CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-021 04 Bijdrage stichting Vorkmeer - Evaluatie pilot Hulp bij het huishouden 2021.pdf

Raad 20 april 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Toekomst Hulp bij het huishouden (2021-021)1.261 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Panningen, 27-01-2021

Vorkmeer bijdrage: Evaluatie pilot Hulp bij het huishouden 2021

Als betrokken stakeholder voor de kernen en de gemeente in de pilot HbH hebben de opbouwwerkers en maatschappelijk werkers van Vorkmeer hun ervaringen en belevingen op papier gezet. Deze worden meegenomen in de eindevaluatie van de pilot naar de gemeenteraad in 2021. We hebben hoofdzakelijk gekeken naar de volgende uitgangspunten en condities (uit de herziene beleidsnotitie Hulp bij het huishouden als werking van vitale gemeenschappen (2018-2021):  de gekantelde werkwijze (op de eerste plaats komt de eigen kracht van personen en van vitale gemeenschappen);  het zelf invulling geven van de voorziening door de gemeenschap;  het zorgen voor elkaar;  de kernorganisatie en draagvlak;  de rol en positie van de dorpsondersteuner. (Gebaseerd op de waardeoriëntaties: “de ontwikkeling van institutiezorg naar gemeenschapszorg en de beweging van grootschaligheid naar kleinschaligheid”) Wij zien dat de dorpen enthousiast bezig zijn kennis en ervaringen te delen, samen de voorziening te verbeteren en in deze voorziening geloven. De dorpen verschillen in schaal en aanpak. Je hebt grote dorpen en kleine dorpen. Je hebt grote en kleine netwerken met verschillende accenten in informeel en formeel, intern en extern, persoonlijk en zakelijk, actief en reactief.

Er zijn verschillen in aanpak ingegeven door de cultuur van een dorp en door de aanwezige talenten van individuele(actieve) inwoners. Wij vernemen dat de voorziening als positief tot zeer positief wordt ervaren bij de hulpvragers.

Evaluatie, ervaringen en opmerkingen vanuit Vorkmeer op de pilot Hulp bij huishouding:

Kleinschaligheid en gemeenschapsnabijheid: Het streven naar kleinschaligheid en gemeenschapsnabijheid wordt bemoeilijkt door de realiteit. Wij merken dat op in:  het lopende onderzoek naar het soort voorziening, algemene of dorpsvoorziening (onder invloed van landelijke overheidswetten en financiële kaders);  de verschillen in aantallen zorgvragers per dorp;  de overlegstructuur van de begeleidingsgroep. Het roept bij ons vraagtekens op qua zelfsturing. Er is vanaf het begin besloten de betreffende wethouder voorzitter van deze groep te maken;  de indeling in belangengroep, begeleidingsgroep en stichting Kernkracht, wat heeft geleid tot verwarring in wie waar nu inzit, in welke rol én in de zoektocht naar de naamgeving voor de belangengroep;  de behoefte naar professionele mankracht zoals die van een coördinator voor de stichting Kernkracht én de dorpsondersteuners;  het vormgeven van deze samenwerkings- en overlegstructuren. Het risico van systeemdenken en het managen op een puur zakelijke en financiële benadering liggen op de loer en daar worden goede onderlinge gesprekken over gevoerd tussen de dorpen. Er vindt dan ook bijsturing plaats;  de invloed van de regionale inkoop/aanbesteding voor zorgvoorzieningen en regionale afspraken (gemeenten Noord Limburg). De mate van het zelf vorm kunnen geven van de dorpen aan de voorziening verkleint.

Verwachtingen: Wij vragen ons af of de werkelijke verwachtingen van de dorpen gelijk oplopen met de bedoeling van de pilot? Hierbij gaat het o.a. om de werkzaamheden en inzetbaarheid van de dorpsondersteuner en eventueel een nieuwe coördinator. Wij zien dat het inzetten van een professional de vorming van sociale cohesie, en het zorgen voor elkaar kan verminderen omdat zij taken op zich nemen die de ontwikkeling van zelfsturing en vitale gemeenschappen tegengaan (“ont-zorgen”). Niet elke (actieve) bewoner of bewonersgroep en elke professional heeft hetzelfde verhaal over zelfsturing en eigenaarschap op het netvlies. (wat draagt iemand uit?) Actieve bewoners hebben niet alle tijd en energie. Hier komt dus de vraag naar boven wanneer doet een bewoner iets en wanneer een professional? Het organiseren van een inloopspreekuur door de dorpsondersteuner, een plek en moment waar alles geregeld wordt voor de hulpvrager, is hiervan een goed voorbeeld. De kans is groot dat men dan vergeet in te zetten op het actief verbinden van bewoners met elkaar, en het actief werken aan een dorpsnetwerk tussen formele en informele hulp. (aanjagen)

