CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-062 08 Archeologisch vooronderzoek RAAPrap inclusief-bijlagen.pdf

Raad 12 oktober 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Busserstraat 5 te Meijel ter realisatie van één Ruimte voor Ruimte woning (2021-062)9.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAAP-RAPPORT 5071

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel Gemeente Peel en Maas Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 25-03-2021 Auteur: E.T.A. van Veldhuizen MA Projectcode: PMRVR2 Bestandsnaam: RAAPrap_5071_PMRVR2_20210325 Autorisatie: M.H.P.M. Ruijters MA

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed- of afkeuring van het rapport.

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting Inleiding In opdracht van Bureau Leefomgeving heeft RAAP in maart 2021 een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Busserstraat ong. te Meije l (Gemeente Peel en Maas). Het plangebied is door de gemeente Peel en Maas geselecteerd voor een Ruimte -voor-Ruimte locatie waar akkerland wordt omgezet in een woonlocatie. De inrichtingsplannen van het plangebied zijn nog niet bekend. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Bureauonderzoek Het plangebied bevindt zich op een dekzandrug uit het weichselien , waarop in de late middeleeuwennieuwe tijd hoge zwarte enkeerdgronden zijn opgebracht. Het plangebied bevindt zich binnen een AMKterrein van hoge archeologische waarde, namelijk de oude dorpskern van Meijel. In de omgeving van het plangebied zijn alleen vondsten en sporen aangetroffen uit de volle middeleeuwen, late middeleeuwen B en de nieuwe tijd. Op basis van historische kaarten blijkt dat tot 1967 geen enkel (historisch) gebouw heeft gestaan in het plangebied. In 1967 wordt in het plan gebied een grote schuur gebouwd die tussen 2003-2004 weer is gesloopt. Op het kadastrale minuutplan uit 1811-1832 staat aangegeven dat ten westen en ten zuiden van het plangebied wegen lagen.

Verkennend booronderzoek Uit het booronderzoek is gebleken dat op de oorspronkelijke haarpodzolbodem is een akkerdek ontstaan, waardoor de bodem nu als een hoge zwarte enkeerdgrond of laarpodzol geclassificeerd kan worden. De bodems zijn gevormd en opgebracht in/op dekzand. In één boring is vermoedelijk een greppel aangetroffen. Eventuele archeologische resten kunnen zich bevinden vanaf 40 cm -mv, waarbij in het westen van het plangebied resten zich waarschijnlijk dieper bevinden dan in het oosten. Gespecificeerde archeologische verwachting In het plangebied worden nederzettingsresten, resten van beakkering, graven en zandwinning verwacht uit het neolithicum tot en met de late middeleeuwen. Daarnaast worden resten verwacht van wegen, beakkering en zandwinning uit de nieuwe tijd. Alle resten kenmerken zich vooral door grondsporen met (weinig) vondsten. Advies Geadviseerd de volgende vrijstellingsgrens aan te houden bij h et opstellen van een nieuw of bij het veranderen bestemmingsplan: bij graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm –mv en met een oppervlakte groter dan 100 m² dient het plangebied verder archeologisch onderzocht te worden door middel van een proefsleuvenonderzoek. Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek dient een goedgekeurd Programma van Eisen te worden opgesteld. Dit rapport geeft (selectie)adviezen.

Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Peel en Maas, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[3]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 7

2 Bureauonderzoek ............................................................................................................................. 9 2.1 Methode .............................................................................................................................................. 9 2.2 Aardkundige situatie ............................................................................................................................ 9 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 14 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 17 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 20 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 21 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 22

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 25 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 25 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 25 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 28

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 29 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 29 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 30 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 31

Literatuur .......................................................................................................................................... 32 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 34

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[4]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Bureau Leefomgeving heeft RAAP in maart 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Busserstraat ong. te Meijel in de gemeente Peel en Maas (figuur 1). Het plangebied is door de gemeente Peel en Maas geselecteerd voor een Ruimte -voor-Ruimte locatie waar akkerland wordt omgezet in een woonlocatie. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader vo or de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Peel en Maas ligt het plangebied een zone met Waarde – archeologie 3: overige AMK-terreinen 1. Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 250 m 2 en dieper dan 40 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze voorschriften zijn deels verankerd in het huidige bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ (vastgesteld op 24-12-2014) 2, alleen dient al een archeologisch onderzoek plaats te vinden bij een oppervlakte groter dan 100 m² wanneer graafwerkzaamheden dieper gaan dan 40 cm –mv.

Momenteel wordt dit bestemmingsplan gewijzigd ter locatie van het plangebied om ruimte te creëren voor een woonlocatie voor het Ruimte-voor-Ruimte plan. De toekomstige bouwwerkzaamheden en graafwerkzaamheden voor het creëren van een woning zijn nog niet bekend, maar zullen waarschijnlijk groter zijn dan 250 m² en dieper gaan dan 40 cm –mv. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB 3), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

1

Van Roode en van de Laar, 2012. Bestemmingsplan geraadpleegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/. 3 www.sikb.nl 2

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[5]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 1. Aanduiding plangebied in rood gearceerd. Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[6]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Opdrachtgever

Bureau Leefomgeving

Bevoegde overheid

Gemeente Peel en Maas

Plaats

Meijel

Gemeente

Peel en Maas

Provincie

Limburg

Centrumcoördinaten (X/Y)

189.039 / 372.892

Toponiem

Busserstraat ong.

