CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-048 03 Planregels vastgesteld incl. bijlagen - Reststroken Peel en Maas.pdf

Commissie 20 juni 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Reststroken Peel en Maas' (2023-048)20.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

PLANREGELS

INHOUDSOPGAVE

1 INLEIDENDE REGELS ............................................................................................................................................2 Artikel 1 Begrippen ......................................................................................................................................................................................................... 2 Artikel 2 Wijze van meten........................................................................................................................................................................................... 9 2 BESTEMMINGSREGELS ..................................................................................................................................... 10 Artikel 3 Bedrijf .............................................................................................................................................................................................................. 10 Artikel 4 Groen .............................................................................................................................................................................................................

13 Artikel 5 Sport................................................................................................................................................................................................................ 15 Artikel 6 Wonen ........................................................................................................................................................................................................... 16 Artikel 7 Wonen – 2 ................................................................................................................................................................................................... 19 Artikel 8 Leiding - Hoogspanningsverbinding ................................................................................................................................................... 24 Artikel 9 Waarde – Archeologie 2 ....................................................................................................................................................................... 25 Artikel 10 Waarde – Archeologie 3.....................................................................................................................................................................

29 Artikel 11 Waarde – Archeologie 4..................................................................................................................................................................... 33 Artikel 12 Waarde – Archeologie 5..................................................................................................................................................................... 38 Artikel 13 Waarde – Archeologisch attentiegebied ..................................................................................................................................... 42 Artikel 14 Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed ...................................................................................................................................... 45 3 ALGEMENE REGELS............................................................................................................................................ 47 Artikel 15 Anti-dubbeltelregel................................................................................................................................................................................. 47 Artikel 16 Algemene bouwregels ..........................................................................................................................................................................

48 Artikel 17 Algemene gebruiksregels..................................................................................................................................................................... 49 Artikel 18 Algemene aanduidingsregels .............................................................................................................................................................. 50 Artikel 19 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................................................................................... 51 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS .................................................................................................................... 52 Artikel 20 Overgangsrecht ....................................................................................................................................................................................... 52 Artikel 21 Slotregel ...................................................................................................................................................................................................... 53 BIJLAGE Bijlage 1: Lijst van bedrijfsactiviteiten Bijlage 2: Overzicht beroep of bedrijf aan huis Bijlage 3: Archeologische waardenkaart

Vastgesteld

1

1 INLEIDENDE REGELS

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan “Reststroken Peel en Maas” van de gemeente Peel en Maas. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1894.BPL0292.VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens: grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aaneengebouwde woning: een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer hoofdgebouwen; 1.6 achtererfgebied: erf op meer dan 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn. 1.7 afhankelijke woonruimte: een onderdeel van het hoofdgebouw of aangebouwd bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest. 1.8 ambacht(elijk): het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, ver-/bewerken, herstellen of installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt, ondergeschikt aan de woonfunctie.

Wanneer deze activiteit in een woning en bijbehorende bouwwerken plaatsvindt, dient de omvang van de activiteit zodanig te zijn dat de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.9 archeologisch monument: terrein dat op basis van de Monumentenwet 1988 is aangewezen als beschermd archeologische monument. 1.10 archeologisch onderzoek: Onderzoek verricht door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend voer een opgravingsvergunning ex artikel 45 van de Monumentenweg (of voor de betreffende werkzaamheden een vergunning heeft van de minister van OCW) en werkend volgens de kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.11 archeologische verwachting: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kans op het voorkomen archeologische relicten (resten uit het verleden).

Vastgesteld

2

1.12 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden) 1.13 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde. 1.14 bed en breakfast: het bedrijfsmatig en op kleine schaal tegen betaling aanbieden van logies/overnachting in een daarvoor geschikte woning gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf met ontbijtmogelijkheid. Deze voorziening is nadrukkelijk niet bedoeld voor het laten overnachten van tijdelijke arbeiders of seizoensarbeiders. 1.15 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen en niet zijnde een seksinrichting. 1.16 bedrijf aan huis: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.

het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot de beroepsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat op kleine schaal in een woning of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse welke zijn opgenomen in bijlage 1 'Overzicht beroep of bedrijf aan huis'. 1.17 bedrijfs(vloer)oppervlak: de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 1.18 bedrijfswoning: een woning in of bij een bedrijfsgebouw of op dan wel bij een terrein, dienend voor de huisvesting van een persoon (en diens huishouden), wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk is. 1.19 beeldkwaliteit: waardering en herkenning van alle visuele waarnemingen vanaf een bepaalde locatie.

