CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-002 03 Vastgesteld Toelichting veegbestemmingsplan stoppers 2020.pdf

Raad 31 januari 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “Veegbestemmingsplan stoppers 2020” (2023-002)6.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan

'Veegbestemmingsplan Stoppers 2020’ Toelichting

Versie: 2.0 – Vastgesteld Imro: NL.IMRO.1894.BPL0288-VG01 Steller: Gemeente Peel en Maas Datum: 31 januari 2023

1

Inhoud 1.1 Aanleiding Veegbestemmingsplan Stoppers 2020 ........................................................................... 3 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................................ 3 1.3 Plangebied en begrenzingen ............................................................................................................. 3 1.4 Opzet bestemmingsplan .................................................................................................................... 6 2.1 Inleiding ............................................................................................................................................. 8 2.2 Rijksbeleid ......................................................................................................................................... 8 Nationale Omgevingsvisie ................................................................................................................... 8 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ...................................................................................... 9 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ..................................................................................

9 Ladder duurzame verstedelijking ..................................................................................................... 9 2.3 Provinciaal beleid ............................................................................................................................ 10 Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) ..................................................................................... 10 Omgevingsverordening Limburg ........................................................................................................ 11 2.4 Regionaal beleid .............................................................................................................................. 12 Regionale POL-uitwerking Land- en tuinbouw .................................................................................. 12 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 .............................................................................. 13 2.5 Gemeentelijk beleid ......................................................................................................................... 13 Structuurvisie Buitengebied ............................................................................................................... 13 Waardenoriëntatie en kaderstelling Ruimte en Economie .................................................................

14 Proces herijking en motivering beleid intensieve veehouderij ........................................................... 14 Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas...................................................................................... 15 Archeologiebeleid Peel en Maas ....................................................................................................... 15 3.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................... 16 3.2 Milieuaspecten ................................................................................................................................. 17 4.1 Planstukken ..................................................................................................................................... 18 4.2 Toelichting verbeelding.................................................................................................................... 18 4.3 Toelichting regels ............................................................................................................................ 18 5.1 Inleiding ...........................................................................................................................................

20 5.2 Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................................... 20 5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................... 20 6.1 Inleiding ........................................................................................................................................... 21 6.2 Vooroverleg ..................................................................................................................................... 21 6.3 Inzage .............................................................................................................................................. 21 Bijlagen: Onderbouwingen per locatie

2

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Veegbestemmingsplan Stoppers 2020 Het Besluit Huisvesting van 13 december 2007 heeft veehouderijen verplicht best beschikbare technieken (BBT) toe te passen om aan de maximale emissiewaarden te kunnen voldoen voor ammoniak en fijnstof. Omdat veel veehouderijen niet in staat waren om voor 1 januari 2010 te voldoen aan de BBT, heeft het Rijk in overleg met de sector en brancheorganisaties het Actieplan emissiearme huisvesting opgesteld. Dit Actieplan kan gezien worden als een landelijk gedoogbeleid dat voor elke veehouder geldt mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Het Actieplan omvat het volgende:   

Elke veehouderij heeft voor 1 april 2010 een bedrijfsontwikkelingsplan ingediend, waarin zij een keuze moesten maken op basis van het Besluit emissiearme huisvesting; Blijvers moeten op 1 januari 201 voldoen aan BBT; Stoppers krijgen een overgangsperiode tot 1 januari 2020. Dit geeft stoppers de mogelijkheid om op een traditionele manier dieren te houden, met als voorwaarde dat niet meer ammoniakemissie plaatsvindt dan in de situatie dat de veehouderij aan BBT zou voldoen. De maatregelen om aan het emissieplafond te kunnen voldoen moesten op 1 april 2013 zijn gerealiseerd.

1.2 Doelstelling Door middel van het project Veegbestemmingsplan Stoppers 2020 worden een tweetal doelen nagestreefd. Het eerste doel is het omzetten van de bestemming ‘Agrarisch-intensieve veehouderij’ in een bestemming ‘Agrarisch-grondgebonden’ op niet toekomstbestendige locaties. Dit is een bestemming waarbinnen een initiatiefnemer ruime agrarische mogelijkheden voor de toekomst heeft. De tweede doelstelling is de doelgroep Stoppers 2020 de mogelijkheid te geven om mee te liften middels een passende bestemming indien hun toekomstige bedrijfsplannen afwijken van de bestemming ‘Agrarisch-grondgebonden’. Beide situaties zijn verankerd in het voorliggende bestemmingsplan. In deze toelichting en de bijbehorende bijlagen zal per locatie de situatie worden toegelicht. Als blijkt dat de opgenomen bestemming ‘Agrarisch- grondgebonden’ niet toekomstbestendig blijkt te zijn, omdat initiatiefnemer toch andere wensen heeft op de locatie, dan kan alsnog beoordeeld worden of het opnemen van een andere bestemming mogelijk is. In artikel 25 van de regels zijn diverse wijzigingsbevoegdheden opgenomen om de bestemming te kunnen wijzigen.

