2021-043 04 Bijlagen bij Toelichting Herziening woningbouwontwikkeling Molengaerde, Kessel.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Woningbouwontwikkeling Molengaerde, Kessel’ *HPHHQWH3HHOHQ0DDV %LMODJHQELM7RHOLFKWLQJ
,QKRXGVRSJDYH
%LMODJHQELM7RHOLFKWLQJ
%LMODJH
0ROHQELRWRRS
%LMODJH
9RRURQGHU]RHNERGHP
%LMODJH
9HUYROJRQGHU]RHNERGHP
%LMODJH
$NRHVWLVFKRQGHU]RHNZHJYHUNHHUVODZDDL
%LMODJH
([WHUQHYHLOLJKHLG
%LMODJH
$GYLHV'HVNXQGLJHQSRROH[WHUQHYHLOLJKHLG
%LMODJH
%HRRUGHOLQJ9HLOLJKHLGVUHJLR
%LMODJH
5DSSRUWEHGULMYHQHQPLOLHX]RQHULQJ
%LMODJH
$HULXVQRWLWLH
%LMODJH
3DUNHUHQRYHU]LFKWVWHNHQLQJ
%LMODJH
%HHOGNZDOLWHLWVSODQ
2
ontwerp
%LMODJHQELM7RHOLFKWLQJ
ontwerp
3
%LMODJH0ROHQELRWRRS
4
ontwerp
Molengaerde
Onderzoek naar de windvang van de Molen levensloopbestendige woningen – Schijfweg-Zuid
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding
Pag, 03
2. Aanleiding
Pag. 03
3. Opzet onderzoek
Pag. 04
4. Ruimtelijke onderbouwing art 19.2
Pag. 04
5. Invloedgebied bestaande loodsen
Pag. 06
6. Windrichting onderzoek
Pag. 06
7. Relatie zijaanzichten
Pag. 07
8. Conclusie
Pag. 08
Bijlagen: 1. Molenbiotoop 2. Studie Roggeveen en Piso 3. Ontwerp levensloopbestendige woningen: hoogte en invloed op de molen 4. Invloedgebied bestaande stallen 5. Onderzoek Meteo Limburg – frequentie windrichting 6. Relatie zijaanzichten
3
1. Inleiding Circa 100 meter ten noord-westen van het plangebied Molengaerde ligt de St. Antoniusmolen. In het verleden is een Molenbiotoop opgesteld (zie bijlage 1). Het voldoen aan de Molenbiotoop betekent een bouwbeperking voor alle gronden binnen 300 meter van de molen, wat overeenkomt met het gehele noordwestelijke kwadrant van de kern Kessel. In het verleden is een bouwvergunning afgegeven voor de bouw van 20 woningen in het plan Molengaerde. Hiervoor is een ex artikel 19 lid 2 WRO voor verleend op 5 december 2007.
Vanwege de financiële crisis is het enige tijd rustig geweest in plan Molengaerde. In 2013 en 2014 zijn er daarom gesprekken geweest tussen Kuypers Kessel en de gemeente om meer variatie aan te brengen in het aanbod die meer op de marktvraag anticipeert. In dit kader worden er nu ook vrije kavels uitgegeven. Zowel de gemeente als Kuypers Kessel zien de locatie, midden in de kern, graag snel dichtgebouwd. Het afgelopen jaar hebben wij met de gemeente bekeken wat de mogelijkheden zijn om het plan Molengaerde gedeeltelijk aan te passen. Insteek hierbij is dat er op deze locatie ook woningen gebouwd kunnen worden die een ander segment dienen waar behoefte aan blijkt te zijn in de kern Kessel. Een herverkaveling van de grote kavels in plan Molengaerde biedt hier de mogelijkheid toe, kavels die gezien hun grootte meer behoren tot het gedachtegoed van voor de woningbouwcrisis. Op 27 november 2019 is hiertoe een principeverzoek voor ingediend. Op 30 januari 2020 heeft de gemeente
haar
principemedewerking
voor
het
plan
uitgesproken
waarbij
kleinere
levensloopbestendige woningen aan de Schijfweg-Zuid gerealiseerd kunnen worden.
In het bestemmingsplan zijn middels artikel 39.4 ‘vrijwaring molenbiotoop’ regels gesteld aan de bouwhoogte van woningen om zo het functioneren van de molen te waarborgen. Middels onderzoek dient aangetoond te worden dat de windvang van de molen niet belemmerd wordt door de bouw van andere typologieën, in dit geval drie levensloopbestendige woningen aan de Schijfweg-Zuid, ten opzichte van de reeds vergunde woningen.
4
2. Aanleiding Het schetsontwerp behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning voor drie levensloopbestendige woningen aan de Schijfweg-Zuid is inmiddels gereed. De gemeente heeft te kennen gegeven dat het oprichten van een woning mogelijk is middels artikel 39.4.3. uit het bestemmingsplan Kernen Kessel en Kessel-Eik, mits middels onderzoek aangetoond wordt dat de windvang van de molen niet belemmerd wordt.
3. Opzet onderzoek Vertrekpunt van het onderzoek is de onderbouwing die gegeven is bij de artikel 19.2 aanvraag voor het plan Molengaerde. Concreet voor deze case is het schetsontwerp van de drie levensloopbestendige woningen geprojecteerd in dit onderzoek. Daarnaast wordt de windvang reeds belemmerd door de bestaande stallen en dient men in ogenschouw te nemen dat door de ontwikkeling van Molengaerde het bebouwd oppervlakte in omvang is afgenomen gezien Molengaerde een herstructureringsproject betreft waarbij fabriek loodsen plaats hebben gemaakt voor woningbouw. Tot slot is er aanvullend onderzoek gedaan naar de windrichting en is een projectie gegeven van wat het ontwerp van de drie levensloopbestendige woningen concreet behelst in relatie tot de naastgelegen vergunde woningen als je de zijaanzichten inzichtelijk maakt. Hierbij is het uitgangspunt de vergunde woningen middels art 19.2 en de woningen op kavel 13, 14, 16 en 17 die reeds gebouwd en opgeleverd zijn.
4. Ruimtelijke onderbouwing art 19.2 Bij het verlenen van de art 19-2 vrijstelling (d.d. 8 februari 2007) voor de bouw van het plan Molengaerde is reeds een ruimtelijke onderbouwing gegeven waarin aangegeven wordt dat het
5 woningbouwplan geen belemmering oplevert voor de windvang van de molen. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een reguliere bouwvergunning (5 december 2007), waarbij hoger gebouwd mag worden dan de molenbiotoop in eerste instantie voorschrijft.
Bij de artikel 19-2 aanvraag is door architectenbureau Roggeveen en Piso een studie gemaakt (zie bijlage 2) naar de belending van de molen. Hieruit blijkt dat de geprojecteerde
woningen
geen
extra
belemmering opleveren voor de windvang van de molen vanuit zuidoostelijke richting. Hierbij is de meest westelijke woning (worst case) als uitgangspunt genomen: -
De hoogte van de stallen bedraagt 27,2 m+NAP. Gezien de lijn vanuit de zuidpunt van de wieken, de ligging van de woningen op 24,5 m+NAP en de hoogte van de woningen van 10,9 meter (op de tekening wordt 9,5 meter gemeten vanaf, 25,7 m+NAP, de woningen worden 1,2 m lager gebouwd) raakt de lijn juist aan de nok van de woningen. De woningen overschrijden de lijn echter niet.
