CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-041 03 Toelichting.pdf

Raad 6 juli 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “herziening bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree”; wijziging van “Agrarisch – Intensieve veehouderij” naar “Wonen met caravanstalling” (2021-041)12.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Geurverordening en beleidsregel inzake geurbeleid De Wgv biedt middels artikel 6 de mogelijkheid aan gemeenten om bij verordening, binnen gestelde marges, afwijkende normen vast te stellen. De gemeente Peel en Maas heeft geen geurverordening opgesteld, er zijn derhalve geen afwijkende normen vastgesteld ter plaatse van het plangebied. De reguliere geurnomen zijn van kracht ter plaatse van het plangebied, derhalve geldt een norm van 14 oue/m³ als het gaat om de voorgrondbelasting. De geldende norm voor wat betreft de achtergrondbelasting bedraag 20 oue/m³. Vaste afstanden De meerderheid van omliggende agrarische bedrijven rondom de planlocatie betreft grondgebonden agrarische bedrijven waarvoor de vaste afstand van 50 m. geldt. Aan deze afstand wordt voor al deze bedrijven ruimschoots voldaan.

Bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree

22

Omgekeerde werking In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe geurgevoelige objecten ontwikkeld. De woningen bestaan al en worden enkel qua functie gewijzigd van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. De woningen komen dan ook niet dichterbij de omliggende bedrijven te liggen. Tussen de woningen en het dichtstbij gelegen bedrijf aan Tongerveldweg 19 (intensieve veehouderij) zijn nog twee andere woonbestemmingen gelegen. Enige beperking t.o.v. het betreffende bedrijf zal derhalve niet uitgaan van de woningen binnen onderhavig plangebied. Ten aanzien van de omliggende grondgebonden agrarische bedrijven is in het plangebied een geurzone opgenomen, welke voorkomt dat binnen deze zone nieuwe geurgevoelige objecten danwel nieuwe geurgevoelige functies kunnen worden opgericht danwel uitgeoefend. Dit ter voorkoming van enige belemmeringen voor de ontwikkeling van deze bedrijven. Conclusie Vanuit het aspect geurhinder zijn er geen belemmeringen voor het voorliggende initiatief. In de woningen zal sprake zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat en de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun mogelijkheden beperkt.

4.7.

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege:  het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen);  het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen);  het gebruik van luchthavens;  het gebruik van windturbines. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden, richtwaarden en oriënterende waarden opgenomen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden, waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het bestemmingsplan. Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor luchthavens geldt specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. De regels over externe veiligheid en windturbines zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. De laatste twee onderdelen zijn niet relevant voor dit bestemmingsplan.

Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet getoetst worden aan het externe veiligheidsbeleid. In ruimtelijke plannen moet worden ingegaan op de risico’s in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10 -6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm).

Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is Bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree

23

betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Daar binnen het plangebied sprake is van twee woningen is verder toetsing aan de externe veiligheid in principe vereist. Echter, in dit geval zijn de woningen reeds bestaand en is enkel sprake van een functiewijziging van agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning. De personendichtheid binnen het plangebied wijzigt niet en ook komt de bebouwing niet dichterbij risicovolle inrichtingen of transportroutes te liggen. Risicovolle activiteiten Ondanks het feit dat er geen wijzigingen plaatsvinden in de plaatselijke situatie die van invloed zijn op de externe veiligheid is in het kader van het planvoornemen bekeken of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan.

Uitsnede Risicokaart met het plangebied (situering woningen) aangeduid met een rode markering. (bron: risicokaart.nl)

Uit de Risicokaart en het geldende bestemmingsplan blijkt dat in de omgeving (straal van ca. 1 km) van het initiatief geen risicovolle inrichtingen zijn gelegen met een verhoogd risico ten aanzien van de externe veiligheid. In de omgeving van het plangebied vindt ook geen risicovol transport plaats over wegen, spoorwegen of vaarwegen. Op een afstand van ca. 585 m. ten zuidwesten van het plangebied vindt risicovol transport

Bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree

24

plaats van aardgas (Gasunie) door buisleidingen (3 stuks). De risicocontour 10-6 van deze gasleidingen reikt niet tot het plangebied (zie zwarte stippellijn in bovenstaande afbeelding). Conclusie Mede gezien het feit dat binnen het plangebied de personendichtheid ongewijzigd zal zijn, kan, gezien de beperkte aanwezigheid van risicovolle bronnen rond het plangebied, geconcludeerd worden dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.

4.8.