1.3 Plangebied en begrenzingen Het buitengebied van de gemeente Peel en Maas wordt globaal begrensd door de Maas, Venlo, de A67, natuurgebied de Groote Peel en het afwateringskanaal (van de Peel naar de Maas). Kenmerkend in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas zijn de intensieve veehouderijen, de glastuinbouwgebieden, de Heldense bossen, de Groote Peel en het rivierdal van de Maas. Het voorliggende bestemmingsplan ziet op diverse locaties die verspreid over de gemeente zijn gelegen. Specifiek gaat het om de volgende locaties: 3

Locatie 001

Bosakkerweg 10 Kessel

002

Bovensteweg 1 Kessel Broek 4 Kessel De Koningstraat 7 Koningslust Hazenakkerweg 10 Kessel Helenaveenseweg 38 Grashoek Helenaveenseweg 48 Grashoek Hertsteeg 14 Beringe Heufkesweg 24 Meijel Lorbaan 38 Grashoek Marisbaan 3 Beringe Molenstraat 124 Helden Nederweerterdijk 27 Meijel Neerseweg 117 Helden Platveld 9 Meijel Roggelseweg 121 Egchel Soeterbeek 23 Baarlo Venweg 1 Grashoek Vreedepeelweg 8 Beringe Westeringlaan 71 Maasbree Zandstraat 15 Koningslust Westeringse Kemp ong. Maasbree Dijk 7a Kessel Helenaveensweg 75 Grashoek

003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021 022 023 024

Huidige bestemming Agrarisch – Intensieve Veehouderij (A-IV)

Toekomstige bestemming Agrarisch – Grondgebonden (AGG) met kleinschalig kampeerterrein

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

Bijzonderheden Reparatie kleinschalig kampeerterrein Rapportage externe veiligheid

Bouwvlak verkleind

Bouwvlak verkleind

Rapportage Externe Veiligheid

4

025

Kaumeshoek 20 Beringe Lange Heide 38 Maasbree Rootsdijk 12 Panningen Vliegert 9 Grashoek Ondersteweg 7 Kessel Nederweerterdijk 18 Meijel Hummerenweg 26 Baarlo Krum 13 Meijel Rooth ong Maasbree

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

A-IV

A-GG

034

Hei 12 Baarlo

A-IV

Wonen met opslag

035

Hoevenstraat 2 Beringe

A-IV

Wonen met caravanstalling

036

Korte Heide 11C en 13 Maasbree

A-IV

11c – Wonen 13 A-GG

037

Lange Heide 19 Maasbree

A-IV

Wonen met caravanstalling

038

Lorbaan 52 Grashoek

A-IV

Wonen met ABC goederen en opslag

026 027 028 029 030 031 032 033

Tegenover Rooth 22, loskoppeling bouwvlakken Landschappelijk inpassingsplan Bodemonderzoek Landschappelijk inpassingsplan Bodemonderzoek Stikstofberekening Omgevingsdialoog Landschappelijk inpassingsplan Akoestisch onderzoek Bodemonderzoek Beoordeling stikstof Landschappelijk inpassingsplan Bodemonderzoek Stikstofberekening Beoordeling stikstof Landschappelijk inpassingsplan Bodemonderzoek Quickscan Flora en fauna Beoordeling stikstof

Ten aanzien van bovengenoemde locaties geldt dat het overgrote deel (nummer 001 t/m 034) wordt omgezet van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve Veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’. Een kleiner deel (nummer 034 t/m 038) heeft ervoor gekozen om zelf planbescheiden aan te leveren ten behoeve van een alternatieve vervolgfunctie. Ten behoeve van deze bestemmingsplanwijziging is per locatie en ruimtelijke motivering opgesteld waarin specifiek wordt ingegaan op de afzonderlijke locaties. Voor de nummers 034 t/m 038 zijn uitgebreide ruimtelijke onderbouwingen aangeleverd met bijbehorende onderzoeken. Voor zowel de locatie specifieke ruimtelijke motiveringen als de ruimtelijke onderbouwingen voor de nummers 034 t/m 038 en bijbehorende onderzoeken wordt verwezen naar de bijlagen. Onderstaand is een overzichtskaart weergegeven van het grondgebonden van de gemeente Peel en Maas met daarin opgenomen de voornoemde locaties. 5

1.4 Opzet bestemmingsplan Het bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding, die digitaal zijn vastgesteld (art. 1.2.3 Besluit ruimtelijke ordening, Bro). Het plan is beschikbaar gesteld via ruimtelijkeplannen.nl en de gemeentelijke website. De regels en verbeelding zijn voor iedereen (juridisch) bindend. Van het digitale document is ook een analoge (papieren) versie gemaakt. Mochten er onverhoopt verschillen zijn tussen de elektronische en analoge versie, dan is de digitale versie doorslaggevend (art. 1.2.3 lid 2 Bro). Op grond van art. 3.1.6, aanhef Bro gaat een bestemmingsplan vergezeld van een toelichting. Deze toelichting is geen onderdeel van het bestemmingsplan en dus niet juridisch bindend. Dat betekent, dat indien er onverhoopt verschillen zouden bestaan tussen de toelichting en het bestemmingsplan de regels en de verbeelding doorslaggevend zijn en de toelichting niet. De toelichting beschrijft wat de doelstellingen van het bestemmingsplan zijn en hoe de regels van het bestemmingsplan moeten worden geïnterpreteerd. Conform artikel 3.1.6 Bro bevat een toelichting:    

een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; de uitkomsten van het overleg met andere bestuursorganen;

de uitkomsten van het verrichte onderzoek; 6

 

een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan.

Hoofdstuk 1 bevat de inleiding. Daarin is de huidige en toekomstige situatie weergegeven. In hoofdstuk 2 zijn de actuele beleidskaders geschetst van het Rijk, de Provincie Limburg en de gemeente Peel en Maas. Vervolgens zijn in hoofdstuk 3 de omgevingsaspecten weergegeven voor zover deze relevant zijn voor de algemene toelichting. In de bijlage zijn verder per locatie afzonderlijk nog specifieke motiveringen opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat de juridische aspecten van dit bestemmingsplan waarna in hoofdstuk 5 de uitvoerbaarheid is gemotiveerd. In hoofdstuk 6 volgt tot slot deze wijze waarop vooroverleg en inspraak heeft plaatsgevonden.

