2021-057 21 BIJLAGE Aanmeldingnotitie m.e.r.-beoordeling Uitbreiding Traffic Port.pdf
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling t.b.v. bestemmingsplan Uitbreiding Traffic Port Gemeente Peel en Maas
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling t.b.v. bestemmingsplan Uitbreiding Traffic Port Gemeente Peel en Maas
Opdrachtgever: TPOG BV Project: R2011-006-01 Dossier: 2020-002 Omvang rapport: 12 pagina’s Auteur: drs. L.E.J De Loo Datum: 15 oktober 2020 Status: concept Naam/Paragraaf: LDL
2
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE ................................................................................................................................................ 3 1.
INLEIDING ..................................................................................................................................................... 4
2.
BESCHRIJVING ACTIVITEIT ............................................................................................................................ 7
3.
BEOORDELING MILIEUEFFECTEN .................................................................................................................. 9 4.1 Kenmerken van de activiteit ............................................................................................................. 9 4.2 Plaats van de activiteit .................................................................................................................... 10 4.3 Soort en kenmerken van de gevolgen van de activiteit .................................................................. 11
4.
EINDBEOORDELING .................................................................................................................................... 12
3
1.
INLEIDING Aanleiding Seacon Logistics, een internationale en multimodale expediteur van goederen, breidt haar bedrijfsactiviteiten uit. In dat kader heeft Seacon Logistics besloten om een deel van haar bedrijfsactiviteiten te verplaatsen naar de locatie Traffic Port in de gemeente Peel en Maas en onder te brengen in een nieuw te bouwen warehouse op de naastgelegen uitbreidingslocatie. Het betreft een zichtlocatie langs de A67. Op het bestaande terrein Traffic Port is daarvoor niet genoeg ruimte beschikbaar en elders binnen Greenport Venlo zijn geen passende bedrijfskavels beschikbaar. Vandaar dat TPOG BV, ontwikkelaar van Traffic Port, de braakliggende agrarische 1 percelen tussen Traffic Port en het bedrijventerrein Trade Port West-Oost heeft aangekocht van DCGV , waarop het nieuwe warehouse wordt gebouwd. Dat gebeurt in het plangebied zoals aangegeven in figuur 1. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 6,5 hectare. Figuur 1: Ligging uitbreidingslocatie van Traffic Port
Vormvrije m.e.r-beoordeling De voorgenomen activiteit is niet m.e.r.-plichtig, omdat die niet valt binnen kolom 1 van onderdeel C van de Bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Hoewel de activiteit wel valt binnen kolom 1 van onderdeel D van de Bijlage bij het besluit milieueffectrapportage (categorie D 11.3, "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein") geldt voor de voorgenomen activiteit een m.e.r.-beoordelingsplicht, omdat het hier om een oppervlak handelt van 6,5 hectare, dat ruimschoots onder de drempelwaarde van 75 hectare valt zoals opgenomen in kolom 2 van categorie D 11.3. Voor deze partiële herziening van het bestemmingsplan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk, omdat op voorhand niet valt uit te sluiten dat met deze planontwikkeling belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Deze beoordeling dient te worden verricht aan de hand van selectiecriteria zoals opgenomen in bijlage III van de Europese Richtlijn m.e.r. 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten' (2014/52/EU). Aanmeldingsnotitie In een aanmeldingsnotitie worden de resultaten van de m.e.r.-beoordeling beschreven. De structuur van de aanmeldingsnotitie is vormvrij, maar dient in te gaan op een aantal vastgestelde selectiecriteria.
Op basis daarvan kan het bevoegd gezag besluiten of er sprake is van dusdanig belangrijke nadelige gevolgen voor het 1
Development Company Greenport Venlo, het ontwikkelbedrijf voor Greenport Venlo/Klavertje 4-gebied
4
milieu, dat het opstellen van een milieueffectrapport (MER) en het doorlopen van een m.e.r.-procedure alsnog noodzakelijk is. De achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.procedure nodig is. De aanmeldingsnotitie dient de volgende selectiecriteria te behandelen zoals opgenomen in bijlage III van de Europese Richtlijn m.e.r. 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten' (2014/52/EU). 1.
Kenmerken van de activiteit; a. de omvang en het ontwerp van het gehele project; b. de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; c. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; d. de productie van afvalstoffen; e. verontreiniging en hinder; f. het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; g. de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling).
2.
Plaats waar de activiteit wordt verricht: a. het bestaande en goedgekeurde landgebruik; b. de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan; c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: i. wetlands, oeverformaties, riviermondingen; ii. kustgebieden en het mariene milieu; iii. berg- en bosgebieden; iv. natuurreservaten en -parken; v. gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; vi. gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als nietnagekomen; vii. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; viii. landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
3.
