2022-066 03 Toelichting.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN “RvR-woning Pratwinkel 4 in Baarlo” NL.IMRO.1894.BPL0271-VG01 Vastgesteld
Document:
Bestemmingsplan “RvR-woning Pratwinkel 4 in Baarlo”
IDN:
NL.IMRO.1894.BPL0271-VG01
Status:
Vastgesteld
Datum:
19 mei 2022
Aanvrager:
Gemeente Peel en Maas
Auteur:
ing. N.A.H van den Ekker
Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl
INHOUDSOPGAVE 1.
2.
3.
4.
5.
6.
INLEIDING ...........................................................................................................................................................3 1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 3
1.2
Plangebied en begrenzingen ...................................................................................................................................................................... 3
1.3
Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................................................ 4
HUIDIGE SITUATIE ..........................................................................................................................................6 2.1
Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 6
2.2
Ruimtelijke structuur.................................................................................................................................................................................... 6
2.3
Functionele structuur................................................................................................................................................................................... 7
PLANBESCHRIJVING .......................................................................................................................................8 3.1
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan................................................................................................................................. 8
3.2
Landschappelijke inpassing ......................................................................................................................................................................... 8
BELEIDSKADER............................................................................................................................................... 11 4.1
Rijksbeleid....................................................................................................................................................................................................... 11
4.2
Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 13
4.3
Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 17
RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ............................................................. 21 5.1
Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 21
5.2
Kabels en leidingen ..................................................................................................................................................................................... 29
5.3
Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 29
5.4
Waterhuishouding...................................................................................................................................................................................... 31
5.5
Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 33
5.6
Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 34
5.7
Volksgezondheid ......................................................................................................................................................................................... 35
JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................................................. 36 6.1
Toelichting op de verbeelding ............................................................................................................................................................... 36
6.2
Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 36
7.
HANDHAVING ................................................................................................................................................ 40
8.
UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ................................................................................................... 41 8.1
Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 41
8.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 41
8.3
Procedure....................................................................................................................................................................................................... 42
Vastgesteld
1
BIJLAGEN Bijlage 1: Geurberekening (voor en achtergrond) Bijlage 2: AERIUS-berekening Separate bijlagen: ▪ Akoestisch onderzoek (HMB groep) ▪ Landschapsplan (Janssen Wuts architecten) ▪ Quickscan flora en fauna (IVN Baarlo-Maasbree) ▪ Verkennend bodemonderzoek (Aeres Milieu)
Vastgesteld
2
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimtewoning in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas. De woning is beoogd aan de Pratwinkel ong. in Baarlo, ten oosten van de woning Pratwinkel 4a.
Afbeelding 1.Locatie beoogde Ruimte voor Ruimtewoning
Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” is de ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimtewoning niet toegestaan. De ontwikkeling voldoet echter wel aan de overige provinciale en gemeentelijke beleidskaders. De gemeente Peel en Maas heeft daarom in principe medewerking toegezegd aan de ontwikkeling van de Ruimte voor Ruimtewoning op deze locatie. Om de Ruimte voor Ruimtewoning in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. In dit bestemmingsplan wordt aan de beoogde locatie voor de Ruimte voor Ruimtewoning een woonbestemming met bouwrecht toegekend.
1.2
Plangebied en begrenzingen
De locatie is gelegen ten noorden van de kern Baarlo en ten westen van bedrijventerrein de Kieën, in het glastuinbouwgebied Tangbroek. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie M en perceelnummers 1118 (ged.), 1393, 1394 (ged.) en 1395. Deze percelen worden in het vervolg aangeduid als “het plangebied”.
Vastgesteld
3
De locatie maakt in de huidige situatie onderdeel uit van een glastuinbouwbedrijf dat is gevestigd op de Breekweyenweg 2. Het perceel waarop de Ruimte voor Ruimte woning is beoogd is in het noorden voorzien van een waterbassin. Het zuidelijke deel is thans onbebouwd en betreft een grasveld. Het onbebouwde deel is in eigendom van het initiatiefnemer en betreft het gedeelte waar de Ruimte voor Ruimte woning is beoogd (perceel 1393).
Afbeelding 2. Luchtfoto van het plangebied en omgeving
Het plangebied grenst in het noorden aan een waterbassin. In het oosten wordt de locatie begrensd door een grasland en een kleine groenstrook. Voorbij de groenstrook zijn enkele woningen gelegen. In het zuiden grenst de locatie gedeeltelijk aan een watergang van het waterschap en aan de weg. Aan de overzijde van de weg is bedrijventerrein de Kieën gelegen. In het westen grenst de locatie aan twee eerder gerealiseerde Ruimte voor Ruimte woningen.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingplan “Omgevingsplan Kwistbeek” (vastgesteld d.d. 23 juni 2020 en is bestemd als ‘Agrarisch - Glastuinbouw’. De locatie is voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’, ‘Waarde – Archeologie 5’ en ‘Waarde – beekdal buiten de kernen’ en de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – concentratiegebied glastuinbouw 1’, ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ en ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 3 bd’.
