CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-018 03 Toelichting Bestemmingsplan Horsten 15 Baarlo.pdf

Commissie 7 maart 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Horsten 15 Baarlo”, wijzigen bestemming van glastuinbouwbedrijf naar een bedrijf niet agrarisch verwant (2023-018)11.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Conclusie Het onderdeel geur vormt geen beperkende factor voor onderhavig planvoornemen.

5.2 Kabels, leidingen en straalpaden Volgens het vigerende bestemmingsplan of de kaarten van Gasunie, TenneT en Waterschapsbedrijf Limburg komen binnen, of in de directe omgeving van, het plangebied geen kabels of leidingen voor, met een dusdanige beschermingszone dat zij de ontwikkeling belemmeren. Andersom betekent het dat de ontwikkeling geen belemmering veroorzaakt voor aanwezige kabels of leidingen.

Ontwerp

24

5.3 Ecologie De Europese natuurwetgeving is in Nederland, op het gebied van soort- en gebiedsbescherming, uitgewerkt in de Wet natuurbescherming. Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten en natuurgebieden (Natura2000-gebieden) te beschermen en in stand te houden. Flora en fauna Het plangebied is door het IVN onderzocht op het voorkomen van beschermde flora en fauna, zie bijlage 4. Uit het locatiebezoek is gebleken dat er ter plaatse geen soorten voorkomen die beschermd dienen te worden. Natura2000-gebieden Het dichtstbijzijnde wettelijk beschermde Nederlandse natuurgebied, het Natura 2000-gebied Swalmdal, ligt op circa 8,5 kilometer van het plangebied. De Wet natuurbescherming voorziet in een verplichte ecologische Natura2000-toets voor alle ruimtelijke plannen. De wet verplicht om de gevolgen van een ontwikkeling voor het van toepassing zijnde Natura2000-gebied te boordelen. De afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is te groot om te leiden tot directe negatieve gevolgen in het Natura2000-gebied (bijvoorbeeld door oppervlakteverlies, verstoring door licht, etc). Door de uitspraak van de Raad van State inzake de PAS zijn alle ontwikkelingen die leiden tot een depositie van meer dan 0.00 mol per hectare per jaar vergunningplichtig.

Onderhavige ontwikkeling kan gesplitst worden in de aanlegfase en de gebruiksfase. De aanlegfase betreft de fase dat de kas gesloopt wordt en het nieuwe bedrijfsgebouw wordt geplaatst en er bouwactiviteiten plaatsvinden. De gebruiksfase houdt in dat het bedrijfsgebouw in gebruik is. Gezien de grote afstand tot Natura2000-gebieden valt niet te verwachten dat tijdens de aanlegfase negatieve gevolgen optreden ter plaatse van Natura2000-gebieden. Ter vergelijking, in de ‘Handreiking woningbouw en AERIUS’ van de Rijksoverheid wordt verondersteld dat een woningbouwproject van 50 woningen op een afstand van 8 kilometer van een Natura2000-gebied niet tot een depositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar zal leiden. Onderhavig initiatief is vele malen kleiner dan een woningbouwproject van 50 woningen. Ten aanzien van de gebruiksfase is een berekening gemaakt, zie bijlage 5, om te beoordelen of er sprake is van depositie op Natura2000-gebieden. Uit deze berekening blijkt dat de depositie in de gebruiksfase niet meer bedraagt dan 0,00 mol per hectare per jaar. Daarmee is er geen sprake van een vergunningplicht. Daarbij dient vermeld te worden dat hierbij uitgegaan is van een ‘0’ referentie. Ondanks dat er op de referentiedata al sprake was van een met gas verwarmde kas en de woning ook al aanwezig was. Om uit te gaan van een worst-case scenario is toch uitgegaan van een ‘0’ referentie.

Effecten ter plaatse van Natura2000 gebieden zijn daarmee uit te sluiten.

