CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-057 12 BIJLAGE Verantwoordingsrapportage GR Kragten.pdf

Raad 12 oktober 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Uitbreiding Traffic Port’ (2021-057)2.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

• •

College van B&W Gemeente Peel en Maas t.a.v. De heer R. Janssen Wilhelminaplein 1 5981 CC Panningen

datum

16 november 2020

uw kenmerk

behandeld door

Bram van den Ende

telefefoonnummer

+31881190653

bijlage(n)

1

ons kenmerk

2020-002572

onderwerp

Aanvraag bestemmingsplan 'Uitbreiding Traffic Port' te Maasbree.

Geachte heer Janssen, Op 23 oktober 2020 hebben wij een aanvraag ontvangen voor het project Aanvraag bestemmingsplan ‘Uitbreiding Traffic Port'. Het plangebied, gelegen aan de Olivier van Noortweg (ongenummerd) te Maasbree, ligt binnen het invloedsgebied van Rijksweg A67. Op grond van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) voorzien wij u graag van advies over deze ontwikkeling. Seacon Logistics, een internationale en multimodale expediteur van goederen, breidt haar bedrijfsactiviteiten uit. In dat kader heeft Seacon Logistics besloten om een deel van haar bedrijfsactiviteiten te verplaatsen naar de locatie Traffic Port in de gemeente Peel en Maas en onder te brengen in een nieuw te bouwen warehouse op de naastgelegen uitbreidingslocatie. De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied past niet binnen de vigerende bestemming 'Agrarisch'. Dit is de reden dat voor dit plangebied het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Klavertje 4' moet worden aangepast. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient een geheel nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld, met als nieuwe hoofdbestemming 'Bedrijventerrein'. Relevante aspecten externe veiligheid Risicobronnen en groepsrisico De Rijksweg A67 ligt op een afstand van 50 tot 260 meter van het plangebied.

Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied (de 1% letaliteit zone) van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg. Het groepsrisico overschrijdt de oriëntatiewaarde en de 10% van de oriëntatiewaarde niet. Er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico, waardoor onze advisering zich richt op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid van de situatie.

Scenario’s externe veiligheid Optreden van een koude of een warme BLEVE op de A67 Over de A67 vindt transport plaats van brandbare gassen behorend tot de stofcategorie GF2 en GF3 met een maximale effectafstand van respectievelijk 280 en 355 meter. Voorbeeldstoffen voor deze categorieën zijn n-butaan en propaan/LPG. Daarbij is stofcategorie GF3 maatgevend. Bij een ongeval met het vervoer van een GF3-stof (een tot vloeistof verdicht brandbaar gas) over de weg, kan een koude of warme BLEVE optreden. Een koude BLEVE kan veroorzaakt worden door een externe beschadiging van de tankwand, bijvoorbeeld bij een botsing, waardoor deze direct openscheurt Het brandbare gas komt vrij en ontsteekt direct. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Een koude BLEVE is een snel scenario wat direct plaatsvindt. Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. Het brandbare gas komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Een warme BLEVE voltrekt zich binnen 20 minuten, afhankelijk van de opwarmingstijd tot de explosie. Effecten De effecten van een koude en warme BLEVE zijn hittestraling, overdruk en scherfwerking door rondvliegende brokstukken. Na de explosie voltrekt het scenario BLEVE zich snel en duurt de vuurbal niet langer dan 10 tot 20 seconden.

Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Het slachtofferbeeld wordt voornamelijk bepaald door de hittestraling en niet door de overdruk. Volgens het scenarioboek externe veiligheid ligt de grens voor 99% letaliteit op 100 meter met een hittestraling van 130 kW/m² en de grens voor 1% letaliteit op 245 meter met een hittestraling van 25 kW/m². Tot op een afstand van 380 meter kunnen onbeschermde personen 1e graad brandwonden oplopen. De overdruk die ontstaat kan oplopen tot 0,17 bar. Gebouwen kunnen een zekere bescherming bieden tegen de hittestraling, maar moeten wel bestand zijn tegen de optredende overdruk en hittestraling. Ook een slimme indeling van verblijfsruimtes en overige ruimtes is hierbij van belang. Bestrijdbaarheid Gezien de snelheid waarmee een koude BLEVE plaatsvindt, is dit scenario niet bestrijdbaar. De koude BLEVE wordt daarom niet verder uitgewerkt in deze analyse. Een warme BLEVE kan worden voorkomen door middel van koelen en/of afschermen van de tank. Afhankelijk van de constructie en de intensiteit van brand, vindt binnen 20 minuten een BLEVE plaats. Bij een LPG-tank met een onbeschadigde hitte-werende coating, wordt een mogelijke BLEVE uitgesteld tot 75 minuten.