-
Het nieuwbouwplan zal de windvang van de molen aan de Roode Eggeweg niet verslechteren ten opzichte van de huidige situatie omdat de woningen gebouwd zullen worden ter plaatse van de huidige bedrijfsgebouwen (inmiddels gesloopt). Het bebouwd oppervlak en de bebouwingsdichtheid zullen zelfs afnemen, waardoor meer mogelijkheden ontstaan voor toeen afvoer van wind.
De richting van de dakhelling doet daar niet aan af.
In
bijlage
3
is
de
kap
van
de
levensloopbestendige woningen geprojecteerd. Hierbij is inzichtelijk gemaakt hoe de hoogte en kapvorm werken op de windvang volgens het ‘oude’ vigerende plan en het ‘nieuwe’ plan, waarbij
het
ontwerp
levensloopbestendige aangehouden.
voor
woningen
de wordt
6
5. Bestaande stallen Tussen de woningen van Molengaerde en de molen liggen stallen. Over een afstand van 100 meter vanaf de molen gerekend dient er volgens de molenbiotoop geen enkel obstakel te zijn. Helaas is dit niet het geval. Via een berekening wordt de maximaal toegestane hoogte van omliggende bebouwing vastgesteld. In paragraaf 4 is reeds aangetoond dat de hoogte van de geprojecteerde woningen, ongeacht
het
ontwerp,
geen
belemmering vormt. De hoogte van de stallen bedraagt 27,2 m+NAP. Gezien de lijn vanuit de zuidpunt van de wieken, de ligging van de woningen op 24,5 m+NAP en de hoogte van de woningen van 10,9 meter (op de tekening wordt 9,5 meter gemeten vanaf, 25,7 m+NAP, de woningen worden 1,2 m lager gebouwd) raakt de lijn juist aan de nok van de woningen. In de schaduw van de stallen ontstaat hierdoor een invloedgebied dat over nagenoeg het gehele plan Molengaerde ligt (zie bijlage 4). Daarbij moet eveneens opgemerkt worden dat er tussen de stallen en het plan Molengaerde bovendien meters hoge bomen staan.
6. Windrichting onderzoek Op 14 juli 2015 is door Meteo Limburg een onderzoek (bijlage 5) verricht naar de frequentie van de wind rondom de Molen. Het plan Molengaerde ligt in het zuidoosten ten opzichte van de molen, waarbij de windrichting tussen 120ᵒ en 150ᵒ, nagenoeg het gehele plan Molengaerde, op 10 meter hoogte 6 tot 10 % van de tijd voorkomt. Noot: de bestaande stallen belemmeren de windvang uit deze windrichting dus reeds.
7 Kijken we concreet naar de levensloopbestendige woningen aan de Schijfweg-Zuid, waarbij de woningen geprojecteerd zijn op 120ᵒ en 130ᵒ ten opzichte van de molen dan hebben we het over 2,1 tot 1,7 % van de tijd, waarbij een gemiddelde is genomen van de afgelopen 16 jaar. Gelet op de werkbare uren van de molen is dit aantal nagenoeg verwaarloosbaar. Het aantal dagen dat de wind uit deze specifieke zuidoostelijke richting komt, komt neer op 5 a 6 dagen in het jaar, waarbij de overlapping met de werktijden van de molen (weekenden, vakantiedagen, geen volle werkweek) bovendien hier niet in meegenomen is. De raakvlakken kunnen hierbij in dagen dus nog minder worden of zelfs uit te sluiten zijn. Daarnaast moet tevens opgemerkt worden dat wind uit zuidoostelijke richting doorgaans een zwakke wind betreft.
7. Relatie zijaanzichten Er is onderzoek verricht naar de belemmering van de windvang van de drie levensloopbestendige woningen in relatie tot de woningen die reeds in de nabijheid gebouwd zijn (zie bijlage 6), of nog gebouwd mogen worden via de vigerende bouwvergunning. Hierbij is rekening gehouden met de typologieën die per kavel toegewezen zijn en wat hun situering is op de kavel. Op de tekening is te zien dat de ontwikkeling van de drie levensloopbestendige woningen voor een groot gedeelte opgaat in de reeds ontwikkelde woningen De belemmering van de windvang voor de molen, de conclusies van de paragraven 4, 5 en 6 daargelaten, is in dit geval uit te sluiten.
8
Conclusie Bij het verlenen van de art 19-2 vrijstelling (d.d. 8 februari 2007) voor de bouw van het plan Molengaerde is een ruimtelijke onderbouwing gegeven waarin aangegeven wordt dat het woningbouwplan geen belemmering oplevert voor de windvang van de molen. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een reguliere bouwvergunning (5 december 2007), waarbij hoger gebouwd mag worden dan de molenbiotoop in eerste instantie voorschrijft. Hierbij is reeds aangetoond dat de windvang van de molen niet onevenredig aangetast wordt. Met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning die afwijkt van hetgeen reeds verleend dient men aan te tonen dat het ontwerp geen negatief effect heeft op de windvang van de molen. Een wijziging van het bouwontwerp voor de kavels 3,4 en 12 brengt geen verandering in de windvang van de molen. Nemen we daarbij het invloedgebied van de bestaande stallen in ogenschouw, de frequentie van de windrichting en de relatie tussen de zijaanzichten van het vigerende plan met het ‘nieuwe’ bouwplan dan is de invloed op de windvang van de molen door de bouw van de levensloopbestendige woningen op de kavels 3,4 en 12 te verwaarlozen.
A1 BESTAANDE STAL
@
bú
E
MOLEN
*
BESTAANDE STAL
E
BESTAANDE STALLEN
ll
![ H¡
Architecl zz+o
Roggeveen & Piso
KUYPERS KESSEL
Belending Molen
PROJECTONTWIKKELING
23-08-2006
7,5
32,00 + NAP
FREQUENTIETABEL WINDRICHTING TUSSEN 9 en 17 UUR WINTERTIJD /10 en 18 UUR ZOMERTIJD berekend uit uurlijkse metingen over 25 jaar KNMI-WEERSTATION ARCEN van half juli 1990 t/m half juli 2015 WINDRICHTING WIND UIT: GRADEN 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120 130 140 150 160 170 180 190 200 210 220 230 240 250 260 270 280 290 300 310 320 330 340 350 360 VAR STIL
NOORD TOT NOORDOOST NOORDOOST NOORDOOST OOST TOT NOORDOOST OOST OOST TOT ZUIDOOST ZUIDOOST ZUIDOOST ZUID TOT ZUIDOOST ZUID ZUID TOT ZUIDWEST ZUIDWEST ZUIDWEST WEST TOT ZUIDWEST WEST WEST TOT NOORDWEST NOORDWEST NOORDWEST NOORD TOT NOORDWEST NOORD
% 1,9 1,9 2,1 2,3 2,1 2,5 2,1 1,7 1,4 1,4 1,7 2,0 2,7 2,3 2,5 2,5 1,6 1,7 2,5 4,5 5,4 6,8 6,6 5,9 4,8 4,3 3,5 3,4 2,8 2,0 1,4 1,1 1,2 1,2 1,5 1,5 2,4 0,6
Voorbeeld: in 1,7 procent van de tijd in de ochtend en middag was de windrichting 180° = uit het zuiden (Z). In 9,5 procent van de tijd in de ochtend en middag was de windrichting tussen 120° en 150° = uit een zuidoostelijke richting (zoals op kaart aangegeven). De overheersende windrichting is tussen 200° en 260° = uit zuidwestelijke richting in bijna 40% van de tijd. VAR=variabele windrichting en STIL=windstil.
