2021-057 20 BIJLAGE Bodemonderzoek deellocatie B HMB.pdf
Tekst van het document
VERKENNEND (WATER)BODEMONDERZOEK ‘Klaver 8’ (projectgebied ‘Klavertje 4’) Maasbree (deellocatie B) kenmerk HMB B.V.: 20269901A-2
VERKENNEND (WATER)BODEMONDERZOEK ‘Klaver 8’ (projectgebied ‘Klavertje 4’) Maasbree (deellocatie B) kenmerk HMB B.V.: 20269901A-2
opdrachtgever:
Heijmans Infra B.V. te Rosmalen
datum rapport:
10 juni 2020
kenmerk:
20269901A-2 (deellocatie B)
status:
Defintief
uitgevoerd door:
HMB B.V.
projectleider:
Gido van Lier | g.vanlier@hmbgroep.nl
rapporteur:
Gido van Lier
autorisatie:
Wilfred van der Sterren
HMB B.V. | Voltaweg 8 | 5993 SE Maasbree | 077-4652808 | info@hmbgroep.nl | www.hmbgroep.nl
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ....................................................................................................... 4 1
INLEIDING ......................................................................................................... 6
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................... 7 2.1 Werkwijze .................................................................................................. 7 2.2 Resultaten vooronderzoek ............................................................................ 7 2.2.1 Onderzoekslocatie ............................................................................. 7 2.2.2 Omgeving ........................................................................................ 9 2.3 Hypothese en onderzoeksopzet ................................................................... 10
3
VELDONDERZOEK .............................................................................................. 12 3.1 Uitvoering ................................................................................................ 12 3.2 Resultaten ............................................................................................... 12
4
LABORATORIUMONDERZOEK .............................................................................. 15 4.1 Uitvoering ................................................................................................ 15 4.2 Analyseresultaten bodem en grondwater ...................................................... 15 4.3 Analyseresultaten waterbodem ................................................................... 18 4.4 Analyseresultaten halfverharding ................................................................ 19
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................... 20 5.1 Conclusies ............................................................................................... 20 5.2 Aanbevelingen .......................................................................................... 20
BIJLAGEN 1 | Omgevingsrapportage 2 | Boorprofielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk 3 | Analysecertificaten 4 | Toetsing analyseresultaten grond en grondwater 5 | Toetsing analyseresultaten waterbodem 6 | Toetsing analyseresultaten bouwstof 7 | Achtergrondinformatie 8 | Kadastrale tekening en situatietekening 9 | Historische kaarten en Luchtfoto’s 10 |
Tijdelijk Handelingskader PFAS
11 |
Toetsingskader waterbodem
12 |
Stappenplan voor verspreiding van baggerspecie op land
Verkennend (water)bodemonderzoek
SAMENVATTING1 In mei 2020 is een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie betreft een toekomstige uitbreiding van het bedrijventerrein ‘Klavertje 4’, te weten klaver 8. Klaver 8 is gelegen ten noorden van de Olivier van Noortweg en ten westen van de Vasco da Gamaweg. Klaver 8 is onderverdeeld in twee delen te weten: - Deellocatie A, kadastraal perceel S 491: 11.315 m²; - Deellocatie B, overige percelen: 57.646 m²; Onderhavige rapportage heeft betrekking op deellocatie B. Het andere deel (deellocatie A) is beschreven in een separate rapportage (kenmerk: 20266901A-1, d.d. 10 juni 2020). Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek betreft de verkoop van de locatie en de voorgenomen herontwikkeling c.q. de uitbreiding van het bedrijventerrein ‘Klavertje 4’. In tabel 1 zijn de uitvoering en de resultaten van het onderzoek schematisch weergegeven. Tabel 1
Onderzoeksopzet, resultaten voor- en bodemonderzoek
Onderzoeksopzet Werkwijze vooronderzoek
NEN 5725, aanleiding A en NEN 5717 (waterbodem)
Strategie bodemonderzoek
NEN 5740, onverdachte locatie en NEN 5720, lijnvormige watergangen
Vooronderzoek Oppervlakte onderzoekslocatie
57.646 m²
Gebruik locatie
Agrarisch gebied
Bijzonderheden
Ter plaatse van het oostelijke deel van de locatie is een watergang aanwezig en op het zuidelijke deel is een puinverharding aanwezig.
Bodemonderzoek Bodemopbouw tot 3,5 m-mv
Zand, matig fijn, zwak siltig
Grondwaterstand
1,8 m-mv
Bijmengingen of bijzonderheden
In de bodem zijn geen bijzonderheden en/of bijmengingen aangetroffen. Ter plaatse van de watergang is een sliblaag variërend van 20 tot 50 centimeter aangetroffen. De puinverharding heeft een gemiddelde dikte van 20 centimeter.
Eindconclusie Grond en grondwater Op basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie (deellocatie B) onverdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. De opzet van het bodemonderzoek is gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL). Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' geen stand houdt. Plaatselijk worden in de grond licht verhoogde gehalten met PCB aangetroffen. Voor het overige zijn in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond. In de grond zijn geen verhoogde gehalten PFAS aangetoond boven de landbouw / natuur norm.
1
Voor een juiste interpretatie van de uitvoering en resultaten van het onderzoek dient de gehele rapportage te worden gelezen
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
4
Verkennend (water)bodemonderzoek
Getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit wordt alle grond beoordeeld als klasse ‘Altijd toepasbaar’. Het grondwater is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen. Het aantreffen van verhoogde gehalten metalen is een bekend verschijnsel in de provincie Limburg, derhalve kan gesteld worden dat de verontreiniging in het grondwater verhoogde achtergrondgehalten betreft. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen verkoop en herontwikkeling. Waterbodem Ter plaatse van de afwateringssloot is een sliblaag met een dikte variërend van 20 tot 50 centimeter aanwezig. In het slib zijn licht verhoogde gehalten met cadmium, nikkel en zink aangetroffen. Indicatief wordt het slib beoordeeld als klasse ‘B’ voor waterbodem en klasse ‘industrie’ voor landbodem conform het Besluit bodemkwaliteit. Getoetst aan de regeling voor MSPAF is het slib verspreidbaar op naastgelegen perceel. In de waterbodem zijn geen verhoogde gehalten PFAS aangetoond boven de landbouw / natuur norm. Halfverharding Ter plaatse van het aan de zuidzijde gelegen puinpad is een puinlaag aangetroffen tot circa 0,2 m-mv. Conform de uitgevoerde toetsing is het puin geschikt voor hergebruik als niet-vormgegeven bouwstof. Zowel zintuiglijk als analytisch is in het puin geen asbest aangetroffen.
Aanbevelingen De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om nader bodemonderzoek te adviseren. Er dient rekening te worden gehouden met enkele gebruiksbeperkingen ten aanzien van het (freatisch) grondwater. De aanwezigheid van metalen in verhoogde gehalten in het (freatisch) grondwater maakt dit minder geschikt om het op te pompen en te gebruiken voor het besproeien van consumptiegewassen of voor het drenken van vee dan wel voor menselijke consumptie. Het is dan ook aan te bevelen het (freatisch) grondwater niet zelf op te pompen en voor één van de genoemde of daarop gelijkende doelen te gebruiken. Het onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter geen partijkeuring. Bij afvoer van grond van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden.
