CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-046 05 Toelichting - bijlage 2 - Landschappelijke inpassing.pdf

Raad 7 juni 2022, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “bestemmingsplan Valkerheideweg 1 Maasbree, wijziging bestemming Agrarisch - Intensieve veehouderij naar Agrarisch – Grondgebonden” (2022-046)1.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inpassingsplan behorende bij het bestemmingsplan Valkerheideweg 1 Maasbree

Bosplantsoen aan te leggen na realisatie rijhal/ mestopslag

Bestaande Laurierhaag

14 Bestaande hoogstam fruitbomen

Bestaand struweel

Landschappelijke inpassing: Binnen de gemeente Peel en Maas wordt bij een aanpassing/wijziging van het bestemmingsplan de voorwaarde opgenomen dat: de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd dat als bijlage bij de regels wordt opgenomen, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie. De landschappelijke inpassing wordt in de vorm van een voorwaardelijke verplichting opgenomen met een daaraan gekoppelde aanleg- en instandhoudingsverplichting; In de onderhavige situatie is door de gemeente aangegeven dat de inpassing over de oppervlakte van de bestaande bebouwing en de nieuwe bebouwing (die op dit moment al concreet en op korte termijn voorzien is) berekend worden (ipv over de oppervlakte van het bouwvlak). Dus 10% van de oppervlakte van de bebouwing die blijft staan (inclusief bedrijfswoning en bijgebouwen) en de nieuwe bebouwing moet ingepast worden. Van de op de bovenstaande uitsnede aangegeven gebouwen zijn de woning met aangebouwde bijgebouwen, de naastgelegen garage en gebouw 1 reeds aanwezig. Deze gebouwen blijven ook behouden.

Van de overige gebouwen/bouwwerken wordt op korte termijn gebouw 2 gerealiseerd. Gebouw 3 wordt pas op termijn een keer gerealiseerd. De oppervlakte van de bestaande en (op korte termijn) te realiseren gebouwen bedraagt: Woonhuis: Aanbouw: Garage: Gebouw 1: Gebouw 2: Totaal:

72,0 m2 146,0 m2 66,0 m2 393,0 m2 347,0 m2 1.024,0 m2

10% van deze oppervlakte (zijnde 102 m2) dient te bestaan uit landschappelijke inpassing met gebiedseigen beplanting. Bestaande beplanting: De huidige beplanting op de locatie Valkerheideweg 1 te Maasbree bestaat uit: Aan de wegzijde: een struweel bosje bestaande uit een enkele zomereik en een onderbegroeiing bestaande uit hazelaar, eik, vlierbes, berk en hulst, met een totale oppervlakte van 4 * 40 m= 160 m2. Aan de noord west kant: een laurierhaag met een lengte van ca 55 m met daarnaast 14 hoogstam fruitbomen. Deze hoogstamfruitbomen vertegenwoordigen in de beoordelingssystematiek van de gemeente Peel en Maas een oppervlakte van 28 m2. Het totaal aan (gebiedseigen) beplanting in de bestaande situatie bedraagt daarmee 160 + 28 = 188 m2 Deze oppervlakte voldoet ruimschoots aan de door de gemeente gestelde eis ten aanzien van landschappelijke inpassing. Deze beplanting wordt in stand gehouden en zal worden onderhouden.

Later te realiseren beplanting: Het voorstel is om de beplanting rondom gebouw 3 pas aan te leggen als de rijhal en/of de vaste mestopslag gerealiseerd is. Immers als deze beplanting nu al wordt aangelegd, ligt deze beplanting midden op een perceel landbouwgrond en heeft op deze geen functie. Het aan te planten bosplantsoen langs de rijhal en de vaste mest opslag bestaat uit de onderstaande soorten en aantallen.

