2022-065 03 Nota van zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie Peel en Maas (geanonimiseerde versie).pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie Peel en Maas 1. Inleiding Het College van Burgemeester en Wethouders heeft op 17 januari 2022 besloten de Omgevingsvisie in ontwerp ter inzage te leggen met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Vervolgens is met ingang van 27 januari 2022 gedurende zes weken de ontwerp Omgevingsvisie ter inzage gelegd. De ter inzage legging is op de reguliere wijze bekendgemaakt, zoals een publicatie in Gemeentenieuws, via het digitale publicatiesysteem DROP. De ontwerp Omgevingsvisie Peel en Maas was raadpleegbaar in websitevorm via www.omgevingsvisiepeelenmaas.nl en was beschikbaar als pdf bestand. Daarnaast lag een fysiek exemplaar van de ontwerp Omgevingsvisie bij de balie van het gemeentehuis ter inzage. 2. Zienswijzen Van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is gebruik gemaakt door 14 organisaties / personen. We bedanken alle indieners van zienswijzen voor hun betrokkenheid. In verband met de privacy wetgeving, zijn de zienswijzen genummerd en geanonimiseerd. In de reacties wordt verwezen naar de Reclamanten 1 t/m 14. 3. Behandeling zienswijzen De belangrijkste argumenten uit de zienswijzen zijn hierna samengevat en van een reactie voorzien. In een aantal gevallen hebben de reacties van de reclamanten geleid tot aanpassingen van de Omgevingsvisie Peel en Maas.
De eventuele aanpassingen zijn ook onderstaand te lezen. 1. Reclamant 1 a. Bestaand beleid als uitganspunt wordt niet in acht genomen, uitbreidingsmogelijkheden intensieve veehouderij worden ingeperkt. Reactie: In de huidige structuurvisie IV en Glas is als algemene doelstelling opgenomen het versterken van de afwaartse beweging van IV ten opzichte van o.a. kwetsbare functies als wonen. Afgelopen jaren is hier via de inzet van diverse instrumenten de afwaartse beweging gestimuleerd (o.a. win-win). In de POL-uitwerking land- en tuinbouw wordt onder andere gesproken over toekomstbestendige locaties. In het bestaande beleid is dus uitgangspunt “Nee, tenzij” waarbij er ruimte is voor maatwerk indien er sprake is van een bijdrage aan overige opgaven en doelen (bijv. ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat). b. De volgorde onder “ik heb een plan”, zou anders moeten zijn, eerst overleg met de gemeente en dan dialoog met de buurt. Tevens vraagt ondernemer zich af hoe er omgegaan wordt als de buurt onredelijke voorwaarden heeft. Reactie: De volgorde van deze processtappen kan in de praktijk anders zijn, maar dat is sterk afhankelijk van het initiatief. In sommige gevallen vindt er inderdaad eerst overleg plaats met de gemeente over een initiatief voordat er met de omgeving gesproken wordt. In andere gevallen is er wel al met de omgeving besproken.
Het stappenplan is een hulpmiddel en geen regel of harde eis. Het goede gesprek met de omgeving voeren betekend niet dat de omgeving het met de plannen eens moet zijn. De reactie/mening van de omgeving wordt meegenomen in de besluitvorming. Hierbij kijken we ook naar de redelijkheid van deze reactie/mening. c.
De vraag of het versterken van recreatief netwerk mogelijk is omdat de agrarische bedrijven en landerijen bereikbaar moeten blijven. Reactie: Het versterken van het recreatief netwerk en de bereikbaarheid van landbouwgronden hoeft elkaar niet te bijten. Openbaarheid van wegen is in principe een uitgangspunt bij het versterken van het recreatieve netwerk.
d. Verzoek om blijvers te gebruiken om sloop bij stoppers te betalen en verdere meekoppelkansen/extra maatregelen. Reactie, uitgangspunt hierbij is het huidige kwaliteitskader buitengebied waarbij we ook kijken naar sloop als vorm van tegenprestatie. Tevens staan er in de provinciale verordening regels ten aanzien van sloop voor nieuwbouw (bijvoorbeeld voor glastuinbouw). Er is echter geen sprake van harde “Staldering” (voor elke vierkante meter nieuwe stal een vierkante meter slopen). Dit uitgangspunt wordt in de omgevingsvisie genuanceerd.
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie peel en Maas
1
2. Reclamant 2 a. Wij vragen om de ontwikkelruimte in het bestemmingsplan buitengebied te respecteren. Reactie: De huidige structuurvisies en de regionale POL-uitwerking land- en tuinbouw zijn input voor deze omgevingsvisie. Het beleid hieruit, ontwikkelruimte op toekomstbestendige locaties is door vertaald naar deze omgevingsvisie. Daarnaast blijft het huidige bestemmingsplan Buitengebied van kracht tot het moment dat het nieuwe Omgevingsplan voor Peel en Maas (op onderdelen) gereed is. b. Wij vragen u daarom in de kleinschalig halfopen ontginningslandschappen, oude verdichte bouwlanden en de grootschalige veenontginningslandschappen op te nemen dat de ontwikkelruimte voor land- en tuinbouw een te versterken waarde is. (mag wel geen focus) Reactie: We nemen dit niet als specifiek te versterken waarde op bij deze gebieden. Voor deze gebieden is dit niet een van de meest kenmerkende waarden waarop de focus in die gebieden ligt. Maar dat betekent niet dat er geen ontwikkelmogelijkheden zijn in die gebieden voor de land- en tuinbouw. Economische waarde is per definitie een waarde en niet gebiedsgericht, waarbij op toekomstbestendige locaties ruimte is voor ontwikkeling. Ieder bedrijf is uniek, ieder gebied is uniek. Ontwikkelruimte voor de land- en tuinbouw kent diverse verschijningsvormen zoals schaalvergroting, verbreding enz.
