en Midden Limburg - Uitgangspunten samenwerking vanaf 2023 - Afspraken aanloopfase 2022 Versie 1.0 | d.d. 8 december2021

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

Inleiding: Om de ambities van het Klimaatakkoord te realiseren zijn 30 RES-regio’s gevormd. In de RES-regio Noord– en Midden-Limburg (verder RES-regio NML) werken de 15 gemeenten, provincie Limburg, Waterschap Limburg en Enexis (verder: de RES-partners) nauw samen. Vanaf 2019 hebben RES-partners constructief samengewerkt in een projectmatige vorm. Dit heeft onder meer geleid tot een gedragen Regionale Energie Strategie (RES 1.0) die door de 15 gemeenteraden, provinciale staten, algemeen bestuur Waterschap en Enexis in 2021 is vastgesteld. De RES 1.0 bevat de gezamenlijke ambities en inhoudelijke uitgangspunten op het gebied van energiebesparing, warmtetransitie en duurzame opwek tot 2030 met een doorkijk naar 2050. Ter uitvoering van de RES is een werkprogramma opgesteld. Alle RES-partners hebben geconcludeerd dat de maatschappelijk opgave dermate groot en complex is, dat een sterke, meer structurele, samenwerking noodzakelijk is om de ambities feitelijk te kunnen realiseren. Hierover zullen we in 2022formeel besluiten om per 1-1-2023 in de nieuwe samenwerkingsvorm te kunnen doorstarten.

Het doel van deze samenwerking is de implementatie van het Klimaatakkoord te versnellen, de maatschappelijke kosten te verlagen en meer invloed te hebben op de uitvoering, door: ▪ kennis opbouwen, bundelen en delen; ▪ voldoende gekwalificeerd personeel (schaarste arbeidsmarkt), continuïteit, efficiency; ▪ (gemeente)grensoverschrijdende onderwerpen gezamenlijk passend oplossen (bijv. netwerkschaarste) ▪ voor (regionaal opererende) stakeholders één regionale aanpak i.p.v. elke gemeente (15) haar eigen aanpak; ▪ lagere kosten (bijv. regionale samenwerking 1 keer inhuur i.p.v. 15 keer inhuren). Dit document bevat de uitgangspunten op basis waarvan het samenwerkingsvoorstel zal worden uitgewerkt. Eén van de belangrijkste randvoorwaarden daarbij is dat het Rijk (zoals overeengekomen in het Klimaatakkoord) de RES-partners financieel compenseert voor de uitvoeringskosten. In het najaar van 2022 kunnen de colleges en AB Waterschap (en afhankelijk van de te kiezen vorm eventueel ook de gemeenteraden/PS/AB) hierover een formeel besluit nemen.

Dilemma: wachten op het Rijk voor meer duiding inzake uitvoering klimaatakkoord in het nieuwe regeerakkoord, is geen optie. Daarom kiezen we er gezamenlijk voor om in het overgangsjaar 2022 samen te blijven werken en ervoor te zorgen dat er in 2023 een samenwerking kan worden geformaliseerd. Dit document kan worden beschouwd als een intentioneel kader, in aanloop naar formele besluitvorming. Ook bevat dit document de onderlinge afspraken voor het overgangsjaar 2022. Dit document wordt aan alle colleges/ DB van de partners voorgelegd ter vaststelling.

1

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

Proces-verantwoording: Dit document is tot stand gekomen op basis van: ▪ diverse besprekingen in het bestuurlijk overleg RES NML (portefeuillehouders energietransitie) en het ambtelijke afstemmingsoverleg RES NML (beleidsmedewerkers energietransitie); ▪ serie individuele gesprekken met alle RES-partners (portefeuillehouder, directie/management-verantwoordelijke en beleidsmedewerker) in juni 2021; ▪ afstemming met de regionale kring van gemeentesecretarissen en twee nadere verdiepende sessies met een delegatie (gemeentesecretarissen van Gennep, Leudal, Weert, Roerdalen). De secretarissen geven aan dat de politiek-bestuurlijk vastgestelde ambities alleen in een sterke samenwerking gerealiseerd kunnen worden; ▪ afstemming met de bestuurlijk voorzitters en directeuren van de regio Noord-Limburg en de regio Midden-Limburg. Leeswijzer: 1. De opgave energietransitie. 2. Ervaringen huidige samenwerking RES NML. 3. Werkplan 2022-2023. 4. Uitgangspunten voor samenwerking RES NML vanaf 2023. 5. Afspraken RES NML overgangsjaar 2022.