1.20 beeldkwaliteitsplan(nen): geformuleerde en toetsbare beeldkwaliteiten opgenomen in een als zodanig door de raad vastgesteld beeldkwaliteitplan(nen) voor zover van toepassing 1.21 beroep aan huis: een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, welk zijn opgenomen in bijlage 'Overzicht beroep of bedrijf aan huis'. 1.22 bestaand: situatie ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.23 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. Vastgesteld

3

1.24 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.251 bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.26 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.27 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.28 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.29 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.30 bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel. 1.31 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten. Indien twee of meer bouwvlakken middels de aanduiding 'relatie' op de verbeelding aan elkaar zijn gekoppeld gelden deze bouwvlakken gezamenlijk als één bouwvlak.

1.32 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.33 deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. Deze dient in ieder geval te voldoen aan de in de KNA gestelde kwalificaties van senior archeoloog. 1.33 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van een internetwinkel en/of horeca. 1.34 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. 1.35 diepte bodemingreep: de diepte van de bodemverstorende ingreep, gemeten ten opzichte van het maaiveld ter plaatse (straat- of terreinniveau). 1.36 erf:

Vastgesteld

4

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en voor zover het bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt. 1.37 erfafscheiding: afscheiding welke op een grens tussen twee erven is geplaatst. 1.38 evenement: een publiekgerichte activiteit die een bijdrage levert aan het culturele, sociale en/of sportieve leven. 1.39 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.40 gestapelde woning: een woning in een woongebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat. 1.41 grondgebonden woning: een eengezinswoning welke geen deel uitmaakt van een appartementencomplex/ -gebouw. 1.42 gevellijn: de als zodanig aangegeven lijn waar de voorgevel van het hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd, behoudens voor zover uitdrukkelijk anders bepaald in de regels. 1.43 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.44 horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodaties en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.

1.45 huishouden: een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. 1.46 inrichting: een op grond van de Wet milieubeheer als volgt gedefinieerd begrip: "elk door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht". 1.47 inwoning: het bewonen van een gedeelte van een woning welke door een ander huishouden in gebruik is genomen. 1.48 kamerverhuur: het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de kamerverhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft. 1.49 kelder: een ruimte in een gebouw die geheel of gedeeltelijk ondergronds gelegen is. 1.50 maatschappelijk: het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder: a. asielzoekerscentra; b. begraafplaatsen; c. bibliotheken; Vastgesteld

5

d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o. p. q. r. s. t. u. v. w. x.

crematoria; dierenasiel; dierenpension; drugsopvang; gezondheidszorg; jeugd- en kinderopvang; gemeenschapshuizen justitiële inrichtingen; kazerne; militair oefenterrein; militaire zaken; naschoolse opvang; onderwijs; openbare dienstverlening; praktijkruimten; religieuze voorzieningen; uitvaartcentra; verenigingsleven; welzijnsinstellingen; zorgboerderijen; zorginstellingen.

1.51 mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving en waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. 1.52 nutsvoorziening: voorzieningen voor op het openbare net aangesloten voorzieningen van algemeen nut, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer, alsmede containers voor glas, kleding, plastic etc. . 1.53 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.54 ondergeschikt: een functie die qua omvang en uitstraling ten dienste staat van een op dezelfde plaats voorkomende (hoofd)functie. 1.55 ondergronds bouwen: bouwen beneden peil. 1.56 ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.57 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport en een luifel. 1.58 patiowoning

Vastgesteld

6

een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen (bouw)perceel aanwezige gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.59 peil: a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.60 permanente bewoning: bewoning van een ruimte als hoofdverblijf door eenzelfde persoon of eenzelfde groep personen die niet elders over een hoofdverblijf beschikken en waardoor die ruimte als reguliere woning is aan te merken. 1.61 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.62 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden, waaronder: a. bordeel; b. erotische-massagesalon; c. parenclub; d. prostitutiebedrijf; e. seksautomatenhal; f. seksbioscoop; g. sekssauna/seksinrichting; h. sekstheater.

1.63 voorgevel: gevel aan de voorzijde van een gebouw gerelateerd aan de grens van het bouwvlak die is gericht naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd. 1.64 voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.65 voorkant van een hoofdgebouw: staat gelijk aan de voorgevel, met uitzondering van erkers, luifels, overkappingen en dergelijke ondergeschikte bouwdelen. 1.66 weg: een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerplaatsen. 1.67 wet / wettelijke regelingen: indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze gelden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.68 wonen: wonen in een woning, zijnde een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of maximaal vier personen die geen huishouden vormen. Vastgesteld

7

1.69 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of maximaal vier personen die geen huishouden vormen. 1.70 zolder: ruimte(n) onder een kap, voor zover de hoogte van de borstwering ter plaatse van de omtrekmuren minder dan 80 cm boven de vloer is gelegen.

