2021-070 05 Bijlage 2 Toelichting Quickscan Flora en Fauna Farmconsult.pdf
Tekst van het document
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
AANVRAGER Teeuwen-Kessels V.O.F. Lorbaan 44 5985 NZ Grashoek
LOCATIE BEDRIJF Lorbaan 44, 5985 NZ Grashoek en Lorbaan 45 en 47 5985 NX Grashoek
Initiatieflocatie:
Lorbaan 44 5985 NZ Grashoek en Lorbaan 45 en 47 5985 NX Grashoek Kvk nummer: 61680192 Vestigingsnummer: 000003332411
Initiatiefnemer:
Teeuwen-Kessels V.O.F. Lorbaan 44 5985 NZ Grashoek 0650-606625 info@teeuwenkessels.nl
Adviseur/contact:
FarmConsult Sluisstraat 24 7491 GA Delden farmconsult@forfarmers.eu KvK nummer: 08207868 Vestigingsnummer: 000016141881 Projectleider J.Thijs tel. 0653-209707 jan.thijs@forfarmers.eu Opsteller F. Heslenfeld tel. 0653-330180 frans.heslenfeld@forfarmers.eu
Datum:
12 oktober 2020 / 9 november 2020
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
1
Inhoudsopgave
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
INHOUDSOPGAVE ................................................................................................ 2 INLEIDING ........................................................................................................... 3 PLANGEBIED EN VOORNEMEN .............................................................................. 4 WIJZE VAN ONDERZOEK ...................................................................................... 7 RESULTATEN: A. BUREAU-ONDERZOEK................................................................ 8 RESULTATEN: B. LOCATIEONDERZOEK ................................................................ 9 VOGELS ............................................................................................................. 10 VLEERMUIZEN ................................................................................................... 17 OVERIGE ZOOGDIEREN ...................................................................................... 22 AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN .................................................................... 24 ONGEWERVELDEN ............................................................................................. 25 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN ......................................................................
26 VAATPLANTEN ................................................................................................... 28 BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING ....................................................... 29 WETTELIJK KADER ............................................................................................. 30 CONCLUSIES...................................................................................................... 32 GERAADPLEEGDE BRONNEN ............................................................................... 33 BIJLAGE 1 ALGEMENE VERBODSBEPALINGEN WNB.............................................. 34 BIJLAGE 2 STROOMSCHEMA WNB, BESCHERMING SOORTEN ............................... 36 BIJLAGE 3 CATEGORIEËN VOGELS ...................................................................... 37 BIJLAGE 4 BUREAU ONDERZOEK ........................................................................ 38
2
Inleiding FarmConsult heeft van varkenshouderij Teeuwen-Kessels V.O.F. opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming ten aanzien van bescherming soorten. Deze quickscan is uitgevoerd in het kader van een op te stellen sloopmelding. Deze quickscan heeft als doel om te toetsen of vooraf uit te sluiten is dat door het project natuurwaarden ten aanzien van soorten aangetast kunnen worden. Indien aan de orde worden natuurwaarden ten aanzien van gebiedsbescherming separaat van onderhavige quickscan getoetst. Op basis van deze quickscan kan uitsluitsel worden gegeven of de gemeente bij het behandelen van een aanvraag Omgevingsvergunning een ontheffing dient aan te vragen bij de provincie.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
De activiteit waarvoor deze quickscan is opgesteld betreft het slopen van bestaande varkensstallen en een bijgebouw op 3 adressen, betreffende 1 inrichting.
3
Plangebied en voornemen Huidig gebruik Het plangebied is gelegen aan de Lorbaan 44, 45 en 47 te Grashoek in de gemeente Peel en Maas. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door een open agrarisch landschap met voornamelijk veehouderij en losse bospercelen. De locatie is gelegen op een afstand van: -
Ca. 1,4 km ten NO van de bebouwde kom van Grashoek Ca. 145 m ten O van leggerwatergang Duivelsven Ca. 240 m ten ZW van leggenwatergang Winkenven Ca. 15 m ten NW van enkele bosgebieden vallend onder ‘ecologische hoofdstructuur’ Ca. 3,3 km ten O van Natura-2000 gebied Deurnsche Peel & Mariapeel Ca. 7,6 km ten O van Natura-2000 gebied Groote Peel
Figuur 1. Luchtfoto met ligging in regio.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Het bestaande en goedgekeurde grondgebruik van de locatie betreft agrarisch gebruik.
4
De bedrijfslocatie is bebouwd met: Lorbaan 44: Een bedrijfswoning met garage/berging en een drietal gebouwen voor de huisvesting van varkens. Daarnaast 1 bijgebouw voor machines / werktuigen. Het bedrijf is een varkenshouderij. Lorbaan 45 Een bedrijfswoning met garage/berging en een drietal gebouwen voor de huisvesting van varkens en daarnaast 1 bijgebouw voor berging /machines/werktuigen. Het bedrijf is een varkenshouderij. Lorbaan 47 Een bedrijfswoning met garage/berging en een tweetal gebouwen voor de huisvesting van varkens en daarnaast 2 bijgebouwen voor machines/werktuigen. Het bedrijf is een varkenshouderij.
Ligging ten opzichte van beschermde gebieden Natura 2000
Figuur 2. Ligging ten opzichte van dichtstbij gelegenNatura 2000 gebied
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied. Het meest nabijgelegen Natura-2000 gebied is het gebied Deurnsche Peel & Mariapeel op een afstand van ca. 3,4 kilometer.
5
Voorgenomen werkzaamheden
locatiefoto 1 Luchtfoto huidige situatie met aanduiding te slopen gebouwen in geel Na de sloop is het plan om op een gedeelte van gebouw 3 een schuur terug te bouwen voor machines. Dat betreft ongeveer de noordelijk helft van de lengte van huidig gebouw 3. De overige vrijgekomen ruimte wordt landbouwgrond en wordt de erfbeplanting uitgebreid. Tevens wordt er na het uitvoeren van de werkzaamheden in overleg met ter zake deskundigen gekeken naar mogelijk faciliteren van verblijfplaatsen / nesten voor een aantal soorten.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
De initiatiefnemer is voornemens de gebouwen 1 t/m 8 in zijn geheel te slopen (locatiefoto 1) . Gebouw 5 en 7 hebben een klein bijgebouwtje (afdak) dat ook wordt gesloopt. Gebouw 6 betreft een aan een zijde open werktuigen loods.