7

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en (in structuurvisies) vastgelegde beleid en de uitwerking daarvan in een AMvB respectievelijk provinciale verordening de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In het navolgende worden in het kort de voornaamste zaken uit het voor het plangebied relevante nationale, provinciale en regionale beleid weergegeven, aangevuld met het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Peel en Maas. Het betreft hier zowel ruimtelijk beleid als ruimtelijk relevant sector- en facetbeleid (bijvoorbeeld natuur, cultuurhistorie, water, etc.). Ook de ruimtelijk relevante aspecten van dit beleid komen per beleidsniveau aan bod. Het rijksbeleid is veelal globaal en heeft zijn doorwerking op provinciaal niveau. Het is daarom vaak moeilijk om exact te zeggen hoe rijksbeleid doorwerkt voor Peel en Maas. De eerste paragrafen van dit hoofdstuk zijn daarom wat globaler wat betreft inhoud. De doorwerking van provinciaal en gemeentelijk beleid is vaak duidelijker zichtbaar in dit bestemmingsplan, omdat het beleid op deze niveaus concreter is dan op Rijksniveau.

2.2 Rijksbeleid Op nationaal niveau zijn de volgende plandocumenten indirect van belang voor het bestemmingsplan ‘Veegbestemmingsplan Stoppers 2020’. Deze plandocumenten hebben hun doorwerking in provinciaal en gemeentelijk beleid. Nationale Omgevingsvisie

Met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft het Rijk op 11 september 2020 heeft de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI bevat een visie over toekomstige ontwikkeling ten aanzien van de leefomgeving in Nederland op de lange termijn. Beoogd is om een perspectief te schetsen voor grote nationale maatschappelijke opgaven. Hierbij gaat het onder andere om klimaatverandering, woningbouw, circulaire economie en de energietransitie. In de NOVI zijn een viertal prioriteiten gesteld:    

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Vervolgens zijn afwegingsprincipes geformuleerd die moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van de diverse opgaven. 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Vervolgens richt de visie zich op een 21-tal geformuleerde nationale belangen.

8

Kijkend naar de prioriteiten uit de NOVI dan richt onderhavig bestemmingsplan zich met name op de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De doelstelling van dit bestemmingsplan, namelijk het schrappen van intensieve veehouderijen, sluit naadloos aan hierop. Conclusie Gemeente Peel en Maas conformeert zich aan de uitgangspunten uit de NOVI. Onderhavig plan past dan ook binnen de hoofdlijnen van beleid krachtens de NOVI en draagt daar een positieve bijdrage aan.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Om de 13 nationale belangen uit de SVIR door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden is naast de SVIR op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. In dit besluit zijn regels opgenomen voor de inhoud van bestemmingsplannen moeten voldoen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. Daarbij is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering voor hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Op 1 juli 2017 is vervolgens het Bro gewijzigd waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt.

De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening voor een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten. Overheden dienen bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (zoals woningbouw) te motiveren of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is het van belang dat de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan het plan bevat binnen het ruimtelijke verzorgingsgebied. Conclusie Ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt opgemerkt dat onderhavig bestemmingsplan enkel functiewijzigingen betreft waarbij de gebruiksmogelijkheden van agrarische bedrijfslocaties wijzigingen. Daar waar een maatwerkontwikkeling aan de orde is wordt hier expliciet op ingegaan. Bij onderhavig bestemmingsplan is derhalve geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de ladder voor duurzame verstedelijking. De bestemmingswijziging is dan ook niet in strijd met de vereisten van de ladder voor duurzame verstedelijking. 9

2.3 Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI)

De Omgevingsvisie Limburg is op 1 oktober 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsvisie heeft de provincie Limburg, wat betreft de agrarische sector, de volgende ambitie opgenomen: “De land- en tuinbouw is als belangrijkste gebruiker en beheerder van het buitengebied van groot belang voor het aanzien en de kwaliteit van ons cultuurlandschap en het leefklimaat waarin we wonen, werken en recreëren. Ook in de toekomst willen wij in Limburg een gunstig ondernemersklimaat voor de land- en tuinbouw bieden. We bieden ruimte voor het uitbouwen van onze positie als toonaangevende agrarische regio tot een sector die duurzame oplossingen voor maatschappelijke opgaven biedt. In verbinding en samenwerking met andere kennisregio’s wordt hier de nieuwe standaard ontwikkeld voor moderne, duurzame en circulaire, vraaggestuurde land- en tuinbouw, die in balans is met en bijdraagt aan een gezonde en duurzame leefomgeving.

