2022-029 10 Toelichting bijlage 2 - Vooronderzoek bodem.pdf
Tekst van het document
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ......................................................................................................... 4
2
ONDERZOEKSLOCATIE ......................................................................................... 5 2.1 Algemeen ................................................................................................. 5 2.2 Huidig gebruik (gebiedsinspectie) ................................................................ 5 2.3 Historisch gebruik (archiefonderzoek) ........................................................... 6 2.4 Toekomstig gebruik ................................................................................... 7
3
VOORONDERZOEKSGEBIED .................................................................................. 8 3.1 Algemeen ................................................................................................. 8 3.2 Bodeminformatie ....................................................................................... 8 3.3 Achtergrondgehalten.................................................................................. 8
4
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................... 9
5
CONCLUSIES .................................................................................................... 10
BIJLAGEN 1 | Verklarende woordenlijst 2 | Geraadpleegde bronnen 3 | Foto’s 4 | Uittreksel kadastrale kaart en situatietekening 5 | Historische kaarten en luchtfoto 6 | Controlerapport (2019)
Vooronderzoek
1
INLEIDING
In opdracht van de heer P. van Meijel te Maasbree is door HMB B.V. in mei 2020 een vooronderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Eerselsberg 3 te Maasbree. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het voornemen is om de vorm van het bestaande agrarisch bouwblok te veranderen ten behoeve van de realisatie van een werktuigenberging en de (tijdelijke) huisvesting van arbeidsmigranten. Doelstelling Het doel van het vooronderzoek is vast te stellen of er aanleiding is om bodemverontreiniging te verwachten binnen de beschouwde locatie. Indeling rapport In de rapportage worden de uitvoering en resultaten van het onderzoek besproken. In de hoofdstukken 2 en 3 wordt de verzamelde informatie van de onderzoekslocatie en het vooronderzoeksgebied (de omgeving) weergegeven. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de bodemopbouw en de geohydrologie. Tenslotte worden de conclusies in hoofdstuk 5 weergegeven. Normering en verantwoording De te hanteren werkwijze voor uitvoering van het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 57251. Het eventueel gegeven “op maat gesneden plan” voor bodemonderzoek is gebaseerd op de NEN 57402. Onder bijlage 1 is, gebaseerd op de NEN 5740, een “Verklarende woordenlijst” opgenomen.
Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen. Opgemerkt wordt dat HMB B.V. geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de beschouwde locatie.
1 2
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 NEN 5740, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016
20264201H | Eerselsberg 3 Maasbree
4
Vooronderzoek
en PVC-materialen) opgeslagen. Van deze materialen valt geen bodemverontreiniging te verwachten. Het geheel maakt een verzorgde indruk. Informatie opdrachtgever / eigenaar en gemeente Op het agrarisch bedrijfsterrein gelegen aan de Eerselsberg 3 vindt opslag plaats van bestrijdingsmiddelen in een daarvoor ingerichte afdeling bestaande uit een tweetal containers. De afdeling is geheel uitgevoerd als zijnde lekbak. Daarnaast vindt binnen de inrichting opslag plaats van diverse oliën (afgewerkte, hydroliek, (werk)voorraad) en AdBlue. De opslag van deze producten vindt eveneens plaats boven een lekbakvoorziening. Eveneens is er binnen de inrichting een afgeschermde afdeling ten behoeve van het laden van accu’s. Het laden van de accu’s vindt plaats boven een vloeistofkerende vloer. Verder is op 12 april 2019 door Wubben Noord B.V. een melding ingediend voor het saneren van een bovengrondse dieseltank gecompartimenteerd in 2.000 liter en 6.000 liter. De sanering van de opslagtank is uitgevoerd op 23 april 2019. Voor de sanering van de tank is een KIWA-tanksaneringscertificaat afgegeven. Medio april 2019 is ter vervanging van de hierboven omschreven gesaneerde tanks een nieuwe bovengrondse dieseltank (12.000 liter) geïnstalleerd. Van de installatie is een KIWAinstallatie-certificaat afgegeven.