6
Wijze van onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd door het uitvoeren van een en een bureauonderzoek en een locatiebezoek. Het bureauonderzoek richt zich op gegevens die van belang zijn voor het voorkomen van beschermde flora- en fauna op de locatie. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen, websites op internet en de Nationale Databank Flora en Fauna(NDFF). Daarin zijn alle waarnemingen in het onderzoeksgebied van de afgelopen 5 jaar opgenomen en beoordeeld. Tijdens het locatieonderzoek is het plangebied, alsmede de directe omgeving ter plekke beoordeeld (veldbezoek). Er is zoveel mogelijk informatie verzameld om aan-of afwezigheid van beschermde soorten te kunnen vaststellen. Hiervoor is gekeken of er visuele waarnemingen konden worden gedaan of dat geluiden van soorten konden worden waargenomen. Tijdens het bezoek is gekeken naar nesten, pootafdrukken, krabsporen, uitwerpselen en dergelijke. Op het bedrijf worden geen honden of katten gehouden. Naar verluid komen er wel zwerfkatten op de bedrijven. Op basis van het het bureau onderzoek en het locatieonderzoek samen kan een goede inschatting worden gemaakt welke beschermde flora en fauna in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn.
De quickscan is echter geen volwaardig (soorten) onderzoek of ecologische inventarisatie maar slechts een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie. Er heeft 1 veldbezoek op de planlocatie en de naaste omgeving plaatsgevonden. : 6 oktober 2020 : middag : bewolkt met enkele gaten : 17°C :3-4
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Datum Tijdstip Weersbeeld Temperatuur Windkracht
7
Resultaten: a. Bureau-onderzoek
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Betreft een separate bijlage. Zie bijlage 4.
8
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Resultaten: b. Locatieonderzoek
Fauna
9
Vogels Tijdens het locatiebezoek zijn de volgende vogels en sporen van vogels in het plangebied of de direct omgeving daarvan aangetroffen.
Houtduif
aantal Gehoord en gezien; naar verluid ook regelmatig aanwezig 3 en nesten
Pimpelmees / koolmees
Naar verluid
Ekster
Overvliegend en rustend
Zwarte Kraai
2 Overvliegend en verlaten nesten 2
Buizerd Boerenzwaluw
Oude nestranden
plaats in begroeiing NW en ZO huis 44 en tussen huisnr 45 en 47, op een afstand van ca. 50, 15 en 5 mtr. van de planlocatie. Naar verluid ook nestelend onder nok garage Overvliegend ten N gebouw 5; op een afstand van ca. 150 mtr. en oude nesten in bomen ten N bij huisnr. 44 op een afstand van ca. 40 mtr van het plangebied en ten N gebouw 5 op en afstand van ca. 7 mtr. In het voorjaar in nestkasten bij huisnr. 44. Ten N van gebouw 1 op een afstand van ca. 25 mtr Bij begroeiing Z van gebouw 6 en rustend op woonhuis huisnr. 47
Onderstaande foto’s 1, 2, 3, 4
Overvliegend ten N gebouw 5; op een afstand van ca. 150 mtr. Oude nesten (ravage) in gebouw 7 Overvliegend/ fouragerend; ca 150 ZO gebouw 2 Onder afstek huis en garage huisnr. 44
11
Foto 1 Foto nok garage bij huisnr. 44 met invliegmogelijkheden huismussen
5 6, 7
8, 9 10
12, 13, 14, 15 16, 17 Geen foto
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Soort Huismus
10
Foto 3 aanwezige mussen in begroeiing ten NW van huisnr. 44 op ca. 50 mtr. van de planlocatie
Foto 4 begroeiing tussen huisnr. 45 en 47
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Foto 2 begroeiing ZW achter tuin huisnr. 44
11
Foto 6 en 7 verlaten nesten houtduiven
Foto 8 en 9 verlaten nestkastjes Koolmees / Pimpelmees
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Foto 5 Overvliegende houtduiven ca. 150 mtr N van geb. 5
12
Foto 10 Ekster rustend op nok huisnr. 47
Foto 12 Verlaten kraaien-nesten in gebouw 7 Uitstekende nesttakken
Foto 13 Verlaten kraaiennesten in geb. 7 achtergebleven nesttakken boven isolatie
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Foto 11 Overvliegende Zwarte kraaien
13
Foto 14 Verlaten kraaien-nesten in gebouw 7 Gevallen oud nest
Foto 15 Verlaten kraaiennesten in geb. 7 achtergebleven oud nest
Foto 16 en 17 Buizerds overvliegend / fouragerend
Huismussen: Tijdens het bezoek zijn huismussen gehoord en gezien in de tuinheg achter huisnr. 44 (ca. 10 mtr N van gebouw 1), in begroeiing tussen huis nr. 45 en 47 (ca. 12 mtr O van gebouw 7) en langs de oprit tussen huisnr. 44 en huisnr. 46 (ca. 50 mtr N van gebouw 1, zie foto 3). Er zijn nergen in de begroeiing nesten van deze soort aangetroffen. Bekend is dat er Huismussen broeden in de nok van de garage bij huisnr. 44 (zie foto 1). In of in de direct naaste omgeving van de te slopen gebouwen zijn geen sporen van huismussen aangetroffen de te slopen gebouwen zijn alle voorzien van ‘vogelschroot’ of ‘plaat-afdichting’ , zie foto’s 18 t/m 24.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Bespreking:
14
Foto 19 golfplaatafdichting gebouw 2
Foto 20 strak gemonteerde goot met daarboven golfplaatafdichting gebouw 3
Foto 21 pannen afdichting gebouw 4 met hout en cement
Foto 22 golfplaatafdichting gebouw 5
Foto 23 golfplaatafdichting gebouw 8
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Foto 18 golfplaatafdichting gebouw 1
15
Foto 24 pannen afdichting gebouw 7 met hout en cement Bijgebouw 6 is een kapschuur voor stalling machines. Deze is geheel enkel in wand en dak uitgevoerd. Zie foto 25. Er zijn onder die kap geen (oude ) nesten of sporen daarvan van huismussen aangetroffen. Zie foto 26.
