2021-083 03 Analyse voorbereiding dorpsvoorziening hulp bij het huishouden 22 oktober 2021.docx
Tekst van het document
Analyse voorbereiding dorpsvoorziening hulp bij het huishouden (hbh) 22 oktober 2021 Op 20 april jl. heeft de raad besloten om vanaf 1-1-2022 te starten met een dorpsvoorziening hbh. I
Raadsbesluit 20 april 2021
De gemeenteraad heeft op 20 april 2021 het navolgende besloten: 1. De pilot algemene voorziening hulp bij het huishouden (hbh) vanaf 1-1-2022 voort te zetten als dorpsvoorziening 2. De dorpen de volledige hulp bij het huishouden over te laten nemen (ook > 3 uur per week hulp), waarbij de gemeente de maatwerkvoorziening hbh als vangnet houdt. Een aantal kernelementen zijn bij dit besluit van belang: a. De algemene voorziening wordt een dorpsvoorziening; b. Voorliggende voorziening “buiten de WMO” om georganiseerd; c. Het betreft een volledige overname door de dorpsvoorziening ook voor de cliënten > 3 uur per week hulp, en d. Ingangsdatum is 1 januari 2022; Daarnaast is er in het raadsvoorstel aandacht geweest voor de btw-component. De btw is een extra kostenpost, echter de gemeenteraad heeft ondanks deze extra kostenpost ingestemd met het raadsbesluit (dit btw-vraagstuk is dus ondergeschikt aan het uiteindelijke besluit). Er zijn voor de uitvoering van voornoemd raadsbesluit een aantal noodzakelijke vervolgstappen genomen, waaronder o.a.: 1. Gemeente: Voorbereiden relatie tussen de gemeente en de dorpen en tussen de dorpen en de zorgaanbieders (o.a. subsidiëring, aanbesteding, entiteiten, contracten) 2. Gemeente/dorpen: landelijke lobby om met name btw-kwestie aan te pakken 3.
Dorpen: Overleg met aanbieders over contracten (en bijbehorende voorwaarden) Om bovengenoemde vervolgstappen te kunnen nemen zijn bovendien externe adviezen opgevraagd bij een tweetal bedrijven. Victor Advocaten heeft geadviseerd over subsidie en de eventuele noodzaak van aanbesteding daarbij (relatie gemeente versus subsidieontvanger). Dit heeft betrekking op vervolgstap 1. Bureau Kantelingen heeft zich voornamelijk gericht op het btw-vraagstuk (relatie dorpen versus zorgaanbieders). Dit heeft betrekking op vervolgstap 2. Met deze analyse geven we een samenvatting van de adviezen en geven we aan of dit wel of niet past binnen de kernelementen van het raadsbesluit van 20 april 2021 en wat dit betekent voor het tijdspad. II Advies Victor Advocaten Wij hebben advies gevraagd over het inrichten van hulp bij het huishouden als dorpsvoorziening, een voorziening voorliggend aan de Wmo. Peel en Maas heeft sinds 2016 met dit aanbod van hulp bij het huishouden geëxperimenteerd in de vorm van een pilot, en wenst daar nu een structureel vervolg aan te geven. Om dit structureel te kunnen borgen, moet hulp bij het huishouden als dorpsvoorziening in twee relaties een goed juridisch fundament krijgen, te weten: 1) de relatie tussen de gemeente en de dorpsentiteit (of entiteiten) die de dienst lokaal regelen, en 2) de relatie tussen de dorpsentiteit (of entiteiten) en de dienstverleners.
Aangezien punt 1 van essentieel belang is om subsidie te kunnen verstrekken zonder (onnodig) in langdurige aanbestedingsprocedures te belanden, is afgesproken om in eerste instantie het advies toe te spitsen op punt 1. Daarbij is beoordeeld of het gewenst is om één dorpsentiteit op te richten, of meerdere afzonderlijke dorpsentiteiten en hoe deze dorpsentiteit eruit moet zien.