Deze informatie is opgenomen in het bijgevoegde controlerapport (RUD Limburg Noord, 15 augustus 2019) in bijlage 6. Gelet op de wijze van opslag en de afstand tot de feitelijke onderzoekslocatie valt geen bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Verder zijn er van de locatie eveneens geen relevante gegevens bekend met betrekking tot bodembedreigende activiteiten als (ondergrondse) brandstoftanks, calamiteiten, ophogingen of dempingen welke aanleiding kunnen geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Asbest Tijdens de inspectie van de onderzoekslocatie is expliciet gelet op het voorkomen van asbestverdachte materialen op het maaiveld. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Verder zijn er ook geen aanwijzingen verkregen voor de aanwezigheid van asbest in de bodem van de locatie. 2.3
Historisch gebruik (archiefonderzoek)
Historische kaarten Op basis van de historische kaarten is te zien dat dat de onderzoekslocatie in gebruik is geweest voor agrarische / natuurdoeleinden. Dit verandert tot omstreeks 2008 niet noemenswaardig. Volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) dateert de huidige bebouwing aan de Eerselsberg 3 / 3a, zijnde een woonhuis en bedrijfsgebouw, van het jaar 2008. Vanaf dit moment verandert er aan de onderzoekslocatie en haar omgeving niet veel meer. In de loop der tijd zijn op het bedrijventerrein enkel uitbreidingen van het aantal bassins ten behoeve van de bedrijfsvoering waar te nemen. Verleende vergunningen Bij de gemeente Peel en Maas zijn voor Eerselsberg 3 de in tabel 2 weergegeven verleende vergunningen in het kader van de Bouwverordening, de Hinderwet en / of Wet Milieubeheer bekend.
20264201H | Eerselsberg 3 Maasbree
6
Vooronderzoek
5
CONCLUSIES
Op basis van het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat op de onderzoekslocatie en directe omgeving ervan geen bodemverontreinigingen of bodembedreigende activiteiten bekend zijn die de bodemkwaliteit negatief hebben beïnvloed. De onderzoekslocatie kan derhalve als onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging worden beschouwd. Ter plaatse wordt, met uitzondering van de bekende verhoogde achtergrondgehalten, geen bodemverontreiniging verwacht. Ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt het niet noodzakelijk geacht om een verkennend bodemonderzoek uit te voeren. Indien in een later stadium grondroerende werkzaamheden plaatsvinden, kan dit wel verplicht worden gesteld.
20264201H | Eerselsberg 3 Maasbree
10
Bijlage | 1
Verklarende woordenlijst
VERKLARENDE WOORDENLIJST1 achtergrondwaarden voor grond en baggerspecie bij regeling vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingbronnen. Deze waarden zijn (door gemeenten) vastgesteld in het project ‘achtergrondwaarden 2000 (AW 2000)’. De achtergrondwaarden vervangen met ingang van 1 oktober 2008 de streefwaarden voor grond. asbestverdacht materiaal materiaal waarvan op basis van voorkennis en/of een beoordeling met het blote oog wordt verwacht een zodanige hoeveelheid asbest te bevatten dat de vigerende norm mogelijk wordt overschreden. Laboratoriumonderzoek zal moeten uitwijzen of het materiaal daadwerkelijk asbest bevat. bodem vast deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen. deellocatie voor het onderzoek afgekaderd gedeelte van de totale onderzoekslocatie, waarop een afzonderlijke onderzoekshypothese en onderzoeksstrategie van toepassing zijn. diffuse bodembelasting in relatie tot de onderzoeksschaal, gelijkmatige belasting van de bodem over een groter gebied. Bij een diffuse bodembelasting is over het algemeen geen duidelijke verontreinigingskern aanwezig.
grond vast materiaal en bestaande uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 mm tot 63 mm, met uitzondering van baggerspecie Indien er sprake is van een bijmenging van meer dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal is er geen sprake meer van grond maar van een bouwstof, verhardingsmateriaal of een verhardingslaag. grootschalige onverdachte locatie onverdachte locatie groter dan 1,0 ha, die altijd eenzelfde, extensief gebruik heeft gehad. Dit betreft bijvoorbeeld een natuurgebied of een landbouwgebied met één gebruiksvorm en weinig tot geen bebouwing. heterogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt door matig tot veel variatie op de schaal van monsterneming. homogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt door geen of weinig variatie op de schaal van monsterneming. hypothese veronderstelling over de aard en verdeling van (een) verontreinigende stof(fen) bodemonderzoeksgebied die wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie.
in
het
interventiewaarde waarde waarmee voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater het concentratieniveau wordt aangegeven waarboven sprake is van ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. lijnvormig element langwerpige strook landbodem met een lengte die minimaal 100 maal groter is dan de maximale breedte. mengmonster monster verkregen door het in het laboratorium mengen van in het veld verkregen afzonderlijke grondmonsters.