Ieder initiatief wordt op zijn unieke verschijningsvorm beoordeeld in relatie tot de beleidsuitgangspunten van de ontwikkeling en in relatie tot het gebied. c.
Beschrijving van de deelgebieden beekdalen en rivierdalen dient genuanceerd te worden. Reactie: De gebiedstypen zijn overgenomen uit de bestaande structuurvisies en een algemene beschrijving van de waarden en kwaliteiten van dit type gebied in Peel en Maas. Dit betekent echter niet dat elke deel van deze gebiedstypen er exact uitziet zoals beschreven en uitsluitend is geformuleerd. Nuances komen hierin voor en er kunnen dus zeker akkers in de lager gelegen delen van een beekdal liggen.
d. Kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw worden gestimuleerd en gefaciliteerd. Om misverstanden te voorkomen is het nodig te omschrijven wat de gemeente hiermee bedoelt. Onduidelijk is hoe de gemeente dit denkt te doen. Overigens zijn wij van mening dat kringlooplandbouw een middel is en geen doel. Reactie: In deze visie is de koers op hoofdlijnen uitgezet. De nadere uitwerking van de ambitie en richtinggevende uitspraken wordt vormgegeven in programma’s, onderliggend beleid of het omgevingsplan. Hierin wordt later beschreven hoe we de uitgezette koers willen bereiken. e. Uitbreiding van agrarische bedrijven is mogelijk op toekomstbestendige locaties. Wat een toekomstbestendige locatie is, hangt echter af van het type bedrijf en de ontwikkelingsrichting die een bedrijf kiest. Reactie: Dat klopt. We leggen op voorhand ook niet vast wat toekomstbestendige locaties zijn. Dit is maatwerk per bedrijf en locatie. f.
Dóórontwikkeling van grootschalige bedrijven moet altijd in relatie met de omgeving worden gezien. Grootschaligheid krijgt een negatieve annotatie terwijl grote bedrijven kunnen investeren in verduurzaming of emissiebeperkende technieken die voor kleine bedrijven niet haalbaar zijn. Reactie: Grootschaligheid heeft in onze ogen niet direct een negatieve annotatie. Grote bedrijvigheid heeft vanwege de grootte altijd meer impact op de omgeving. Niet per definitie op luchtkwaliteit maar ook op aspecten zoals landschap, verkeer en dergelijke. Vandaar dat het bij deze categorie belangrijke is om te kijken of het passend is in de omgeving.
g. Uitbreiding van intensieve veehouderijen in de kernrandzones, de deelgebieden bos- en natuurgebieden en beek- en rivierdalen is niet mogelijk. Dit is een aanscherping van het huidige beleid waar wel onder voorwaarden uitbreiding mogelijk is. Wij vragen u de uitbreiding van intensieve veehouderijen conform het vigerende bestemmingsplan buitengebied in de omgevingsvisie op te nemen. Reactie: Voor het antwoord verwijzen u naar de reactie bij punt a hierboven. h. Bij glastuinbouw introduceert u de term primaire en secundaire ontwikkelingsgebieden. Wij
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie peel en Maas
2
vinden dit stigmatiserend en vinden het duidelijker om te spreken van ontwikkelingsgebieden met en zonder de mogelijkheid tot nieuwvestiging. Overigens vinden wij het ruimtelijk niet relevant of de realisatie van kassen in ontwikkelingsgebieden glastuinbouw plaatsvindt door nieuwe of door zittende ondernemers. We vragen u om met de gevestigde ondernemers een evaluatie uit te voeren van het bestaande beleid. En daarbij tevens de koppeling te maken met de behoefte/noodzaak tot revitalisering, verduurzaming, herstructurering en/of uitbreiding van elk van de bestaande ontwikkelingsgebieden glastuinbouw. Reactie: Bij opgave 6 Balans in het buitengebied is bij de procesafspraken al opgenomen dat we aan de slag gaan met het evalueren van het beleid van de ontwikkelingsgebieden glastuinbouw. Hiermee komen we tegenmoet aan uw bovenstaande vraag. i.
U stelt dat u bij de tegenprestatie bij uitbreiding van bedrijven meer wilt inzetten op een sloopverplichting. Wij begrijpen de behoefte om Vrijkomende Agrarische Bebouwing die niet geschikt is voor hergebruik zoveel mogelijk te slopen. Echter, wij zijn tegen een verplichte koppeling van bedrijfsuitbreiding en sloop van Vrijkomende Agrarische Bebouwing elders. Sloop is niet alleen de verantwoordelijkheid van de sector maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Reactie: Uitgangspunt hierbij is het huidige kwaliteitskader buitengebied waarbij we ook kijken naar sloop als vorm van tegenprestatie. En ook in de provinciale verordening staan er regels ten aanzien van sloop voor nieuwbouw (bijvoorbeeld voor glastuinbouw). Er is echter geen sprake van harde “Staldering” (voor elke meter nieuwe een meter slopen). Dit uitgangspunt wordt in de omgevingsvisie genuanceerd.
j.
Voorstel om stap 4 en 5 te wisselen en termijnen aan te geven die de gemeente hanteert wanneer een initiatiefnemer een plan in heeft gediend bij de gemeente. Reactie: De volgorde van deze processtappen kan in de praktijk anders zijn, maar dat is ook afhankelijk van het initiatief. In sommige gevallen vindt er inderdaad eerst overleg plaats met de gemeente over een initiatief voordat er met de omgeving gesproken wordt. In andere gevallen is er wel al met de omgeving besproken. Het stappenplan is een hulpmiddel en geen regel of harde eis. De gemeente hanteert de wettelijke termijn vanuit de Omgevingswet. De Omgevingsvisie is echter niet het document waarin we deze termijn willen benoemen of vastleggen. Het is een visie en heeft ook geen bindend karakter voor initiatiefnemers.
k.
