2021-059 05 Gemeentelijk Rioleringsplan Peel en Maas 2022-2026 - Bijlagen.pdf
Tekst van het document
Gemeentelijk Rioleringsplan Peel en Maas 2022-2026 Bijlagen
Verantwoording Titel
Gemeentelijk Rioleringsplan Peel en Maas 20222026
Subtitel
Bijlagen
Projectnummer
369723-007 / 51001394-006
Referentienummer
SWNL0278431 BIJLAGEN GRP O3
Revisie
O3a
Datum
3-8-2021
Auteur
Tobias Nootenboom (Ambient), Karst Jan van Esch
E-mailadres
Karstjan.vanesch@sweco.nl
Gecontroleerd door
Renske ter Horst
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Elwin Leusink
Paraaf goedgekeurd
2 (52)
Bijlage 1
Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden
Bijlage 2
Woordenlijst
Bijlage 3
Uitgangspunten kostendekkingsberekening
Bijlage 4
Tabellen kostendekkingsberekening
Bijlage 5
Toelichting Redeneerlijn en Ecologische toets bij basisrioleringsplannen
Bijlage 6
Overzicht externe overstorten
Bijlage 7
Beoordeling watertoets Peel en Maas
Bijlage 8
Lozingsvoorwaarden gemeente Peel en Maas
Bijlage 9
Reacties derden
3 (52)
Bijlage 1
Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden
4 (52)
Deze doelen-functionele eisen-maatstaven-meetmethoden (dofemame)-tabel is blijven in ontwikkeling. Maatstaven verschuiven van theoretisch naar praktisch, zodat deze meer aansluiten bij wat burgers en bedrijven in de praktijk ervaren. De komende periode ontwikkelen we de maatstaven door en beoordelen we ze op bruikbaarheid.
5 (52)
6 (52)
7 (52)
Bijlage 2
Woordenlijst
8 (52)
De woorden en verklaringen in deze lijst zijn (voor een groot deel) afkomstig uit de NEN 3300 Buitenriolering Termen en definities en de publicatie “Ontwatering in stedelijk gebied”. AFKORTINGEN AMvB BBB BBL Blah Blbi BRP BBV GRP bob DWA HWA IBA NEN NPR RWA RWZI OW SSW WBL WL Wm WML Wtw
Algemene Maatregel van Bestuur bergbezinkbassin bergbezinkleiding Besluit lozen afvalwater huishoudens Besluit Lozen buiten inrichtingen basisrioleringsplan Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten gemeentelijk rioleringsplan / gemeentelijk rioleringsprogramma binnenonderkant buis droogweerafvoer hemelwaterafvoer installatie voor individuele behandeling van afvalwater Nederlandse norm Nederlandse praktijkrichtlijn regenweerafvoer rioolwaterzuiveringinrichting Omgevingswet Systeemoverzicht Stedelijk Water Waterschapsbedrijf Limburg Waterschap Limburg Wet milieubeheer Waterleidingmaatschappij Limburg Waterwet
TERMEN EN DEFINITIES stedelijk afvalwater en hemelwater aangroei
verzameling van organismen die zich op de buiswand hebben vastgehecht of in slierten aan de buiswand hangen
aansluitvergunning
vergunning op grond van de aansluitverordening en de Wvo die wordt afgegeven door het zuiveringsschap voor de aansluiting op de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI)
aantasting
een wijziging van de structuur van de buiswand als gevolg van (bio)chemische of mechanische processen
afkoppelen
het niet meer inzamelen en naar de RWZI transporteren van hemelwater
afvalwater
alle water waarvan de houder zich met het oog op de verwijdering daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (opmerking: hieronder wordt dus ook afvloeiend regenwater begrepen)
afvoerend oppervlak
het naar de riolering afwaterende oppervlak
afzetting
aankoeking van slib, vet en kalk op de buiswand; tevens afzetting van bodemmateriaal anders dan zand ter plaatse van een buisverbinding of scheur
basisinspanning
Term die de waterkwaliteitsbeheerders gebruiken voor het aanduiden van de inspanningen die elke gemeente moet uitvoeren of uitgevoerd hebben om de vuiluitworp uit de riolering tot een bepaald niveau te reduceren
basisrioleringsplan
document (tekening + toelichting en berekeningen) met de huidige situatie van de riolering en de uit te voeren verbeteringsmaatregelen
beheer
zie rioleringsbeheer
bemalingsgebied
een rioleringsgebied waaruit het afvalwater door een gemaal wordt verwijderd
beoordelen
het toetsen van een parameter aan de bijbehorende maatstaf en het geven van een oordeel over de uitkomsten van de toetsing
9 (52)
bergbezinkkelder
reservoir voor de tijdelijke opslag van afvalwater waarin tevens slibafzetting plaatsvindt met een voorziening om het slib te kunnen verwijderen en waaruit overstortingen kunnen plaatsvinden
berging
de inhoud van de riolering uitgedrukt in m 3 of mm/ha
bergingsverlies
de vermindering van berging door permanente vulling in de riolering als gevolg van verzakkingen
beslisboom aan- en afkoppelen verhard oppervlak