1
Bron: NEN 5740
nader onderzoek onderzoek in het kader van de saneringsparagraaf Wet bodembescherming, volgend op een verkennend of oriënterend bodemonderzoek, waarbij het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging is ontstaan. Het doel van het nader onderzoek is het vaststellen van de aard en concentratie van de verontreinigende stoffen en de omvang van de bodemverontreiniging om, in het licht van blootstellings- en verspreidingsrisico’s, te bepalen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en om de spoedeisendheid van sanering vast te stellen. ondergrond bodemlaag die zich bevindt onder de actuele contactzone en die normaal niet wordt beroerd door bewerkingen, zoals ploegen, omspitten en harken. Voor de actuele contactzone/de bovengrond wordt in het kader van deze norm een standaarddikte van 50 cm gehanteerd. Derhalve bevindt de ondergrond zich op een diepte vanaf 50 cm van het maaiveld. onderzoekslocatie grondgebied dat wordt onderzocht op de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Per locatie kunnen meer onderzoekshypotheses en daarop gebaseerde onderzoeksstrategieën van toepassing zijn. Een locatie kan in die situatie worden opgesplitst in deellocaties waarbij per deellocatie één eenduidige onderzoekshypothese en daarop gebaseerde onderzoeksstrategie van toepassing is. Verschillende deellocaties kunnen elkaar overlappen.
onderzoeksstrategie opzet van het verkennend bodemonderzoek waarin het aantal te nemen monsters, de plaatsen op de locatie waar deze behoren te worden genomen en de stoffen die in deze monsters behoren te worden bepaald, is vastgelegd. onverdachte locatie locatie waarvan uit het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen zijn voortgekomen dat de bodem van die locatie of een deel daarvan is verontreinigd met één of meer stoffen. NEN 5740 algemeen toegepaste Nederlandse norm voor verkennende bodemonderzoeken op verdachte en nietverdachte locaties. nulsituatie-onderzoek met dit onderzoek wordt een referentiekader vastgelegd voor eventueel toekomstige bodemverontreinigingen ter plaatse van zogenaamde ‘potentieel bodembedreigende activiteiten’. Dergelijk onderzoek kan in het kader van de Wet Milieubeheer opgelegd worden. Verontreinigingen die optreden na het nulsituatie-onderzoek moeten terstond worden opgeruimd. Het bevoegd gezag is veelal de gemeente. potentieel verontreinigende activiteiten activiteiten die kunnen leiden tot bodembelasting, met als mogelijk gevolg bodemverontreiniging. somparameter parameter die wordt berekend als de som van de concentraties van een aantal gespecificeerde stoffen. Een voorbeeld is de som van een aantal polycyclische aromatische koolwaterstoffen (‘som-PAK’s’).
streefwaarden grondwater aanduiding van het ijkpunt voor de milieukwaliteit voor de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem waarbij voor metalen onderscheid wordt gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. tussenwaarde Voor grond: het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. Voor grondwater: het rekenkundig gemiddelde van de streefwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek wordt uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. verdachte locatie locatie waarvoor op grond van het vooronderzoek concrete aanwijzingen bestaan dat die locatie, of een deel ervan is verontreinigd met een of meer stoffen.
verkennend (bodem)onderzoek bodemonderzoek dat ten doel heeft met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op een bepaalde locatie bodemverontreiniging aanwezig is. verontreinigingskern (vermoedelijke) centrum van het (als gevolg van een plaatselijke bodembelasting) verontreinigde deel van de bodem. vooronderzoek het op basis van de NEN 5725 verzamelen en interpreteren van informatie over het voormalige, huidige en (eventueel) het toekomstige gebruik, bodemopbouw en geohydrologie en financieel-juridische aspecten in een bepaald geografisch gebied. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een totaalbeeld gevormd en worden conclusies getrokken over de afbakening van de locatie voor het bodemonderzoek, de eventuele onderverdeling van de onderzoekslocatie in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. vooronderzoeksgebied het gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft.