Soort en kenmerken van de gevolgen van de activiteit. a. de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); b. de aard van het effect; c. het grensoverschrijdend karakter van het effect; d. de intensiteit en de complexiteit van het effect; e. de waarschijnlijkheid van het effect; f. de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; g. de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; h. de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
5
Te nemen besluit De aanmeldingsnotitie leidt uiteindelijk tot een besluit, waarbij wordt geconcludeerd: 1. dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten, waardoor geen MER en het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk is; óf: 2. dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet zijn uitgesloten, waardoor een MER en het doorlopen van een m.e.r.-procedure alsnog noodzakelijk is. Bevoegd gezag Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd dit besluit te nemen. Procedure De besluitvormingsprocedure dient te volgende stappen te doorlopen. 1. Als eerste stap in de procedure stelt de initiatiefnemer, in dit geval TPOG BV, de aanmeldingsnotitie op en dient die notitie in bij het college van burgemeester en wethouders. 2. Binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie beoordeelt en besluit het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie of een MER al dan niet moet worden opgesteld conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer. Dit besluit dient te zijn genomen voordat het ontwerp bestemmingsplan in procedure gaat. 3. Vervolgens brengt het college het genomen besluit schriftelijk ter kennis aan de initiatiefnemer. Het is een mededeling en het besluit hoeft niet ter inzage te worden gelegd of te worden gepubliceerd in de Staatscourant. Het besluit is op zichzelf niet vatbaar voor bezwaar en beroep. 4.
Het besluit en de daaraan ten grondslag liggende motivering dienen tenslotte te worden verwerkt in de toelichting van het (ontwerp) bestemmingsplan.
6
2.
BESCHRIJVING ACTIVITEIT Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie en de voorgenomen activiteit in het plangebied. Huidige situatie Het plangebied is gelegen aan de Olivier van Noortweg in de kern Maasbree van de gemeente Peel en Maas. Het plangebied was in het verleden gereserveerd voor een nieuwe aansluiting van de Greenportlane op de A67, maar een aantal jaar geleden is besloten om deze aansluiting niet te bouwen. Daarna heeft het plangebied deels gediend als oefengebied voor hulpdiensten en deels als bomenkwekerij. De laatste jaren was er geen gebruiker meer en werd het braakliggend terrein onderhouden als grasland. Er is geen bebouwing aanwezig. Het plangebied ligt volledig ingesloten door diverse werklandschappen (zie figuur 2). Aan de oostzijde ligt het Venlose bedrijventerrein Trade Port West-Oost. Aan de westzijde ligt Traffic Port, aan de noordzijde Klaver 8 en het toekomstige Klaver 7 en te zuiden van het plangebied bevinden zich de A67 en het glastuinbouwgebied Siberië. Figuur 2: Plangebied ligt ingesloten tussen diverse werklandschappen
Het plangebied is goed bereikbaar via het hoofdwegennet. Enerzijds is het terrein ontsloten via het autosnelwegennet, zowel via de A67 als A73, en anderzijds via de daarop aantakkende provincale wegen N556 (Eindhovenseweg) en N295 (Greenportlane) alsmede via het wegennet van Trade Port West-Oost. Toekomstige situatie De voorgenomen ontwikkeling is om het plangebied (6,5 ha) te gaan gebruiken als nieuw bedrijventerrein, vergelijkbaar met de omliggende percelen. Daarmee krijgt de lege plek in de lintbebouwing langs de A67 ook een bedrijfsmatige, logistieke, invulling. De ontwikkeling kan pas plaatsvinden onder de voorwaarde dat de luchtvaartactiviteiten op het naastgelegen terrein 'Traffic Port' zijn definitief beëindigd.
7
In het plangebied wordt dan een XXL-warehouse gebouwd. Het bebouwingspercentage van het plangebied bedraagt 80%. De ruimte rondom het warehouse wordt gebruikt voor de interne ontsluitingsstructuur, waterinfiltratie, brandblusvoorzieningen en groenvoorzieningen. Parkeren gebeurt op het parkeerdek, dat constructief deel uitmaakt van het gebouw. Via de Olivier van Noortweg, gelegen op Traffic Port, vindt namelijk de ontsluiting van het plangebied plaats. Ook een gedeelte van de laad- en losruimte bij de laaddocks bevindt zich op Traffic Port. Dit past binnen de vigerende bestemming 'Gemengd' van het bestemmingsplan Traffic Port (2011). Figuur 3 geeft een globale impressie van de toekomstige inrichting van het plangebied. Figuur 3: Impressie van de toekomstige inrichting van het plangebied
8
3.