hulpmiddel voor gemeenten en particulieren om verantwoorde beslissingen te nemen bij het aan- en afkoppelen van verhard oppervlak in West-Nederland op wijk- en straatniveau
classificatie
de indeling van toestandsaspecten in klassen
controleren
controle, toezicht houden op (bijvoorbeeld op de naleving van voorschriften, op het beheer van een zaak, op de werking van een machine
droogweerafvoer (dwa)
de hoeveelheid afvalwater die per tijdseenheid in een droogweersituatie via het rioolstelsel wordt afgevoerd
drukriolering
riolering waarbij het transport plaatsvindt door middel van pompjes en persleidingen
dwa-rioolstelsel
zie vuilwaterrioolstelsel
emissiespoor
onderdeel van het tweesporenbeleid van waterkwaliteitsbeheerders gericht op het tot een bepaald niveau terugbrengen van de emissies (vuiluitworp) uit een rioolstelsel, ongeacht de werkelijke waterkwaliteit
externe overstort
rioolput voorzien van een overstortdrempel die loost buiten het in beschouwing genomen rioolstelsel, meestal op oppervlaktewater
gemengd rioolstelsel
rioolstelsel, waarbij afvalwater inclusief ingezamelde neerslag door 1 leidingstelsel wordt getransporteerd
gescheiden rioolstelsel
rioolstelsel, waarbij afvalwater exclusief neerslag door een leidingstelsel wordt getransporteerd en neerslag door een afzonderlijk leidingstelsel rechtstreeks naar oppervlaktewater wordt afgevoerd
hoofdpost
centrale eenheid voor de besturing van gemalen
hydraulisch
waarbij van de leer van de praktische toepassing van waterbeweging gebruik wordt gemaakt
hydraulische berekening
het door rekenen bepalen van het hydraulisch functioneren van een rioolstelsel
ingrijpmaatstaf
grenstoestand waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is en waarbij maatregelen moeten worden opgesteld
inhangend voegmateriaal
voegmateriaal (kit, bitumineuze profielstrip) dat uit de voeg in het doorstroomprofiel is gezakt of gedrukt
inhangende rubberring
een niet gescheurde rubberring die zichtbaar is of een gescheurde rubberring waarvan een gedeelte in het doorstroomprofiel hangt
inspectie
het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand
lekkage
het intreden of uittreden van water via voegen, scheuren, langs inlaten of door de buiswand
maatstaf
grenswaarde (getalsmatig) op basis waarvan geconcludeerd wordt of aan een functionele eis wordt voldaan
obstakels
voorwerpen in het riool die geen functie in rioleringstechnische zin hebben en geen deel uitmaken van een normale afvalwaterstroom
onderhoud
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij de toestand van objecten ongewijzigd gehandhaafd wordt
onderzoek
het verzamelen, ordenen, analyseren en verwerken van gegevens, zodanig dat informatie kan worden afgeleid over de toestand en het functioneren van de buitenriolering
overstorting
de lozing van afvalwater via een overstortdrempel naar oppervlaktewater
overstortput
rioolput voorzien van een overstortdrempel
pompovercapaciteit
(poc) het deel van de pompcapaciteit dat beschikbaar is voor de regenwaterafvoer. Het andere deel van de capaciteit is beschikbaar voor de afvalwaterafvoer tijdens droog weer
randvoorziening
vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel die als doel heeft de lozing van vuil uit het rioolstelsel op oppervlaktewater te verminderen
10 (52)
regenwaterriool
riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van neerslag
regenwaterrioolstelsel
rioolstelsel alleen bestemd voor de inzameling en het transport van neerslag
renovatie
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een ingrijpende toestandswijziging wordt doorgevoerd; evenaren technische staat van nieuwaanleg
reparatie
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een beperkte toestandswijziging wordt doorgevoerd
riolering
het samenstel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater
rioleringsbeheer
zorg voor het functioneren van de buitenriolering
riool
samenstel van buizen tussen twee putten bestemd voor de inzameling en/of het transport van afvalwater
rioolput
constructie toegang gevend tot het rioolstelsel (te herkennen aan gietijzeren deksels in de weg)
rioolwaterzuiveringsinrichting
het totaal van de grond, gebouwen en apparatuur voor de zuivering van afvalwater (RWZI)
rwariool
zie regenwaterriool
rwarioolstelsel
zie regenwaterrioolstelsel
scheuren
het geheel van scheuren, barsten en breuken
verbeterd gescheiden rioolstelsel
gescheiden rioolstelsel met voorzieningen waardoor de neerslag slechts bij wat grotere regenbuien naar oppervlaktewater wordt afgevoerd. Het meest vervuilde deel van de neerslag wordt 'geborgen' in de riolering en naar de zuivering afgevoerd.
