CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-024 09 Bijlage 4 - NSO Typering.pdf

Commissie 7 maart 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Lorbaan 46 Grashoek”, wijziging bestemming Agrarisch- Intensieve veehouderij naar Agrarisch - Grondgebonden met een hondentrainingscentrum” (2023-024)938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bedrijfsomvang en -type volgens NSO-typering In statistiek en onderzoek worden bedrijven vaak ingedeeld naar bedrijfstype en bedrijfsomvang. Sinds 2010 wordt daarvoor de NSO-typering en de Standaardopbrengst (SO) gebruikt. Ook voor beleid wordt gebruik gemaakt van deze kengetallen. Wageningen Economic Research berekent en beheert de normen en biedt op internet een rekenmodule aan, waar bedrijfsgegevens kunnen worden ingevuld en waar deze rapportage wordt samengesteld. Dit rapport is via die rekenmodule samengesteld op

2022-04-12

De gegevens en de gebruikte normen horen bij de Landbouwtelling van 2021 De ingevoerde gegevens leiden tot de volgende informatie: Bedrijfstype volgens NSO-typering Hoofdtype

8 - Gewas/veecombinaties

Subtype

8400 - Overige gewas/veecombinaties Omschrijving

Resultaat

Eenheid

13,6

ha

Standaardopbrengst (SO)

178.150

euro

Standaardverdiencapaciteit (SVC)

33.800

euro

Grootteklasse o.b.v. SVC

Klasse 2: 25.000 – 60.000 euro: kleine bedrijven

Totale oppervlakte cultuurgrond

Specificatie van ingevoerde gegevens, normen en SO per product SO per eenheid

Standaardopbrengst

ha, gemeten maat

1.180

1.074

2

ha, gemeten maat

3.590

7.180

Snijmais

2,11

ha, gemeten maat

1.470

3.102

Aardappelen, consumptie

2,99

ha, gemeten maat

7.410

22.156

1,62

ha, gemeten maat

1.180

1.912

3,97

ha, gemeten maat

11.700

46.449

Stieren (twee jaar of ouder)

20

aantal dieren

605

12.100

Overige koeien (2 jaar of ouder)

100

aantal dieren

665

66.500

Fokjongvee 1 tot 2 jaar vrouwelijk

35

aantal dieren

505

17.675

Fokjongvee jonger dan 1 jaar vrouwelijk

35

aantal dieren

355

0

Categorie

Aantal

Eenheid

Rode klaver

0,91

Voederbieten

Akkerbouwgewassen

Grasland en weiden Blijvend grasland Groenten, open grond Asperges, oppervlakte die productie oplevert Rundvee, vlees- of weidevee

Rundvee: melk- en fokvee (geen vleesvee)

*) Aan de kalveren jonger dan 1 jaar wordt geen norm toegekend, omdat de opbrengst van die dieren is meegenomen in de norm van de koeien.

*) Aan de kalveren jonger dan 1 jaar wordt geen norm toegekend, omdat de opbrengst van die dieren is meegenomen in de norm van de koeien.

U kunt resultaten van groepen bedrijven bekijken in

Agrimatie

Wageningen Economic Research is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan door het gebruik van de Rekenmodule, door het beëindigen van het beschikbaar stellen ervan of door conclusies en besluiten van gebruikers op basis van de uitkomsten ervan.

Toelichting bij de kengetallen Bedrijfstype De agrarische bedrijven in Nederland verschillen onderling sterk in bedrijfsopzet. Op het ene bedrijf wordt bijvoorbeeld melk geproduceerd en op een ander bedrijf appels. Om bedrijven te kunnen indelen en met elkaar te kunnen vergelijken wordt de Standaardopbrengst (SO) gebruikt. Met behulp van de SO-normen kunnen de appels en de koeien bij elkaar worden geteld en kan de economische bedrijfsomvang (SO) en het NSO-bedrijfstype (specialisatiegraad) van agrarische bedrijven worden berekend. Informatie over de verschillende typen is opgenomen in de notities op de website: Wageningen Economic Research

Standaardopbrengst (SO) De bedrijfsomvang van een bedrijf wordt gemeten in Standaardopbrengst (SO). Voor elke gewas- en diersoort uit de Landbouwtelling is een SO-norm berekend, die de opbrengsten per eenheid weergeeft die onder normale omstandigheden op jaarbasis behaald worden. De bedrijfsomvang wordt berekend als een sommatie van alle eenheden van de producten maal hun SO-norm. De opbrengsten van toeslagen, subsidies en verbredingsactiviteiten zijn niet meegenomen in de normen en dus ook niet in de totale SO van het bedrijf.

Standaard verdiencapaciteit (SVC) De bedrijfsomvang in SO is over bedrijfstypen heen niet sterk gerelateerd met de arbeidsinzet of het resultaat van een bedrijf. Een akkerbouwer houdt van 100.000 euro opbrengsten bijvoorbeeld meer over dan een vleesvarkenshouder. Met het kengetal SVC wordt daarvoor gecorrigeerd. De SVC geeft een beeld van de vergoeding voor de inzet van arbeid en kapitaal (toegevoegde waarde) die op basis van standaarden gemiddeld in een jaar wordt behaald met de betreffende agrarische productie. De werkelijk gerealiseerde toegevoegde waarde van een bedrijf zal nooit gelijk zijn aan de berekende SVC, vanwege verschillen in prijsvorming, technisch resultaat, productbewerking, subsidies en/of multifunctionele activiteiten. Grootteklasse SVC Voor het handiger gebruik van de SVC zijn standaard-grootteklassen vastgesteld. De gehanteerde grenzen van die klassen zijn gebaseerd op de gemiddelde verhouding van de SVC per arbeidskracht en dus min of meer bij een gemiddeld-efficiënte arbeidsinzet. De werkelijke arbeidsinzet van een bedrijf hangt mede af van de mate van mechanisering. Omdat de werkelijke toegevoegde van een bedrijf af kan wijken van de norm is het mogelijk dat de omschrijving bij de grootteklasse niet van toepassing is op het individuele bedrijf. De uitkomsten moeten dan ook vooral als een (globale) richtlijn worden gezien.

Er zijn 5 klassen gedefinieerd op basis van het bedrag aan SVC: 1. < 25.000 euro: zeer kleine bedrijven Deze bedrijven vragen voor de agrarische activiteit volgens de in gebruik zijnde standaarden een arbeidsinzet van maximaal 0,75 arbeidsjaareenheden (aje), tenzij de arbeid duidelijk minder efficiënt of tegen een lagere vergoeding dan gemiddeld wordt ingezet. 2. 25.000 – 60.000 euro: kleine bedrijven Deze bedrijven vragen voor de agrarische activiteit volgens de in gebruik zijnde standaarden een arbeidsinzet van 0,75 tot maximaal 1,5 aje, afhankelijk van de mate van automatisering en de efficiëntie waarmee de arbeid kan worden ingezet. 3. 60.000 – 100.000 euro: middelgrote bedrijven Deze bedrijven zijn van dusdanige omvang dat voor ongeveer 1,5 tot 2,5 aje een gemiddelde toegevoegde waarde kan worden gerealiseerd. 4. 100.000 – 250.000 euro: grote bedrijven Deze bedrijven zijn van dusdanige omvang dat voor ongeveer 2,5 tot 5 aje een gemiddelde toegevoegde waarde kan worden gerealiseerd. 5. >= 250.000 euro: zeer grote bedrijven Deze bedrijven kunnen aan meer dan 5 aje arbeid bieden tegen een gemiddelde vergoeding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=a51e2651-b559-413b-9003-9675757a105a