Advies Victor Advocaten tot nu toe: Wanneer de gemeente Peel en Maas hulp bij het huishouden als dorpsvoorziening wil financieren door middel van het verstrekken van een subsidie, heeft het de voorkeur om dit aan één entiteit te doen. Er wordt aanbevolen om te kiezen voor een variant waarbij de dorpsentiteiten individuele stichtingen blijven en daarnaast een zorgcoöperatie wordt opgericht waarbij de stichtingen lid worden van de zorgcoöperatie. Een zorgcoöperatie heeft namelijk een duidelijk maatschappelijk doel en kan uit dien hoofde eenvoudiger onder het subsidiebegrip worden gebracht, waarbij een aanbesteding niet nodig is. Wel moet duidelijk uit de staturen van de zorgcoöperatie blijken, wat het maatschappelijk doel is. Het doel van de zorgcoöperatie is dus niet alleen het sluiten en onderhouden van overeenkomsten met zorgaanbieders en het voeren van de benodigde (financiële) administratie, maar vooral (ook) het aanbieden van huishoudelijke diensten aan haar leden, zodat deze leden zo lang mogelijk in hun eigen woonomgeving kunnen blijven en aldus hun welzijn wordt bevorderd. Op deze wijze is een zorgcoöperatie geen concurrent binnen het economische speelveld. Het strekt tot aanbeveling om waar mogelijk de zorgaanbieders te betrekken bij de oprichting van de entiteit; zij kunnen zich eventueel als leden aansluiten bij de zorgcoöperatie.
Daarnaast zouden zij zich ook kunnen verenigen in een aparte aanbiederscoöperatie. Ook de burgers binnen de verschillende dorpen kunnen zich als leden aansluiten bij de zorgcoöperatie indien wenselijk. Vraag: Past dit advies binnen de kernelementen van het raadsbesluit van 20 april 2021? Als we kijken naar de kernelementen dan kan de volgende conclusie worden getrokken: a. Dorpsvoorziening: JA Het is mogelijk om over te gaan naar een dorpsvoorziening. De dorpen hebben aangegeven te willen gaan werken met één entiteit. Geadviseerd wordt om een zorgcoöperatie op te richten. De zorgcoöperatie kan vervolgens de contracten met de zorgaanbieders sluiten. b. Voorliggende voorziening buiten de Wmo: JA Het advies van Victor Advocaten gaat uit van een voorliggende voorziening (zie opdracht). c. Volledige overname: JA Het advies van Victor Advocaten ziet niet specifiek op dit kernelement, echter de zorgcoöperatie kan de hulp volledig overnemen. d. Ingangsdatum 1-1-2022: NIET HAALBAAR Er zijn nog teveel stappen nodig die een kwalitatief goede en juridisch haalbare uitvoering vergen, dat 1 januari 2022 niet haalbaar is. De nog te nemen actiepunten en het ambtelijk advies hieronder geven hierin meer inzicht.
Actiepunten: Gemeente: • Overdracht van cliënten hbh van maatwerkvoorziening naar dorpsvoorziening; • Subsidiebeschikking opstellen (aanvraag van de juiste entiteit nodig); • Uitvoeringsovereenkomst gekoppeld aan subsidiebeschikking (helderheid over entiteit nodig inclusief taken en bevoegdheden); • Beleid/regelgeving gemeente eventueel aanpassen. Dorpen: • Er moet een zorgcoöperatie worden opgericht; • De taakverdeling tussen de zorgcoöperatie en de diverse stichtingen moeten helder geformuleerd worden; • De entiteit moet een subsidieaanvraag indienen; • Er moeten contracten worden afgesloten tussen zorgcoöperatie en zorgaanbieders. De zorgcoöperatie is (ook) een aanbestedende dienst en dient hiervoor een OpenHouse-model op te zetten dan wel een zogenaamde SAS-procedure (= een sterk vereenvoudigde aanbestedingsprocedure) te doorlopen ; • Gesprekken voeren met 76 cliënten (De overdracht van cliënten van de maatwerkvoorziening naar de dorpsvoorziening moet nog plaatsvinden. De dorpsondersteuners moeten vervolgens nog gesprekken voeren met de nieuwe cliënten).
Gemeentelijk advies: Er kan uitvoering worden gegeven aan het raadsbesluit door een zorgcoöperatie op te richten. Deze zorgcoöperatie kan de contracten met de zorgaanbieders sluiten. Los van de actiepunten die nog de nodige tijd vragen, is in de gesprekken met de werkgroep “voorbereiding dorpsvoorziening” duidelijk gebleken dat de druk zo hoog is, dat zij aangeven dat 1 januari 2022 niet haalbaar is. Het lijkt te veel druk in een te kort tijdsbestek, waarbij ook de relatie tussen de gemeente, de zorgaanbieders en de dorpen meespeelt. Enkel en alleen de ingangsdatum lijkt dus hier struikelblok te zijn. Over de ingeslagen weg is iedereen het nog steeds eens. De vraag is of kwantiteit (datum) leidend moet zijn. Ingangsdatum 1-1-2022 is een onderdeel van het raadsbesluit. Willen we hiervan afwijken, dan moet de raad hierover besluiten. III Conceptadvies Kantelingen College, raad en dorpen hebben advies gevraagd aan bureau Kantelingen, over een organisatiemodel voor de dorpsvoorziening voor de hulp in de huishouding in Peel en Maas, als voorliggende voorziening voor de algemene voorziening en maatwerkvoorziening in de Wmo. Daarbij is aangegeven dat de gemeenschap hulp in de huishouding voor bewoners contracteert met aanbieders, waarbij aanbieders indien mogelijk geen 9% btw in rekening hoeven te brengen over hun dienstverlening.
