CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-076 05 Bijlage 2a. Toelichtend memo bij wijzigingsvoorstellen d.d. 12 juni 2023 (geanonimiseerd)

Commissie 26 september 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbesluit wijziging Modulair gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Limburg Noord (2023-076)20.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

©)

Bij afwijkingen van de afgesproken geïnformeerd gedaan

worden

kan worden

waarom om

uitgevoerd, en ligt

beleidslijnen moet direct en actief

er een afwijking

plaatsvindt en wat hieraan

bij te sturen.

Het is cruciaal dat deze informatie kort en bondig, maar met inzicht in de te maken keuzes, wordt gepresenteerd. Zo hebben de raden meer mogelijkheden om

tussentijds te sturen. Per beleidsveld worden aparte afspraken gemaakt over de frequentie van deze terugkoppelingen.

Deze moet zodanig vaak zijn dat de raden

niet achteraf met onvoorziene tekorten worden geconfronteerd, maar ook weer niet zo vaak dat de raden én het samenwerkingsverband er overbelast door raken. Het idee is immers dat de raden ook actief iets met de informatie doen die zij ontvangen (en daarbij eventueel de in dit memo geschetste instrumenten inzetten). Maatwerk is daarom van belang. Zaken die meer going concern zijn (zoals

°S Zie het nog niet in werking getreden artikel 3.3 lid 2 aanhef en onder c van de Wet open overheid.

*6 Zie het nog niet in werking getreden artikel 3.3. lid 2 aan hef en onder d van de Wet open overheid. Pagina

24/58

Boels

Q Cooperación esserseeen uitvoering van langlopende beleidsafspraken)

Zanders

Advocaten b

kunnen jaarlijks terugkomen

in de

jaarrekening en het jaarverslag. Naast de structurele informatievoorziening vindt ook incidentele informatievoorziening plaats. Dit kan zijn aan de hand van een onverwacht voorval,

waarbij het samenwerkingsverband raadsleden

kunnen

ook zelf om

of het college de raad actief informeert. De

inlichtingen

vragen,

dat recht hebben

zij

wettelijk.57 De gevraagde inlichtingen moeten, voor zover die natuurlijk gericht zijn op informatie waarover het samenwerkingsverband kan beschikken, aan alle raden verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet). Anders kunnen de raden hun controlerende taak niet oppakken. In de gemeenschappelijke regeling zouden afspraken kunnen worden opgenomen over hoe snel en op welke wijze de informatie

3.3

wordt

verstrekt.

Afsluiting onderdeel

"wijzigingen”

Zowel de gemeenschappelijke regelingen als de raden en colleges van de deelnemende gemeenten staan voor een aantal belangrijke keuzes. Daarbij moet steeds gekeken worden naar de intentie om de positie van de gemeenteraad te versterken, maar wel op een manier dat het samenwerkingsverband zijn taken ook doelmatig en doeltreffend, of efficiënt en effectief kan (blijven) oppakken. De inzet van

extra

instrumenten

moet

de

kaderstellende

of controlerende

rol van

de

raad

anderzijds versterken, zonder de raad verder te overbelasten.

De gewenste invloed kan ook per gemeenschappelijke regeling verschillen. In de ene gemeenschappelijke regeling gaat immers meer geld om, worden meer beleidskeuzes gemaakt of raakt die sneller aan de belangen van inwoners. Dan is

actievere sturing mogelijk gewenst.

Hoe beleidsneutraler de uitvoering van de

samenwerking wordt, hoe minder interessant het voor de raad zou moeten zijn. De raad moet zich blijven concentreren op zijn kaderstellende en controlerende rollen, en proberen

te voorkomen

dat hij louter op de bedrijfsvoering (lees:

organisatie) en

financiën gaat sturen. Een gemeenschappelijke regeling is immers een hulpmiddel om

bepaalde

beleidsdoelstellingen te bereiken.

Om die reden is hiervoor al op enkele plekken ook aangegeven om meer strategisch te kijken naar de inzet van instrumenten, bijvoorbeeld ad hoc in de beleidscyclus. Daarmee worden zinloze vergaderingen voorkomen en daarmee de overbelasting van de regeling en de gemeenteraad. Hierna wordt per categorie gemeenschappelijke regeling een voorstel gedaan voor een passende implementatie van

de wijzigingen.

° Zie artikel 17 lid 1 Wgr.

Pagina

25/58

Boels

Q Cooperación esserseeen IV.

CATEGORIEËN

GEMEENSCHAPPELIJKE

Zanders

Advocaten b

REGELINGEN

In de tabel op de volgende pagina hebben wij alle deelnemende gemeenschappelijke regelingen onderverdeeld in de volgende categorieën: Categorie 1: beleidsrijke gemeenschappelijke regelingen Hieronder vallen de gemeenschappelijke regelingen die beleid zowel

voorbereiden

als vaststellen.

Categorie 2: beleidsarme gemeenschappelijke regelingen Hieronder vallen de gemeenschappelijke regelingen waarbij de deelnemers het

beleid niet of enkel voorbereiden, betrokken

maar uitdrukkelijk niet bij de beleidsvaststelling

zijn. Deze regelingen zijn eerst en vooral uitvoerend van aard.

GEMEENSCHAPPELIJKE

CATEGORIE 1

CATEGORIE 2

REGELING

BELEIDSRIJK

BELEIDSARM

Veiligheidsregio Zuid-Limburg

x58

BsGW

x59

Omnibuzz

xs0

GGD

x6

Zuid-Limburg

Westrom Geul

en

x62 Maas

x63

Rd4

x64

Reinigingsdienst Maasland

x65

Historisch Centrum Limburg

x66

Het Gegevenshuis

xE7

WOZL

xB

WSP

Parkstad

x

WAA

Venlo

x7o

* Zie artikel 3.2 en 3.3 van de GR van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg. * Zie de overwegingen

en de artikelen 4 en 5 van de GR van de BsGW.

© Zie artikel 4 lid 1 sub e van de GR

van Omnibuzz.

© Zie artikel 3 van de GR van de GGD Zuid-Limburg. © Voor zover het de uitvoering van de Pw betreft (zie artikel 3 lid 1 sub b van de GR van Westrom). © Zie artikel

5 lid 1 en 2 en artikel 6 lid 2 sub b van

© Zie artikel 3, 4 en © Zie artikel 4 en

5 van

de GR

van

RD

© Zie artikel 2 van de GR van Het Gegevenshuis. © Zie artikel 2 van de GR

WOZL.

© Zie artikel 2a van de GR

Pagina

3 lid

Geul en Maas.

Maasland.

© Zie artikel 2b van de GR Historisch Centrum

70 Zie artikel

de GR

18 van de GR van Rd4.

1 van

26/58

WSP

de GR

Parkstad. van

WAA

Venlo.