Bijlage | 2
Geraadpleegde bronnen
Bijlage | 3 Foto’s
Foto 1: overzicht onderzoekslocatie toe te voegen bouwvlak (gezien vanuit noordoosten, 27 mei 2020)
Foto 2: overzicht onderzoekslocatie toe te voegen bouwvlak (gezien vanuit het westen, 27 mei 2020)
Foto 3: overzicht onderzoekslocatie toe te voegen bouwvlak (gezien vanuit het zuidoosten, 27 mei 2020)
Foto 4: overzicht onderzoekslocatie voormalig bouwvlak (gezien vanuit het zuidoosten, 27 mei 2020)
Bijlage | 4
Uittreksel kadastrale kaart en situatietekening
Bijlage | 5
Historische kaarten en luchtfoto’s
Topografische kaart 2019
Topografische kaart 1970
Topografische kaart 1925
Luchtfoto 2019
Bijlage | 6
Controlerapport (2019)
Rapportage toezichtcontrole Bedrijf
P.P.M. van Meijel
Adres, PC + Plaats
Eerselsberg 3, 5993 NX Maasbree
Postadres, PC + plaats
Eerselsberg 3, 5993 NX Maasbree
Contactpersoon
Dhr. P.P.M. van Meijel
Functie
Eigenaar
E-mail Telefoon Controledatum
15 augustus 2019
Uitgevoerd door
Dhr. M. Vidal
Reden controle
Periodieke milieucontrole
Documentkenmerk
Z-CHZ_PC-201800907
Type inrichting (PDC)
4T niet vergunning plichtig.
KvK nummer
14126826
1
Activiteiten milieu
Beschrijving Inrichting en activiteiten De inrichting betreft een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt. Het opslaan en verwerken van bloembollen. Algemeen Het bedrijf is, op grond van artikel 2.1, lid 1 van het Besluit Omgevingsrecht (BOR), een inrichting zoals bedoeld in artikel 1.1, lid 3 van de Wet milieubeheer. De activiteiten uitgevoerd binnen de inrichting worden genoemd in bijlage I, in onderdeel C onder categorie 9.1, het telen, behandelen, verhandelen, opslaan of overslaan van landbouwproducten. De inrichting is op grond hiervan meldingsplichtig waardoor het een type B bedrijf is zoals bedoeld in het Activiteitenbesluit. Bevoegd gezag: Volgens het BOR is het college van B&W aangewezen als bevoegd gezag. 1.1.2 vergunningssituatie Melding Besluit landbouw milieubeheer
datum 25 maart 2008
Melding Besluit landbouw milieubeheer
13 februari 2012
Melding Activiteitenbesluit
10 december 2014
opmerkingen Melding voor het oprichten van een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondsteelt. Bloembollenteelt alsmede bloembollenspoelinrichting. Melding voor het uitbreiden of wijzigen, dan wel het veranderen van de werking van een inrichting Melding voor het veranderen van de inrichting. Huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten in bedrijfsgebouwen.