In zijn algemeenheid maken we ons zorgen om de ondertoon in de omgevingsvisie waarbij ontwikkeling van agrarische bedrijven wordt gekoppeld aan andere belangen. Reactie: De Omgevingswet gaat uit van een meer integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Bij alle ontwikkelingen kijken we naar een integrale benadering. Waarbij ontwikkelingen (niet alleen agrarisch) die niet rechtstreeks passen binnen de regels bijdrage aan de waarde en kwaliteiten en de opgaven die we vast hebben gelegd in deze Omgevingsvisie. In algemeenheid streven we naar goed wonen, leven en werken. We steven naar een juiste balans tussen de diverse functies.
3. Reclamant 3 a. Natuurbelangen i.
De kaart met de aangeduide bos-en natuurgebieden komt niet overeen met de gebieden die door de Provincie als natuurgebied zijn aangewezen. We geven u in overweging ergens op te merken dat de kaartbeelden indicatief zijn en niet op perceel niveau beoordeeld dienen te worden. Reactie: De kaart is inderdaad niet op detailniveau uitgewerkt en geeft op hoofdlijnen de gebiedstypen weer waaraan de waarden en kwaliteiten gekoppeld zijn. Bij deze eerste Omgevingsvisie hebben we er bewust voor gekozen om gebieden nog niet in detailniveau uit te werken. Wij plaatsen een disclaimer bij de kaart waarin dit wordt aangegeven.
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie peel en Maas
3
ii.
Binnen de gebiedstypen kleinschalig half open ontginningslandschappen (sheet 18) en oude verdichte landschappen (sheet 20) heeft de gemeentelijke omgevingsvisie het over de mogelijkheid van extensief recreatief gebruik. Deze aanduiding zou ook voor de bos en natuurgebieden moeten worden toegepast. Reactie: Deze suggestie nemen we over.
iii.
Toevoegen van ‘inheems’ waar het gaat om meer diverse soorten bomen en planten om de biodiversiteit te versterken (sheet 11). Reactie: Inheems wordt toegevoegd aan de eerste zin onder te versterken waarden.
iv.
Ruimte bieden voor water en piekberging in natuurgebieden kan niet zomaar overal en altijd, dat ligt heel genuanceerd, graag toevoegen: ‘waar mogelijk’. Reactie: Dat klopt maar dat geldt in principe voor alle (te versterken) waarden per deelgebied. Hierbij kijk je altijd naar de mogelijkheden die de specifiek omgeving biedt. Tekst in de omgevingsvisie wordt hier niet op aangepast.
v.
De enkele opmerking op sheet 51 dat er altijd sprake kan zijn van aanvullende natuurwetgeving van een hoger niveau is onvoldoende om omissies te ondervangen. We adviseren u een zin toe te voegen dat een plan vergezeld dient te gaan van een haalbaarheidstoetsing aan milieu- en natuuraspecten. Dit stellen we mede in relatie tot onze bevoegdheden binnen de Wet natuurbescherming. Reactie: In de Omgevingsvisie is dit stappenplan opgenomen als hulp of service richting initiatiefnemers. Uiteindelijk leidt dit stappenplan naar een gesprek/vooroverleg tussen initiatiefnemer en de gemeente. Daarin komen alle aspecten waaronder natuur en de daarvoor nodige onderzoeken aan bod. De omgevingsvisie is in onze ogen niet het instrument waarin we deze concrete proces/procedure informatie opnemen.
b. Recreatie i.
Aan al deze uitspraken verzoeken we u conform het provinciale beleid (POVI, paragraaf 8.3) toe te voegen dat een kwantitatieve uitbreiding van het aanbod alleen mogelijk is als dit niet leidt tot verdringing en leegstand. Dit geldt zowel voor verblijfs- als dagrecreatie. Reactie: Wij komen tegenmoet aan u verzoek en voegen deze passage toe aan de tekst in de Omgevingsvisie.
ii.
Sheet 59 ‘aanleg van recreatievoorzieningen die onderdeel zijn van de gemeentelijke of regionale groenstructuur’. Het is ons niet duidelijk over wat voor recreatievoorzieningen dit gaat. Zijn dit wandel- en fietspaden? Reactie: Dit kunnen diverse voorzieningen zijn niet alleen wandel- en fietspaden. Dit is een van de categorieën ontwikkelingen, benoemd in artikel 8.21 Omgevingsbesluit, waarvoor het verhalen van een financiële bijdrage mogelijk is. Wij hebben alle categorieën uit artikel 8.21 Omgevingsbesluit opgenomen in de Omgevingsvisie en gaan bij het opstellen van het omgevingsplan nader uitwerken waarvoor we daadwerkelijk een financiële bijdrage gaan vragen.
iii.
Sheet 36 richtinggevende uitspraak 4: ‘We benaderen vraagstukken meer integraal, vanuit zowel het fysieke en maatschappelijk domein in het belang van een meer integraal
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie peel en Maas
4
bekijken.’ Is hier bij het redigeren iets fout gegaan? Reactie: Deze zin loopt inderdaad niet en wordt aangepast. iv.
We verzoeken u het motorcrosscircuit De Vossenberg ergens in de visie aan te duiden en te benoemen. Dit in relatie tot de aanstaande planprocedure hiervoor. Reactie: Onder opgave 5 Toekomstgericht ondernemen bij recreatie en toerisme voegen wij als richtinggevende uitspraak het volgend toe: We bieden in onze bossen en natuurgebieden ruimte aan extensieve recreatieve en sportieve activiteiten passend binnen de kenmerken, waarden en kwaliteiten van het betreffende gebied. Dit ook als breder kader voor sportactiviteiten die wij nu faciliteren in deze gebieden.
c.