2

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

De opgave Energietransitie Mega operatie voor alle betrokkenen De energietransitie is één van de grootste maatschappelijke uitdagingen van onze tijd. In 2030 wil Noord- en Midden Limburg 1.200 Gigawattuur duurzame energie grootschalig opwekken (RES bod juli 2021) en een reductie van 25% in de CO2 uitstoot door besparing en kleinschalige opwekking. Het waarmaken van deze doelen heeft grote ruimtelijke, financiële en sociale consequenties.

De RES 1.0 beschrijft ook een aantal uitgangspunten om deze ambities te realiseren. Zo is, naast vernieuwende technische oplossingen, ook gedragsverandering cruciaal voor het slagen van de transitie. Energie besparen, duurzaam opwekken en verwarmen leidt tot winst voor mens, milieu en economie. Het ontwikkelen en toepassen van nieuwe technologieën biedt kansen voor bestaande en nieuwe ondernemingen en samenwerkingsverbanden. Ook beschrijft de RES 1.0 uitgangspunten op het gebied van procesparticipatie, sociale duurzaamheid en het streven naar tenminste 50% lokaal eigendom bij grootschalige energieopwekking.

3

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

Focus op energietransitie, oog voor samenhang met andere sectoren De regionale samenwerking richt zich op de energietransitie. In termen van het Klimaatakkoord gaat het vooral om de sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving. Er zijn raakvlakken met de sectoren landbouw, industrie en mobiliteit. Deze doorlopen eigen trajecten voor ontwikkeling en uitvoering. Waar nodig wordt afgestemd.

4

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

Ervaringen huidige samenwerking RES NML 20192021 Brede tevredenheid over voorlopig eindresultaat De afgelopen periode is in regionaal verband gewerkt aan de RES 1.0. Deze is door alle betrokken partners vastgesteld. Terugkijkend met bestuurlijk en ambtelijk betrokkenen op het proces en het voorlopig eindresultaat kan worden vastgesteld dat: ▪ Er sprake is van een goede chemie en positieve energie tussen personen en organisaties; ▪ Gelijkwaardig partnership tot stand is gekomen tussen ongelijksoortige partners; ▪ Gemeenteraden over het algemeen aangeven goed te zijn meegenomen; ▪ Stakeholders betrokken en aangehaakt zijn; ▪ De huidige manier van samenwerken op hoofdlijnen als passend is ervaren. Aandachtspunten voor het vervolg Vanzelfsprekend waren er ook punten die om uiteenlopende, verklaarbare redenen minder uit de verf zijn gekomen. Die zijn als volgt samen te vatten: ▪ Slagvaardigheid o We hadden meer knopen kunnen doorhakken in RES 1.0; o Weinig uitvoeringsplannen / uitvoeringstrategie; o Enkele ‘hete aardappels’ zijn doorgeschoven (in belang van draagvlak); o Rendement van de samenwerking voor lokaal (“te snel” versus “te weinig”). ▪ Rolduidelijkheid o Rol-onderscheid: projectorganisatie (regionaal belang, inhoudelijke ratio) versus AO/ BO (individuele belangen); o Focus op bestuur en politiek, minder op management en organisaties.