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
5
Verkennend (water)bodemonderzoek
1
INLEIDING
In opdracht van Heijmans Infra B.V. te Rosmalen is door HMB B.V. in mei 2020 een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie betreft een toekomstige uitbreiding van het bedrijventerrein ‘Klavertje 4’, te weten klaver 8. Klaver 8 is gelegen ten noorden van de Olivier van Noortweg en ten westen van de Vasco da Gamaweg. Klaver 8 is onderverdeeld in twee delen te weten: - Deellocatie A, kadastraal perceel S 491: 11.315 m²; - Deellocatie B, overige percelen: 57.646 m²; Onderhavige rapportage heeft betrekking op deellocatie B. Het andere deel (deellocatie A) is beschreven in een separate rapportage (kenmerk: 20266901A-1, d.d. 10 juni 2020). Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek betreft de verkoop van de locatie en voorgenomen herontwikkeling c.q. de uitbreiding van het bedrijventerrein ‘Klavertje 4’. Normering en verantwoording Voorafgaand aan het veld- en laboratoriumonderzoek is vooronderzoek uitgevoerd volgens de NEN 57252, aanleiding A3 en de NEN 57174. Het aansluitend uitgevoerde bodemonderzoek is gebaseerd op de NEN 57405 en de NEN 58976 en het verkennend waterbodemonderzoek is gebaseerd of de NEN 57207. Doelstelling Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie.
Het doel van het verkennend (water)bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Een nadere uitwerking van deze doelstelling is omschreven in paragraaf 2.3. Indeling rapport In de rapportage worden de wijze van uitvoering en de resultaten van het onderzoek besproken. Op de volgende pagina’s geven wij de resultaten van het vooronderzoek en het veld- en laboratoriumonderzoek weer. Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen. Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen. Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses uitgevoerd worden. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. Een onderzoek heeft over het algemeen een geldigheid van maximaal vijf jaar. De exacte geldigheidstermijn is afhankelijk van het gebruik van de locatie en het bevoegd gezag dat het onderzoek beoordeelt. Tenslotte wordt opgemerkt dat HMB B.V. geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie. 2 3
4
5 6 7
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek Bodem-Waterbodem-Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij een verkennend waterbodemonderzoek NEN 5740, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016 NEN 5897, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, Delft 2015 NEN 5720, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend waterbodemonderzoek, december 2017
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
6
Verkennend (water)bodemonderzoek
2
VOORONDERZOEK
2.1
Werkwijze
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5717 en de NEN 5725. De volgende bronnen zijn geraadpleegd: het Kadaster; de opdrachtgever; de gemeente Peel en Maas; het Bodemloket en Topoptijdreis.nl; de Grondwaterkaart van Nederland en/of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Voor de resultaten van het vooronderzoek wordt verwezen naar de luchtfoto op de voorpagina en de bijlagen 1, 8 en 9. Onder bijlage 1 zijn opgenomen: omgevingsrapportage (gemeente Venlo); Onder bijlage 8 zijn opgenomen: een kadastrale tekening; een situatietekening. Onder bijlage 9 zijn opgenomen: historische kaarten; In paragraaf 2.2 wordt het één en ander verwoord en geïnterpreteerd weergegeven. Daarnaast wordt relevante aanvullende informatie verstrekt. 2.2
Resultaten vooronderzoek
2.2.1 Onderzoekslocatie Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van het plangebied Klaver 8 zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2
Topografische en algemene gegevens locatie
Algemeen Adres onderzoekslocatie
Klaver 8, Maasbree (deellocatie B) Olivier van Noortweg (ong.)
Gemeente
Peel en Maas
Kadastrale aanduiding
Gemeente Maasbree, sectie S en W, perceel S470, S492, S742 en W583
Artikel 55
Ten aanzien van deze percelen zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is
Oppervlakte onderzoekslocatie
57.646 m²
X-coördinaat
202.637
Y-coördinaat
378.563
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
7
Verkennend (water)bodemonderzoek
Huidig gebruik Onderhavige onderzoekslocatie maakt deel uit van het projectgebied ‘Klaver 8’. Het projectgebied ‘Klaver 8’ is gelegen ten noorden van de Olivier van Noortweg en ten westen van de Vasco da Gamaweg. Het betreft deellocatie B met een oppervlakte van 57.646 m². Deellocatie B is momenteel in gebruik voor agrarische doeleinden. Aan de oostzijde, ter plaatse van perceel W583, is een afwateringssloot aanwezig. Ter plaatse van deellocatie B zijn geen verhardingen aanwezig. Wel is aan de zuidzijde een puinpad aanwezig dat wordt gebruikt als oprit voor de akkers. Tijdens de visuele inspectie van de locatie zijn geen bodembedreigende activiteiten aangetroffen. Te denken valt hierbij aan (ondergrondse) brandstoftanks of een relevante opslag van vloeistoffen. In bijlage 8 is een overzichtstekening met de ligging van de sloot en het puinpad opgenomen. Historisch gebruik Op basis van de historische kaarten blijkt dat de onderzoekslocatie tot het jaar 1920 in gebruik is geweest als heidegebied. Na 1920 is het gebied ontgonnen en in gebruik genomen voor agrarische doeleinden. Voor zover bekend is dit gebruik tot op heden onveranderd gebleven. De naastgelegen afwateringssloot dateert uit het jaar 2004. Op basis van luchtfoto’s is ter plaatse van het huidige puinpad tot 2015 geen verharding aanwezig. Het pad bestond destijds uit een zandpad.
Gelet op de luchtfoto’s is de puinverharding in 2016 aangelegd. Bij de opdrachtgever zijn geen gegevens van de aangebrachte puinverharding bekend. Naast het puinpad zijn voor onderhavige onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten bekend. Voor de aanleg van het bedrijventerrein ‘Trade Port West’ zijn in het verleden twee bodemonderzoeken uitgevoerd. Het bedrijventerrein ‘Klaver 8’ is nu een deel van het destijds onderzochte ‘Trade Port West’. Ten behoeve van de uitbreiding/aanleg is in 1999 door Grontmij een oriënterend bodemonderzoek (kenmerk: 32.9086.1, d.d. 20 mei 1999) uitgevoerd. Op basis van het onderzoek zijn lichte verontreinigingen met EOX en minerale olie in de bovengrond aangetroffen. Ter plaatse van de ondergrond zijn ten hoogste lichte verontreinigingen met minerale olie aangetroffen. De verontreinigingen met minerale olie worden vermoedelijk veroorzaakt door de aanwezige humuszuren in de grond. Tevens worden in het grondwater sterke tot lichte verontreinigingen met zware metalen (voornamelijk zink) aangetroffen. De verhogingen van zware metalen in grondwater is in de regio een bekend verschijnsel en worden derhalve toegeschreven aan van nature verhoogde achtergrondconcentraties. Vervolgens is in 2006 door DHV opnieuw een oriënterend bodemonderzoek (kenmerk: BV/20881, d.d. 12 juli 2006) uitgevoerd.
Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat er in de bovengrond geen verontreinigingen aanwezig zijn. In de ondergrond worden verhoogde gehalten van EOX aangetroffen. Het grondwater is zoals bekend uit eerder onderzoek sterk tot licht verontreinigd met zware metalen. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken wordt ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie geen noemenswaardige bodemverontreiniging verwacht. Het grondwater is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen. Vanwege het feit dat dit van nature verhoogde achtergrondconcentraties betreffen geeft dit geen aanleiding de strategie van het onderzoek aan te passen.
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
8
Verkennend (water)bodemonderzoek
Toekomstig gebruik Het voornemen is ter plaatse van de onderzoekslocatie het bedrijventerrein ‘Klaver 8’ realiseren.
te
Asbest Tijdens de visuele inspectie van het projectgebied is expliciet gelet op het voorkomen van asbestverdachte materialen op het maaiveld. Deze zijn niet aangetroffen. Uit de inspectie blijkt wel dat ter plaatse van het zuidelijke terreindeel een puinpad aanwezig is. Puin is verdacht op het voorkomen van asbest. Er zijn naast het puin geen aanwijzingen verkregen voor de aanwezigheid van asbest in de bodem van de locatie. PFAS en GENX Naar aanleiding van het tijdelijk handelingskader PFAS is beoordeeld of er mogelijke bronnen voor verontreinigingen met PFAS en / of GENX zijn te verwachten. Dit bleek niet het geval. Waterbodem Ter plaatse van de oostzijde van het perceel, het kadastraal perceel W583, is een afwateringssloot aanwezig. De sloot heeft een breedte van circa 5 meter over een lengte van 250 meter. Gelet op het gebruik (afwatering) en de omvang van de sloot wordt verwacht dat er een sliblaag in de sloot aanwezig zal zijn. 2.2.2 Omgeving Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot een afstand van maximaal 25 meter. Gebruik De omgeving maakt deel uit van een bedrijfsterrein ‘Trade Port West’. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. Bodembedreigende activiteiten en bodeminformatie Ten westen van onderhavige onderzoekslocatie ligt het perceel Maasbree S 491 (deellocatie A).
Ter plaatse van het perceel is in februari 2020 een vooronderzoek uitgevoerd. Op basis van het vooronderzoek blijkt dat het perceel in gebruik is geweest (2010 – 2020) als opslagterrein en racebaan voor quads en landrovers. De locatie wordt als verdacht aangemerkt voor bodemverontreiniging. Gelet op de resultaten van het bodemonderzoek van deellocatie A (HMB B.V., kenmerk: 20266901A-1, 10 juni 2020) wordt ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie geen noemenswaardige bodemverontreiniging verwacht. Van de overige omgeving zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten. Tevens zijn geen relevante bodemonderzoeken en / of bodemsaneringen bekend. Bodemopbouw en geohydrologie Ten behoeve van de bodemopbouw en geohydrologische situatie is DINOloket geraadpleegd. Regionaal bestaat de bodem tot een diepte van circa 10 m-mv uit fijn zand met plaatselijk leemlagen. Vanaf ongeveer 10 m-mv tot circa 16 m-mv bestaat de bodem uit grof zand en grind. Onder deze bodemlaag bevindt zich een kleilaag. De regionale grondwaterstroming is oostelijk gericht. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermings- of grondwaterwingebied.
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
9
Verkennend (water)bodemonderzoek
Achtergrondgehalten De gemeente Peel en Maas beschikt over een bodemkwaliteitskaart. De kwaliteitskaart is onderdeel van de Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029. De locatie ligt in het buitengebied van Maasbree. Ter plaatse van het buitengebied wordt zowel de boven- als ondergrond ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse landbouw / natuur. 2.3
Hypothese en onderzoeksopzet
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt niet verwacht dat op de locatie sprake zal zijn van aanwezigheid van bodemverontreiniging. Het verkennend bodemonderzoek en verkennend waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5720, de NEN 5740 en de NEN 5897. In tabel 3 zijn de te onderscheiden deellocaties beschreven. Tabel 3
Te onderscheiden deellocaties
DL
Omschrijving
V/O
Verwachte stoffen
Oppervlakte
B
Deellocatie B
O
-
57.646 m²
B
Watergang
O
-
1.250 m² (5 x 250 meter)
B
Puinpad
V
Asbest
100 m²
DL
=
deellocatie
Het doel van het verkennend bodemonderzoek is aan te tonen dat op de onderzoekslocatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond in gehalten boven de achtergrondwaarden. Het doel van het asbestonderzoek ten aanzien van het puinpad is om aan te tonen of er sprake is van een verontreiniging met asbest. Het pad wordt onderzocht conform de strategie ‘halfverharding’ uit de NEN 5897. Op basis van de resultaten van het waterbodemonderzoek kan een uitspraak gedaan worden over de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem. Conform de NEN 5720 wordt de sloot onderzocht met de strategie ‘lintvormig, overig water, normale onderzoeksinspanning’. In de tabellen 4, 5 en 6 zijn de gehanteerde onderzoeksstrategie en de daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden per deellocatie schematisch weergegeven.
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
10
Verkennend (water)bodemonderzoek
Tabel 4
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie B
B – Deellocatie B Onderzoeksstrategie grootschalig onverdacht, niet lijnvormige locatie conform de NEN 5740 (ONV-GR-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m-mv
grondwater
peilbuis1
25
7
7
Grond
Grondwater1
7
7
standaardpakket bodem8
standaardpakket grondwater9
4 PFAS wanneer de grondwaterstand zich dieper dan 5 m-mv bevindt, worden geen peilbuizen geplaatst
1
Tabel 5
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek watergang
B – Watergang Onderzoeksstrategie ‘lintvormig, overig water, normale onderzoeksinspanning’ conform de NEN 5720
Tabel 6
Lengte
Veldonderzoek Aantal boringen / steken
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
250 m
10
1 x standaardpakket waterbodem C en PFAS
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek puinpad
B – Puinpad Indicatief onderzoek halfverhardingslagen (NEN 5897) Veldonderzoek
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters per deellocatie
Aantal proefgaten met boring 0,5 m-fundering
Puin
Bodem
4
1*
1
indicatief bouwstoffenpakket
standaardpakket bodem
1 asbest in puin (fijne fractie <20mm) *
=
uitgaande van 1 verdachte laag van maximaal 50 cm dikte
Aanvullend onderzoek naar asbest in de bodem wordt, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, op voorhand niet noodzakelijk geacht. De locatie is ten aanzien van asbest als onverdacht te beschouwen.
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7). Bij enkele representatieve (meng)monsters wordt tevens het lutum- en organische stofgehalte bepaald 9 Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC) 8
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
11
Verkennend (water)bodemonderzoek
3
VELDONDERZOEK
3.1
Uitvoering
Het veldonderzoek voor het verkennend (bodem)onderzoek en het asbestonderzoek is uitgevoerd door gecertificeerde personen van HMB B.V. (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKBprocescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de protocollen 200110, 200211 en 201812. Op 18 en 20 mei 2020 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in hoofdstuk 2. De verrichte boringen zijn gecodeerd als: nummer B01 t/m B39 voor het agrarisch gebied; nummer C01 t/m C04 voor de puinverharding; Het grondwater is bemonsterd op 28 mei 2020. Gelijktijdig zijn per peilbuis de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 8). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 7. Het veldonderzoek voor het verkennend waterbodemonderzoek is uitgevoerd door een gecertificeerde persoon van PJ Milieu B.V. (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en protocol 200313. Het veldwerk is op 19 mei 2020 uitgevoerd conform de in paragraaf 2.3 beschreven onderzoeksopzet.