Randvoorwaarde is een snelle alarmering en opkomst van de brandweer, een goede bereikbaarheid van de incidentlocatie en de beschikking over voldoende slagkracht en bluswater. Voor een effectieve bestrijding is een bluswatercapaciteit van 2 maal 90 m³/uur benodigd. De hulpdiensten zullen bij het optreden van een BLEVE slachtoffers redden en eerste hulp verlenen en ontstane branden in de omgeving blussen. Zelfredzaamheid en handelingsperspectief bij een (dreigende) BLEVE De zelfredzaamheid van personen wordt in grote mate bepaald door de mogelijkheden om van de bron af te vluchten en door de mogelijkheden om te schuilen. De vluchtroutes vanuit toekomstige

gebouwen in het plangebied, dienen zodanig te zijn ingericht, dat van de risicobron af vluchten mogelijk is. Indien een gebouw niet tijdig kan worden ontvlucht, moet het gebouw zoveel mogelijk bescherming bieden aan de aanwezige personen tegen de effecten van een BLEVE. Tot op 50 meter van de A67 kan sprake zijn van beschadigde daken, ernstige beschadigingen aan draagconstructies, ontzette muren en scheuren in gevels. Vrijkomen van toxische stoffen op de A67 Over de A67 vindt transport plaats van toxische gassen behorend tot de stofcategorie GT3 en toxische vloeistoffen behorend tot de stofcategorie LT1 en LT2. Hierbij horen maximale effectafstanden van respectievelijk 560 meter, 730 meter en 880 meter. Als voorbeeldstof voor dit scenario is ammoniak aangehouden. Door een ongeval met bovengenoemde gevaarlijke stoffen, kan er een lekkage ontstaan waardoor in korte tijd een grote hoeveelheid van een toxisch gas vrijkomt. Er ontstaat vervolgens een giftige wolk die zich snel met de wind mee verspreidt. Effecten De snelheid waarmee het toxisch scenario zich voltrekt is afhankelijk van de uitstroomsnelheid van de giftige stof, de windsnelheid en windrichting en de inrichting van de omgeving. Personen die zich buiten begeven in het effectgebied lopen een grote kans gewond te raken dan wel dodelijk slachtoffer te worden.

Volgens het scenarioboek externe veiligheid ligt bij het vrijkomen van ammoniak uit een tankwagen (bij neutraal weer, een windsnelheid van 5 m/s en een verstedelijkt gebied), de grens voor 95% letaliteit op 90 meter en de grens voor 5% letaliteit op 280 m. Gebouwen kunnen een zekere bescherming bieden tegen een giftige wolk. Echter de toxische wolk kan, meegevoerd door de wind, uiteindelijk ook het binnenmilieu van gebouwen binnendringen door ruimtelijke ventilatie en na verloop van tijd ook door natuurlijke ventilatie. Bestrijdbaarheid De inzet van de brandweer richt zich op het afdekken van een toxische vloeistofplas en/of het neerslaan van een toxische gaswolk. Randvoorwaarde is een snelle alarmering en opkomst van de brandweer, een (bovenwindse) bereikbaarheid via twee verschillende routes vanuit twee tegenovergestelde windstreken en de beschikking over voldoende bluswater om een gaswolk neer te slaan. Voor een effectieve bestrijding is een bluswatercapaciteit van 2 maal 90 m³/uur benodigd. Zelfredzaamheid en handelingsperspectief bij een toxische wolk De zelfredzaamheid van personen wordt in grote mate bepaald door de mogelijkheden om van de bron af te vluchten en door de mogelijkheden om te schuilen. Bij een toxisch scenario is schuilen in een gebouw een effectieve vorm van zelfredzaamheid, als het gebouw voldoende bescherming biedt.

