2022-050 08 Toelichting - Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan Langstraat 18 Meijel.pdf
Tekst van het document
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN BEHEERSPLAN - KWALITEITSBIJDRAGE
LANGSTRAAT 18 MEIJEL Gemeente Peel en Maas
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN - BEHEERSPLAN - KWALITEITSBIJDRAGE - LANGSTRAAT 18 MEIJEL
1
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN
De landschappelijke inpassing van het initiatief aan de Langstraat 18 te Meijel is afgestemd op de kernkwaliteiten en kenmerken van het ter plaatse aanwezige landschap. Huidige situatie De locatie is gelegen ter plaatse van een grootschalig open veenontginningslandschap. Landschappelijke kenmerken van deze locatie en de omgeving rationele strakke verkaveling (rechte wegen, sloten, bomenrijen) en de verre doorzichten. De groenstructuur vormt een strak ingericht patroon van bomenrijen langs de asfaltwegen met een aantal bomenrijen die dwars op de weg staan. Aan de overkant van de Langstraat bevindt zich zo’n eikenlaan die dwars op de weg staat.
an
rba
pee
Bu
G
p alo
ite k jba nri
Aan te planten plukhagen met vrucht- en besdragende struiken Bu ite
Aan te leggen bufferings- en infiltratievoorziening met natuurlijke oevers
jb nri
iste
sp
ak
Gra
o Do e rsn
rsn
d Pad
o Do
C
C-
Aan te planten knip- en scheerheg met aan te leggen extensief grasland
s
ock
-B
cks
do
B de
Pad
e ed
n oxe
enb
rd Paa
iten
Bu ak
rijb
erge Lon el cirk
erk g/w
sla ats
rde Paa
pla
In te zaaien bloem- en kruidenrijk grasland
erge Lon el cirk
pSta len mo
A
A-
Op
sn
or
Do
e ed
pSta len mo
stMe lag s op
Bestaande eik handhaven
n oxe
nb r iten Bu k
ijba
T
AA
TR GS
N
n nte s me rte room pa Ap ers/g t rui
Aan te planten natuurlijke oever bestaande sloot
e/ tin Kan toor kan
al
Rijh
Aan te planten landschapsbomen
LA w m) ou eb roo Bijg iter/g u (r
n ere
en uw
bo
e Bijg
k Par
Aan te planten landschapsbomen
ing
on sw rijf
d Be
Opgesteld door: Datum: Schaal: Project:
T.v.H. 10-11-2021 1:1500 (A3) 18112.071
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN - BEHEERSPLAN - KWALITEITSBIJDRAGE - LANGSTRAAT 18 MEIJEL
Deze tekening bevat tevens informatie die geen betrekking heeft op de verplichte landschappelijke inpassing als gevolg van bijbehorende procedure, hieraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.
Beoogde situatie Als entree wordt een bomenlaantje aangeplant van vijf landschapsbomen. Om het plangebied groen af te bakenen, en de voorzieningen onderling af te bakenen, worden beukenhagen geplant in en rond het plangebied. Langs de westzijde van het plangebied wordt een bomenrij geplant, dwars op de Langstraat, om aan te sluiten bij de ‘oorspronkelijke’ bomenrijen in dit gebied (visueel-ruimtelijk en cultuurhistorische kernkwaliteit). Ook wordt door deze bomenrij de openheid van het gebied gehandhaafd. Langs de bestaande sloot worden natuurlijke oevers aangebracht voor de landschapsecologie (groene karakter) en om het reliëf in het landschap te benadrukken. Langs de zandweg worden plukhagen en een bloemen kruidenrijk grasland voorgesteld. De cultuurhistorische lijn worden op deze manier benadrukt. Ten slotte wordt er een bufferingsen infiltratievoorziening aangelegd. Deze nieuwe groenstructuren in het landschap versterken de eigen kernkwaliteiten van het gebied. Gezien voorgaand wordt voorkomen dat de vier genoemde kernkwaliteiten die horen bij de Bronsgroene landschapszone wordt aangetast. De beoogde landschapselementen zorgen juist voor een versterking van de kwaliteiten en het landschapsbeeld van deze ontginning.