Kadastrale gegevens

gedeelte van perceel Meijel E 2339

Oppervlakte plangebied

1000 m²

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig bureauonderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht. Het veldonderzoek heeft alleen binnen de contouren van het plangebied plaatsgevonden.

Onderzoeksperiode

Maart 2021

Uitvoerder

RAAP Zuid

Projectleider

E.T.A. van Veldhuizen MA

Projectmedewerkers

M.H.P.M. Ruijters MA

RAAP-projectcode

PMRVR2

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

4992163100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Zuid te Weert en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificee rde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbe kende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[7]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

Algemeen 

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologisch e resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[8]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.

2.2 Aardkundige situatie Het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) geeft een eerste indruk van de landschappelijke situatie van het plangebied (figuur 3) 4. Het plangebied ligt op een hoogte tussen de 31 en 32 meter boven NAP. Ten oosten van het plangebied, op een hoogte van 34 meter boven NAP, bevindt zich het centrum van Meijel.

Figuur 2. De breuklijnen in Zuid Nederland (bron: https://www.geo.vu.nl/).

Meijel zelf ligt op de westrand van de Peelhorst (figuur 2). De Peelhorst betreft een zogenaamd opheffingsgebied dat is ontstaan door tektonische breuken in de grond. De hoger gelegen de Peelhorst komt ook duidelijk naar voren op het AHN. Op deze plateauachtige horst komen Maasafzettingen behorende tot de Formatie van Beegden (grinden en zanden uit het midden pleistoceen) relatief dicht

4

https://www.ahn.nl/.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[9]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

nabij het maaiveld voor. Plaatselijk zijn ze afgedekt met dekzand 5. Ten westen de Peelhorst ligt de Centrale Slenk, een dalingsgebied, waarin oude afzettingen diep zijn weggezakt en bedekt met jongere afzettingen (waaronder dekzand). De overgang tussen de Peelhorst en de Centrale Slenk wordt gevormd door de zogenaamde Peelrandbreuk. Het plangebied bevindt zich net ten westen van de Peelrandbreuk en dus in de Centrale Slenk. Het dekzand, dat de dieper gelegen Maasafzettingen afdekt, is aan het eind van de laatste ijstijd (weichselien) door de wind afgezet. Het klimaat was kouder en droger dan nu en de bodem schaars begroeid. Hierdoor kreeg de wind gemakkelijk vat op de ondergrond en werden grote hoeveelheden zand verplaatst. Het dekzand is afgezet in hoger gelegen dekzandruggen, in -welvingen en in lager gelegen dekzandvlaktes. Het plangebied bevindt zich, op basis van de geomorfologische kaart, op een hoger gelegen dekzandrug (figuur 4) 6. Op het AHN komt deze dekzandrug niet duidelijk naar voren. Op deze dekzandrug zijn vanaf de late middeleeuwen hoge zwarte enkeerdgronden ontstaan (figuur 5) 7. De gronden zijn goed ontwaterd (grondwatertrap VI). Hoge zwarte enkeerdgronden - die van nature vruchtbaar zijn – zijn, vanwege hun gunstige kenmerken, al relatief vroeg in cultuur gebracht.

Het betreft zandgronden die door langdurige bemesting een dikke (minimaal 50 cm dik), humushoudende bovengrond hebben gekregen. Onder het akkerdek kunnen de kenmerken van het oorspronkelijke podzolprofiel, gekenmerkt door een uitspoelingslaag (E -horizont) en een inspoelingslaag (B-horizont), bewaard zijn gebleven.

Geologische situatie 8

Formatie van Boxtel – laagpakket van Wierden; dekzand (code Bx5).

Geomorfologische situatie en ouderdom 9

Dekzandrug uit het weichselien

Bodemkundige situatie 10

Hoge zwarte enkeerdgronden van leemarm en lemig fijn zand.

Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen

Vanaf het maaiveld en onder het 50 cm dikke akkerdek.

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.

5

W eerts et al., 2006. Koomen en Maas, 2004. 7 Stiboka, 1972. 8 W eerts et al., 2006. 9 Koomen en Maas, 2004. 10 Stiboka, 1972. 6

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[10]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 3. Het plangebied weergegeven op het Actueel Hoogtebestand Nederland (bron: https://www.ahn.nl/).

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[11]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 4. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van de geomorfologische kaart (bron: Koomen en Maas, 2004 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/).

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[12]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 5. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van de bodemkaart (bron: Stiboka, 1972 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/).

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[13]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ 11

Dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 3’

Gemeentelijke verwachtingskaart 12

Het plangebied ligt in een zone met een hoge archeologische verwachting en in een AMK-terrein: overig.

