2023-016 03 Toelichting.pdf
Tekst van het document
Het plangebied en omgeving zijn gelegen binnen grondwatertrap VI en VII. Grondwatertrap VI kenmerkt zich door een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van 40 - 80 centimeter beneden maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) van meer dan 120 centimeter beneden maaiveld. Grondwatertrap VII kenmerkt zich door een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van 80 - 140 centimeter beneden maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) van meer dan 120 centimeter beneden maaiveld.
26
Volgens het recent uitgevoerde historische bodemonderzoek bevindt het grondwater zich naar verwachting op een diepte van 3.0 meter beneden maaiveld. Metingen ter plaatse van de bestaande beregeningsputten bevestigen dit. Bovenstaande geeft aan dat het grondwater voldoende diep zit om ter plaatse te kunnen infiltreren. De bovengrond is goed doorlatend met een doorlatendheid van 0.45 tot 0.75 m per dag (bron: kaarten website Waterschap Limburg). Oppervlaktewater In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen primaire of secundaire watergangen van het Waterschap Limburg. Aan de noordzijde van de Baarloseweg bevindt zich het dal en de loop van de Kwistbeek. Afvalwater Het afvalwater van het bedrijf is volledig aangesloten op het rioleringssysteem. Hemelwater Voor nieuwe verharde oppervlakten wordt gestreefd naar 100% afkoppeling. In de bestaande en beoogde situatie zijn de oppervlakten aan bebouwing aanwezig op de locatie zoals weergegeven in onderstaande tabel. Deze oppervlakten zijn kleiner omdat hier wordt uitgegaan van de daadwerkelijke oppervlakte. Het bouw- en bestemmingsvlak zijn groter omdat niet alle m2 volledig bebouwd zijn of worden.
Kassen, bedrijfsgebouwen en -woning Containerveld Totaal
Bestaand oppervlak 8.280 m2
Uitbreiding
Oppervlak in nieuwe situatie
3.640 m2
11.920 m2
28.250 m2
7.200 m2
35.450 m3
36.530 m2
10.840 m2
47.370 m2
Verhardingen zijn op het terrein aanwezig. Deze zijn onder afschot aangelegd waardoor het hemelwater ter plaatse in de bodem infiltreert. Conform de normen van het Waterschap Limburg dient een bui van 100 mm op eigen terrein opgevangen te kunnen worden. Voor de containervelden geldt dat deze voorzien zijn van een lavalaag van 10 cm. Deze laag kan 50 mm water vasthouden. Daarmee kan de helft van de opvangbehoefte al opgevangen worden onder het containerveld zelf en de daarbij behorende leidingen. Daarnaast geldt op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer de verplichting van het realiseren van een first-flush voorziening waarbij de eerste 50 m3 neerslag per hectare containerveld na een bui opgevangen kunnen worden. Deze dient derhalve 177 m3 te bedragen. Daarmee is de opvang van de eerste 55 mm al gerealiseerd. De resterende 45 mm (= 1595 m3) zal opgevangen worden in het bestaande waterbassin. Het hemelwater van de kassen, loods en woning wordt eveneens opgevangen (norm = 1192 m3). In de bestaande kas staat een watersilo met een inhoud van 600 m3. Deze blijft behouden. Het overige water (592 m3) wordt naar het bassin geleid. Het bassin dient derhalve een inhoud te hebben van 2.187 m3. Het bassin heeft een lengte van 64 meter, een breedte van 15 meter en een diepte van 4 meter (deels boven maaiveld). De inhoud komt daarmee op 3.840 m3.
Dit water wordt grotendeels hergebruikt als gietwater in de bedrijfsvoering. Het Waterschap Limburg heeft in het verleden toestemming verleend
27
om bij extreme regenval water vertraagd af te laten stromen naar de Kwistbeek. Bij extreme regenval zou dit het geval kunnen zijn. Bij de bouw van de nieuwe bebouwing worden geen uitlogende materialen zoals zink, koper of lood toegepast. Een negatieve beïnvloeding van het grondwaterpeil of de waterhuishouding is, gezien het bovenstaande, niet te verwachten.