▪ Capaciteit o Niet alle partners leveren voldoende capaciteit (lokale prioriteiten), niet evenredig (hier zijn geen afspraken over gemaakt); o Tekort aan strategisch vermogen en technische expertise (afhankelijkheid inhuur). Kortom, de energietransitie in Noord- en Midden Limburg is een majeure maatschappelijke opgave. De huidige RES-samenwerking wordt echter gekenmerkt door een vrij zwakke governance en is qua personele capaciteit volledig afhankelijk van de bereidheid van de individuele RES-partners. De vrijblijvendheid is te groot. De slagkracht te beperkt. Financiële bijdrage Rijksoverheid in uitvoering In het Klimaatakkoord is overeengekomen dat het Rijk de gemeenten compenseert voor de uitvoeringskosten. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft, op basis van een grondige takenanalyse, de uitvoeringskosten voor gemeenten geraamd op € 600 miljoen per jaar, structureel vanaf 2022. Het onderhavige voorstel is ontwikkeld vanuit het veronderstelling dat het rijk richting gemeenten substantieel over de brug komt vanaf 2023 (i.v.m. kabinetsformatie). Indien dit niet of later gebeurt, zal de uitvoering van het klimaatakkoord door gemeenten ter discussie komen te staan en zullen de voorgestelde samenwerkingsafspraken moeten worden heroverwogen. Zie voor meer informatie hierna bij uitgangspunten 14 en 15.

5

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

Over nut en noodzaak van samenwerking Voldoende financiële middelen vanuit het Rijk is een ‘condition sine qua non’ maar maakt de noodzaak tot een sterke samenwerking niet minder. Niet samenwerken is geen optie, zo is de brede consensus. Immers, zonder samenwerking: ▪ Is er onvoldoende gekwalificeerd personeel voor met name technische transitie vraagstukken: Geen kennis opbouw (door de vele inhuur), inefficiëntie en discontinuïteit. ▪ Wordt, door de diversiteit en verschillende aanpakken van gemeenten, het proces onoverzichtelijk en onwerkbaar voor regionaal opererende stakeholders die in 15 individuele gemeenten met een andere aanpak worden geconfronteerd (o.a. Enexis, woningcorporaties, MKB, bouw- en installatiesector, glastuinbouw, onderwijs, financiële instellingen). ▪ Zijn kosten hoger doordat 15 x voor hetzelfde product schaarse externe expertise wordt ingeschakeld. ▪ Blijven passende antwoorden op (gemeente) grensoverschrijdende issues uit, met als gevolg: bestuurlijke spanning, procesvertraging; en maatschappelijke kosten die oplopen. Kortom, zonder samenwerking gaat de implementatie van het Klimaatakkoord trager, worden de maatschappelijke kosten flink hoger en hebben gemeenten uiteindelijk minder keuzes.

6

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

Werkprogramma 2022-2023

Op basis van de vastgestelde RES 1.0 is het werkprogramma gezamenlijk opgesteld. Dit bevat de activiteiten die nodig zijn voor het behalen van de doelen van de Regionale Energie Strategie 1.0 van Noord- en Midden-Limburg. Deze activiteiten zijn in onderstaand schema gecategoriseerd in de vorm van ‘tegels’.

In het vastgestelde werkprogramma (BO RES NML, 20 oktober 2021) is per tegel de aanpak nader uitgewerkt. Hierbij is afgesproken dat medio 2022 adaptief de aanpak wordt herijkt. Zie ook hoofdstuk 5 Aanpak overgangsjaar 2022. We geven uitvoering aan hetgeen wat noodzakelijk is en past binnen de huidige middelen en capaciteit.

7

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

Uitgangspunten voor samenwerking vanaf 2023 Noodzaak voor samenwerking De RES-partners nemen medeverantwoordelijkheid voor een duurzame energietransitie van gigantische proporties. Deze is omvangrijk, complex en betreft vaak gemeentegrens overstijgende vraagstukken. De benodigde expertise is schaars en zullen overheden gezamenlijk verder moeten opbouwen om de afhankelijkheid van de markt te verminderen. Door samen te werken zal de implementatie van het klimaatakkoord sneller gaan en worden maatschappelijke kosten bespaard. Door samenwerking in RES-verband hebben inwoners en externe stakeholders lagere coördinatie– en uitvoeringskosten. Samenwerking biedt mogelijkheden om de regie beter zelf in de hand te houden en bewustere keuzes te maken (dan bij niet-samenwerken). Ook de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) pleit voor een versterking van de regionale governance om adequate invulling aan de uitvoering van het klimaatakkoord te geven. Dit zal naar verwachting op termijn leiden tot verplichte regionale samenwerking met minimumeisen. De ROB heeft daarbij de volgende uitgangspunten benoemd: deze governance ondersteunt de lokale uitvoeringskracht, bundelt kennis en inkoopkracht, coördineert bovenlokale opgaven en is een platform om lokale inspanningen af te stemmen.