De verrichte boringen / steken ten aanzien van de watergang zijn gecodeerd vanaf nummer 01 t/m 10. De situering van de boringen / steken is aangegeven op de situatietekening in bijlage 8. Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 7. 3.2
Resultaten
Maaiveldinspectie Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. Ter plaatse van het maaiveld van het onverharde terreindeel en het puinpad wordt de inspectie-efficiëntie geschat op 90 à 100%. Bodemopbouw In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 7 omschreven. Tabel 7
Globale bodemopbouw onderzoekslocatie
Traject (m-mv)
Lithologische beschrijving
Deellocatie B 0,0 – 3,5
10
11 12 13
Zand, matig fijn, zwak siltig
Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
12
Verkennend (water)bodemonderzoek
Tabel 7
Globale bodemopbouw onderzoekslocatie (vervolg)
Traject (m-mv)
Lithologische beschrijving
Watergang 0,0 – 1,0
Water
1,0 – 1,3
Sliblaag
1,3 – 1,7
Zand, matig fijn, zwak siltig
Puinpad 0,0 – 0,2 0,2– 0,7 m-mv
=
Puingranulaat Zand, matig fijn, zwak siltig meter minus maaiveld
Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn in de bodem geen bodemvreemde bijmengingen en/of bijzonderheden aangetroffen. Ter plaatse van de watergang is een sliblaag aangetroffen. De sliblaag heeft een dikte variërend van 20 tot 50 centimeter. Bij het puinpad is een puinlaag aangetroffen met een dikte van 20 centimeter. Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 8 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 8
Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
B01
28 mei 2020
1,54
4,6
217
5,75
B02
28 mei 2020
1,71
4,5
440
8,08
B03
28 mei 2020
1,80
4,7
553
7,02
B04
28 mei 2020
1,27
4,9
421
115
B05
28 mei 2020
2,04
4,4
553
4,49
B06
28 mei 2020
1,68
4,6
248
8,72
B07
28 mei 2020
2,03
4,2
504
9,18
De in tabel 8 genoemde waarden aan zuurgraad, geleidbaarheid en troebelheid, met uitzondering van de troebelheid in peilbuis B04, kunnen als normaal beschouwd worden. De troebelheid van het grondwater in peilbuis B04 is relatief hoog en hoger dan 10 NTU. Ondanks goed voorpompen en een laag afpompdebiet is geen helder watermonster verkregen. Dit kan van invloed zijn op het analyseresultaat. Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 9 zijn de zintuiglijke waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven.
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
13
Verkennend (water)bodemonderzoek
Tabel 9 Peilbuis
Zintuiglijke waarnemingen grondwater Bijzonderheden
Goed-/slechtlopend
Belucht
B01
Geen
Goedlopend
Nee
B02
Geen
Goedlopend
Nee
B03
Geen
Goedlopend
Nee
B04
Geen
Goedlopend
Nee
B05
Geen
Goedlopend
Nee
B06
Geen
Goedlopend
Nee
B07
Geen
Goedlopend
Nee
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
14
Verkennend (water)bodemonderzoek
4
LABORATORIUMONDERZOEK
4.1
Uitvoering
De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie hoofdstuk 2). In tabel 10 zijn de monsteromschrijvingen en de stoffen waarop de betreffende monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 10
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters (vervolg)
Monstecode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
Deellocatie B MMB-1
B01, B02, B08, B10, B15, B16, B17, B20, B21
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem14, PFAS, lutum en organische stof
MMB-2
B03, B12, B28, B29, B30, B34, B35
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MMB-3
B06, B07, B13, B14, B31, B32, B33, B37, B38
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
MMB-4
B04, B05, B09, B11, B18, B23, B24, B27, B39
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MMB-5
B01, B02, B03, B10
0,5 – 1,0
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
MMB-6
B04, B06, B11, B13
0,5 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MMB-7
B05, B07, B09, B14
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
B01-1-1
B01
0,5 – 1,2 2,5 – 3,5
B02-1-1
B02
2,5 – 3,5
Standaardpakket grondwater
B03-1-1
B03
2,5 – 3,5
Standaardpakket grondwater
B04-1-1
B04
2,5 – 3,5
Standaardpakket grondwater
B05-1-1
B05
2,5 – 3,5
Standaardpakket grondwater
B06-1-1
B06
2,5 – 3,5
Standaardpakket grondwater
B07-1-1
B07
2,5 – 3,5
Standaardpakket grondwater
01 t/m 10
1,0 – 1,5
Waterbodempakket C1: Zoet oppervlakte water en PFAS
ASBP-1
C01 t/m C04
0,0 – 0,2
Asbest in puin (fijne fractie <20 mm)
UIT-1
C01 t/m C04
0,0 – 0,2
Samenstelling en uitloging bouwstoffen indicatief
MMC-1
C01 t/m C04
0,2 – 0,7
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
Standaardpakket grondwater15
Watergang WB-1 Puinpad
MM *
4.2
= =
mengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven
Analyseresultaten bodem en grondwater
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. 14
15
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7) Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC)
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
15
Verkennend (water)bodemonderzoek
De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond-/streef16- en interventiewaarden. Informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7. De analyseresultaten van de grond zijn ook indicatief17 getoetst volgens het Besluit18 en de Regeling19 bodemkwaliteit. Deze toetsing geeft een indicatie van toepassingsmogelijkheden zodra grond wordt afgevoerd. De toetsing doet geen uitspraak over de (gezondheids)risico’s bij het gebruik van de grond. In onderstaande tabellen is het resultaat van de toetsing verwoord20 opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater. Tabel 11
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode
Boringen
Grondsoort*
Bijmengingen**
Resultaat toetsing***
Klasseindeling****
MMB-1
B01, B02, B08, B10, B15, B16, B17, B20, B21
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
MMB-2
B03, B12, B28, B29, B30, B34, B35
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
MMB-3
B06, B07, B13, B14, B31, B32, B33, B37, B38
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
MMB-4
B04, B05, B09, B11, B18, B23, B24, B27, B39
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
MMB-5
B01, B02, B03, B10
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
MMB-6
B04, B06, B11, B13
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
MMB-7
B05, B07, B09, B14
Zand
-
Licht: PCB(0,0066)
Altijd toepasbaar
C01 t/m C04
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
Deellocatie B
Puinpad MMC-1 MM * ** ***
****
= = = = = =
Tabel 12
mengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit met het oog op afvoer en hergebruik van grond
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Monstercode
16
17
18 19
Peilbuis
Resultaat toetsing*
Het betreffen de door de gemeente vastgestelde locatiespecifieke achtergrondwaarden (zie bodemkwaliteitskaart) en/of de landelijk vastgestelde generieke waarden (AW2000) Mogelijke klassen zijn: ‘Altijd toepasbaar’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Niet toepasbaar’ en ‘Nooit toepasbaar’ Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing
20
niet verhoogd: het gehalte overschrijft de achtergrond-/streefwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ‘parameters * factor 0,7’ kunnen als ‘niet verhoogd’ worden beschouwd, indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrond-/streefwaarde, maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard, mate, omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
16
Verkennend (water)bodemonderzoek
B01-1-1
B01
Licht: koper(39)
B02-1-1
B02
Matig: nikkel(48) Licht: cadmium(0,5), zink(100)
B03-1-1
B03
Licht: barium(210), cadmium(0,51), zink(110)
B04-1-1
B04
Licht: barium(220), nikkel(29)
B05-1-1
B05
Sterk: nikkel(170) Matig: kobalt(61) Licht: cadmium(1,9), koper(19), zink(340)
B06-1-1
B06
Licht: nikkel(33), zink(72)
B07-1-1
B07
Matig: nikkel(73) Licht: cadmium(1,4), kobalt(40), zink(130)
= =
*
-
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalten in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden
PFAS In het tijdelijk handelingskader PFAS zijn voorlopige toepassingsnormen geïntroduceerd voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Hierbij dient opgemerkt te worden dat tot de stofgroep PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) onder andere de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX) behoren. De in het tijdelijk handelingskader opgenomen toetsingsnormen zijn gebaseerd op het advies van RIVM over risicogrenzen voor PFOS, PFOA en GenX. Verdere informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 10. Momenteel is het nog niet mogelijk om een (gebruikelijke) automatische toetsing van de analyseresultaten voor PFAS via het laboratorium te doen. Derhalve zijn er in voorliggende rapportage geen toetsingstabellen opgenomen. De analyseresultaten zijn geïnterpreteerd aan de hand van het tijdelijk handelingskader waarin de voorlopige toepassingsnormen zijn opgenomen. De analysecertificaten zijn opgenomen in de bijlagen. In tabel 13 is het resultaat van de toetsing voor PFAS samengevat weergegeven. Tabel 13
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing grond (µg/kg d.s.)
