2021-027 05 Ingrediënten businesscase.docx
Tekst van het document
Bijlage: Ingrediënten voor een businesscase Inleiding Een businesscase geeft antwoord op de vragen: Welk scenario (nieuwbouw of renovatie) is financieel en kwalitatief het meest gunstig Boekwaarde / leeftijd Eenmalige kosten zoals tijdelijke huisvesting Gebiedsontwikkeling en dorpsontwikkelingsplan Welke financiële bijdrage doen schoolbesturen Exploitatiegerichte investeringen en passend binnen de kaders van het onderwijsaccountantsprotocol. Wezenlijk is de integrale afweging van de schoolplannen van de schoolbesturen die nog gemaakt moet worden binnen de gemeente. Dit moet ook gebeuren in samenhang met de gemeenschap/dorp/ouders en kindpartners zoals kinderopvang. Die integrale afweging is dus de businesscase per school. Werkwijze Door desbetreffend schoolbestuur wordt in het in de schoolkalender aangegeven jaar het initiatief genomen om een businesscase te starten. Daarvoor meldt zij zich bij de gemeente, die uitgangspunten voor de businesscase meegeeft in een startdocument. Vanuit de gemeente wordt een projectleider aangewezen om samen met de projectleider van de school, de gemeenschap, kinderopvang, andere kindpartners en eventuele andere betrokkenen, de businesscase uit te werken. Er kan vanuit de gemeente een bijbehorend onderzoeksbudget worden meegegeven, dat afhankelijk is van aard en complexiteit van de businesscase.
Een indicatie van het gemiddelde bedrag hiervoor is € 10.000. Een businesscase resulteert in een document waarmee de volgende stap in de besluitvorming kan worden ingezet; de aanvraag voor een voorbereidingskrediet. De businesscase is een uitwerking van het onderzoek van de uitgangspunten zoals die in het startdocument zijn weergegeven. Er worden aan het slot einde van de businesscase één of meerdere scenario’s voorgesteld. Daardoor is het voor het gemeentebestuur mogelijk keuzen voor het vervolg te maken. Inhoud/elementen voor businesscase De businesscase start met de specifieke opdracht voor het kindcentrum. Onderzoek voor X meerdere scenario’s die oplossing bieden voor vraagstuk Y. Afhankelijk van de situatie worden aanvullende scenario’s meegegeven. Er is steeds sprake van maatwerk. De volgende vragen zijn standaard, overige vragen zijn maatwerk:
Hoe kijkt dorp er tegen aan? Wat betekent dit voor de bereikbaarheid? Wat zijn overige kosten ivm de infrastructuur? Wat betekent keuze in relatie tot omgeving? Wat zijn andere opgaven in de omgeving vanuit de gemeentelijke kaders (riool, verkeer etc)? Wat zijn de risico’s? Hoe is samenhang met kinderopvang? Hoe is nagedacht over visie op onderwijs en aansluiting gebouw? Is het toekomstig gebouw voldoende flexibel in te delen en uit te breiden? Wat zijn overige beïnvloedende factoren en alternatieven?
1
Kosten op te nemen in businesscase:
Kosten nieuwbouw/renovatie/uitbreiding (stichtingskosten) Kosten voor aankoop van grond en eventuele aanpassingen aan de infrastructuur/openbare ruimte; Kosten voor sloop van huidige gebouwen; Kosten voor grondsanering; Kosten voor huur of tijdelijke huisvesting; Kosten voor het verwijderen van tijdelijke huisvesting; Contextuele factoren of locatie gebonden kosten; Mogelijke kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair; Kosten en baten bij het eventueel afstoten van locaties en gebouwen.
Uitgangspunten
Schoolbestuur is bouwheer; Alle bedragen zijn inclusief btw en conform geldig prijspeil; Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen; De gemeente is vanuit wet- en regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen zoals gasloos bouwen bij nieuwbouw; De schoolbesturen dragen bij in de realisatie van voorzieningen via een bijdrage. Deze bijdrage moet per situatie worden bekeken. De bijdrage bestaat uit exploitatiegerichte investeringen met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar en die passen binnen het Onderwijsaccountsprotocol; Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van minimaal 40 jaar; Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met tenminste 25 jaar verlengen.
2