CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-068 03 Participatiebeleid gemeente Peel en Maas 2021.docx

Raad 9 november 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Participatiebeleid Omgevingswet Peel en Maas (2021-068)3.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatiebeleid Gemeente Peel en Maas 2021

1

Inhoudsopgave

1. Inleiding 2. Visie op participatie 3. De rollen van de gemeente Peel en Maas bij participatie 4. Basisprincipes bij participatie 5. Handreiking participatie gemeente Peel en Maas 6. Participatie: liever verleiden dan verplichten 7. Evaluatie

2

1. Inleiding De rolverdeling tussen overheid en gemeenschap verandert, dat gebeurt al decennialang. Steeds meer inwoners, ondernemers en organisaties willen invloed hebben op en een bijdrage leveren aan de kwaliteit van hun fysieke of sociale leefomgeving. De veranderende rolverhoudingen vragen ook aanpassing in processen en werkwijzen van de gemeente. Het vraagt om flexibiliteit, maar ook om duidelijkheid en heldere afspraken over wat van wie verwacht mag worden. In de kern gaat het over het vinden van de juiste balans tussen gemeente en gemeenschap in het vormgeven van beleid, besluitvorming en uitvoering. De Omgevingswet speelt in op deze ontwikkelingen en stimuleert vroegtijdige participatie om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Met participatie wordt de omgeving op een zo vroeg mogelijk moment betrokken bij het initiatief waaraan wordt gewerkt. Dat is het moment dat een idee een plan gaat worden. Wie is dan die omgeving? Dat kunnen direct omwonenden, ondernemers of gebruikers zijn. Of maatschappelijke organisaties, verenigingen of bestuurders van een overheid. De Omgevingswet nodigt iedereen uit om mee te werken aan de leefomgeving. Bovendien gaat deze wet ervan uit dat je er samen uitkomt, ofwel hij is gebaseerd op vertrouwen.

De Omgevingswet heeft als uitgangspunt dat je de strikte grenzen niet hoeft voor te schrijven, als je samen maar een beeld hebt van welk soort gebied je wil zijn. De gemeente legt dit vast in een Omgevingsvisie. De Omgevingswet nodigt mensen, burgers en ondernemers expliciet uit om met initiatieven te komen om de visie te realiseren. Dit alles past dan ook uitstekend bij de filosofie van Peel en Maas die we al jaren hanteren en waarbij we ervan overtuigd zijn dat er heel veel kracht en kennis zit in gemeenschappen om zelf zaken voor elkaar te krijgen. In deze beleidsnota wordt aangegeven hoe de gemeente Peel en Maas participatie over de fysieke leefomgeving organiseert. In Peel en Maas noemen we dat ‘het goede gesprek voeren’ met bewoners, ondernemers, organisaties en gemeenschappen. De gemeentelijke visie op participatie en de aanpak voor participatie komt hierin onder andere aan bod. Het participatiebeleid bindt alléén de gemeente en niet de inwoners. Het beleid geeft antwoord op de vraag hoe we als gemeente omgaan met participatie als we verantwoordelijk zijn voor het vormgeven van participatie in de voorbereiding van beleid, besluitvorming en uitvoering. Een onderdeel van dit beleid is ook de handreiking participatie Peel en Maas. Deze handreiking geeft tips hoe een initiatiefnemer met de omgeving het goede gesprek

3

kan voeren. De gemeente Peel en Maas werkt bij haar eigen plannen ook met deze handreiking.

2. Visie op participatie Wat is participatie en waarom vinden we het zo belangrijk? We willen als gemeente bijdragen aan het goede leven in Peel en Maas. Bij alles wat wij doen is een drietal kernwaarden voor ons leidend: zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Deze drie kernwaarden zijn sturend op ons denken en doen en hebben daarmee ook richting gegeven aan de kaderstelling Ruimte die de raad in 2017 vaststelde. Meer specifiek zegt de missie die in genoemde kaderstelling over (onze gemeentelijke rol en het samenspel met de gemeenschap in) de fysieke leefomgeving het volgende: ‘Vanuit de gemeente leveren we een bijdrage aan het behouden en versterken van een vitale gemeenschap, onder andere door het scheppen van ruime kwalitatieve kaders met oog voor diversiteit die aansluiten bij het karakter van het dorp, gemeenschap en bestaande kwaliteiten. Dit doen we met inbreng van de gemeenschap aan de hand van een duidelijke integrale gebiedsgerichte visie met focus, die gemeenschappen uitnodigt zich verder te ontwikkelen.’ Uiteraard is bovenstaande sturend op voorliggende visie op participatie in het kader van de Omgevingswet. De gemeente is primair beleidsverantwoordelijk voor de ontwikkeling, inrichting, bescherming en het behoud van de fysieke leefomgeving en weegt alle betrokken belangen af.