Monstercode
Boringen
Grondsoort*
Verhoogde gehalten (gehalte > toepassingsnorm landbouw / natuur)
Klasseindeling**
Deellocatie B MMB-1
B01, B02, B08, B10, B15, B16, B17, B20, B21
Zand
-
Landbouw / natuur
MMB-3
B06, B07, B13, B14, B31, B32, B33, B37, B38
Zand
-
Landbouw / natuur
MMB-5
B01, B02, B03, B10
Zand
-
Landbouw / natuur
MMB-7
B05, B07, B09, B14
Zand
-
Landbouw / natuur
Slib
-
Landbouw / natuur
Watergang WB-1 * **
01 t/m 10 = =
indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen betreft indicatieve toetsing aan het tijdelijke handelingskader met het oog op afvoer en hergebruik van grond op landbodem boven grondwaterniveau en buiten grondwaterbeschermingsgebieden.
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
17
Verkennend (water)bodemonderzoek
4.3
Analyseresultaten waterbodem
Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst aan de voorwaarden voor de volgende generieke toetsingskaders: 1) toepassen in oppervlaktewater; 2) verspreiden over aangrenzend perceel; 3) toepassing op landbodem. Ad1): Inhoudend: het gericht plaatsen van bagger waarbij een nieuwe waterbodem ontstaat. Daarvoor wordt de waterbodemkwaliteit, met behulp van het toetsingsprogramma BoToVa, onderverdeeld in de klassen ‘vrij toepasbaar’, A, B of ‘niet toepasbaar’. Ook de kwaliteit van de ontvangende waterbodem is van belang. Ad2): hiervoor wordt de msPAF-toets21 gebruikt tenzij al bekend is dat sprake is van ‘vrij toepasbare (verspreidbare) baggerspecie’(zie Ad 1). Ad3): de waterbodemkwaliteit wordt in het kader van deze toepassing onderverdeeld in de klassen \ altijd toepasbaar, wonen, industrie of ‘niet toepasbaar’. Tenslotte zijn er voor baggerspecie nog de opties ‘grootschalige toepassing’22, ‘verspreiding in oppervlaktewater’23, ‘tijdelijke uitname’ en ‘tijdelijke opslag in een weilanddepot’24. De genoemde informatie is afkomstig uit het Besluit bodemkwaliteit. Voor uitgebreidere informatie wordt verwezen naar het Besluit en bijlage 11 en 12 van dit rapport. Het resultaat van de toetsingen is in bijlage 5 numeriek weergegeven. In tabel 14 zijn de conclusies samengevat weergegeven25. Tabel 14
Resultaat toetsing
Vak/MM
Verhoogde gehalten*
VT/A/B/NT**
V/NV-mp***
AT/W/I/NT****
WB-1
cadmium(0,98), nikkel(21), zink(100)
B
Verspreidbaar
Industrie
* ** *** ****
-
21
msPAF
22
23
24
= = = = =
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalten in mg/kg d.s. klasse ‘Vrij toepasbaar’, A, B, of ‘Niet toepasbaar’ verspreidbaar/niet verspreidbaar (msPAF) klasse ‘Altijd toepasbaar’, Wonen, Industrie of ‘Niet toepasbaar’ geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden
‘Vrij toepasbare bagger’ kan zonder aanvullende toetsingen onder meer verspreid worden op het aangrenzende perceel. Een aanvullende toetsing met behulp van msPAF is alleen noodzakelijk bij de klassen A of B meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen. De msPAF-toets is een methode om ecologische risico’s te bepalen. De toets geeft een indicatie over het deel van de aanwezige organismen dat nadelige gevolgen kan ondervinden als gevolg van het aanwezige mengsel van verontreinigingen. Op basis van het criterium dat de verspreidbare hoeveelheid bagger minimaal gelijk moet blijven, is de norm gesteld op msPAF-metalen < 50% en msPAF-organisch <20%. Naast de msPAF zijn 5 stoffen individueel genormeerd te weten barium, cadmium, kobalt, molybdeen en minerale olie De normstelling is hierbij gebaseerd op emissiewaarden. Als emissietoetswaarden worden overschreden, is uitloogonderzoek noodzakelijk. Tevens mogen de interventiewaarden voor waterbodems niet overschreden worden Verspreiden van baggerspecie is alleen van toepassing op noodzakelijk onderhoudswerk waarbij het wenselijk is dat de specie in het systeem blijft. Er is geen sprake van een ontvangende waterbodem. In het generieke kader wordt onderscheid gemaakt tussen zoet en zout oppervlaktewater.
Baggerspecie die voldoet aan de ‘Generieke Maximale Waarden voor verspreiding in oppervlaktewater’ mag altijd worden verspreid. Verspreiding van baggerspecie onder water vindt voornamelijk plaatst in de Noordzee, de Zeeuwse Delta en de Waddenzee. In het kader van dit onderzoek wordt daarom verder niet ingegaan op deze toepassingsoptie Ook deze opties zijn in deze situatie, voor zover bekend, niet van toepassing. In het kader van dit onderzoek wordt daarom verder niet ingegaan op deze opties
25
niet verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de maximale toelaatbare klasse A sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
18
Verkennend (water)bodemonderzoek
4.4
Analyseresultaten halfverharding
Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten van het puin zijn getoetst aan de ‘Maximale samenstellingswaarden organische parameters’ en de ‘Maximale emissiewaarden anorganische parameters voor niet-vormgegeven bouwstoffen’. Zo nodig vindt aanvullend een toetsing plaats aan de ‘Maximale emissiewaarden anorganische parameters’ voor ‘IBC-bouwstoffen’. De genoemde toetsingswaarden zijn afkomstig van de Regeling bodemkwaliteit (d.d. 13 december 2007, nr. DJZ2007124397). Een bouwstof voldoet voor een bepaalde parameter aan een Maximale waarde indien de gemiddelde gemeten waarde daaraan kleiner of gelijk is. In tabel 15 is een samenvatting van de toetsing voor het samenstellingsonderzoek en het uitloogonderzoek opgenomen. De toetsingen zijn opgenomen onder bijlage 6. Tabel 15
Analyseresultaten funderingsonderzoek en toetsing (gehalten in mg/kg d.s.)