Limburg 2020

Boels

Q Cooperación esserseeen RUD Zuid-Limburg Veiligheidsregio en GGD

Zanders

Advocaten b x7t x73

x72

Limburg-Noord

Sociaal domein ISD

Limburg-Noord

x74

BOL

x7s

ISD Kompas

x7s

RUD

x77

Limburg-Noord

Grenspark Maas-Swalm-Nette Uit het voorgaande

x78

overzicht volgt dus dat de meerderheid

van de deelnemende

gemeenschappelijke regelingen in categorie 2, beleidsarm, valt. Dat is ook logisch, omdat vrijwel alle regelingen in meerdere of mindere mate enkel een taak hebben op het gebied van

gemeenten

beleidsvoorlichting en/of -voorbereiding, maar de deelnemende

zelf het eigen beleid blijven vaststellen.

In de hierna volgende wijzigingsvoorstellen

zullen wij het onderscheid

tussen

beleidsarme en beleidsrijke regelingen nader uitdiepen. v

WIJZIGINGSVOORSTELLEN

Hierna doen wij een voorstel tot wijziging van de deelnemende regelingen. Wij maken daarbij een onderscheid tussen:

a) Uniforme wijzigingsvoorstellen:

een aantal wijzigingen kunnen

uniform voor iedere gemeenschappelijke

deze wijzigingen stellen wij daarom b)

Wijzigingsvoorstellen

gemeenschappelijke

regeling worden

(vrijwel)

doorgevoerd.

Voor

uniforme wijzigingsvoorstellen voor.

per categorie:

voor de wijzigingen die afhankelijk zijn

van de vraag of een regeling beleidsrijk of beleidsarm is, doen wij hierna per categorie concrete wijzigingsvoorstellen.

7! Zie de artikelen

3 tot en

met

6 van de GR

RUD

Zu

mburg.

72 Zie artikel 5 van de GR van de Veiligheidsregio en GGD Limburg-Noord. 73 Voor zover het de taken

van de GGD

betreft.

7* Zie de modules 1 en 2 bij de MGR Sociaal Domein Limburg-Noord. 5 Zie artikel 6 lid 3 ISD

BOL.

75 Zie artikel 5 lid 1 sub d ISD Kompas. 7 Zie artikel 3 RUD Limburg-Noord.

8 Zie artikel 6 lid 1 Grenspark MSN. Pagina

27/58

Boels

Q Cooperación esserseeen 5.1

Uniforme

wijzigingsvoorstellen

Zanders

Advocaten b

voor alle regelingen

Wij zijn hieronder steeds uitgegaan van een collegeregeling met openbaar lichaam, waaraan uitsluitend colleges van burgemeester en wethouders deelnemen, In de

bijlage vindt u, waar nodig, afwijkende bepalingen voor de regelingen waaraan ook provincie- of waterschapsbesturen deelnemen, die een andere rechtsvorm of die verplicht zijn (met betrekking tot de uittredingsregeling).

5.1.1

kennen

Actieve informatieplicht

Ten aanzien van de actieve informatieverplichting dient aan de regelingen het volgende te worden

a)

b)

toegevoegd:

het algemeen en dagelijks bestuur c.q. het gemeenschappelijk orgaan geven de raden alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, en; de regeling omschrijft de wijze waarop deze inlichtingen worden

verstrekt.

In dat kader stellen wij het volgende tekstvoorstel voor: "Het bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten

schriftelijk alle inlichtingen

die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.”

Indien de informatie- en verantwoordingsplicht in de betreffende gemeenschappelijke regeling is geregeld per bestuursorgaan, dan luidt het

tekstvoorstel als volgt:

"Het dagelijks bestuur | algemeen bestuur | de voorzitter geeft de raden van de deelnemende gemeenten

schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de

uitoefening van hun taken.”

Met deze tekstvoorstellen wordt zo dicht mogelijk aangesloten bij de tekst van de wetswijziging. Tegelijkertijd wordt door het enkele woord "schriftelijk" zoveel mogelijk flexibiliteit geboden

ten aanzien

van de wijze van

actieve

informatieverstrekking, zodat eventueel toekomstige maatwerkafspraken

daar altijd

onder vallen. Een termijn voor toezending is hier niet in opgenomen omdat het expliciet niet gaat om informatievoorziening op verzoek. Dat is geregeld in artikel

17 lid 1 Wgr. Mogelijk ten overvloede merken wij op deze plek nog op dat uit de nog in werking te treden artikel 3.3 van de Wet open overheid ook een actieve openbaarmakingsplicht voortvloeit voor de vergaderstukken en verslagen van een algemeen bestuur van een openbaar lichaam, van het bestuur van een

bedrijfsvoeringsorganisatie en van een gemeenschappelijk orgaan. bestuur van een Pagina

openbaar

28/58

lichaam

Het dagelijks

moet voortaan zijn agenda's en besluitenlijsten

Boels

c Cooperación mressereoeie

Zanders

Advocaten»

actief openbaar maken. Nu deze verplichting al rechtstreeks uit de wet voortvloeit, is ervoor gekozen om daartoe geen aparte bepaling op te nemen. Mogelijkheid

voor maatwerk

in werkafspraken

Bij het voorgaande merken wij nog op dat er ten aanzien van de concrete wijze van informatieverschaffing

maatwerk

gewenst kan zijn. Mocht dit aan de orde zijn, dan

adviseren wij om daarover te zijner tijd werkafspraken te maken betreffende raden.

Let daarbij wel op: de werkafspraak

voor alle raden van

de aan de gemeenschappelijke

met de

dient wel uniform te zijn

regeling

deelnemende

gemeenten. 5.1.2

Begroting

Ook de wijzigingen ten aanzien van het onderdeel "begroting" kunnen uniform geschieden

nu de termijnen voor het toezenden

regelingen op gelijke wijze wijzigen. Om

van de ontwerpbegroting

voor alle

de wijzigingsvoorstellen overzichtelijk te

houden, hebben wij de wijzigingsvoorstellen hieronder verwerkt in de gemeenschappelijke regeling van Omnibuzz (zie de geel gearceerde gedeelten). "rtikel (…) Begroting 1.

Het dagelijks bestuur zendt

de ontwerpbegroting

en bijbehorende

stukken

ten minste

twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de colleges en raden. 2.

De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld.

3.

De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden.

5.

Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

6.

Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval september vóór 15

zendt het

dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten. 7.

Pagina

Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

29/58

Boels

Q Cooperación mressereoeie 8.

Zanders

Advocaten»

Het bepaalde in het

van dit artikel is, met

uitzondering van de inzesde het lid genoemde termijn, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Optiones

9.

Het achtste lid is niet van toepassing op wijzigingen van de begroting, die niet leiden tot een overschrijding van de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers.

Artikel (…) Jaarrekening en jaarverslag 1. Van de baten en lasten van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Na de eigen

oordeelsvorming zendt het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór 30april toe aan de raden. 2.

Het dagelijks

bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch

in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden. Optiones

3.

Behoudens later in rechte gebleken

onregelmatigheden,

ontlast de vaststelling

van

jaarrekening

de

dagelijks

ten

daarin

verantwoorde

financieel

leden

van

het

bestuur

aanzien

van

het

beheer.”

Bij het voorgaande merken wij op dat het ook mogelijk is om - anders dan het hiervoor opgenomen

voorstel

-, in de wijzigingsvoorstellen te volstaan

met

verwijzingen naar de termijnen zoals die zijn opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen. De voor de begroting en de jaarrekening geldende termijnen volgen

namelijk rechtstreeks uit artikel 34, 34b en 35 van de Wet

gemeenschappelijke regelingen. Beide opties zijn in ieder geval

in lijn met de wet(swijziging).