Onderhoud en beheer beplanting: Voor alle beplantingsvormen gelden de volgende basisregels: • • • • • • • •

Geef de beplanting de ruimte en zorg dat dat zo blijft. De planten kunnen zich dan onbelemmerd ontwikkelen en tot volle wasdom komen; Verdicht of verontreinig de bodem niet door parkeren van voertuigen en machines of door opslag van afval dicht bij de boomstam of in de beplanting; Laat graafwerkzaamheden en ophoging van het maaiveld in de buurt van de wortels achterwege; Vermijd het rijden tegen een boomstam bij het maaien van gras of andere vegetatie; Voorkom het vrij rond lopen van vee dat aan de stammen knaagt of takken opvreet, waarbij bomen en struiken worden vernield en de bodem wordt dichtgetrapt; Voorkom te intensieve begrazing van een boomweide. Door vertrapping ontstaat een modderbak. Dit betekent dat er geen lucht in de bodem zit, waardoor de bomen afsterven; Controleer aangebrachte afrastering en boombescherming regelmatig; Wanneer zangvogels in de erfbeplanting nestelen is het wenselijk en raadzaam de werkzaamheden in de beplanting uit te stellen totdat de jonge vogels zijn uitgevlogen.

Beheer Bomen: Het beheer bij bomen bestaat uit controle van boompaal en -band en snoeien. Controle boompaal en -band: Controleer bij het dikker worden van een boom af en toe of er nog voldoende speling zit tussen boom en boomband. Dit is noodzakelijk om te voorkomen dat de band de boomstam afknelt. Zo nodig de band even van de paal losmaken en met wat meer speling weer vastslaan. Wanneer de boompaal bij de grond is weggerot (na circa 6 jaar), de paal en band verwijderen; vervangen is niet meer nodig. Snoeien: Voer snoeiwerkzaamheden zodanig uit dat de ontwikkeling van de natuurlijke vorm van de boom niet wordt verstoord. De beste snoeitijd is voor de meeste boomsoorten in juli en augustus. Snoeiwonden kunnen dan nog hetzelfde jaar overgroeien. In verband met de hoeveelheid werk zal snoeien in de winter misschien beter uitkomen. Het is daarom van belang te weten dat bij sommige boomsoorten de sapstroom al in het begin van het jaar op gang komt (o,a. berk, noot, esdoorn, etc.). Om het zgn. bloeden te voorkomen worden deze soorten in de zomer of voor eind december gesnoeid. U doet er goed aan voordat u begint dit na te vragen.

De snoeiwerkzaamheden bij vooral jonge bomen (vrijstaande, laan) kunnen bestaan uit: • verwijderen takken aan de stam (opkronen); • verwijderen van waterlot; • verwijderen van zuigers; • verwijderen van zware takken; • verwijderen van dubbele topscheuten; • ongewenste takvorming aan jonge bomen. Opkronen: Bij het opkronen -het van onderaf naar boven wegnemen van takken waardoor een kale stam ontstaat- moet u geleidelijk te werk gaan. In één keer te hoog opkronen vertraagt de groei van de boom en kan een sterke ontwikkeling van takken op de stam (waterlot) tot gevolg hebben. Aan de verhouding tussen stam en kroon kunt u zien hoever u de boom kunt opkronen. Dit is ook afhankelijk van de standplaats van de desbetreffende bomen. Een goede verhouding tussen de stam en kroon is 1 :2, dat wil zeggen dat een derde deel van de boomhoogte bestaat uit een takvrije stam en tweederde uit de kroon. Verwijderen van waterlot Wanneer er op de stam toch waterlot is gevormd, moet dit worden verwijderd. Bijvoorbeeld met behulp van een handsnoeizaag. Het beste kan men dit doen in juli en augustus. Waterlot groeit ook op de leibomen, maar dat wordt in het voorjaar verwijderd. Verwijderen van zuigers Van binnen uit de boom kan een tak omhoog groeien die gaat overheersen.

Een dergelijke 'zuiger' kan men beter verwijderen om te voorkomen dat er een dubbeltop ontstaat en de kroon zich onevenwichtig opbouwt. Verwijderen van overtollig hout voor de vruchtproductie Een fruitboom dient gesnoeid te worden omdat een te grote hoeveelheid takken de vruchtproductie laat afnemen. Het snoeien van de vruchtbomen is een vrij ingewikkelde zaak. Het volgen van een cursus hiervoor is aan te bevelen. Verwijderen van zware takken Het gebeurt nogal eens dat de stam inscheurt wanneer zware takken worden verwijderd. Dit is te voorkomen door eerst het grootste deel van de tak in twee zaagsneden af te zagen (de onderste zaagsnede moet dichter bij de stam zijn dan de bovenste) en pas daarna de overgebleven takstomp. Deze zaagt u vlak en recht af, de zaagwond zal dan beter overgroeien. Wanneer door het wegnemen van een zuiger of een zware tak aan de windzijde een gat in de kroon zou ontstaan, is het beter slechts een deel van de tak weg te nemen en een volgende snoeibeurt het overige deel. Verwijderen van dubbele topscheut Groeit een boom op met een dubbele topscheut dan is het raadzaam dat de boom zo vroeg mogelijk in de jeugdfase op één top wordt gebracht. Het beste kan men de top aan de westzijde sparen. De andere top zaagt men af waarbij een klein stompje moet blijven zitten; de gespaarde top behoudt daardoor zijn stevigheid.