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)
Soort Bouwstof
Samenstelling*
Emissie
Asbest
C01 t/m C4
0,0 – 0,2
Puin
<T
<T
-
Puinpad UIT-1/ASBP-1 *
=
-
=
<T: toetsingswaarde wordt niet overschreden >T: toetsingswaarde wordt overschreden geen asbest boven de rapportage grens aangetroffen.
Conform de uitgevoerde toetsing is het puin geschikt voor hergebruik als niet-vormgegeven bouwstof. Zowel zintuiglijk als analytisch is in het puin geen asbest aangetroffen.
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
19
Verkennend (water)bodemonderzoek
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
Conclusies
Grond en grondwater Op basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie (deellocatie B) onverdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. De opzet van het bodemonderzoek is gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL). Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' geen stand houdt. Plaatselijk worden in de grond licht verhoogde gehalten met PCB aangetroffen. Voor het overige zijn in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond. In de grond zijn geen verhoogde gehalten PFAS aangetoond boven de landbouw / natuur norm. Getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit wordt alle grond beoordeeld als klasse ‘Altijd toepasbaar’. Het grondwater is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen. Het aantreffen van verhoogde gehalten metalen is een bekend verschijnsel in de provincie Limburg, derhalve kan gesteld worden dat de verontreiniging in het grondwater verhoogde achtergrondgehalten betreft. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen verkoop en herontwikkeling van de locatie. Waterbodem Ter plaatse van de afwateringssloot is een sliblaag met een dikte variërend van 20 tot 50 centimeter aanwezig. In het slib zijn licht verhoogde gehalten met cadmium, nikkel en zink aangetroffen.
Indicatief wordt het slib beoordeeld als klasse ‘B’ voor waterbodem en klasse ‘industrie’ voor landbodem conform het Besluit bodemkwaliteit. Getoetst aan de regeling voor MSPAF is het slib verspreidbaar op naastgelegen perceel. In de waterbodem zijn geen verhoogde gehalten PFAS aangetoond boven de landbouw / natuur norm. Halfverharding Ter plaatse van het puinpad is een puinlaag aangetroffen tot circa 0,2 m-mv. Conform de uitgevoerde toetsing is het puin geschikt voor hergebruik als niet-vormgegeven bouwstof. Zowel zintuiglijk als analytisch is in het puin geen asbest aangetroffen. 5.2
Aanbevelingen
De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om nader bodemonderzoek te adviseren. Er dient rekening te worden gehouden met enkele gebruiksbeperkingen ten aanzien van het (freatisch) grondwater. De aanwezigheid van metalen in verhoogde gehalten in het (freatisch) grondwater maakt dit minder geschikt om het op te pompen en te gebruiken voor het
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
20
Verkennend (water)bodemonderzoek
besproeien van consumptiegewassen of voor het drenken van vee dan wel voor menselijke consumptie. Het is dan ook aan te bevelen het (freatisch) grondwater niet zelf op te pompen en voor een van de genoemde of daarop gelijkende doelen te gebruiken Het onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter geen partijkeuring. Bij afvoer van grond van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden.
20266901A-2 | ‘Klaver 8’ (deellocatie B) te Maasbree
21
Bijlage | 1
Bodemrapportage
20266901A Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 12
-
05-06-2020
Inhoudsopgave Inleiding Nationaal en gemeentelijk bodembeleid Venlo Disclaimer Rijksweg a67-zuid Romerweg 23, tbv groencompensatie Olivier van Noortweg, Trade Port West, deelplan II Toelichting per onderwerp
Pagina 2 van 12
-
05-06-2020
Inleiding
In deze omgevingsrapportage leest u de gegevens die afkomstig zijn uit het BodemInformatieSysteem (hierna: BIS) van de gemeente Venlo. Hiermee krijgt u een indruk van de aan- of afwezigheid van mogelijke bodemverontreiniging in het geselecteerde gebied of perceel. De gegevens bevatten soms fouten of het systeem is soms niet soms volledig gevuld. Daarom is het zeer belangrijk dat u de disclaimer aandachtig doorleest. Het geautomatiseerd gemaakte rapport omvat de volgende onderdelen: 1. Een voorblad met een tekening van het geselecteerde gebied. Als in deze tekening groen gekleurde gebieden staan dan betekent dit dat bodeminformatie in het BIS beschikbaar is. Er is geen bodeminformatie beschikbaar als het gebied niet groen gekleurd is. 2. Inhoudsopgave. 3. Inleiding. 4. Nationaal en gemeentelijk bodembeleid Venlo. 5. Disclaimer. 6. De bodeminformatie uit het gemeentelijke BIS van het door u geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd. 7. Toelichting per onderwerp op de rapportage. Het is belangrijk dat u de toelichting per onderwerp leest. De toelichting geeft een uitleg over de in de rapportage opgenomen onderwerpen zoals locatie, uitgevoerde onderzoeken en besluiten.
De omgevingsrapportage, die geautomatiseerd wordt gemaakt van een locatie die u zelf aanwijst (middels een perceel of met een contour), geeft: alleen informatie over de locatie (en niet over de locaties in een straal van 25 meter er omheen); alleen informatie uit onderzoeken naar standaard parameters in de bodem, zoals zware metalen, olieproducten en oplosmiddelen. Deze rapportage geeft géén informatie over bijvoorbeeld doorlatendheid of draagkracht van de grond, niet-gesprongen explosieven of mogelijkheden voor koude-warmte-opslag; geen informatie over zogenaamde quick scans naar bodeminformatie (die door met name kabel- en leidingfirma’s zijn gedaan). Alleen als uit zo’n quick scan naar voren kwam dat er toch sprake is van een mogelijke bodemverontreiniging, dan is dit opgenomen in het BIS.