Nog te verwerken aanvulling Tijdens het overleg met de gemeentesecretarissen is verzocht om in de gemeenschappelijke regelingen een aanvullende bepaling op te nemen die ertoe

strekt dat de gemeenschappelijke regelingen de ontwerpbegroting uiterlijk 30 april van ieder jaar aan

de raden dienen te verzenden.

Deze aanvullende bepaling zal na afloop van de zienswijzeprocedure aan regelingen worden toegevoegd.

de

Bij het voorgaande wordt opgemerkt dat deze aanvullende bepaling alleen niet zal worden verwerkt voor de gemeenschappelijke regeling Geul en Maas. De redenen daartoe zijn uiteengezet in de oplegbrief voor Geul en Maas.

Pagina

30/58

de

Boels

Q Cooperación mressereoeie 5.1.3

Zanders

Advocaten»

Uittredingsregeling

Als gevolg van de wetswijziging van de Wgr zijn gemeenschappelijke regelingen aldus verplicht om de uittredingsregeling aan te scherpen. De uittredingsregeling

moet nu bepalingen bevatten over de gevolgen van de uittreding, waaronder bepalingen over het vermogen van de gemeenschappelijke regeling. Daaronder vallen niet alleen de financiële, maar ook de personele en organisatorische

gevolgen. Met de hierna volgende uniforme tekstvoorstellen wordt de uittredingsregeling op de vorenbedoelde wijze aangescherpt. Beoogd wordt daarmee tevens om het uittredingsproces zelf helder te schetsen, zodat eventuele

discussies over de hoogte van de uittreedsom adviseur

worden

“Artikel (…)

1.

en/of de keuze van de onafhankelijke

voorkomen.

Uittreding

Een college van burgemeester en wethouders van een van de deelnemende gemeenten

kan besluiten tot uittreding uit de regeling,

onverminderd het

bepaalde in artikel 1 van de wet.

2.

Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur.

Daarbij wordt een opzegtermijn

het eerstvolgende kalenderjaar,

van 2 jaar, ingaande op 1 januari van

in acht genomen,

tenzij de colleges unaniem

een andere opzegtermijn overeenkomen. 3.

Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen

van de uittreding, de wijze

waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan voor uittreding,

welke nadien worden

en de voorwaarden

vastgelegd in een door het algemeen

bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4.

Uiterlijk zes maanden

na het moment

van uittreding stelt het algemeen

bestuur

het uittredingsplan vast, De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 5.

Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, om

binnen

zes

maanden

de

daarin

is de uittredende deelnemer gehouden

voor de

uittredende

deelnemer

omschreven

financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen. Artikel (…) 1.

_ Procedure en inhoud van het uittredingsplan

Het in artikel (..), derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële,

juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden

Tevens bevat het

door de uittredende

deelnemer.

2.

Voor het opstellen van het uittredingsplan

wijst het algemeen

bestuur een

onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen

bestuur het

concept-uittredingsplan voor rekening

Pagina

31/58

voorbereidt.

van de uittredende

De kosten voor het uittredingsplan komen

deelnemer.

Boels

Q Cooperación mressereoeie 3.

Zanders

Advocaten»

Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de directeur/voorzitter.

Indien geen overeenstemming

gezamenlijke voordracht,

kan worden bereikt over een

wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur

aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden

van het algemeen bestuur,

waaronder in ieder geval een

vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 4.

De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen

van de uittreedsom het

bepaalde in dit artikel en in artikel [voorgaande artikel] in acht en baseert zich

daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment

van uittreding.

berekening

Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de

van de uittreedsom

een risico-opslag van 5-10%

op de uittreedsom

toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen.

Deze

opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle

toekomstige onvoorzienbare kosten.

5.

Het algemeen bestuur is gehouden uittreedsom zo laag mogelijk

redelijkerwijs al het mogelijke e doen om de

te houden.

Het algemeen

bestuur onderzoekt in

dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname

van

personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten

aangegaan

met en verplichtingen jegens derden

die zijn

respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst

door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.”

Mogelijkheid tot maatwerk

Uiteraard is het mogelijk om ten aanzien van deze voorgestelde bepaling in meerdere of mindere

mate

nog

dat uittreding gedurende een bepaalde

wordt toegevoegd

maatwerk toe te passen.

Denkbaar is bijvoorbeeld dat periode niet mogelijk

is.

Wij merken

daarbij wel op dat over de thans voorgestelde standaardregeling

uitvoerig is nagedacht en dat daarmee discussie op het moment

in zo kort mogelijke bewoordingen

iedere

van uittreding is getracht te voorkomen.

Voor wat betreft de in lid 4 van dit artikel opgenomen

risico-opslag van 5-10%

merken wij op, dat wij adviseren om een risico-opslag van 10% te hanteren er onder de gemeenschappelijke regeling nog werkmaatschappijen of B.V.'s

hangen.

indien

In die situatie is de hoogte van de onvoorziene kosten namelijk moeilijker

te bepalen.

In alle andere

gevallen stellen wij een risico-opslag van 5%

voor.

In afwijking van het voorgaande geldt dat uittreding uit de RUD Zuid-Limburg, de GGD Zuid-Limburg en de Veiligheidsregio's niet zonder meer mogelijk is. Dit betreffen namelijk verplichte samenwerkingen. In overleg met deze regelingen

wordt daarom de volgende aparte uittredingsregeling opgesteld die recht doet aan de wettelijke taken. Pagina

32/58

Zie daarvoor de bijlage.

Boels

Q Cooperación esserseeen 5.1.4

Zanders

Advocaten b

Evaluatie

Ook de evaluatiebepaling kan naar onze mening Daartoe doen wij het volgende tekstvoorstel:

uniform worden

vormgegeven.

"De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de

deelnemers voorleggen.”

Op deze wijze wordt enerzijds geborgd dat er een evaluatie wordt gehouden indien de meerderheid van de deelnemers daartoe verzoekt - het Algemeen Bestuur richt zich immers naar het belang van de deelnemers, maar wordt anderzijds voorkomen dat er een verplichting ontstaat om (bijvoorbeeld) iedere vier jaar te evalueren.

Evalueren is kostbaar, waardoor er vanuit efficiency overwegingen

niet vaker dan

noodzakelijk van dit middel gebruik zou moeten worden gemaakt. worden gemaakt. Gezien deze overwegingen is in de wijzigingsvoorstellen geen vaste termijn voor de evaluatie vastgelegd. Bij het voorgaande

merken

wij nog op dat de mogelijkheid

van evaluatie ziet op

een besluit dat door de meerderheid van het algemeen bestuur (dus de gezamenlijke deelnemers) moet worden genomen. Wenst een raad echter individueel een evaluatie te houden, dan blijft die mogelijkheid hoe dan ook bestaan. Daartoe zou de raad de gemeentelijke rekenkamer opdracht kunnen verlenen.7?