Wonen
Wat betreft het onderdeel ‘wonen’ lezen we een paar richtinggevende uitspraken (bijv. ‘goed, fijn en vitaal wonen voor iedereen’) plus een verwijzing naar de ‘uitwerkingen kaderstelling thema Wonen’. Het lijkt ons echter gewenst om deze uitspraken een slag meer te concretiseren. In de zin van benoeming in deze visie van de regionale (en relevante samenhang met provinciaal beleid) en lokale kaders als ook eventueel de huidige en toekomstige hoofdlijnen hiervan (zoals verwoord in de huidige Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 en gemeentelijke woonvisie of vergelijkbare beleidsregel). Reactie: De in de omgevingsvisie genoemde richtinggevende uitspraken zijn een vertaling van de hoofdlijnen uit onze lokale woonvisie en sluiten aan bij het abstractie niveau van de totale omgevingsvisie. Daarnaast zijn ze verder geconcretiseerd naar enkele procesafspraken. De lokale woonvisie ligt volledig in lijn met de regionale woonvisie. Hiermee zijn de hoofdlijnen van het kader wonen voldoende geborgd in de omgevingsvisie. d. Monumentaal cultureel erfgoed We missen in de ontwerp visie de scherpte in formulering voor wat betreft de waarde van erfgoed: dus niet zoals hierboven geformuleerd zijnde richtinggevend maar als een kernkwaliteit binnen de fysieke leefomgeving.
Gelet op het vorenstaande doen we het pleidooi om binnen de algemene waarden op sheet 7 het belang en de mogelijkheden van erfgoed voor de fysieke leefomgeving prominenter te verwoorden. Reactie: Op basis van bovenstaande reactie scherpen wij de tekst bij de algemene waarden, onder B. Diversiteit bij alinea 3 laatste zin als volgt aan: “Het hoofddoel bij cultureel erfgoed is het versterken en zichtbaar zijn van het vele erfgoed als sterke identiteitsdragers van de fysieke leefomgeving. Verder stimuleren we participatie bij erfgoed, vaak in relatie met natuur en natuurbeleving. e. Water De ontwerp Omgevingsvisie zegt niets over grondwaterkwaliteit en de invloed van ontwikkelingen daarop. Het zou goed zijn als in de Omgevingsvisie opgenomen wordt dat de gemeente een verantwoordelijkheid voelt om alle ontwikkelingen en initiatieven zo in te vullen dat de kwaliteit van het grondwater verbetert of op zijn minst niet nadelig wordt beïnvloed. Zo zou bijvoorbeeld op sheet 32 en 33 de grondwaterkwaliteit ook kunnen worden genoemd. Ook bij kringlooplandbouw (sheet 42) wordt een bijdrage geleverd aan een goede (of in ieder geval betere) grondwaterkwaliteit. Antwoord: Naar aanleiding van bovenstaande reactie voegen wij op een tweetal plaatsen een aanpassing door. Onder opgave 1 bij circulariteit voegen we bij de ambitie “(grond)water” toe in
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie peel en Maas
5
zin 3. Daarnaast passen we waterkwaliteit bij richtinggevende uitspraak nr. 1 bij Opgave 2 ‘Een gezonde en veilige leefomgeving’ aan naar (grond)waterkwaliteit. Deze twee opgaven zijn overkoepelend en van toepassing op alle ontwikkelingen in het fysieke domein. f.
Algemeen-juridisch i.
Op sheet 56 staat dat de vier milieubeginselen zijn uitgewerkt in de opgaven. Gelet op de wettelijke verplichting, adviseren we u dit nader te beschrijven. Reactie: Naar aanleiding van deze reactie hebben wij de tekst onder het kopje Samenhang met milieuaspecten als volgt geformuleerd: In de Omgevingswet is een aantal eisen gesteld aan de omgevingsvisie. Zo moet de omgevingsvisie laten zien hoe we omgaan met de vier milieubeginselen die in Europees verband zijn vastgelegd. Dit zijn afspraken over de manier waarop we zorgen voor ons milieu. Er zijn vier regels. Deze regels worden de vier milieubeginselen genoemd. • Het voorzorgsbeginsel. Dit betekent dat we activiteiten voorkomen waarvan we verwachten dat ze negatief zijn voor het milieu. • Het beginsel van preventief handelen. We proberen milieuvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen. Dit betekent dat we vooraf maatregelen nemen om een negatief gevolg van een activiteit te voorkomen. Denk aan de inzet van de beste technieken zodat er geen luchtvervuiling ontstaat. • Het beginsel van bestrijding aan de bron. Dit betekent dat we bij een negatief gevolg als eerste kijken of er iets bij of in de directe omgeving van de activiteit zelf kan worden veranderd zodat dit negatieve gevolg wordt voorkomen. Bijvoorbeeld door vuile lucht af te vangen of door geluiddempende maatregelen toe te passen. • Het beginsel de vervuiler betaalt.
Dit betekent dat degene die de activiteit uitvoert ook moet betalen voor het voorkomen van negatieve gevolgen. Dat zijn bijvoorbeeld maatregelen bij de ontvanger, of het opruimen van vervuiling. In de uitwerking van de opgaven in deze omgevingsvisie hebben we deze milieubeginselen meegenomen.
ii.
Het energiethema is ook ons inziens nog onderbelicht. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan de waarschijnlijke komst van de Delta Corridor en het windmolenpark ‘Egchelse Heide VOF’. Binnen het thema landbouw zijn de uitsluitingsgebieden uit de Omgevingsverordening voor land- en tuinbouw nog niet genoemd. Het thema Wonen gaat niet in op de verplichte Ladder voor duurzame verstedelijking en we adviseren hierin ook te benoemen dat voor de huisvesting van internationale werknemers u aansluit bij de SNF-normen. Reactie: In deze eerste Omgevingsvisie hebben wij er vooralsnog voor gekozen om geen specifieke gebiedsafbakening op te nemen. Waar nodig zijn deze verankerd in de bestemmingsplannen. Daarnaast is deze visie opgesteld op basis van bestaande kaders en zijn nieuwe ontwikkelingen zoals bijv. de Delta Corridor niet opgenomen. De visie is opgesteld op een hoger abstractieniveau als onze bestaande structuurvisies waardoor we een onderwerp als de SNF norm niet opnemen in de visie. De SNF norm is opgenomen in ons huisvestingsbeleid arbeidsmigranten.
