2022-006 06 Overzicht vragen en antwoorden.docx
Tekst van het document
Bijlage Overzicht vragen en antwoorden Vraag
Antwoord
In het Reglement op de raadscommissie wordt onder taken niet gerefereerd aan het beeldvormende aspect middels discussie in de commissie zelf, tússen partijen. Nu staat er in mijn ogen toch weer een soort vrijbrief voor eindeloze technische vragen aan de wethouder/ambtenaar. Wellicht zie ik iets over het hoofd?
De in artikel 3 van het Reglement op de raadscommissie opgesomde taken van een raadscommissie vinden zijn oorsprong in artikel 82 van de Gemeentewet, waarin de formele taken van een raadscommissie zijn vastgelegd. In Peel en Maas vullen we die taken in via beeld- en oordeelsvorming, met het college of de burgermeester én tussen de fracties onderling. Om die invulling te benadrukken is (na deze vraagstelling) een aanvullende passage opgenomen in artikel 3 van het Reglement.
Blijft de mogelijkheid bestaan dat tijdens een raadsperiode commissieleden/ burgerraadsleden tussentijds kunnen instromen?
Ja, mits het maximale aantal burgercommissieleden (zoals nu voorgesteld zijn dat drie leden) niet wordt overschreden.
Is de rol van het presidium, zijnde de agendacommissie, voldoende gedefinieerd in het RVO van de raad?
In Peel en Maas is het gebruikelijk dat het presidium ook de taken van een ‘agendacommissie’ uitvoert. Dit verandert in het voorliggende Reglement van orde niet. Aangezien we de systematiek van het VNG-model volgen, vanuit het oogpunt van rolzuiverheid en vanuit de invalshoek van flexibiliteit naar de toekomst toe (mocht ooit de behoefte ontstaan om de samenstelling van de agendacommissie te wijzigen), hebben we een bepaling over het presidium opgenomen in artikel 2 van het Reglement van orde en een bepaling over de agendacommissie in artikel 3 van hetzelfde Reglement. De agendacommissie wordt bemenst door de leden van het presidium.
Burger commissieleden worden volgens het commissiereglement ‘benoemd’. Betekent dit dat ze formeel beëdigd worden door de burgemeester of worden ze benoemd/toegelaten d.m.v. een raadsbesluit, zoals bij bijvoorbeeld de werkgeverscommissie etc. gebeurt?
De burgercommissieleden worden eerst door de raad benoemd (zie art. 4 lid 2 Reglement op de raadscommissie) en vervolgens door de burgemeester beëdigd (volgt uit art. 4 lid 4 Reglement op de raadscommissie).
1
Is het mogelijk om (door burgers) gebruik te maken van het spreekrecht bij een aangekondigde motie ‘vreemd’?
Nee, dit is niet mogelijk. Een aangekondigde motie heeft formeel geen status, wel een ingediende motie. Een motie kan enkel worden ingediend tijdens een raadsvergadering, waardoor de vereiste termijn voor het aanmelden van spreekrecht (art. 13a lid 2 Reglement van orde) niet kan worden gehaald.
Is het de bedoeling om de lijst van ingekomen stukken inhoudelijk te bespreken in de raadsvergadering?
Nee, dit is niet de bedoeling. Over aan de raad gerichte inkomende stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld kennisnemen, in behandeling nemen, doorsturen naar een raadscommissie of het college, etc. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid en kunnen raadsleden hiervoor gebruik maken van diverse instrumenten.
Waarom wordt er in het Reglement op de raadscommissie onderscheid gemaakt tussen het aantal ter vergadering aanwezige commissieleden per fractie?
Volgens artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet moet bij de samenstelling van een raadscommissie rekening worden gehouden met ‘een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen’. Deze bepaling komt tot uiting in artikel 4, eerste lid, van het Reglement. Let wel, dit gaat om het ter vergadering (per agendapunt) aanwezige commissieleden per fractie en staat los van het totale aantal commissieleden per fractie.
Aan welke voorwaarden moet iemand voldoen om ‘burgercommissielid’ te kunnen worden?
Het bestaan van commissieleden, niet zijnde raadsleden, ook wel ‘burgercommissieleden’ genoemd wordt door vaststelling van het Reglement op de raadscommissie geformaliseerd. Om te worden benoemd dienen zij volgens het voorgestelde Reglement te voldoen aan dezelfde ‘toelatingsvereisten’ als raadsleden. (artikel 4 lid 4) Nadat burgercommissieleden door de raad zijn benoemd, worden zij door de voorzitter van de raad ‘beëdigd’ (afleggen eed of verklaring en belofte). Voor de goede orde, merken wij op dat het niet verplicht is dat een burgercommissielid op de kieslijst voor de gemeenteraadsverkiezingen staat of heeft gestaan.
2
Kan een ‘burgercommissielid’ gebruik maken van het vragenrecht?
De exclusieve bevoegdheden (‘instrumenten’) van een raadslid staan omschreven in de Gemeentewet en zijn derhalve uitgewerkt in het Reglement van orde en niet in het Reglement op de raadscommissie. Dit betekent onder meer dat een commissielid, niet zijnde een raadslid, geen schriftelijke vragen kan stellen. Het staat het betreffende commissielid wel vrij om vragen te stellen die de werkzaamheden van de raadscommissie raken, waaronder ‘technische vragen’ over een - in de raadscommissie geagendeerd - raadsvoorstel.
3