BEOORDELING MILIEUEFFECTEN In deze paragraaf wordt op basis van de selectiecriteria de vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Daarbij wordt deels gebruik gemaakt van de onderzoeken die zijn uitgevoerd vanwege het nieuwe bestemmingsplan.
4.1 Kenmerken van de activiteit In deze paragraaf worden de volgende criteria beoordeeld: a. de omvang en het ontwerp van het gehele project; b. de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; c. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; d. de productie van afvalstoffen; e. verontreiniging en hinder; f. het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; g. de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). Omvang en ontwerp project Het plangebied is thans een braakliggende kavel, gelegen tussen andere logistieke bedrijfsterreinen en de A67. Het plangebied heeft een oppervlakte van 6,5 hectare. Daarvan mag 80% worden bebouwd ten behoeve van een (te compartimenteren) warehouse. De maximale hoogte van het gebouw mag 15 meter bedragen. De resterende 20% is buitenterrein, dat wordt ingericht voor parkeren, de interne ontsluitingsstructuur, water- en groenvoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de bestaande Olivier van Noortweg op Traffic Port. Figuur 3 geeft een impressie van de voorgenomen inrichting van deze bedrijfskavel.
Cumulatie met andere projecten Er zijn geen andere projecten in de omgeving waarmee een cumulatief effect optreedt. Gebruik natuurlijke hulpbronnen Voor de exploitatie van de voorgenomen activiteit wordt geen gebruik wordt gemaakt van zoveel mogelijk natuurlijke hulpbronnen. Zo worden op het dak van het warehouse zonnepanelen geplaatst voor de productie van zonne-energie dat aangewend wordt voor diverse bedrijfsdoeleinden. Warmtepompen zorgen op een milieuvriendelijke wijze voor de klimaatbeheersing in het gebouw. Productie van afvalstoffen De activiteit produceert geen afvalstoffen, behoudens het reguliere afval bij bedrijfsactiviteiten. In dat geval dient te worden voldaan aan de daarvoor geldende milieuwetgeving. Verontreiniging en hinder De activiteit vindt buiten het stedelijk gebied plaats, op een braakliggende kavel omringd door andere bedrijfsterreinen en de A67. De activiteit dient te allen tijde te voldoen aan de vigerende wet- en regelgeving, ook op gebied van milieu. Dit betekent dat de voorgenomen activiteit niet de geldende milieunormen en waarden mag overschrijden, waardoor geen belangrijke negatieve effecten optreden ten aanzien van de criteria verontreiniging en hinder.
Specifiek voor de voorgenomen ontwikkeling zijn in het kader van de bestemmingsplanwijziging een groot aantal milieuonderzoeken uitgevoerd waaruit blijkt dat geen verontreinigingen en of zwaarwegende hindereffecten optreden. De belangrijkste conclusies daarvan luiden als volgt.
9
Verontreiniging • Bodem: de huidige bodemkwaliteit levert geen belemmering op voor de voorgenomen activiteit. • Water: er wordt op een duurzame wijze met water omgegaan. Hemelwater wordt opgevangen en geïnfiltreerd op eigen terrein door middel van een wadi. Afvalwater wordt afgevoerd via de riolering. Hinder • Milieuzonering: er wordt voldaan aan de geldende richtafstanden uit de VNG-brochure 'Handreiking bedrijven en milieuzonering'. Het woon- en leefklimaat in de omgeving wordt niet negatief beïnvloed door de voorgenomen activiteit. • Geluid: er is geen sprake van een toevoeging van een geluidsgevoelige activiteit. Burger- en bedrijfswoningen liggen op ruime afstand van het plangebied. Ook de extra verkeersaantrekkende werking door de voorgenomen activiteit leidt niet tot extra wegverkeerslawaai, omdat dit verkeer wordt afgewikkeld via het wegennet op Trade Port West, de provinciale weg N556 en de A67. • Luchtkwaliteit: het luchtkwaliteitsonderzoek heeft uitgewezen dat de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. • Externe veiligheid: in het plangebied wordt niet gewerkt met opslag, bewerking of vervoer van dergelijke gevaarlijke stoffen. Daarnaast staat vast dat het plangebied niet in het invloedsgebied ligt van een risicovolle inrichting of van vervoer van gevaarlijke stoffen.
Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico vormen beide geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. • Flora en fauna: er treden geen nadelige effecten op voor beschermde flora- en faunasoorten. Het plangebied ligt ook niet in of nabij beschermde natuurgebieden. Onderzoek wijst uit dat stikstofdepositie vanwege de voorgenomen activiteit geen nadelig effect heeft op de Natura2000gebieden. Risico zware ongevallen Er is geen sprake van een risicovolle activiteit, die leidt tot zware ongevallen. Anderzijds ligt het plangebied ook buiten de risicocontouren van vervoer gevaarlijke stoffen of inrichtingen waar met gevaarlijk stoffen wordt gewerkt, waardoor zware ongevallen in het plangebied vanwege externe invloeden zijn uit te sluiten. Risico's menselijke gezondheid De voorgenomen activiteit leidt niet tot risico's voor de menselijke gezondheid. De luchtkwaliteit wordt niet in betekenende mate beïnvloed door de voorgenomen activiteit.
4.2 Plaats van de activiteit In deze paragraaf worden de volgende criteria beoordeeld: a. het bestaande en goedgekeurde landgebruik; b. de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan; c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: i. wetlands, oeverformaties, riviermondingen; ii. kustgebieden en het mariene milieu; iii. berg- en bosgebieden; iv. natuurreservaten en -parken; v. gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; vi. gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als nietnagekomen; vii. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; viii. landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
10
Landgebruik in het plangebied Voor het huidige en toekomstige grondgebruik wordt verwezen naar de beschrijving in hoofdstuk 2. Natuurlijke hulpbronnen in het gebied De locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen, het grondgebruik is grasland. Opnamevermogen natuurlijke milieu Het plangebied ligt niet in of nabij een beschermd natuurgebied, een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, waterbergings- of drinkwaterwinningsgebied, noch gebieden die zijn beschermd op basis van landschappelijke, archeologische of cultuurhistorische waarden. 4.3 Soort en kenmerken van de gevolgen van de activiteit In deze paragraaf worden de volgende criteria beoordeeld: a. de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); b. de aard van het effect; c. het grensoverschrijdend karakter van het effect; d. de intensiteit en de complexiteit van het effect; e. de waarschijnlijkheid van het effect; f. de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; g. de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; h. de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen Bereik effecten Er is geen sprake van negatieve effecten die ver buiten het plangebied reiken.
Vanuit milieuzonering geldt een maximale hindereffect-afstand van 50 meter vanaf de grens van het plangebied, met name veroorzaakt door geluidseffecten. Binnen deze afstand bevinden zich geen gevoelige functies. De dichtstbijzijnde (bedrijfs)woning bevindt zich op 350 meter afstand, de dichtstbijzijnde 'goudgroene natuurzone' (voorheen EHS) op 1,2 kilometer, de Natura2000-gebieden 'Maasduinen' en 'Deurnse Peel en Mariapeel' op 9 kilometer. Aard effecten De activiteit is dermate kleinschalig dat geen nadelige effecten optreden op het heersende woon- en leefklimaat, noch op beschermde natuurwaarden of andersoortige gevoelige en/of beschermde gebieden. Grensoverschrijdende effecten Er treedt geen grensoverschrijdend effect op. Intensiteit en complexiteit effecten Er treden geen nadelige omgevingseffecten op die te kenmerken zijn als intensief en/of complex. Waarschijnlijkheid effecten Er zijn diverse onderzoeken verricht, waarbij de aard en omvang van de effecten zoveel mogelijk zijn berekend met hulp van gevalideerde en geaccepteerde prognosemodellen. Tijdsduur en frequentie effecten Alle effecten hebben een permanent karakter. Voor een aantal effecten is ook het tijdelijk effect berekend. Cumulatie van effecten Er treedt geen cumulatie van effecten op.
Vermindering effecten De optredende effecten zijn beperkt qua aard en omvang en niet zodanig dat de noodzaak bestaat om mitigerende en/of compenserende maatregelen te treffen.
11
4.
EINDBEOORDELING Op basis van de uitgevoerde beoordeling en rekening houdend met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat, rekening houdend met: 1. de kenmerken van de activiteit; 2. de plaats van de activiteit; en 3. het soort en de kenmerken van de gevolgen van de activiteit; er sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die beduidend kleinschaliger is. Bij dit planvoornemen zijn de milieueffecten niet zodanig dat normen worden overschreden. De vormvrije m.e.r.-beoordeling wijst uit dat de potentiële milieueffecten van de voorgenomen activiteit, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het planvoornemen, dusdanig beperkt van aard en omvang zijn dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten, waardoor de noodzaak van het opstellen van een MER en het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet aan de orde zijn. Indien het college van burgemeester en wethouders de resultaten van deze m.e.r.-beoordeling onderschrijven, kan het college een gemeentelijk besluit nemen waarin staat opgenomen dat voor de verdere planvorming ten behoeve van 'Uitbreiding Traffic Port' geen milieueffectrapportage wordt vereist en kan worden afgezien van het doorlopen van een m.e.r.-procedure.
12