4. Reclamant 4 Bij opgave 2, een gezonde en veilige leefomgeving, missen we bij de richtinggevende uitspraken onder nummer 1 het gedeelte van gezondheid bevorderende factoren zoals o.a. bewegen, rookvrije omgeving, groen. Vervolgens zien we gezondheid wel bij een aantal thema’s terugkomen, zoals klimaatadaptatie, echter niet bij thema energietransitie, gezond wonen
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie peel en Maas
6
(minimaal). Reactie: Bij de richtinggevende uitspraak 1 onder opgave 2 vullen we de gezondheid bevorderende factoren toe. Gezondheid is een overkoepelende opgave die van invloed is op alle ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Om die reden wordt gezondheid niet nogmaals bij de meer sectoraal beschreven opgaven genoemd in deze visie. 5. Reclamant 5 a. Het zou heel fijn zijn indien er in Peel en Maas een natuurlijke, veilige zwemomgeving zou komen voor kinderen en volwassenen. b. Het zal veel meer om kwaliteit moeten gaan, van bodem, van lucht, van gewassen en daar zal een goede prijs voor de boer tegenover moeten staan. c. Het zou fijn zijn als boeren geholpen werden om over te stappen naar een organische landbouw. d. Aan de randen van de dorpen zouden ook eenvoudige eco-huisjes kunnen komen of appartementen in een voormalig boerenbedrijf. e. De gemeente kan in de kernen actiever zijn wat betreft promoten van biodiversiteit. Reactie: In deze omgevingsvisie is het huidige beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving integraal door middel van gebiedskwaliteiten en opgaven opgenomen. in uw zienswijze doet u een aantal suggesties die mogelijk meegenomen kunnen worden bij de verdere uitwerking van de opgenomen ambities en richtinggevende uitspraken in de omgevingsvisie.
Deze zaken zijn te concreet om op het niveau van de omgevingsvisie te verwerken en krijgen mogelijk een plaats in onderliggend beleid of het omgevingsplan. 6. Reclamant 6 a. Vraag of het label ‘glastuinbouwconcentratiegebieden’ op het eind van het jaar gaat verdwijnen? b. Is mijn locatie gelegen in het gebied “grootschalige open ontginningslandschappen”?. Reactie: U heeft geen inhoudelijk reactie op de ontwerp Omgevingsvisie maar een tweetal vragen naar aanleiding van. Het label glastuinbouwconcentratiegebieden komt niet te vervallen zoals bij de procesafspraken staat opgenomen gaan we het beleid ten aanzien van de glastuinbouwconcentratiegebieden evalueren en wordt de begrenzing hierin ook meegenomen. Uw locatie is inderdaad gelegen in het grootschalige open ontginningslandschappen. 7. Reclamant 7 a. Wij vragen om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen en te kunnen uitbreiden alsmede nieuwvestigingen van bedrijven in het buitengebied mogelijk te maken. Reactie: We sluiten aan bij de criteria toekomstbestendige locaties ten aanzien van de uitbreidingsmogelijkheden van bedrijven in het buitengebied. Ten aanzien van nieuwvestiging kunnen we het volgende opmerken: in de afgelopen decennia zien we een significante terugloop in het aantal agrarische bedrijfslocaties met als gevolg leegstand van agrarisch vastgoed.
Op basis de POL-uitwerking land- en tuinbouw en de daarin opgenomen bestuursafspraken hanteren we in het kader van de leegstandsproblematiek het nee, tenzij principe. Uitgangspunt is herbestemming van agrarische vastgoed op toekomstbestendige locatie in tegenstelling tot nieuwvestiging. b. Wij willen graag participeren bij de verdere uitwerking van de ambities. Reactie: De uitwerking van de ambities, richtinggevende- en procesafspraken in onderliggende beleidskaders of omgevingsplan doen we als Peel en Maas altijd in samenspraak met onze stakeholders. Cumela behoort ook tot deze stakeholders.
8. Reclamant 8 a. De waarden dusdanig toe te kennen en te begrenzen dat aangesloten wordt bij de huidige situatie in het landschap en de aanwezige gebruiksvormen. Dit betekent in elk geval het verwijderen van het “beekdal” ter plaatse van het agrarisch bedrijf , gelegen ten noorden en zuiden van Op den Bosch te Baarlo. Reactie: De begrenzing van de gebiedstypen wordt hierop niet aangepast. De indeling van de gebiedstypen is gebaseerd op basis van de ontstaansgeschiedenis en het aanwezige
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie peel en Maas
7
landschap. Gebruiksfuncties hebben zeker invloed op de fysieke omgeving maar zijn zo dynamisch dat het niet realistisch is om op basis hiervan de gebiedstypen te wijzigen. De waarde beekdal wil niet per definitie zeggen dat er geen mogelijkheden meer zijn voor bestaande agrarische bedrijfsactiviteiten. b. De opgave(n) voor de agrarische sector meer concreet te maken, om zodoende voor de belangrijkste functie uit het buitengebied een bruikbaar toetsingskader te hebben. Reactie: Bij de totstandkoming van deze Omgevingsvisie is het bestaande beleid ten aanzien van de land- en tuinbouw het uitgangspunt (SV Buitengebied en POL-uitwerking land- en tuinbouw). Hierbij worden de bestaande beleidsuitgangspunten ten aanzien van de gebiedsgerichte benadering via de systematiek van gebiedstypologie in stand gehouden. Via deze systematiek worden initiatieven beoordeeld om te komen tot de afweging voor “toekomstbestendige locaties”. Hierbij biedt het werken met meer algemene doelregels ruimte voor maatwerk, ingespeeld op het unieke initiatief in perspectief tot gebied en locatie. Juist vanuit het voornoemde denken in doelen is het niet gewenst om de omgevingsvisie in te zetten als toetsingskader. 9. Reclamant 9 a. U wilt laten zien wat we belangrijk vinden: wie is we? Reactie: De Omgevingsvisie is de visie van de gemeente Peel en Maas op de fysieke leefomgeving.