Uitgangspunten voor samenwerking Kortom, de ambities uit het Klimaatakkoord, de RES en de lokale ambitiedocumenten kunnen alleen gezamenlijk worden gerealiseerd. De RES-partners spreken daarom af de ambities, in goede onderlinge samenwerking te realiseren en deze regionale samenwerking te baseren op de volgende uitgangspunten: 1) Focus op RES-ambities. De RES partners committeren zich aan de geformuleerde ambities uit de RES en dragen hier aan bij. We focussen in de samenwerking op: a) energiebesparing in de gebouwde omgeving, b) de transitie naar duurzame warmte, c) grootschalige opwekking van duurzame elektriciteit. We streven aanvullend naar synergie met de CO2-reductieopgaves op het terrein van mobiliteit, landbouw/ landgebruik en industrie die primair via andere vormen van samenwerking en sectorale benaderingen (bv laadinfrastructuur elektrische auto’s) worden aangepakt. 2) Participatie. De energietransitie kan alleen slagen door participatie van en samenwerking met onze inwoners, bedrijfsleven en andere lokale en bovenlokale stakeholders (onderwijs/ opleiders, woningcorporaties, landbouw, terreinbeheerders, financiële instellingen, etc). De RES-partners richten zich, zowel in de regionale als lokale aanpak, op samenwerking. 3) Brede blik, integraal denken en werken.

Partners realiseren zich dat de opgave naar een duurzame samenleving groter is dan alleen de keuzes die partijen maken in de RES en zoeken verbinding en koppelkansen met andere relevante opgaven en transities zoals met name de klimaatadaptie-opgave.

8

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

4) Balans. In de samenwerking zoeken RES-partners een optimale balans tussen enerzijds de voordelen van krachtenbundeling (schaalvoordelen, harmonisatie en expertise) en anderzijds de noodzaak van lokale verankering (verbinding met de uitvoering, bestuurlijke autonomie, flexibiliteit, maatwerk). De samenwerking zal de RES-partners ondersteunen bij een optimaal afgestemde beleidsontwikkeling en uitvoering van activiteiten ten behoeve van de energietransitie. 5) Gedeeld eigenaarschap, regionale slagkracht en behoud van lokale autonomie. Om recht te doen aan de genoemde balans blijven beleidsbepaling en de uitvoering van lokale projecten nadrukkelijk een verantwoordelijkheid van de individuele deelnemers, tenzij deze expliciet wordt gemandateerd. Beleidsontwikkeling, en -afstemming wordt vanuit het regionale samenwerkingsniveau gestimuleerd. 6) Gezamenlijk programma-bureau. We kiezen vooralsnog niet om een zware WGR-constructie (met een Algemeen Bestuur en separate rechtspersoonlijkheid) op te richten. De samenwerking wordt juridisch gestructureerd op een zodanige wijze dat kan worden voldaan aan deze uitgangspunten. Of dit leidt tot een bestuurlijk convenant, een lichte gemeenschappelijke regeling of andere samenwerkingsvorm zal in de uitwerking (in 2022) moeten blijken.

We zorgen wél voor een gezamenlijke programma-bureau met de benodigde stabiele en hoogwaardige expertise op gebied van programma-management en inhoudelijke beleidsthema’s. 7) Separate vorm; afstemming met regiostructuur en RUD. De energiesamenwerking zal de komende jaren een eigenstandige samenwerkingsvorm krijgen. Praktische en beleidsmatige afstemming met andere regionale samenwerkingsvormen zoals met name de regio NoordLimburg, de regio Midden-Limburg en de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg-Noord en Limburg-Zuid (zij houden toezicht op provinciale milieuwetten in regio NML) is van groot belang. Op termijn kan een meer structurele verbinding met deze vormen worden gelegd teneinde de bestuurlijke drukte te beperken. Daarvoor is het nu nog te vroeg. 8) Samenwerkingsmodel. De regionale samenwerking krijgt vorm in een programmatische aanpak, langs twee lijnen: ▪ Regionale Basis: dit zijn taken waar de RES-partners in gezamenlijkheid aan werken. De basis hiervoor is gelegen in de RES 1.0 en het Klimaatakkoord. De regionale basis is erop gericht om gemeenten te ondersteunen en te ontzorgen op het gebied van voortgangsmonitoring, beleidsvoorbereiding en advies (in beginsel geen beleidsbepaling), kennisontwikkeling, bovenlokaal accountmanagement met strategische samenwerkingspartners, innovatiestimulering en prioritering opwekprojecten met een bovenlokaal effect.