verbeteren
het aanpassen van het oorspronkelijke functioneren
vervangen
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij het bestaande object wordt verwijderd en een nieuw gelijkwaardig object wordt teruggeplaatst
visuele inspectie
het op directe wijze dan wel op indirecte wijze via optische hulpmiddelen inspecteren van de toestand
vrijvervalriool
riool waardoor afvalwater door middel van de zwaartekracht wordt getransporteerd
vuilemissie
zie vuiluitworp
vuiluitworp
het totaal aan stoffen (niet zijnde water) geloosd uit een rioolstelsel op het oppervlaktewater via overstorten . Hierbij kan gedacht worden aan biologisch afbreekbare stoffen die bij afbraak in het water zuurstof verbruiken (BZV), aan stikstof en fosfaten en aan zware metalen
vuilwaterriool
riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, niet zijnde neerslag
vuilwaterrioolstelsel
rioolstelsel voor de inzameling en het transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, niet zijnde neerslag
Waarschuwingsmaatstaf
grenstoestand waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek nodig is
wadi
systeem voor hemelwater afvoer door drainage en infiltratie
waterkwaliteitsdoelstelling
doelstelling voor de kwaliteit van een oppervlaktewater nodig om dat water een bepaalde functie te kunnen laten vervullen
water op straat
het optreden van waterstanden boven maaiveldniveau
wateroverlast
het optreden van waterstanden boven maaiveldniveau waarbij hinder of schade wordt ondervonden
wortelingroei
de wortels van bomen of planten, die door voegen, scheuren of via gebouw of kolkaansluitingen het riool zijn ingegroeid
zandinloop
het intreden van zand via buisverbindingen of scheuren
zand en vuilophoping
opgehoopt materiaal met een losse structuur
11 (52)
TERMEN EN DEFINITIES grondwater Afsluitende laag:
Laag in de bodem die zo wordt genoemd vanwege zijn eigenschap dat hij grondwater slecht doorlaat.
DINO
Digitale Informatie Nederlandse Ondergrond, een direct benaderbare databank voor grondwatergegevens in beheer bij TNO Grondwater en Geo-Energie in Delft
Doorlatendheid
Het vermogen van de grond om water en/of lucht door te laten
Drainage
De afvoer van water over en door de grond en door het waterlopenstelsel
Drooglegging
De afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en het maaiveld
Freatisch grondwater
Het grondwater in de bovenste bodemlaag, dat (indirect) in contact staat met de atmosfeer. De freatische grondwaterstand is een andere term voor grondwaterspiegel
Geohydrologie
De leer van de grondwaterstroming en de -dynamiek in samenhang met de structuur en de opbouw van de ondergrond.
GHG
Gemiddeld hoogste grondwaterstand. Dit is het gemiddelde van de drie hoogste grondwaterstanden van de afgelopen 8 jaren, gebaseerd op maandelijkse metingen.
Grondwater
Water beneden het grondoppervlak, meestal beperkt tot het water beneden de Grondwaterspiegel
Grondwaterisohypse
Hoogtelijn voor de grondwaterstand of voor de stijghoogte van het grondwater. Een grondwaterisohypsenkaart geeft met lijnen (isohypsen) punten aan met gelijke stijghoogte. De kaart geeft onder andere informatie over de stromingsrichting van het grondwater
Grondwateronderlast
Problemen die zich voordoen als gevolg van lage grondwaterstanden. Bijvoorbeeld aantasting van houten funderingen als gevolg van droogstand
Grondwateroverlast
Wateroverlast door hoge grondwaterstanden. Bijvoorbeeld plasvorming op binnenterreinen of vocht in kruipruimten
Infiltratie
Intreding van water in de bodem
Kruipruimte
Ruimte onder de beganegrondvloer in gebruik voor het bereiken van leidingen voor inspectie, onderhoud of reparatie, en voor ventilatie van de vloer en eventuele houten constructiedelen onder de woning
Kwel
Het uittreden van grondwater
Ontwatering
De afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drains, kleine sloten en greppels naar een stelsel van grote waterlopen, met als functie afwatering
Ontwateringsdiepte
De afstand tussen de hoogste grondwaterstand tussen twee ontwateringsmiddelen (sloot, drain) en het maaiveld.
12 (52)
Onverzadigde zone
Deel van de grond boven de grondwaterspiegel, waarin de bodemporiën zowel water als lucht bevatten. De verzadigde zone is het deel waar de poriën geheel gevuld zijn met water.
Opbolling
Het maximale hoogteverschil tussen de grondwaterspiegel en de waterstand in de drainagebuizen en/of watergangen
Peilbuis
Algemene term voor een buis of soortgelijke constructie met een kleine diameter waarin een grondwaterstand c.q. stijghoogte kan worden gemeten
REGIS
Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem, een interactief informatiesysteem dat beschikt over voor het waterbeheer relevante en actuele gegevens. REGIS wordt beheerd door TNO.
Stijghoogte
Hoogte boven een referentievlak tot waar het water in een peilbuis stijgt. Deze stijghoogte is afhankelijk van de druk van het grondwater ter plaatse van de opening onder in de peilbuis
Wadi
Voorziening voor de opvang, berging en afvoer van neerslag. In een komvormige greppel kan het regenwater infiltreren. Vervolgens kan infiltratie naar het grondwater plaatsvinden of afvoer via een drain.