Vastgesteld
4
Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Omgevingsplan Kwistbeek”, met plangebied rood omlijnd
De voor ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een agrarisch bedrijfsmatig gebruik in de vorm van een glastuinbouwbedrijf met een daaraan ondergeschikte nevenactiviteit in de vorm van een grondgebonden bedrijfstak en/of niet-grondgebonden bedrijfstak. De voor ‘Waarde – Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Indien bij een ontwikkeling de grond voor een oppervlakte van meer dan 250 m2 dieper dan 40 cm wordt verstoord is eerst archeologisch onderzoek noodzakelijk. De voor ‘Waarde – Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Indien bij een ontwikkeling de grond voor een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 dieper dan 40 cm wordt verstoord is eerst archeologisch onderzoek noodzakelijk. De voor ‘Waarde – beekdal buiten de kernen’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de gebruiks- en bouwactiviteiten die bijdragen aan de landschappelijke koers en functionele ontwikkelingsmogelijkheden.
Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het niet mogelijk om binnen het plangebied een Ruimte voor Ruimtewoning te realiseren. De voor ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ aangewezen gronden zijn niet bestemd voor woondoeleinden en er ontbreekt de mogelijkheid tot het oprichten van gebouwen.
Vastgesteld
5
2.
HUIDIGE SITUATIE
2.1
Algemeen
De locatie waar de Ruimte voor Ruimtewoning is beoogd ligt in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas. Het plangebied is gelegen op korte afstand ten westen van de kern Baarlo. Baarlo maakt onderdeel uit van de gemeente Peel en Maas, en is gelegen in het oosten van deze gemeente. Ruim 5.000 inwoners bevolken de kern.
Afbeelding 4.Luchtfoto omgeving plangebied (plangebied rood omlijnd)
Het plangebied betreft een grotendeels onbebouwd perceel aan de Pratwinkel. Gelegen tussen de woningen Pratwinkel 3 en Pratwinkel 4a. De Pratwinkel vormt een verbinding tussen de kern Baarlo en het buitengebied. In de loop der jaren is de agrarische functie hier steeds meer naar de achtergrond verdwenen en wordt de voormalige agrarische bebouwing thans anders gebruikt. Op de locatie is thans een waterbassing gelegen ten behoeve van het achterliggende glastuinbouwbedrijf.
2.2
Ruimtelijke structuur
Ten westen van de kern Baarlo ligt het lint de Pratwinkel / Soeterbeek. De Pratwinkel vormt een overgangsgebied tussen de kern naar het buurtschap Soeterbeek, en voert verder het buitengebied in. Parallel aan de Pratwinkel en de Soeterbeek stroomt de Kwistbeek, een van de belangrijkste structuurdragers. De Kwistbeek voert vanuit de rivier de Maas, door de kern van Baarlo het buitengebied in, tot aan de kern van Helden.
Vastgesteld
6
Afbeelding 5. Impressie plangebied
Afbeelding 6. Impressie plangebied en omgeving
Het plangebied is gelegen in het beekdal van de Kwistbeek. Het beekdal bestaat uit overwegend laaggelegen gebieden en is door de hoeveelheid aan erven erg kleinschalig, waarbij het landschap grotendeels open is. Het grondgebruik is overwegend agrarisch grondgebonden afgewisseld met burgerwoningen. Enkele jaren geleden zijn er ten westen van het plangebied nog twee ruimte-voor-ruimte woningen gerealiseerd.
2.3
Functionele structuur
In de omgeving van het plangebied is sprake van een verscheidenheid aan functies. Het plangebied maakt onderdeel uit van glastuinbouwconcentratiegebied Tangbroek. Ten noorden van het plangebied zijn dan ook voornamelijk glastuinbouwbedrijven gelegen. In westelijke richting overheerst de agrarische functie. Hier zijn dan ook diverse agrarische bedrijven gelegen. De onbebouwde agrarische percelen zijn in gebruik als akker- of weiland. In het lint van de Pratwinkel / Soeterbeek is de agrarische functie echter steeds verder naar de achtergrond toe getreden. De agrarische functie heeft hier plaats gemaakt voor de woonfunctie en in het lint zijn dan ook voornamelijk woningen gelegen met nog enkele agrarische bedrijven.
Afbeelding 7. Impressie bedrijventerrein de Kieën
Afbeelding 8. Impressie Pratwinkel
Ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van de Pratwinkel, is bedrijventerrein de Kieën gelegen. Op dit bedrijven terrein zijn met name lokale bedrijven gevestigd. Er is dan ook sprake van een mix van bedrijvigheid. Aan de zuidelijke en oostelijke rand van het bedrijventerrein, tegen de kern van Baarlo aan, zijn met name burgerwoning gelegen in aansluiting op de linten van de kern. Ten oosten en zuiden van het plangebied, in de kern van Baarlo overheerst de woonfunctie. Hier zijn dan ook voornamelijk woningen gelegen met daartussen enkele groenvoorzieningen en (lichte) bedrijven. De centrumfuncties van Baarlo zijn met name geconcentreerd aan de Grotestraat. In het buitengebied van de gemeente Peel en Maas zijn diverse bos- en natuurgebied gelegen. Hierdoor is de natuurfunctie prominent aanwezig. Vastgesteld
7
3.