Het gebouw moet lucht- en lekdicht dicht zijn, waardoor toxische gassen niet kunnen binnendringen. Een mechanische gebouwventilatie moet direct kunnen worden uitgezet. Indien schuilen niet mogelijk is, moet bij voorkeur dwars op de windrichting worden gevlucht. Hulpverlening De inzet van de brandweer is er op gericht om de escalatie van bovengenoemde scenario’s te voorkomen en de schadelijke effecten hiervan zoveel mogelijk te beperken. Bepalend voor een effectieve inzet, is een goede tweezijdige en veilige bovenwindse bereikbaarheid van een locatie, een snelle alarmering en opkomst van de brandweer en de beschikbaarheid van voldoende bluswater in

de directe omgeving. Bereikbaarheid Het plangebied is bereikbaar via minimaal twee onafhankelijke aanvalswegen, waardoor het ook in geval van werkzaamheden of calamiteiten goed bereikbaar is. De aanvalswegen voorzien verder in een veilige bovenwindse aanrijroute bij een incident met toxische stoffen. Opkomsttijd De opkomsttijd van de 1e tankautospuit van de brandweer naar een ongevalslocatie in of nabij het plangebied bedraagt ongeveer 14 minuten. Vanwege deze opkomsttijd is het lastig voor de brandweer om tijdig een effectieve bron- en/of effectbestrijding in te zetten bij een (dreigende) BLEVE of het vrijkomen van een toxische stof. De wettelijke opkomsttijd voor een 1e brandweereenheid voor een bouwwerk in een industriegebied bedraagt volgens het Besluit Veiligheidsregio’s maximaal 10 minuten. De wettelijke opkomsttijd voor de brandweer wordt voor deze gebouwen dus overschreden. Echter, de wettelijke opkomsttijd naar een incident met gevaarlijke stoffen buiten gebouwen, bedraagt maximaal 18 minuten. Een ongevalslocatie met gevaarlijke stoffen in en rond het plangebied kan dus binnen de wettelijke norm worden bereikt door een brandweereenheid. Bluswatervoorzieningen Voor de gebouwbrandbestrijding en voor incidentbestrijding op de A67 is bluswater noodzakelijk.

In de directe omgeving van het plangebied zijn onvoldoende (of met een te laag debiet) openbare primaire bluswatervoorzieningen aanwezig. Ook langs de Rijksweg A67 is geen bluswatervoorziening aanwezig. In de omgeving liggen enkele wadi’s en watergangen die als secundaire bluswatervoorziening kunnen dienen, maar hiervan kan niet worden gegarandeerd dat deze permanent gevuld zijn. Volgens het regionale beleid is een bluswatercapaciteit van 2 maal 90 m³/uur nodig om een scenario BLEVE of ongeval met toxische vloeistoffen of gassen te bestrijden. Voor de gebouwbrandbestrijding ten behoeve van een industrieterrein is een voorziening van minimaal 60 m³/uur op een afstand van maximaal 100 meter van het bouwwerk en een secundaire voorziening van 90 m³/uur binnen 200 meter nodig. Voornoemde voorzieningen kunnen worden “gecombineerd”, waardoor zowel de bluswatervoorziening ten behoeve van de reguliere gebouwbrandbestrijding als ook ten behoeve van incidentbestrijding met gevaarlijke stoffen is geregeld. Gezien de opkomsttijd van de brandweer en de geringe toename van het groepsrisico, wordt geadviseerd om met name in te zetten op gebouwbrandbestrijding. Voorgesteld wordt om twee geboorde putten van 60 m³/uur aan te laten leggen aan de Olivier van Noortweg tussen huisnummer 1 en de hoek Vasco Da Gamaweg (indicatief).

Geadviseerd wordt om dit samen te beschouwen met de realisatie van de bluswatervoorzieningen, die benoemd zijn in het advies van de VRLN voor Olivier van Noortweg 1 (kenmerk 2020-000957 d.d. 06-07-2020). De exacte uitvoering en positionering dient nader te worden afgestemd met de Veiligheidsregio Limburg-Noord. Zelfredzaamheid Personen in gebouwen op een industrieterrein zijn overwegend zelfredzaam, maar omdat hier ook vaak externen aanwezig zijn (mensen die het gebouw en de risico’s in de omgeving niet kennen), is een goede aansturing door een BHV organisatie vereist. De BHV kan de ontruiming effectief