Gezien de uitvoeren van de te slopen gebouwen en de waarnemingen blijken deze geen verblijfplaatsten of geschikt te zijn als potentiëel leefgebied voor huismussen. De aangetroffen begroeiing blijft aanwezig en wordt na de werkzaamheden uitbgebreid. Uilen: Er zijn op, of in de directe omgeving van de planlocatie geen uilen of sporen van deze soort aangetroffen. Bekend is dat er ten noorden van de planlocatie steenuilwaarnemingen zijn geweest. Gezien de ongediertebestrijding (zie ook onder ‘overige zoogdieren’) op het bedrijf is de potentie van het voorkomen van prooidieren binnen de planlocatie zeer slecht. Gebouw 7 had, als al langer leegstaand gebouw, een potentieel verblijf voor deze soort kunnen zijn, ware het niet dat de soort Zwarte Kraaien daar al hun intrek hebben gehad en het gebouw intern ongeschikt voor uilen hebben gemaakt. Nog los van ze geringe hoogte van dit gebouw. Het plangebied behoort daarmee niet tot het functionele leefgebied van deze soort. Overige vogelsoorten: Ook na uitvoeren van het voornemen blijft het bedrijf en de directe omgeving geschikt als leefgebied voor bijvoorbeeld de Houtduif, Ekster, Koolmees en Pimpelmees.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Foto 25 Gebouw 6: enkelwandig wand en dak en Foto 26 schone nok-onderkant
16
Vleermuizen
Tijdens het locatiebezoek is per gebouw gekeken naar sporen van vleermuizen en potentiele verblijfsplaatsen en vliegroutes. De te slopen bebouwing bestaat uit de varkensstallen, een loods en 2 afdakjes aan gebouw 5 en 7. De gevels van de stallen zijn divers uitgevoerd: Gebouw 1: Wanden geheel betonpanelen met steenstrips zonder openingen. NO zijde: Windveren van het dakmateriaal: Bevestigd op vlakke plank, geen kieren. Zie foto 27. De zijgevels NW en ZO hebben onder de dakgoten de luchtinlaat zonder kieren, en met een sterke luchtstroom, zie foto 28 en 29. Gebouw 2: Wanden ook beton met steenstrips tot muurplaathoogte; de kopgevels daarboven zijn uitgevoerd met damwand met afdeklijsten. Zie foto 30. De zijgevels zijn gelijk uitgevoerd als gebouw 1. Langs de ZO gevel van gebouwen 1 en 2 is de luchtwasser geplaatst. De luchtkanalen zijn boven in beide kappen.
Foto 27 Plank achter windveren gebouw 1
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Gebouw 3: Wanden uitgevoerd in beton met steenstrips. De zijgevels van deze stal zijn geheel dicht. De lucht inlaat geschied middels grondbuizen waarvan de inlaatkant is overdekt met een enkelwandig dakje. Zie foto’s 31 en 32. De ZW kopgevel is uitgevoerd in beton met steenstrips zonder openingen tot muurplaathoogte, daarboven geheel in damwand. Achter deze stal is ook een luchtwasser geplaatst; het luchtkanaal beslaat het middengedeelte van de zolder. Daarnaast zijn deze zolders zeer stoffig en behangen met spinnenweb. Er zijn geen verblijfplaatsen en /of sporen van vleermuizen aangetroffen. Zie foto 31.
17
Foto 28 en 29 luchtinlaat zijgevels stallen 1 en 2
Foto 31 en 32 Overdekte inlaatzijde grondbuizen
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Foto 30 Kopgevel met beton en daarboven damwand met afdekstrips
18
Foto 33 Open zolder naast luchtkanaal in gebouw 3 Gebouw 4 is gebouwd met betonblokken zonder spouw en een pannen-dak. De Ventilatie geschiedt door met gaas beklede inlaatopeningen in de zijgevels. Zie foto 34. De kopgevels zijn geheel van de betonblokken met tegen de pannen aan een aangesmeerde rand zonder kieren. Zie foto 35. Boven de muurplaat zijn de mogelijke gaten tegen de dakpannen met hout en dakleer zonder kieren afgewerkt. Zie foto 36. Dit gebouw staat leeg en heeft een inmiddels versleten tempex plafond met vele gaten en openingen. De ruimte tussen het plafond en de dakpannen is vrij schoon. Zie foto 37. De nog aanwezige ventilatorkokers zijn enkelwandig uitgevoerd. Gebouw 5 is een varkensstal nog in gebruik met een bakstenen wand en golfplaten dak. Zie foto 38. In de zijgevels zijn holle stenen voor de inkomende lucht. De zolders zijn als indirecte luchtinlaat (plafondventilatie) in gebruik. Aan de NW zijde van gebouw 5 is een klein afdak voor de opslag van materialen. Dit afdak is geheel enkelwandig uitgevoerd en heeft grote openingen aan 3 zijden. Zie foto 39. De ventilatoren zijn in enkelwandige PVC kokers in de NW zijde van het dak aanwezig.
Foto 34 zijgevel met inlaatopening gebouw 4
Foto 35 aangesmeerde rand gebouw 4
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Gebouw 6 is een loodsgedeelte, geheel enkelwandig uitgevoerd. Zie foto’s 25 en 26.
19
Foto 36 Afgedichte overgang muur en dak gebouw 4 Foto 37 open ‘schone’ zolder
Foto 39 afdak-aanbouw enkelwandig
Gebouw 7 is een voormalige varkensstal, gelijk opgebouwd als gebouw 4 met betonstenen wanden en een pannendak. Ook hier zijn de kopgevelpannen met een aansmeerlaag bevestigd. Zie foto 40. Zoals beschreven bij ‘Vogels’ blijkt dit gebouw ‘uitgeleefd’ door Zwarte Kraaien. Het bevat daardoor meerdere grotere openingen en een grotendeels gesloopt ventilatieplafond. Zie foto’s 12 t/m 15. Gebouw 8 is een varkensstal nog in gebruik met betonstenen wanden en kopgevels en een golfplaten dak. Zie foto 41. Ook bij dit gebouw zijn de kopgevens met een cementen afmeerlaag aan de golfplarten afgewekt. Zie foto 41 voor de ZW gevel en foto 42 voor de NW zijgevel. In deze zijgevels zijn inlaatgaten voor de inkomende lucht aanwezig, af te dichten met houten beplating.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Foto 38. Gebouw 5
20
Foto 40 NO kopgevel gebouw 7
Foto 41 ZW gevel gebouw 8
Foto 42 NW zijgevel gebouw 8
Het plangebied is in potentie zeer matig geschikt voor vleermuizen. Er zijn nagenoeg geen potentiële invliegopeningen in de gebouwen. Omdat deze relatief laag aanwezig zijn en/of dan naar zeer tochtige / winderige ruimtes leiden bieden deze geen geschikte verblijfplaatsen. Vanwege de situering van de gebouwen is het ertussen ook erg tochtig. De enige opgaande beplanting nabij het erf en direct omliggend betreft de begroeiing tussen huisnr. 45 en 47. Hierdoor zijn er nagenoeg geen windluwe omstandigheden aanwezig met naar verwachting geschikt voedselaanbod (insecten) waardoor het geheel niet kan functioneren als onderdeel in een foerageergebied van enkele soorten vleermuizen. De voorgenomen activiteiten leiden niet voor aantasting van verblijfplaatsen, het fourageergebied of vliegroutes. Effecten voor vleermuizen zijn uitgesloten.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Bespreking:
21
Overige zoogdieren
Tijdens het locatiebezoek zijn de volgende overige zoogdieren of tekenen van aanwezigheid in het plangebied of de direct omgeving daarvan aangetroffen. Soort
plaats
Onderstaande foto
Huisspitsmuis
Teken van aanwezigheid Hol 2 x
Naast gebouw NW gevel geb. 5 en 7
43 en 44
Mol
molshopen
In gras op erf huisnr 47 ZO gebouw 4; ca. 20 mtr.