5.2

_ Wijzigingsvoorstellen

De wijzigingen

per categorie — beleidsarm

en beleidsrijk

die zien op de mogelijkheid tot participatie en de mogelijkheid

tot

het indienen van zienswijzen, lenen zich voor een categoriale indeling. De mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen dient onzes inziens nadrukkelijker te worden geboden tot participatie. 5.2.1

bij beleidsrijke regelingen.

Wijzigingsvoorstellen

Voor beleidsarme

Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid

voor beleidsarme regelingen

regelingen stellen wij de volgende

regeling voor het indienen van

zienswijzen voor. Wij merken daarbij op dat deze voorstellen niet gelden voor ISD Kompas en ISD BOL. Zij zijn namelijk zogenaamde gemengde regelingen - te weten regelingen waarin ook raadsleden zitting hebben in het algemeen bestuur. Bij deze regelingen

79 Zie artikel

Pagina

is de raadsbetrokkenheid

184 Gemeentewet.

33/58

daarom

hoe dan ook al gewaarborgd.

Boels

Q Cooperación esserseeen

Zanders

Advocaten b

Zienswijzemogelijkheid bij opheffing van de regeling Voor zover dit nog niet in de regeling is opgenomen, stellen wij voor om de zienswijzeprocedure van artikel 1 van de Wgr bij de opheffing van een gemeenschappelijke regeling van overeenkomstige toepassing te verklaren. Opheffing van een regeling kan namelijk ingrijpende gevolgen hebben voor de deelnemers, waardoor wij ons kunnen voorstellen dat het vragen van een voorafgaande zienswijze van de raden gewenst wordt geacht.

dan als volgt kunnen

Deze bepaling zou

gaan luiden:

"De gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen raden

voordat de

van de deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om

schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen.”

Zienswijzemogelijkheid

voorafgaand

aan

het vaststellen van

strategische

meerjarenplannen Daarnaast stellen wij voor om in de regeling een zienswijzemogelijkheid

te bieden

bij de voorbereiding van strategische meerjarenplannen. Zoals in hoofdstuk 3 van dit memo al is opgemerkt, zijn dergelijke plannen namelijk richtinggevend voor de toekomstige

koers van gemeenschappelijke

regelingen

en kan de kaderstellende rol

van raden juist worden versterkt door de raden al in een vroegtijdig stadium te betrekken bij de toekomstige strategische koers. Een dergelijke zienswijzemogelijkheid

zou als volgt kunnen

worden

vormgegeven:

“Het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen

op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te

brengen.”

Uiteraard is ook bij deze bepaling maatwerk mogelijk. Dat laatste is hoe dan ook aan de orde als de strategische plannen een bepaalde naam dragen. Indien uw gemeenschappelijke regeling maatwerk wenst, dan verzoeken wij om dit uiterlijk voor 1 maart a.s. aan ons kenbaar te maken, zodat wij de tekstvoorstellen daarop kunnen

laten

aansluiten.

Participatierecht raden

Tijdens de raadssessie in Zuid-Limburg werd geopperd om een bepaling te maken waarbij raadsleden permanent een soort participatierecht bij de gemeenschappelijke regeling krijgen. Dat is echter moeilijk vorm

geven daarom dit alternatief mee:

Pagina

34/58

te geven. Wij

Boels

Q Cooperación mressereoeie

Zanders

Advocaten»

Artikel (…) Zienswijze raden 1

Het algemeen

bestuur beslist bij een voorstel dat voor de gemeenten

ingrijpende gevolgen kan hebben

niet alvorens de raden

bestuur om zienswijzen zijn gevraagd.

door het dagelijks

In spoedeisende gevallen kan het

dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 2

Het algemeen

bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om

zienswijzen zijn gevraagd, dagelijks bestuur hierom

wanneer ten minste twee gemeenteraden verzoeken.

het

In spoedeisende gevallen kan het

dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3.

Indien het eerste of tweede lid wordt toegepast,

dan hebben de raden twaalf

weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Voorafgaande aan het nemen

van het besluit waarover de zienswijzen

gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden

en het algemeen

bestuur

schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede

Bij besluiten

van

de

eventuele

conclusies

die

het

daaraan

verbindt.

van het bestuur van het openbaar lichaam die voor de

gemeentebesturen ingrijpende gevolgen kunnen hebben moet het dagelijks bestuur de raden om zienswijzen te vragen. Het dagelijks bestuur beslist wanneer het vindt dat de besluiten

ingrijpende gevolgen

(kunnen)

hebben.

Het dagelijks bestuur moet in elk geval zienswijzen vragen wanneer ten minste twee gemeenteraden

hierom

In beide gevallen mag

het algemeen

gemeenteraden

verzoeken.

in de gelegenheid

bestuur niet beslissen dan voordat de

zijn gesteld

om hun zienswijzen

naar voren te

brengen bij het dagelijks bestuur. De raden hebben daar 12 weken de tijd voor. Slechts in spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van de zienswijzeprocedure.

Het dagelijks bestuur moet dit besluit dan expliciet motiveren

aan de gemeenteraden. Het dagelijks bestuur is verplicht schriftelijk en gemotiveerd

op de zienswijzen van

de raden te reageren en daarbij aan te geven welke conclusie aan de zienswijze wordt verbonden.

Het dagelijks bestuur moet deze reactie aan de raden zenden

vóórdat het algemeen bestuur tot besluitvorming overgaat. Op die manier kunnen de raden, indien gewenst, hun opvattingen nog meegeven aan hun leden in het algemeen

bestuur.

Burgerparticipatie Ten aanzien van de mogelijkheid van

burgerparticipatie merken

wij op dat de

categorie beleidsarme regelingen juist wordt gekenmerkt door het feit dat zij geen beleid vaststellen. Dat doen de deelnemers zelf. Om die reden achten wij het ook Pagina

35/58

Boels

Q Cooperación mressereoeie

Zanders

Advocaten»

passend om de mogelijkheid van participatie bij de betrokken deelnemers te laten. Participatie is en blijft daarmee mogelijk via de reguliere procedures bij de

deelnemers.

Het tekstvoorstel luidt in dat kader als volgt:

"Ingezetenen van de gemeenten

en belanghebbenden

procedures bij de colleges en de raden

voorbereiding,

kunnen

via de reguliere

van de deelnemers betrokken

worden bij de

uitvoering en evaluatie van beleid.”

Bij het voorgaande merken wij op dat dit een algemene bepaling is en dat deze niet afdoet aan het gegeven dat de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz al werkt met

cliëntenraden, waarmee ook al participatie wordt geborgd. Voor Omnibuzz wordt daarom een afwijkend participatievoorstel voorgesteld. Nog te verwerken aanvulling Tijdens het overleg met de gemeentesecretarissen gemeenschappelijke

regelingen een

is verzocht om in de

bepaling op te nemen

die ertoe strekt dat het

algemeen bestuur zelfstandig kan besluiten tot het inrichten van een inspraakprocedure. Deze aanvulling wordt overgenomen. Na afloop van de zienswijzeprocedure zal daarom

worden 2.

3.

5.2.2

na de bovengenoemde

tekst de volgende tekst

ingevoegd: In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. Het algemeen bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld n het tweede lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.