FREQUENTIETABEL WINDRICHTING TUSSEN 9 en 17 UUR WINTERTIJD en TUSSEN 10 en 18 UUR ZOMERTIJD berekend uit uurlijkse metingen over 16 jaar KNMI-WEERSTATION ELL over half juli 1999 t/m half juli 2015 WINDRICHTING WIND UIT: GRADEN 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120 130 140 150 160 170 180 190 200 210 220 230 240 250 260 270 280 290 300 310 320 330 340 350 360 VAR STIL
NOORD TOT NOORDOOST NOORDOOST NOORDOOST OOST TOT NOORDOOST OOST OOST TOT ZUIDOOST ZUIDOOST ZUIDOOST ZUID TOT ZUIDOOST ZUID ZUID TOT ZUIDWEST ZUIDWEST ZUIDWEST WEST TOT ZUIDWEST WEST WEST TOT NOORDWEST NOORDWEST NOORDWEST NOORD TOT NOORDWEST NOORD
% 1,8 1,9 2,0 2,1 2,7 2,6 1,8 1,3 1,7 2,5 2,3 2,1 1,7 1,4 1,2 1,4 2,1 2,2 3,3 4,0 5,6 6,4 7,1 5,8 5,3 4,6 3,2 3,2 2,8 2,1 1,8 1,6 1,3 1,4 1,3 1,5 2,2 0,4
Voorbeeld: in 2,2 procent van de tijd in de ochtend en middag was de windrichting 180° = uit het zuiden (Z). In 6,4 procent van de tijd in de ochtend en middag was de windrichting tussen 120° en 150° = uit een zuidoostelijke richting (zoals op kaart aangegeven). De overheersende windrichting is tussen 200° en 260° = uit zuidwestelijke richting in bijna 40% van de tijd. VAR=variabele windrichting en STIL=windstil.
Conclusie Zowel over de afgelopen 16 jaar als over de afgelopen 25 jaar blijkt, aan de hand van uurlijkse metingen van de windsnelheden op 10 meter hoogte tijdens het grootste deel van de ochtenden en middagen, dat: - het in 18% van de tijd waaide uit een richting tussen noord en oost (op de windroos tussen 0° en 90°) - het in 17-18% van de tijd waaide uit een richting tussen oost en zuid (op de windroos tussen 90° en 180°) - het in 44-45% van de tijd waaide uit een richting tussen zuid en west (op de windroos tussen 180° en 270°) - het in 16-17 % van de tijd waaide uit een richting tussen west en noord (op de windroos tussen 270° en 360°) - het in 3% van de tijd windstil was of de wind variabel van richting was Op de bijgevoegde kaart blijkt dat het bij een windrichting tussen 120° en 150°, uit een zuidoostelijke richting, waait vanaf de huizen van plan Molengaerde naar de molen. Deze windrichting komt op 10 meter hoogte in 6 tot 10 procent van de tijd voor. Er is gebruik gemaakt van de betrouwbare weerstations in Arcen en Ell, en deze windgegevens zijn representatief voor Kessel.
Rapportage opgesteld door: Ir. M.P.C. Zeelen / Meteo Limburg op 14 juli 2015
Zijaanzichten vigerende plan (kavel 13 tm 20)
Zijaanzichten vigerende plan met nieuwe plan drie levensloopbestendige woningen op kavel 12
%LMODJH9RRURQGHU]RHNERGHP
22
ontwerp
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
RAPPORT VOORONDERZOEK en actualisatie voorgaand onderzoek PLAN MOLENGAERDE TE KESSEL
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
VERANTWOORDING Titel
: Vooronderzoek(en actualisatie voorgaand onderzoek) Plan Molengaerde te Kessel
Status
: Definitief
Opdrachtgever
: Kuypers Kessel Infra BV Postbus 7844 5995 ZG Kessel
Contactpersoon
: Dhr. K. Jeurissen
Projectnummer
: 445KUY/15/R1 (versie 2)
Projectleider
: Dhr. ing. E.G.C. van Horen
Opsteller rapport
: Dhr. ing. M.A.E. Andriën
Controle rapport
: Dhr. drs. M.A.J. de Vaan
Directie
: Dhr. ing. E.G.C. van Horen
Handtekening
:
Datum
: 10 september 2015
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV Postbus 5049 6097 ZG Heel
tel. : fax. : e-mail :
0475 – 573231 0475 – 571509 advies@mah-bv.nl
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV beschikt over de volgende certificaten: NEN-EN-ISO 9001: 2008 nr. EC-KWA-01453, VCA** nr. EC-VCA-20321, Monsterneming voor partijkeuringen protocollen 1001 en 1002 nr. EC-SIK-10049, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 nr. EC-SIK-20307, Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering, ingrepen in de waterbodem en nazorg protocollen 6001 en 6003 nr. ECSIK-60066 en SCA Procescertificaat voor asbestinventarisatie volgens SC-540 nr. 07-D070088. In § 1.3 staat beschreven welke certificering van toepassing is op de werkzaamheden beschreven in dit rapport. Niets uit deze uitgave mag vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING ........................................................................................................................ 1 1.1 1.2 1.3 1.4
2
VOORONDERZOEK......................................................................................................... 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
Aanleiding onderzoek ................................................................................................ 1 Onderzoeksdoel ......................................................................................................... 1 Waarborg en geldigheid ............................................................................................. 1 Opbouw van het rapport ............................................................................................ 1 Algemene gegevens onderzoekslocatie .................................................................... 2 Situering locatie ......................................................................................................... 2 Bodemkundige, geologische en geohydrologische gegevens ................................... 2 Historische en huidige informatie ............................................................................... 3 Milieuvergunningen .................................................................................................... 4 Boven- en/of ondergrondse brandstoftanks ............................................................... 4 Voorgaand (bodem)onderzoek .................................................................................. 4 Asbest ........................................................................................................................
4 Veldinspectie.............................................................................................................. 5
CONCLUSIE EN AANBEVELING .................................................................................... 6
BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7
Topografische kaart Kadastrale ligging Locatie checklist Plattegronden Luchtfoto Foto’s locatie Gegevens vooronderzoek
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding onderzoek
In opdracht van Kuypers Kessel Infra BV is door Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV (MAH BV) een vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van “Plan Molengaerde” gelegen aan de Schijfweg-Zuid te Kessel. Aanleiding voor het onderzoek vormt de voorgenomen eigendomsoverdracht en/of bebouwing van de onderzoekslocatie. In 2002 is ter plaatse van groot deel van onderhavige onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek (kenmerk 003KUY/02/R d.d. 19 maart 2002) uitgevoerd. Onderhavig vooronderzoek betreft een actualisatie van het in 2002 uitgevoerde verkennend bodemonderzoek inclusief een vooronderzoek voor het gedeelte van de onderzoekslocatie waar destijds geen bodemonderzoek heeft plaatsgevonden.
1.2
Onderzoeksdoel
Het doel van het vooronderzoek is het vaststellen of de onderzoeksgegevens uit 2002 nog als actueel beschouwd kunnen worden en of het overige deel waar destijds geen onderzoek is uitgevoerd onverdacht te beschouwen is op het voorkomen van bodemverontreiniging.
1.3
Waarborg en geldigheid
Dit vooronderzoek is door MAH-BV met de grootste zorg en conform de richtlijn NEN 5725 uitgevoerd. Het rapport van het vooronderzoek is gebaseerd op informatie verkregen uit onder andere het gemeentearchief, het archief van MAH-BV en informatie van de opdrachtgever.
1.4
Opbouw van het rapport
Het vooronderzoek wordt in hoofdstuk 2 beschreven. In hoofdstuk 3 worden de conclusies en aanbevelingen gedaan.