5.6 Archeologie en cultuurhistorie Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dienen de gemeenten te beschikken over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. De gemeente Peel en Maas heeft voor haar grondgebied een archeologische beleidsadvieskaart ontwikkeld.
Afbeelding 9: Uitsnede gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart
Conform deze advieskaart is het plangebied gelegen in een gebied met een lage archeologische waarde. In het vigerende bestemmingsplan zijn er daarom geen dubbelstemmingen opgenomen voor wat betreft archeologie. Op basis van het archeologiebeleid van de gemeente Peel en Maas zijn de dubbelbestemmingen “Waarde – Archeologie 3” en “Waarde – Archeologie 4” toegekend. Deze dubbelbestemmingen kennen een verstoringsoppervlak van 100 m2 en 250 m2. Ter plaatse van de vergroting van het bestemmingsvlak is er door Econsultancy een archeologisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 5). Uit dit onderzoek blijkt dat er plaatse van de nieuwe kas de bodem grotendeels vergraven is. Ter plaatse van de nieuwe containervelden is de bodem weliswaar verstoord,
28
maar niet uitgesloten is dat er geen waarden meer te verwachten zijn. Daarom wordt geadviseerd om in dit bestemmingsplan maatwerkregels op te nemen. De gemeente Peel en Maas dient hier echter over te beslissen. Op de verbeelding zijn vooralsnog de dubbelbestemmingen uit het omgevingsplan Kwistbeek overgenomen totdat de gemeente een besluit heeft genomen over het al dan niet toepassen van maatwerkregels.
5.7 Verkeer en parkeren Het plangebied ontsluit via de Baarloseweg. Deze weg verbindt de kern Helden met de kern Baarlo. Het plangebied kent hierdoor een goede ontsluiting. Hierop vinden geen wijzigingen plaats. De gemeente Peel en Maas heeft een eigen nota Parkeernormen vastgesteld in 2018. Hierin zijn geen specifieke normen opgenomen voor kwekerijen als onderhavige. Daarom is aangesloten bij de norm behorende bij de categorie “bedrijf arbeidsextensief/bezoekers extensief”. Hiervoor geldt een norm van 1,1 parkeerplaats per 100 m2 bvo. In de beoogde situatie is er 11.920 m2 aan bedrijfsgebouw aanwezig (kas + loods + woning). Dat zou inhouden dat er 131 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. Dat verhoudt zich op geen enkele wijze met de feitelijke behoefte. Op de bestaande parkeerplaats kunnen 12 auto’s geparkeerd worden. Bij de woning zijn nog eens 3 parkeerplaatsen aanwezig. Dat is zowel voor de bestaande als beoogde bedrijfsvoering voldoende. In het hoogseizoen zijn er binnen het bedrijf 7 personen werkzaam. Daarvan zijn een aantal personen die met de fiets komen. Er is daarmee voldoende parkeergelegenheid voor de medewerkers die met de auto komen. Gelijktijdig zijn er dan nog 5 parkeerplaatsen beschikbaar voor bezoekers/klanten/afnemers. Laden en lossen vindt volledig op eigen terrein plaats.
29
6. JURIDISCHE ASPECTEN Het bestemmingsplan “Baarloseweg 45b Helden” is vervat in een verbeelding, planregels en toelichting. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de opzet en het gebruik van de verbeelding en planregels. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP2012 alsmede de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) en het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). De regels voldoen tevens aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Qua systematiek is aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” en het “Omgevingsplan Kwistbeek”.
6.1 Toelichting op de verbeelding De verbeelding geeft met kleuren en tekens aan welke bestemmingen voor de gronden gelden. De bestemming is aangegeven met een gekleurd vlak met de letters van de bestemming. Voor de gronden kunnen meerdere tekens gelden, dit betreffen aanduidingen of dubbelbestemmingen. De aanduidingen betreffen in dit geval gebruiks-, gebieds- of maatvoeringsaanduidingen. Als een aanduiding of dubbelbestemming is opgenomen zijn daarvoor in de regels specifieke bepalingen van toepassing. Uit de verbeelding kan afgeleid worden op welke gebied het bestemmingsplan betrekking heeft. De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000. Op de analoge verbeelding wordt door middel van bouwvlakken en matrices specifieke informatie weergegeven, zoals het maximale bebouwde oppervlak.