Gemeentelijke archeologische beleidskaart 13

Waarde – archeologie 3 : overige AMK-terreinen

Voor het bouwen of overige werkzaamheden (geen bouwwerkzaamheden) van deze gronden geldt dat bij het dieper graven dan 40 cm –mv met een oppervlakte groter dan 100 m² archeologisch onderzoek dient plaats te vinden.

Vrijstellingsgrens ligt bij een oppervlakte tot 250m² en werkzaamheden ondieper dan 40 cm –mv.

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

Figuur 6. Het plangebied weergegeven op de archeologische beleidskaart van de gemeente Peel en Maas (Van Roode en van de Laar, 2012).

11

Bestemmingsplan geraadpleegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/. Sueur en Van Dijk, 2012. 13 Van Roode en Van de Laar, 2012. 12

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[14]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bekende archeologische gegevens In het plangebied en in binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied (zie figuur 7) bevindt zich één archeologisch monument (AMK-terreinen) 14. Dit terrein van hoge archeologische waarde (nr. 16623), betreft de oude dorpskern van Meijel. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19 e en 20 ste -eeuwse kaarten. Binnen de grenzen van het AMK -terrein kunnen bewoningsresten aangetroffen worden uit de nieuwe tijd maar mogelijk ook oudere resten uit de late middeleeuwen. In het plangebied zelf zijn geen vondstlocaties bekend, maar er heeft wel één archeologisch onderzoek plaatsgevonden (zie figuur 7; zaakid.nr. 2369261100). Dit onderzoek betreft een gemeente-breed onderzoek waarbij is nagegaan tot hoe diep percelen, waar nu of in het verleden aspergeteelt heeft plaatsgevonden of boomgaarden hebben gestaan, zijn geroerd. Het huidig plangebied is tijdens dit onderzoek niet verder onderzocht. Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied bevinden zich nog andere vondst - en onderzoeklocaties (figuur 7). Deze zijn individueel beschreven in Appendix 1. Op 90 meter ten noordwesten van het plangebied is een voetsteun van een kandelaar in de vorm van een leeuw aangetroffen uit de late middeleeuwen B (zaakid.nr. 3113731100). Op 495 meter ten noordoosten van het plangebied zijn bij een proefsleuvenonderzoek en begeleiding (zaakid.nr.

2210938100 en 2398040100) vondsten en sporen aangetroffen uit de volle middeleeuwen en nieuwe tijd. Het gaat hier om 6 paalkuilen uit de volle middeleeuwen en paalkuilen, kuilen waterputten en een greppel uit de nieuwe tijd. Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Op 19 maart 2021 is een verzoek gedaan aan de Heemkundevereniging Medelo voor aanvullende gegevens. Zij hebben aangegeven dat in het plangebied geen prehistorische vondsten bekend zijn. Wel gaven zij aan dat in de 19 e eeuw er rond de Busserstraat een productie geweest is van bakstenen in veldovens.

14

https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/archeologie-in-nederland-amk-en-ikaw.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[15]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 7. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied (bron: https://archis.cultureelerfgoed.nl/ en https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen -enkaarten/overzicht/archeologie-in-nederland-amk-en-ikaw).

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[16]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten en overige historische bronnen kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20 e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. Over de geschiedenis van Meijel staat bij het AMK-terrein nummer 16623 (de historische kern van Meijel) het volgende 15: "Uit de oudste schriftelijke vermeldingen van 1325 en 1 365 blijkt dat het belangrijkste gebied van Meijel, het oude Medelo, tegen de grens met Deurne ligt nabij de St. Wilbersput. In dat gebied, Luttel Meijel genaamd dat zich 1000 meter ten noordwesten bevindt van het huidig plangebied, staan aan de Molenstraat in het begin van de vijftiende eeuw de belangrijkste gebouwen, eigendommen van de heer van Meijel: een grote pachthoeve, een ruim ingerichte herberg, de banmolen en tenslotte het panhuys, de enig toegestane bierbrouwerij. Het gebied heet na 1600 De Hof, naar de oude pachthoeve. De kerk van Meijel staat voor 1400 al in het huidige centrum, waar zich na 1644 ook de bestuurlijke macht vestigt.

De geschiedenis van Meijel, maar ook de eigen taal, de vaak armoedige boerderijtjes, de herbergen en de werkzaamhede n van de bewoners worden vele eeuwen lang volledig bepaald door de ligging aan die oude weg tussen Brabant en Limburg, geïsoleerd op het kruispunt in de Peel. Het vroeger leven brengt daar geen kastelen of grote herenhuizen". Volgens een andere bron 16 betreft Meijel een doorgangsplaats voor het verkeer tussen Brabant en Limburg. Men moest op deze locatie goederen overladen, omdat de Limburgse karrensporen breder waren. Vanaf de 16 e eeuw speelde Meijel een rol in de turfwinning in het veengebied van de Peel 17. Door de uitputting van bossen werd turf geleidelijk aan steeds belangrijker. In de 17 e eeuw hadden bewoners van de Peeldorpen een goede bijverdienste door met karren vol turf naar omringende dorpen te rijden om de turf daar te verkopen. Tot de 19 e eeuw bleef de turfwinning relatief bescheiden, vooral omdat de Peel niet door bevaarbaar water was ontsloten. Op de zogenaamde Tranchotkaart uit de periode 1803 -1820 (figuur 9) 18 is te zien dat het plangebied deel uitmaakte van de akkers van Meijel gelegen ten oosten van de Bosserstraat (nu: Busserstraat). Achter de bebouwing ten westen van de Bosserstraat bevonden zich bos, heide en stuifzandgebieden ook wel de onontgonnen woeste gronden genoemd.