Met deze ambitie kiest Limburg, in lijn met het nationale beleid, voor een betekenisvolle transitie in de agrifoodsector.” Deze landbouwtransitie wil men onder andere bereiken door het terugdringen van emissies en het verbeteren van de omgevingskwaliteit en leefbaarheid rondom (intensieve) veehouderijen. Daarbij wil de provincie de aanpak van kwetsbare gebieden zoals Natura 2000-gebieden, Wet Ammoniak en Veehouderijgebieden, extensiveringsgebieden, de groenblauwe mantel (beek- en rivierdalen) en het Nationaal Landschap Zuid-Limburg integraal herijken. Naast de sterke overlap in deze kwetsbare gebieden, zijn er meervoudige doelen te bereiken door een gebiedsgerichte benadering. Hierbij zijn natuurdoelen, water, landschappelijke en milieukundige doelen leidend voor de keuzes. Gebiedsgerichte inzet van bestaande middelen kan een multipliereffect teweeg brengen. Om landschappelijke kwaliteit te behouden en verommeling te voorkomen stimuleert de provincie hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. In eerste instantie wordt daarbij gekeken naar agrarisch hergebruik. Wanneer dit niet mogelijk blijkt te zijn dan wordt gekeken naar een alternatieve invulling waarbij de mogelijkheden worden bepaald door de ligging, het vastgoed en de omgeving. Dit vanuit het principe juiste ontwikkeling op de juiste locatie.

Conclusie Met het voorliggende bestemmingsplan worden bestaande intensieve veehouderijen, die niet meer voldoen aan de Best Beschikbare Technieken voor ammoniak en fijnstof, omgezet in nieuwe toekomstbestendige bestemming. Het overgrote deel krijgt daarbij opnieuw een toekomstbestendige agrarische functie in de vorm van een grondgebonden bedrijf. Voor een aantal locaties, is in overleg met de eigenaren, een maatwerkoplossing gekozen. Daartoe zijn separate onderbouwingen opgesteld. De mogelijkheden om een intensieve veehouderij op deze locaties te exploiteren wordt met het voorliggende bestemmingsplan planologisch gesaneerd. Hiermee wordt een positieve bijdrage 10

geleverd aan de landbouwtransities zoals beoogd door de provincie door het terugdringen van emissies en het verbeteren van de omgevingskwaliteit en leefbaarheid. Omgevingsverordening Limburg

Bij het POL2014 hoort de Omgevingsverordening Limburg. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is, net als het POL, op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. De omgevingsverordening Limburg kent het hoofdstuk "Ruimte" dat gericht is op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van POL2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van de beëindiging van intensieve veehouderijen in het landelijk gebied die worden omgeschakeld naar een grondgebonden agrarisch bedrijf. Het overgrote deel van de locaties is gelegen in de zone ‘buitengebied’. Voor zover locaties gelegen zijn in de groenblauwe mantel geldt dat de kernkwaliteiten van het landschap niet mogen worden aangetast. Deze kernkwaliteiten zijn het groene karakter, het visueelruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. De volgende locaties liggen (deels) in de groen blauwe mantel: -

Bosakkerweg 10 Kessel: thema ecologie – natuur vanwege de ligging in de nabijheid van een natuurbeek Soeterbeek 23 Baarlo: thema ecologie – natuur vanwege de ligging in de nabijheid van een natuurbeek Westeringlaan 71 Maasbree: thema ecologie – natuur vanwege de ligging in de nabijheid van een natuurbeek Ondersteweg 7 Kessel: thema ecologie – natuur vanwege de ligging in de nabijheid van de Maas Hummerenweg 26 Baarlo: thema ecologie – natuur vanwege de ligging in de nabijheid van de Maas Lange Heide 19 Maasbree: thema ecologie- natuur vanwege de ligging in de nabijheid van natuur

Deze bestemmingen worden gewijzigd van Agrarisch – Intensieve veehouderij naar Agrarisch – Grondgebonden of Wonen met caravanstalling of opslag. Dat betekent dat er door het saneren van de intensieve veehouderij altijd een verbetering optreedt ten aanzien van de blauw groene mantel doordat de locaties minder intensief gebruikt worden. Dit komt de omgevingswaarden behorende bij deze gebieden ten goede. Voor agrarische bedrijven kent de omgevingsverordening verder specifieke regels voor intensieve veehouderijen, geitenhouderijen en bedrijven in de glastuinbouw. Bij onderhavig bestemmingsplan is echter sprake van het beëindigen van de intensieve veehouderij activiteiten. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan voorziet voor het overgrote deel in een wijziging van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ in de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’. De Omgevingsverordening Limburg kent geen regels die zich verzetten tegen een dergelijke 11

functiewijziging. De functiewijzigingen dragen eerder bij aan de doelstellingen van het provinciaal beleid doordat op locaties die niet meer toekomstbestendig zijn de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ wordt geschrapt. Met name als het gaat om de sanering van intensieve veehouderijen in zogenaamde ‘Extensiveringsgebieden’ is dit een positieve ontwikkeling. Nieuwvestiging of uitbreiding van intensieve veehouderijen wordt in deze gebieden niet kansrijk geacht. Wanneer gekeken wordt naar de zogenaamde groenblauw mantel dan kan geconstateerd worden dat de voorgenomen wijziging geen gevolgen heeft voor de kernkwaliteiten van dit landschapstype. Er vindt immers uitsluitend een functiewijziging plaats.

2.4 Regionaal beleid Regionale POL-uitwerking Land- en tuinbouw

In het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL 214) heeft de provincie de ambitie vastgelegd om in Limburg een leef- en vestigingsklimaat van voortreffelijke kwaliteit te realiseren. Daarbij gaat het niet alleen om het stedelijk gebied maar zeker ook over het landelijk gebied. Bewust van de regionale verschillen in Limburg heeft de provincie de gemeenten uitgedaagd om op regionaal niveau bepaalde POL-thema’s verder uit te werken, zoals voor land- en tuinbouw. Doel is om te komen tot regionale afspraken over deze thema’s. In Noord-Limburg is in overleg met de provincie afgesproken dat de volgende land- en tuinbouwonderwerpen regionaal worden uitgewerkt:      

Schone stallen; Leegstand; Mestverwerking; Agglomeratielandbouw; Intensieve teelten; Revitalisering glastuinbouw.

