2023-072 04 Concept Uitvoeringsregeling subsidiëring van beschermd erfgoed Peel en Maas
Tekst van het document
Concept uitvoeringsregeling subsidiëring van beschermd erfgoed Peel en Maas BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN PEEL EN MAAS; Gelet op de Algemene Subsidieverordening Peel en Maas; Overwegende dat het wenselijk is uitvoeringsregels vast te stellen voor het subsidiëren van beschermd erfgoed in de vorm van onderhoudssubsidies. BESLUITEN: Vast te stellen de volgende uitvoeringsregeling: Uitvoeringsregeling subsidiëring beschermd erfgoed Peel en Maas Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening Peel en Maas; b. Awb: de Algemene wet bestuursrecht; c. beschermd object: een object dat van algemeen belang is wegens zijn ruimtelijk-historische samenhang en/of architectuurhistorische, architectonische, bouwhistorische en/of cultuurhistorische waarden. De beschermde objecten hebben een beschermde status, onderverdeeld in verschillende waarde categorieën; d. beeld ondersteunend object: bescherming voor- en straatgevel. Deze waarde categorie heeft een basiskwaliteit en is daardoor beeld- en of ruimtelijk ondersteunend; e. beeld bepalend object: bescherming exterieur, zoals beschreven in de redengevende omschrijving. Deze categorie is beeld bepalend binnen het aanzicht van een straat of gebied; f. karakteristiek object: bescherming in- en exterieur.
Uitgebreide redengevende omschrijving van het exterieur is verplicht evenals een bouwhistorisch onderzoek bij grote wijzigingen waardoor op dat moment ook het interieur in beeld wordt gebracht. Deze categorie betreft objecten die opvallen binnen het aanzicht van een straat of gebied of die een zeer bijzondere vormgeving kennen; g. waardevol cultuurhistorisch element: dit cultuurhistorische elementen die van bijzondere waarde zijn zoals kerken, kruisen en kapellen, transformatorhuisjes, waterpompen en dergelijke; h. gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; i. rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in het Rijksmonumentenregister. j. eigenaar: de natuurlijke- of rechtspersoon die krachtens een zakelijk recht het genot heeft van een monument; k. onderhoud: werkzaamheden die noodzakelijk zijn om een monument in goede staat te brengen dan wel in de bestaande staat te houden en/of toekomstig groot onderhoud en kostbare restauraties te voorkomen of te verminderen; l. restauratie: werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van een monument; m.
bouwhistorisch onderzoek: een onderzoek naar de bouwhistorisch waardevolle elementen in het exterieur, interieur en de directe omgeving van een historisch gebouw uitgevoerd door een professioneel bureau; n. bouwhistorisch waardevolle elementen: historische constructies of elementen in het interieur of interieur van een historisch gebouw, die vanwege ouderdom, gaafheid en zeldzaamheid van bouwhistorische en cultuurhistorische waarden zijn; o. subsidiabele kosten: de (sobere en doelmatige) instandhouding van een beschermd object. Artikel 2 Toepassingsbereik Het bepaalde in deze uitvoeringsregeling is enkel van toepassing op de verstrekkingen van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 5 genoemde activiteiten.
Artikel 3 Verlening van de subsidie 1. Subsidie op grond van deze uitvoeringsregeling kan uitsluitend worden toegekend aan de eigenaar van een beschermd object of monument. 2. Subsidiabel zijn de loon- en materiaalkosten alsmede de huur of afschrijving van hulpmateriaal. 3. Indien een eigenaar zelf werkzaamheden in het kader van restauratie- of instandhoudingswerkzaamheden verricht, zijn diens loonkosten niet subsidiabel. 4. De werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend worden binnen een jaar na toekenning gestart. 5. De aanvrager van subsidie dient de door burgemeester en wethouders met controle belaste ambtenaren de gelegenheid te bieden het beschermde object en/of de wijze waarop de gesubsidieerde onderhoudswerkzaamheden worden of zijn uitgevoerd te inspecteren, alsmede inzage te geven van de daarop betrekking hebbende bescheiden en tekeningen. Artikel 4 Weigering subsidie 1. De subsidie kan, naast de in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Peel en Maas en artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb genoemde gronden, in ieder geval (deels) geweigerd worden indien: a. De subsidiabele restauratie- en instandhoudingskosten op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht; b. Met het treffen van de voorzieningen het belang van de beschermde objecten niet of in onvoldoende mate wordt gediend; c.
De kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat; 2. In afwijking van lid 1 sub d kan het college van burgemeester en wethouders, op verzoek van de aanvrager, schriftelijk toestemming verlenen om vooruitlopende op de vaststelling van de subsidiabele kosten de verlening van subsidie een aanvang te maken met spoedeisende werkzaamheden. 3. De gemeente kan besluiten de subsidie terug te vorderen indien de werkzaamheden niet binnen een jaar na toekenning zijn gestart. Artikel 5 kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1. Voor subsidiëring komen alleen waardevolle elementen in aanmerking die als zodanig zijn opgenomen in de redengevende beschrijving of het bouwhistorisch onderzoek van het beschermde object. 2. Voor subsidiëring komen alleen bouwhistorisch waardevolle elementen van beschermde objecten met bouwhistorische verwachting in aanmerking, die op basis van een bouwhistorisch onderzoek als zodanig zijn aangemerkt. 3. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen zijn: a. De subsidie voor schilderwerk aan waardevolle elementen van beschermde objecten bedraagt 25% van de subsidiabele kosten. b. De subsidie voor overige instandhoudingswerkzaamheden van waardevolle elementen van beschermde objecten bedraagt 50% van de subsidiabele kosten. c.
De subsidie voor de in lid 1 en 2 genoemde werkzaamheden aan waardevolle elementen van historische gebouwen bedraagt maximaal € 5.000,- per 5 jaar. d. De subsidie voor instandhouding van bouwhistorisch waardevolle elementen van beschermde objecten bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 7.500,- per 5 jaar. 4. Aan de eigenaar van een beschermd object kan gelijktijdig met een subsidieverlening op grond van de activiteiten zoals benoemd in lid 3 een vergoeding worden toegekend voor het laten opstellen van een redengevende beschrijving en het laten uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek. De subsidiabele kosten hiervoor zijn maximaal € 500,- voor maximaal één keer per 5 jaar. Artikel 6 Aanvraag onderhoudssubsidie beschermde objecten Per beschermd object kan door de eigenaar éénmaal per 5 jaar een subsidieaanvraag voor de instandhouding van waardevolle elementen worden ingediend. In aanvulling op de in artikel 6 van de Algemene subsidieverordening Peel en Maas beschreven eisen voor aanvraag dient een aanvraag te bestaan uit: a. Een schriftelijke aanvraag voor subsidie; b. Een beknopte beschrijving van de gebreken; c. Foto’s waarop de gebreken zichtbaar zijn; d. Een beschrijving van de werkzaamheden eventueel toegelicht met een tekening; e. Een gespecifieerde offerte (in manuren en materialen); f. Burgemeester en wethouders kunnen nadere gegevens opvragen.
Artikel 7 Weigering onderhoudssubsidie beschermde objecten Er kan besloten worden om geen subsidie toe te kennen in de volgende gevallen: a. Voor monumenten, die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, voor zover door het rijk al een subsidie wordt verleend; b. In gevallen van brand- en/of stormschade, voor zover de schade in de kosten van onderhoud door een verzekeringsuitkering wordt gedekt. c. In geval van onderhoud en/of restauratie zonder voorafgaand overleg en in overeenstemming met de gemeente, alsmede in afwijking van de gestelde voorwaarden; d. In geval de gemeente op voet van een andere regeling subsidie heeft verleend. Artikel 8 Vaststelling en verantwoording 1. De subsidie wordt als voorschot verstrekt zoals opgenomen in artikel 10 van de Algemene subsidieverordening Peel en Maas. 2. Na afloop van de werkzaamheden zendt de eigenaar binnen 8 weken een financiële verantwoording, inclusief foto's waarop de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden zichtbaar zijn, aan burgemeester en wethouders. 3. Bij de financiële verantwoording worden gelijktijdig kopieën van rekeningen van de uitgevoerde instandhoudingswerkzaamheden overlegd. 4.
Na indiening van de financiële verantwoording, als bedoeld in lid 2, stellen burgemeester en wethouders ambtshalve de subsidie vast aan de hand van een berekening van de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten. 5. Indien de werkelijke subsidiabele kosten minder bedragen dan in eerste instantie vastgesteld, wordt de subsidie die als voorschot is verstrekt naar rato teruggevorderd. 6. Indien de kosten voor de werkzaamheden hoger zijn dan verwacht, geeft dit geen recht op een hogere vaststelling van de subsidie. Artikel 9 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen, ten gunste van de belanghebbende, afwijken van de bepalingen in deze uitvoeringsregeling, indien toepassing van deze regels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 10 Citeertitel en inwerkingtreding 1. Deze uitvoeringsregeling wordt aangehaald als Uitvoeringsregeling subsidiëring van beschermd erfgoed Peel en Maas. 2. De uitvoeringsregeling treedt in werking per 1 januari 2024; Aldus besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 oktober 2023 (onder voorbehoud).
gemeentesecretaris/directeur,
burgemeester,
K.H. Werps-Aerts
W.J.G. Delissen-van Tongerlo