De bekostiging van deze taken vindt plaats op basis een vaste bijdrage per partner (voor de gemeenten gebaseerd inwoneraantal). ▪ Optionele Gezamenlijke Uitvoering (coalition-of-the-willing): dit zijn uitvoeringstaken en -projecten waaraan in wisselende samenstellingen aan wordt gewerkt. Het aantal deelnemers kan per taak of project variëren (coalition-of-the-willing-principe). Het initiatief voor een uitvoeringstaak (of -project) kan zowel regionaal vanuit het RES-programma komen of lokaal vanuit één of meer van de deelnemers. De bekostiging van deze taken geschiedt via de gemeenten die deelnemen in deze taak.

9

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

Verreweg het grootste deel van de werkzaamheden (o.a. lokale beleidsbepaling en uitvoering) blijft daarmee een lokale aangelegenheid.

Basis regionaal •Beleidsvoorbereiding op geselecteerde thema’s •Innovatie-agenda / pilots •Kennis: -specialisatie, - uitwisseling COP •Bovenlokaal accountmanagement voor strategische samenwerkingspartners •Regionaal afstemmen van schaarste netinfrastructuur •Opstellen RES 2.0 •Voortgangsmonitoring •Uitvoeren RES 1.0: uitvoeringsprogramma’s (o.a. stimuleringsprogramma Zon-op-grotedaken)

Lokaal •Lokaal beleid vaststellen en uitvoeren •(laten) realiseren van concrete opwek-projecten •opstellen/uitvoeren WTV/wijkuitvoeringsplannen •communicatie met inwoners, bedrijven, etc.

Coalition of the Willing (keuze extra opties) •Realisatie van specifieke uitvoeringsprogramma’s (o.a. energielandschappen, energieloket) •Onderzoek naar specifieke thema’s (o.a. geothermie, groengas) •Vrijwillig samen optrekken

De taken in de onderscheiden pakketten zijn gebaseerd op het Klimaatakkoord en RES NML 1.0. De taken zijn verder uitgewerkt in het Werkprogramma. Dit programma is een dynamisch document dat periodiek wordt geactualiseerd door het bestuurlijk overleg; in het BO van 20 oktober 2021 is het eerste werkplan vastgesteld. 9) Samenwerkingsstructuur gebaseerd op pakketten van taken Op grond van de ervaringen uit de periode 2019-2021 en de geformuleerde uitgangspunten, hebben we de intentie om de bestaande samenwerkingsstructuur in grote lijnen te handhaven. Op korte termijn zal aanvullend een vast regionaal management overleg worden ingericht om onder andere capaciteitsvraagstukken te kunnen afstemmen. In het voorstel dat in 2022 ter

10

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

definitieve besluitvorming wordt aangeboden, zal nader worden ingegaan op de wijze waarop de hier opgenomen uitgangspunten leiden tot een verduidelijking van de verschillende rollen, verhoudingen, benamingen, verantwoordelijkheden of andere wijzigingen in deze samenwerkingsstructuur. Daarbij wordt ook nader ingegaan op de samenwerking met de externe stakeholders. (de kleuren in het schema weerspiegelen de pakketten van taken zoals hiervoor beschreven).