aansturen in combinatie met voor personen goed herkenbare vluchtroutes. De personen in het plangebied kunnen schuilen in een gebouw, indien dit gebouw voldoende bescherming biedt. In geval van een toxisch scenario, is het noodzakelijk dat de ventilatie van het gebouw afgeschakeld kan worden door de BHV organisatie via een schakelaar op een gemakkelijk te bereiken plaats (op het brandmeldpaneel of nabij de brandmeldinstallatie). Voor een scenario BLEVE moet het gebouw voldoende bescherming bieden tegen hittestraling en overdruk. In het plangebied zijn er voldoende vluchtmogelijkheden aanwezig om bij een incident van de risicobron af te kunnen vluchten. Daarnaast moet een toekomstig gebouw ook over voldoende vluchtmogelijkheden beschikken om van een risicobron af te kunnen vluchten. In het bouwkundige en installatietechnische ontwerp van het gebouw moet rekening worden gehouden met de mogelijkheden voor het schuilen in het gebouw en de ontvluchting van het gebouw bij de bovenstaande externe veiligheid scenario’s. De interne BHV organisatie moet kennis hebben van de gevaren de externe veiligheid scenario’s en weten wat te doen bij het optreden van deze scenario’s. Hierdoor kan de BHV aan de aanwezige personen het juiste handelingsperspectief meegeven, namelijk schuilen of vluchten.

Waarschuwing en alarmering Voor de hulpverleningsdiensten is het van belang dat aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) is dekkend voor het plangebied. Het gebruik van het WAS, aangevuld met het gebruik van NL-Alert, kan er aan bijdragen dat het aantal slachtoffers wordt beperkt. Zonnepanelen Vanuit het risico op het ontstaan van brand, het risico op uitbreiding van brand en de mogelijkheden voor repressief brandweeroptreden zijn in de bijlage ontwerpuitgangspunten opgenomen voor het realiseren van zonnepanelen op het dak van een object. Advies • Positioneer functies met hoge personendichtheden zo ver mogelijk van de risicobron vandaan (liefst aan risicoluwe zijde en gebruik functies met de lage personendichtheden, zoals bijvoorbeeld industrie, als buffer). • Bij het optreden van een BLEVE op de A67 ontstaat een drukgolf en hittestraling met scherfwerking en brand tot gevolg. Hierdoor vallen er veel slachtoffers en wordt de zelfredzaamheid van aanwezige personen negatief beïnvloed. Om dit te voorkomen adviseren we onderstaande zaken: ◦ Beperk het glasoppervlak aan de risicovolle zijdes.

◦ Voer de beglazing in de gevelconstructie gekeerd naar de A67 uit als scherfvrij glas conform NEN-EN 13541, dan wel NEN-EN 13123/13124 met opgave explosiebelasting, dan wel ASTM F 1642 scherfklasse 1 of 2 met als doel dat de effecten van buitenaf worden beperkt. Een en ander dient te worden afgestemd met de glasleverancier. ◦ Het buitenoppervlak van de gevel- en dakconstructie van het bedrijfspand gekeerd naar de A67 dient te voldoen aan brandklasse B volgens de NEN-EN13501-1.

• Ten behoeve van gebouwbrand- en ongevalsbestrijding dienen twee geboorde putten (elk 60 m³/uur) te worden gerealiseerd aan de Olivier van Noortweg tussen huisnummer 1 en de hoek Vasco Da Gamaweg (indicatief) (Zie tevens advies Olivier van Noortweg 1 d.d. 06-07-2020). • Om veilig in een gebouw te kunnen schuilen voor een toxische gaswolk, moet de mechanische ventilatie voorzien zijn van een gemakkelijk te bereiken schakelaar (op het brandmeldpaneel of nabij de brandmeldinstallatie), zodat de ventilatie snel kan worden afgeschakeld. • Zorg dat de aanwezige personen het gebouw in verschillende richtingen via minimaal twee onafhankelijke vluchtroutes kunnen ontvluchten, van een externe risicobron af. • Zorg dat de BHV-organisatie en werknemers op de hoogte zijn van de risico’s uit de omgeving en de voorzieningen in het gebouw, zodat ze daarnaar kunnen handelen bij een incident. • De externe veiligheidsrisico’s moeten onderdeel uitmaken van het ontruimingsplan. • Hanteer voor de realisatie van zonnepanelen op het dak de ontwerpuitgangspunten uit de bijlage bij dit advies.

Zou u ons op de hoogte willen houden van de besluitvorming door het toezenden van de groepsrisico verantwoording en het formele besluit, zodat wij onze adviestaken en het voorbereiden op incidenten kunnen uitvoeren? Tot slot Heeft u over deze brief nog vragen? Neem dan contact op met de heer Bram van den Ende van de afdeling Risicobeheersing te bereiken via telefoonnummer +31881190653. Namens het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Limburg-Noord, Met vriendelijke groet,

H. Baarends Afdelingshoofd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=dea17ad3-7a98-4b86-b2d5-157836411971