5.4 Waterhuishouding In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze het waterhuishoudkundig systeem in het plangebied opgebouwd is en hoe rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan het benodigde

Ontwerp

25

inzicht geven in het functioneren van dit systeem. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Peel en Maas als ook het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. 5.4.1 Beleidskader Relevante beleidstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2016-2021 van het waterschap, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014), het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: ▪ vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); ▪ voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Tevens wordt thans gewerkt met de trits, hergebruik-bergen-infiltreren-afvoeren. Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de driestapsstrategieën. Het waterbeleid in het POL2014 sluit aan op de Europese Kaderrichtlijn Water en het Nationaal Waterplan. Het provinciaal waterbeleid omvat de volgende strategische doelen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

herstel sponswerking: het voorkomen van wateroverlast en watertekort in het regionale watersysteem, anticiperend op veranderde klimatologische omstandigheden; herstel van de natte natuur: het bereiken van ecologisch gezonde watersystemen en grondwaterafhankelijk natuur; schoon water: het bereiken van een goede chemische kwaliteit voor water en sediment; duurzame watervoorziening: het beschermen van water voor menselijke consumptie, zodanig dat voldoende water van de vereiste kwaliteit via eenvoudige zuiveringstechnieken beschikbaar is; een veilige Maas: het streven naar een acceptabel risico voor overstromingen in het rivierbed van de Maas.

De waterkundige waarden zijn in het POL2014 weergegeven op de kaarten ‘Regionaal Water’ en ‘Ondergrond’. Conform de kaart ‘Regionaal Water’ gelden er voor het plangebied geen waterkundige waarden. Conform de kaart ‘Ondergrond’ ligt het plangebied in een “waterlichaam” zonder verdere bijzonderheden. 5.4.2 Kenmerken van het watersysteem (huidige situatie) Bodemgesteldheid en grondwater De bodem in het plangebied ligt nagenoeg vlak. De maaiveldhoogte varieert tussen 19,8 en 20,3 meter +NAP. De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit poldervaaggronden welke voornamelijk zijn opgebouwd uit klei op zand. Conform de algemene gegevens van het Waterschap Limburg blijkt het plangebied een matige bodemdoorlatendheid te hebben van 0,15 tot 0,45 m/dag. Ter plaatse van de infiltratievoorziening geldt grondwatertrap V dit komt overeen met een redelijk hoog grondwaterregime, waarbij de hoogste grondwaterstand zich bevindt op minder dan 40 cm onder maaiveld en de laagste grondwaterstand zich bevindt op meer dan 120 cm onder maaiveld.

Ontwerp

26

Oppervlaktewater In het plangebied is oppervlaktewater aanwezig. Het betreft het hemelwaterbassin in het zuidelijke gedeelte van het plangebied. Verder bevindt zich in de nabijheid van het plangebied, op een afstand van circa 90 meter een secundaire watergang genaamd de Hummeren. Afvalwater / riolering Het vuilwater is aangesloten op het gemeentelijk rioleringssysteem. Grondwaterbescherming Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Limburg 2014. 5.4.3 Water in relatie tot de ontwikkeling (nieuwe situatie) Dit plan heeft tot doel om het glastuinbouwbedrijf om te vormen naar een niet agrarisch verwant bedrijf. Het bouwvlak zal fors verkleind worden en de oppervlakte verhard oppervlak zal aanzienlijk afnemen. Zo wordt de kas (± 5.400 m2) gesloopt, het containerveld (± 3.700 m2) verwijderd en het hemelwaterbassin (± 600 m2) omgevormd naar een natuurvijver. De woning (± 110 m 2) en de bestaande loods (± 250 m2) blijven behouden en er zal een nieuwe loods gebouwd worden met een oppervlakte van circa 250 m2. Per saldo zal er sprake zijn van een afname verhard oppervlak van circa 9.450 m2. Bij volledige invulling van het bouwplan zoals initiatiefnemer het beoogd omvat het plan nieuwe daken en verhardingen ter grootte van ongeveer 250 m2: 1.

Nieuw bedrijfsgebouw: 10 x 25 = 250 m2 Het water dat hierop kan vallen, zal net als het water dat op de woning en de bestaande loods valt geïnfiltreerd worden op eigen perceel. De nieuwe erfverharding wordt aangelegd onder afschot, waardoor het regenwater dat valt op de erfverharding automatisch uitloopt op omliggend gras/gazon en daar infiltreert. Normen: - Bui T=10 (50 mm): benodigde capaciteit 660 x 50 / 1000 = 33 m3 - Bui T=100 (100 mm): benodigde capaciteit 660 x 100 / 1000= 66 m3 Dit betekend dat er een minimum benodigde opvangcapaciteit van 66 m3 aanwezig dient te zijn. Het hemelwaterbassin zal omgevormd worden naar een natuurvijver c.q. hemelwateropvang. De oppervlakte van deze voorziening is gelijk aan de huidige oppervlakte van het hemelwaterbassin en bedraagt dus 600 m2. De diepte zal circa 1 meter bedragen. Daarmee is de inhoud van de natuurvijver circa 600 m3. Dat is meer dan voldoende om de vereiste 66 m3 op te vangen. Met het toepassen van deze voorziening wordt voldaan aan de voorwaarden van het Waterschap Limburg. Verder zal bij de bouw van de nieuwe loods geen gebruik gemaakt worden van uitlogende materialen zoals zink en koper.