Op het kadastrale minuutplan uit 1811-1832 (minuutplan Meijel, Limburg, sectie C, blad 1) blijkt dat het plangebied zich bevond op perceel 766 (zie figuur 8) 19. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel betrof dit bouwland in bezit van Willem Jansfen 20. Het bouwland behoorde tot het grotere akkercomplex genaamd Aan de Spaarsinde dat ten oosten van de Busserstraat bevond. Ten zuiden van perc eel 766 liep een zandweg.

15

https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/archeologie-in-nederland-amk-en-ikaw. Van Berkel en Samplonius, 2006. 17 Renes, 1999. 18 Landesvermessungsamt Nordrhein-W estfalen, 1969: blad 31 Meijel 19 https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ 20 https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ 16

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[17]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 8. Het plangebied weergegeven op het kadastrale minuutplan (minuutplan Meijel, Limburg, sectie C, blad 1) uit 1811-1832 (bron: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/).

Op basis van historische kaarten blijkt dat tot 1967 geen enkel (historisch) gebouw heeft gestaan in het plangebied (zie figuur 9). In 1967 wordt in het plangebied een grote schuur gebouwd. Deze schuur behoorde tot het erf dat ten noorden van het plangebied bevond. Het huis van dit erf is volgens de basisregistratie adressen en bebouwen (BAG) gebouwd in 1956 21. Tussen 2003-2004 wordt de schuur in het plangebied gesloopt. In het plangebied bevinden zich geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, MIP-objecten of overige bouwhistorische waarden.

21

https://bagviewer.kadaster.nl/.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[18]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 9. Overzicht van historische kaarten (bron: https://www.topotijdreis.nl/ en Landesvermessungsamt Nordrhein-Westfalen, 1969).

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[19]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik Hoogteligging maaiveld

Paardenwei. 22

Grondwatertrap of -stand 23

31 tot 32 meter boven NAP Grondwatertrap VI Gemiddeld hoogste grondwaterstand op 40-80 cm –mv. Gemiddeld laagste grondwaterstand op >120 cm –mv.

Milieutechnische condities

Het milieukundig bodemonderzoek wordt momenteel uitgevoerd, waardoor de resultaten van eventuele verontreiniging in het plangebied nog onbekend zijn.

Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)

Momenteel bevinden zich in het plangebied geen constructies of funderingen.

Locatie en diepte van kabels/leidingen (zie Appendix 2 24)

In het plangebied bevinden zich geen kabels of leidingen.

Tabel 4. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

Figuur 10. Locatiebezoek. Foto’s gemaakt vanaf de Busserstraat. Links vanuit de zuidwesthoek en rechts vanuit de noordwesthoek van het plangebied.

22

https://www.ahn.nl/. Stiboka, 1972. 24 https://www.kadaster.nl/zakelijk. 23

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[20]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard

De bouwplannen van het plangebied zijn onbekend. De locatie is geselecteerd voor een Ruimte-voor-Ruimte-plan. Dit archeologisch onderzoek heeft betrekking op de wijzigingen die in het bestemmingsplan doorgevoerd moeten worden.

Omvang en diepte

Onbekend

Invloed op maaiveld en grondwater

Onbekend

Toekomstig gebruik

Bewoning

Toekomstige gebruiker

Particulier

Tabel 5. De toekomstige situatie.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[21]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m mesolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager -verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een r uimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. In het plangebied komen geen gradiëntsituaties voor en zodoende worden daarom geen vindplaatsen van jager-verzamelaars verwacht.

Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mensen. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Het plangebied kenmerkt zich door droge gronden met een hoge zwarte enkeerdg rond. Hierdoor worden archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (neolithicum) tot en met de late middeleeuwen verwacht. Deze resten betreffen individuele huisplaatsen of grotere nederzettingsterreinen. Huisplaatsen en nederzettingsterre inen kenmerken zich door grondsporen (waterput, kuilen, paalkuilen, greppels, haardplaatsen, eventueel sporen van ambachtelijke activiteiten, graven) met hierin wat vondsten (aardewerk, metaal, bouwmateriaal, glas, stenen objecten, bot en organische artefacten) met een omvang van circa 100-1000m² en mogelijk nog groter. Naast de nederzettingsresten kunnen er ook resten van graven, beakkering en grondstofwinning in het plangebied aanwezig zijn uit het neolithicum t/m de late middeleeuwen. Deze resten kenmerken zich door grondsporen (bijv. spitsporen, greppels) met weinig tot geen vondsten. Op basis van historisch kaartmateriaal, blijkt dat pas in 1967 in het plangebied bebouwing voorkwam. Deze schuur is in 2003-2004 gesloopt.