Kabels en leidingen

Uit de Risicokaart en het geldende bestemmingsplan blijkt dat er in en in de directe omgeving van het plangebied geen leidingen liggen die planologische bescherming behoeven.

4.9.

Water

Bij het opstellen van een bestemmingsplan dienen waterhuishoudkundige belangen meegewogen te worden. De ‘watertoets’ is hiervoor het toetsinstrument. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. Dit betekent dat voldoende compenserende maatregelen genomen moeten worden, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Hiermee wordt het functioneren van het watersysteem als geheel gediend (grondwater en oppervlaktewater). Het plan betreft de functiewijziging van een voormalige pluimveehouderij, waarbij geen nieuwe bebouwing wordt opgericht. Bestaande overtollige bebouwing aan de overzijde van de Korte Heide wordt (op termijn) nog aanvullend gesloopt. Beleid Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Limburg, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014), het Nationaal Waterplan, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening.

Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de drietrapsstrategieën. Kenmerken van het watersysteem Op de locatie zijn geen specifieke zoneringen van toepassing welke van invloed zouden kunnen zijn op het (te kiezen) watersysteem. Binnen het plangebied en in de directe omgeving bevindt zich geen oppervlaktewater waarmee rekening dient te worden gehouden. Het (huishoudelijk) afvalwater wordt aangesloten op de riolering. Het hemelwater dat terechtkomt op de reeds bestaande bebouwing wordt niet afgevoerd via het riool, maar afgekoppeld. Het water dat afkomstig is van de stallen en de erfverharding wordt via putten in de bestrating ondergronds geleid naar een infiltratiesloop, welke is gesitueerd direct naast de locatie langs de Korte Heide. Het water infiltreert hier in de bodem. Het water dat afkomstig is van de daken van de woningen en het bijbehorend erf wordt via de andere kant geleid naar een ter plaatse aanwezige sloot aan de voorzijde van de locatie (Tongerveldweg).

Deze sloot is doodlopend, het water infiltreert hier dus ook ter plekke. De wijze waarop met het hemelwater wordt omgegaan op deze locatie bestaat al meer dan 25 jaar. Daar waar de bestaande bebouwing is of wordt gesaneerd, komt geen bebouwing noch erfverharding terug, dus kan het hemelwater direct infiltreren in de bodem.

Bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree

25

Overleg waterbeheerder Het Waterschap Limburg heeft aangegeven dat plannen waarbij de toename van de hoeveelheid verhard oppervlak kleiner dan 2.000 m² bedraagt, niet hoeven te worden voorgelegd aan het watertoetsloket. Er is in dit geval geen sprake van toename van verhard oppervlak, er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling, waardoor het bestemmingsplan niet aan het waterschap behoeft te worden voorgelegd. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het initiatief geen belemmeringen oplevert voor de waterhuishoudkundige situatie op de locatie Tongerveldweg 28 te Maasbree.

4.10.

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt:  De archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard.  Er dient vroeg in het proces van ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect ‘archeologie’. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente is dus het bevoegde gezag indien het gaat om het toetsen van de archeologische onderzoeken en Programma’s van Eisen. De archeologische waarden binnen de gemeente Peel en Maas zijn geïnventariseerd en hiervoor is het beleid nader vastgelegd in de vigerende beheersverordening. Voor de locatie is een dubbel bestemming ‘Waarde - Archeologie 4’ opgenomen. Deze dubbel bestemming dient ter bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Binnen deze bestemming is bepaald dat bebouwing op de als zodanig bestemde gronden niet mogelijk is, tenzij geen heiwerkzaamheden nodig zijn en er minder dan 40 centimeter diep bebouwing wordt opgericht, ofwel de oppervlakte van de bebouwing wordt vergroot met meer dan 250 m².

In het plangebied is uitsluitend sprake van een functiewijziging van bestaande bebouwing. Enkel aan de Korte Heide zullen sloopwerkzaamheden plaatsvinden. Omdat geen sprake is van vergroting van de oppervlakte van de bebouwing en er ter plaatse van de te slopen bebouwing reeds bodemverstoring heeft plaatsgevonden (ten tijde van de bouw), hoeft geen aanvullend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' wordt in het voorliggende bestemmingsplan opgenomen overeenkomstig de archeologische beleidskaart en de vigerende beheersverordening. Hiermee is de bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden blijvend gewaarborgd. Cultuurhistorie De gemeente Peel en Maas kent geen actief monumentenbeleid. Er is geen sprake van gemeentelijke monumenten. De beeldbepalende elementen die behouden dienen te blijven, zijn vastgelegd in de dubbelbestemming ‘cultuurhistorie’. Verder zijn er enkele rijksmonumenten en een beschermd dorpsgezicht behouden. Ter plaatse van de locatie Tongerveldweg 28 zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Het initiatief heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden in de omgeving. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen zijn voor de functiewijziging op de locatie aan de Tongerveldweg 28.

Bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree

26

4.11.

Natuur

Natura 2000 Op een afstand van ca. 7,5 km ten westen van het plangebied is het Natura2000 gebied ‘Deurnsche Peel &* Mariapeel’ gelegen. De Groote Peel ligt op een afstand van zo’n 12,5 km. Op grond van de Wet natuurbescherming is het noodzaak, dat individuele activiteiten die mogelijk van invloed kunnen zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van de naastgelegen Natura2000 gebieden, vooraf passend worden beoordeeld. In het verleden kon in dit kader meestal volstaan worden met een verwijzing naar het PAS: Programma Aanpak Stiktof (PAS). Het PAS is een integraal programma met betrekking tot activiteiten die stikstof uitstoten, die neerslaat op een Natura2000 gebied ("stikstofdepositie"). Het gaat dan bijvoorbeeld om uitbreidingen van veehouderijen, de aanleg van woonwijken en wegen en industriële activiteiten. Stikstofdepositie kan een negatief effect hebben op de natuur. Met het PAS werd ook beoogd het toestemmingsregime op grond van de Habitatrichtlijn (geïmplementeerd in de Natuurbeschermingswet 1998 (oud) en de huidige Wet natuurbescherming) te versimpelen. Individuele activiteiten hoefden niet meer passend te worden beoordeeld voor stikstofdepositie: er kon simpelweg verwezen worden naar het PAS. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) een streep gezet door de PAS.

De PAS is in strijd met de Habitatrichtlijn, daar het niet voldoet aan de eisen die het Hof van Justitie stelt. Het PAS houdt ten onrechte geen rekening met het verschil tussen enerzijds instandhoudingsmaatregelen, passende maatregelen en autonome ontwikkelingen en anderzijds beschermingsmaatregelen in de zin van de Habitatrichtlijn. Als gevolg van deze uitspraak dient bij alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de afweging te worden gemaakt of het planvoornemen significante effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van het nabijgelegen Natura2000 gebied(en). In het kader van de voorgenomen bestemmingswijziging is de NOx uitstoot met bijbehorende stikstofdepositie berekend. Om de stikstofdepositie van het plangebied op de omliggende Natura 2000 – gebieden te berekenen, is de AERIUS Calculator 2020 gebruikt. Binnen deze berekening is de gebruiksfase (= nieuwe situatie) berekend. De aanwezigheid van kippen in de bestaande situatie wordt met dit plan ingetrokken (intrekking OBM). Hiertoe zal de aanvrager voor het definitief worden van het bestemmingsplan een verzoek indienen. De stikstofdepositie die gepaard gaat met het houden van kippen is ruim voldoende om met het vertrek van de dieren de verdere uitwerking van de bestemmingswijziging te realiseren.

Bovendien zal er per saldo sprake zijn van een forse afname van stikstofdepositie als gevolg van de activiteiten binnen het plangebied. De gebruiksfase Voor de gebruiksfase is de NOx uitstoot met bijbehorende depositie berekend van de verkeersbewegingen van de bewoners van de Tongerveldweg 28, de NO x uitstoot van de CV ketels in de twee bestaande woningen en de verkeersbewegingen met betrekking tot de caravans, die gestald zullen worden in de voormalige kippenstallen. In tabel 1 is een overzicht van alle emissiebronnen tijdens de gebruiksfase weergegeven. Tabel 1: Overzicht van de emissiebronnen tijdens de gebruiksfase Emissiebron Aantal verkeersbewegingen Woning (2X CV ketel) n.v.t. Licht verkeer (bewoners) 13.140 Zwaar verkeer (caravans) 300

Emissie totaal (kg NOx/jaar) 7,20 4,77 1,68

Uit de berekening blijkt dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Hieruit kan worden geconcludeerd dat ten aanzien van de nieuwe invulling van de locatie geen verslechtering plaatsvindt voor wat betreft de stikstofdepositie op het dichtstbij gelegen Natura2000 gebied. Daarmee leidt de bestemmingswijziging niet tot significante negatieve effecten op de instandhouding van de specifieke

Bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree

27

habitattype in het Natura2000 gebied. Voor de rekenresultaten wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze toelichting. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstig te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. De locatie Tongerveldweg 28 ligt op ruim 750 m. afstand van een ‘Goudgroene natuurzone’. De dichtstbijzijnde ‘Bronsgroene landschapszone’ is gelegen op een afstand van zo’n 950 meter. De functiewijziging heeft dan ook geen direct (negatief) effect op omliggende natuurgebieden. Het Natuurnetwerk Nederland vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Flora en fauna De bescherming van dier- en plantensoorten is in de Wet natuurbescherming (Wnb) geregeld. Deze bescherming wordt op verschillende manieren uitgevoerd. Zo is er een verbod om beschermde planten te plukken en beschermde dieren te doden of te vangen. Ook andere handelingen die dier- en plantensoorten kunnen bedreigen zijn verboden of slechts onder voorwaarden toegestaan. De Wet natuurbescherming schrijft voor dat iedereen de algemene zorgplicht voor de in het wild levende planten en dieren in acht moet nemen. Dit houdt in dat handelingen die niet noodzakelijk verband houden met het beoogde doel, maar nadelig zijn voor de flora en fauna, achterwege moeten blijven.

Op grond van artikel 1.11 van de wet (die de algemene zorgplicht regelt) moet schade aan soorten zoveel mogelijk worden voorkomen of worden beperkt. Van bedreigde planten- of diersoorten worden lijsten gepubliceerd. Bouwactiviteiten kunnen impact hebben op het leefgebied van planten- en diersoorten. Functiewijzigingen kunnen ook effect hebben op eventuele aanwezigheid van beschermde planten en/of dieren in of om de bestaande bebouwing. Om uit te kunnen sluiten dat vanwege de functiewijziging beschermde dier- en plantensoorten worden verstoord, is door de plaatselijke IVN een ecologische quickscan uitgevoerd. Op 19 mei 2020 is door de bestuursleden van het IVN Baarlo-Maasbree een bezoek gebracht aan de locatie. De leden hebben de locatie beoordeeld op naleving van de bestaande regels en bepalingen voor natuurbescherming- en behoud en dat er geen schade aan natuur wordt veroorzaakt als gevolg van de sloop en verwijdering van de stal. Uit een visuele inspectie van de binnen- en buitenzijde van het gebouw is vastgesteld dat de diverse elementen van flora en fauna niet bedreigd of aangetast worden en er geen schade aan de natuur te verwachten is. Het resultaat van de quickscan is in bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect natuur geen belemmeringen zijn voor de functiewijziging aan de Tongerveldweg 28.

4.12.

Verkeer en parkeren

Het plangebied is en blijft ontsloten via één in- en uitrit aan de Tongerveldweg en 2 in- en uitritten aan de Korte Heide. Er is sprake van een functiewijziging van de bestaande agrarische bestemming naar een woonbestemming met daarbij opslag van caravans c.q. campers (ca. 50 stuks). Het bijbehorende (zware) vrachtverkeer van het agrarisch bedrijf zal verdwijnen. Ten behoeve van de woonbestemming zal sprake zijn van het reeds bestaande verkeer ten behoeve van de woningen, alsmede het halen en brengen van caravans/campers die in de voormalige stallen zullen worden gestald. De verkeersbewegingen van en naar de caravanstalling vinden uitsluitend plaats via de bestaande inrit aan de Tongerveldweg. Op deze wijze vindt er geen overlast plaats voor de bewoners aan de Tongerveldweg 26. Het aantal verkeersbewegingen zal met de functiewijziging niet onevenredig toenemen, de verwachting bestaat dat het zelfs zal afnemen, daar de verkeersbewegingen ten behoeve van de caravanstalling gebonden zijn aan het seizoen c.q. vakanties. De omliggende wegen rond het plangebied kunnen de verkeersbewegingen zonder problemen verwerken. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Dit wijzigt niet ten opzichte van de bestaande situatie. Er is voldoende ruimte aanwezig.

Bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree

28

4.13.

Duurzaamheid en veiligheid

Binnen de gemeente Peel en Maas wordt ernaar gestreefd zo duurzaam mogelijk te bouwen. Het terugdringen van het energieverbruik vormt hierbij het uitgangspunt. In het plangebied vindt uitsluitend de functiewijziging van de bestaande agrarische bedrijfswoning naar burgerwonen plaats. Oude bebouwing aan de Korte Heide wordt gesloopt. Maatregelen in relatie tot duurzaamheid zijn niet aan de orde. In het kader van het aspect veiligheid is ten behoeve van het planvoornemen advies gevraagd aan de brandweer. Uit de reactie van de brandweer is gebleken dat er geen sprake is van enige belemmeringen in het kader van de veiligheid. Er is voldoende bluswater in de directe omgeving en de bereikbaarheid van de locatie is ook goed.