We is in deze dus de gemeente Peel en Maas. De omgevingsvisie is tot stand gekomen op basis van bestaande kaders en beleid dat altijd in samenspraak met de gemeenschap en stakeholders tot stand is gekomen. b. Hoe is de omgevingsvisie opgebouwd? Hebben jullie ook gebruik gemaakt van het rapport “KIEZEN en DELEN” van 12 mei 2021 van Peter Heij. Hoe willen jullie de economische zwakkere broeders gaan helpen? En hoe willen jullie de kwaliteit van de leefomgeving weer verbeteren in deze gebieden! Let op met concentratie gebieden. Hier wordt vaak de kwaliteit en overlast extra versterkt. Reactie: De Omgevingsvisie is opgebouwd uit gebiedskwaliteiten en waarden en de belangrijkste opgaven die we zien ten aanzien van de fysieke leefomgeving. Het rapport “Kiezen en Delen” is hierbij niet specifiek gebruikt. De inhoud is vormgegeven op basis van bestaande kaders en beleid. De inhoud uit dit rapport is echter niet nieuw en aspecten hieruit komen ook terug in onze opgaven. Bij een actualisatie van deze omgevingsvisie of verdere uitwerking kan het rapport Kiezen en Delen mogelijk gebruikt worden. We zien de opgave waar we voor staan in het buitengebied ook als belangrijke opgave. Nieuwe balans in het buitengebied is dan ook een van de 6 belangrijkste opgaven waar we voor staan. Bij de opgave staan procesafspraken die we gaan oppakken om invulling te geven aan deze opgave. c.
Steeds meer duurzame producten worden in de toekomst van landbouwproducten gemaakt. Hoe willen jullie dit gaan invullen? Moet er meer cultuurgrond ontgonnen worden. Reactie: We volgen trends en ontwikkelen ten aanzien van de transitie van de landelijke gebied middels het Programma Vitaal en Verbonden Buitengebied. Of er ten aanzien van deze transitie meer cultuurgrond moet worden ontgonnen is niet aan ons als lokale overheid.
d. Tegengaan van verdroging. Waarom willen jullie dit tegengaan moet de natuur zich daar niet op gaan aanpassen Reactie: Er liggen diverse uitspraken van de Raad van State waaruit blijkt dat er niet voldaan wordt aan Europese richtlijnen met betrekking soortenbehoud (Vogel- en habitatrichtlijn). Het verder tegengaan van verdroging is één van de maatregelen die kunnen bijdrage aan een het behouden en versterken van soorten. Ook vanuit landelijke en provinciale regelgeving is dit een aandachtspunt. e. Bos- en natuurgebieden: Ontwikkeling ecologische verbindingen en gebieden (EHS): hierin moet benoemd worden dat een verbindingszone met cultuurgrond ook een verbinding is. Reactie: Cultuurgrond kan in bepaalde situaties zeker een onderdeel vormen van een
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie peel en Maas
8
verbindingszone. Er wordt ook niet gesteld dat elke verbindingszone een natuurbestemming krijgt. De Omgevingsvisie wordt op dit onderdeel niet aangepast. f.
Beekdalen en rivierdalen: Momenteel zijn deze gebieden veel te breed ingetekend. Grond in deze gebieden mag niet in kwaliteit of in waarde verminderen. Ook mag je hier geen extra verplichtingen opleggen. Ook mogen bedrijven in deze gebieden niet beperkt worden met hun bedrijfsvoering ook niet bij de bedrijfsbeëindiging. Reactie: binnen het huidige beleidskaders wordt er gewerkt middels zogenaamde gebied typologieën zo ook voor de beekdalen en rivierdalen. De te bereiken beleidsdoelen ten aanzien van deze gebieden zijn meer dan enkel de hydrologische doelen. Vanuit o.a. te behouden en versterken waarden van deze gebieden, bijvoorbeeld landschappelijke openheid, zijn hieraan gebiedsgericht beleidsdoelen gesteld. Gebiedstypologie beekdalen en rivierdalen sluiten agrarisch gebruik niet uit, maar staan ook niet zonder meer alles toe. We sluiten hierbij aan bij de bestaande beleidskaders.
g. Het versterken van de natuur en biodiversiteit: het woord LANDBOUW is hier vergeten. Landbouw draagt ook bij aan de biodiversiteit en een groene en gezonde leefomgeving. Reactie: Dat de functie landbouw, en ook andere functies, een bijdrage kunnen leveren aan de te versterken waarde natuur en biodiversiteit staat niet ter discussie. We benoemen hier echter niet alle functies die hieraan een bijdrage kunnen leveren. Landbouw wordt dan ook niet toegevoegd. h. Nieuwe balans in het buitengebied: i. Wat houdt kringlooplandbouw precies in ii. Wat zijn hier de gevolgen precies van? iii. Hoe willen jullie dit stimuleren (punt 1) iv. Wanneer is een bedrijf grootschalig (punt 2) v. Tegenprestatie graag zwart op wit hoe deze eruit moet zien Reactie: er wordt aangesloten bij de beleidskaders vanuit het Rijk ten aanzien van kringlooplandbouw. Ieder initiatief is uniek en ieder gebied en locatie is uniek. Door juist meer in te steken op doelen in plaats van generieke regels ontstaat er ruimte om maatwerk. Ten aanzien van de tegenprestatie wordt aangesloten bij het bestaande beleid zijnde het kwaliteitskader buitengebied. Hoe hier verder invulling aan wordt gegeven wordt uitgewerkt in een onderliggend programma, beleid of het omgevingsplan. De visie is hiervoor niet het juist instrument. Hierin nemen we de visie op hoofdlijnen op. i.