Pagina 3 van 12
-
05-06-2020
Nationaal en gemeentelijk bodembeleid Venlo
Pas als er sprake is van onaanvaardbare risico’s voor onder andere de ‘gezondheid voor de mens’ gaat het bodembeleid in Nederland uit van actieve saneringsplicht. Dit noemen we spoedeisendheid. Door de gemeente Venlo is beoordeeld dat er slechts enkele locaties zijn waarvoor dit aan de orde is. Voor al deze locaties is dit al eerder in een besluit vastgelegd en op wettelijke wijze bekendgemaakt aan eigenaren en omwonenden (volgens de Algemene Wet bestuursrecht). Voor de rest van het grondgebied is door de gemeente Venlo beoordeeld dat er naar verwachting geen sprake is van spoedeisendheid zoals dit is benoemd in de Wet bodembescherming (hierna: Wbb). Deze beoordeling is gedaan op basis van een landelijk vastgestelde systematiek, genaamd FOCUS. De verontreinigingssituatie hoeft niet volledig in beeld te zijn gebracht en de getrokken conclusies zijn niet gebaseerd op een volledige Wbb-beoordeling. De FOCUS-conclusie is door de gemeente Venlo gebruikt om de aanpak van bodemverontreiniging te prioriteren. Op nationaal niveau is afgesproken dat de gemeente alleen sanering van (naar verwachting) spoedeisende gevallen actief volgt en ervoor dient te zorgen dat daadwerkelijk wordt gesaneerd om de spoedeisende risico’s weg te nemen.
Verontreinigingen voor niet spoedeisende gevallen worden door de gemeente dus niet actief gevolgd en er wordt geen actieve aanpak (onderzoek of sanering) geëist. Beleidsmatig wordt dus geaccepteerd dat de bodem niet schoon hoeft te zijn. Gebleken is dat bodemverontreiniging in zijn algemeenheid beperkte en beheersbare risico’s met zich meebrengt. De bereikte afname van risico’s zou zeer beperkt zijn, terwijl de kosten voor het geheel schoonmaken van de bodem in Nederland onverantwoord hoog zouden zijn. Wij registreren de rapporten over bodemverontreiniging wel in ons systeem. Iedereen die bodemgegevens opvraagt wordt op basis daarvan geïnformeerd. En in geval van een (voorgenomen) zogeheten ruimtelijk fysiek initiatief (wijziging bestemming, bouwplannen e.d.) dat via de gemeente loopt (bv. bouwvergunning) en bij graafwerkzaamheden ter plaatse wordt beoordeeld of er voorschriften van toepassing zijn over hoe met de verontreiniging omgegaan dient te worden. Mogelijk zijn er dan verplichtingen. Deze verplichtingen kunnen inhouden: het verrichten van bodemonderzoek en/of het saneren van de bodem. Of voorgaande van toepassing is in de toekomst is afhankelijk van de concrete plannen voor ontwikkeling/gebruik van de locatie. De huidige eigenaar wordt aangesproken op verplichtingen voortvloeiend uit het ontstaan van bodemverontreiniging op zijn / haar perceel.
Aan te bevelen voor een potentiële koper is dan ook om zich voor aankoop van een perceel te (laten) informeren hoe de bodemverontreinigingssituatie is, eventueel na het (laten) uitvoeren van bodemonderzoek. Voor schade veroorzaakt als gevolg van bodemverontreiniging aan een derde is er de mogelijkheid tot privaatrechtelijk aansprakelijk stellen van de veroorzaker. Opgemerkt wordt nog dat de Wbb geen rekening houdt met aansprakelijkheid. Een Wbb-besluit toetst alleen aan de doelstellingen uit de Wbb en houdt geen rekening met andere (private) afwegingen, wel heeft een belanghebbende de mogelijkheid tot bezwaar op een Wbb-besluit.
Pagina 4 van 12
-
05-06-2020
Disclaimer
De bodeminformatie die u in deze rapportage aantreft, is het product van alle informatie die in meer dan 20 jaar door de gemeente Venlo in verschillende systemen is ingevoerd. In eerste instantie voerde de gemeente die bodeminformatie in voor intern gebruik en voor verantwoording naar de landelijke overheid. Sinds 2018 heeft de gemeente alle informatie in één systeem staan, genaamd iBis. Dat gemeentelijk iBis kan door iedereen geraadpleegd worden via het programma iGor (‘or’ is de afkorting voor ‘omgevingsrapportage’, zoals die nu voor u ligt). Mede vanwege de tussentijds wisselende invoerdoelen en -systemen is het onvermijdelijk dat informatie: verouderd is (een bodemonderzoek van 20 jaar oud zegt vrijwel niets over de huidige kwaliteit van de bodem); onvolledig is (de gemeente ontving bijvoorbeeld van een bedrijf wel een onderzoek bij de aanvang van de activiteiten maar nooit van een onderzoek dat werd gedaan na afloop van de activiteiten (terwijl dat bedrijf het onderzoek wel had uitgevoerd)); onjuist is (de informatie hangt bijvoorbeeld aan een locatie die niet goed is ingetekend). Andersom: indien u geen informatie in de rapportage aantreft dan betekent dit niet dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is. Zo kan het zijn dat een bedrijf of een (ver)koper van een perceel op eigen initiatief een bodemonderzoek heeft laten verrichten.
Als dat rapport nooit is ingediend bij de gemeente, om bijvoorbeeld een omgevingsvergunning aan te vragen, dan is dat rapport ook niet opgenomen in het gemeentelijk BIS. In het gemeentelijk BIS is alleen de bij de gemeente Venlo bekende bodeminformatie opgenomen. De gemeente Venlo is daarom niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informatie. Er is onvermijdelijk een achterstand (maximaal een paar maanden) in de verwerking van bodemrapporten en -besluiten. Dit heeft onder andere te maken met proceduretijd voor het nemen van besluiten. Met de bodembesluiten worden in het verleden genomen besluiten Wet bodembescherming (hierna: Wbb) bedoeld. De Wbb bevat de voorwaarden die (kunnen) worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. In de Wbb komen bescherming en sanering van de bodem aan bod. De gemeente Venlo streeft naar een zo gering mogelijke invoerachterstand vanaf het moment dat bodeminformatie bij de gemeente Venlo binnenkomt. In de inleiding wordt gesproken over een straal van 25 meter (m).
Deze afstand staat in de oude NEN 5725 (2009): ’Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek.’ Het nu voorliggende rapport gaat alleen over het door u aangewezen perceel - dus zonder een straal van 25 m eromheen - en mag in geen geval beschouwd worden als een volledig vooronderzoek (volksmond: ‘historisch onderzoek’). In de nieuwe NEN 5725 (2017): ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek’ wordt niet gesproken over een straal maar over een ‘afbakening van de onderzoekslocatie’. Deze afbakening dient te gebeuren door een deskundige. Als u als bodemadviesbureau een rapportage genereert dan adviseren wij u om zelf een afbakening te maken, wellicht door een zelf gekozen straal om de bewuste onderzoekslocatie te tekenen. Ook dan geldt dat het gegenereerde rapport in geen geval beschouwd mag worden als een volledig vooronderzoek. Dat zult u zelf moeten (laten) schrijven. Indien u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens, kunt u contact opnemen met het team Bouwen en Milieu van de gemeente Venlo via e-mail info@venlo.nl of telefonisch 14077. Verder vragen wij u om, indien u fouten of onvolkomenheden in de omgevingsrapportage aantreft, deze te melden. Dat kan via hetzelfde algemene emailadres onder vermelding van: ‘Verzoek aanpassing bodeminformatiesysteem Venlo.’