Vastgesteld

8

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwonderdelen als bedoeld in artikel 8.2. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 de oppervlakte van een bodemingreep: het gebied (zone) waarbinnen bodemingrepen plaatsvinden die een verstorende werking kunnen hebben op het (archeologisch) bodemarchief. 2.7 de afstand tot de bouwperceelsgrens: tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.

2.8 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

Vastgesteld

9

2 BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3 Bedrijf 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven en/of het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten welke zijn opgenomen in milieucategorie 1 t/m 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten (bijlage bij de regels), en/of daarmee naar aard, omvang en invloed op de omgeving gelijk te stellen bedrijven en/of bedrijfsactiviteiten; met daaraan ondergeschikt: b. de bestaande bedrijfswoning, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.3.3; c. evenementen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.3.2; d. nutsvoorzieningen; e. tuinen, erven en terreinen; f. groenvoorzieningen; g. paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen; h. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen, gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. de voorgevel wordt geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens; 3.2.2 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. per bouwperceel is maximaal één bestaande bedrijfswoning toegestaan; b. bedrijfswoningen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd; c.

de voorgevel van de bedrijfswoning dient te worden gebouwd in de voorgevelrooilijn of 4 meter daaruit; d. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning bedraagt respectievelijk maximaal 7 en 11 meter; e. de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2. de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning bedraagt; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; 4. de afstand tot de bestemmingen 'Verkeer' of 'Verkeer - Verblijfsgebied' minimaal 3,5 meter bedraagt. 3.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd in het achtererfgebied, met uitzondering van overkappingen voor de voorgevelrooilijn als bepaald onder e; b. de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied bedraagt maximaal 200 m², met dien verstande dat maximaal 75% van het achtererfgebied bebouwd mag worden, met inbegrip van bestaande bebouwing; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,3 meter; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 6 meter;

Vastgesteld

10

e.

overkappingen voor de voorgevel gebouwd aan andere bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan mits de afstand aan de voorzijde van de overkapping tot aan de bestemmingen 'Verkeer' of 'Verkeer - Verblijfsgebied' minimaal 3,5 meter bedraagt.

3.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 5 meter, met uitzondering van: 1. erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 1 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 2,5 meter bedraagt; 2. vlaggen-, reclame- en lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 12 meter bedraagt; b. per bouwperceel is maximaal 1 niet-overdekt zwembad ten behoeve van de bedrijfswoning toegestaan. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen; b. bedrijven van categorie 3 en 4; c. permanente of tijdelijke bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken en hoofdgebouwen, geen woning zijnde; d. detailhandel; e. kamerverhuur; f. woningsplitsing; g. verblijfsrecreatie; h. een verkooppunt voor motorbrandstoffen met en zonder lpg; i. seksinrichtingen; j. evenementen, behoudens toegestaan krachtens artikel 3.3.2; k. horecadoeleinden; l. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens; m.

buitenopslag voor de voorgevelrooilijn. 3.3.2 Evenementen Evenementen zijn maximaal drie keer per jaar toegestaan voor de duur van maximaal drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw. 3.3.3 Beroep of bedrijf aan huis Een beroep of bedrijf aan huis bij de bedrijfswoning, als opgenomen in het 'Overzicht beroep of bedrijf aan huis' (bijlage bij deze regels) of hiermee naar aard en omvang gelijk te stellen beroepen en bedrijven, wordt geacht in overeenstemming te zijn met de bedrijfsbestemming en is toegestaan, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft; b. de woning blijft voldoen aan het Bouwbesluit en de Bouwverordening; c. de woonfunctie van het perceel primair blijft c.q. in overwegende mate aanwezig blijft; d. degene die gebruiker van de woning is tevens degene is die het beroep of bedrijf aan huis uitoefent; e. maximaal 40 % van de begane grondvloeroppervlakte en de voor de woonfunctie bestemde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor aan huis verbonden beroepen en bedrijven met een maximum van: 1. 25 m² bij bouwpercelen tot 750 m²; 2. 35 m² bij bouwpercelen van 750 m² tot 1500 m²; 3. 45 m² bij bouwpercelen vanaf 1500 m²; f. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert c.q. geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of de buurt; Vastgesteld