Zetting
Bodemdaling als gevolg van inklinking, van krimp, door de bouw van kunstwerken, het ophogen van de grond of het aanbrengen van andere materialen
13 (52)
Bijlage 3
Uitgangspunten kostendekkingsberekening
14 (52)
Uitgangspunten die gehanteerd zijn bij de berekening van de rioolheffing: 1. Berekeningsmethode De rioolheffingsberekening wordt uitgevoerd met behulp van de contantewaardemethode. Deze methode is geschikt om de effecten en de trend op langere termijn zichtbaar te maken. Met de contante-waardemethode is een vergelijking van uitgaven en inkomsten in verschillende jaren mogelijk. De toekomstige uitgaven en inkomsten van elk jaar in de beschouwde periode worden contant gemaakt naar 1 januari startjaar. In de te verwachten inkomsten zit één onbekende: de hoogte van de benodigde inkomsten per aansluiting. Door de contante waarde van de te verwachten inkomsten gelijk te stellen aan de contante waarde van de te verwachten uitgaven, worden de kosten per heffingseenheid berekend. Voor toekomstige investeringen wordt in de contante-waardebenadering geen specifieke wijze van afschrijving of financiering verondersteld. De diverse afschrijvingsmethoden (lineair, afschrijving op annuïteitsbasis) verschillen onderling wel door een andere (boekhoudkundige) verdeling van lasten in de tijd, maar de contante waarde van de jaarlijkse lasten is in deze methoden steeds gelijk aan de contante waarde van de investeringen. Het inflatie- en rentepercentage worden gebruikt voor het contant maken van de toekomstige uitgaven en inkomsten. Dit gebeurt op de volgende wijze:
CWx (U j ) U j (cwf ) waarbij: x Uj i r cwf CWx(Uj)
( j x)
(1 i) U j ( 1 r )
( j x)
= startjaar berekening = uitgave in jaar (j) op prijspeil startjaar = inflatie (in decimalen, bijvoorbeeld 0,015) = rente (in decimalen, bijvoorbeeld 0,04) = contante-waardefactor { = (1+i) / (1+r) } = contante waarde in jaar x van investering U in het jaar
Het totaal aan uitgaven en inkomsten over de beschouwde periode is met elkaar in evenwicht. Het streven is dat de rioolheffing over de beschouwde periode 100 procent kostendekkend blijft. 2. Planningshorizon Bij de berekening van de rioolheffing is uitgegaan van een planningshorizon van 80 jaar: 2022 t/m 2101. Deze termijn is gekoppeld aan de technische levensduur van de rioleringsobjecten. Binnen een periode van 80 jaar zijn alle objecten minimaal één maal vervangen. 3. Indexering rioolheffing Het in het GRP berekende tarief moet jaarlijks met de optredende inflatie worden geïndexeerd. Dit wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting afgehandeld.
15 (52)
4. Inflatie en prijspeil Alle bedragen in het GRP zijn gegeven op prijspeil 2022. De prijsindex is gebaseerd op de prijsontwikkeling van de lonen, materiaal en materieel die nodig zijn voor het aanleggen van riolering binnen de bebouwde kom. Dit is terug te vinden in de CBScijfers voor de categorie 4221 Civieltechnische werken en bouw. Voor de kostendekkingsberekening bij het GRP is op aangeven van de gemeente uitgegaan van een langjarige inflatie van 1,4%. 5. Rentevoet Er is een rentevoet van 0,75% gehanteerd. Dit betreft de rente voor kapitaalleningen. Aan de voorziening wordt geen rente toegerekend. 6. Eenheidsprijzen Voor de berekening van de investeringskosten van de rioleringsobjecten is gebruik gemaakt van de eenheidprijzen uit de Kennisbank Stedelijk Water (voorheen Leidraad Riolering). In de praktijk blijkt dat deze voor Peel en Maas aan de hoge kant zijn, daarom zijn deze prijzen met 20% verlaagd. 7. Staartkosten Voor de staartkosten zijn conform de Kennisbank Stedelijk Water de volgende waarden gehanteerd: uitvoeringskosten 10% (inrichting werkterrein, uitzetwerkzaamheden), algemene kosten, winst en risico 12%, voorbereiding, honorarium en toezicht 15%. 8. Afschrijvingsmethode Voor afschrijving wordt de lineaire methode toegepast, zoals dit voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van onze gemeente wordt gehanteerd. 9.
Afschrijvingstermijnen Onderscheid wordt gemaakt in de technische en de financiele afschrijvingstermijn. De technische afschrijvingstermijn (levensduur) heeft grote invloed op de hoogte van de rioolheffing, die bepaalt immers in welk jaar een object op de vervangingsplanning verschijnt. Het is daarom belangrijk de technische levensduur van de rioleringsobjecten zo goed mogelijk in te schatten. In de praktijk en voor de korte termijn wordt hierbij gebruik gemaakt van inspectiegegevens. De financiele afschrijvingstermijn is van invloed op het verloop en de hoogte van de kapitaallasten in de tijd. De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in tabel B1. De kapitaallasten van de ínvesteringen zijn verdeeld over drie jaren: - 20% in jaar 1; - 40% in jaar 2 - 40% in jaar 3.