45
Op het bedrijf wordt ten behoeve van bedrijfshygiëne aan ongediertebestrijding gedaan. Bij elk te slopen gebouw zijn zg. muizenkistjes met gif geplaatst. Als voorbeeld die bij de ZO gevel van gebouw 3 zie foto 46.
Foto 45 Molshopen
Foto 46 ‘muizenkistje’
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Foto 43 en 44 Holen naast NW gevel 5 en 7
22
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Bespreking: De planlocatie, en de directe zone hier omheen, biedt enkele algemene zoogdiersoorten wel een potentieel geschikt leefgebied. Hierbij moet met als eerste gedacht worden aan soorten als: Ware muizen, woelmuizen, spitsmuizen, bruine rat, mol en egel. Voor kleine marterachtigen kunnen er potentiele prooidieren aanwezig zijn. Tijdens het locatiebezoek zijn er geen uitwerpselen van genoemde soorten aangetroffen op of in de directe omgeving van de diverse plaatsen in de planlocatie. Gezien het feit dat er ook ongediertebestrijding wordt gedaan is het plangebied en directe omgeving slecht geschikt als leefgebied. Daarnaast is de huisspitsmuis opgenomen op de lijst met provinciale ontheffing (zie bijlage 4 bij het bureauonderzoek ). Er zijn verder geen tekenen van aanwezigheid gevonden. Na uitvoeren van het voornemen blijft de omgeving geschikt voor genoemde soorten.
23
Amfibieën, vissen en reptielen Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen soorten amfibieën, vissen of reptielen of tekenen daarvan aangetroffen. Bespreking: De voorgenomen ingreep vindt op het land plaats. De planlocatie is zeer matig geschikt voor reptielen. Effecten op deze soortgroep kunnen op voorhand worden uitgesloten. Aan de zuidwest zijde van gebouw 3 is op een afstand van ca. 11 mtr een bezinksloot voor regenwater, zie foto 27. Deze blijkt enkel in geval van extreme neerslag water te bevatten en is daarmee slecht beschikbaar als permanent potentiëel verblijf voor deze soort.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Foto 47 bezinksloot overtollig hemelwater
24
Ongewervelden Tijdens het locatiebezoek is gekeken naar potentiele verblijfsplaatsen en vliegroutes. Het plangebied is in potentie zeer matig geschikt voor dagvlinders en libellen. Er zijn geen bloeiende bloemen en geen permanente waterpartijen in het plangebied. Er is één waarneming van deze soort ; 2 parende exemplaren van de Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum), zie foto 48.
Foto 48 Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum)
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Bespreking: Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde soorten uit deze groep aangetroffen. Het gebied is zeer matig geschikt voor deze soorten. Het voorkomen van beschermde soorten uit deze groep kunnen worden uitgesloten.
25
Overige beschermde soorten (Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.) Tijdens het locatiebezoek is gekeken naar aanwezigheid van soorten in het plangebied. Er zijn geen beschermde soorten uit deze groep aangetroffen
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Bespreking: Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde soorten uit deze groep aangetroffen. Het gebied is zeer matig geschikt voor deze soorten. Het voorkomen van beschermde soorten uit deze groep kan worden uitgesloten. Na uitvoeren van het voornemen blijft de omgeving in gelijke mate geschikt voor genoemde soorten.
26
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Flora
27
Vaatplanten Tijdens het locatiebezoek is gekeken naar aanwezigheid van beschermde flora. Deze zijn niet aangetroffen.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Bespreking: Het plangebied bestaat grotendeels uit bebouwing en erfverharding. Er zijn geen beschermde flora aangetroffen. Effecten van de voorgenomen ingreep kunnen op voorhand worden uitgesloten.
28
Beoordeling Wet natuurbescherming Vogels Gezien de plaatsen en afstand tot de planlocatie zijn geen effecten op jaarrond beschermde vogelsoorten te verwachten. Na uitvoering van het voornemen blijft het aanwezige leefgebied voor huismussen en nestelen in de tuin bij de woonhuizen en begroeiing aanwezig. De aangetroffen overvliegende buizerds hebben een groter gebied om te fourageren en zijn niet afhankelijk van de planlocatie waar, vanwege de ongediertebestrijding, sowiezo geen prooidieren voorkomen. Na het uitvoeren van de werkzaamheden wordt in overleg met ter zake deskundigen gekeken naar mogelijk faciliteren van verblijfplaatsen / nesten voor een aantal soorten.
Vleermuizen Gezien de potentie van verblijfsgebied en geen aangetroffen sporen van deze soort zijn er geen effecten voor deze soort te verwachten.
Overige soorten Voor de overige soorten flora en fauna in het plangebied geldt dat geen ontheffing noodzakelijk is.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Tijdens de uitvoering van het project dient rekening gehouden te worden met deze soorten zodat er zo min mogelijk verstoring is.
29
Wettelijk kader WET NATUURBESCHERMING Vanuit de Wet natuurbescherming zijn er twee onderdelen aan de orde: Gebiedsbescherming: Dit wordt separaat getoetst in de procedure rechtstreeks bij de provincie aangevraagd. Soortenbescherming: Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn: de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht.
Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent verschillende beschermingsregimes. Er is een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bonn en het Verdrag van Bern. Daarnaast is er een apart beschermingsregime voor soorten die vanuit een nationaal belang beschermd worden. Elk beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten aan ontheffingen of vrijstellingen. De verschillende beschermingsregimes zijn in de Wet natuurbescherming vertaald naar de volgende categorieën: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels zijn beschermd onder het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1); 2. Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt (paragraaf 3.2); 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal belang bescherming behoeven (paragraaf 3.3).
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Zorgplicht Voor alle flora en fauna die in het wild voorkomen geldt een algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen met betrekking tot in het wild levende flora en fauna en het leefgebied van deze flora en fauna. Voor de uitvoer van handelingen (bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen) betekent dit dat voorafgaand aan de uitvoer er inzicht moet zijn in de aanwezige flora en fauna en wat het effect van de handelingen is op de aanwezige flora en fauna. Negatieve effecten op de aanwezige flora en fauna moeten in alle gevallen tot het minimale worden beperkt, ook als er een vrijstelling is voor bepaalde soorten, of als een ontheffing is verleend.
30
Tabel met een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime.
Art. 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Art. 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben Art. 3.1. lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijk invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Categorie 2 (§3.2) Art. 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art. 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Categorie 3 (§3.3) Art. 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen Art. 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art. 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Art. 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art. 3.10 lid 1c Het is vrboden plantensoorten in hun natuurlijke verspridingsgebied te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
3.1.3 Ontheffingen en vrijstellingen Het is mogelijk om in bepaalde gevallen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming middels een ontheffing of vrijstelling te ontwijken. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing of vrijstelling moet aan drie eisen/criteria worden voldaan: • Er is geen andere bevredigende oplossing voorhanden om overtreding van een verbodsartikel te voorkomen; • De handelingen worden uitgevoerd in het kader van een wettelijk belang. Voorbeelden van dergelijke belangen zijn ruimtelijke ontwikkeling, bestendig beheer en volksgezondheid; • De handelingen als geheel mogen geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding van een soort.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Categorie 1(§3.1) Art. 3.1. lid 1 Het is verboden in het wild levende vogls opzettelijk te doden of te vangen
31
Conclusies De beoogde werkzaamheden kunnen zonder effecten op broedvogels of overige beschermde soorten uitgevoerd worden. Er is geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er is ook voor de overige natuurwaarden geen ontheffing noodzakelijk. In onderstaande tabel zijn de mogelijke effecten samengevat. Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning (Gemeente Peel en Maas) te laten bevestigen. Het rapport kan ter beoordeling worden voorgelegd aan de provincie Limburg, maar dit is geen wettelijke verplichting. In dit geval is de noodzaak daartoe minder groot omdat er effecten zijn uitgesloten en geen bijzondere mitigerende maatregelen in het rapport zijn voorgeschreven. Ingreep verstorend
Wnbontheffing noodzakelijk Nee
Bijzonderheden/opmerkingen
Mogelijk
Nader onderzoek noodzakelijk Nee
Vogels
Broedvogels
Jaarrond beschermd
Nee
Nee
Nee
-
Verblijfplaatsen Vliegroutes
Nee
Nee
Nee
-
Nee
Nee
Nee
-
Overige zoogdieren
Nee
Nee
Nee
-
Amfibieën
Nee
Nee
Nee
-
Reptielen
Nee
Nee
Nee
-
Vissen
Nee
Nee
Nee
-
Libellen en vlinders
Nee
Nee
Nee
-
Vaatplanten
Nee
Nee
Nee
-
Vleermuizen
De activiteiten van sloop en bouwen worden buiten het broedseizoen uitgevoerd.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Soortgroep
32
Geraadpleegde bronnen
www.ndff.nl www.sovonatlas.nl www.natuurloket.nl www.waarneming.nl www.zoogdierenatlas.nl www.soortenbank.nl
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
-
33
Bijlage 1 Algemene verbodsbepalingen Wnb § 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. § 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. § 3.3. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
34
c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b) ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c) ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d) ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e) in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f) in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen,
spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;
3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
g) in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang.
35
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Bijlage 2 Stroomschema Wnb, bescherming soorten
36
Bijlage 3 Categorieën vogels
Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
37
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Bijlage 4 Bureau onderzoek
38
Bureaustudie voor de locatie Lorbaan 44, 45 en 47, Grashoek
Rapport: 2020-428 Datum: 10 september 2020 Versie: 1.0
Bureaustudie voor de locatie Lorbaan 44, 45 en 47 Grashoek
Colofon © 2020
Tekst, samenstelling:
Fopma NatuurAdvies
Opdrachtgever:
Wijze van citeren:
Fopma NatuurAdvies, A, 2020. Bureaustudie voor de locatie Lorbaan 44, 45 en 47, Grashoek; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2020-428, Wapse.
Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies. Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Fopma NatuurAdvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Fopma NatuurAdvies. De opdrachtgever vrijwaart Fopma NatuurAdvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
De informatie in dit rapport is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. 2
Inhoudsopgave 1
INLEIDING
4
2
INVENTARISATIE NATUURWAARDEN NDFF EN ANDERE BRONNEN
6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 3.
VOGELS (WNB § 3.1) VLEERMUIZEN (WNB § 3.2) OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN VAATPLANTEN OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN
LITERATUUR
6 9 10 11 11 12 12 13
BIJLAGE 1
JAARROND BESCHERMDE VOGELS LIMBURG
14
BIJLAGE 2
SAMENVATTING NDFF (1-1-2015 TOT 9-9-2020)
19
BIJLAGE 3
POV LIMBURG
20
3
1
Inleiding
Op de locatie Lorbaan 44, 45 en 47 te Grashoek wordt een 8-tal gebouwen gesloopt. Ten behoeve van een QuickScan is deze bureaustudie uitgevoerd.
Figuur 1.
4
Overzicht met de te slopen panden.
Figuur 2.
5
Kaart met ligging onderzoeksgebied zwarte kader en plangebied rode pijl (Bron: NDFF).
2
Inventarisatie natuurwaarden NDFF en andere bronnen
2.1
Vogels (Wnb § 3.1)
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn 1.025 waarnemingen van vogels geregistreerd, verdeeld over 100 soorten beschermde vogelsoorten. Hierbij zijn 16 soorten uit de “Lijst Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Limburg”1 (zie bijlage 1) en een aantal soorten waarvan getoetst moet worden of het leefgebied wordt aangetast. In bijlage 1 zit ook een overzicht van soorten waarvan beoordeeld moet worden of de gunstige staat van instandhouding van de soort in het geding komt. Tabel 1.