11

g.

het gebruik geen dusdanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft welke kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; h. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; i. de bedrijvigheid niet vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet aantast; j. internetverkoop slechts is toegestaan indien er geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen producten niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden; k. in de woning of de voor de woonfunctie bestemde bijbehorende bouwwerken mag maximaal 50 m² gebruikt worden ten bate van internetverkoop waarbij ter plaatse opslag en verzending plaatsvindt. Internetverkoop waarbij ter plaatse alleen de elektronische transactie plaatsvindt en geen opslag en verzending plaatsvindt is zonder meer toegestaan; l. er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte verkoop in het klein in direct verband met het aan huis gebonden beroep/bedrijf; m. er geen buitenopslag plaatsvindt; n.

reclame-uitingen ten dienste van het beroep of bedrijf aan huis beperkt blijven tot het plaatsen van een bord met als maximale afmetingen 1 meter x 0,5 meter aan de voor- of zijgevel of in de voor- of zijtuin op een hoogte van maximaal 2 meter. Neon- of andere lichtreclame is in dit kader niet toegestaan.

Vastgesteld

12

Artikel 4 Groen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. parken; met daaraan ondergeschikt: c. bermen en beplanting; d. bermen e. paden; f. speelvoorzieningen; g. jongerenontmoetingsplaatsen; h. hondenuitlaatplaatsen; i. nutsvoorzieningen; j. kunstwerken; k. dagrecreatief medegebruik l. evenementen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.4.2; m. waterlopen en waterpartijen, waaronder wadi's; n. terrassen; o. standplaatsen; p. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen; q. ondergrondse bergbezinkbassins en groene bergingen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen voor nutsvoorzieningen, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte maximaal 3,5 meter bedraagt; b. de oppervlakte per gebouw maximaal 15 m² bedraagt; 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 5 meter, met uitzondering van lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 12 meter bedraagt; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van terrassen, jongerenontmoetingsplaatsen en overkappingen zijn niet toegestaan.

4.2.3 Rijksmonumenten Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-rijksmonument' aanwezige bebouwing/ elementen en bijbehorende tuinmuren en hagen dienen wat betreft profiel, bouwmassa, situering en oriëntatie behouden te blijven in zijn huidige verschijningsvorm. Aantasting van de verschijningsvorm is alleen dan toegestaan indien oorzaken van bouwtechnische aard het voortbestaan in gevaar brengen. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van terrassen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artikel 4.2.2 ten behoeve van het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van terrassen, in de vorm van een uitval/zonnescherm, met dien verstande dat: Vastgesteld

13

a. b. c.

het bouwwerk, geen gebouw zijnde aan de gevel dient te worden bevestigd; de hoogte en de diepte maximaal 4 meter bedraagt; het bouwen geen onevenredig gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid en/of de verblijfsfunctie.

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. kamperen; b. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen, van wagens en materialen; c. evenementen, mede overeenkomstig het gestelde in artikel 4.1, behoudens toegestaan krachtens artikel 4.4.2; d. het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband; e. buitenopslag, waaronder de opslag van mest(stoffen), behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik. 4.4.2 Evenementen Voor evenementen geldt het volgende: a. evenementen zijn onbeperkt toegestaan voor de duur van maximaal tien aaneengesloten dagen, inclusief op- en afbouw; b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein' dat evenementen onbeperkt zijn toegestaan.

Vastgesteld

14

Artikel 5 Sport 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van sportactiviteiten; met daaraan ondergeschikt: b. horeca tot en met categorie 3; c. erven en terreinen; d. groenvoorzieningen; e. paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen; f. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 4 meter, met uitzondering van: 1. erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 1 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 2,5 meter bedraagt; 2. vlaggen-, reclame- en lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 12 meter bedraagt; b. de bouwhoogte van een overkapping bedraagt niet meer dan 3 meter, met dien verstande dat er slechts 1 overkapping per bouwperceel gerealiseerd mag worden en tot maximaal 30 m². 5.3 Specifieke gebruiksregels 5.31 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a.

seksinrichtingen; b. evenementen, behoudens toegestaan krachtens artikel 5.3.2; c. recreatief nachtverblijf. 5.3.2 Evenementen Evenementen zijn maximaal zes keer per jaar toegestaan voor de duur van maximaal drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw.