Wij voegen hier graag aan toe dat wat ons betreft iedereen die in Peel en Maas leeft zich eigenaar kan voelen van de fysieke leefomgeving en hier nadrukkelijk invloed op uit kan oefenen. Bewoners, ondernemers, organisaties en gemeenschappen worden dan ook actief betrokken bij het nadenken over en inrichten van de fysieke leefomgeving en kunnen, door het inbrengen van hun ervaring en creativiteit, het verschil maken. We dagen gemeenschappen uit om mee inhoud te geven aan hun fysieke leefomgeving. Want: buiten gebeurt ‘t. Wij geloven dat mensen het beste zélf en met elkaar kunnen bepalen hoe zij samenleven, wat zij belangrijk vinden en welke keuzes ze maken. Waar mensen elkaar kennen, zich verantwoordelijk voelen en met elkaar in gesprek zijn over wat zij belangrijk vinden, versterken zij elkaar. Daar ontstaan krachtige vitale gemeenschappen, waar we als overheid graag op aansluiten. Wanneer het eigenaarschap van een project bij de gemeenschap ligt, hebben we het over zelfsturing. Waar wij als gemeente inwoners betrekken bij projecten waar wij zelf eigenaar van zijn, spreken we van participatie. Maar, we verwachten ook van andere initiatiefnemers dat zij hun omgeving betrekken en raadplegen. Ook dat is participatie. Participatie is geen doel op zich, maar in de fysieke leefomgeving een vanzelfsprekende werkwijze voor de gemeente Peel en Maas. Wij hechten grote 4

waarde aan inbreng van inwoners omdat zij de dagelijkse praktijk ervaren en daarmee waardevolle kennis kunnen delen. Met participatie kan er: - inzicht verkregen worden in belangen en wensen van mensen; - geïnventariseerd worden welke mogelijkheden er zijn om tegemoet te komen aan die wensen of belangen; - deskundigheid en creativiteit ingebracht worden, waardoor de kwaliteit en uitvoerbaarheid van beleid of project vergroot kan worden. - betrokkenheid en eigenaarschap gecreëerd worden. - draagvlak gepeild worden. We willen, binnen de ruimte van onze kaderstellingen en de Omgevingsvisie, iedereen de gelegenheid bieden om te participeren bij onderwerpen die hen aangaan. Door hen in een vroeg stadium te betrekken, krijgen we snel inzicht in de verschillende belangen en kunnen we samenwerken richting een goede oplossing. Als de belangen niet verenigbaar zijn, is het aan de gemeente om zich goed te laten informeren over de verschillende belangen en op basis daarvan, met het algemeen belang in het achterhoofd, een besluit te nemen. Wat is goede participatie? Goede participatie betekent tijdigheid en zorgvuldigheid in de kennisgeving en motivering, zodat voor iedereen vooraf en achteraf duidelijk is op welke wijze geparticipeerd wordt/is.

Goede participatie betekent ook dat wie een mening, belang of idee heeft over een visie op of plan voor de leefomgeving daadwerkelijk de kans krijgt mee te denken en mee te doen. Dit vraagt iets van de wijze waarop wordt uitgenodigd en gecommuniceerd. Goede participatie zorgt voor een brede vertegenwoordiging van belangen, representativiteit. Voorkomen moet worden dat een participatieproces wordt gedomineerd door een bepaalde groep of een bepaald deelbelang. Goede participatie heeft niet als eerste doel absoluut draagvlak te realiseren, of bezwaar en beroep te voorkomen. Het bestuur heeft de taak alle (tegenstrijdige) maatschappelijke en particuliere belangen te wegen en te komen tot een weloverwogen en gemotiveerd besluit. Dat hoeft en kan niet altijd leiden tot een besluit waarmee iedereen het eens is. Goede participatie zal zich uiteindelijk in de praktijk moeten bewijzen en is dus behalve van goede spelregels en procedures ook afhankelijk van de manier waarop mensen hieraan invulling geven. Participatie is maatwerk. Dat betekent dat er geen kant-en-klaar recept voor is.