Waargenomen soorten in onderzoeksgebied in de periode 1-1-2015 tot 9-9-2020 in het NDFF. Vet en cursief zijn de jaarrond beschermde nesten en met * soorten waarvan getoetst moet worden dat voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft (zie bijlage 1) (Bron: NDFF)
Vogelsoorten Aalscholver Appelvink Beflijster Blauwe Kiekendief Blauwe Reiger* Boerenzwaluw Bonte Vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomleeuwerik Boompieper Bosrietzanger Bosuil Braamsluiper Buizerd* Ekster Fazant Fitis Gaai Geelgors Gekraagde Roodstaart Gele Kwikstaart Gierzwaluw Goudvink Grasmus Graspieper Grauwe Gans Grauwe Vliegenvanger Groene Specht Groenling Grote Barmsijs Grote Bonte Specht Grote Gele Kwikstaart Grote Lijster
1
Grote Zilverreiger Havik Heggenmus Holenduif Houtduif Houtsnip Huismus Huiszwaluw Kauw Kerkuil Kievit Kleine Barmsijs Kleine Bonte Specht Kneu Knobbelzwaan Koekoek Kokmeeuw Koolmees Koperwiek Kraanvogel Kramsvogel* Kuifeend Kuifmees Mandarijneend Matkop Meerkoet Merel Oehoe Ooievaar Patrijs Pimpelmees Putter Ransuil Rietgors
Ringmus* Rode Wouw Roek Roodborst Roodborsttapuit Scholekster Sijs Sperwer* Spotvogel* Spreeuw Sprinkhaanzanger Staartmees Steenuil Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Turkse Tortel Veldleeuwerik Vink Vuurgoudhaan Waterhoen Wespendief Winterkoning Witte Kwikstaart Wulp* Zanglijster Zomertortel* Zwarte Kraai Zwarte Mees Zwarte Roodstaart Zwarte Specht* Zwartkop 100 soorten
Bron: Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. 6
Tabel 2.
Waarnemingen jaarrond beschermde vogelsoorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Jaren = alleen met broedindicatie) Soort Wrn Jaren Locatie t.o.v. plangebied Boerenzwaluw 8 2016,2017 Twee waarnemingen met broedindicatie van 4 individuen. Eén op de Lorbaan 58 op > 300 meter ten noorden van het plangebied en de andere waarneming bij Koningslust. Bosuil 4 2015, 2016 Twee waarnemingen met broedindicatie. Waarvan één in bosgebied ten noorden van de Meeuwenweg op > 500 meter ten noordoosten van het plangebied en de andere waarneming ten oosten van de Midden Peelweg. Gierzwaluw 4 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Grote gele kwikstaart 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Havik 9 2015 Eén waarneming met broedindicatie. Het betreft een waarneming van een vastgesteld territorium in bosgebied Regelshorst ten oosten van de Midden Peelweg op > 1,5 kilometer ten oosten van het plangebied. Huismus 16 2018, 2019 Twee waarnemingen met broedindicatie. Beide in Koningslust op > 1,5 kilometer van het plangebied. Huiszwaluw 5 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Kerkuil 2 2015 Eén waarneming met broedindicatie in kerk bij Koningslust op > 1,5 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Oehoe 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Ooievaar 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Ransuil 2 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie.
Rode wouw 2 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Roek 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Steenuil 8 2015, 2016 Vier waarnemingen met broedindicatie, waarvan er 3 op een afstand van meer dan 1 kilometer. In 2016 is een territorium vastgesteld op de grens tussen Lorbaan 49/51. Dit ligt op ruim 50 meter ten noorden van de te slopen stallen bij huisnummer 47. Torenvalk 3 2016 Eén waarneming met broedindicatie, Houwenberg 1a hoeve ‘Hovenbos’ op > 1 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. Wespendief 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. De data in het NDFF is redelijk volledig.
7
Tabel 3.
Waargenomen vogelsoorten in de periode 1-1-2015 tot 9-9-2020 binnen het plangebied of binnen een afstand van ca. 300 meter van de te slopen opstallen. (Wrn = aantal waarnemingen, GVSI = staat wel/niet op “Lijst met vogels en de schaal waarop de staat van instandhouding getoetst wordt” in bijlage 1) Soort Wrn GSVI Locatie t.o.v. plangebied Boomklever 1 NIET Betreft een waarneming in bosgebied op > 200 meter ten zuidoosten van plangebied. Boomkruiper 1 NIET Betreft een waarneming in bosgebied op > 200 meter ten zuidoosten van plangebied. Ekster 2 NIET Twee waarnemingen, allen met broedindicatie. Waarvan één op ruim 250 meter en één langs de Venweg 8 op 20 meter van de stal bij huisnummer 44. Fazant 1 NIET Waarneming in veld op > 200 meter ten zuidwesten van het plangebied. Grasmus 3 NIET Drie waarnemingen met broedindicatie. Waarvan twee op ruim 150 meter en één langs de kassen op ca. 100 meter westen van de gebouwen. Grote Bonte Specht 2 NIET Twee waarnemingen, beide met broedindicatie in bosgebied op > 200 meter ten zuidoosten van de gebouwen. Holenduif 4 NIET Vier waarnemingen, allen met broedindicatie. Drie rondom de te slopen stallen op ca. 100-200 en in 1 bij te slopen gebouw bij Huisnummer 44 (2015). Kneu 1 NIET Betreft een waarneming met broedindicatie op 25 meter ten westen van de te slopen stallen behorende bij nr. 45.
Kuifmees 1 NIET Betreft een waarneming in bosgebied op > 200 meter ten zuidoosten van plangebied. Sperwer 1 NIET Betreft een waarneming in bosgebied op > 200 meter ten zuidoosten van plangebied. Spotvogel 1 WEL Betreft een waarneming naast de kassen op > 200 meter ten westen van plangebied. Steenuil 1 WEL Zie tabel 2! Zwarte Kraai 1 NIET Betreft een waarneming in bosgebied op > 150 meter ten zuidoosten van plangebied..