Wijzigingsvoorstellen

Voor de tweede categorie,

voor beleidsrijke regelingen

de beleidsrijke regelingen,

hebben

wij bezien in hoeverre

het gewenst is om in de regeling een aanvullende regeling omtrent het indienen van zienswijzen voor te stellen. Concreet geldt dit enkel voor de Veiligheidsregio's. Met de Veiligheidsregio's is echter besproken dat uit de artikelen 14 tot en met 17 van de Wet veiligheidsregio's al volgt dat zienswijzen moeten worden gevraagd voorafgaand aan het vaststellen van risicoprofielen, beleidsplannen, crisisplannen en rampenbestrijdingsplannen. Nu de wet zelf al voorziet in ruime zienswijzenmogelijkheden

bij het vaststellen van

beleidsplannen door de Veiligheidsregio's zelf en de Veiligheidsregio's hebben aangegeven dat zij - buiten de strategische meerjarenplannen - verder geen andere (beleids)plannen vaststellen, stellen wij voor om ook voor de beleidsrijke regelingen geen aanvullende regeling omtrent het indienen van zienswijzen voor te

Pagina

36/58

Boels

Q Cooperación esserseeen stellen. Alle Limburgse gemeenschappelijke

Zanders

Advocaten b

regelingen die meedoen

aan het

gezamenlijke traject, krijgen zo uniforme voorstellen. 5.2.3 Overige werkafspraken Los van de hiervoor besproken wijzigingen die nodig zijn aan de tekst van de gemeenschappelijke regelingen, geldt daarnaast dat enkele - uniforme werkafspraken onzes inziens nuttig zijn. Die werkafspraken zien dan concreet op werkwijzen die tot doel hebben om de effectiviteit en efficiëntie van de

bedrijfsvoering binnen de regeling en om de samenwerking

met de deelnemers te

vergroten. Het gaat dan concreet om de bevoegdheid tot het instellen van raadsadviescommissies en afspraken omtrent het indienen van de ontwerpbegroting. Regionale

regionale

raadsadviescommissies

Zoals wij in hoofdstuk 2 van dit advies ook al opmerkten, is er voor de instelling van een

regionale raadsadviescommissie geen

gemeenteraden Nu

een

kunnen

de

daar gezamenlijk toe besluiten.

raadsadviescommissie

daartoe moeten

aparte wettelijke regeling nodig;

een

zwaar

instrument

betreft

omdat

alle

raden

besluiten en het algemeen bestuur de commissie vervolgens dient

in te stellen, verwachten wij dat in de praktijk weinig van dit instrument gebruik zal worden gemaakt. Nu het desondanks nuttig kan zijn om raadsleden op gezette

tijden te betrekken stellen om

bij de bedrijfsvoering, stellen wij voor om aan de raden voor te

regionale agendacommissies

samen

te stellen.

Deze agendacommissies

werken dan voor alle samenwerkingsverbanden in de regio en bestaan uit één of twee raadsleden per gemeenteraad. De agendacommissies kunnen zodoende gaan opereren als een vooruitgeschoven post van de gemeenteraden, waardoor besluiten en strategische visies zachter kunnen "landen". In de Noord-Limburgse gemeenten wordt sinds enkele maanden gewerkt met een dergelijke agendacommissie en wij

begrepen dat de eerste ervaringen positief zijn. Voorgesteld zou kunnen dit initiatief ook door te trekken naar de Midden-

worden om

en Zuid-Limburgse gemeenten.

Bij het voorgaande merken wij op dat het instellen van een raadscommissie niet mogelijk is voor Geul en Maas. Bij ISD Bol ligt het niet voor de hand wanneer er ook raadsleden zitting nemen in het algemeen bestuur. Dan zouden raadsleden immers gaan adviseren aan andere raadsleden. Begroting

In hoofdstuk 3 van dit memo de begroting

uiteengezet.

hebben

wij de verplichte wijzigingen voor wat betreft

Feit is echter wel dat door deze wijzigingen de raden in

een lastig parket worden gebracht. Door de nieuwe termijnen voor het aanbieden van de ontwerpbegroting aan de raden valt de zienswijzeprocedure bij de raden namelijk volledig in het zomerreces. Tijdens de bijeenkomst van 29 september jl. is

daarom voorgesteld om de werkafspraak te maken nu rond 30 april van Pagina

37/58

ieder jaar zal worden

dat de ontwerpbegroting

aangeboden.

De zienswijzetermijn

net als loopt

Boels

Q Cooperación esserseeen dan

begin juli van

ieder jaar, dus net voor het zomerreces,

Zanders

Advocaten b

af. De raden

worden

daarmee gefaciliteerd. Dit voorgestelde

werkproces is ook besproken

Limburg. Ook zij hebben Voorgesteld

aangegeven

wordt daarom

met de griffiers van de gemeenten

in

dat zij dit voorgestelde werkproces omarmen.

om dit werkproces

over te nemen.

Ondanks dat de voornoemde werkafspraak reeds was gemaakt,

hebben de

gemeentesecretarissen tijdens het overleg van 1 juni 2023 verzocht om de voornoemde werkafspraak in de gemeenschappelijke regelingen zelf op te nemen.

Zoals ook volgt uit pagina 30 van dit memo, van de zienswijzeprocedure worden

zullen de regelingen daarop na afloop

aangepast.

Zienswijze op de kadernota Tijdens het traject is tevens onderzocht in hoeverre een aanvullende zienswijzemogelijkheid op de kadernota eraan kan bijdragen dat gemeenteraden

daadwerkelijk meer grip krijgen en houden op het in een gemeenschappelijke regeling gevoerde

bestuur.

Formeel hoeft de gemeenteraad

namelijk niets met de kadernota te doen, anders

dan deze voor kennisgeving aan te nemen. Wenst de raad hierover te debatteren en erop te reageren, dan dient de raad dit tijdig te doen. Als de ontwerpbegroting

immers al is toegezonden, zin

dan heeft het reageren op de kadernota namelijk weinig

meer.

Nu de praktijk bij de deelnemende

gemeenschappelijke

regelingen is, dat de

kadernota gelijktijdig met de ontwerpbegroting wordt toegezonden, is zowel door de gemeenschappelijke regelingen als door de aanwezige raads- en collegeleden

tijdens de informatiesessies geconcludeerd dat het creëren van een aanvullende zienswijzemogelijkheid op de kadernota niet leidt tot meer grip. Wel wordt in overweging meegegeven om de ontwerpbegroting te vergezellen van een korte

oplegnotitie waarin de hoofdpunten van de financiële en beleidsmatige kaders voor het komende jaar zijn opgenomen. Over de band van de zienswijze op de ontwerpbegroting kan de visie van de raden dan worden opgehaald over de

hoofdlijnen van de kadernota. Zienswijze op jaarrekening Onderzocht is tevens of een aanvullende zienswijzemogelijkheid op het concept van de jaarrekening bijdraagt aan het creëren van meer grip op het in een gemeenschappelijke regeling gevoerde bestuur. Ook hier is geconcludeerd dat in het gezamenlijke traject geen uniforme zienswijzebepaling wordt voorgesteld. De jaarrekening ziet namelijk op a/ gedane uitgaven voor a/ gemaakte keuzes. Een extra zienswijzemogelijkheid op de jaarrekening, draagt zodoende in de basis niet direct bij aan de mogelijkheid van de Pagina

38/58

Boels

Q Cooperación mressereoeie raden om

hun

kaderstellende rol te kunnen

Zanders

Advocaten»

pakken. Sturing aan de voorkant van de

beleidscyclus kan met een zienswijzemogelijkheid op de jaarrekening dus niet worden gecreëerd. Bij het voorgaande

merken

wij nog op dat een zienswijzemogelijkheid

op de

jaarrekening in de basis uiteraard wel mogelijk is. Wij geven echter mee dat de door ons voorgestelde wijzigingen zijn gedaan vanuit de gedachte dat de wijzigingen daadwerkelijk en effectief zouden

moeten

bijdragen aan het vergroten

van de betrokkenheid van de raden bij het in een gemeenschappelijke regeling gevoerde bestuur. De democratische invloed wordt naar onze mening niet doelmatig

(efficiënt) vergroot met het creëren van een zienswijzemogelijkheid

op

de concept jaarrekening. Deze visie werd gedeeld tijdens de informatiesessies met de colleges, raden, griffiers en coördinerend juristen.