Ten aanzien van intensieve veehouderijen is in de POL-uitwerking het volgende opgenomen: Uitgangspunt is het behoud van ontwikkelmogelijkheden voor de intensieve veehouderij, rekening houdend met milieuaspecten, kwaliteit van de natuur en de gezondheid van de mens. Om deze ontwikkeling op de juiste plek (‘toekomstbestendige locaties’) te laten plaatsvinden zal maatwerk en flexibiliteit nodig zijn. In onderhavige situatie gaat het om gestopte intensieve veehouderijen waarvan de milieurechten reeds zijn ingetrokken. In dat kader is de exploitatie van een intensieve veehouderij ook niet meer mogelijk. Door deze locaties de bestemming ‘Agrarisch-Grondgebonden’ te geven wordt een toekomstbestendige vervolgfunctie toegekend welke een positieve bijdrage levert aan het leef- en vestigingsklimaat. In z’n algemeenheid staat de regio open voor de doorontwikkeling van alle vormen van kleinschalige land- en tuinbouw, inclusief de verbreding met niet agrarische functies. Een grondgebonden agrarische functie is passend binnen deze doelstelling. Daarnaast worden er op enkele locaties andere ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Ten behoeve van deze ontwikkeling zijn separate ruimtelijke onderbouwingen opgesteld.

12

Conclusie

Gelet op bovenstaande wordt het voorliggende bestemmingsplan passend geacht binnen de kaders van de regionale POL-uitwerking Land- en tuinbouw. Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024

In 2020 hebben de gemeenten in de regio Noord-Limburg een nieuwe regionale Woonvisie vastgesteld. Met het voorliggende bestemmingsplan zijn geen nieuwe woningen voorzien. Derhalve wordt niet nader in gegaan op dit beleidskader.

2.5 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Buitengebied

In december 2011 is de structuurvisie Buitengebied door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het bestaande beleid van dat moment (Structuurplan 2008, kwaliteitskader, VAB beleid, Structuurvisie IV en Glas) samengebracht. De structuurvisie bevat grotendeels een voortzetting van bestaand beleid. Daarnaast zijn er enkele aanvullingen en uitwerkingen opgenomen, waardoor het beleid beter aansluit bij de recente ontwikkelingen in het buitengebied. Het beleid uit het structuurplan bood namelijk niet altijd een gepast op dynamische ontwikkelingen. Daarom is het beleid voor bepaalde thema's herzien, zoals bijvoorbeeld Vrijkomende Agrarische Bebouwing en huisvesting van buitenlandse werknemers. De structuurvisie buitengebied heeft twee doelstellingen te weten: het bieden van een integraal beleidskader voor het buitengebied dat mede dient als grondslag voor het bestemmingsplan Buitengebied en het mogelijk maken van kostenverhaal voor bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanologie. De structuurvisie bestaat uit de volgende onderdelen:   

Algemene beleidsuitgangspunten voor het buitengebied Beleidsuitgangspunten met betrekking tot landschap en functies; Beleidsuitgangspunten voor intensieve veehouderij en glastuinbouw (afkomstig uit de thematische structuurvisie Intensieve Veehouderij en Glastuinbouw, waarvoor ook een Milieueffectenrapport (MER)en een zienswijzennota zijn opgesteld)streefkwaliteiten voor geur, die de balans tussen de ontwikkeling van intensieve veehouderij en een goed woon- en leefklimaat moeten bewaken (hoofdstuk 5, paragraaf over geurhinder) het kwaliteitskader voor het buitengebied, dat een instrumentarium bevat om ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met de gewenste kwaliteitsverbetering, uitgangspunten voor archeologiebeleid en een uitvoeringsparagraaf, die in aansluiting op het kwaliteitskader de grondslag vormt voor bedragen die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied.

13

Conclusie Onderhavig bestemmingsplan past naadloos binnen de beleidsuitgangspunten uit de Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas. Daar waar enerzijds ruimte wordt geboden aan de ontwikkeling van toekomstbestendig gelegen intensieve veehouderijen wordt er ook gekeken naar de kwaliteit van het buitengebied. Daar waar intensieve veehouderijen niet toekomstbestendig zijn wordt er in het kader van dit bestemmingsplan voor gekozen om de mogelijkheid tot het exploiteren van een intensieve veehouderij te saneren. Daarmee wordt onder andere een positieve bijdrage geleverd aan de benoemde streefkwaliteiten voor het aspect geur. Waardenoriëntatie en kaderstelling Ruimte en Economie

In november 2017 is door de gemeenteraad de Waardenoriëntatie en kaderstelling Ruimte en Economie vastgesteld. In de kaderstelling zijn de thema’s Ruimte en Economie nader uitgewerkt. Wat betreft het thema Ruimte is dit gedaan in de programma’s Vitale leefomgeving en Beheer fysieke leefomgeving. Vervolgens zijn deze thema’s weer nader uitgewerkt in programmadoelen met uitvoeringsafspraken. Voor onderhavig bestemmingsplan is Programma doel 3 (bedrijvigheid in balans met de omgeving) relevant. Binnen dit programmadoel wordt gestreefd naar een beweging waarin de bedrijvigheid in balans is met de omgeving waarin de bedrijvigheid plaatsvindt. Daarbij is in uitvoeringsafspraak 3.2 opgenomen dat de gemeente oog heeft voor de transitie in het landelijk gebied. Binnen deze uitvoeringsafspraak wil de gemeente de kansen voor het buitengebied benutten en de uitdagingen het hoofd bieden. Agrarische bedrijven worden daarbij, samen met recreatie, de belangrijkste dragers van het buitengebied genoemd. De gemeente stimuleert daarbij de transitie naar een footprintloze landbouw om zo kwetsbare landschappen te beschermen. Conclusie