5

In Peel en Maas hebben we er daarom voor gekozen om een aantal basisprincipes te formuleren die voor elk participatietraject van toepassing zijn. Deze zullen onder hoofdstuk 4 verder worden toegelicht.

6

3. De rollen van de gemeente Peel en Maas bij participatie in het kader van de Omgevingswet We werken in Peel en Maas met het concept van de meervoudige overheid. Daarbinnen onderscheiden we een drietal rollen: de autoritaire overheid, de regelgestuurde overheid en de communicatieve overheid. Als het gaat om de fysieke leefomgeving leveren we onze bijdrage vanuit onze zogenaamde regelgestuurde rol. Dit is de rol waarbij we als lokale overheid eigenaar zijn en waarbij wij nadrukkelijk het gesprek met ‘buiten’ (in brede zin, dus inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties) nodig hebben om te komen tot goed en gedragen beleid en besluiten. Op het moment dat we als regelgestuurde overheid te maken krijgen met participatie in de fysieke leefomgeving, onderscheiden we de volgende deelrollen.

De gemeente heeft 4 mogelijke rollen bij participatieprocessen. Rol 1 - Gemeente als Initiatiefnemer De gemeente is initiatiefnemer van beleid of projecten, waardoor de gemeente de organiserende partij is van het participatieproces.

7

Als gemeente zijn wij als bevoegd gezag verantwoordelijk voor participatie bij de omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en (alléén indien wij zelf initiatiefnemer zijn) bij de omgevingsvergunning. Instrument

Regels

Omgevingsvisie Programma Omgevingsplan

Motiveringsplicht Motiveringsplicht Kennisgeving Motiveringsplicht Omgevingsvergunning Aanvraagvereiste participatie

Wie is verantwoordelijk voor het naleven van participatieregels? Gemeente als bevoegd gezag Gemeente als bevoegd gezag Gemeente als bevoegd gezag Initiatiefnemer (gemeente of een derde)

Kennisgeving vooraf In de kennisgeving publiceren we het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen. De kennisgeving participatie bevat de volgende onderdelen: - Wie wordt betrokken? - Waarover wordt iemand betrokken? - Wanneer wordt iemand betrokken in het proces? - Wat is de rol van het bevoegde gezag en de initiatiefnemer? - Waar kan iemand tijdens het traject aanvullende informatie vinden? Hoe kan men daar kennis van nemen? Motiveringsplicht achteraf De motiveringsplicht geldt voor omgevingsvisie, programma, omgevingsplan. Als er sprake is van een motiveringsplicht dan geeft het bevoegd gezag aan: - Hoe zij burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen heeft betrokken bij de voorbereidingen. - Wat de resultaten van het participatietraject zijn. Rol 2 - Gemeente als bevoegd gezag De gemeente (het college) is het bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning. Een ander is initiatiefnemer en daarmee verantwoordelijk voor het organiseren van een goed participatieproces. Participatie is een aanvraagvereiste bij vergunningen, maar géén grond voor weigering.

8

Vult de initiatiefnemer bij participatie helemaal niets in, dan zijn de stukken niet compleet en is de aanvraag niet ontvankelijk. Misschien vult initiatiefnemer in: “nee”, niet aan participatie gedaan. Dan beslist de gemeente als bevoegd gezag of er genoegen wordt genomen met dit antwoord. Is “nee” oké? Soms wel. Als het plan bijvoorbeeld heel kleinschalig is en nauwelijks impact heeft op de omgeving. Misschien is het plan helemaal niet controversieel. Dan is “nee” een prima antwoord en staat niets het afgeven van een vergunning in de weg. Niet op grond van het participatie-criterium in elk geval. Als de initiatiefnemer “ja” invult, dan hangt het er ook weer vanaf. Wat staat er in het verslag? Zijn alle belangen opgehaald? Is er iets mee gedaan? Kan kortom op basis van de beschikbare informatie op een zorgvuldige manier een besluit worden genomen? Stel dit is niet het geval, dan heeft de gemeente als bevoegd gezag meer troeven in handen. Een goed gesprek met de initiatiefnemer en een aansporing om breder in gesprek te gaan met belanghebbenden is er een. De gemeente kan ook zelf in gesprek gaan met partijen om een completer beeld te krijgen. Daarnaast blijven de mogelijkheden voor zienswijze- en bezwaarprocedures overeind onder de omgevingswet. Ook hierin kunnen belangen nog naar voren gebracht worden. Er zijn dus meerdere opties.