Wel bevond het plangebied zich in de nieuwe tijd direct ten oosten van de Busserstraat en ten zuiden van het plangebied bevond zich in 1811 -1832 ook een veldweg. Resten van beide wegen kunnen aanwezig zijn in het plangebied. Deze resten kunnen zich kenmerken door greppels en door karresporen. Daarnaast was het plangebied in gebruik als akker. Resten hiervan en mogelijk ook van grondstofwinning en veldbrandovens, denk daarbij aan spitsporen,

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[22]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

leemwinningskuilen en kuilen met verbrande klei en baksteenresten, kunnen aanwezig zijn in het plangebied. Deze resten zijn divers van omvang, maar ze kenmerken zich vooral door grondsporen met weinig vondsten. (Diepte)ligging In het plangebied komt een jong afdekkend pakket voor, namelijk het akkerdek uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Oudere resten worden zodoende door het pakket afgedekt en bevinden zich op een diepte van circa 50 cm -mv. Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten aanwezig zijn, is mogelijk sprake van een goede gaafheid van de archeologische resten. Tegelijkertijd is het plangebied in gebruik geweest als akker en heeft vanaf 1967 tot 2003-2004 een schuur gestaan in het plangebied, waardoor mogelijke archeologische resten deels verstoord kunnen zijn. De gaafheid van de mogelijk aanwezige archeologische resten in het plangebied zal daarom eerder tussen matig tot goed zitten. Doordat het grondwater relatief diep in de bodem aanwezig is, zullen alleen anorganische resten (aardewerk, steen, etc.) en verbrande organische resten (verbrand bot en houtskool) gecons erveerd zijn. Mogelijk kunnen onverbrande organische resten (hout, bot, leer) uit de recentere periodes, de nieuwe tijd, wel geconserveerd zijn en dan met name in diepe grondsporen.

Overzicht De archeologische verwachting en de verschillende deelaspecten d aarvan, zoals hiervoor beschreven, zijn samengevat in tabel 6.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[23]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Archeologische periode

Complextype

Omvang

Kenmerken

Diepteligging

Gaafheid en conservering

Neolithicum - late middeleeuwen

Nederzettingsresten

1001000 m²

Grondsporen met vondsten

Onder akkerdek (50 cm-mv)

Matig tot goede gaafheid Anorganisch en verbrand organisch materiaal geconserveerd

Neolithicum - late middeleeuwen

Graven, beakkering en grondstofwinning

Divers

Grondsporen met weinig vondsten

Idem

Idem

Nieuwe tijd

Wegen (westen en zuiden plangebied)

Idem

Idem

Vanaf maaiveld en onder akkerdek

Matig tot goede gaafheid

idem

Idem

Nieuwe tijd

Beakkering, grondstofwinning en veldbrandovens

Idem

Idem

Anorganisch en (verbrand) organisch materiaal geconserveerd

Tabel 6. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor h et plangebied.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[24]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van onderhavig bureauonderzoek. Het veldonderzoek is uitgevoerd op 25 maart 2021. Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. Daartoe zijn vier boringen (nummers 1, 3, 4 en 5) en één profielputje (nr. 2) zo optimaal mogelij k verspreid geplaatst (figuur 13). Er is geboord tot maximaal 170 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm). Het profielputje is gegraven tot 90 cm –mv. De bodems uit de boringen en het profielputje zijn lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssyste em van RAAP (Deborah3 zie bijlage 3). Met behulp van een GPS is de locatie ingemeten en de maaiveldhoogte bepaald.

Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvl ekken).

3.2 Resultaten 3.2.1

Veldwaarnemingen

Bij aankomst in het plangebied viel het op dat de weg ten westen van het plangebied lager gelegen is dan het plangebied zelf (figuur 10 en figuur 11). Daarnaast loopt het maaiveld richting het oosten op. De locatie van de schuur, die in 1967 is gebouwd en rond 2003-2004 is gesloopt, komt duidelijk naar voren in de vorm van verminderde groei van gras (figuur 11). Volgens een voorbijganger, van wie zijn opa en oma de eigenaar waren van deze schuur, betrof het een varkensstal die bij de sloop is opgevuld met puin.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[25]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 11. Uitvoering van boring 5 die zich centraal bevindt in de zone met verminderde grasgroei wat zeer waarschijnlijk te relateren is aan de gesloopte schuur.