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
1/6
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
2
VOORONDERZOEK
2.1
Algemene gegevens onderzoekslocatie
Locatie
:
Adres
:
Plaats Coördinaten Oppervlakte
: : :
Schijfweg-Zuid / Baarskampstraat / Aan de Hagendoorn Kessel X = 201.155, Y = 367.215 Circa 10.000 m2
Kadastrale aanduiding
:
Gemeente : Sectie : Perceelnummers :
Kessel E 1477 t/m 1490, 1492 t/m 1497, 1576 en 1577
Gebruik locatie
:
Huidig
Weg (1486), woonhuizen met tuin (1483, 1484, 1495 en 1577) en braakliggend / gras (overige percelen)
:
De topografische ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De kadastrale situatie is weergegeven in bijlage 2. De plattegrond is opgenomen in bijlage 4. Bronnen: - Topografische kaart 1995 (Topografische Dienst, Emmen); - Kadaster; - Opdrachtgever.
2.2
Situering locatie
De onderzoekslocatie is gelegen in het noordwestelijk deel van de kern Kessel. In de directe omgeving zijn woonhuizen, bedrijfsgebouwen, landbouwgronden en (openbaar) groen gelegen. De onderzoekslocatie is ten oosten van de van de Baarskampstraat en te noorden van de Schijfweg-Zuid gesitueerd. Bronnen: - Topografische kaart 1995 (Topografische Dienst, Emmen).
2.3
Bodemkundige, geologische en geohydrologische gegevens
Uit de bodemkaart van Nederland (1:50.000) blijkt dat de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat uit Hoge bruine enkeerdgronden (bEZ23) ontstaan in lemig fijn zand (bodemclassificering volgens De Bakker en Schelling). Geologisch gezien is de locatie gelegen in de Peelhorst. In tabel 1 is een overzicht gegeven van de in de omgeving van de onderzoekslocatie voorkomende afzettingen en formaties. De stromingsrichting van het grondwater is zuidoostelijk. Het grondwater bevindt zich ter plaatse van de onderzoekslocatie op een diepte van circa 19 m+NAP. De hoogteligging van de locatie bedraagt circa 25 m+NAP. Op basis hiervan kan het grondwater op de onderzoekslocatie op een diepte van circa 6 m-mv aangetroffen worden. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterwingebied en/of beschermingsgebied.
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
2/6
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
Tabel 1: Overzicht geohydrologische bodemopbouw Lithografische eenheid Globale diepte (m- Geohydrologische mv) eenheid
Lithologie
0-5
Deklaag
Formatie van Twente
Fijn tot middel fijn zand en leem
5 - 20
Eerste watervoerende pakket
Formatie van Veghel Formatie van Sterksel Formatie van Kedichem Formatie van Tegelen
Grove zanden en grind
20 - 150
Scheidende laag
Brunssumklei
Zware compacte klei met bruinkoollaagjes en zandlenzen
150 – 200
Tweede watervoerende pakket
Grinden en zanden van Matig fijne en grove zanden en grind Waubach. met enkele kleilagen
> 200
Slecht tot ondoorlatende basis
Formatie van Rupel Formatie van Tongeren
Fijne zanden met klei
Afwisseling van kleilagen en zeer fijne zanden
Bronnen: - Bodemkaart van Nederland (STIBOKA, Wageningen 1972); - Geologische Overzichtskaart van Nederland (RGD Haarlem 1975); - Grondwaterkaart van Nederland 1977 (Dienst Grondwaterverkenning TNO, Delft); - Grondwaterkaart van Limburg 1990 (Dienst grondwaterverkenning Provincie Limburg, VWM); - Kaart P.M.V. Aanwijzing Milieubeschermingsgebieden (Provincie Limburg, febr. 1995); - Topografische kaart 1995 (Topografische Dienst, Emmen).
2.4
Historische en huidige informatie
Op een topografische kaart uit 1891 is de onderzoekslocatie en de directe omgeving ingetekend als landbouwgrond. Op een topografische kaart uit 1989 en een luchtfoto van Google Earth (2005) is de toenmalige bebouwing te zien. In 1955 en de daaropvolgende jaren zijn voor de onderzoekslocatie (toen bekend als Schijfstraat Zuid 2-4) diverse vergunningen afgegeven voor het bouwen van magazijnen en kantoren. Ten tijde van het onderzoek in 2002 was het perceel in gebruik als bedrijfsterrein en was het terrein in gebruik als kantoorruimte met opslag voor schoenen en kleding. Het buitenterrein was in deze periode grotendeel verhard met klinkers / bebouwd. Onder deze klinkerverharding was een funderingslaag aanwezig waarin matige tot sterke bijmengingen aan puin en grind voorkwamen. Daarnaast was het noordwestelijk deel van het terrein verhard met grind. Volgens informatie van de opdrachtgever is de toenmalige bebouwing omstreeks 2007 gesloopt. De funderingslaag met een matige tot sterke bijmenging aan puin / grind is ontgraven en afgevoerd naar een verwerker. De weg Aan de Hagendoorn is aangelegd en het overig terrein is geëgaliseerd met gebiedseigen grond van de locatie. Met deze gebiedseigen grond is tevens een keldergat, aanwezig onder een gedeelte van de toenmalige bebouwing, opgevuld. Verdere bijzonderheden zijn bij de opdrachtgever niet bekend.
Momenteel bestaat de onderzoekslocatie grotendeels uit een braakliggend terrein (grasland) waar een weg (Aan de Hagendoorn) vanaf de Schijfweg-Zuid in noordwestelijke richting is aangelegd en waarvan reeds een viertal percelen bebouwd zijn met woonhuizen. Bronnen: - Gemeente Peel en Maas; - Opdrachtgever; - Historische Atlas Limburg (uitgeverij Robas, Weesp 1989); - Topografische kaart 1995 (Topografische Dienst, Emmen); - (Lucht)foto’s Google Earth; - Bodemarchief MAH-BV.
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
3/6
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
2.5
Milieuvergunningen
Voor de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend geen relevante vergunningen afgegeven in het kader van de Wet milieubeheer. Bronnen: - Gemeente Peel en Maas; - Bodemarchief MAH-BV.
2.6
Boven- en/of ondergrondse brandstoftanks
Uit het verkennend bodemonderzoek dat in 2002 door MAH BV is uitgevoerd blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie 2 ondergrondse HBO-tanks van 6 m3 gesitueerd zijn geweest, welke op 16 december 1991 (Schijfweg-Zuid 2) en op 6 april 1994 (Schijfweg-Zuid 4) zijn afgevuld met zand. Uit de tanksaneringscertificaten blijkt dat bij geen van de ondergrondse HBO tanks verontreinigen zijn aangetroffen. Bronnen: - Gemeente Peel en Maas; - Bodemarchief MAH-BV.
2.7
Voorgaand (bodem)onderzoek
Ter plaatse van een groot deel van de onderzoekslocatie is door MAH BV een verkennend bodemonderzoek (kenmerk 003KUY/02, d.d. 19 maart 2002) uitgevoerd. Dit onderzoek heeft betrekking op alle percelen met uitzondering van de percelen met nummer 1487 t/m 1490. Op deze percelen is destijds geen bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de matig tot sterk puin-/grindhoudende bovengrond (MM1), welke tijdens het bouwrijp maken van het terrein omstreeks 2007 is afgevoerd naar een erkend verwerker, licht verhoogde gehalten aan PAK, EOX en minerale olie zijn aangetoond. In de overige mengmonsters (MM2 t/m MM5) van de boven- en ondergrond, welke thans nog aanwezig is en gebruikt is op het terrein te egaliseren en deels aan te vullen, overschrijdt geen van de onderzochte parameters de streefwaarde. Uit de Bodembeheernota Peel en Maas blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen in de zone “Naoorlogse bedrijventerrein”. In deze zone voldoet zowel de boven- als de ondergrond aan de achtergrondwaarde. Uit de bodemfunctiekaart blijkt dat de onderzoekslocatie ligt binnen een gebied met de bodemfunctieklasse wonen. Bronnen: - Gemeente Peel en Maas; - Bodemarchief MAH-BV.