Hoe de initiatiefnemer participatie vormgeeft is in de Omgevingswet bewust opengelaten. Dit om ruimte te laten voor vormen van participatie die aansluiten bij de aard van de opgave. De gemeente Peel en Maas heeft een handreiking opgesteld die behulpzaam kan zijn voor initiatiefnemers. De handreiking beschrijft hoe je in een paar stappen het gesprek met de omgeving kunt organiseren. In hoofdstuk 5 wordt dit nader toegelicht. Rol 3 - Gemeente als participant De gemeente is participant in een traject van anderen. Om ons heen worden namelijk veel initiatieven ontplooid en plannen geschreven. Als het een van onze maatschappelijke belangen betreft, denken we graag mee met onze omgeving. Een bewoner, maatschappelijke organisatie of bedrijf kan ons vragen mee te denken over of mee te doen met een project. Maar ook een mede-overheid kan ons vragen te participeren in een beleidstraject of een project. De ander is dus initiatiefnemer en verantwoordelijk voor het participatieproces. Gemeente heeft geen rol En natuurlijk zijn er ook genoeg participatieprocessen waarbij de gemeente geen enkele rol heeft.

9

4. Basisprincipes bij participatie We werken bij participatie vanuit drie uitgangspunten: - De aard van de opgave bepaalt. - We denken vanuit duidelijke rollen. - We zetten in op goede processen. De aard van de opgave bepaalt Een opgave kan eenvoudig en eenmalig zijn, maar bijvoorbeeld ook complex en met veel impact op de omgeving. Dit zijn verschillende typen opgaven die om een andere aanpak vragen. Daarom staat de aard van de opgave altijd centraal. Uiteindelijk bepaalt de aard van de opgave welke rol de gemeente inneemt en welke participatieaanpak daarbij past. Daarom is het belangrijk om bij de start van een initiatief helder te hebben om wat voor soort opgave het gaat. Duidelijke rolverdeling voor iedereen Het aanpakken van maatschappelijke opgaven lukt alleen als bewoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en de gemeente er sámen, maar ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, voor gaan. Het is belangrijk dat je van tevoren goed met elkaar afspreekt wie welke rol heeft en ook tijdens het participatietraject blijft communiceren over de rolverdeling. Zoals hierboven al aangegeven zijn er trajecten waarbij het initiatief vanuit inwoners komt. De gemeente Peel en Maas gaat in gesprek met inwoners die met initiatieven komen.

Ze luistert naar het initiatief van de inwoners en kijkt hoe ze geholpen kunnen worden om hun ideeën verder te brengen en toetst het initaitief uiteindelijk aan ons gemeentelijk beleid. Het maken van die verbinding tussen de gemeenschap en de gemeente is een cruciale rol bij participatie. De gemeente kan meedenken over het participatieproces, maar neemt het initiatief niet over! Anderzijds zijn er trajecten waarbij er sprake is van eigenaarschap en initiatief van de gemeente. Inwoners kunnen meedenken, adviseren of zelfs meedoen. Indien van toepassing, zullen voorafgaand aan het participatietraject kaders (inhoudelijk, financieel en qua proces/werkwijze) kenbaar gemaakt worden. Het is belangrijk om duidelijkheid te scheppen over wat wel en niet kan binnen de participatiekaders. Dan weten participanten waar ze aan toe zijn, dat ze erkenning krijgen voor hun inspanningen en dat ze onderdeel zijn van goede processen. Daarnaast is het essentieel om het juiste klimaat te creëren waarin mensen zich goed genoeg voelen om mee te denken en te doen.