3.2.2

Geologie en bodem

In het plangebied zijn alleen zwak siltige en matig fijne zanden aangetroffen. Deze zanden worden geïnterpreteerd als dekzand. In het dekzand heeft zich vervolgens een bodem gevormd. De meest intacte bodem is aangetroffen in het profielputje nummer 2 (figuur 12). Onder de 55 cm dikke donker bruingrijze en matig humeuze bouwvoor bevindt zich een zwartgrijze matig humeuze gebroken podzol van de E en B-horizonten. Onder de 10 cm dikke gebroken podzol bevindt zich een 10 cm dikke lichtbruine BC-horizont die op 75 cm –mv geleidelijk overgaat in een lichtgele C-horizont. De heldere lichtgele kleur van de C-horizont duidt op droge gronden. In boring 3 ligt de 40 cm dikke donker bruingrijze en matig humeuze bouwvoor direct op de lichtgele Chorizont. Boring 5 heeft een 15 cm dikke donker bruingrijze en matig humeuze bouwvoor d ie overgaat in een verstoord pakket. Dit pakket bestaat uit een bruingrijze laag met donker bruingrijze en licht gele vlekken en een lichtgele laag met donker bruingrijze vlekken. De bruingrijze verstoorde laag bevat ook nog puinresten van beton en baksteen. Het verstoorde pakket is te relateren aan de gesloopte schuur. Onder het 35 cm dikke verstoorde pakket bevindt zich een 20 cm dik donker bruingrijs en matig humeus akkerdek gevolgd door een 10 cm dikke lichtbruine BC-horizont. Op 80 cm –mv bevindt zich de lichtgele C-horizont.

Boringen 1 en 4 hebben een ander bodemprofiel, namelijk een gedeeltelijk verstoord bodemprofiel, in boring 4 is dit waarschijnlijk te relateren is aan een greppel. In boring 1 bevindt zich onder de 40 cm dikke donker bruingrijze en matig humeuze bouwvoor een 75 cm dik verstoord pakket. Dit pakket heeft een donkergrijze gevlekte laag met hierin botresten en een donker geelgrijze gevlekte laag. Op 115 cm –mv bevindt zich een licht grijze C-horizont. Deze licht grijze kleur geeft aan dat het gaat om een iets of wat natte C-horizont (in dit geval mogelijk door de invloeden van het grondwater).

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[26]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

In boring 4 bevindt zich onder de 40 cm dikke bouwvoor ook een gevlekt pakket. In dit 90 cm dikke pakket bevinden zich een donker bruingrijze gevlekte laag, een lichtgeel gevlekte laag, een lichtgele laag met hierin humushumusfibers en leemlagen en een donker bruingrijze matig humeuze laag. Deze laatste twee lagen lijken op de vulling van een greppel. Op de bodem heeft zich in eerste instantie humus (van bijv. bladeren) opgehoopt, waarna meer gelig zand is ingespoeld of ingewaaid met hierin zeer dunne humusfibers. Op 130 cm –mv bevindt zich een licht gele C-horizont die op 145 cm –mv overgaat in een nattere lichtgrijze C-horizont.

Figuur 12. Proefputje nummer 2. Foto richting het oosten. Naast de foto staan de interpretaties aangegeven van de lagen.

Door de top van de C-horizont te vergelijken kan het oorspronkelijke reliëf van het plangebied in kaart gebracht worden (zie het grijze getal in figuur 13). Hieruit blijkt dat het plangebied oorspronkelijk ook richting het westen afliep. Door de huidige maaiveldhoogt es erbij te pakken lijkt het erop dat het oorspronkelijke reliëf sterker afliep dan het huidig maaiveld. Zo verschilt de maaiveldhoogte tussen boring 3 en 5 circa 15 cm terwijl de top van de C-horizont 55 cm verschilt.

3.2.3

Archeologische indicatoren

Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Let wel, het onderzoek betrof een verkennend booronderzoek en had ook niet tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen, aangezien de boordichtheid en boordiameter hiertoe ontoereikend waren.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[27]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 13. Resultaten verkennend booronderzoek.

3.3 Archeologische relevantie Op basis van het veldonderzoek blijkt dat in het plangebied zich bevindt in een dekzandgebied. Ter hoogte van boringen 1 is mogelijk sprake van een verstoring, en bij boring 4 is zeer waarschijnlijk in een greppel opgeboord. De andere boringen, hoewel hier een varkensschuur heeft gestaan, lijken relatief intact te zijn. De oorspronkelijke bodem die zich hier heeft gevormd, was een haarpodzolgrond, maar hier is een akkerdek opgebracht. Dit akkerdek is circa 40 tot 55 cm dik. Dit betekent dat in het plangebied laarpodzolgronden (akkerdek <50 cm) of hoge zwarte enkeerdgronden (akkerdek >50 cm) aanwezig zijn. Het archeologisch niveau bevindt zich al vanaf 40 cm –mv (figuur 13). Aangezien in het plangebied geen leem of ijzer voorkomt, zal mogelijk alleen resten van zandwinning in het plangebied aanwezig zijn en niet van andere grondstofwinningen of van veldbrandovens.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[28]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: 1.

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit op basis van het bureauonderzoek? Het plangebied bevindt zich op een dekzandrug uit het weichselien, waarop hoge zwarte enkeerdgronden zijn opgebracht tijdens de late middeleeuwen en nieuwe tijd.

2.

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend? Het plangebied bevindt zich binnen een AMK-terrein van hoge archeologische waarde, namelijk de oude dorpskern van Meijel. In de omgeving van het plangebied zijn alleen vondsten en sporen aangetroffen uit de volle middeleeuwen, late middeleeuwen B en de nieuwe tijd.

3.