PLANBESCHRIJVING
3.1
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan
De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken een nieuwe Ruimte voor Ruimtewoning met bijgebouwen op te kunnen richten aan de Pratwinkel, ten oosten van de woning met huisnummer 4a. De woning zal worden gerealiseerd op een bouwkavel met een oppervlakte van 1.000 m2. De woning mag worden opgericht met een goothoogte van maximaal 6 meter en een bouwhoogte van maximaal 9 meter. De inhoud van de woning, inclusief bijgebouwen, mag maximaal 1.700 m3 bedragen. Bouwtekeningen voor de nieuwe woning zijn nog niet aanwezig. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt dan ook niet één specifieke woning geregeld, maar wordt een bouwrecht aan de locatie toegekend. Het bouwrecht kan worden ingevuld met een woning, zolang deze voldoet aan de bepalingen uit de planregels.
3.2
Landschappelijke inpassing
Voor het oprichten van de Ruimte voor Ruimtewoning is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld1, waarmee is gegarandeerd dat de woning op een passende wijze onderdeel uitmaakt van het omringende landschap. Uitvoering van het gestelde in het landschappelijk inpassingsplan is als verplichting opgenomen in de planregels als voorwaardelijke bepaling. Als basis voor de omvang van de inpassing geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte “landschappelijke inpassing” of ander groen/natuur dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak waar de nieuwe bebouwing en erf komt. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van 1.000 m2 . Dit betekent dat er ten minste 100 m2 als groen zal moeten worden ingericht. Uitgaande van €6,- per m2 bedraagt de basiskwaliteit €600,-. Normaal gesproken dient er maximaal 1.000 m3 aan gebouwen (woning inclusief bijbehorende bouwwerken) gebouwd te worden. Echter initiatiefnemer is voornemens om een woning inclusief bijbehorende bouwwerken van 1.700 m3 te realiseren. Hiermee is sprake van een overschrijding van 700 m3. Hierdoor is een aanvullende kwaliteitsverbetering benodigd. Voor 1 m3 geldt een bijdrage van 15 euro. Dit is 700 x 15 euro = €10.500,- voor de gehele overschrijding. De beoogde woning is gelegen in het beekdal van de Kwistbeek en nabij de Berendonkse Beek.
Het vormt een open enclave, waarbij het beekdal momenteel niet echt waarneembaar is. Het omliggende gebied is deels bebouwd en verder halfopen. Nabij de bestaande buurbedrijven is een groene omkadering aanwezig. Ook zijn er in de nabijheid langs de Berendonkse Beek landschapselementen aanwezig. Visie Aansluitend aan de beekdalzone wordt een groenstructuur gerealiseerd, die gelijk is aan de buurkavels, waarbinnen ook de kamer met het bouwvlak van 1.000 m2 geprojecteerd is. De hagen langs de erven en de struikenstroken langs de buitenranden zorgt voor een kleinschalige structuur beekdallandschap en een verdoezeling van het verkleinde bassin. De situering van de woning is gelijk als de buurpanden en niet parallel aan de beekloop. Dit is zeer nadrukkelijk gewenst vanuit de ligging t.o.v. de zon. Wanneer de woning parallel aan de beek ligt, blijft de achterzijde woning de gehele dag in de schaduw. De inrit aan de voorzijde loopt parallel aan de beek. Met de bomenrij, de hagen rond erf en het struweel leidt dit tot een rustiek en beekdalvriendelijk beeld. Verder wordt er buiten het erf aanplant van hoogstambomen gerealiseerd,
1 Janssen Wuts architecten, landschapsplan RvR Pratwinkel Baarlo, 7 maart 2022, werknummer 21031
Vastgesteld
8
zodat de woning gelijk als de vroegere huizen op platteland omgeven waren door opgaande bomen. Daarnaast creëert dit privacy en het verdoezelt de kas. De aanleg van de infiltratiepoel aan de rand bestaande beekloop, geeft oplossingen voor infiltratie regenwater en ook een ecologische en landschappelijke meerwaarde. Een goede opsplitsing van het intensieve erf van 1.000 m2 met eromheen het rustieke landschappelijke decor. Natuur De aanleg van landschapselementen, bomen, de poelen, het struweel en (gemengde)hagen levert in de directe omgeving van de Kwistbeek enorm veel variatie op en dat is weer veel ruimte voor flora en fauna. De beekloop vormt hierbij de groene as door het gebied en verbindt andere groene plekken langs deze beek met mekaar. De infiltratiepoel aan de rand van de restanten van een uitloper van de Berendonkse Beek versterken de natte omgeving. Zeker door een goede opbouw/variatie van de nieuwe beplantingselementen draagt dit zeker bij aan schuil- en nestgelegenheid voor vogelsoorten uit de omgeving. Water De visie is om de opvang en infiltratie van hemelwater te laten geschieden in de nieuwe te realiseren poel, zodat het water hier kan infiltreren. Het landschappelijk inpassingsplan heeft geresulteerd in het volgende: A. Aan te planten struweel / vogelbosje als landschapskader (500 m2); B. Aanplant beukenhaag aan de voorzijde van de beide erven (88 m2); C.