2.8
Asbest
Tijdens het bodemonderzoek in 2002 zijn geen asbestverdachte materialen in de bodem / funderingslaag aangetroffen. Tijdens het bouwrijp maken van het terrein omstreeks 2007 zijn volgens de opdrachtgever ook geen asbestverdachte materialen in de bodem / funderingslaag aangetroffen. Bronnen: - Gemeente Peel en Maas; - Opdrachtgever; - Bodemarchief MAH-BV.
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
4/6
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
2.9
Veldinspectie
De onderzoekslocatie is op 3 september 2015 door MAH BV bezocht en visueel geïnspecteerd waarbij gebruik is gemaakt van de locatie checklist (zie bijlage 3 en foto’s bijlage 6). Uit de veldinspectie blijkt dat de voormalige bedrijfsgebouwen zijn gesloopt en dat de klinkerverharding is verwijderd. De weg Aan de Haagendoorn is aangelegd. Het terrein is momenteel grotendeels braakliggend (gras) en gedeeltelijk bebouwd met 4 woonhuizen. Bij de inspectie van de onderzoekslocatie zijn op het maaiveld visueel geen asbestverdachte materialen en/of andere bijzonderheden waargenomen die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging.
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
5/6
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
3
CONCLUSIE EN AANBEVELING
Uit het vooronderzoek blijkt dat sinds het onderzoek uit 2002 omstreeks 2007 nog sloopactiviteiten en grondverzet hebben plaatsgevonden. Verder zijn een 4-tal woonhuizen binnen de onderzoekslocatie gebouwd. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat tijdens de sloop de (licht) verontreinigde funderingslaag is afgevoerd naar een erkend verwerker, waardoor enkel grond welke voldoet aan de streefwaarden op locatie is achtergebleven. Deze grond is gebruikt voor het egaliseren van het terrein en gedeeltelijk voor het vullen van een keldergat. Ter plaatse van de percelen 1487 t/m 1490 zijn in 2002 geen boringen geplaatst. Omdat het één terrein betreft is er geen reden om aan te nemen dat de bodemkwaliteit op deze percelen anders is dan ter plaatse van de destijds daadwerkelijk onderzochte locatie. De bodem ter plaatse van deze percelen wordt dan ook als onverdacht beschouwd. Op basis van bovenstaande informatie bestaat de verwachting dat de thans aanwezige bodem voldoet aan de streefwaarden (nu achtergrondwaarden). Er bestaat geen vermoeden dat de sloopactiviteiten en het grondverzet invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit. Conclusie is derhalve dat de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uit 2002 nog als voldoende actueel kunnen worden beschouwd en dat de percelen 1487 t/m 1490 als onverdacht te beschouwen zijn op het voorkomen van bodemverontreiniging.
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
6/6
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
BIJLAGEN
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCHE KAART
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Omgevingskaart
Klantreferentie: 457KUY-15
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object KESSEL E 1486 Aan de Hagendoorn , KESSEL LB CC-BY Kadaster.
625 m
Schaal 1: 12500
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
BIJLAGE 2 KADASTRALE LIGGING
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: 457KUY-15 803
1284 904
576
804
5
90
1340
805
6 90
684
806
685
573 1115
1477
800
1478 1479
8A
562
1480 563 1487
564
1481 1488
eH nd Aa
1490
56
1116
2
1559
1484 4
24
6
1483
orn do en ag
5
923
26
1482
1486
1489
922
8
1485
1577
24
56
3
6
A
921
568
15 60
1576 1492 203
1493
22
1 20
202
1495
201
1494
18
41
B
id
4876
eg -Z u
1496
hij fw
39
546
Sc
37
1497
4819
547
204
A
18
35 35
16
4874
4754
4823
33
4875
14A
4790 31
4859 Rotonde Apollonia 1117
4803 0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 3 september 2015 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
10 m
50 m
Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
KESSEL E 1486
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
BIJLAGE 3 LOCATIE CHECKLIST
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
LOCATIE CHECKLIST 1. huidig gebruik................................................................. braakliggend (gras) / woonhuizen met tuin / weg 2. bedrijfsactiviteiten ................................................................................................................................. geen 3. opslag afval / gevaarlijke stoffen (asbest).............................................................................................. nee 4. terrein verharding/ puinlagen (asbest) ................................................................................................. geen 5. leidingen .................................................................................................................................................. nee 6. ophogingen / grondverzet (asbest) ........................................................................................................ nee 7. ondergrondse / bovengrondse tanks ..................................................................................................... nee 8. brandplaats (asbest) ............................................................................................................................... nee 9 riolering ....................................................................................................................................................
nee 10 verwarming (kolen /gas / olie) ............................................................................................................... gas 11 zinkput .................................................................................................................................................... nee 12 omgeving (bedrijven / grondgebruik) .................................................................... rand van een woonwijk 13 uitpandige asbesttoepassingen (plaats/wat/staat)……………… ......................................................... nee 14 overige bijzonderheden ....................................................................................................................... geen
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
BIJLAGE 4 PLATTEGROND
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Ulttroks€l Kadastrals l(aarl
Uw refersnlle: 457KUY-'| 5
803 576
æ1
1340
N5
6U
h'
artl'u+'zo" k--¡L"Coit
4, Ç d\c, Pt\^/\L
885
ln5
1477
400
1478 1179
bÞ
1180
66it 1107
564
1181
,188
t,
1182 't485 6
923 1490
922
n16
ltt84
¿f
ad
1485
sl
'14
921
568
t4s2 203
1493 ?¿ ¿o
1494
201
,rê
1496
dþ ')
847
ù
546
1197 /B .rb
1875
l6
4874
4754
4823
e¡
47(n ¿r
48fütonde t1
0
0m Da6 kâârt lr noordgsñchl
12345
PÊft¡Éln!mm6r
Humummr Vãstg¡Bt.ldâ kâdåíñls gms VoorloCgo kåd¿sl¡alð grd3
Brbormlng Owdg¡ topogñfiG Vør æn oarululdmd ultlÞkld, Apoldoom. 3 sÐlambsr 2015 DÉ båwærd€r vân hol k8dætsr 6n do opñba¡€ iog¡Btoß
lom
50m
Schaal 1:'1000 Kadaslrale g€mosnl€ Sactle
KESSEL E
P€rc€61
1486
/r
Aan dlt ulltEksd ¡unnon fam bâtforybsß mslrn mtdñ onll6d. fr€ DlrBl vffi h6l kadssÉr sn do oDmbaD E¡htæ bohoudt ¿dl dg lnl6llocüJðla aiq€ndommchl€n þor. wæmndor h0l eulsur¡ieht en hat dalabankgnndìL
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
BIJLAGE 5 LUCHTFOTO
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
= onderzoekslocatie
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
BIJLAGE 6 FOTO’S ONDERZOEKSLOCATIE
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
foto 1.
foto 2.
foto 3.
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
foto 4.
foto 5.
foto 6.
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
foto 7.
foto 8.
foto 9.
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
foto 10.
foto 11.