Beheer struiken Het beheer van struiken bestaat uit knippen, snoeien en afzetten. Knippen Knippen hoeft alleen bij hagen die men strak van vorm wil hebben, zoals de geschoren hagen. Om de haag tot in het hart groen te houden is het belangrijk dat deze niet te breed uitgroeit. De breedte is afhankelijk van de groei-eigenschappen. Een goed gemiddelde is 50 cm. Snoeien Snoeien van struiken gebeurt vooral bij vrij uitgroeiende hagen en soms in randen van de plantstroken. Het doel is voornamelijk om te veel eruit groeiende struiken weer tot de gewenste breedte terug te brengen. Afzetten en terugzetten Het afzetten en terugzetten is het afhakken of afzagen van bomen en struiken op een bepaalde hoogte boven het maaiveld. Bij het terugzetten is het gewenst dat de teruggezette struiken weer uitlopen, dus de dunne stammetjes op een hoogte van zo'n 15 cm zagen. Bij afzetten mogen de bomen/struiken niet meer uitlopen (dunning), dus u dient ze tot aan de grond af te zagen (afzetten). Het tijdstip

van afzagen bepaalt de mate van hergroei. Deze is het grootst wanneer in de rustperiode (november tot april) wordt teruggezet. In de zomer (juli/augustus) afzetten (tot op de grond) geeft de minste hergroei. Is uitgroeien niet gewenst, dan de stammetjes kort bij de grond afzagen en daarna de stobben met een graszode of een schep grond afdekken. Bij het zagen van struiken komt vaak een aanzienlijke hoeveelheid hout vrij. Dit hout kan in de beplanting tussen de rijen op de grond worden gedrukt. In de loop der jaren zal het verteren. Als het de bedoeling is dat teruggezette struiken weer gaan uitlopen, mag er geen tak hout op de stobben achterblijven. Het snoeihout kan verwerkt worden in rillen of takhopen t.b.v. kleine zoogdieren, slangen en amfibieën. Versnipperen is een alternatief als er geen ruimte is. Het versnipperde materiaal dient men wel af te voeren (niet in de beplanting). Het terugspuiten van de snippers in de beplanting leidt tot een explosie van ruigtekruiden (brandnetel, distel, braam). Afvoer van snoeihout Voor het vrijgekomen snoeihout dat men niet kwijt kan als ril tussen de rijen of als takhopen (mutsert) zijn er andere mogelijkheden. O.a. het takhout versnipperen, waarbij de zware stammen en takken gebruikt kunnen worden als kachel of haardhout. Verder wordt in beperkte mate een stookvergunning verleend voor het verbranden van uitsluitend snoeihout.

Hiervoor dient men contact op te nemen met de gemeente, afdeling publieksservice. Ziekten en plagen Beplantingen kunnen door ziekten en plagen worden aangetast. Veel aantastingen door bijvoorbeeld rupsen, luizen en schimmels komen maar een korte tijd voor. Op de lange termijn zijn deze voor de beplanting niet schadelijk. Kaal gevreten beplanting loopt meestal hetzelfde jaar weer uit. Hooguit wordt de groei enigszins vertraagd. Door bacterievuur, iepziekte of watermerkziekte aangetaste bomen of struiken blijven meestal niet in leven. Voor het behoud van aangrenzende beplanting moeten de aangetaste exemplaren zo snel mogelijk grondig worden opgeruimd. Vermoedt men een van deze ziekten in de beplanting dan kan men het beste contact opnemen met een deskundige.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=ee6cda37-a79a-4fd8-96e8-f5ab2bd887d6