Aan te planten hoogstambomen (24 m2); D. Aan te planten toegangsbomen (6 m2); E. Kruidenrijk grasland (4.000 m2); F. Aanleg infiltratiepoel (160 m2). De landschappelijke inpassing dient een totale kwaliteitsbijdrage van €11.100 te hebben. Met de landschappelijke inpassing wordt 4.788 m2 aan groen gerealiseerd met een kwaliteitsbijdrage van €9.672,-. Hiermee wordt niet voldaan aan de benodigde kwaliteitsbijdrage. Het overige deel van de kwaliteitsbijdrage (€1.428,-) wordt gestort in het groenfonds van de gemeente Peel en Maas. Binnen het plangebied is de aanduidingen ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing Pratwinkel 4 Baarlo’ toegekend waarmee is gewaarborgd dat de nieuwe woning pas mag worden gebruikt als de landschappelijke inpassing is uitgevoerd en in stand wordt gehouden. Hierdoor wordt voldaan aan de eisen uit het Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas.
Vastgesteld
9
Afbeelding 9. Landschappelijke inpassing Pratwinkel 4 Baarlo
Vastgesteld
10
4.
BELEIDSKADER
In dit hoofdstuk worden de voor het plangebied en de ontwikkeling relevante beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Peel en Maas.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2023, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.
Vastgesteld
11
Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken.
In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het oprichten van de Ruimte voor Ruimtewoning worden geen van de genoemde belangen geschaad. Op en om de locatie is geen sprake van een gebiedsreservering. Het initiatief is daarom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.1.3 Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd.
De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Allereerst dient er sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling'. Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 december 2013, zaak nr. 201302867/1/R4), is het begrip woningbouwlocatie in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro niet nader gedefinieerd in het Bro. Voorts ontbreekt in de nota van toelichting bij deze bepaling (Stb. 2012, 388) een toelichting op de definitiebepaling van het begrip stedelijke ontwikkeling. De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen in de bebouwde kom, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro.
Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3).
Vastgesteld
12
Ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen, zoals de Ruimte voor Ruimteregeling, worden niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder. Dit blijkt uit de Nota van Toelichting bij de wijziging van art. 3.1.6 Bro (Staatsblad 2017, 182). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat de toevoeging van één Ruimte voor Ruimtewoning in Baarlo evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Er hoeft in dit geval dan ook niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). De omgevingsvisie is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: ▪ Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied; ▪ Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); ▪ Klimaatadaptatie en energietransitie.
Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Doorwerking initiatief De locatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas op korte afstand van de kern Baarlo. De woning is beoogd in het lint van de Pratwinkel dat voornamelijk bestaat uit woningen. Daarnaast zijn, ten westen van het plangebied, reeds twee Ruimte voor Ruimte woningen gerealiseerd. Gesteld kan worden dat de woning is beoogd op een planologisch aanvaardbare locatie. Het initiatief is daarmee in lijn met de Provinciale Omgevingsvisie Limburg.
Vastgesteld
13
4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 17 december 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld. In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor een ieder gelden of voor specifieke doelgroepen. De volgende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2021 zijn in dit geval van toepassing: ▪ Overstromingskansgebieden D ▪ Groenblauwe mantel ▪ Ontwikkelingsgebied glastuinbouw ▪ Wonen, werken en recreëren Overstromingskansgebieden D Vanuit de provincie gelden voor regionale oppervlaktewateren omgevingswaarden, ofwel “normen” voor wateroverlast. De omgevingswaarden geven de maximaal toelaatbare kans op overstroming per jaar van aangewezen gebieden aan. Ze zijn gericht op extreme situaties: neerslag- en afvoersituaties die niet vaak voorkomen. In totaal zijn vijf gebieden opgenomen met de specificatie voor dat gebied en de gemiddelde overstromingskans per jaar. Tabel 1. Overstromingskans per jaar per gebied gespecificeerd
Gebied
Specificatie
Overstromingskansgebieden A
1. 2.
Overstromingskansgebieden B Overstromingskansgebieden C
Overstromingskansgebieden D Overstromingskansgebieden E
Natuurnetwerk Limburg Groenblauwe mantel langs alle natuurbeken en langs omgevingsgerichte wateren binnen beekdalen en natte laagten Groenblauwe mantel langs omgevingsgerichte wateren buiten natte laagten 1. Overige landbouwgebieden, recreatieparken 2. Bebouwing in bebouwde kernen langs beken en in droogdalen in beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg Glastuinbouwgebieden Bebouwing in bebouwde kernen behalve langs beken en in droogdalen in beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg
Gemiddelde overstromingskans per jaar Geen kans aangegeven
1:10 1:25
1:50 1:100
Het plangebied ligt in overstromingskansgebieden D. Voor dit gebied is een gemiddelde overstromingskans per jaar 1:50. De norm is uitgedrukt als maximale overstromingskans per jaar. Een norm van 1:50 geeft aan dat de kans per jaar 1:50 is dat een overstroming plaats vindt. Anders gezegd: een overstroming komt statistisch gezien niet vaker voor dan gemiddeld eens per 50 jaar. Gesteld kan worden dat de kans op wateroverlast binnen het plangebied zeer klein is, zodoende kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Groenblauwe mantel Een van de wijzigingen in de Omgevingsverordening 2021 ten opzichte van de Omgevingsverordening 2014 betreft het samenvoegen van de zilvergroene en bronsgroene landschapszone tot de groenblauwe mantel. De regels voor beide typen gebieden komen sterk overeen, net als het feitelijke gebruik. In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat in de Groenblauwe mantel inzichtelijk moet worden gemaakt wat de betekenis van een ontwikkeling in een ‘plangebied’ is voor de natuurwaarden in aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg.