6.2 Toelichting op de planregels Alle gronden binnen het plangebied zijn voorzien van een bestemming. Een bestemming geeft de functie(s) aan die voor een gebied zijn toebedacht. Bij deze bestemmingen horen gebruiksregels. Het kan gaan om regels voor bouwen, werken en werkzaamheden, slopen en het gebruik van grond en opstallen voor bepaalde activiteiten. De bestemming en de regels bepalen gezamenlijk welke activiteiten en handelingen zijn toegestaan. Het gevolg van het leggen van een bestemming is, dat de betreffende gronden alleen overeenkomstig deze bestemming mogen worden gebruikt. De bevoegdheid om bestemmingen toe te kennen is voorbehouden aan de gemeenteraad. Dit is geregeld in artikel 3.1 Wro. Een gemeenteraad mag niet zomaar een bestemming toekennen, maar moet daarvoor vanuit het algemeen belang van een “goede ruimtelijke ordening” redenen hebben. Het leggen van een bestemming betekent overigens niet dat er een verplichting bestaat voor een grondgebruik om die bestemming te realiseren. De bestemming en regels gelden voor 10 jaren te rekenen vanaf het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is een juridisch plan: de daarin opgenomen bepalingen zijn bindend voor burgers, bedrijven en de overheid.
Bij het opstellen van de regels is uitgegaan van de SVBP2012 en het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” en het “Omgevingsplan Kwistbeek”. De regels zijn verdeeld in vier hoofdstukken, te weten:
30
▪ ▪ ▪ ▪
Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven; Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels en algemene afwijkings-, wijzigings- en procedureregels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregels zijn opgenomen.
Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 1. bestemmingsomschrijving 2. bouwregels 3. nadere eisen 4. afwijken van de bouwregels 5. specifieke gebruiksregels 6. afwijken van de gebruiksregels 7. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8. wijzigingsbevoegdheid Een bestemming hoeft niet alle elementen te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie gegeven. Indien nodig worden vervolgens de andere aan de grond toegekende functies genoemd. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen aanmerkelijk vereenvoudigd en inzichtelijker is. Voor de categorieën waarbij bebouwing voorkomt zijn regels opgenomen over de oppervlakte, hoogte etc. Bij het agrarische bouwvlak mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, mits binnen het bestemmingsvlak voldoende ruimte blijft voor realisering van allerlei overige voorzieningen.
Indien een bouwaanvraag wordt ingediend zijn in eerste instantie de bestemming met bijbehorende regels van belang. Als het nieuwe bouwwerk past binnen het toegekende bouwvlak en het beoogde gebruik past binnen de toegekende bestemming dan kan een omgevingsvergunning worden verleend. In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Agrarisch - Glastuinbouw Binnen deze bestemming zijn bestaande glastuinbouwbedrijven toegestaan. Het bestemmings- en bouwvlak wordt vergroot. Hierdoor wordt de beoogde ontwikkeling van het bedrijf mogelijk gemaakt. De bouw van de nieuwe kas dient plaats te vinden binnen het bouwvlak, de aanleg van containervelden dient plaats te vinden binnen het bestemmingsvlak. In de algemene aanduidingsregels zijn de volgende algemene aanduidingen opgenomen in dit bestemmingsplan: ▪ bolle akker; deze komen voort uit de structuurvisie. Een aantal open, bolle akkers heeft een hoge te beschermen cultuurhistorische en landschappelijke waarde. In het verleden zijn veel open, bolle akkers verdwenen vanwege stads- en dorpsuitbreiding. In het deelgebied oude, verdichte bouwlanden staan deze akkers onder druk vanwege de dynamiek in dit deelgebied. De meest waardevolle open, bolle akkers zijn geselecteerd op basis van de cultuurhistorische waar-
31
▪
▪
▪