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
BIJLAGE 7 GEGEVENS VOORONDERZOEK
475KUY/15/R1
Vooronderzoek (actualisatie) Plan Molengaerde te Kessel
%LMODJH9HUYROJRQGHU]RHNERGHP
ontwerp
59
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
RAPPORT IN-SITU PARTIJKEURING GROND MOLENGAERDE TE KESSEL
0385KUY/19/R1
In-situ partijkeuring grond Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
VERANTWOORDING Titel / kenmerk
: In-situ partijkeuring grond Molengaerde te Kessel
Status
: Definitief
Opdrachtgever
: Zand- en Grindbedrijf Kuypers BV Postbus 7844 5995 ZG Kessel
Contactpersoon
: Dhr. S. Westheim
Projectnummer
: 0385KUY/19/R1
Projectleider
: Dhr. ing. E.G.C. van Horen
Opsteller rapport
: Dhr. ing. M.A.E. Andriën
Controle rapport
: Dhr. ing. E.G.C. van Horen
Gecertificeerd monsternemer
: Dhr. N. Andriën
Directie
: Dhr. ing. E.G.C. van Horen
Handtekening
:
Datum
: 9 december 2019
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV Postbus 5049 6097 ZG Heel
tel. fax. e-mail
: : :
0475 – 573231 0475 – 571509 advies@mah-bv.nl
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV beschikt over de volgende certificaten: NEN-EN-ISO 9001: 2008 nr. EC-KWA-01453, VCA** nr. EC-VCA-20321, Monsterneming voor partijkeuring gronden protocollen 1001 en 1002 nr. EC-SIK-10049, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 nr. EC-SIK-20307, Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering, ingrepen in de waterbodem en nazorg protocollen 6001 en 6003 nr. EC-SIK-60066 en SCA Procescertificaat voor asbestinventarisatie volgens SC-540 nr. 07-D070088. In § 1.3 staat beschreven welke certificering van toepassing is op de werkzaamheden beschreven in dit rapport. Niets uit deze uitgave mag vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. 0385KUY/19/R1
In-situ partijkeuring grond Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING..................................................................................................................... 1 1.1 1.2 1.3 1.4
2
BEMONSTERINGSSTRATEGIE ................................................................................... 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
Uitvoering bemonstering ......................................................................................... 4 Laboratoriumonderzoek .......................................................................................... 4
RESULTATEN EN INTERPRETATIE ............................................................................ 5 4.1 4.2 4.3
5
Vooronderzoek ....................................................................................................... 2 Veldinspectie .......................................................................................................... 2 Partijbeschrijving ..................................................................................................... 3 Onderzoeksopzet .................................................................................................... 3 Analysepakket ........................................................................................................ 3
MONSTERNEMING EN LABORATORIUMONDERZOEK ............................................ 4 3.1 3.2
4
Aanleiding bodemonderzoek ................................................................................... 1 Onderzoeksdoel...................................................................................................... 1 Waarborg en geldigheid .......................................................................................... 1 Opbouw van het rapport ......................................................................................... 1
Toetsingskader ....................................................................................................... 5 Analyseresultaten ................................................................................................... 6 Hergebruiksmogelijkheden...................................................................................... 6
CONCLUSIES ............................................................................................................... 8
BIJLAGEN 1 Topografische ligging partij 2 Situatietekening partij 3 Monsternemingsplan en monsternemingsformulier 4 Laboratoriumcertificaten 5 Toetsing resultaten aan het Besluit Bodemkwaliteit 6 Foto’s 7 Vooronderzoek
0385KUY/19/R1
In-situ partijkeuring grond Molengaerde te Kessel
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding bodemonderzoek
In opdracht van Zand- en Grindbedrijf Kuypers BV heeft in november 2019 door Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV (MAH BV) een keuring van een in-situ partij grond plaatsgevonden welke zich bevindt ter plaatse van de Molengaerde te Kessel. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat de in-situ partij grond bestaat uit de bodemlaag van 0,0 – 0,8 m-mv. De in-situ partij grond bevindt zich aan weerszijde van de weg Aan de Hagendoorn. Om aan weerszijde van de weg de percelen onderling met elkaar te verbinden is aan de noordzijde van de weg een strook van de tuinen en aan de zuidzijde weg een deel van het trottoir in de in-situ partij grond opgenomen. Aanleiding voor de keuring van de in-situ partij grond betreft de afvoer c.q. toepassing ervan elders. 1.2
Onderzoeksdoel
Het doel van de keuring is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de in-situ partij grond en de daaruit voortkomende mogelijkheden voor hergebruik in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. 1.3
Waarborg en geldigheid
Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat EC-SIK-10049 “Monsterneming voor partijkeuringen” (vigerende versie) conform protocol 1001 ‘Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie (vigerende versie). Het procescertificaat van MAH BV, nummer EC-SIK-10049, en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Hierbij zij tevens vermeld dat MAH BV geen directe relatie heeft met opdrachtgever waardoor ‘functiescheiding’ is gewaarborgd. Dit onderzoek is door MAH BV met de grootste zorg en conform de vigerende richtlijnen uitgevoerd. Desondanks kunnen de onderzoeksresultaten afwijkingen vertonen met de werkelijke situatie aangezien de resultaten een momentopname zijn en onderhevig kunnen zijn aan veranderingen als gevolg van biologische, chemische en/of fysische processen in de partij.
1.4
Opbouw van het rapport
In hoofdstuk 2 is de bemonsteringsstrategie weergegeven. Hoofdstuk 3 beschrijft de monsterneming en het laboratoriumonderzoek. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de resultaten uiteengezet en geïnterpreteerd. In hoofdstuk 5 worden tenslotte de conclusies weergegeven.
0385KUY/19/R1
In-situ partijkeuring grond Molengaerde te Kessel
1/9
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
2
BEMONSTERINGSSTRATEGIE
2.1
Vooronderzoek
Ter plaatse van het plan Molengaerde te Kessel, waar de in-situ partij grond, deel van uitmaakt, is in 2015 door MAH BV een vooronderzoek (kenmerk 475KUY/15/R1, d.d. 10 september 2015) uitgevoerd. Het vooronderzoek betreft een actualisatie van het in 2002 uitgevoerde verkennend bodemonderzoek inclusief een vooronderzoek voor het gedeelte van de onderzoekslocatie waar destijds geen bodemonderzoek heeft plaatsgevonden (kenmerk 003KUY/02, d.d. 19 maart 2002). Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat in 1955 en de daaropvolgende jaren voor de onderzoekslocatie (toen bekend als Schijfstraat Zuid 2-4) diverse vergunningen zijn afgegeven voor het bouwen van magazijnen en kantoren. Ten tijde van het onderzoek in 2002 was het perceel in gebruik als bedrijfsterrein en was het terrein in gebruik als kantoorruimte met opslag voor schoenen en kleding. Het buitenterrein was in deze periode grotendeels verhard met klinkers en grind. Onder deze klinkerverharding was een funderingslaag aanwezig waarin matige tot sterke bijmengingen aan puin en grind voorkwamen. Daarnaast was het noordwestelijk deel van het terrein verhard met grind. Verder blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie 2 ondergrondse HBO-tanks van 6 m3 gesitueerd zijn geweest, welke op 16 december 1991 (Schijfweg-Zuid 2) en op 6 april 1994 (Schijfweg-Zuid 4) zijn afgevuld met zand.