Ik heb een plan: gelieve een maximale tijdsduur aan een plan te koppelen en een route uit te stippelen met (maximale) tijdsduur. Reactie: De Omgevingsvisie is niet het instrument waarin we termijn vastleggen of benoemen. Er gelden wettelijke termijnen voor het afhandelen van formele aanvragen. Het voortraject om te komen tot een aanvraag is niet in een vaste termijn vast te leggen. Dit is sterk afhankelijk van de complexiteit van het initiatief.
10. Reclamant 10 a. De 6 algemene opgaven van Peel en Maas. i. Er is geen duidelijke aanduiding gegeven van een van de belangrijkste natuurgebieden in onze gemeente, namelijk de aanwezige Peelrestanten. ii. Bij die peelgebieden is geen aandacht gegeven aan de flanken. iii. Er zijn geen of in onvoldoende mate ecologische verbindingszones aangegeven. iv. De afstemming met de omliggende gemeenten is volstrekt onduidelijk dan wel onvoldoende aanwezig. Hoogveengebied: a. Waarom ‘aanvullende waarde’ en niet ‘waarde’ sec? het is een belangrijke kernwaarde. Reactie: De term aanvullende waarde is gekozen voor het maasdal en het peelgebied rondom Meijel. In deze aanvullende waarde nemen we een aantal kwaliteiten op die niet specifiek te koppelen zijn aan een van de gebiedstypen maar geld voor een aantal gebiedstypen. Maar dan niet voor het hele grondgebied binnen het specifieke gebiedstype in Peel en Maas. Bijvoorbeeld de peelrandbreuk die in Meijel ook door de half open
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie peel en Maas
9
kleinschalige ontginningen loopt maar niet kenmerkend is voor andere kleinschalige half open ontginningslandschappen in Peel en Maas. b. Bij gebiedskwaliteiten ontbreekt in de eerste bullet vooral de aanduiding dat hier sprake is van bijzonder zeldzame hoogveenmoeras natuur. Bij de tweede bullet ontbreekt dat er als gevolg van die waterscheidingen ook beken naar het westen lopen richting de Aa. Bij de derde bullet ontbreekt dat de Peelkanaalzone een belangrijke functie heeft als ecologische verbindingszone. Bij de vierde en/of vijfde bullet dient de aanwezigheid van wijst verschijnselen opgenomen te worden. Reactie: De visie is op een hoger abstractie niveau opgesteld, waarbij we niet alle kwaliteiten en functies gedetailleerd per gebied benoemen. Vanwege het unieke karakter van wijst voegen wij dit toe bij bullet 4 van de aanvullende kwaliteit peelgebied. c.
De ‘Te versterken waarden’ dienen te worden aangevuld met ‘Stimuleren van hoogveenherstel’ (in de Peelreservaten zelf) en ‘Versterken van de hydrologische bufferfunctie’ in de flanken van die Peelreservaten. Reactie: We begrijpen uw reactie in deze. Het gaat hierbij echter om nieuwe zaken/beleid of een gewenst toekomstbeeld. De huidige visie is opgesteld op basis van bestaande kaders. Nieuwe gewenste ontwikkelingen worden bij een eerstvolgende actualisatie van de Omgevingsvisie meegenomen waarbij een integrale afweging van alle wenselijke ontwikkelingen en belangen plaatsvindt.
d. Verder dient de Peelrandbreukzone een aparte status (als ‘aanvullende waarde’) te verkrijgen met de daarbij behorende gebiedskwaliteiten en de te versterken waarden. Reactie: De peelrandbreukzone is als kwaliteit beschreven in de aanvullende waarde peelgebied. Vanwege het abstractieniveau en het beperken van het aantal gedifferentieerde gebieden voegen we dit niet als aparte waarde op. Door het opnemen als kwaliteit binnen het peelgebied onderstrepen we het belang hiervan al. e. De overige te versterken waarden, genoemd bij ‘Peelgebied’ dienen opgenomen te worden in de deelgebieden voor zover relevant ter plekke. Reactie: We hebben de aanvullende waarden juist opgesteld om specifieke kwaliteiten en waarden voor een gebied, dat meerdere gebiedstypen overlapt, te vermelden. Dit om te voorkomen dat we deze waarde in de afzonderlijke gebiedstypen moeten opnemen terwijl dit maar voor een beperkt gedeelte van dit gebiedstype van toepassing is. f.
Ad 3. Er wordt onvoldoende aangegeven waar sprake is van ecologische verbindingszones. Bij ‘Bos-en natuurgebieden’ is daar wel sprake van. Maar ook en vooral beekdalen zijn daarvoor zeer geschikt. Bij de ‘Waarde per deelgebied’ onder ‘Beekdalen en rivierdal’ ontbreekt deze functie echter. En bij te versterken waarde zou moeten worden opgenomen: ‘Versterken van de ecologische verbindingszone. Reactie: De benoemde te versterken waarden voor het beekdal dragen in principe al bij aan het versterken van de ecologische(verbindings) waarde van het beekdal.
g. Ad 3 functie’. In de hele gemeente zou bekeken moeten worden welke beken/beekdalen in combinatie met ‘Bos en natuurgebieden’ belangrijk zijn als (lokale) ecologische verbindingszones en dientengevolge ook als zodanig duidelijker in de visie opgenomen moeten worden. Ook de aanwezige kanalen vervullen een belangrijke functie als ecologische verbindingszones. Reactie: De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. De visie is niet het instrument waarin we gedetailleerd alle ecologische verbindingszones of kansen voor ecologische verbindingszones in beeld brengen.