de kaart, het landschapskader, de bodemkaart en de luchtfoto. Het beleid van de gemeenten is voor deze zone gericht op het behoud van de nog resterende open, bolle akkers. Bepaalde ontwikkelingen zijn dan ook niet mogelijk in bolle akkers. Dit is verankerd in de bestemmingsplanregels. ontwikkelingszone bebouwingslinten; deze zone komt voort uit de structuurvisie. De linten zijn op basis van lokale kennis bepaald. Bepaalde ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt aan de hand van afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden zijn dan ook uitsluitend toegestaan in ontwikkelingszone bebouwingslinten. Dit is verankerd in de bestemmingsplanregels. reconstructiewetzone – verwevingsgebied; deze gebiedstypologie komt voort uit de Reconstructiewet en het Reconstructieplan. Een verwevingsgebied is een gebied dat is gericht op verweving van landbouw, wonen en natuur. In deze gebieden is uitbreiding van intensieve veehouderijen mogelijk, mits de ruimtelijke kwaliteit of functies van het gebied zich daar niet tegen verzet. Bepaalde ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt aan de hand van afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden zijn dan ook niet, of onder strengere voorwaarden toegestaan in verwevingsgebieden. wetgevingzone – wijzigingsgebied 1 ob; dit betreft de gebiedstypologie uit de structuurvisie: oude verdichte bouwlanden.
In dit gebied is voor wat betreft toekomstige ontwikkeling sprake van een ruime toelating van verschillende economische functies, verdere menging van de functies wonen, werken en (verbrede) landbouw met name in de linten. Bepaalde ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt aan de hand van afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden zijn niet, of onder strengere voorwaarden toegestaan in oude verdichte bouwlanden. Dit is verankerd in de bestemmingsregels.
32
7. HANDHAVING Het handhavingstoezicht ten aanzien van bestemmingsplannen wordt uitgevoerd door medewerkers van de gemeente Peel & Maas. Met betrekking tot dit handhavingstoezicht wordt gestreefd naar samenwerking tussen de gemeentelijke afdelingen en diensten die een controlerende functie hebben zoals de inspecteurs omgevingsvergunningen en naar samenwerking met niet-gemeentelijke instanties, o.a. de politie. Deze samenwerking komt tot uiting in het periodieke handhavingsoverleg waaraan verschillende gemeentelijke afdelingen en de politie deelnemen. De samenwerking moet uiteindelijk leiden tot een integraal handhavingsbeleid.
33
8. UITVOERBAARHEID 8.1 Economische uitvoerbaarheid De kosten verbonden aan de realisering van dit project zijn geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Afspraken, tussen gemeente en initiatiefnemer over ambtelijke apparaatskosten, planschade, landschappelijke inpassing, zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Voor de gemeente Peel & Maas zal de ontwikkeling kostenneutraal verlopen.
8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Met de direct omwonenden is onderhavig plan gecommuniceerd. Het gaat hierbij om de eigenaren van Baarloseweg 43, 44, 45, 45a, 46, 48, 49, 50 en 50a. Deze adressen zijn ieder door initiatiefnemer persoonlijk benaderd en op de hoogte gesteld over onderhavig bestemmingsplan en de daarop volgende bouw- en aanlegactiviteiten. Als bevestiging hebben deze omwonenden een summiere samenvatting “voor gezien” ondertekend (bijlage 6).
Het ontwerpplan heeft van 9 november 2022 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.
34
9. OVERLEG EN INSPRAAK De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
9.1 Uitkomsten vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit geeft aan dat het college van Burgemeester van Wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg dienen te plegen met betrokken instanties.
9.2 Uitkomsten inspraak In het kader van dit bestemmingsplan is geen mogelijkheid tot inspraak geboden.
35
10. PROCEDURE De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: ▪ Vooroverleg met betrokken instanties; ▪ Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; ▪ Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; ▪ Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; ▪ Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; ▪ Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; ▪ Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden ▪ Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij
de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
36