Vastgesteld

15

Artikel 6 Wonen 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; met daaraan ondergeschikt: b. een beroep of bedrijf aan huis, overeenkomstig het bepaalde in artikel 6.4.3; c. evenementen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 6.4.2; d. tuinen en erven; e. groenvoorzieningen; f. paden, ontsluitings- en parkeervoorzieningen; g. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen 6.2 Bouwregels 6.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen, in de vorm van een woning gelden de volgende regels: a. uitsluitend bestaande woningen, dan wel vervangende nieuwbouw is toegestaan; b. per bouwperceel is maximaal 1 grondgebonden woning toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde onder a en b zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-onbebouwd' geen gebouwen toegestaan; d. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in de voorgevelrooilijn of maximaal 3 meter daaruit; e. de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt respectievelijk maximaal 7 en 11 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' de aangeduide maximale goot- en bouwhoogte geldt; f. de voorgevelrooilijn mag worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2.

de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning bedraagt; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; 4. de afstand tot de bestemmingen 'Verkeer' of 'Verkeer - Verblijfsgebied' minimaal 3,5 meter bedraagt. 6.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd in het achtererfgebied; b. de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied bedraagt maximaal 200 m², met dien verstande dat maximaal 75% van het achtererfgebied bebouwd mag worden, met inbegrip van bestaande bebouwing; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,3 meter; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 6 meter; e. overkappingen voor de voorgevel gebouwd aan andere bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan mits de afstand aan de voorzijde van de overkapping tot aan de bestemmingen 'Verkeer' of 'Verkeer - Verblijfsgebied' minimaal 3,5 meter bedraagt. 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 4 meter bedragen, met uitzondering van erfen terreinafscheidingen waarvan de bouwhoogte maximaal 1 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 2,5 meter bedraagt; b. per bouwperceel is maximaal 1 niet-overdekt zwembad behorende bij de woning toegestaan.

Vastgesteld

16

6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. permanente of tijdelijke bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken of een kas; b. detailhandel, behoudens detailhandel toegestaan krachtens artikel 6.1; c. horeca; d. kamerverhuur; e. evenementen, behoudens toegestaan krachtens artikel 6.3.2; f. woningsplitsing; g. buitenopslag voor de voorgevelrooilijn; h. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens; i. seksinrichtingen. 6.3.2 Evenementen Evenementen zijn maximaal drie keer per jaar toegestaan voor de duur van maximaal drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw. 6.3.3 Beroep of bedrijf aan huis Een beroep of bedrijf aan huis bij de woning, als opgenomen in het 'Overzicht beroep of bedrijf aan huis' (bijlage 1 bij deze regels) of hiermee naar aard en omvang gelijk te stellen beroepen en bedrijven, wordt geacht in overeenstemming te zijn met de maatschappelijke bestemming en is toegestaan, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft; b. de woning blijft voldoen aan het Bouwbesluit en de Bouwverordening; c. de woonfunctie van het perceel primair blijft c.q. in overwegende mate aanwezig blijft; d.

degene die gebruiker van de woning is tevens degene is die het beroep of bedrijf aan huis uitoefent; e. maximaal 40 % van de begane grondvloeroppervlakte en de voor de woonfunctie bestemde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor aan huis verbonden beroepen en bedrijven met een maximum van: 1. 25 m² bij bouwpercelen tot 750 m²; 2. 35 m² bij bouwpercelen van 750 m² tot 1500 m²; 3. 45 m² bij bouwpercelen vanaf 1500 m²; f. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert c.q. geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of de buurt; g. het gebruik geen dusdanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft welke kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; h. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; i. de bedrijvigheid niet vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet aantast; j. internetverkoop slechts is toegestaan indien er geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen producten niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden; k.

in de woning of de voor de woonfunctie bestemde bijbehorende bouwwerken mag maximaal 50 m² gebruikt worden ten bate van internetverkoop waarbij ter plaatse opslag en verzending plaatsvindt. Internetverkoop waarbij ter plaatse alleen de elektronische transactie plaatsvindt en geen opslag en verzending plaatsvindt is zonder meer toegestaan; l. er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte verkoop in het klein in direct verband met het aan huis gebonden beroep/bedrijf; m. er geen buitenopslag plaatsvindt;

Vastgesteld

17

n.

o.

reclame-uitingen ten dienste van het beroep of bedrijf aan huis beperkt blijven tot het plaatsen van een bord met als maximale afmetingen 1 meter x 0,5 meter aan de voor- of zijgevel of in de voor- of zijtuin op een hoogte van maximaal 2 meter. Neon- of andere lichtreclame is in dit kader niet toegestaan; er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens een beperkte verkoop in het klein in direct verband met het aan huis gebonden beroep/bedrijf.