Door deze landschapsversterkende maatregelen wordt de ruimtelijke vormgeving van de gebouwen verzacht en gedeeltelijk aan het zicht onttrokken en sluit het aan op het open landschap.
2
BEHEERSPLAN Aan te planten natuurlijke oever
Aan te planten landschapsbomen
Aan te leggen natuurlijke oever bij bestaande sloot Riet, grote en kleine lisdodde, gele lis, kalmoes, zwanenbloem etc.
m² ca. 200
De gewenste vegetatie komt tot stand door het aanplanten van waterplanten en oeverplanten (individuele voorgekweekte plantjes). Deze beplanting zal in een wild plantverband worden geplant: enigszins door elkaar en niet in zich herhalende rijen van soorten. Dit geeft het meest natuurlijke resultaat. Hiernaast zal een spontane ontwikkeling van oever- en watervegetatie afgewacht worden. Als de toplaag begroeibaar is, dan zal zich op termijn een diverse begroeiing ontwikkelen die is aangepast aan de plaatselijke omstandigheden.
Aan te planten landschapsbomen in rij en bij inrit In rij: Mix van zwarte els, ruwe berk en/of Hollandse linde etc. Stamdiameter: 16-18 cm (op 1,30 m hoogte): Bij inrit: Hollandse linde (stamdiameter: 16-18 cm)
stuks 12 5
Hoogstambomen De bomen worden minimaal éénmaal gesnoeid. Na het snoeien beslaat de kroon minimaal 50% van de lengte van de boom. Berk wordt gesnoeid als het in blad staat (i.v.m. bloeden). Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond zal niet leiden tot schade aan het element.
Maaien ca. één keer per jaar
Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval zullen niet verwerkt worden in de beheereenheid.
Ca. 300 cm Bestaande bodem sloot
Ca. 500 cm Nieuwe insteek sloot
Bestaande baggerlijn Te graven natuurvriendelijke oever (NVO) met een waterdiepte van ca. 70 cm
Doorsnede A-A
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN - BEHEERSPLAN - KWALITEITSBIJDRAGE - LANGSTRAAT 18 MEIJEL
3
Aan te planten plukhagen met vrucht- en besdragende struiken Aan te planten plukhagen met vrucht- en besdragende struiken Aalbes (rode bes) en zwarte bes Rode herfstframboos Gewone framboos Kruisbes
m¹
st / m¹
180
In te zaaien bloem - en kruidenrijk grasland aantal
2
360
- De aal- en zwarte bes zullen in februari/maart en (na het 'optionele' oogsten) en eind mei/begin juni gesnoeid moeten worden. Dus 2x per jaar. - De rode herfstframboos wordt jaarlijks na het oogsten tot boven de grond worden geknipt. - De gewone framboos zal geknipt worden na het oogsten in juni/juli. - Kruisbessen worden 2x jaarlijks in februari/maart en na optionele oogst van juli tot september gesnoeid.
In te zaaien bloem- en kruidenrijk grasland Pinksterbloem, echte koekoeksbloem, gewone brunel, gewone margriet, grote ratelaar, kamgras, klein vogelpootje, knoopkruid, moerasstruisgras, muizenoor, waterkruiskruid en/of zwarte zegge etc.
m²
ca. 1080
Dit wordt ingezaaid met de genoemde kruiden in het vroege voorjaar of najaar. Deze kruiden vermeerderen zich door middel van zaad maar stoelen ook weer uit als vaste planten. Er zal later niet worden bijgezaaid omdat dit niet nodig is. Op kale plekken kan de grond pleksgewijs verwond worden met bv. een hark om de kruiden zelf een kans te geven om daar te groeien. Het gewas wordt jaarlijks 1 keer gemaaid en het maaisel wordt binnen 14 dagen afgevoerd. De eerste maaibeurt is tussen 1 juli en 1 augustus en bij deze maaibeurt wordt 50% van de beheer- eenheid niet gemaaid en blijft overstaan.