Vastgesteld
14
De provincie geeft daarbij aan dat het belangrijk is dat dit niet meer is dan een motiveringsplicht en geen gebodsbepaling. De verwachting is dat deze motiveringsplicht in veel situaties weinig extra inspanning (motivering) vergt omdat verbindingsof bufferfuncties niet geraakt worden. Het plangebied is gelegen in een beekdal en ligt op korte afstand van een gebied dat is aangewezen als ‘Groenblauwe mantel’ derhalve is een motiveringsplicht benodigd. Met onderhavig initiatief wordt een Ruimte voor Ruimte woning gerealiseerd aan de Pratwinkel. De Ruimte voor Ruimte woning wordt landschappelijk ingepast en vormt daarmee een mooi geheel met het omliggende landschap. De beoogde woning is gelegen in het beekdal van de Kwistbeek en nabij de Berendonkse Beek. Het omliggende gebied vormt een open enclave, waarbij het beekdal momenteel niet echt waarneembaar is. Het omliggende gebied is deels bebouwd en verder halfopen. De landschappelijke inpassing is opgesteld aan de hand van het omliggende landschap en sluit derhalve goed aan bij de omgeving. Met het initiatief wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan de groenblauwe mantel aan de overzijde van de weg. Ontwikkelingsgebied glastuinbouw Het plangebied ligt binnen een zone die is aangewezen als ontwikkelingsgebied glastuinbouw. Voor de glastuinbouw streeft de provincie een verdergaande concentratie en clustering na.
Dit doet de provincie door nieuwvestiging enkel toe te staan in de ontwikkelingsgebieden glastuinbouw. De locatie waar de nieuwe Ruimte voor Ruimtewoning is beoogd heeft geen waarde meer (als ruimtereservering) voor het ontwikkelingsgebied glastuinbouw en kan derhalve worden gebruikt voor het realiseren van de Ruimte voor Ruimte woning. Wonen, werken en recreëren In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat de motivering bij een plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. Sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c. Over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. Het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; e.
Realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Onderhavig initiatief is hierboven getoetst aan het rijksbeleid en het provinciaal beleid en wordt hieronder getoetst aan het regionale en gemeentelijk beleid. Uit de toetsing blijkt dat het oprichten van een Ruimte voor Ruimte woning op deze locatie passend is. Conclusie Op dit moment geldt nog de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding: 1 januari 2023) is een nieuwe verordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hierna is het initiatief getoetst aan de huidige verordening.
Vastgesteld
15
4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld en in werking getreden. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. Nieuwe woningen Wat betreft woningen wordt in artikel 2.4.2 lid 1 van de Omgevingsverordening bepaald dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Uit een brief2 van de provincie Limburg van 14 juni 2017 blijkt echter dat de realisatie van Ruimte voor Ruimtewoningen een op zichzelf staande opgave is. Deze woningen mogen additioneel op de taakstelling in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg gerealiseerd worden.
Ontwikkelingsgebied glastuinbouw Het plangebied ligt binnen een zone die is aangewezen als ontwikkelingsgebied glastuinbouw. Voor de glastuinbouw streeft de provincie een verdergaande concentratie en clustering na. Dit doet de provincie door nieuwvestiging enkel toe te staan in de ontwikkelingsgebieden glastuinbouw. De begrenzing van de ontwikkelingsgebieden glastuinbouw in de Omgevingsverordening Limburg 2014 is een concrete invulling van de concentratiegebieden en projectvestigingsgebieden glastuinbouw uit POL2006. Het is de nadere invulling die gemeenten in hun bestemmingsplannen en structuurvisies aan deze zoekgebieden hebben gegeven. De locatie waar de nieuwe Ruimte voor Ruimtewoning is beoogd heeft geen waarde meer (als ruimtereservering) voor het ontwikkelingsgebied glastuinbouw en kan derhalve worden gebruikt voor het realiseren van de Ruimte voor Ruimte woning. Conclusie De ontwikkeling van één Ruimte voor Ruimtewoning past derhalve binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014. 4.2.4 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Peel en Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’.
Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Peel en Maas gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 156 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Peel en Maas de gestelde opgave heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.
2 Provincie Limburg, brief aan alle Limburgse gemeenten m.b.t. Ruimte voor Ruimte, kenmerk 2017/42236, 14 juni 2017
Vastgesteld
16
Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van de kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.
▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. ▪ Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. Het initiatief betreft de ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimtewoning, naar aanleiding van de vraag naar dergelijke specifieke woningen. Volgens de Regionale Woonvisie is aansluiting op de vraag van de consument noodzakelijk (de marktvraag). Woningen zijn in de huidige woningmarkt alleen af te zetten wanneer deze qua prijs, locatie en kwaliteit aansluiten bij de vraag van de kritische consument. Dit is niet alleen in het voordeel van de consument, maar ook in het belang van de verschillende belanghebbenden op de woningmarkt (gemeente en marktpartijen). De betrokken gemeenten voegen in principe alleen plannen toe die aansluiten bij de kansrijke segmenten (passend binnen regionale en lokale kwalitatieve woningbehoefte). Daarnaast betreft het voorliggende initiatief een Ruimte voor Ruimtewoning. De realisatie van Ruimte voor Ruimtewoningen is een op zichzelf staande opgave. Deze woningen mogen additioneel op de taakstelling in de Regionale Woonvisie gerealiseerd worden. Het initiatief is daarom niet in strijd met de Regionale Woonvisie.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 Op 10 juli 2018 is de Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 in werking getreden. In dit beleid is vastgelegd dat geen medewerking wordt verleend aan de bouw van nieuwe woningen op locaties waar dit juridisch-planologisch niet is geregeld en waarbij sprake is van een toename van het aantal woningen ten opzichte van de woningbouwaantallen in de Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. De gemeente Peel en Maas maakt een gelimiteerde uitzondering voor: 1. Zogenaamde win-win situaties; 2. Woningbouwinitiatieven die een belangrijke maatschappelijke meerwaarde hebben en een bijdrage leveren aan het behoud/versterken van vitale gemeenschappen; 3. Verzoeken die die passen binnen de Ruimte voor Ruimteregeling; 4. Tijdelijke woonconcepten voor de duur van maximaal 10 jaar, tot uiterlijk 2030, voor de huisvesting van woonurgente doelgroepen; 5. Woningsplitsing binnen het buitengebied met als doel behoud en versterking van cultuurhistorische waarden; Vastgesteld
17
6.
Positieve principebesluiten en/of privaatrechtelijke afspraken.
Een van de gelimiteerde uitzonderingen betreft het ontwikkelen van een Ruimte voor Ruimtewoning, waarvan in dit geval sprake is. De volgende voorwaarden worden door de gemeente aan een Ruimte voor Ruimtewoning gesteld: a) de bouwkavel heeft een oppervlakte van ten minste 1.000 m2 b) toepassing wordt gegeven aan de basiskwaliteit (inpassing) uit het gemeentelijk kwaliteitskader en er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De gemeente Peel en Maas heeft negen Ruimte voor Ruimte contingenten van de Provincie Limburg en Ruimte voor Ruimte Beheer B.V. overgenomen. Met onderhavig initiatief wordt een Ruimte voor Ruimte woning gerealiseerd aan de Pratwinkel in Baarlo. Deze woning wordt dan ook gerealiseerd middels een van de Ruimte voor Ruimte contingenten die de gemeente Peel en Maas tot zijn beschikking heeft. Hieronder wordt het initiatief getoetst aan de voorwaarden die de gemeente heeft gesteld voor Ruimte voor Ruimtewoningen. De oppervlakte van de bouwkavel waarbinnen de Ruimte voor Ruimtewoning ontwikkeld zal worden bedraagt 1.000 m2. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. Initiatiefnemer is voornemens om een woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, met een inhoud van 1.700 m3 te realiseren.
Op basis van de beleidsregels Kruimengevallen Peel en Maas is de uitbreiding van een woning inclusief bijbehorende bouwwerken toegestaan mits het totaal aan bebouwing niet meer bedraagt dan 1.600 m3. Daarnaast is nog een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid om de inhoud van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken te vergroten met maximaal 100 m3. Dit is uitsluitend mogelijk als voldoende landschappelijk wordt ingepast, dan wel op een andere manier wordt voorzien in een kwaliteitsverbetering. Voor wat betreft de basisinpassing en de aanvullende kwaliteitsverbetering wordt verwezen naar de volgende paragraaf. 4.3.2 Structuurvisie buitengebied en kwaliteitskader In december 2011 is de Structuurvisie buitengebied door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het bestaande beleid van dat moment (Structuurplan 2008, Kwaliteitskader buitengebied, VAB beleid, Structuurvisie IV en Glas en het archeologiebeleid) samengebracht. De structuurvisie bevat grotendeels een voortzetting van het bestaand beleid. De structuurvisie heeft twee doelstellingen, te weten: het bieden van een integraal beleidskader voor het buitengebied dat mede dient als grondslag voor het bestemmingsplan “Buitengebied Peel & Maas” en het mogelijk maken van kostenverhaal voor bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanologie.
De structuurvisie bevat de hoofdlijnen voor het te voeren ruimtelijk beleid. Het plangebied is volgens de structuurvisie gelegen in de zone ‘Beekdal / Rivierdal’. De gebiedstypologie loopt uiteen in verschillende typen. Door de invloed van de beken op het omliggende land en de kansen die dit met zich meebrengt vormt elk beekdal een eigen gebiedstype. Voor dit landschapstype wordt gestreefd naar versterking van het landschapskarakter. In het structuurplan is aangegeven dat de nieuwbouw van burgerwoningen maatwerk is en dat het leveren van een tegenprestatie hier tegenover moet staan. Het Limburgs Kwaliteitsmenu van de provincie heeft zijn uitwerking naar lokaal niveau gekregen in de structuurvisie. Het doel van het hierin opgenomen kwaliteitsmenu is het bieden van een instrument om noodzakelijke en/of wenselijke ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met kwaliteitsverbetering. Bij kwaliteitsverbetering wordt onderscheid gemaakt in Basiskwaliteit (geldt altijd bij ontwikkelingen), daar bovenop Basiskwaliteit Plus of Aanvullende Kwaliteitsverbetering. Bij iedere ontwikkeling binnen het bestaande bouwvlak en bij uitbreiding van het bouwvlak tot de referentiemaat in een agrarisch gebied zonder waarden, is Basiskwaliteit van toepassing.