10) Samen werken aan de opgave. Om de ambities te realiseren, moet de regio aan de slag. Maar blijft de realisatie van projecten een gemeentelijke taak. Bij uitvoering van gemeentelijke taken is afstemming noodzakelijk: ▪ Solidariteit van de gemeenten want de omvang van de opgave vraagt daar om. Elke gemeente is ruimtelijk anders samengesteld. Dit resulteert in dat de ene gemeente meer geschikt is voor bijvoorbeeld windenergie, en een andere meer ruimte heeft voor zonnepalen of voor een regionale warmtebron. Gezamenlijk kan er voldoende ruimte worden gevonden voor een gezonde energiemix. ▪ Afstemming over de effecten van grootschalige ontwikkelingen. De effecten van opwek van energie zijn grensoverschrijdend en tegelijk zijn locaties langs gemeentegrenzen vaak kansrijk. Dit vraagt om actieve gezamenlijke afstemming. ▪ RES-partners erkennen ook dat een gezamenlijke prioritering (in de tijd) van projecten voor de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit noodzakelijk is, voor zover projecten een bovenlokaal effect hebben op de beschikbaarheid en ontsluiting van energietransportcapaciteit. Indien deze prioritering niet gezamenlijk uitgevoerd zou worden, leidt dit tot een vertraging van de energietransitie en onnodige meerkosten voor de burgers in de gehele regio.

Om die reden wordt de verantwoordelijkheid om te besluiten over de prioritering belegd op regionaal niveau in het bestuurlijk overleg. De toekomstige besluitvorming wordt ondersteund met een geobjectiveerd afwegingsmethode (deze is op 20 oktober 2021 door het BO RES NML vastgesteld, waarbij partners zich committeren aan de uitkomst van deze prioritering. De gemeenteraden en PS

11

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

worden in 2022 geconsulteerd over de criteria die hierbij worden gehanteerd ter uitvoering van de RES. 11) Communicatie met de inwoners over de energietransitie is primair een lokale verantwoordelijkheid. RES-partners zullen elkaar daarbij ondersteunen en zullen op regionaal niveau inwoners actief betrekken bij het RES-proces. Hierin verloopt de communicatie in afstemming met en via de lokale overheden. 12) Provinciale Energie Strategie. De provincie heeft een Provinciale Energie Strategie (PES) opgesteld. Deze is complementair aan de thema’s en opgaven in de RES in Noord- en Midden Limburg. De provincie zal de samenwerking tussen gemeenten in RES-verband stimuleren. 13) Omgevingsplan en omgevingsvisie. Dit document sluit aan op de eerder gemaakte bestuursafspraken voor omgevingsvisie en (Provinciaal) Omgevingsplan Limburg (1e actualisatie POL 2017-2018;hoofdstuk ‘Energie’). Partners committeren zich om de RES 1.0 door te laten werken in de lokale omgevingsvisie en omgevingsplannen. 14) Gastheer gemeente. Onafhankelijk de precieze juridische vorm die wordt gekozen, is het wenselijk gezien de beperkte schaal van het regionaal programmabureau om dit beheersmatig onder te brengen bij een gemeente in de regio. De afgelopen periode is de RESprojectorganisatie gefaciliteerd door de gemeente Venlo. Er is steun bij de RES-partners om de gemeente Venlo te verzoeken dat te blijven doen.

De RES-partners zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de dekking van de kosten. De gemeente Venlo heeft kenbaar gemaakt, voortzetting van de rol van gastheer niet onlogisch te vinden en is hiertoe in beginsel bereid; de werkafspraken hierover worden nader uitgewerkt in de toekomstige samenwerkingsvorm vanaf 2023. 15) Afhankelijkheid van additionele bekostiging door het Rijk. In het Klimaatakkoord is overeengekomen dat het Rijk gemeenten compenseert voor de uitvoeringskosten. Het gaat vooral om taken in de gebouwde omgeving, gebiedsontwikkeling, communicatie en beperkt op gebied van landbouw, mobiliteit en staf, zoals juridisch en bedrijfsvoering. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft de totale uitvoeringskosten bij gemeenten bepaald op € 600 miljoen per jaar structureel vanaf 2022. Het gaat om gemeentelijke organisatiekosten, niet om kosten voor ‘hardware’. Dit komt neer op een (indicatief) bedrag van ongeveer € 35 per inwoner per jaar. Voor Noord- en Midden Limburg vertaalt zich dit naar een (indicatief) bedrag van € 17,5 miljoen per jaar. De ROB adviseert dit in de vorm van een brede doeluitkering aan gemeenten beschikbaar te stellen. Wij verwachten dat met de vorming van een nieuw kabinet voor de jaren, vanaf 2023 een structureel budget worden benoemd.