In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van de sanering van intensieve veehouderijen. Daarvoor komen veelal grondgebonden agrarische bedrijven in de plaats. Daarbij is het algemeen bekend dat de uitstoot van intensieve veehouderijen ten aanzien van o.a. ammoniak, fijnstof, geur etc. groter is dan de uitstoot van grondgebonden agrarische bedrijven. Daarmee wordt derhalve een positieve bijdrage geleverd aan de transitie naar een footprintloze landbouw. Daarnaast wordt ingezet op de transitie van het landelijk gebied en wordt een toekomstbestendige functie gegeven aan de voormalige intensieve veehouderijen die passend is bij de dragers van het buitengebied. Proces herijking en motivering beleid intensieve veehouderij

Op verzoek van de gemeenteraad is het proces ‘Herijking en monitoring beleid intensieve veehouderij’ opgestart. Deze analyse heeft geresulteerd in de notitie ‘Analyse intensieve veehouderij Peel een Maas’, waarin de bestaande situatie (vergelijking 2011-2018) wordt weergegeven van de intensieve veehouderij in Peel en Maas en wordt opgehangen aan de doelstellingen uit het huidige beleid. Uit deze analyse blijkt dat niet voor alle kernen wordt voldaan aan de in 2011 in de Structuurvisie Buitengebied gestelde streefkwaliteiten voor geur. In een aanvulling op deze analyse is in juni 2019

14

geconstateerd dat op het moment dat de Stoppers 2020 hun bedrijfsactiviteiten staken dit een positieve bijdrage heeft in het behalen van de streefkwaliteiten geur. Echter, planologisch gezien rust er nog altijd een bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ op de locaties waardoor het mogelijk is om een (nieuwe) intensieve veehouderij ter plaatse te exploiteren. Met onderhavig bestemmingsplan wordt deze mogelijkheid geschrapt waardoor de positieve bijdrage aan de streefkwaliteit geur kan worden gegarandeerd.

Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas

Het Limburgs Kwaliteitsmenu van provincie Limburg heeft zijn uitwerking naar lokaal niveau gekregen in de structuurvisie. Het doel van het hierin opgenomen kwaliteitsmenu is het bieden van een instrument om noodzakelijke en/ of wenselijke ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met kwaliteitsverbetering. Ontwikkelingen die niet passen in het bestemmingsplan worden op basis hiervan alleen toegestaan als er een tegenprestatie wordt geleverd. in de vorm van landschappelijke inpassing. Daarnaast is er in veel gevallen een aanvullende kwaliteitsverbetering (AK) van toepassing. Deze kwaliteitsverbetering dient te bestaan uit fysieke maatregelen die bijdragen aan het versterken van het landschap. Dat kan bijvoorbeeld bestaan uit: sloop, aanleg van natuur, versterking van het landschap of uit extra investering in architectonische kwaliteit. In het Kwaliteitskader Buitengebied Peel is per gebiedstypologie bepaald of en hoeveel aanvullende kwaliteit er gevraagd wordt. De bedoeling hiervan is de gevolgen van een ontwikkeling die ingrijpt in het buitengebied te compenseren. Daarbij wordt de zogenaamde 'drietrapsraket' gehanteerd. Pas als feitelijke compensatie niet mogelijk is op de locatie van de aanvrager (1), dan wel op een alternatieve locatie (2) kan een bijdrage gestort worden in het 'Kwaliteitsfonds ruimtelijke ontwikkeling'.

Dit fonds geeft de gemeente de mogelijkheid om zelf compenserende maatregelen uit te voeren in bepaalde projecten welke in de Structuurvisie genoemd zijn. De uitvoeringsparagraaf in de Structuurvisie Buitengebied biedt de mogelijkheid om de bijdrage in het fonds te kunnen vragen.

Conclusie Het bestemmingsplan voldoet aan de uitgangspunten van het kwaliteitskader. In alle gevallen is sprake van een kwaliteitsverbetering omdat de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ wordt omgezet in de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’. De aanwezige bouwvlakken blijven gelijk, of worden verkleind. Daarmee maakt onderhavig bestemmingsplan in de basis geen nieuwe bebouwing mogelijk. Ten aanzien van de maatwerkontwikkelingen wordt verwezen naar de separate onderbouwingen. Voor deze locaties is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat tevens als voorwaardelijke verplichting verankerd is in de regels behorende bij dit bestemmingsplan.

Archeologiebeleid Peel en Maas

In de structuurvisie zijn de archeologische waarden en verwachtingen en de ondergrenzen hierbij uitgedrukt in oppervlakten en diepten die duidelijk aangeven of een initiatiefnemer verplicht is archeologisch vooronderzoek te laten verrichten. In bestemmingsplannen en bij omgevingsvergunningen moet de gemeente aangeven welke archeologische waarden in het geding zijn en hoe daarmee omgegaan wordt. Dit is onderhavig bestemmingsplan geborgd door de opgenomen dubbelbestemmingen ten aanzien van het aspect archeologie te handhaven.

15

Conclusie Het beleid uit de Structuurvisie Buitengebied is 'juridisch vertaald' in het bestemmingsplan buitengebied.