Uit de tanksaneringscertificaten blijkt dat bij geen van de ondergrondse HBO tanks verontreinigen zijn aangetroffen. Volgens informatie van de opdrachtgever is de toenmalige bebouwing omstreeks 2007 gesloopt. Tijdens het bouwrijp maken van het perceel is de weg Aan de Hagendoorn aangelegd, is de (licht) verontreinigde funderingslaag ontgraven en afgevoerd naar een erkend verwerker. De grond welke voldoet aan de streefwaarde is op locatie achtergebleven en is gebruikt voor het egaliseren van het terrein en voor het vullen van een keldergat. De conclusie van het vooronderzoek is dat de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uit 2002 nog als voldoende actueel kunnen worden beschouwd en dat de percelen 1487 t/m 1490 als onverdacht te beschouwen zijn op het voorkomen van bodemverontreiniging. Op basis van het vooronderzoek (en voorgaand onderzoek) is de verwachting dat de in-situ partij grond (zowel de boven- als de ondergrond) voldoet aan de achtergrondwaarde. Op basis van de historische gegevens zijn ter plaatse van de in-situ partij grond geen puntbronnen te verwachten aan PFAS en/of GenX. De in-situ partij grond wordt derhalve als onverdacht beschouwd voor wat betreft het voorkomen van PFAS (anders dan diffuus) en/of GenX in de bodem.
2.2
Veldinspectie
Voorafgaand aan de in-situ partijkeuring grond is het maaiveld geïnspecteerd. Bij deze inspectie zijn op het maaiveld en in het materiaal van de proefboringen geen asbestverdachte materialen en/of andere bijzonderheden waargenomen die duiden op een bodemverontreiniging.
0385KUY/19/R1
In-situ partijkeuring grond Molengaerde te Kessel
2/9
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
2.3
Partijbeschrijving
De te bemonsteren in-situ partij grond bevindt zich ter plaatse van de Molengaerde te Kessel. De topografische ligging van de partij is opgenomen in bijlage 1. De bemonsterde in-situ partij grond heeft een geschat volume van ca. 4.420 m3. Bij een bepaalde dichtheid van 1,85 ton/m3 komt dit volume overeen met circa 8.177 ton. Voor de keuring van grond conform het Besluit Bodemkwaliteit (BBK) geldt onder bepaalde voorwaarden een maximale partijgrootte van 10.000 ton. De partij is derhalve onderzocht als zijnde 1 partij (zie monsternemingsplan in bijlage 3). De afmeting en omvang van de in-situ partij is opgenomen in tabel 1. In bijlage 2 en bijlage 6 zijn respectievelijk de situatietekening en de foto´s van de partij opgenomen. Tabel 1: Omvang partij Partij
Gem. lengte (m)
Molengaerde te Kessel
2.4
Gem. breedte (m)
Zie bijlage 2
Traject (m-mv)
Geschat volume in ton (m3)
0,0-0,8
8.177 (4.420)
Onderzoeksopzet
De onderzoeksopzet is conform protocol 1001, monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie (vigerende). Voorafgaand aan de monsterneming wordt het monsternemingsplan opgesteld. Hiervoor wordt het formulier uit het protocol 1001 gebruikt. Middels een systematisch raster worden minimaal 2 keer 50 grepen uit de partij genomen. De grepen worden alternerend over twee mengmonsters verdeeld, zodat beide mengmonsters representatief zijn voor de partij. Elke greep heeft een gewicht van minimaal 180 gram, zodat een effectieve monstergrootte van minimaal 9 kg ontstaat. Na afloop van de monsterneming wordt het monsternemingsformulier ingevuld. Hiervoor wordt het formulier uit het protocol 1001 gebruikt. 2.5
Analysepakket
Ter vaststelling van de chemische kwaliteit van de partij worden de verkregen mengmonsters ter analyse aangeboden bij het AP04-geaccrediteerd laboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Hier worden de volgende analyses uitgevoerd: Voorbehandeling AP04, droge stof, pH, lutum, organisch stofgehalte, zware metalen (9), PAK, PCB en minerale olie volgens AP04; PFAS (GenX onverdacht). Omdat op 8 juli 2019 (en op 29 november 2019 geactualiseerd) het tijdelijk handelingskader grond en baggerspecie PFAS in werking is getreden dient grond en/of baggerspecie die vanaf 9 juli 2019 wordt geanalyseerd en toegepast gaat worden in Nederland aanvullend te worden onderzocht op PFAS en/of GenX.
0385KUY/19/R1
In-situ partijkeuring grond Molengaerde te Kessel
3/9
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
3
MONSTERNEMING EN LABORATORIUMONDERZOEK
3.1
Uitvoering bemonstering
De partij is op 19 november 2019 tussen 8:15 tot 15:00 uur bemonsterd volgens het in bijlage 3 opgenomen monsternemingsplan. Conform het monsternemingsplan zijn er binnen een systematisch raster 2 keer 67 grepen uit de in-situ partij genomen. De in totaal 134 grepen zijn alternerend over twee mengmonsters verdeeld, zodat beide mengmonsters representatief zijn voor de partij. Beide mengmonsters zijn verpakt in afsluitbare emmers. Voor elk mengmonster is de greepgrootte groter dan 180 gram en de effectieve monstergrootte groter dan 12,1 kg. In tabel 2 is de samenstelling van de in-situ partij opgenomen Tabel 2: Samenstelling partij Partij
Molengaerde te Kessel
Aantal grepen
Samenstelling partij
2 x 67
Donkerbruin/oranjebruin/bruin/grijs/wit zand met leemlaagjes en bijmengingen aan spoortjes baksteen, grind en plantenresten (< 1%)
Bij de bemonstering van de partij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Na afloop van de monsterneming is het monsternemingsformulier ingevuld (bijlage 3). De foto’s van de partij grond zijn opgenomen in bijlage 6. 3.2
Laboratoriumonderzoek
Op 19 november 2019 zijn de monsters aangeleverd bij Synlab BV te Rotterdam (AP04geaccrediteerd). In de laboratoriums zijn de aangeboden mengmonsters als volgt separaat geanalyseerd: Voorbehandeling AP04, droge stof, pH, lutum, organisch stofgehalte, zware metalen (9), PAK, PCB en minerale olie volgens AP04; PFAS (GenX onverdacht).
0385KUY/19/R1
In-situ partijkeuring grond Molengaerde te Kessel
4/9
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
4
RESULTATEN EN INTERPRETATIE
4.1
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrondwaarden en de maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse wonen en industrie zoals vermeld in bijlage B van de regeling Bodemkwaliteit. Om een partij grond of baggerspecie te mogen toepassen moet de partij conform het Besluit Bodemkwaliteit worden getoetst aan: - de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem en; - de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem. Overheden kunnen zelf gebiedspecifiek beleid vaststellen, waarbij de toetsingswaarden afwijken van het generieke beleid. Omdat dit per bevoegd gezag kan verschillen is in onderhavig onderzoek enkel getoetst aan het generieke beleid. De gehalten aan PFAS zijn indicatief getoetst aan de normen zoals genoemd in het Tijdelijk Handelingskader (THK) PFAS (geactualiseerde versie van 29 november 2019). In tabel 3 zijn de toepassingsnormen weergegeven. Tabel 3 : toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie (in µg/kg d.s.) Toepassingswaarde (µg/kg d.s.) (4) (5)
Categorie
Toepassingssituatie
4.1
Op de landbodem Grond en baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau(1)
4.2
Bodemkwaliteitsklasse
Bodemfunctieklasse
Wonen of industrie
Wonen of industrie
Landbouw / natuur
Wonen of industrie
Landbouw / natuur, wonen of Landbouw / natuur industrie Baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau(1), als bedoeld in art. 35, onder f, BKK (verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel of weilanddepot)
4.3
Grond en baggerspecie grootschalig toepassen boven grondwaterniveau(1)
4.4 4.5
Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau(2), met inbegrip van grootschalige toepassing In oppervlaktewater Grond toepassen Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of aansluitende (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK (verspreiden van baggerspecie in zoet of zout oppervlaktewater). Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas, als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK. Baggerspecie toepassen in een ander oppervlaktewaterlichaam in ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas, als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK.