Ook bij functiewijziging van een gebouw zoals de vestiging van een kleinschalige logeerinrichting of huisvesting van arbeidsmigranten binnen de bestaande bebouwing er is sprake van Basiskwaliteit.
Vastgesteld
18
Basiskwaliteit wil zeggen dat de nieuwe bebouwing of functie goed ingepast moet worden. Als basis voor de omvang van de inpassing geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte “landschappelijke inpassing” of ander groen/natuur dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak waar de nieuwe bebouwing en erf komt. De verplichting voor de landschappelijke inpassing van een Ruimte voor Ruimtewoning komt uit de beleidsregel “Woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018”. De te hanteren richtlijn voor de inpassing sluit aan bij de Basiskwaliteit. Dat betekent dat 10% van het bouwvlak voor de Ruimte voor Ruimtewoning moet worden ingepast met groen. De oppervlakte van het bouwvlak voor de Ruimte voor Ruimtewoning bedraagt 1.000 m2. De inhoud van de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, zal echter 1.700 m3 bedragen. De basis inpassingseis bedraagt derhalve 100 m2 met een kwaliteitsbijdrage van €6,- per m2. Daarnaast dient nog een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd te worden van 700 m3 met een kwaliteitsbijdrage van €15,- per m3. De landschappelijke inpassing (zie paragraaf 3.2) voorziet in een kwaliteitsbijdrage op eigen locatie van €9.672,- en een afdracht aan het groenfonds van €1.428,-. Daarmee wordt voldaan aan de eis uit de structuurvisie en het kwaliteitskader.
4.3.3 Kaderstelling Ruimte en Economie In november 2017 is de notitie ‘Waardenoriëntatie en kaderstelling’ voor de thema’s Ruimte en Economie vastgesteld. De gemeente Peel en Maas wil bijdragen aan het goede leven binnen de gemeente. Bij alles wat de gemeente doet is een drietal kernwaarden leidend, namelijk zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Met deze kaderstelling vindt een herijking plaats van de programma’s van de thema’s ruimte en economie en de uitvoeringsafspraken. De economische crisis heeft partijen (overheid, ondernemers, inwoners) geleerd naar mogelijkheden te zoeken. Het denken en doen niet te laten bepalen door automatismen en belemmerende regels, niet te stoppen bij overheidssturing maar juist mee te werken in interactie en in partnership. De gemeenschap heeft behoefte aan ruimte om zelf initiatieven te ontwikkelen. De gemeente heeft in dat verband een faciliterende rol. Middels expertgesprekken zijn richtinggevende waarden gedestilleerd: ▪ van Individueel naar Samen; ▪ van Omgevingskwantiteit naar Omgevingskwaliteit; ▪ van Lineair naar Circulair; ▪ van Gesloten naar Open; ▪ van Consumeren naar Beleven; ▪ van beheersen naar ruimte geven en vertrouwen; ▪ van overheidssturing naar omgevingssturing. Per ‘waarde’ zijn omgevingsdoelen vastgesteld om de waarden inhoud te geven.
De waarden en bijbehorende omgevingsdoelen bepalen de richting voor de toekomstige Omgevingsvisie en geven tevens inhoud voor de programmadoelen van de gemeentelijke begroting. Voor het thema Ruimte betreft het dan de programma’s 1.1 ‘Vitale leefomgeving’ en 1.2 ‘Beheer fysieke leefomgeving’. Voor de onderhavige ontwikkeling is binnen het thema ruimte het navolgende programmadoel relevant: Wonen duurzaam in balans De gemeente Peel en Maas heeft op termijn te maken met demografische veranderingen en wel zodanig dat er sprake is van afname en veranderende samenstelling van de bevolking (vergrijzing) en daarmee veranderende samenstelling van de woningvoorraad. Dit heeft rechtstreeks gevolgen voor de vitaliteit en leefbaarheid van de kernen binnen de gemeente. Om vitaliteit en leefbaarheid van de kernen te behouden is het zaak om samen met de samenleving het woningbestand toekomstgericht duurzaam in balans te brengen. De gemeente staat voor een duurzaam woningbestand waarin ze op een voorwaarde scheppende manier kwalitatief zorgt voor een passend woonaanbod voor iedereen en daarmee de leefbaarheid van de dorpen op peil houdt. Kernwoorden hierbij zijn dorps, levensloopbestendig en duurzaam.
Vastgesteld
19
De gemeente staat, samen met de samenleving, voor een duurzaam woningbestand waarin er wordt gezorgd voor een passend woonaanbod voor iedereen. Daarmee wordt de leefbaarheid van onze dorpen op peil gehouden en wordt er ruimte gemaakt voor passende nieuwbouwplannen. De plancapaciteit zal daarom worden afgestemd op de natuurlijke behoefte voor Peel en Maas, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de vastgestelde Regionale structuurvisie Wonen. Met onderhavig initiatief wordt één Ruimte voor Ruimtewoning opgericht in Baarlo. In de gemeente Peel en Maas is een vraag naar Ruimte voor Ruimtewoningen. De gemeente geeft aan dat de woningen passend dienen te zijn binnen de Regionale structuurvisie. In de Regionale structuurvisie Wonen is opgenomen dat bij woningbouwinitiatieven aansluiting kan worden gezocht bij de marktvraag. In de gemeente Peel en Maas is vraag naar Ruimte voor Ruimtewoningen, het initiatief past zowel binnen het beleid van de gemeente Peel en Maas als binnen de Regionale structuurvisie.