Dit is geen harde eis, maar wel een wens van de dorpen. Het advies betreft in de eerste fase alleen de organisatievorm voor de Dorpsvoorziening buiten de Wmo, met waar mogelijk btw-vrijstelling. Conceptadvies Kantelingen tot nu toe: Bureau Kantelingen heeft het advies vanuit 2 invalshoeken bekeken Invalshoek vraagstuk btw: 1. Richt een zorggemeenschap op (soortgelijk als een energiegemeenschap) met zelflevering waardoor er onder de streep gesaldeerd kan worden en mogelijk dus geen btw betaald hoeft te worden. Het betreft een scenario waarbij het op dit moment niet duidelijk is of de Belastingdienst dit accepteert. Overleg met de fiscus hierover is noodzakelijk. Dit scenario biedt voor nu geen zekerheid inzake de btw-kwestie. 2. Een andere mogelijkheid om de btw definitief buiten beschouwing te kunnen laten, is om de dorpsvoorziening te laten opereren binnen de kaders en wetgeving van de Wmo en dus een verlengde te laten zijn van de Wmo. Invalshoek vraagstuk organisatiemodel: Wanneer de dorpen contracten wensen te sluiten met de zorgaanbieders, heeft het de voorkeur om dit vanuit één entiteit te doen. Er wordt aanbevolen om te kiezen voor een variant waarbij de dorpsentiteiten individuele stichtingen blijven en daarnaast een zorgcoöperatie wordt opgericht waarbij de stichtingen lid worden van de zorgcoöperatie.
Het strekt wederom tot aanbeveling om waar mogelijk de zorgaanbieders te betrekken bij de oprichting van de entiteit, zij kunnen zich eventueel als leden aansluiten bij de zorgcoöperatie. Daarnaast zouden zij zich ook kunnen verenigen in een aparte aanbiederscoöperatie. Ook de burgers binnen de verschillende dorpen kunnen zich als leden aansluiten bij de zorgcoöperatie indien wenselijk. Vraag: Past dit binnen de kaders van het raadsbesluit van 20 april 2021? Als we kijken naar de kernelementen dan kan de volgende conclusie worden getrokken: a. Dorpsvoorziening: JA Het is mogelijk om over te gaan naar een dorpsvoorziening. De dorpen hebben aangegeven te willen gaan werken met één entiteit. Geadviseerd wordt om een zorgcoöperatie op te richten. De zorgcoöperatie kan vervolgens de contracten met de zorgaanbieders sluiten. b. Voorliggende voorziening buiten de Wmo: JA en NEE Indien men kiest voor een variant waarbij de Wmo niet leidend is, dan kan het wel een voorliggende voorziening buiten de Wmo zijn, in de vorm van een zorggemeenschap met zelflevering. Het is alleen de vraag hoeveel men zelf levert en of je dit kunt salderen. Daar zijn nog de nodige vraagtekens.
Indien men kiest voor de variant waarbij de btw leidend is en waarbij men de dorpsvoorziening een verlengde van de Wmo laat zijn, dan is het geen voorliggende voorziening buiten de Wmo. De raad heeft besloten de dorpsvoorziening voorliggend te maken aan de Wmo. als het een verlengde is van de Wmo past dit niet binnen de kaders van het raadsbesluit en moet er een nieuw besluit genomen worden. c. Volledige overname: JA Het advies van Kantelingen ziet niet specifiek op dit kernelement. Alle hulp (zowel < 3 uur als > 3 uur per week) kan zowel binnen als buiten de Wmo volledig worden overgenomen. d. Ingangsdatum 1-1-2022: NIET HAALBAAR Het is enerzijds niet haalbaar om voor bovengenoemde datum helderheid te hebben van de fiscus of de dorpsvoorziening gezien mag worden als een zorggemeenschap, waardoor zij niet btw plichtig is. Anderzijds zijn er nog te veel stappen nodig die een kwalitatief goede en juridisch haalbare uitvoering vergen, dat 1 januari 2022 niet haalbaar is. De nog te nemen actiepunten en het ambtelijk advies hieronder geven hierin meer inzicht.