Hoofdstuk 3 Omgevingsaspecten 3.1 Milieueffectrapportage Algemeen

In de Wet milieubeheer is aangeven dat voor bepaalde ontwikkelingen een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. In de wet is de procedure beschreven en zijn de inhoudelijke eisen opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘m.e.r.-plichtige activiteiten’, waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en ‘m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten’, waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significant negatieve gevolgen voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het ruimtelijk plan of de omgevingsvergunning plan m.e.r.-plichtig, project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. In het Besluit m.e.r. zijn voor deze activiteiten drempelwaarden opgenomen. Daarnaast zijn er ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in de lijst, maar die onder de drempelwaarden blijven. Voor dit soort situaties moet een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' worden gemaakt indien het een activiteit betreft die is opgenomen in onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Hoewel deze toets ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ wordt genoemd, stelt de wet wel eisen aan de inhoud. Beoordeling

In dit geval worden locaties met de bestemming “Agrarisch – Intensieve Veehouderij omgezet in de bestemming “Agrarisch – Grondgebonden”. Ten behoeve van deze wijziging is onderhavige toelichting opgesteld waarin de ruimtelijke onderbouwing van deze wijziging is opgenomen. Tevens zijn per locatie de relevante milieuaspecten beschouwd. Deze notities zijn opgenomen in de bijlage bij dit bestemmingsplan. Bij dit planvoornemen geen sprake van het toevoegen van geheel nieuwe functies of bebouwing. Uitsluitend het type agrarisch bedrijf dat geëxploiteerd kan worden wordt gewijzigd met het voorliggende bestemmingsplan. Daarnaast kan in aanmerking genomen worden dat er een kwaliteitswinst plaatsvindt omdat een intensieve veehouderij in het algemeen genomen een grotere impact heeft op de omgeving dan een grondgebonden agrarisch bedrijf. Voor die locaties waar een alternatieve invulling beoogd is (geen omzetting naar de bestemming “Agrarisch-Grondgebonden” zijn separate ruimtelijke onderbouwingen opgesteld. Daarin wordt ook separaat het m.e.r. vraagstuk besproken.

16

Conclusie

Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is dan ook niet aan de orde en het opstellen van een aanmeldingsnotitie of plan-m.e.r. niet noodzakelijk.

3.2 Milieuaspecten In dit hoofdstuk zijn alle relevante omgevingsaspecten voor de beoogde bestemmingsplanwijziging weergegeven. Gelet op het feit dat het hier gaat om locatie specifieke kenmerken is er per locatie een separate onderbouwing opgesteld. Daarbij wordt specifiek ingegaan op: 1. Toelichting locatie en ontwikkeling 2. Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken  Geluid  Geurhinder  Luchtkwaliteit  Bodem  Externe Veiligheid  Bedrijven en milieuzonering  Flora en fauna  Archeologie  Verkeer en parkeren  Water

Conclusie

Gelet op het feit dat al deze omgevingsaspecten separaat worden behandeld in de toegevoegde bijlagen wordt hier niet afzonderlijk ingegaan op deze relevante omgevingsaspecten. Daar waar sprake is van een alternatieve invulling (geen omzetting naar de bestemming “AgrarischGrondgebonden”) zijn uitgebreide ruimtelijke motiveringen toegevoegd aan de stukken. Alle relevante omgevingsaspecten worden daar ook separaat besproken.

17

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Planstukken Een bestemmingsplan geeft bestemmingen met de bijbehorende regels. Het bestaat niet alleen uit een tekstdocument, maar ook uit een verbeelding (plankaart). Alle toegelaten functies zijn met een eigen bestemming op de verbeelding opgenomen. Samen met de regels vormt de (digitale en analoge) verbeelding het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting hoort wel bij het bestemmingsplan, maar is geen onderdeel daarvan: de toelichting is niet juridisch bindend. Dat betekent, dat indien er onverhoopt verschillen zouden bestaan tussen de toelichting en het bestemmingsplan, de regels en de verbeelding (plan-kaart) doorslaggevend en bindend zijn en de toelichting niet. De toelichting beschrijft wat de doelstellingen van het bestemmingsplan zijn en hoe de regels van het bestemmingsplan moeten worden geïnterpreteerd. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2008 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevings-recht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het bestemmingsplan te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl.

4.2 Toelichting verbeelding De verbeelding geeft met kleuren en tekens aan welke bestemmingen voor de gronden gelden. De bestemming is aangegeven met een gekleurd vlak met de letters van de bestemming. Soms zijn er voor gronden meerdere tekens opgenomen. Het gaat dan om aanduidingen. Dit kunnen gebiedsaanduidingen, functieaanduidingen of maatvoeringsaanduidingen zijn. Als een aanduiding is opgenomen zijn daarvoor in de regels specifieke bepalingen van toepassing. Uit de verbeelding kan afgeleid worden op welk gebied het bestemmingsplan betrekking heeft, omdat daarop de plangrens is aangegeven