Vastgesteld
20
5.
RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN
Met de ontwikkeling van de Ruimte voor Ruimtewoning dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, milieuzonering, geluid, lucht, externe veiligheid voor het plangebied wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van het initiatief voor de aspecten archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur, waterhuishouding en verkeer. De hieruit voortkomende bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht.
5.1
Milieuaspecten
5.1.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle ruimtelijke plannen relevant is en daarom onderzocht, beoordeeld en beschreven moet worden. De mate waarin beoordeling van de bodemkwaliteit aan de orde is, is met name afhankelijk van aard en omvang van het initiatief. In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient aangegeven te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de nieuwe woonfunctie. Daarom is voor het plangebied een verkennend bodemonderzoek3 conform NEN 5740 uitgevoerd. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond en ondergrond geen gehalten gemeten zijn verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium, xylenen en naftaleen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw van een woning. 5.1.2 Bedrijven en milieuzoneringen Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving.
Bedrijven en instellingen zijn verplicht te voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit, dan wel een omgevingsvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met omliggende woonbebouwing. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Indien woningbouw wordt gerealiseerd in de directe omgeving waar milieugevoelige objecten zijn toegelaten, dan dient rekening gehouden te worden met de bestaande rechten van deze bedrijven. Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Deze indicatieve bedrijvenlijst geeft richtafstanden, gebaseerd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of gemengd gebied. Om tot een optimale invulling van de ruimte te komen worden deze twee verschillende omgevingstypen onderscheiden. Het achterliggende idee is dat de gevoeligheid van een gebied mede afhankelijk is van het omgevingstype.
De gevoeligheid van een gebied kan daarom aanleiding zijn om af te wijken van de standaardafstanden in de bedrijvenlijst die standaard uitgaan van de ligging in een rustige woonwijk.
3
Aeres Milieu, Verkennend bodemonderzoek, Pratwinkel ong. te Baarlo, 5 augustus 2021, projectnummer: AM21358
Vastgesteld
21
Het plangebied is te typeren met het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Rondom het plangebied liggen namelijk diverse functies, zo is ten noorden een glastuinbouwconcentratiegebied gelegen en ten zuiden een bedrijventerrein. In het oosten ligt de kom van Baarlo en in het westen is juist weer sprake van een agrarische gebied bestaande uit agrarische bedrijven afgewisseld met woningen. In geval van het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kunnen de afstanden uit indicatieve bedrijvenlijst – zonder dat dit ten koste van het woon- en leefklimaat – met één afstandsstap worden verkleind. Woningen betreffen een functie welke geen milieuhinder veroorzaakt voor de omgeving. Wel kan de woning milieuhinder ondervinden van functies gelegen in de omgeving. Ter plaatse van het plangebied dient daarom aangetoond te worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van omliggende milieubelastende functies.
In de directe omgeving bevinden zich de volgende milieubelastende functies: ▪ Bedrijventerrein de Kieën, afstand tot het plangebied 50 meter; ▪ Glastuinbouwbedrijf, Breekweyenweg 2, afstand tot het plangebied 70 meter; ▪ Auto stalling, Soeterbeek 34, afstand tot het plangebied 85 meter; ▪ Transportbedrijf, Pratwinkel 9, afstand tot het plangebied 90 meter; ▪ Agrarisch, niet grondgebonden, Hetterichstraat 8, afstand tot het plangebied 165 meter; (champignon of viskwekerij) ▪ Glastuinbouwbedrijf, Bongardweide 16, afstand tot het plangebied 220 meter; ▪ Volkstuin, Bongardweide ong. (ten westen van nummer 10), afstand tot het plangebied 260 meter; ▪ Glastuinbouwbedrijf, Nieuwkampweg 3-3a, afstand tot het plangebied 260 meter; Bedrijventerrein de Kieën Ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van de weg, is bedrijventerrein de Kieën gelegen. Conform het vigerende bestemmingsplan zijn hier bedrijven tot en met categorie 3 toegestaan. Voor bedrijven uit milieucategorie 3.2 (de hoogste toegestane milieucategorie ter plaatse) geldt een richtafstand van 50 meter voor een gemengd gebied. Overige functies De milieuruimte van overige milieubelastende functies in de omgeving van het plangebied is geïnventariseerd aan de hand van de SBI-code en de grootste bijbehorende richtafstand voor geur, stof, geluid en gevaar (tabel 1). Tabel 2.Milieubelastende functies omgeving plangebied
Bedrijf
Adres
Autostalling
Soeterbeek 34
Glastuinbouwbedrijf
▪ ▪ ▪
Transportbedrijf
Pratwinkel 9
5221
Agrarisch, niet grondgebonden*
Hetterichstraat 8
0113
Volkstuin
Bongardweide ong.
011, 012, 013
Breekweyenweg 2 Bongardweide 16 Nieuwkampweg 3-3a