Regie en behoeften: Hoe vér gaat de eigen regie voor een dorp? Wat lukt wel en wat niet meer qua kennis, tijd, geld en inzet? Dit is per dorp verschillend. De vraag waar heb je als dorp behoefte aan, is misschien nu juist belangrijk om te stellen. Er zijn verschillende voorzieningen in de dorpen. Het worden er misschien nog meer. Dan is het belangrijk de behoeften scherp te hebben om een duurzame toekomst op te kunnen bouwen. Kan de gemeenschap zelf voldoende (blijven) investeren in al die voorzieningen? Het is soms efficiënter en noodzakelijk om een stuk van je eigen regie af te geven aan een vertegenwoordiger, zoals de dorpen dat doen bij de stichting Kernkracht of aan een professionele expert. Risico is dat de verbinding onderling minder wordt. Door sommigen wordt de pilot benaderd als een project, voor anderen als een proces. Transparantie, vertrouwen, op tijd bijpraten en samen beslissingen blijven nemen houden de gemeenschappen bij elkaar. Dat kunnen we zien in de totstandkoming van het klachtenprotocol waar de stichting Kernkracht het voortouw in neemt. In dit proces zijn ieders rollen bespreekbaar geworden en duidelijker afspraken met elkaar gemaakt. (lerend vermogen) Vorkmeer vervult met het werkgeverschap over meerdere dorpsondersteuners een behoefte van de dorpen.

Kunnen de gemeenschappen deze rol overnemen zoals het de bedoeling was (verlangen van 2016, begin pilot) en in lijn met de zelfsturing? De dorpen die de dorpsondersteuner zelf in dienst hebben, ervaren dat het werkgeverschap en eigen verantwoordelijkheid dragen kán. We zien dat zij zich onafhankelijk voelen (emancipatieproces) en dichtbij de gemeenschap staan. Ons inziens ligt er een taak voor de gemeente om op te treden met een begripvolle en steunende houding/inzet naar de dorpen die dat op enig moment nodig hebben. De gemeente laat jullie, als individu of groep, niet in de steek. Aanvullende opmerkingen: - Stichtingen welzijn en kernteams werken goed en mooi samen met de dorpsondersteuner (direct en dichtbij, samen willen optrekken in het verder vormgeven van de voorziening en de zelfsturing). - Zowel de dorpen onderling, als de dorpsondersteuners onderling, en de wisselende gemeentelijke bestuurders verschillen van elkaar. - De zakelijke en financiële kant heeft de overhand in de pilot de laatste jaren. - Elk dorp organiseert zich weer anders. Het opbouwen van een goed functionerend dorpsnetwerk van initiatieven en verenigingen is een uitdaging. De sociale kaarten zijn helpend hierin maar het vraagt ook naar de juiste gesprekken onderling in het dorp.

(kernorganisatie met een breed draagvlak in de lokale samenleving) - Contact en samenwerking tussen dorpsondersteuners, de Wegwijzer en maatschappelijk werk Vorkmeer wordt als goed en aanvullend ervaren. - Contact tussen opbouwwerkers, dorpsondersteuners en stichtingen/kernteams is goed en naar behoefte van het dorp. - De pilot heeft een lerende werking op (georganiseerde)bewoners, overheid en bestuur, en de betrokken professionals. In hoe zich tot elkaar te verhouden, welke rol je als deelnemer aanneemt en in het vinden van de grenzen van de mogelijkheden. (maatwerk) - Narratieve interviews zijn volgens ons passender bij zelfsturing dan de huidige enquêtevorm voor cliëntevaluatie/tevredenheidsonderzoek. - Het idee van een solidariteitsfonds is in 2020 besproken in het gezamenlijk dorpsoverleg.

-

Een gezamenlijk fonds voor het inverdiende geld uit bv. deze pilot HbH bleek echter (nog) een brug té ver. De wens van de dorpsoverleggen, als beschreven in het manifest (2017)over zelf betekenis geven aan een eigen economische huishouding, komt in dit idee van een solidariteitsfonds terug. Het fondsidee heeft een aantal dorpen warm gemaakt om aan de slag te gaan met een dorpsfonds en de samenwerking tussen alle bewonersinitiatieven omtrent zorg en welzijn te verbeteren. Waar ligt de grens van zelfsturing voor het individu en voor de collectieven? De Coronacrisis heeft inzichtelijker gemaakt dat op de kleinschaligheid van straat- en buurtniveau zorg voor elkaar als het echt nodig is, aanwezig is. (vitaliteit van de gemeenschap). Vraag is of er zorgaandacht voor iedereen is in het dorp. (inclusieve samenleving en heelheid)

Opbouwwerkers en maatschappelijk werkers Vorkmeer, januari 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=243d436c-4df5-4a97-8bd2-431206b08818