Vastgesteld

18

Artikel 7 Wonen – 2 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen; met daaraan ondergeschikt: b. een beroep of bedrijf aan huis, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.5.3; c. evenementen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.5.2; d. tuinen en erven; e. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen De grens van het bouwvlak mag niet door gebouwen worden overschreden, behouden voor ondergeschikte onderdelen van gebouwen, zoals erkers, luifels, carports en balkons, mits de diepte n iet meer bedraagt dan 1,5 meter uit de gevel en de gezamenlijke oppervlakte per bouwperceel niet meer dan 6 m² bedraagt. 7.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. per bouwvlak mag slechts één woning worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding ‘aaneengebouwd’ twee woningen aan elkaar gebouwd dienen te worden binnen het bouwvlak, waarbij de woningscheidende gevel in het verlengde van de, ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-plan, reeds bestaande achtergelegen perceelsgrens wordt gerealiseerd; 2.

in afwijking van het bepaalde onder 1 geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ dat in plaats van twee aaneengebouwde woningen ook één vrijstaande woning in het bouwvlak is toegestaan; 3. gebouwd dient te worden in de op de plankaart aangegeven gevellijn. c. de oriëntatie van de hoofdgebouwen moet worden gericht op de voorperceelsgrens. Dit dient onder meer te blijken uit de gevelindeling en de presentatie van de bebouwing aan de buitenkant. Voor hoekwoningen geldt dat deze een tweezijdige oriëntatie dienen te hebben; d. de minimale en maximale goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘minimale-maximale goothoogte’; e. de diepte van een hoofdgebouwen mag niet mee bedragen dan 15 meter; f. met betrekking tot de minimale afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens, niet zijnde de verplichte zijdelingse perceelsgrens, zoals aangegeven onder a sub 1, gelden per woningtype de navolgende maten: 1. vrijstaand: minimale afstand 2,5 meter (aan één zijde); 2. halfvrijstaand: 1,5 meter (aan één zijde); 3. gesloten: geen eisen. g. De kaprichting dient evenwijdig aan de straat te lopen; h. De dakhelling moet minimaal 45° bedragen en maximaal 60°. 7.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.

Bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ worden gebouwd; b. Bijbehorende bouwwerken dienen achter het hoofdgebouwen te worden gebouwd; c. het gezamenlijk oppervlak van hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 75% van het oppervlak van het bouwperceel bedragen;

Vastgesteld

19

d.

e. f.

het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen’ mag niet meer bedragen dan 60 m², zulks met inachtneming van het bepaalde onder b. en c., met dien verstande dat voor de percelen waar geen hoofdbebouwing is toegestaan het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 120 m², waarbij geldt dat ontsluiting van deze gebouwen c.q. percelen uitsluitend op de Veldstraat dient te geschieden en de afstand van deze bebouwing tot de perceelsgrens welke aan het openbare gebied grenst minimaal 2,5 meter bedraagt; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3,20 meter bedragen; de dakhelling van de kap van bijbehorende bouwwerken moet minimaal 45° en maximaal 60º bedragen.

7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. op de gronden voor zover gelegen achter de gevellijn mag de hoogte maximaal 3 meter bedragen, met uitzondering van terrein- en erfafscheidingen waarvan de hoogte maximaal 2 meter mag bedragen; b. op de gronden voor zover gelegen vóór de gevellijn mag de hoogte maximaal 1 meter bedragen. 7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de goothoogte en oriëntatie van gebouwen; b. bij toepassing van de onder a bedoelde nadere eisen dient het volgende in acht te worden genomen: 1. de stedenbouwkundige samenhang mag niet onevenredig worden aangetast; 2. beeldbepalende gebouwen mogen niet onevenredig worden aangetast; c. van onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige samenhang is sprake als door een bebouwings- of gebruiksinitiatief: 1. de bebouwingskarakteristiek wordt aangetast; 2. de karakteristiek van de openbare ruimte wordt aangetast; 3. de diversiteit (qua verschijning of functie) en de stedenbouwkundige betekenis van de bebouwing wordt aangetast.