4.14.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Algemeen In de Wet milieubeheer is aangeven dat voor bepaalde ontwikkelingen een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. In de wet is de procedure beschreven en zijn de inhoudelijke eisen opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘m.e.r.-plichtige activiteiten’, waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en ‘m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten’, waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significant negatieve gevolgen voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het ruimtelijk plan of de omgevingsvergunning plan m.e.r.-plichtig, project m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. In het Besluit m.e.r. zijn voor deze activiteiten drempelwaarden opgenomen. Daarnaast zijn er ruimtelijke ontwikkelingen die onder de drempelwaarden blijven. Voor dit soort situaties moet een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' worden gemaakt. Deze toets is weliswaar 'vormvrij'; de wet stelt echter wel eisen aan de inhoud. In de praktijk betekent dat in de toelichting bij het ruimtelijk plan een paragraaf 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' wordt opgenomen. Beoordeling In dit geval betreft het een bestemmingsplan dat de functiewijziging van een intensieve veehouderij naar burgerwonen vastlegt.

Er is geen sprake van een activiteit boven de drempelwaarde, zoals opgenomen in de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.beoordeling. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is gedaan aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Hierna wordt kort op deze criteria ingegaan. 1. De kenmerken van het project Het plan heeft geen negatieve milieu-impact. Het initiatief heeft geen gevolgen voor het woon- en leefklimaat op de locatie zelf en in de omgeving. 2. De plaats van het project: De locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken, waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten. 3. De kenmerken van de potentiële effecten: De milieuthema’s zijn getoetst in voorgaande paragrafen. Voor alle milieuthema’s geldt dat er in de beoogde situatie geen sprake is van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Gelet op het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat belangrijke nadelige milieueffecten vanwege het planvoornemen kunnen worden uitgesloten.

Bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree

29

5.

Uitvoerbaarheid

5.1.

Economische uitvoerbaarheid

De functiewijziging ter plaatse van de voormalige intensieve veehouderij betreft een particulier initiatief. De initiatiefnemer, die eigenaar van de betreffende gronden is, fungeert als financiële drager van het onderhavige project en heeft voor de uitvoering de benodigde financiële middelen gereserveerd. De gemeente beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking aan de uitvoering van het plan. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. Volgens artikel 6.12, lid 2 Wro kan de gemeente hiervan afzien in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, of indien:  het kostenverhaal anderszins is verzekerd;  het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is. De functiewijziging binnen het plangebied betreft geen bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.12, lid 1 Wro in samenhang met artikel 6.2.1. onder a Bro. Hierdoor geldt geen verplichting tot kostenverhaal.

Met de initiatiefnemer zal wel een overeenkomst planschade worden gesloten, op basis waarvan eventueel door de gemeente toe te kennen tegemoetkomingen in planschade kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer.

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De functiewijziging vindt plaats op een perceel dat eigendom is van de initiatiefnemer. Het plan heeft geen negatieve milieugevolgen, zal zelfs bijdragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit in de directe omgeving en zal niet voor overlast zorgen voor omliggende bedrijven of woningen. Derhalve mag worden aangenomen dat tegen onderhavig plan geen overwegende bezwaren bestaan. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro en zienswijzen Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Tongerveldweg 28 Maasbree’, is overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar het Waterschap Limburg en de Provincie Limburg. Beide instanties hebben geen inhoudelijke opmerkingen op het plan kenbaar gemaakt. In het kader van de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerp bestemmingsplan van 8 maart t/m 19 april 2021 ter inzage gelegen. Een ieder is tijdens deze periode in de gelegenheid gesteld om schriftelijke zijn/haar zienswijzen ten aanzien van het plan kenbaar te maken. Tijdens de inzagetermijn zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Omgevingsdialoog In het kader van het planvoornemen is door de initiatiefnemers een dialoog gevoerd met de directe omgeving. Hiervan is een korte samenvatting opgesteld, welke aan de gemeente is aangeboden.

Wegens privacy-redenen is deze dialoog niet aan de plandocumenten toegevoegd en openbaar gemaakt.

Bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree

30

Bijlage 1   

Landschappelijk inpassingsplan

Inpassingstekening planlocatie Inpassingstekening uitgezoomd (inpassing buiten bouwvlak) Sortimentslijst

Bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree

31

Bijlage 2

AERIUS berekeningen

Bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree

32

Bijlage 3

Rapport ecologische quickscan

Bestemmingsplan Tongerveldweg 28 te Maasbree

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=df805a52-07c7-43ff-961d-72821b758b03