16 (52)
Tabel B1 Overzicht gehanteerde afschrijvingstermijnen (jaar) Object
afschrijvingstermijn technisch economisch
Vrijvervalriolen tot 1970 Vrijvervalriolen na 1970 gemalen – renovatie Persleidingen drukriolering – mechanisch / elektrisch Milieu- en klimaatmaatregelen Grondwatermaatregelen
60 80 15/45 60 15/30/45 60 60
60 60 15 60 15 60 60
10. Egalisatievoorziening In onze gemeente wordt gebruik gemaakt van een egalisatievoorziening om ongewenste schommelingen in de rioolheffing te voorkomen (BBV art. 43, lid 2). Dit leidt tot een gelijkmatige verdeling van de lasten voor de burger, over een aantal begrotingsjaren. Daarnaast werken we met een bestemmingsreserve riolering. Deze reserve is bestemd voor overschotten op de exploitatie riolering als gevolg van efficiencyvoordelen en aanbestedingsresultaten. We rekenen géén rente toe aan de tariefsegalisatievoorziening. Aan de reserve wordt jaarlijks inflatiecorrectie toegevoegd. 11. Doorlopende kapitaallasten ná afloop beschouwde periode De na de beschouwde periode doorlopende kapitaallasten zijn buiten beschouwing gelaten. 12. Rioolheffing en BTW De geraamde BTW op zowel goederen als diensten en investeringen mogen in het riooltarief worden meegenomen. Het product riolering is BTW-compensabel, BTW kan volledig worden gecompenseerd. In dit GRP zijn alle bedragen exclusief BTW weergegeven. Het uiteindelijke rioolheffingstarief is inclusief alle compensabele BTW. De BTW over investeringen is meegenomen in het jaar van de investering. 13. Toerekening overige kosten De kosten van het vegen van de molgoten wordt toegerekend aan de rioolheffing. 14.
Nieuwe investeringen voor nieuwbouw Nieuwe investeringen voor nieuwbouw worden niet verrekend via de rioolheffing maar via de grondexploitatie.
17 (52)
Bijlage 4
Tabellen kostendekkingsberekening
18 (52)
19 (52)
20 (52)
21 (52)
22 (52)
23 (52)
24 (52)
25 (52)
26 (52)
27 (52)
28 (52)
29 (52)
30 (52)
31 (52)
32 (52)
33 (52)
34 (52)
35 (52)
36 (52)
37 (52)
38 (52)
39 (52)
40 (52)
41 (52)
42 (52)
43 (52)
Bijlage 5
Toelichting Redeneerlijn en Ecologische toets bij basisrioleringsplannen
44 (52)
45 (52)
46 (52)
47 (52)
48 (52)
Bijlage 6
Overzicht externe overstorten
49 (52)
50 (52)
51 (52)
52 (52)
53 (52)
54 (52)
55 (52)
Bijlage 7
Beoordeling watertoets Peel en Maas
Criteria beoordeling van de watertoets door de gemeente Peel en Maas. De gemeente Peel en Maas beoordeelt ingekomen plannen op basis van de uitgangspunten van duurzaam waterbeheer conform onderstaande criteria als minimale vereisten bij nieuwe ontwikkelingen. Mate van afkoppeling Het beleid is om honderd procent van het verharde oppervlak af te koppelen en het schone hemelwater te infiltreren in de bodem. De volgende stap is het bergen van water. Pas wanneer vasthouden en bergen niet meer mogelijk is, kan gekozen worden voor afvoeren. Zichtbaar en bovengronds afkoppelen en bergen van het hemelwater is hierbij altijd het uitgangspunt. Keuze van de voorziening De voorziening moet afgestemd zijn op de kenmerken van de ondergrond. Hiervoor is het noodzakelijk om een goed indruk te krijgen van de ondergrond. Boringen met een minimale diepte van 3,50 meter beneden maaiveld en een onderzoek naar de k-waarde (mate van waterdoorlatendheid) van de grond zijn hierbij onontbeerlijk. De boring tot minimaal 3,50 meter geeft meteen een beeld van de gemiddelde hoogste waterstand (GHG) ter plaatse. Er moet er rekening mee worden gehouden dat lokaal significante verschillen in de eigenschappen kunnen optreden.