7.4 Afwijken van de bouwregels 7.4.1 Terrein- en erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artikel 7.2.4 onder b voor de bouw van terrein- en erfafscheidingen vóór de bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 meter, met dien verstande dat: a. de stedenbouwkundige structuur ter plaatse in acht wordt genomen; b. de verkeersveiligheid in acht wordt genomen; c. de brandveiligheid in acht wordt genomen. Dit betekent in ieder geval dat: 1. de bereikbaarheid van bouwwerken gewaarborgd blijft; 2. vluchtwegen gewaarborgd blijven; d. geen belangen van derden onevenredig worden geschaad. 7.5 Specifieke gebruiksregels 7.5.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. detailhandel; b. consumentverzorgende ambacht en dienstverlening; c. kleinschalige maatschappelijke voorzieningen; d. kleinschalige ambachtelijke bedrijven; Vastgesteld

20

e. f. g. h. i. j. k. l.

permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; bewoning als afhankelijke woonruimte; kamerverhuur; woningsplitsing; evenementen, behoudens toegestaan krachtens artikel 7.5.2; verblijfsrecreatie, behoudens bestaande bed en breakfasts; buitenopslag; het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens; m. seksinrichtingen. 7.5.2 Evenementen Evenementen zijn maximaal drie keer per jaar toegestaan voor de duur van maximaal drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw. 7.5.3 Beroep of bedrijf aan huis Een beroep of bedrijf aan huis bij de woning, als opgenomen in het 'Overzicht beroep of bedrijf aan huis' (bijlage 2 bij deze regels) of hiermee naar aard en omvang gelijk te stellen beroepen en bedrijven, wordt geacht in overeenstemming te zijn met de woonbestemming en is toegestaan, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft; b. de woning blijft voldoen aan het Bouwbesluit en de Bouwverordening; c. de woonfunctie van het perceel primair blijft c.q. in overwegende mate aanwezig blijft; d. degene die gebruiker van de woning is tevens degene is die het beroep of bedrijf aan huis uitoefent; e.

maximaal 40 % van de begane grondvloeroppervlakte en de voor de woonfunctie bestemde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor aan huis verbonden beroepen en bedrijven met een maximum van: 1. 25 m² bij bouwpercelen tot 750 m²; 2. 35 m² bij bouwpercelen van 750 m² tot 1.500 m²; 3. 45 m² bij bouwpercelen vanaf 1.500 m²; f. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert c.q. geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of de buurt; g. het gebruik geen dusdanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft welke kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; h. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; i. de bedrijvigheid niet vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet aantast; j. internetverkoop slechts is toegestaan indien er geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen producten niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden; k. in de woning of de voor de woonfunctie bestemde bijbehorende bouwwerken mag maximaal 50 m² gebruikt worden ten bate van internetverkoop waarbij ter plaatse opslag en verzending plaatsvindt.

Internetverkoop waarbij ter plaatse alleen de elektronische transactie plaatsvindt en geen opslag en verzending plaatsvindt is zonder meer toegestaan; l. er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte verkoop in het klein in direct verband met het aan huis gebonden beroep/bedrijf; m. er geen buitenopslag plaatsvindt; n. reclame-uitingen ten dienste van het beroep of bedrijf aan huis beperkt blijven tot het plaatsen van een bord met als maximale afmetingen 1 meter x 0,5 meter aan de voor- of zijgevel of in de voor- of zijtuin op een hoogte van maximaal 2 meter. Neon- of andere lichtreclame is in dit kader niet toegestaan.

Vastgesteld

21

7.6 Afwijken van de gebruiksregels 7.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van consumentverzorgende ambachten, kleinschalige maatschappelijk voorzieningen en kleinschalige ambachtelijke bedrijfjes (aan huis verbonden bedrijven) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artikel 7.5.1 ten aanzien van het toelaten van consumentverzorgende ambachten, kleinschalige maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige ambachtelijke bedrijfjes (aan huis verbonden bedrijven), met dien verstande dat: a. uitsluitend toelaatbaar zijn: 1. bedrijven vermeld in de milieucategorieën 1 en 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 met in achtname van de daarbij behorende afstanden; 2. bedrijven die niet in de milieucategorieën 1 en 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten zijn vermeld, met dien verstande dat de bedrijven wat milieubelasting betreft gelijkwaardig zijn aan de bedrijven als genoemd in de categorieën 1 en 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten (gelijkwaardige bedrijven), hetgeen dient te blijken uit de door de aanvrager van de omgevingsvergunning verstrekte gegevens (af te leiden van normale bedrijfsvoering en beschikbare technieken ter weren van hinder en calamiteiten).