8
2.2
Vleermuizen (Wnb § 3.2)
Zoogdiervereniging; cursusmap Vleermuizen en planologie Beoordeling van te verwachten soorten in dit deel van het land op basis van de landelijke verspreiding van vleermuizen (Bron: Zoogdiervereniging) • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • Rosse vleermuis • Bosvleermuis (rand verspreidingsgebied) • Laatvlieger • Gewone grootoorvleermuis • Grijze grootoorvleermuis (rand verspreidingsgebied) • Watervleermuis • Meervleermuis (rand verspreidingsgebied) • Franjestaart • Ingekorven vleermuis (rand verspreidingsgebied) • Brandt‘s vleermuis (rand verspreidingsgebied) • Baardvleermuis Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 4.
Data NDFF in de periode 1-1-2015 tot 25-8-2020.
Soort Laatvlieger Gewone dwergvleermuis Tabel 5.
Wet natuurbescherming Wnb § 3.2 Wnb § 3.2
Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Laatvlieger 1 1 2018 Foeragerend op perceel achter De Koningstraat 71 op > 1,5 kilometer ten oosten van het plangebied. Gewone dwergvleermuis 1 10 2018 Foeragerend op perceel achter De Koningstraat 71 op > 1,5 kilometer ten oosten van het plangebied. De data in het NDFF is onvolledig.
9
2.3
Overige grondgebonden zoogdieren
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 6.
Data NDFF in de periode 1-1-2015 tot 9-9-2020.
Soort
Wet natuurbescherming
Das Eekhoorn Egel
Wnb § 3.3 Wnb § 3.3 Wnb § 3.32
Haas Huiskat Konijn Mol
Wnb § 3.32 Onbeschermd Wnb § 3.32 Onbeschermd
Ree
Wnb § 3.32
Vos
Wnb § 3.32
Wezel
Wnb § 3.32
Tabel 7.
Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Das 3 1 2015, 2016, Betreft 3 waarnemingen, waarvan 2 2019 verkeersslachtoffers op de Middel Peelweg (N277) en de vondst van sporen in het bosgebied ‘Regelshorst’ ten oosten van de Midden Peelweg. De dichtst bij gedane waarneming is in een verkeersslachtoffer op > 1,5 kilometer ten noordoosten van het plangebied. Eekhoorn 1 1 2018 Eén waarneming van een verkeersslachtoffer op de Midden Peelweg (N277) ca. 1,5 kilometer meter ten noordoosten van het plangebied. De data in het NDFF is onvolledig.
10
2.4
Amfibieën, vissen en reptielen
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 8.
Data NDFF in de periode 1-1-2015 tot 9-9-2020.
Soort
Wet natuurbescherming
Alpenwatersalamander
Wnb § 3.3
Tabel 9.
Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Alpenwatersalamander 1 2 2016 Waarneming in tuin Poortersweg 97, Koningslust op > 1,5 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. De data in het NDFF is onvolledig. De soortgroepen zijn niet onderzocht.
2.5
Vlinders, libellen, juffers en insecten
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 10.
Data NDFF in de periode 1-1-2015 tot 9-9-2020.
Dagvlinders
Status
Atalanta Onbeschermd Bont zandoogje Onbeschermd Boomblauwtje Onbeschermd Bruin zandoogje Onbeschermd Citroenvlinder Onbeschermd Dagpauwoog Onbeschermd Distelvlinder Onbeschermd Gehakkelde aurelia Onbeschermd Groot dikkopje Onbeschermd Groot koolwitje Onbeschermd Hooibeestje Onbeschermd Klein geaderd witje Onbeschermd Klein koolwitje Onbeschermd Kleine vuurvlinder Onbeschermd Koevinkje Onbeschermd Koninginnenpage Onbeschermd Landkaartje Onbeschermd Oranje zandoogje Onbeschermd Oranjetipje Onbeschermd Staartblauwtje Onbeschermd Zwartsprietdikkopje Onbeschermd De data in het NDFF is redelijk volledig.
11
Libellen Azuurwaterjuffer Bloedrode heidelibel Bruinrode heidelibel Gewone oeverlibel Gewone pantserjuffer Grote keizerlibel Paardenbijter Platbuik Viervlek
Status Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd
2.6
Vaatplanten
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Er zijn 193 waarnemingen van 128 onbeschermde soorten geregistreerd.
2.7
Overige beschermde soorten
(Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.) Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen andere beschermde soorten op grond van de Wnb geregistreerd.
12
3.
Literatuur
Gebruikte literatuur, naast het NDFF: -
Fopma NatuurAdvies, A, 2020. Bureaustudie voor de locatie Lorbaan 46, Grashoek; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2020-424, Wapse
-
Zoogdiervereniging. Cursusmap Vleermuizen en planologie.
13
BIJLAGE 1
Jaarrond beschermde vogels Limburg
Bijlage 3 bij de Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg Tabel 1, Lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Wet natuurbescherming Vogels die sinds 1973 voorkomen als broedvogel in Limburg Categorie vaste nesten Boerenzwaluw 2 Boomvalk 3 Bosuil 2 Gierzwaluw 2 Grote gele kwikstaart 2 Havik 3 Huismus 2 Huiszwaluw 2 Kerkuil 1 Oehoe 1 Ooievaar 2 Ransuil 3 Raaf 3 Rode wouw 3 Roek 1 Slechtvalk 2 Steenuil 1 Torenvalk 3 Wespendief 3 Zwarte wouw 3
Categorie 1: jaarrond gebruikte nesten. Deze soorten maken ook buiten het broedseizoen gebruik van de nestplaats Categorie 2: zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar Categorie 3: plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen . Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is.
14
Tabel 2, soorten waarvan getoetst moet worden dat voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft Blauwe reiger 4 Buizerd 4 Draaihals 4 IJsvogel 4 Oeverzwaluw 4 Sperwer 4 Zwarte specht 4 grauwe klauwier 4 Grutto 4 Kramsvogel 4 Kwartelkoning 4 Paapje 4 Roerdomp 4 Visdief 4 Zomertortel 4 Bijeneter 4 Wulp 4 Spotvogel 4 Ringmus 4
Categorie 4 zijn de nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft.