Pagina 5 van 12
-
05-06-2020
Locatie: Rijksweg a67-zuid Locatie Adres
Europaweg 36 Venlo
Locatiecode
AA098300301
Locatienaam
Rijksweg a67-zuid
Plaats
Venlo
Locatiecode bevoegd gezag WBB
VE098300743
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Orienterend 29-04-1993 bodemonderzoek
Rijksweg A67
Auteur
Archief Conclusie overheid Zintuigelijk: geen bijzonderheden aangetroffen Analystisch: bg:zn>b ni,cu,cd,pb>a og:niet bepaald gw:niet bepaald Vervolgonderzoek: geen Prioriteit: Opmerking:
geconsult
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start
Einde
Vervallen
Benoemd
Verontreinigd
Spoed
onbekend
9999
9999
Niet van toepassing
Per definitie
Onbekend
Nee
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten 5xfdycfk.pdf
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 6 van 12
-
05-06-2020
Voldoende onderzocht Onbekend
Locatie: Romerweg 23, tbv groencompensatie Locatie Adres Locatiecode
AA098300903
Locatienaam
Romerweg 23, tbv groencompensatie
Plaats
Venlo
Locatiecode bevoegd gezag WBB
Uitgevoerde onderzoeken Datum
23-09-1999
12-07-2006
Type
Naam
Orienterend bodemonderzoek
Orienterend bodemonderzoek
Romerweg 23, tbv groencompensatie
Olivier van Noortweg (ong.)
Auteur
Archief
Conclusie overheid
Zie GRONTMIJ aantekening locatie
Let op: locatie gelegen in de gemeentes Horst aan de Maas en Peel & Maas Zintuiglijk: BG+OG: Koolresten, puin Analystisch: BG: EOX >S OG: olie >S GW: Zn >I; Ni, Cd >T; Cr, Cu, As, Benzeen, Tolueen, Xylenen >S Vervolgonderzoek: nee Prioriteit: Opmerking:
DHV
Let op: Locatie gelegen in de gemeente Peel & Maas Zintuiglijk: Analystisch: BG: geen overschrijdingen OG: E.O.X. > S-waarde GW: Cd, Cr, Zn < 1/2(S+I) en Ni > I-waarde Vervolgonderzoek: geen Prioriteit: Opmerking: alleen gegevens van te verkopen terreindeel ingevoerd.
BV/20881
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start
Einde
Vervallen
Benoemd
Verontreinigd
Spoed
onbekend
9999
9999
Niet van toepassing
Per definitie
Onbekend
Nee
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten d5k51eu4.PDF
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Pagina 7 van 12
-
05-06-2020
Voldoende onderzocht Onbekend
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 8 van 12
-
05-06-2020
Locatie: Olivier van Noortweg, Trade Port West, deelplan II Locatie Adres
Olivier van Noortweg Venlo
Locatiecode
AA098300904
Locatienaam
Olivier van Noortweg, Trade Port West, deelplan II
Plaats
Venlo
Locatiecode bevoegd gezag WBB
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Orienterend 20-05-1999 bodemonderzoek
12-07-2006
Orienterend bodemonderzoek
Auteur
Archief
Conclusie overheid
Romerweg 34, Zie Gemeente GRONTMIJ aantekening Sevenum, locatie Maasbree
Zintuigelijk: BG+OG: Koolresten, baksteen Analystisch: BG: EOX , olie >S OG: olie >S GW: Zn >I; Ni >T; Cr, Cu, Cd, Tolueen >S Vervolgonderzoek: nee Prioriteit: Opmerking:
Olivier van Noortweg (ong.)
Let op: Locatie gelegen in de gemeente Peel & Maas Zintuiglijk: - Analystisch: BG: geen overschrijdingen OG: E.O.X. > S-waarde GW: Cd, Cr, Zn < 1/2(S+I) en Ni > I-waarde Vervolgonderzoek: geen Prioriteit: Opmerking: alleen gegevens van te verkopen terreindeel ingevoerd.
DHV
BV/20881
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start
Einde
Vervallen
Benoemd
Verontreinigd
Spoed
onbekend
9999
9999
Niet van toepassing
Per definitie
Onbekend
Nee
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten zyfzmgvq.PDF iales42j.pdf
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Pagina 9 van 12
-
05-06-2020
Voldoende onderzocht Onbekend
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 10 van 12
-
05-06-2020
Toelichting per onderwerp
Hierna volgt een toelichting per onderwerp zoals u die terugvindt in de omgevingsrapportage. In een aantal gevallen wordt hierna geadviseerd de bodemrapporten en -besluiten zelf te lezen. Mocht u die rapporten en besluiten niet ter beschikking hebben, bijvoorbeeld omdat de verkopende partij / oude eigenaar van een perceel die niet meer heeft, dan kunt u die opvragen bij de gemeente Venlo. Dit kan uitsluitend via een e-mail naar info@venlo.nl onder vermelding van ‘verzoek bodeminformatie’. Geef in dat verzoek altijd aan welk perceel het betreft (kadastrale aanduiding), met een kaartje en liefst ook met de omgevingsrapportage die u nu onder ogen hebt. Als gegevens digitaal beschikbaar zijn dan worden deze kosteloos aan u verstrekt. Mocht het om oude dossiers gaan, die alleen analoog in ons gemeentelijk bodemarchief zitten, dan melden we dat aan u terug. In die terugmelding staat dan met wie u een afspraak kunt maken en met welke behandeltermijn u rekening dient te houden. Dit geldt ook indien u behoefte heeft aan (aanvullende) informatie die verband houdt met bodeminformatie zoals pand- en perceelinformatie of informatie over milieu- of oude Hinderwetvergunningen. Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het gemeentelijk BodemInformatieSysteem (hierna: BIS) bekend is. Soms is hier een benaming gebruikt van de oude (en niet meer aanwezige) firma.
In andere gevallen is de term ‘HBB’ (Historisch Bodem Bestand) of ‘TANK’ (brandstoftanks) gebruikt. Dit is niet belangrijk, maar is vroeger door gemeentelijke medewerkers vooral gedaan vanwege herkenbaarheid van de (bodem)locaties. Uitgevoerde onderzoeken Hier staan in chronologische volgorde de bij de gemeente Venlo bekende onderzoeken opgesomd, die op de locatie zijn uitgevoerd. Let op: vaak heeft bijvoorbeeld een nader bodemonderzoek slechts betrekking op een klein deel van de totale locatie. Het belangrijkste veld is ‘Conclusie overheid’. In dit veld staat vaak middels afkortingen aangegeven wat voor een verontreiniging er in bijvoorbeeld de BG (=BovenGrond), OG (=OnderGrond) of het GW (=Grondwater) is aangetroffen. De benamingen zijn soms lastig te begrijpen. Als daar vragen over zijn, dan kunt u die stellen aan de gemeente (o.a. via info@venlo.nl; zie verdere instructies in het eerste grote tekstblok onder ‘Toelichting per onderwerp’ of vraag uw bodemadviesbureau. De meest gebruikte afkortingen zijn: >S (licht verontreinigd); >T (matig verontreinigd); >I (sterk verontreinigd); MO (Minerale Olie); PAK (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (aanwezig in bijvoorbeeld teer of uitlaatgassen); Pb (lood); Cu (koper); Zn (zink); Hg (kwik). Tot slot: ‘zintuiglijk’ wil zeggen: aangetroffen door middel van zien of ruiken, ‘analytisch’ wil zeggen: in een laboratorium bepaald.