Het onderhavige voorstel kan alleen uitgevoerd worden, indien Rijk gemeenten substantieel over de brug komt vanaf 2023. Indien dit niet of later in de tijd gebeurt, zal de uitvoering van het klimaatakkoord door gemeenten ter discussie komen te staan en zullen de voorgestelde samenwerkingsafspraken moeten worden heroverwogen. 16) Indicatieve begroting vanaf 2023 en bijdrage gemeenten. Op basis van de financiële ramingen van het werkprogramma komen we tot de volgende indicatieve verdeling van de middelen:

12

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

Pakket A. Regionale Basis B. Gezamenlijke Uitvoering (optionele Coalitions of the Willing)* C. Lokale taken Rijksbijdrage totaal

Budget

% budget

Per inwoner

€ 2.250.000 € 5.000.000

10-15% 25-30%

€ 4,50 € 10,00

€ 10.250.000 € 17.500.000

60% 100%

€ 20,50 € 35,00

De kostenverdeling tussen B en C is een uitermate globale inschatting van de bereidheid van gemeente om taken in gezamenlijkheid op te pakken. Iedere gemeente besluit hier zelfstandig over. Sommige gemeenten zullen relatief sterk hierop aanhaken, andere minder. De kostenraming voor pakket A. Regionale basis is gebaseerd op de noodzaak een sterke programmatische sturing en strategisch-inhoudelijke beleidsontwikkeling op de onderscheiden thema’s. ▪ De kosten van liaisons van Enexis, Provincie Limburg en Waterschap Limburg zijn hierin niet meegenomen. Uitgangspunt is dat deze in natura worden ingebracht. ▪ Ramingen zijn op de notitie ‘Tarieven regionale samenwerking gemeenten Noord-Limburg’, inclusief indirecte kosten (prijspeil 2023, jaarlijkse indexatie). ▪ Uitgangspunt is dat medewerkers in dienstverband werkzaam zijn en afhankelijkheid van externe inhuur wordt verminderd. ▪ Toerekening van kosten geschiedt voor gemeenten op basis van het aantal inwoners in jaar T-2. Met de overige partners worden ook afspraken over bijdrage aan de kosten gemaakt. Overmatige reservevorming wordt vermeden. Jaarlijkse indexatie. ▪ Onder deze tabel ligt een gedetailleerde begroting per product/tegel. Deze is nog in bewerking. Dit zou betekenen dat 12,5% van de middelen wordt ingezet via de regionale samenwerking.

Uitgaande van een rijksuitkering van € 35 per inwoner bedraagt de bijdrage betekenen van indicatief € 4,50 per inwoner door iedere gemeente (in jaar T-2). In het in 2022 voor te leggen besluitvormingsvoorstel zal een nadere begroting worden opgenomen.

13

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

Afspraken RES NML overgangsjaar 2022 Om een solide doorstart te kunnen maken van de projectperiode 2019-2021 naar een sterke samenwerking vanaf 2023 is het noodzakelijk om duidelijke afspraken te maken voor het overgangsjaar 2022. RES-partners conformeren zich aan de volgende afspraken: Uitgaven 2022 vanuit RES-samenwerking ▪ RES-partners blijven in samenwerking uitvoering geven aan de RES 1.0 en bereiden de RES 2.0 voor conform het werkprogramma (zie paragraaf 3). De kosten voor 2022 zijn initieel geraamd op € 2,7 mln. Omdat kraakhelder is dat er onvoldoende dekking is om dit werkprogramma en de inzet van de kwartiermaker (zie volgende bullet) volledig te dekken, zal een nadere inhoudelijke prioritering van het werkprogramma door het BO RES plaats vinden waardoor de begrote uitgaven aansluiten op de beschikbare dekking. De kosten voor het werkprogramma zullen daarbij worden teruggebracht tot maximaal € 1,325 mln. ▪ Vanaf begin 2022 wordt een kwartiermaker aangesteld met de opdracht om een gedragen samenwerkingsvorm te ontwikkelen op basis van voornoemde uitgangspunten, vast te laten stellen (najaar van 2022), zodanig dat vanaf 1 januari 2023 de nieuwe samenwerkingsvorm start.