4.3 Toelichting regels Alle gronden binnen het plangebied hebben een bestemming. Een bestemming geeft de functie(s) aan, die de gemeenteraad aan een gebied heeft toebedacht. Bij deze bestemmingen horen gebruiksregels. Het kan gaan om regels voor bouwen, werken en werkzaamheden, slopen en het gebruik van grond en de opstallen voor bepaalde activiteiten. De bestemming en de regels bepalen gezamenlijk welke activiteiten en handelingen zijn toegestaan. Het gevolg van het leggen van een bestemming is, dat de betreffende gronden alleen overeenkomstig deze bestemming mogen worden gebruikt. In die zin houdt een bestemming dus een inperking in van het eigendomsrecht. De bevoegdheid om bestemmingen te leggen is toegekend aan de gemeenteraad. Dit is geregeld in arikel 3.1 Wet op de ruimtelijke ordening. Een gemeenteraad mag niet zomaar een bestemming leggen, maar moet daarvoor vanuit het algemeen belang van een „goede ruimtelijke ordening‟ redenen hebben. Het leggen van een bestemming betekent overigens niet, dat er een verplichting bestaat voor een grondgebruiker om die bestemming te realiseren. 'Bestemming' heeft slechts een passieve betekenis: of een bestemming gerealiseerd wordt, is afhankelijk van het handelen van de rechthebbende(n) op de grond (eigenaar, huurder, pachter). Een bestemming geeft alleen aan welk handelen toegelaten is.

Daaruit kan worden afgeleid dat ander handelen niet is toegelaten.

18

De artikelen 2.1 en 2.2 Wabo en enkele andere wetten verbieden het handelen in strijd met het bestemmingsplan. Om misverstanden te voorkomen wordt bij de verschillende bestemmingen aangegeven wat „in ieder geval‟ beschouwd moet worden als in strijd met het bestemmingsplan. De bestemming en regels gelden van het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is een juridisch plan: de daarin opgenomen bepalingen zijn bindend voor burgers en bedrijven en voor de overheid. Bij het opstellen van de regels is uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008 (SVBP 2008) en het handboek van de nieuwe gemeente Peel en Maas. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven. De volgende bestemmingen zijn opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan:                 

Agrarisch Agrarisch – Grondgebonden Agrarisch – Grondgebonden 2 Wonen Leiding – Gas Leiding – Hoogspanning Leiding – Leidingstrook Waarde – Archeologie 2 Waarde – Archeologie 3 Waarde – Archeologie 4 Waarde – Archeologie 5 Waarde – Archeologie 6 Waarde – Archeologie 7 Waarde – Gebiedsbestemming beekdal buiten de kernen Waterstaat – Beschermingszone watergang Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed Waterstaat – Waterbergend rivierbed

Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels en algemene afwijkings-, wijzigings- en procedureregels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven.

19

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Inleiding Naast het toetsen van een bestemmingsplan aan diverse milieu- en veiligheidsaspecten, dient het bestemmingsplan ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het plan. Hierbij wordt gekeken naar de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

5.2 Economische uitvoerbaarheid In de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.12) wordt voorgeschreven dat tegelijk met het vaststellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan vastgesteld moet worden voor het plangebied of delen er van. Wanneer aan de volgende criteria is voldaan, kan de gemeente besluiten om af te zien van het opstellen van een exploitatieplan:    

het kostenverhaal is op een andere wijze verzekerd; er is geen noodzaak voor het stellen van locatie-eisen of eisen aan type woningbouw; er is geen noodzaak voor het bepalen van een tijdvak of fasering; voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 6.2.1a Bro.

Daar waar het plan nog kleine uitbreidingsmogelijkheden biedt en mogelijk sprake kan zijn van een bouwplan is er gezien het huidige beleid sprake van een uitzonderingsgrond als opgesomd in artikel 6.2.1a Bro onder b. In dit artikel is opgenomen dat van de plicht tot het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien wanneer er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in de kostensoortenlijst van artikel 6.2.4 onder b tot en met f Bro. In het verleden is steeds gecommuniceerd aan burgers dat kleine uitbreidingsmogelijkheden rechtstreeks konden worden meegenomen in het bestemmingsplan buitengebied. Dit is ook verankerd in de structuurvisie Buitengebied. Daar waar na vaststelling van onderhavig bestemmingsplan gebruik wordt gemaakt van wijzigingsbevoegdheden, zal afzonderlijk moeten worden gekeken naar kostenverhaal, al dan niet via een exploitatieplan of anterieure overeenkomst.

5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De locaties die zijn opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan zijn door de gemeente per brief geïnformeerd over het voornemen om de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ om te zetten in de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’. Met de partijen die gereageerd hebben zijn gesprekken gevoerd. Tevens zijn eigenaren in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan dit bestemmingsplan met een alternatief plan zodat een maatwerkbestemming kan worden toegepast. Hiervan hebben vijf locaties gebruik gemaakt.

20

Hoofdstuk 6 Vooroverleg en inspraak 6.1 Inleiding Voordat het plan op grond van artikel 3.8 Wro in procedure wordt gebracht, wordt het plan ter advies aan verschillende instanties aangeboden. De resultaten van het overleg worden in onderstaande paragrafen opgenomen. Aangezien het plan een aantal ontwikkelingsmogelijkheden bevat (aan de hand van wijzigingsbevoegdheden) is er op grond van de inspraakverordening inspraak verleend. De resultaten van de inspraak wordt in de onderstaande paragraaf opgenomen.

6.2 Vooroverleg Er is een vooroverlegreactie ingediend, door de provincie Limburg. De reacties uit het vooroverleg zijn verwerkt in het voorliggend ontwerp bestemmingsplan.

6.3 Inzage Het ontwerp- bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 23 september 2022 tot en met 3 november 2022. Gedurende deze periode zijn 5 zienswijzen ingediend. In de Nota zienswijzen is uitgebreid ingegaan op de ingediende zienswijzen.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=7aac78a1-5e11-4849-9700-a42d36e78819