Actiepunten: Gemeente: • Overdracht van cliënten hbh van maatwerkvoorziening naar dorpsvoorziening; • Subsidiebeschikking opstellen (aanvraag van de juiste entiteit nodig); • Uitvoeringsovereenkomst gekoppeld aan subsidiebeschikking (helderheid over entiteit nodig inclusief taken en bevoegdheden); • Beleid/regelgeving gemeente eventueel aanpassen; • Afhankelijk welke richting men wenst rondom het btw-verhaal, is mogelijk een nieuw raadsbesluit nodig. Dorpen: • Er moet een zorggemeenschap worden opgericht; • Er moeten gesprekken met de fiscus plaatsvinden; • Er moet een zorgcoöperatie worden opgericht; • De taakverdeling tussen de zorgcoöperatie en de diverse stichtingen moeten helder geformuleerd worden; • De entiteit moet een subsidieaanvraag indienen; •
•
Er moeten contracten worden afgesloten tussen zorgcoöperatie en zorgaanbieders. De zorgcoöperatie is (ook) een aanbestedende dienst en dient hiervoor een OpenHouse-model op te zetten dan wel een zogenaamde SAS-procedure (= een sterk vereenvoudigde aanbestedingsprocedure) te doorlopen ; Gesprekken voeren met 76 cliënten (De overdracht van cliënten van de maatwerkvoorziening naar de dorpsvoorziening moet nog plaatsvinden. De dorpsondersteuners moeten nog gesprekken voeren met de nieuwe cliënten).
Gemeentelijk advies: Wat het btw verhaal betreft, is er een variant die nog geen zekerheid biedt en waarbij overleg met de fiscus noodzakelijk is. De andere variant ligt buiten de kaders van het raadsbesluit en doet afbreuk aan de pilot van afgelopen jaren. Indien de dorpsvoorziening gaat opereren in het verlengde van de Wmo, worden de meerwaarde en alle mogelijke voordelen van het buiten de Wmo plaatsen tenietgedaan. Het enige dat afwijkt, is dat niet de gemeente maar de zorgcoöperatie de inkoop van de hbh regelt. Er kan uitvoering worden gegeven aan het raadsbesluit door een zorgcoöperatie op te richten. Deze zorgcoöperatie kan de contracten met de zorgaanbieders sluiten. Los van de actiepunten die nog de nodige tijd vragen, is in de gesprekken met de werkgroep “voorbereiding dorpsvoorziening” duidelijk gebleken dat de druk zo hoog is, dat zij aangeven dat 1 januari 2022 niet haalbaar is. Het lijkt te veel druk in een te kort tijdsbestek. Over de ingeslagen weg zijn de dorpen en gemeente het nog steeds eens. De vraag is of kwantiteit (datum) leidend moet zijn.
Ingangsdatum 1-1-2022 is een onderdeel van het raadsbesluit. Willen we hiervan afwijken, dan moet de raad hierover besluiten evenals men wenst af te wijken van het kernelement dat de dorpsvoorziening buiten de Wmo zou vallen. IV Bevindingen uit de 2 adviezen in relatie tot de uitvoering van het raadsbesluit Gelet op de adviezen van Viktor Advocaten en van bureau Kantelingen dreigt 1 januari 2022 niet te worden gehaald als ingangsdatum. Er is geen enkele reden om het inhoudelijke raadsbesluit niet uit te voeren, echter omdat een zorgvuldige en kwalitatieve en juridisch houdbare uitvoering van het raadsbesluit zulks wenst lijkt een korte verlenging van de pilot met maximaal een jaar hier op z’n plek. Er is dan een dorpsvoorziening hbh uiterlijk per 1 januari 2023.
Om ervoor te zorgen dat de hulp hoe dan ook geborgd blijft en daarnaast tevens uitvoering gegeven wordt aan het raadsbesluit is een aantal acties nodig, die moeten worden uitgevoerd Actiepunten: • Raad vragen om akkoord te gaan met uitvoering van raadsbesluit, maar met afwijking van ingangsdatum; • Mogelijkheden onderzoeken en besluit nemen wat er moet gebeuren met de cliënten die nu nog in de Wmo maatwerkvoorziening zitten en die per 1-1-2022 over zouden gaan naar de dorpsvoorziening; • Huidige contracten met zorgaanbieders verlengen voor 1-1-2022 (open house construct voor de pilot), tijdsduur afhankelijk van nieuwe beoogde ingangsdatum; • Communicatie richting dorpen, dorpsondersteuners en cliënten voor 1-1-2022; • Gesprekken met de fiscus voeren; • Oprichten van een zorgcoöperatie; • Communicatieplan gedurende het gehele traject.