Ontwerp

27

5.5 Archeologie en cultuurhistorie 5.5.1 Cultuurhistorie De provincie Limburg hecht veel waarde aan de cultuurhistorie van de provincie. De provincie wil dan ook dat er verstandig omgegaan wordt met cultuurhistorische bouwwerken en landschappen. In het POL2014 is derhalve aangegeven dat gestreefd wordt naar het behouden, ontwikkelen en beheren van beschermde historische bouwwerken, hoofdlijnen van jonge en oude cultuurlandschappen en historische landschapselementen. Het beleid ten aanzien van cultuurhistorie zoals dit in het POL2014 is weergegeven, is gestoeld op de Nota Belvédère. Het POL2014 schrijft dan ook voor een beschrijving in het bestemmingsplan mee te nemen, betreffende de omgang met de cultuurhistorische elementen in relatie tot de hiervoor geldende wettelijke bepalingen. Conform de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart bevinden er zich in de directe omgeving rondom het plangebied geen cultuurhistorische elementen. 5.5.2 Archeologie De gemeente Peel en Maas heeft in 2011 een archeologisch beleidsplan vastgesteld. In dit beleidsplan is onder andere vastgelegd hoe met gebieden met een bepaalde waardering wordt omgegaan. Volgens de gemeentelijke beleidskaart archeologie ligt het plangebied in een zone van ‘Waarde -Archeologie 4’ (hoge archeologische verwachting).

De door de gemeente vastgestelde ondergrenzen voor deze zone bedraagt 250 m² en 40 cm (Waarde-Archeologie 4).

Afbeelding 9. Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Peel en Maas.

Onderhavige ontwikkeling behelst het slopen van een bestaande kas, het verwijderen van de containervelden en het omvormen van het hemelwaterbassin naar een natuurvijver. Daarbij wordt in de beoogde situatie een nieuw bedrijfsgebouw gerealiseerd met een oppervlakte van circa 250 m2. Ter

Ontwerp

28

plaatse van dit nieuwe bedrijfsgebouw staat nu een kas en is reeds een bouwvlak gelegen. Het bouwvlak wordt in zijn algeheel fors verkleind. Doordat sprake is van een bestaand bouwvlak, dat thans ter plaatse van de nieuwe loods ook reeds bebouwd is, is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet zinvol. Onderhavig plan leidt niet tot aantasting van archeologische waarden.

5.6 Verkeer en parkeren Het projectgebied ligt aan de Horsten, een ontsluitingsweg in het buitengebied. De Napoleonsbaan Zuid (N273) ligt op korte afstand van het plangebied. Daarmee is de locatie goed ontsloten. Onderhavige bestemmingswijziging zal niet leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is voor onderhavig bedrijf uitgegaan van de norm behorende bij ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoekers extensief’ daar het een kleinschalig bedrijf van circa 500 m 2 bvo betreft waar bezoek alleen op afspraak welkom is. Op basis van de nota parkeernormen van de gemeente Peel en Maas dienen er dan in totaal minimaal 7,5 parkeerplaatsen aanwezig te zijn (1,1 / 100 m2 bvo en 2 voor de woning). Hieraan zal initiatiefnemer zich conformeren. Parkeren vindt, net zoals in de huidige situatie, plaats binnen de begrenzing van het projectgebied. Het erf beschikt hiervoor over een meer dan voldoende omvang.

5.7 Milieueffectrapportage Op 1 juli 2010 is de Wet Modernisering m.e.r. in werking getreden. Deze wet wijzigt de Wet milieubeheer daar waar het gaat om de procedures en de wettelijke bepalingen aangaande het (al dan niet verplicht) opstellen van een milieueffectrapport (MER) en heeft tot doel de regelgeving te vereenvoudigen. Samenhangend hiermee is op 1 april 2011 het besluit tot wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. In de Wet milieubeheer is opgenomen in welke gevallen het maken van een MER verplicht is. Het wijzigen van een agrarische bedrijfsbestemming naar een bedrijfsbestemming valt daar niet onder. Verder is er geen sprake van het houden van dieren, ook hiervoor is het opstellen van een MER, MERbeoordeling of vormvrije MER niet aan de orde.