15
Bijlage 4, lijst met de regionale te toetsen soorten (uit de Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg) Tabel 1. Toetsing van de gunstige staat van instandhouding (GSVI)van beschermde soorten op regionaal niveau. Lijst met vogels en de schaal waarop de staat van instandhouding getoetst wordt Soort GSVI Boerenzwaluw regionaal Boomleeuwerik regionaal Boomvalk regionaal Gele kwikstaart regionaal Graspieper regionaal Grauwe vliegenvanger regionaal Groene specht regionaal Grutto regionaal Huismus regionaal Huiszwaluw regionaal IJsvogel regionaal Kerkuil regionaal Kneu regionaal Koekoek regionaal Kortsnavelboomkruiper regionaal Kramsvogel regionaal Kwartelkoning regionaal Matkop regionaal Nachtegaal regionaal Nachtzwaluw regionaal Oeverloper regionaal Paapje regionaal Patrijs regionaal Pijlstaart regionaal Porseleinhoen regionaal Raaf regionaal Ransuil regionaal Ringmus regionaal Scholekster regionaal Slechtvalk regionaal Slobeend regionaal Snor regionaal Spotvogel regionaal Steenuil regionaal Tapuit regionaal Tureluur regionaal 16
Veldleeuwerik Velduil Watersnip Wielewaal Wintertaling Wulp Zomertaling Zomertortel
regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal
Lijst met zoogdieren en de schaal waarop de staat van instandhouding wordt getoetst Soort verbodsbepaling wet natuurbescherming GSVI Baardvleermuis art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Regionaal Bever art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Regionaal Franjestaart art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Regionaal Gewone dwergvleermuis art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Regionaal Gewone grootoorvleermuis art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Regionaal Ruige dwergvleermuis art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Regionaal Watervleermuis art 3.5 lid 1-5 Regionaal Bunzing art 3.10 lid 1 a&b regionaal Egel art 3.10 lid 1 a&b regionaal Hermelijn art 3.10 lid 1 a&b regionaal Konijn (niet gedomesticeerd) art 3.10 lid 1 a&b regionaal Molmuis art 3.10 lid 1 a&b regionaal Rosse woelmuis art 3.10 lid 1 a&b regionaal Wezel art 3.10 lid 1 a&b regionaal Aardmuis art. 3.10 lid 1 a regionaal Bosmuis art. 3.10 lid 1 a regionaal Damhert art. 3.10 lid 1 a regionaal Das art. 3.10 lid 1a regionaal Dwergmuis Dwergspitsmuis Edelhert Eekhoorn Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos 17
art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a
regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal
Wild zwijn Woelrat
art. 3.10 lid 1 a art. 3.10 lid 1 a
regionaal regionaal
Lijst met amfibieën en reptielen en de schaal waarop de staat van instandhouding wordt getoetst Soort Adder
Verbodsbepaling wet Natuurbescherming GSVI art. 3.10 lid 1 a regionaal
Alpenwatersalamander art. 3.10 lid 1 a Bruine kikker art. 3.10 lid 1 a Gewone pad art. 3.10 lid 1 a Hazelworm art. 3.10 lid 1 a Kleine watersalamander art. 3.10 lid 1 a
regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal
Levendbarende hagedis art. 3.10 lid 1 a Meerkikker art. 3.10 lid 1 a Middelste groene kikker art. 3.10 lid 1 a Ringslang art. 3.10 lid 1 a Vinpootsalamander art. 3.10 lid 1 a Dikkopschildpad art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Heikikker art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Poelkikker art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Rugstreeppad art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 Zandhagedis art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2
regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal regionaal
Planten en de schaal waarop de staat van instandhouding wordt getoetst Geel schorpioenmos art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 regionaal Liggende raket art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 regionaal Tonghaarmuts art 3.5 lid 1-5 en 3.6 lid 2 regionaal Overige soorten en de schaal waarop de staat van instandhouding wordt getoetst Vissen en kreeft Soort verbodsbepaling wet nb GSVI Beekdonderpad art 3.10 lid 1 a&b regionaal Europese rivierkreeft art 3.10 lid 1 a&b regionaal Gestippelde alver art 3.10 lid 1 a&b regionaal Grote modderkruiper art 3.10 lid 1 a&b regionaal
18
BIJLAGE 2
Samenvatting NDFF (1-1-2015 tot 9-9-2020)
Wnb - Vogelrichtlijn Appelvink Boerenzwaluw Bonte Vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomleeuwerik Boompieper Bosrietzanger Bosuil Braamsluiper Buizerd Ekster Fitis Geelgors Gekraagde Roodstaart Gele Kwikstaart Goudvink Grasmus Graspieper Grauwe Vliegenvanger Groene Specht Groenling Grote Bonte Specht
Grote Lijster Havik Heggenmus Holenduif Houtduif Houtsnip Huismus Kerkuil Kievit Kleine Bonte Specht Kneu Koekoek Koolmees Kuifeend Kuifmees Matkop Meerkoet Merel Patrijs Pimpelmees Putter Rietgors Roodborsttapuit
Scholekster Sperwer Spotvogel Sprinkhaanzanger Steenuil Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Turkse Tortel Veldleeuwerik Vink Vuurgoudhaan Waterhoen Winterkoning Wulp Zanglijster Zomertortel Zwarte Kraai Zwarte Mees Zwarte Roodstaart Zwarte Specht Zwartkop
Wnb - Habitatrichtlijn Gewone dwergvleermuis
Laatvlieger
Wnb - andere soorten Alpenwatersalamander Egel Ree Das Haas Vos Eekhoorn Konijn Wezel (Alleen vogels met broedindicatie in deze tabel, overige vogels zie tabel 1)
19
BIJLAGE 3
POV LIMBURG
Bijlage III bij paragraaf 3.8: Vrijstelling dieren bij ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud Nederlandse Naam periode bruine kikker gehele jaar gewone pad gehele jaar kleine watersalamander gehele jaar meerkikker gehele jaar middelste groene kikker gehele jaar hazelworm juli, augustus en september levendbarende hagedis 15 augustus tot en met 15 oktober aardmuis gehele jaar bosmuis gehele jaar bunzing gehele jaar dwergmuis gehele jaar dwergspitsmuis gehele jaar eekhoorn maart- april en juli tot en met november egel gehele jaar gewone bosspitsmuis gehele jaar haas gehele jaar hermelijn gehele jaar huisspitsmuis gehele jaar konijn gehele jaar molmuis gehele jaar ondergrondse woelmuis gehele jaar ree gehele jaar rosse woelmuis gehele jaar steenmarter van 15 augustus tot en met februari tweekleurige bosspitsmuis gehele jaar veldmuis gehele jaar vos gehele jaar wezel gehele jaar woelrat gehele jaar molmuis Gehele jaar
20