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid? Op basis van historische kaarten blijkt dat tot 1967 geen enkel (historisch) gebouw heeft gestaan in het plangebied. In 1967 wordt in het plangebied een grote schuur gebouwd. Tussen 2003 -2004 is de schuur in het plangebied gesloopt. Op het kadastrale minuutplan uit 1811 -1832 staat aangegeven dat ten westen en ten zuiden van het plangebied wegen lagen. Mogelijk kunnen de schuur en de wegen (met eventuele greppels) delen van het plangebied verstoord hebben.

4.

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken? In het plangebied worden nederzettingsresten, resten van beakkering en grondstofwinning verwacht uit het neolithicum tot en met de late middeleeuwen. Daarnaast worden resten verwacht van wegen, beakkering, grondstofwinning en veldbrandovens uit de nieuwe tijd. Alle resten kenmerken zich vooral door grondsporen met (weinig) vondsten.

veldonderzoek 5.

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd? Ja, op basis van het veldonderzoek komen in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden en/of laarpodzolgronden voor. Deze gronden zijn ontstaan op een haarpodzolbodem. De bodems zijn gevormd en opgebracht in/op dekzand. Daarnaast is in boring 4 (westen van het plangebied) waarschijnlijk een greppel aangetroffen.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[29]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

6.

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld? Ja, door de afwezigheid van leem of ijzer worden geen resten meer verwacht van leemwinning, grindwinning, ijzerwinning of veldbrandovens.

7.

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen? De archeologische resten kunnen zich bevinden vanaf 40 cm -mv, waarbij in het westen van het plangebied resten zich waarschijnlijk lager bevinden dan in het oosten van het plangebied.

8.

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is? Ja.

Algemeen 9.

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten? Onbekend

10. Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan? Wanneer graafwerkzaamheden ondieper blijven dan 40 cm -mv zullen de (eventueel aanwezige) archeologische resten niet geraakt worden, waardoor zij in situ 25 bewaard kunnen blijven 11. Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)? Proefsleuvenonderzoek.

4.2 Advies Geadviseerd de volgende vrijstellingsgrens aan te houden bij het opstellen van een nieuw of bij het veranderen bestemmingsplan: bij graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm –mv en met een oppervlakte groter dan 100 m² dient het plangebied verder archeologisch onderzocht te worden door middel van proefsleuven. Deze vrijstellingsgrens is gelijk aan de grens van het huidige bestemmingsplan genaamd ‘Buitengebied Peel en Maas’. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zal bekeken worden of er daadwerkelijk archeologische resten in de grond zitten, wat de resten zijn, op welke diepte deze resten zitten en of het gaat om behoudenswaardige resten. De precieze invulling van het proefsleuvenonderzoek moet nader worden bepaald in een Programma van Eisen (PvE), dat door de gemeente Peel en Maas dient te worden goedgekeurd. Indien bij de uitvoering van werkzaamheden, die niet vergunningsplichtig zijn onverwacht archeologische resten worden aangetroffen dan is, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet, aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding vi a ARCHIS).

25

Onverstoord op locatie bewaard blijven.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[30]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Peel en Maas, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[31]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Literatuur Berkel, G. van en K. Samplonius, 2006. Nederlandse plaatsna men; herkomst en historie. Prisma Woordenboeken en Taaluitgaven – Het Spectrum, Utrecht. Broeke, E.M. ten, 2012. Verstoringsdiepteonderzoek gemeente Peel en Maas. Econsultancy -rapport 12021140. Econsultancy bv, Doetinchem. Kooi, M., M. Mostert en C. Verbeek, 2008. Meijel (L) – Dorpsstraat. Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase). BILAN rapport 2008/071. BILAN, Tilburg. Koomen, A.J.M. en G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen. Landesvermessungsamt Nordrhein-Westfalen, 1969. Kartenaufnahme der Rheinlande druch Tranchot und v. Müffling 1803-1820: blad 31 Meijel. Mostert, M. en C. Verbeek, 2009. Meijel (L) – Dorpsstraat 52-54-56. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven. BILAN rapport 2009/044. BILAN, Tilburg. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Renes, J., 1999. Landschappen van Maas en Peel; Een toegepast historisch -geografishc onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Uitgeverij Eisma bv, Leeuwarden. Roode S. van en S. van de Laar, 2012. Beleidsplan Archeologie gemeente Peel en Maas.

Past2Present en The missing Link, Utrecht. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Stiboka, 1972. Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000. Kaartblad 58 West Roermond. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Sueur, C. en K.M. van Dijk, 2012. Gemeente Peel en Maas; Archeologische overzichts - en verwachtingskaart; voormalige gemeenten Helden, Kessel, Maasbree en Meijel. Buro de Brug/The Missing Link, Utrecht. Verhoeven, M.P.F., 2008. Plangebied Golfbaan Busserstraat te Meijel, gemeente Meijel; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek . RAAP-notitie 2936. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weeps. Wal, A. ter, 2016. Meijel; Dorpsstraat 52-54-56; Archeologische Begeleiding conform protocol opgraven. BAAC rapport A-13.0048. BAAC bv, ‘s-Hertogenbosch. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk en C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht.