Ontwerp

29

6. JURIDISCHE ASPECTEN In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied in dit bestemmingsplan juridisch is vertaald. De locatie Horsten 15 maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ vastgesteld op 24 december 2014. De locatie heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’, het bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 10.350 m 2. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – 4’ en ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’. Tevens gelden de gebiedsaanduidingen ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied en ‘wro-zone wijzigingsgebied 2 ko’. Ter plaatse van de containervelden geldt tevens de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – containerveld’. Ten opzichte van dit plan wordt de bestemming gewijzigd in ‘Bedrijf – Niet agrarisch verwant’ voor het nieuwe, fors verkleinde bouwvlak en ‘Agrarisch’ voor de resterende gronden. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – containerveld’ wordt verwijderd. Door het verkleinen van het bouwvlak komt ook het koppelteken te vervallen tussen de twee thans aanwezige bouwvlakken (bouwvlak ter plaatse van hemelwaterbassin komt te vervallen). Aan het bouwvlak is de maatvoering ten aanzien van de maximum oppervlakte en inhoud van de bedrijfsbebouwing toegevoegd.

Daarnaast is ter plaatse van de bestaande loods de functieaanduiding ‘vrijkomende agrarische bebouwing’ toegekend. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van het bouwvlak. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het planvoornemen.

6.1 Toelichting op de verbeelding Op de verbeelding is het bestemmingsvlak weergegeven met het verkleinde bouwvlak en de gewijzigde bestemming. De aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – containerveld’ ter plaatse van de uitbreiding van de containervelden is verwijderd. Verder vinden er geen wijzigingen plaats. Aan het bouwvlak is de maatvoering ten aanzien van de maximum inhoud van de bedrijfsbebouwing toegevoegd.

6.2 Toelichting op de planregels De planregels zijn overgenomen van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’. Hierin zijn enkele regels gewijzigd ten aanzien van de toegestane bedrijfsactiviteiten. Tevens zijn de regels op enkele punten geactualiseerd en opnieuw genummerd.

Ontwerp

30

7. UITVOERBAARHEID, INSPRAAK EN PROCEDURE 7.1 Economische uitvoerbaarheid De bestemmingswijziging geschiedt geheel voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De gronden zijn eigendom van de initiatiefnemer. Deze gronden zijn niet belast met beperkt zakelijke rechten van derden. Aangezien er geen sprake is van een bouwplan in het kader van de GREX zal er geen anterieure overeenkomst tussen de gemeente Peel en Maas en de initiatiefnemer opgesteld worden. Planschade is geregeld in een tussen de gemeente Peel en Maas en de initiatiefnemer afgesloten overeenkomst. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Peel en Maas komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingswijziging moeten Burgemeester en Wethouders overleg plegen met het waterschap, andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met betrokken rijks- en provinciale diensten. Van dit vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is. 7.2.1 Inspraakprocedure Het voorontwerpplan wordt niet ter inzage gelegd ten behoeve van de wettelijke inspraakprocedure. 7.2.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro De Provincie Limburg heeft het volgende aangegeven: “De locatie is gelegen in de aanduiding ‘Groenblauwe mantel’ binnen onze vastgestelde Verordening 2021 en ‘Bronsgroene landschapszone’ in de vigerende Verordening 2014. Het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. De kwaliteitsslag die met het plan behaald wordt en de daarmee gepaard gaande ontstening, vind ik versterkend werken richting de aangeduide landschapskwaliteit van het gebied. Derhalve geeft de beoordeling van het plan geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Indien u dit plan op deze wijze voortzet, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen.

Ter optimalisering van de toelichting vraag ik u om in paragraaf 3.2 onder het kopje Omgevingsverordening 2021, het plan ook te relateren aan de regels over de omgang met de ‘Groenblauwe mantel’.” Naar aanleiding daarvan is paragraaf 3.2 op het benoemde onderdeel aangepast. 7.2.3 In gesprek met Peel en Maas Initiatiefnemer heeft de direct belanghebbenden van de locatie op de hoogte gesteld van de voorgenomen bestemmingswijziging. Een verantwoording van de omgevingsdialoog is aangeleverd bij de gemeente Peel en Maas. 7.2.4 Zienswijzenprocedure Het ontwerpplan heeft van voor een periode van 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.

Ontwerp

31

7.3 Procedure In het kader van de procedure ex artikel 3.1 Wro dient de procedure genoemd in afdeling 3.4 Algemene Wet Bestuursrecht gevolgd te worden. De procedure ziet er als volgt uit: • • • • •

• •

Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend; Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, 6 weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Ontwerp

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=de577699-7a59-43ad-88de-29c83c10a09a