4.6 4.7
4.8.1
4.8.2
0385KUY/19/R1
In-situ partijkeuring grond Molengaerde te Kessel
PFOS = 3 PFOA = 7 GenX = 3 andere PFAS = 3 PFAS = 0,8 PFOS = 0,9 PFAS = 0,8 PFOS = 0,9 PFOS = 3 PFOA = 7 GenX = 3 andere PFAS = 3 PFOS = 3 PFOA = 7, GenX = 3 andere PFAS = 3 Bepalingsgrens = 0,1 PFAS = 0,8 PFOS = 0,9 Bepalingsgrens = 0,1 Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters.
Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters. Bepalingsgrens = 0,1
5/9
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
Vervolg tabel 3 : toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie (in µg/kg d.s.) Categorie
Toepassingssituatie
4.9.1
Baggerspecie toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met rijkswater, voor zover is voldaan aan de volgende voorwaarde: in de nabijheid van de diepe plas is geen kwetsbaar object gelegen, als bedoeld op p. 26 van de ‘Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen’(3) Baggerspecie toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld onder 4.9.1
4.9.2
(1)
Toepassingswaarde (µg/kg d.s.) (4) (5) PFAS = 0,8 PFOS = 3,7
Bepalingsgrens = 0,1
Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. Onder ‘diepe plas’ wordt verstaan: oppervlaktewaterlichaam, ontstaan als gevolg van zandwinning, grindwinning of kleiwinning of een dijkdoorbraak. Onder ‘vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90% van het jaar langer dan een maand). Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlichaam beschouwd als oppervlaktewater van elders. Deze plassen zijn aangegeven op de kaart die als bijlage bij dit tijdelijk handelingskader is gevoegd.
Onder ‘niet-vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet. Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld (zie paragraaf 5). De toepassingswaarden voor de onderscheiden categorieën van toepassingen worden hieronder toegelicht. De paragraafnummers corresponderen met de nummering in kolom 1 van de tabel.
(2)
(3)
(4) (5)
4.2
Analyseresultaten
Het analyseren van de grondmonsters is door Synlab BV gestart op 20 november 2019 en afgerond op 29 en 4 december 2019. De laboratoriumcertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Een toetsing aan de achtergrondwaarden en de kwaliteitsklassen voor wonen en industrie uit de regeling Bodemkwaliteit is opgenomen in bijlage 5. In tabel 4 zijn de gegevens van de toetsing aan de bodemkwaliteitsklassen uit de regeling Bodemkwaliteit samengevat. Tabel 4: Toetsing regeling Bodemkwaliteit Omschrijving
Codering mengmonsters
Aantal grepen
Toetsing BBK toepassing op of in de bodem
Molengaerde te Kessel
MM1 & MM2
2 x 67
achtergrondwaarde
De resultaten van de PFAS analyses zijn getoetst aan het Tijdelijk Handelingskader PFAS. De gehalten aan PFAS liggen voor de toepassing op of in landbodem (met uitzondering grondwaterbeschermingsgebieden) beneden de meest kritische toepassingswaarde van 0,8 µg/kg ds en voldoen derhalve aan de norm voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw / natuur. 4.3
Hergebruiksmogelijkheden
Uit toetsing van de analyseresultaten aan het Besluit Bodemkwaliteit (generiek beleid) blijkt dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarde overschrijdt.
0385KUY/19/R1
In-situ partijkeuring grond Molengaerde te Kessel
6/9
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
De gehalten aan PFAS liggen voor de toepassing op of in landbodem (met uitzondering grondwaterbeschermingsgebieden) beneden de meest kritische toepassingswaarde van 0,8 µg/kg ds en voldoen derhalve aan de norm voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw / natuur. Op basis van onderhavig onderzoek kan worden geconcludeerd dat de in-situ partij grond welke zich bevindt plaatse van de Molengaerde te Kessel conform het Besluit Bodemkwaliteit (generiek beleid) voldoet aan de achtergrondwaarde. Aangezien het gehalte aan PFOS de bepalingsgrens overschrijdt is de partij niet geschikt om toegepast te mogen worden in oppervlaktewater. Aangezien in de in-situ partij grond geen van de zware metalen de emissietoetswaarde overschrijdt kan de partij zonder aanvullend uitloogonderzoek worden hergebruikt in een grootschalige bodemtoepassing.
0385KUY/19/R1
In-situ partijkeuring grond Molengaerde te Kessel
7/9
Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV
5
CONCLUSIES
In opdracht van Zand- en Grindbedrijf Kuypers BV heeft in november 2019 door Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV (MAH BV) een keuring van een in-situ partij grond plaatsgevonden welke zich bevindt ter plaatse van de Molengaerde te Kessel. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat de in-situ partij grond bestaat uit de bodemlaag van 0,0 – 0,8 m-mv. De in-situ partij grond bevindt zich aan weerszijde van de weg Aan de Hagendoorn. Om aan weerszijde van de weg de percelen onderling met elkaar te verbinden is aan de noordzijde van de weg een strook van de tuinen en aan de zuidzijde weg een deel van het trottoir in de in-situ partij grond opgenomen. - Aanleiding voor de keuring van de in-situ partij grond betreft de afvoer c.q. toepassing ervan elders. - Het doel van de keuring is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de in-situ partij grond en de daaruit voortkomende mogelijkheden voor hergebruik in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. - De bemonsterde in-situ partij grond heeft een geschat volume van ca. 4.420 m3. Bij een bepaalde dichtheid van 1,85 ton/m3 komt dit volume overeen met circa 8.177 ton. Voor de keuring van grond conform het Besluit Bodemkwaliteit (BBK) geldt onder bepaalde voorwaarden een maximale partijgrootte van 10.000 ton. Omdat aan deze voorwaarden wordt voldaan is de partij onderzocht als zijnde 1 partij.
- Middels een systematisch raster zijn 2 keer 67 grepen uit de partij genomen. De in totaal 134 grepen zijn alternerend over twee mengmonsters verdeeld, zodat beide mengmonsters representatief zijn voor de partij. Beide mengmonsters zijn verpakt in afsluitbare emmers. Voor elk mengmonster is de greepgrootte groter dan 180 gram en de effectieve monstergrootte groter dan 12,1 kg. - Bij de bemonstering van de in-situ partij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. - Omdat op 8 juli 2019 (en op 29 november 2019 geactualiseerd) het tijdelijk handelingskader grond en baggerspecie PFAS in werking is getreden dient grond en/of baggerspecie die vanaf 9 juli 2019 wordt geanalyseerd en toegepast gaat worden in Nederland aanvullend te worden onderzocht op PFAS en/of GenX. - In het laboratorium van Synlab BV zijn de aangeboden mengmonsters als volgt separaat geanalyseerd: - Voorbehandeling AP04, droge stof, pH, lutum, organisch stofgehalte, zware metalen (9), PAK, PCB en minerale olie volgens AP04. - PFAS (GenX onverdacht). - Uit toetsing van de analyseresultaten aan het Besluit Bodemkwaliteit (generiek beleid) blijkt dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarde overschrijdt.
- De gehalten aan PFAS liggen voor de toepassing op of in landbodem (met uitzondering grondwaterbeschermingsgebieden) beneden de meest kritische toepassingswaarde van 0,8 µg/kg ds en voldoen derhalve aan de norm voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw / natuur.
0385KUY/19/R1