Democratische

C

Doelmatigheid Gis=ile 2}

Ad hoc zienswijze Thans wordt aldus voorgesteld om

de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen

op besluiten alleen toe te passen op het vaststellen van strategische meerjarenplannen en de opheffing van de regeling. Dit laat echter onverlet dat het hoe dan ook mogelijk is dat raden af hoc om

een zienswijze wordt gevraagd.

Daarvoor is geen aparte regeling in uw gemeenschappelijke regelingen zelf nodig, omdat een dergelijke optie tot het indienen van een zienswijze onvoldoende concreet kan worden

vormgegeven.

Wij kunnen

ons voorstellen dat ad hoc om

zienswijzen wordt gevraagd als er tussentijds sprake is van een belangrijke beleidswijziging die buiten de afgesproken kaders valt. Burgerparticipatie De mogelijkheid van burgerparticipatie wordt in de nu voorliggende voorstellen belegd bij de reguliere procedures van de colleges en raden zelf. Om

te waarborgen

dat de inhoud van een inspraakreactie ook daadwerkelijk bij de gemeenschappelijke regeling landt, bevelen wij aan om de werkafspraak te maken dat - indien er gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid

van inspraak - de

raden en/of colleges dan wel verplicht zijn om het bestuur van de gemeenschappelijke regeling onverwijld op de hoogte te stellen van de uitkomsten van de inspraakprocedures. Wij merken op deze plek op dat wij het niet passend achten om deze werkafspraak in de tekst van de gemeenschappelijke regelingen zelf vast te leggen, omdat een

gemeenschappelijke regeling strikt genomen colleges kan vastleggen. Pagina

39/58

geen verplichtingen voor de raden en

Boels

Q Cooperación esserseeen VvL.

Zanders

Advocaten b

WIJZIGINGEN WEGENS DE WET ELEKTRONISCHE PUBLICATIES

Voorts leidt ook de inwerkingtreding van de Wet elektronische publicaties (hierna: “WEP") ertoe dat de tekst van de gemeenschappelijke regelingen moet worden aangepast. Deze wet verplicht de gemeenschappelijke regelingen sinds 1 juli 2021 om alle officiële publicaties online te zetten via de website officielebekendmakingen.nl. Meer concreet is met de inwerkingtreding van de WEP het volgende

-

gewijzigd:

Vervallen toezending Gedeputeerde Staten: Als gevolg van de inwerkingtreding van de WEP hoeft de (wijziging van de) regeling niet meer te worden toegezonden

Gemeente

-

aan Gedeputeerde

Staten van de provincie Limburg.

van de plaats van vestiging moet wijzigingen bekendmaken

in eigen Gemeenteblad: daarnaast moet de gemeente van de plaats van vestiging de gemeenschappelijke regeling bekendmaken in het eigen Gemeenteblad, en; Centraal elektronisch register van gemeenschappelijke regelingen: Ten derde is het gemeentelijke register voor gemeenschappelijke regelingen komen te vervallen. Dit register is vervangen door een landelijk door de Minister van Binnenlandse

Zaken

en Koninkrijksrelaties bij te houden

register.

De voornoemde wijzigingen zijn bij vrijwel alle regelingen nog niet doorgevoerd in de teksten, waardoor wij bij wijze van extra dienstverlening voorstellen om die in het huidige wijzigingsvoorstel mee te nemen. Concreet betekent dit dat wij de oude bekendmakingsregelingen zullen schrappen en daarvoor in de plaats het volgende tekstvoorstel

voorstellen:

Tekstvoorstel:

1.

"Het college van de gemeente

(…) maakt een

volledig ondertekend exemplaar van

deze regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten in het door

2

(…) uitgegeven

bekend

Gemeenteblad.

Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet.”

VIL,

ARCHIEFBEPALINGEN

Tot slot doen wij op deze plek voorstel voor een wijziging van de archiefbepalingen van uw gemeenschappelijke

regelingen.

Wij begrepen

namelijk dat de provincie

Limburg er bij een groot aantal regelingen op heeft aangedrongen archiefbepalingen aan te scherpen. standaardregeling voor.

Pagina

40/58

om de

Wij stellen daarvoor de volgende

Boels

Q Cooperación mressereoeie Ten aanzien van deze standaardbepaling

merken

Zanders

Advocaten»

wij op dat deze is afgestemd

met

deskundigen op het gebied van archivering, waaronder de heren Geert Luijkx en Ingmar Koch, gemeentearchivaris, waterschapsarchivaris instemmingsbrief is als bijlage 7 bij dit memo gehecht: 1.

_

en Rijksarchivaris.

De

Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam.

2

De directeur/secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen

van het openbaar lichaam,

voor zover deze niet zijn overgebracht naar de

archiefbewaarplaats.

3

Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden

van de organen

van het openbaar lichaam,

die niet naar de

archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4.

_

5

Voor de bewaring

van de over te brengen archiefbescheiden

openbaar lichaam

wordt aangewezen

Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden

openbaar lichaam,

van de organen

van het

de archiefbewaarplaats van (…). van de organen

van het

voor zover deze niet zijn overgebracht naar de

archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van (…). 6.

_

De archivaris brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden openbaar

"N

lichaam,

van de bestuursorganen van het

die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarp/aats.

Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening

van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden

en de

uitvoering van het archiefbeheer van de bestuursorganen van het openbaar lichaam. VIIL.

VOORSTEL

VOOR

IMPLEMENTATIEPROCES

In dit memo hebben wij een voorstel gedaan voor de wijziging van uw gemeenschappelijke regelingen. Het proces om te komen tot de daadwerkelijke implementatie van de wetswijziging is daarmee begonnen. In de onderstaande tabel is het volledige implementatieproces weergegeven. Met inachtneming van het voorgaande ziet het implementatieproces er als volgt uit (zie volgende pagina). De reeds doorlopen stappen zijn daarbij in groen aangegeven.

Pagina

41/58

Boels Zanders Advocaten»

c Cooperación eseermernn Schema

implementatieproces Wat?