10

Goede processen zijn de basis Onze uitgangspunten ten aanzien van goede processen zijn: - Participatie vraagt altijd om maatwerk. De opgave is het uitgangspunt, maar we hebben voor de processen wel aandachtspunten waar we altijd op letten. - Participatieprocessen moeten van begin tot eind duidelijk zijn. Van tevoren wordt besproken hoe een proces begint en eindigt. Ook wordt duidelijk gemaakt wat de doelen, keuzes, rollen en verwachtingen zijn. - In ieder traject is het van belang om alle betrokkenen in beeld te hebben. In het traject hebben we oog voor representativiteit van de groep die deelneemt. Daar waar dat niet lukt, houden we daar rekening mee en maken we dit ook duidelijk. De dorpsoverleggen in Peel en Maas zijn geen vertegenwoordiging van een kern en zullen geen inhoudelijke standpunten innemen, maar kunnen wel hun netwerk activeren en meedenken over het participatieproces bij onderwerpen die gaan spelen. - We bieden deelnemers in het participatietraject een gelijkwaardig gesprekspodium. Deelnemers krijgen in gelijke mate de ruimte om hun input te geven en de inbreng van alle deelnemers wordt meegenomen. - We zijn open naar elkaar over het proces. We zeggen wat we doen en we doen wat we zeggen. Voor al het bovenstaande geldt dat communicatie de sleutel is. Er wordt vooraf op tijd gecommuniceerd, regelmatig gecommuniceerd en bekend gemaakt hoe communicatie plaatsvindt.

11

5. Handreiking participatie Peel en Maas Zoals al eerder toegelicht moet een initiatiefnemer bij de aanvraag aangeven of er aan de voorkant van een initiatief overleg is geweest met belanghebbenden (aanvraagvereiste). Tevens moet aangegeven worden wat de uitkomst van dit overleg is. Hoe de participatie rondom de vergunningaanvraag moet worden vormgegeven is niet vastgesteld. De initiatiefnemer wordt daarin vrijgelaten. Een initiatiefnemer kan ook aangeven dat er géén participatie heeft plaatsgevonden. De gemeente als bevoegd gezag betrekt de informatie die beschikbaar komt vanuit de participatie bij de afweging voor vergunningverlening. Hoe meer informatie over de verschillende belangen beschikbaar is, hoe beter het bevoegd gezag in staat is een besluit te nemen. Of het nu gaat om een “kleine” ruimtelijke ontwikkeling zoals een uitbouw, of een “grote” ruimtelijke ontwikkeling zoals het bouwen van een windpark, participatie is altijd gewenst. Wil participatie echt van toegevoegde waarde zijn, dan is dat in die gevallen waarbij de initiatiefnemer daar zelf de waarde van inziet. Het is daarom van belang om de initiatiefnemers tot een goed participatietraject te stimuleren. Hiervoor heeft de gemeente Peel en Maas een handreiking opgesteld (zie bijlage). De handreiking beschrijft hoe je in een paar stappen het goede gesprek met de omgeving kunt organiseren.

De gemeente Peel en Maas werkt bij haar eigen plannen overigens ook met deze handreiking. Wanneer een initiatiefnemer een omgevingsvergunning aanvraagt, weegt de gemeente de participatie mee, rekening houdend met de omvang van het initiatief. De gemeente kijkt naar wie betrokken is, hoe ze betrokken zijn en wat er gedaan is met de resultaten van het gesprek. In de besluitvorming kijkt de gemeente of het gesprek goed gevoerd is.

12

Om te beoordelen of het gesprek goed gevoerd is, worden de volgende vragen als leidraad gebruikt: 1. Vormden de deelnemers aan het gesprek een goede afspiegeling van alle belanghebbenden van het plan? 2. Hoe hebben minder mondige/bescheiden belanghebbenden hun inbreng geleverd? 3. Kon iedereen in vrijheid zijn mening geven? 4. Hoe is er geluisterd naar elkaar? 5. Wat heeft initiatiefnemer met de wensen en ideeën van de deelnemers gedaan en waarom? 6. Hoe is omgegaan met afwijkende standpunten en zorgen van belanghebbenden? 7. Hoe zijn alle verschillende belangen afgewogen? 8. Is het voor alle betrokkenen duidelijk waarop zij wel en geen invloed hebben en waarom? 9. Zijn alle betrokkenen tijdig en duidelijk geïnformeerd? 10. Hoe waarderen de deelnemers de uitkomst en het proces van het gesprek? De gemeente zal als bevoegd gezag alle informatie uit het participatieproces betrekken bij de integrale belangenafweging.