Overhangende takken aan de zijkanten zullen maximaal 1 maal per 3 jaar worden teruggesnoeid.
De tweede maaibeurt is tussen 15 september en 15 november en dan wordt het deel dat nog niet gemaaid is gemaaid. Het overige deel blijft staan.
Na het snoeien heeft de haag een hoogte van tenminste 1,00 meter. De frequentie blijft gelijk (2 stuks per strekkende meter).
Het grasland zal niet worden gescheurd, gefreesd of heringezaaid. Doorzaai/herinzaai zal, na overleg en advies van de veldcoördinator, gebeuren om de kruidenrijkdom te vergroten.
Er wordt geen gebruik gemaakt van een klepelmaaier, uitgezonderd het snoeiwerk van zijkanten langs wegen.
De rand wordt niet bemest of beweid.
Het snoeihout zal worden afgevoerd. Als snoeihout versnipperd wordt zullen de snippers niet verwerkt worden in het element.
Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval worden niet verwerkt worden in de beheereenheid.
Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier zullen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden
De rand wordt niet gebruikt als pad, behoudens voor het schonen van aanliggende sloot.
Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval zullen niet verwerkt worden in de beheereenheid. De haag wordt tegen vraatschade door paarden bestermd doordat er een afstand van ca. 4 meter tussen de paddocks en de haag is gelegen. Bovendien is er een galoppeerbaan gelegen naast de heg (dus direct toezicht op het paard).
Doorsnede B-B
Ca. 150 cm
Aan te planten plukhagen met vrucht- en besdragende struiken Hoogte: 100 / 130 cm
Ca. 400 cm
In te zaaien bloem- en kruidenrijk grasland Hoogte: Tot ca. 30 cm
Te handhaven bestaande sloot
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN - BEHEERSPLAN - KWALITEITSBIJDRAGE - LANGSTRAAT 18 MEIJEL
4
Aan te planten knip- en scheerheg met aan te leggen extensief grasland
Aan te leggen bufferings- en infiltratievoorziening
Aan te planten knip- en scheerheg met aan te leggen extensief grasland Plantafstand ca. 20 cm Hoogte 60-80 cm: Beukenhaag
Aan te leggen bufferings- en infiltratievoorziening met natuurlijke oevers Riet, grote en kleine lisdodde, gele lis, kalmoes, zwanenbloem etc.
m¹ 750
st / m¹ 5
aantal 3750 m²
Gras: Engels raaigras, ruw beemdgras, gestreepte witbol, reukgras, rood zwenkgras en/of andere inheemse soorten.
ca. 1734
m² ca. 924
De afmeting is gemiddeld 42 x 22 meter van de gehele voorziening. Bij minimaal 1 keer per jaar maaien ontwikkelt zich een bloemrijke grasvegetatie.
De breedte is circa 80 cm van de haag.
Flauwe hellingen van ca. 1:3 m
Het beheer van de hagen bestaat uit het 1 maal per jaar scheren.
De gewenste vegetatie komt tot stand door het aanplanten van waterplanten en oeverplanten (individuele voorgekweekte plantjes). Deze beplanting zal in een wild plantverband worden geplant: enigszins door elkaar en niet in zich herhalende rijen van soorten. Dit geeft het meest natuurlijke resultaat. Hiernaast zal een spontane ontwikkeling van oever- en watervegetatie afgewacht worden. Als de toplaag begroeibaar is, dan zal zich op termijn een diverse begroeiing ontwikkelen die is aangepast aan de plaatselijke omstandigheden.
Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart. Aandachtspunten bij nieuwe aanplant: Bij de beukenhaag worden de toppen niet ingekort voordat de gewenste hoogte bereikt is. De zijkanten worden kort geschoren, zo vertakt de haag tot een volle haag ontstaat. Dus er wordt begonnen met een smalle heg. Elke scheerbeurt wordt de heg verbreed tot de gewenste breedte is bereikt. Extensief grasland: Dit wordt ingezaaid met de genoemde kruiden/grassoorten in het document in het vroege voorjaar of najaar. Deze kruiden vermeerderen zich door middel van zaad maar stoelen ook weer uit als vaste planten. Er zal later niet worden bijgezaaid omdat dit niet nodig is. Op kale plekken kan de grond pleksgewijs verwond worden met bv. een hark om de kruiden zelf een kans te geven om daar te groeien.
Om het hemelwater te kunnen lozen op de daarvoor bestemde infiltratie voorziening wordt gekeken of er door middel van vrij verval onder de duiker door kan gaan tot aan de infiltratievoorziening. Mocht dit niet realiseerbaar zijn dan zal dit via pompen voorzien van terugslagkleppen doorgevoerd worden naar de infiltratievoorziening. Dit is vergelijkbaar met de toepassingen zoals vaker te zien is bij glastuinbouwlocaties.
Ca. 150 cm
Voor een duurzame kruidenrijke grasstrook (voor de biodiversiteit) wordt 'laat' in het jaar en met een lage frequentie gemaaid. De lage frequentie is 1x per jaar. Uitgaande van 1x per jaar maaien op een tijdstip tussen 15 juni en 1 juli zal het maaisel worden afgevoerd.
Ca. 2200 cm
Doorsnede C-C
Aan te leggen bufferings- en infiltratievoorziening
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN - BEHEERSPLAN - KWALITEITSBIJDRAGE - LANGSTRAAT 18 MEIJEL
5
KWALITEITSBIJDRAGE Toetsing aan kwaliteitskader Voor de berekening van de kwaliteitsbijdrage zijn de volgende gegevens gebruikt: - Toekomstig bouwvlak: Ca. 2 hectare - Toekomstig bestemmingsvlak en bouwvlak gezamenlijk: Ca. 5 hectare - Op basis van het kwaliteitskader ligt deze locatie in het gebied ‘Grootschalig open veenontginnings-landschappen’. Boven de referentiemaat van 1,5 hectare is 2,5 x aanvullende kwaliteit van toepassing. Bovenstaand is afkomstig van het paletadvies van de kwaliteitscommissie. 186
160 360
Afmetingen landschapselementen:
m²
822 m²
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN - BEHEERSPLAN - KWALITEITSBIJDRAGE - LANGSTRAAT 18 MEIJEL
m²
Totale oppervlakte landschappelijke inpassing Langstraat 18 te Meijel: 5048 m²
10
Knip- en scheerheg zonder extensief grasland Landschapsbomen bij inrit
m²
Bufferings- en infiltratievoorziening met natuurlijke oevers Natuurlijke oever bestaande sloot en landschapsbomen Knip- en scheerheg met extensief grasland
m²
m²
924 822 160 330 186 800 180 68 160 180 148 10
180
160
22 4 4 10 4 4 4 4 4 4 0,5 2 m²
m²
68
42 205,5 40 33 46,5 200 45 17 40 45 295 5 stuks
360
m²
Oppervlakte (m²) 360 360 360
m²
330
Breedte 6 6 6
m²
800
Plukhagen met bloem- en kruidenrijk grasland
Lengte 60 60 60
924
360
m²
m² m²
Basiskwaliteit plus 10% van het gehele toekomstige bestemmingsvlak en bouwvlak gezamenlijk als landschappelijke inpassing (en opvang hemelwater). Dit betekent minimaal 5000 m² aan landschappelijke inpassing.
180
m²
Schaal 1 : 2000
6
Colofon
Gemeente
Peel en Maas
Plangebied
Langstraat 18 Meijel
Datum
07-12-2021
Opgesteld door
Van Dun Ontwerp & Planologie Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@ontwerp-planologie.nl I. www.ontwerp-planologie.nl
Auteur
T.v.H.
Projectleider
R. S.
Projectnummer
18112.071
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN - BEHEERSPLAN - KWALITEITSBIJDRAGE - LANGSTRAAT 18 MEIJEL
7