Tegelijkertijd met het maken van de boring kan de waterdoorlatendheid van de bodem worden bepaald op basis van doorlatendheidsmetingen aan de hand van de constand-head-methode (veldmethode). Het Waterschap beschikt weliswaar over kaarten met de gemiddelde hoogste grondwaterstanden en k-waarden. Maar deze kaarten zijn echter van indicatieve aard. Hieraan kunnen geen “waarheden” worden ontleend. In het verleden is veelal geconstateerd dat de werkelijke gemiddelde hoogste grondwaterstanden en k-waarden sterk kunnen afwijken van deze kaarten. Deze onderzoeken zijn van belang omdat infiltratievoorzieningen boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand moeten worden aangelegd en binnen 24 uur weer leeg moeten zijn. Als er goed kan worden geïnfiltreerd, heeft een infiltratievoorziening de voorkeur. Een bovengrondse infiltratievoorziening heeft de voorkeur boven een ondergrondse in verband met onderhoud en beheersbaarheid van de voorziening alsook de zichtbaarheid van op het functioneren van de voorziening. Waar de infiltratiecapaciteit van de bodem slecht is of de gemiddelde hoogste grondwaterstand zich dicht bij het maaiveld bevindt, wordt aanbevolen om een opvang van het hemelwater te realiseren welke langzaam leegloopt naar het oppervlaktewater.
56 (52)
Ontwerp van de voorziening Bij het ontwerp moet op de volgende zaken worden gelet: Aanlegdiepte De infiltratievoorziening moet boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand worden aangelegd. Dit om te voorkomen dat grondwater in de voorziening loopt. Leegloopconstructie De leegloop van de infiltratievoorziening naar het oppervlaktewater, in beheer en eigendom van het waterschap en/of gemeente, mag geschieden met een capaciteit van maximaal 2 l/s/ha verhard oppervlak. Of met deze capaciteit ook geloosd mag worden op het oppervlaktewater welke in beheer en eigendom is van de gemeente, is afhankelijk van de afmetingen en de functie van voornoemd oppervlaktewater. Voor de (in)directe lozing op oppervlakte water in beheer door het waterschap dient de keur van het waterschap Limburg doorlopen te worden. Dimensionering a. In een infiltratievoorziening met een overloop op eigen terrein moet boven de infiltratievoorziening een buffer worden gerealiseerd die geschikt is om een bui van die éénmaal in de tien jaar voorkomt, een bui van 50 mm (T=10), te kunnen herbergen en binnen 24 uur kunnen verwerken (infiltreren). b.
In een infiltratievoorziening met een overloop op het oppervlaktewater moet boven de infiltratievoorziening een dynamische buffer worden gerealiseerd die geschikt is om een bui van die éénmaal in de tien jaar voorkomt, een bui van 50 mm (T=10), te kunnen herbergen en binnen 24 uur kunnen verwerken (infiltreren). Bij overloop of (in)directe lozing naar oppervlakte water in beheer en onderhoud van het waterschap dient de berging eis van het waterschap gevolgd te worden. Het gebruik en het overlopen van de infiltratievoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/of indirect, die eventueel zal ontstaan is en blijft voor rekening van de aanvrager. Bij de berekening van de inhoud van de infiltratievoorziening mag rekening worden gehouden met de infiltratiecapaciteit van de bodem en de afvoercapaciteit van 2 l/sec/ha naar open afvoerend water, waar dit gerealiseerd kan worden. De infiltratievoorziening moet binnen 24 uur kunnen zijn geledigd. Toepassing van duurzame bouwmaterialen Om bodemverontreiniging te voorkomen moet het gebruik van uitlogende bouwmaterialen worden voorkomen. Uitlogende bouwmaterialen zijn koper, zink, bitumen en lood. Alternatieven zijn ruimschoots voorhanden. Procesbeschrijving toetsing Voor de beschrijving van het toetsingsproces wordt verwezen naar het bijgevoegde schema.
57 (52)
Leegloop
Leegloopvoorziening max. 2 liter/seconde/hectare naar sloten stelsel (pvc rond 125)
58 (52)
Bijlage 8
Lozingsvoorwaarden gemeente Peel en Maas
Zoals in bijlage 4 is aangegeven, is in het Besluit lozing afvalwater huishoudens en in het Activiteitenbesluit (voor bedrijven) een zorgplichtbepaling opgenomen. Hieronder staan deze zorgplichten weergegeven. Besluit lozing afvalwater huishoudens (tekst 20 november 2015): Artikel 4 1. Degene die loost en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het lozen nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. 2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan: a. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van bodemverontreiniging; b. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van verontreiniging van het grondwater; c. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam; d. de bescherming van de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater; e. het doelmatig beheer van afvalwater. 3.
Het bevoegd gezag kan met betrekking tot de verplichting, bedoeld in het eerste lid, maatwerkvoorschriften stellen voor zover het betreffende aspect bij of krachtens dit besluit niet uitputtend is geregeld. Deze maatwerkvoorschriften kunnen mede inhouden een verplichting de activiteiten die met het lozen samenhangen te beschrijven, alsmede metingen, berekeningen of tellingen te verrichten ter bepaling van de mate waarin het lozen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt.
Activiteitenbesluit (tekst geldend op 20 november 2015): Artikel 2.1 1. Degene die een inrichting drijft en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het in werking zijn dan wel het al dan niet tijdelijk buiten werking stellen van de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. 2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: a. een doelmatig gebruik van energie; b. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van bodemverontreiniging; c. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van verontreiniging van het grondwater; d. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam; e. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van luchtverontreiniging; f. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geluidhinder;
59 (52)
g. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder; h. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van lichthinder; i. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van stofhinder; j. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van trillinghinder; k. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de inrichting; l. het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan; m. het zorgen voor een goede staat van onderhoud van de inrichting; n. de bescherming van de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater; o. het doelmatig beheer van afvalwater; p. het doelmatig beheer van afvalstoffen; q. het beschermen van de duisternis en het donkere landschap in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden. 3.