Digitale bronnen: https://www.ahn.nl/ https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl/. https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[32]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/archeologie-in-nederlandamk-en-ikaw. https://easy.dans.knaw.nl/ https://www.geo.vu.nl/ https://www.kadaster.nl/zakelijk https://www.ruimtelijkeplannen.nl/ www.sikb.nl https://www.topotijdreis.nl/

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[33]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied in rood gearceerd. Inzet: ligging in Nederland (ster).

6

Figuur 2. De breuklijnen in Zuid Nederland (bron: https://www.geo.vu.nl/).

9

Figuur 3. Het plangebied weergegeven op het Actueel Hoogtebestand Nederland (bron: https://www.ahn.nl/).

11

Figuur 4. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van de geomorfologische kaart (bron: Koomen en Maas, 2004 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/).

12

Figuur 5. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van de bodemkaart (bron: Stiboka, 1972 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/).

13

Figuur 6. Het plangebied weergegeven op de archeologische beleidskaart van de gemeente Peel en Maas (Van Roode en van de Laar, 2012).

14

Figuur 7. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied (bron: https://archis.cultureelerfgoed.nl/ en https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/archeologie-innederland-amk-en-ikaw).

16

Figuur 8. Het plangebied weergegeven op het kadastrale minuutplan (minuutplan Meijel, Limburg, sectie C, blad 1) uit 1811-1832 (bron: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/).

18

Figuur 9. Overzicht van historische kaarten (bron: https://www.topotijdreis.nl/ en Landesvermessungsamt Nordrhein-Westfalen, 1969).

19

Figuur 10. Locatiebezoek. Foto’s gemaakt vanaf de Busserstraat. Links vanuit de zuidwesthoek en rechts vanuit de noordwesthoek van het plangebied.

20

Figuur 11. Uitvoering van boring 5 die zich centraal bevindt in de zone met verminderde grasgroei wat zeer waarschijnlijk te relateren is aan de gesloopte schuur.

26

Figuur 12. Proefputje nummer 2. Foto richting het oosten. Naast de foto staan de interpretaties aangegeven van de lagen. Figuur 13. Resultaten verkennend booronderzoek.

27 28

Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.

7

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.

10

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

14

Tabel 4. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

20

Tabel 5. De toekomstige situatie.

21

Tabel 6. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

24

Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[34]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

Appendices Appendix 1. Korte beschrijvingen van archeologische vondstlocaties en onderzoekslocaties. Appendix 2. Locaties van kabels en leidingen op basis van de KLIC -melding.

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[35]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 1. Tijdschaal

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[36]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen

Geologische kaart van NL Geomorfologische kaart van NL

X X

DINO

X

Gegevens milieukundig bodemonderzoek

X

Actueel Hoogtebestand Nederland

X

Lucht- en satellietfoto’s

X

Topografische kaart van Nederland

X

Oud(st)e kadasterkaarten

X

Historische kaarten van Nederland

X

Beeldmateriaal bouwhistorie

X

Archeologische en cultuurhistorische rapportages

X

Archieven (RAAP)

X

Eigenaar en gebruiker

X

AMK

X

ARCHIS

X

CMA

X

CAA

X

CHW

X X

Gebiedsgerichte specialisten

X

Amateurarcheologen

X

Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart Archeologisch depot

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

Opmerking

X

Gedetailleerde bodemkaarten

Literatuur (arch./aardwet.)

Bevat geen (nieuwe) relevante informatie

X

Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied

Bodemkaart van NL

Geraadpleegd, niet afgebeeld

Bron

Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven

LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (+ indien van toepassing)

X X

[37]

Plangebied Busserstraat ong. te Meijel, gemeente Peel en Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

RAAP-rapport 5071 / versie 25-03-2021

[38]

boorbeschrijvingen PMRVR2

Boring: PMRVR2_1 Kop algemeen: Projectcode: PMRVR2, Boornummer: 1, Beschrijver(s): EV;MR, Datum: 25-03-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 130 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 189030.048, Y-coördinaat in meters: 372906.16, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 31.518, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Peel en Maas, Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 31.52 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 40 / 31.12 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 75, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Laag opmerking: Opmerking: met geelbruine vlekken; botresten 75 / 30.77 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Ondergrens laag in cm: 115, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-geel-grijs Lithologie:

Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord 115 / 30.37 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 115, Ondergrens laag in cm: 130, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: zandlagen-enkele-dun, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 130 / 30.22

Boring: PMRVR2_2 Kop algemeen: Projectcode: PMRVR2, Boornummer: 2, Beschrijver(s): EV;MR, Datum: 25-03-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 90 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 189054.321, Y-coördinaat in meters: 372889.208, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 32.327, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Peel en Maas, Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 32.33 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 55, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: rood baksteen 55 / 31.78 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 55, Ondergrens laag in cm: 65, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: EB-horizont, Bodemkundige interpretatie: gebroken podzol 65 / 31.68 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 65, Ondergrens laag in

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=a487365d-49c5-4315-ba79-55009d386de6