Pagina 3 / 6 Olieopslag Binnen de inrichting vindt opslag plaats van diverse oliën (afgewerkte, hydroliek, (werk)voorraad) [foto 4 en 5]. De opslag van de diverse olieproducten vindt plaats boven een lekbakvoorziening. Binnen de inrichting vindt tevens opslag plaats van AdBlue [foto 6]. De opslag vindt eveneens plaats boven een lekbakvoorziening. Acculaadstation Binnen de inrichting bevindt op een afgeschermde afdeling ten behoeve van het laden van accu’s [foto 7]. Het laden van de accu’s vindt plaats boven een vloeistofkerende vloer. Opslag (kunst)meststoffen Op een aangewezen locatie binnen de inrichting vindt opslag plaats van vaste (kunst)meststoffen [foto 8]. De opslag vindt plaatst op vloeistofkerende vloer. 1.6
Koelinstallaties
Binnen de inrichting zijn geen koelinstallaties aanwezig. 1.7 Stookinstallaties Binnen de inrichting is een gasgestook c.v.-installatie met een vermogen van 20 kW [foto 9]. Het vermogen valt onder de verplichte keuringseisen welke omschreven staan in het Activiteitenbesluit. Tijdens het hoogseizoen wordt tevens gebruik gemaakt van een dieselgestookte stroomaggregaat met een vermogen van 240 kW. Deze stroomaggregaat wordt gehuurd bij Van Stratum te Horst en is enkel tijdens het hoogseizoen binnen de inrichting aanwezig. 1.8
Tanks
Op 12 april 2019 is door Wubben Noord bv een melding ingediend voor het saneren van een bovengrondse dieseltank gecompartimenteerd in 2.000 liter en 6.000 liter. De sanering van de opslagtank is uitgevoerd op 23 april 2019. Voor de sanering van de tank is destijds een KIWA-tanksaneringscertificaat afgegeven. In medio april 2019 is ter vervanging van de hierboven omschreven gesaneerde tanks een nieuwe bovengrondse dieseltank (12.000 liter) geïnstalleerd [foto 10]. Van de installatie is een KIWA-installatiecertificaat afgegeven [foto 11 en 12]. 1.9
Gassen
Binnen de inrichting worden ten behoeve van de aanwezige heftrucks propaangas opgeslagen. De drukhouders worden gehuurd/geleverd door de leverancier Gasnodig.nl. De lege drukhouders worden met enige regelmaat opgehaald en verwisseld met volle drukhouders. De opslag van drukhouders vindt plaats conform de PGS 15 “Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen” opgenomen voorschriften [foto’s 13 t/m 15]. 1.10
Bezinkbassin Bloembollensector
Het functioneren van de spoelbassins dient eens in de 5 jaar beoordeeld te worden door het meten van het lekverlies en/of controle op tijdige vervanging van de adsorptielaag. De laatste monitoring is op 5 februari 2015 uitgevoerd door HLB [foto 16]. De volgende monitoring dient, conform de handreiking, voor 5 februari 2020 plaats te vinden. 1.11
Overige aandachtspunten
1.11.1 Brandblusmiddelen De binnen de inrichting aanwezige brandblusmiddelen zijn in januari 2019 gekeurd [foto 17].
Pagina 4 / 6 2
Aanvullende Bedrijfsinformatie
2.1
Toekomstige ontwikkelingen
Mocht er in de toekomst een wijziging of uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden, dan moet gebruik worden gemaakt van de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM). Deze module is rechtstreeks te benaderen via de weblink: http://aimonline.nl. Via deze module kan bepaald worden of de bedrijfsactiviteiten vergunningsplichtig of (deels) meldingsplichtig blijven. Tevens kunt u een overzicht verkrijgen van de op grond van het Activiteitenbesluit geldende voorschriften. Gezien de complexiteit van het Activiteitenbesluit raden wij aan om bij twijfel contact op te nemen met de afdeling VTH van de gemeente. 3
Conclusie
Op basis van de onderhavige controle kan geconcludeerd worden dat de voorschriften uit het Activiteitenbesluit, voor zover controleerbaar, worden nageleefd. Heeft u nog inhoudelijke vragen n.a.v. inspectierapport, dan kunt u contact opnemen met de heer , medewerker van het team vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) van de gemeente Peel en Maas, tel. (077) 306 66 66.
Naar waarheid opgemaakt door: Naam: Mikael Vidal Datum: 15 augustus 2019 Collegiale toets door: Naam: Datum: 15 augustus 2019 Opmerkingen: Akkoord
Pagina 5 / 6 Fotoreportage
Foto 1. Bestrijdingsmiddelenopslag
Foto 2. Bestrijdingsmiddelenopslag
Foto 3. Bestrijdingsmiddelenopslag
Foto 4. Opslag olieproducten
Foto 5. Opslag olieproducten
Foto 6. Opslag AdBlue
Foto 7. Ruimte acculaadstations
Foto 8. Opslag vaste (kunst)meststoffen
Foto 9. Gasgestookte c.v.-installatie
Foto 10. Bovengrondse dieseltank
Foto 11. installatiecertificaat
Foto 12. installatiecertificaat
Pagina 6 / 6
Foto 13. Opslag propaangasflessen
Foto 14. Opslag propaangasflessen
Foto 16. Rapportage monitoring bassins
Foto 17. brandblusser
Foto 15. Opslag propaangasflessen