De kwartiermaker werkt in opdracht van het bestuurlijk overleg respectievelijk de stuurgroep en stemt af met een klankbordgroep waarin tenminste 2 gemeentesecretarissen zijn vertegenwoordigd, de programmamanager RES en 2 stuurgroepleden. De kosten voor een kwartiermaker, inclusief bijbehorende voorbereidingen op juridische en HR gebied om per 1-1-2023 zo spoedig mogelijk operationeel te kunnen zijn, worden geschat op € 200.000. Begroting RES NML 2022 - uitgaven Werkprogramma (na prioritering; was initieel € 2,7 mln) Kwartiermaker € 1.325000

€ 1.325000 € 200.000 € 1.525000

Dekking voor de RES-samenwerking ▪ RES-partners spannen zich in om in 2022 naar evenredigheid en een personele bijdrage aan de RES te blijven leveren. Alle RES-deelnemers nemen daarin hun verantwoordelijkheid. Evenredigheid betekent: deelname als deelnemer aan de werkgroepen, voor grote gemeenten (Weert, Roermond en Venlo) en de Provincie actieve deelname als lid in minimaal 3 werkgroepen, middelgrote gemeenten en het Waterschap Limburg aan minimaal 2 werkgroepen en kleine gemeenten deelname aan minimaal 1 werkgroep. ▪ Het geprognosticeerde overschot RES 2019-2021 en rechtstreekse RES-bijdrage 2022 vanuit het rijk (gezamenlijk € 525.000,-) is beschikbaar ter dekking van een deel van de kosten in 2022. ▪ In aanvulling hierop dragen de gemeentelijke RES-partners in 2022 een bedrag bij van € 1,50 per inwoner en zeggen toe in natura een personele bijdrage te blijven leveren aan de RES. Een schriftelijk verzoek daartoe is eerder uitgegaan. Provincie Limburg en het Waterschap Limburg zijn om een vergelijkbare bijdrage aan de RES NML voor 2022 verzocht.

14

Noord- en Midden Limburg Regionale Energie Strategie – Voorstel regionale samenwerking

▪

De gemeentelijke bijdragen zijn ruimschoot budgetneutraal gedekt doordat in de rijksbegroting 2022 is aangekondigd dat het Rijk een extra budget van circa € 50 mln aan gemeenten beschikbaar stelt. De precieze verdeling (indicatief € 3,- per inwoner) zal in de decembercirculaire 2021 staan. Commitment van Colleges ten aanzien van bovengenoemde gemeentelijke bijdragen geldt onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting en voldoende dekking door het rijk.

Begroting RES NML 2022 – dekking

Bijdrage

Restant budget 2021 Rijksbijdrage NPRES 2022 Klimaatbijdrage gemeenten Bijdrage Provincie Limburg Bijdrage Waterschap

€ 100.000 € 425.000 € 750.000 € 210.000 € 40.000

Totaal

€1.525.000

▪

Adaptieve begroting: Door de prioritering worden bepaalde taken (tegels) uit het werkprogramma in de tijd gefaseerd. Indien een aantal gemeenten, desondanks met additionele middelen of inzet gefaseerde taken al in 2022 wil oppakken, is dit natuurlijk mogelijk (coalition of the willing-principe) en kan de begroting worden aangepast (mits sluitend). Indien het nieuwe regeerakkoord al in 2022 wezenlijke aanvullende middelen beschikbaar stelt aan decentrale overheden (uitvoeringskosten klimaatakkoord), zal een aanvullend voorstel worden gedaan.

▪

2022 is een proefjaar voor de afwegingsmethode grootschalige opwek. De gezamenlijke prioritering (in de tijd) van projecten voor de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit is noodzakelijk, voor zover projecten een bovenlokaal effect hebben op de beschikbaarheid en ontsluiting van energietransportcapaciteit. RES partners worden vanuit BO RES geadviseerd om uitvoering te geven aan deze prioritering. We weten dat het nu niet bindend is, maar in deze proefperiode willen we ervaring opdoen en de resultaten meenemen in de samenwerking vanaf 2023.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=009a11fa-649e-4a80-a8de-ff1bcdb1798f