Het eerste en tweede lid, onderdelen b, c, d, n, o en p, zijn van overeenkomstige toepassing op degene die, anders dan vanuit een inrichting, loost ten gevolge van agrarische activiteiten dan wel activiteiten die daarmee verband houden. 4. Het bevoegd gezag kan met betrekking tot de verplichting, bedoeld in het eerste en derde lid, maatwerkvoorschriften stellen voor zover het betreffende aspect bij of krachtens dit besluit niet uitputtend is geregeld. Deze maatwerkvoorschriften kunnen mede inhouden dat de door degene die de inrichting drijft dan wel degene die loost, te verrichten activiteiten worden beschreven alsmede dat metingen, berekeningen of tellingen moeten worden verricht ter bepaling van de mate waarin de inrichting dan wel het lozen, bedoeld in het derde lid, nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt. - Einde wetsteksten -
Lozingsvoorwaarden Er mag dus niet worden geloosd als dat de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater belemmert. Dat betreft de riolering en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. De doelmatige werking wordt in ieder geval belemmerd als: • de PH van het afvalwater te laag of te hoog is. Dan worden pompen en appendages aangetast; • water van ontijzeringsinstallaties wordt geloosd, ijzer slaat neer op pompen, appendages en riolen, verstopt persleidingen en dat belemmert de goede werking en zorgt voor extra benodigde reinigingsactiviteiten; • het te lozen water te veel zand bevat, dat tast de pompen en appendages aan, verstopt persleidingen en dat belemmert de goede werking en zorgt voor extra benodigde reinigingsactiviteiten; • het te lozen water pesticiden of andere bestrijdingsmiddelen bevat die de werking van de rioolwaterzuiveringsinrichting en/of IBA dan wel helofytenfilter belemmeren;
60 (52)
• hemelwater op mechanische riolering wordt geloosd. Mechanische riolering is een openbaar vuilwaterriool, deze is niet ontworpen op het afvoeren van hemelwater. Lozing van hemelwater zorgt voor capaciteitsproblemen en belemmert dus de goede werking; • hemelwater op een IBA of helofytenfilter wordt geloosd. Een IBA is een systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater. Deze systemen zijn niet ontworpen op het verwerken van hemelwater. Lozing van hemelwater zorgt voor een capaciteitsprobleem en belemmert dus de goede werking; • de maximale lozing groter is dan 1 m 3 per uur. Gelet op het bovenstaande gelden in de gemeente Peel en Maas de volgende lozingsregels: a. Ter bescherming van de doelmatige werking van rioolstelsels en de drukriolering stelt de gemeente Peel en Maas (naast de algemene regels) eisen op voor lozingen van afvalwater op deze rioolstelsels en drukriolering, zie Tabel B5.1
61 (52)
Tabel B5.1: Eisen aan lozingen op het vuilwaterstelsel en drukriolering Maximale Stof / lozingskenmerken Opmerkingen waarde Debiet 1 m3/uur Temperatuur 30 °C Ook opgenomen in zorgplicht (Wm) pH 6 tot 9 Ook opgenomen in zorgplicht (Wm) Chloride 1000 mg/l Geldt voor bedrijven. Voor bodemenergiesystemen geldt dit als signaalwaarde (overleg is vereist) Sulfaat 300 mg/l Ook opgenomen in zorgplicht (Wm) Calcium 100 mg/l Onopgeloste bestanddelen 300 mg/l (OB) Vet Vethoudend afvalwater vrijkomend bij bereiden van voedingsmiddelen moet geleid worden door een vetafscheider en slibvangput, conform NEN 1825-1 en 2. Hieronder vallen ook plantaardige oliën. Minerale olie 200 mg/l Benzeen 50 μg/l Valt onder BTEX Tolueen 100 μg/l Valt onder BTEX Ethylbenzeen 100 μg/l Valt onder BTEX Xyleen 100 μg/l Valt onder BTEX Totaal aan BTEX 200 μg/l De som van Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen en Xyleen Totaal aan vluchtige stoffen 300 μg/l (inclusief BTEX) Afwijkingen van bovengenoemde waarden en het lozen van niet in het Activiteitenbesluit genoemde en/of vrijgestelde stoffen moeten afgestemd worden met de gemeente Peel en Maas. De gemeente Peel en Maas geeft een bindend onderbouwd advies. b.
Ter bescherming van de doelmatige werking van de IBA’s en helofytenfilters stelt de gemeente Peel en Maas (naast de algemene regels) eisen op voor lozingen van afvalwater op deze IBA’s en helofytenfilters, zie Tabel B5.2.