Processtap

27 september 2022

Startbijeenkomst

15

indien gewenst: Sessie griffiers

oktober

2022

3 november

2022

November-december

17 januari

2022

30 januari en 1 februari 2023

input

Opstellen memo met wijzigingsmogelijkheden voor implementatie Sessie

2023

leveren

2:

GR'en

en voorstel

in Venlo

Informatiesessies raden, colleges, PS, GS,

AB

en

DB

in Maasbracht

en Sittard-

Geleen 28

februari

2023

Informatiesessie gemeentejuristen

15

februari

2023

Uiterlijke datum aanleveren Wordbestanden GR'en en leveren input voor maatwerk t.a.v. voorgestelde wijzigingen

6 maart

Sessie 2 gríffiers

2023

Februari-maart

2023

Opstellen concrete tekstvoorstellen

per

categorie GR

18 april 2023

Sessie

3:

GR'en

April/mei 2023

- Afstemming

15 minuten

in Venlo

— individuele

gesprekken

via MS Teams

raadsgriffiers en

gemeentesecretarissen

i.v.m. planning

zienswijze- en toestemmingsprocedures

- voorbereiding oplegnotities voor besluitvorming Start van het formele wijzigingsproces:

Mei - juli 2023

Instemming

dagelijkse en algemene

besturen

September-oktober 2023

Zienswijzeprocedure:

het advies is om

de zienswijzetermijn

in ieder geval

deels

buiten

het

zomerreces

te laten

vallen

18 en 20 september 2023

Extra digitale raadssessies tijdens de zienswijzeprocedure

voor het stellen

van technische vragen Januari

- mei

2024

1 juli 2024

Pagina

42/58

Toestemming raden Inwerkingtreding gewijzigde gemeenschappelijke regelingen

Boels

G Cooperación mressereoeie 1. Bijlage 1: Afwijkende

Zanders

Advocaten»

bepalingen veiligheidsregio’s

Hieronder worden alleen bepalingen opgenomen die afwijken. Is hier niets opgenomen dan gelden de standaardbepalingen uit het memo. "Artikel (…) 1.

Uittreding

Een college van burgemeester en wethouders van een van de deelnemende gemeenten

kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het

bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen enartikelen de 8veiligheidsregio's. en 9 van de Wet 2.

Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn

van 2 jaar, ingaande op 1 januari van

het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen,

tenzij de colleges unaniem

een andere opzegtermijn overeenkomen 3.

Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen

van de uittreding, de wijze

waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan voor uittreding,

welke nadien worden

en de voorwaarden

vastgelegd in een door het algemeen

bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4.

Uiterlijk zes maanden

na het moment

van uittreding stelt het algemeen

bestuur

het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 5.

Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om

binnen

zes

maanden

de

daarin

voor de

uittredende

deelnemer

omschreven

financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.

NB.1

De overige artikelen

rond uittreding

blijven onverkort van kracht.

NB. 2 In het tweede lid is de zinsnede " of de wet tot een andere datum dwingt" opgenomen. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen gemeentelijke herindeling.

Zienswijzemogelijkheid

bij een

bij opheffing van de regeling

"De gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één, onverminderd het bepaalde in artikel 8 en 9 van de Wet veiligheidsregio's. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen

voordat de raden van

de deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen.”

Pagina

43/58

Boels

G Cooperación meserreomon 2. Bijlage 2: Afwijkende

bepalingen

Zanders

Advocaten b

GGD

Hieronder worden alleen bepalingen opgenomen

die afwijken. Is hier niets

opgenomen

uit het memo.

dan gelden de standaardbepalingen

“Artikel (…) 1.

Uittreding

Een college van burgemeester en wethouders gemeenten

van een van de deelnemende

kan besluiten tot uittreding uit de regeling,

onverminderd het

bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen enartikel14 2.

Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen

bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn het eerstvolgende kalenderjaar,

van 2 jaar, ingaande op 1 januari van

in acht genomen,

tenzij de colleges unaniem

een andere opzegtermijn overeenkomen

3.

Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan voor uittreding,

welke nadien

worden

en de voorwaarden

vastgelegd in een door het algemeen

bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4.

Uiterlijk zes maanden

na het moment

het uittredingsplan vast. De daarin

van uittreding stelt het algemeen

voor de uittredende

bestuur

deelnemer omschreven

financiële verplichtingen zijn bindend. 5.

Nadat het uittredingsplan is vastgesteld,

is de uittredende deelnemer gehouden

om

de

binnen

zes

maanden

de

daarin

voor

uittredende

deelnemer

omschreven

financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.

NB. De overige artikelen rond uittreding

zemogelijkheid

blijven onverkort van

kracht.

bij opheffing van de regeling

"De gemeenschappelijke

regeling kan worden opgeheven met instemming van alle

deelnemers minus één, onverminderd het bepaalde in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid.

Het besluit tot opheffing wordt niet genomen

voordat de raden

van de

deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen.”

Pagina

44/58

Boels

c Cooperación mressereoeie 3. Bijlage 3: Afwijkende

bepalingen

Zanders

Advocaten»

Omgevingsdiensten

Hieronder worden alleen bepalingen opgenomen

die afwijken. Is hier niets

opgenomen

uit het memo.

Actieve

dan gelden de standaardbepalingen

informatieplicht

t dagelke bestuur | eeSE eSRUJF| WSVSGREE gee de raden van de

deelnemende gemeenten

en provinciale staten van Limburg schriftelijk alle inlichtingen

die de raden onderscheidenlijk provinciale staten nodig hebben hun

voor de uitoefening van

taken."

Zienswijzemogelijkheid

voorafgaand aan het vaststellen van strategische

meerjarenplannen

“Het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten

onderscheidenlijk provinciale staten van Limburg

gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen.”

Begroting “Artikel (…) Begroting 1. Het dagelijks bestuur

twaalf weken

voordat

zendt

de

ontwerpbegroting

deze aan het algemeen

en

bestuur

bijbehorende

worden

stukken

aangeboden

ten

minste

toe aan de

colleges en raden onderscheidenlijk aan gedeputeerde staten en provinciale staten. 2.

3.

D ontwerpbegroting wordt door de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld. De raden

en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de

ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze ís vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden.

5.

Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

6.

Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 58, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum zendt het dagelijks bestuur de begroting aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Pagina

45/58

Boels

c Cooperación mressereoeie

Zanders

Advocaten»

7.

Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten en aan provinciale staten, die ter zake bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

8.

Het bepaalde in het van dit artikel is, met uitzondering van de genoemde termijn, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Optione

9.

Het achtste lid is niet van toepassing op wijzigingen van de begroting, die niet leiden tot een overschrijding van de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers.

Artikel (…) Jaarrekening 1.

en jaarverslag

Van de baten en lasten van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging

van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 217 van de Provinciewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het

dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór de in artikel 58b van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum toe aan de raden en provinciale staten. 2.

Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling,

doch

in ieder geval vóór de in artikel 58, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan

de Minister van Binnenlandse Zaken

en Koninkrijksrelaties en voorts aan de raden

en provinciale staten. Optionee

3.

Behoudens |ater n rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde

financieel

beheer.”

Uittreding “Artikel (…) 1.

Uittreding

Een college van burgemeester en wethouders gemeenten

van een van de deelnemende

of het college van gedeputeerde staten van een deelnemende

provincie kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde

in artike/l van de Wet gemeenschappelijke regelingen krachtens en bij of 2.

Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur.

Daarbij wordt een opzegtermijn

van 2 jaar, ingaande op 1 januari van

het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen,

tenzij de colleges unaniem

een andere opzegtermijn overeenkomen 3.

Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen

van de uittreding, de wijze

waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan

Pagina

46/58

en de voorwaarden

Boels

c Cooperación mressereoeie voor uittreding,

welke nadien worden

Zanders

Advocaten»

vastgelegd in een door het algemeen

bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4.

Uiterlijk zes maanden na het moment

van uittreding stelt het algemeen bestuur

het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 5.

Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om

binnen

zes

maanden

de

daarin

voor de

uittredende

deelnemer

omschreven

financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.

NB.

1 De overige artikelen

rond uittreding

blijven onverkort van

kracht.

NB. 2 We gaan er hierbij vanuit dat de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking treedt.

zemogelijkheid

bij opheffing van de regeling

"De gemeenschappelijke

regeling kan worden opgeheven met instemming van alle

deelnemers minus één, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 18.21 de Omgevingswet.

Het besluit tot opheffing wordt niet genomen

van

voordat de raden

onderscheidenlijk provinciale staten van de deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen.”

Pagina

47/58

Boels

c Cooperación mressereoeie 4. Bijlage 4: Afwijkende

Zanders

Advocaten»

bepalingen gemeenschappelijk

orgaan Hieronder worden

opgenomen

alleen bepalingen

opgenomen

dan gelden de standaardbepalingen

die afwijken. Is hier niets

uit het memo.

Actieve informatieplicht "Het gemeenschappelijk orgaan geeft de raden

van de deelnemende gemeenten

schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken."

Zienswijzemogelijkheid

voorafgaand

aan

het vaststellen van

strategische

meerjarenplannen "Het gemeenschappelijk orgaan besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen

dan nadat de raden

van de deelnemende

gemeenten

gedurende

twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het gemeenschappelijk orgaan naar voren te brengen.”

Begroting “Artikel (…) Begroting 1. Het gemeenschappelijk

orgaan

zendt

de ontwerpbegroting

en bijbehorende stukken

ten

minste twaalf weken voordat deze door het gemeenschappelijk orgaan wordt vastgesteld toe aan de colleges en raden. 2.

3.

D ontwerpbegroting wordt door de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld. De raden kunnen bij het gemeenschappelijk orgaan

hun zienswijze over de

ontwerpbegroting naar voren brengen.

3.

Het gemeenschappelijk orgaan stelt jaarlijks de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

6.

Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, tweede lid, van gemeenschappelijke de Wet regelingen genoemde datum zendt het gemeenschappelijk orgaan de begroting aan gedeputeerde staten.

7.

Pagina

Nadat de begroting is vastgesteld zendt het gemeenschappelijk orgaan de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 48/58

Boels

Q Cooperación mressereoeie 8.

Zanders

Advocaten»

Het bepaalde in het van dit artikel is, met uitzondering van de genoemde termijnen, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Optiones

9.

Het achtste lid is niet van toepassing op wijzigingen van de begroting, die niet leiden tot een overschrijding van de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers.

Artikel (…) Jaarrekening en jaarverslag 1. Van de baten en lasten van het orgaan wordt door het gemeenschappelijk orgaan

over

elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het

gemeenschappelijk orgaan de voorlopige jaarrekening jaarlijks artikel vóór de in 34b van toe aan

2.

Het

gemeenschappelijk

orgaan

zendt

de

jaarrekening

de raden.

binnen

twee

weken

na

de

vaststelling, doch in leder geval vóór de in artikel 34, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum het jar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden. Optione

3.

Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het gemeenschappelijk orgaan ten aanzien van het daarin verantwoorde

financieel

beheer.”

Uittreding "Artikel (…) 1.

Uittreding

Een college van burgemeester en wethouders

gemeenten

van een van de deelnemende

kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het

bepaalde in artikel 1 van de wet. 2.

Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het

gemeenschappelijk orgaan. Daarbij wordt een opzegtermijn van 2 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen.

3.

Het gemeenschappelijk orgaan inventariseert de gevolgen wijze waarop met deze gevolgen kan of moet voorwaarden

voor uittreding,

van de uittreding, de

worden omgegaan

welke nadien worden

en de

vastgelegd in een door het

gemeenschappelijk orgaan vast te stellen uittredingsplan. 4.

Uiterlijk zes maanden

na het moment

van uittreding stelt het gemeenschappelijk

orgaan het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven 5.

financiële verplichtingen zijn bindend,

Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om

binnen

zes

maanden

de

daarin

voor de

uittredende

financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen. Pagina

49/58

deelnemer

omschreven

Boels

Q Cooperación mressereoeie Artikel (…) 1.

Zanders

Advocaten»

_ Procedure en inhoud van het uittredingsplan

Het in artikel (…,

derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële,

Juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding.

Tevens bevat het

uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer.

2.

Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het gemeenschappelijk orgaan een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het gemeenschappelijk orgaan het concept-uittredingsplan

uittredingsplan komen 3.

voor rekening

voorbereidt.

De kosten

voor het

van de uittredende deelnemer.

Het gemeenschappelijk orgaan wijst de onafhankelijke adviseur aan op basís van

een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de voorzitter. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht,

wijst het gemeenschappelijk orgaan de onafhankelijke adviseur aan

op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie Ieden van het gemeenschappelijk orgaan,

waaronder in ieder geval een

vertegenwoordiger in het gemeenschappelijk orgaan van de uittredende deelnemer.

4.

De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen

van de uittreedsom het

bepaalde in dit artikel en in artikel [voorgaande artikel] in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment

van uittreding.

Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de

berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5-10% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen.

Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle

toekomstige onvoorzienbare kosten. 5.

Het gemeenschappelijk orgaan gehouden om

redelijkerwijs al het mogelijke te doen

de uittreedsom zo laag mogelijk te houden.

Het gemeenschappelijk orgaan

onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname

van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter

niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten

derden die zijn aangegaan

met en verplichtingen jegens

respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip

van ontvangst door het gemeenschappelijk orgaan van

de

van het besluit tot uittreding

deelnemer.”

Evaluatie

"De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien gemeenschappelijk het

orgaan daartoe besluit. Het gemeenschappelijk orgaan zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen.”

Pagina

50/58

Boels

c Cooperación esserseeen 5. Bijlage 5: Afwijkende

bepalingen

Zanders

Advocaten b

BsGW

Hieronder worden alleen bepalingen opgenomen

die afwijken. Is hier niets

opgenomen

uit het memo.

dan gelden de standaardbepalingen

Actieve informatieplicht

"Het dagelijks bestuur | algemeen bestuur | voorzitter geeft de raden van de deelnemende

gemeenten

en het algemeen

bestuur van het Waterschap Limburg

schriftelijk alle inlichtingen die de raden onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap nodig hebben

Zienswijzemogelijkheid plannen "Het algemeen vaststellen

voor de uitoefening van hun taken.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=59504ecc-f5bd-4d62-a69c-8ab68b7f4d6a