Bij beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingscomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: ▪ geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking; b. geen afbreuk mag worden gedaan aan het woon- en leefklimaat van de omgeving; c. er geen extra verkeersmaatregelen of parkeervoorzieningen noodzakelijk worden; d. er geen zelfstandige vorm van detailhandel ontstaat, met uitzondering van detailhandel in ter plaatse vervaardigde producten als ondergeschikte nevenactiviteit. 7.6.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van kamerverhuur Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in 7.5.1 onder c voor het gebruik als kamerverhuur, met dien verstande dat: a. het gebruik geen overlast voor het woonmilieu oplevert en geen onevenredige afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of buurt; b. het gebruik naar de aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming is; c. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. Parkeergelegenheid mag niet in het openbaar gebied worden gerealiseerd. 7.6.3 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg en inwoning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in 7.5.1 voor het gebruik ten behoeve van mantelzorg en inwoning door maximaal twee personen in de woning en/of de bijbehorende bouwwerken, mits: a. er geen tweede woning ontstaat; b. de tijdelijkheid in voldoende mate vaststaat; c. per woning kan éénmaal gebruik worden gemaakt van de afwijking; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. e. de omgevingsvergunning na beëindiging van de situatie van rechtswege vervalt.

Vastgesteld

22

7.6.4 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van bed & breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in 7.5.1 onder d voor het gebruik ten behoeve van een bed & breakfast, mits: a. het gebruik uitsluitend plaatsvindt in de woning en de bijbehorende bouwwerken die op maximaal 15 meter van de woning zijn gelegen; b. de exploitant van het bed en breakfast de hoofdbewoner is van de woning; c. maximaal 80 m² mag worden ingericht voor bed en breakfast, met dien verstande dat de woning een inhoud heeft van minimaal 450 m³ en een bewoonbare oppervlakte van minimaal 120 m²; d. er per bouwvlak maximaal 4 slaapplaatsen in maximaal twee slaapkamers worden toegestaan; e. het ontbijt wordt in de slaapkamer of in een gezamenlijke ruimte genuttigd; f. door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering mag de bed en breakfast-voorziening niet functioneren als een zelfstandige woning; g. uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik.

Vastgesteld

23

Artikel 8 Leiding - Hoogspanningsverbinding 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van een 150 kV-hoogspanningsverbinding en de daarbij behorende beschermingszone. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. 8.2.2 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 3 meter. 8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits: a. de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder.

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting en bomen; b. het aanbrengen van wegen of paden den het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; f. het permanent opslaan van goederen. 8.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 8.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de verbinding of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemmingen betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling die ondergrondse netten vormen.

8.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. deze niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de verbinding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder. Vastgesteld

24

Artikel 9 Waarde – Archeologie 2 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde – Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor AMK-terreinen met een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 40 cm onder maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst of het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van minder dan 100 m²; b. een bouwwerk binnen de agrarische bedrijfsbestemmingen; c. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 9.3 Afwijken van de bouwregels 9.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het bouwen van gebouwen en bouwwerken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artikel 9.2.1, ten behoeve van het bouwen en/of vergroten van gebouwen en/of bouwwerken, met dien verstande dat: a.

door de aanvrager een archeologisch rapport dient te worden overlegd op basis van de in de beroepsgroep geldende norm waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld; b. een onderzoek als bedoeld onder a is niet vereist wanneer: 1. naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld, waarbij het oordeel van het bevoegd gezag gebaseerd dient te zijn op archeologisch onderzoek en verslaglegging (zowel bureauonderzoek als veldonderzoek) dat is uitgevoerd, vastgelegd en gecontroleerd door deskundigen conform de geldende archeologische beroepsnorm; 2. door het overleggen van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onderzoek blijkt dat de verstoringsdiepte van de bouwactiviteit minder diep reikt dan 40 cm onder maaiveld. 9.3.2 Voorwaarden verlenen omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen wanneer naar haar oordeel genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; c. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.

9.3.3 Voorschriften te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen In de situatie als bedoeld in artikel 9.3.2 kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Vastgesteld

25

9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van gronden; b. het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden, boor- en pompputten; c. waterhuishoudkundige ingrepen zoals het aanbrengen van onderbemaling; d. het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing; e. het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen; f. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; g. het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; h. het omzetten van gras of akkerland in een teelt waarbij bodemvolume wordt afgevoerd waartoe gerekend worden boomteelt, graszodenteelt en siergewassenteelt; i. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; j.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=868e2814-5b5c-437e-b21f-e673ca707f9f