62 (52)
Tabel B5.2: Eisen aan lozingen op IBA’s en helofytenfilters Huishoudelijk gebruik Wat mag er wel in de IBA of Wat mag er niet in de IBA of Helofytenfilter Helofytenfilter • Feacaliën • Hemelwater • WC spoelwater • Verf, vernis, verdunners en dergelijke • Keukenafvalwater • Chemicaliën • Afvalwater afwasmachine • Hoge concentraties vetten • Afvalwater wasmachine • Hoge concentraties bleekwater/ • Badwater (douche/bad) chloor • WC-papier • Oplosmiddelen en ontstoppers • Biologische ontstoppers • Hygiënische doekjes • Kleine hoeveelheden • Tampons, maandverband en chloorwater luiers (wekelijkse wasje met chloorwater op 5% kan wel) • Verpakkingen karton en plastic • Kleine hoeveelheden • Condooms sanitairreiniger • Afgewerkte olie/olieproducten • Biologische sanitairreinigers • Zuren • Spoelwater • Verstoppende stoffen/vaste onthardingsinstallaties* etensresten • Porta potti (chemisch toilet van de Kortom caravan) Normaal huishoudelijk gebruik, net als bij • Water boven de 75 °C een septictank. • Pesticiden • Gewasbeschermingsmiddelen Opmerking Haren (van mensen en dieren) zijn niet afbreekbaar en horen in grote hoeveelheden ook niet in de IBA thuis.
* hoeveelheden en concentraties afstemmen met de fabrikant Industrieel gebruik (bedrijfsmatig afvalwater is altijd maatwerk Wat mag er wel in de IBA of Wat mag er niet in de IBA of Helofytenfilter Helofytenfilter • Voor lozing van • Industrieel afvalwater melkspoelwater zijn specifieke • Spoeling ontijzeringsinstallatie mogelijkheden voorhanden boven de 200 liter per spoeling • Keuken van restaurant, mits goed gedimensioneerd c.
Ter bescherming van de doelmatige werking van de drukriolering stelt de gemeente Peel en Maas dat spoelwater van ontijzeringsinstallatie alsmede hemelwater niet op de drukriolering geloosd mogen worden. d. Ter bescherming van de doelmatige werking van de drukriolering stelt de gemeente Peel en Maas dat het te lozen water geen zand mag bevatten.
63 (52)
Bijlage 9
Reacties derden
64 (52)
De heer Frankena (Rijkswaterstaat) heeft op 29 juni 2021 per e-mail gereageerd op de conceptversie van het GRP. Hij heeft een aantal opmerkingen opgenomen in de pdf-tekst. De begeleidende e-mail staat hieronder.
Van: Frankena, Onno (ZN) <onno.frankena@rws.nl> Verzonden: dinsdag 29 juni 2021 09:53 Aan: Esch, Karst Jan van <KarstJan.vanEsch@sweco.nl> CC: Tobias.nootenboom@ambient.nl; Tom.Roels@peelenmaas.nl; 'Ralf Keulen' <R.Keulen@waterschaplimburg.nl>; 'Coenen, Edwin' <edwincoenen@wbl.nl> Onderwerp: RE: GRP Peel en Maas 2022-2026 Geachte heer Van Esch, Bijgaand mijn opmerkingen op het concept-GRP 2022-2026 van de gemeente Peel en Maas. In de bijlagen van het concept-GRP mis ik nog een tekening w aarop de lozingspunten van de riooloverstorten en nooduitlaten op oppervlaktewater zijn aangegeven. Met vriendelijke groet,
Dhr. ing. O.T.N. Frankena l Afdeling Vergunningverlening l Rijkswaterstaat ZuidNederland l Avenue Ceramique 125, 6221 KV Maastricht l Postbus 2232 l 3500 GE Utrecht l tel 06-29116875 l e-mail onno.frankena@rws.nl l www.rijkswaterstaat.nl l
Van: karstjan.vanesch@sweco.nl <filetransfer@filetransfer.swecogroup.com> Verzonden: woensdag 9 juni 2021 17:06 Aan: Frankena, Onno (ZN) <onno.frankena@rws.nl> CC: Tobias.nootenboom@ambient.nl; Tom.Roels@peelenmaas.nl Onderwerp: GRP Peel en Maas 2022-2026
Geachte heer Frankena, In opdracht van de gemeente Peel en Maas zijn wij bezig met het opstellen van een nieuw Gemeentelijk Rioleringsplan. U heeft van Ralf Keulen van waterschap Limburg al vernomen dat dit een lokale invulling is van het Waterketenplan dat in 2020 in het Waterpanel Noordgebied is opgesteld. Hierbij stuur ik u het nieuwe concept Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 -2026 van de gemeente Peel en Maas met verzoek om commentaar. We zijn benieuwd naar de opmerkingen van Rijkswaterstaat op dit concept GRP en ontvangen die dan ook graag zo snel mogelijk.
Hartelijke groet, Karst Jan van Esch projectleider GRP Peel en Maas
65 (52)
De heer Hoofs heeft op 22-7-2021 namens WML gereageerd met een aantal opmerkingen over het drinkwaterbelang. Deze zijn in de tekst van het GRP, versie O3, verwerkt.
66 (52)