13

6. Participatie: liever verleiden dan verplichten De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend. De gemeenteraad legt deze gevallen vast in het omgevingsplan. Voor het tijdelijke omgevingsplan (voorloper van het omgevingsplan dat van rechtswege ontstaat bij de invoering van de omgevingswet en bestaat uit de bestemmingsplannen, bruidschat en enkele verordeningen) moet de gemeenteraad deze gevallen dus vaststellen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De vraag is echter of verplicht stellen de juiste manier is om goede participatietrajecten “af te dwingen”. Participatie gaat immers vooraf aan de formele aanvraag en de initiatiefnemers die participatie serieus nemen hoef je niet te verplichten. Zij zien zelf wat de meerwaarde van participatie is. De initiatiefnemer die het ziet als een noodzakelijke stap zal aan het formele ‘afvinklijstje’ voldoen want het is immers vormvrij. Verder bestaat het risico dat met het verplicht stellen van participatie bij een aantal activiteiten niet het signaal wordt afgegeven dat participatie bij andere activiteiten niet nodig is.

Ook als participatie niet verplicht is gesteld, heeft de gemeente als bevoegd gezag twee opties als er bij de aanvraag van een omgevingsvergunning niet voldoende aan participatie is gedaan om een goed besluit te kunnen nemen: De gemeente verzoekt de initiatiefnemer alsnog om belangen bij derden op te halen (en de initiatiefnemer zoekt contact met derden). De gemeente zoekt zelf contact met derden om belangen op te halen. Zoals hierboven onder 2 is aangegeven, blijven zienswijzen- en bezwaarprocedures altijd tot de mogelijkheid behoren, ongeacht of er wel of geen participatie heeft plaatsgevonden in het voortraject. Participatie is geen vervanging van de rechtsbescherming. De gemeente Peel en Maas kiest ervoor om geen lijst met activiteiten waarbij verplichte participatie geldt vast te stellen. Vertrouwen en gelijkwaardigheid staan hierbij voorop en we leggen de verantwoordelijkheid voor participatie bij de initiatiefnemer zelf. In de handreiking leggen we aan de initiatiefnemer uit waarom participatie bij alle ruimtelijke activiteiten belangrijk is, staan spelregels en tips die we met elkaar afspreken en kan de initiatiefnemer lezen hoe de gemeente tot een besluit komt. Het college kan, als er niet voldoende aan participatie is gedaan, altijd via andere wegen belangen ophalen.

Het is niet te verwachten dat bij verplichten van participatie als indieningsvereiste, het simpel voldoen aan een formele verplichting zinvolle participatie oplevert. Zeker niet in situaties waarin de onderlinge verhoudingen al verstoord zijn. 14

Bovendien staat het verplichtend opleggen van participatie haaks op de organisatie die Peel en Maas wil zijn. Onze waardenoriëntaties ‘van beheersen naar ruimte geven en vertrouwen’ en van ‘overheidssturing naar omgevingssturing’ sluiten beter aan bij een verleidingstactiek tot een goed participatietraject via gesprekken en de opgestelde handreiking. In lijn met de Omgevingswet en in lijn met de filosofie van Peel en Maas, uitgaande van vertrouwen, leggen wij de verantwoordelijkheid om belanghebbenden te informeren en te betrekken bij initiatiefnemers en voeren we het goede gesprek over de meerwaarde ervan en geven we tips over participatie. Liever verleiden dan verplichten dus. En als gemeente zullen we qua participatie zelf het goede voorbeeld geven bij onze eigen plannen. Goed voorbeeld doet immers volgen.

7. Evaluatie Voorgesteld wordt om dit participatiebeleid na een jaar te evalueren. Mocht na de evaluatie blijken dat het om bepaalde redenen tóch wenselijk is om een lijst op te stellen met activiteiten waarbij verplichte participatie geldt, dan kan dat dan alsnog gebeuren. Ook zal geëvalueerd worden hoe de handreiking in de praktijk werkt en of er voldoende handvatten zijn om te beoordelen of het gesprek goed gevoerd is.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=a0cc6ed8-ef7f-40d1-aa1d-30dfcbd9653f