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie peel en Maas
10
Ad 4. Het is belangrijk dat het ruimtelijk beleid wordt afgestemd met de omliggende gemeenten c.q. dat ons beleid rekening houdt met de aanwezige natuurwaarden in onze omliggende gemeenten. Reactie: Deze Omgevingsvisie is opgesteld op basis van bestaande kaders. Kaders die in een eerder stadium zijn afgestemd met de belangrijkste stakeholders, waaronder ook omliggende gemeenten. Daarnaast is de ontwerp visie gedeeld met omliggende gemeenten om hierop te reageren. Verder werken we op verschillende fronten samen in regionaal en zelfs provinciegrens overstijgend aan opgaven in het landelijke gebied. Waar nodig wordt bij de uitwerking van zaken uit de omgevingsvisie ook samengewerkt met andere gemeenten. b. De uitwerking van opgave drie per deelgebied. i. Kleinschalig halfopen ontginning. Hier dient het gebied ten noorden van Meijel en ten (noord) westen van Grashoek aangegeven te worden als hydrologische bufferzone. ii. Grootschalige open veenontginningslandschappen. In dit gebied, direct grenzend aan Nationaal Park de Groote Peel, is niet vermeld de belangrijke functie als hydrologische bufferfunctie met de daarbij behorende floristische en faunistische waarden, gebonden aan natte omstandigheden.
In ‘te versterken waarde’ (derde bullet) dient opgenomen te worden dat gestreefd moet worden naar hoge grondwaterstanden als tegendruk tegen het natuurgebied de Groote Peel zelf om daar een hoge en stabiele grondwaterstand te realiseren, die nodig is voor hoogveenregeneratie. Bij ‘te versterken waarden’ eerste bullet dient aangevuld te worden met ‘door te streven naar verkleining van de bebouwingsomvang’. iii. Grootschalige open ontginningslandschap. Wij kunnen ons hier uitstekend vinden in de geformuleerde gebiedskwaliteiten en de te versterken waarden met name als het gaat om ‘het landschap als drager naar een meer natuurinclusieve en duurzame vorm van landbouw’. iv. Beekdalen en rivierdal. De omschrijving van de gebiedskwaliteiten en de te versterken waarden onderschrijven wij volledig. Reactie: Op verschillende bovenstaande punten is afzonderlijk een reactie gegeven. Op overige punten is de onderstaande algemene reactie van toepassing. De Omgevingsvisie is opgesteld op basis van bestaande kaders. Uw reactie gaat op een aantal fronten verder dan de bestaande (gemeentelijke en provinciale) kaders. Om die reden vormt uw reactie op dit moment voor ons geen aanleiding om de omgevingsvisie op die onderdelen aan te passen. Wij waarderen uw inbreng en willen deze graag in overweging meenemen in een eerste actualisatie van onze Omgevingsvisie. 11.
Reclamant 11 De Bos- en Natuurgebieden langs het kanaal van de Vieruitersten 24 tot aan Noord- Brabant zijn in werkelijkheid veel groter qua omvang dan op de kaart staat aangegeven. Reactie: Als basis voor deze omgevingsvisie hebben we gebruik gemaakt van de gebiedskaarten van de structuurvisie Buitengebied en de kaarten uit de Provinciale Omgevingsvisie. Dit is een indeling in gebiedstypen op hoofdlijnen Daarnaast liggen er ook in de andere gebiedstypen zoals bijv. de kleinschalige ontginningslandschappen percelen die in het bestemmingsplan de bestemming bos en natuur hebben. Ook in de door u aangegeven locatie. Mogelijk dat we bij een eerste herziening op basis van nieuwe inzichten de begrenzing van de gebiedstypen aanpassen. Vooralsnog houden we de huidige begrenzing aan. 12. Reclamant 12 Tevreden over de ontwerp Omgevingsvisie Peel en Maas en de aanpassingen die er in verwerkt waren ten aanzien van externe veiligheid. Geen inhoudelijke reactie/zienswijzen. 13. Reclamant 13 Geeft het advies naar aanleiding van de visie om richting te geven en te monitoren op het gebied van duurzaamheid en vraagt niet specifiek voor aanpassing van de Omgevingsvisie. Reactie: Reactie vormt geen aanleiding om de ontwerp Omgevingsvisie aan te passen. Indiener is in contact gebracht met beleidsmedewerker duurzaamheid. 14. Reclamant 14
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie peel en Maas
11
a. Het valt op dat in de omgevingsvisie het fysiek-natuurlijke erfgoed dat Peel en Maas rijk is substantieel veel nadruk krijgt in tegenstelling tot de uit sociale activiteiten voortvloeiende culturele erfgoedwaarden uit de diverse tijden véél minder nadruk krijgen. Graag willen wij het college dan ook verzoeken om de omgevingsvisie op dit punt méér in de richting óók aan te scherpen en te duiden in welke richting wij ons willen bewegen. Reactie: de omgevingsvisie gaat met name over de fysieke leefomgeving vandaar dat het sociale minder nadruk krijgt. In het nog op te stellen gemeentelijke erfgoedbeleid zal zowel het fysieke als het sociale erfgoed een plek krijgen. b. Wij vragen u dan ook: laat de macht van het getal niet prevaleren boven ter zake kwalitatieve advisering? Wij vinden dat een Museum Peel en Maas een gewogen stem in deze (gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit) kan/moet hebben. Reactie: de gemeenteraad heeft de verordening Gemeentelijke Adviescommissie Peel en Maas in de raadsvergadering van februari 2022 vastgesteld. Dit is geen onderdeel van de ontwerp Omgevingsvisie. De commissie toetst op basis van ruimtelijke kaders zoals onder andere de Omgevingsvisie en deze kaders zijn in samenspraak met de stakeholders opgesteld. Het is niet wenselijk om lokale (belangen)partijen een rol te geven in de adviescommissie.
We zien zeker een rol weggelegd voor u bij de vorming van de ruimtelijke kaders waaraan de adviescommissie toetst.
Nota van beantwoording zienswijzen: Ontwerp Omgevingsvisie peel en Maas
12