2021-020 07 Verkennend bodem- en infiltratieonderzoek 2020 Ber Vullingsstraat te Beringe.pdf
Tekst van het document
VERKENNEND BODEMONDERZOEK BÈR VULLINGSSTRAAT (ong) te BERINGE 200409.BKK
Colofon BKK Bodemadvies bv Bezoekadres:
Kruisstraat 6 5768 RW MEIJEL
Postadres:
Postbus 55 5768 ZH MEIJEL
tel: e-mail:
077-4661141 info@bkk-advies.nl
Projectgegevens Projectlocatie: Rapportnummer: Datum rapport:
Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe 200409.BKK 4 juni 2020
In opdracht van:
Gemeente Peel en Maas T.a.v. de heer R. Janssen Wilhelminaplein 1 5981 CC Panningen
Het veldwerk is onder certificaat EC-SIK-20261 en onafhankelijk van de opdrachtgever conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001, 2002 en 2018, uitgevoerd door de heer B. Abbink.
Auteur (projectleider): Ing. B.E.G.G. Verhoeve
Interne controle: Ing. M.L.M. Kessels
Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij BKK Bodemadvies bv een hoge prioriteit. BKK Bodemadvies hanteert daartoe een kwaliteitssysteem volgens de NEN-EN-ISO 9001: 2015, certificaatnummer nr. EC-KWA-00050. Indien u een klacht heeft over de uitvoering van de werkzaamheden binnen de reikwijdte van dit certificatieschema, vernemen wij dat graag zo snel mogelijk van u. Mocht dit niet tot tevredenheid leiden, kunt u zich in tweede instantie wenden tot onze certificerende instelling, Normec Certification b.v. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of BKK Bodemadvies bv.
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ..............................................................................................................1
2.
NADERE GEGEVENS OMTRENT ONDERZOEKSLOCATIE ...................................................2 2.1. 2.2. 2.2.1. 2.2.2. 2.2.3. 2.2.4. 2.2.5. 2.2.6. 2.2.7. 2.2.8. 2.2.9. 2.3. 2.3.1. 2.3.2. 2.4. 2.5. 2.6.
3.
Algemeen ........................................................................................................ 2 Vooronderzoek ................................................................................................. 2 Bestemmingsplan.............................................................................................. 3 Ligging onderzoekslocatie en omgeving ................................................................ 4 Luchtfoto ......................................................................................................... 4 Terreininspectie ................................................................................................ 5 Historie onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 5 Hinder- en milieuvergunningen en bouw- en sloopvergunningen .............................. 6 Boven- en ondergrondse tanks............................................................................ 6 Ophogingen/dempingen, stortingen/calamiteiten ................................................... 6 Eerder verrichtte bodemonderzoeken ................................................................... 6 Bodemopbouw en geohydrologie .........................................................................
7 Bodemopbouw .................................................................................................. 7 Grondwaterstroming .......................................................................................... 7 Achtergrondwaarden grondwater ......................................................................... 8 Bodembeheerplan ............................................................................................. 8 Conclusies vooronderzoek .................................................................................. 9
ONDERZOEKSSTRATEGIE ........................................................................................ 10 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
4.
Hypothese ..................................................................................................... 10 Strategie van het onderzoek ............................................................................. 10 Asbest ........................................................................................................... 11 Infiltratie onderzoek ........................................................................................ 11 UITVOERING VAN HET ONDERZOEK .......................................................................... 12
4.1. 4.2. 4.3. 5.
Inleiding ........................................................................................................ 12 Veldwerkzaamheden........................................................................................ 12 Veldwaarnemingen .......................................................................................... 12 ONDERZOEKSRESULTATEN ...................................................................................... 15
5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 6.
Toetsingskader algemeen ................................................................................. 15 Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit ............................................................... 15 Toetsing en interpretatie analyseresultaten ......................................................... 16 Toetsingskader PFAS en interpretatie analyseresultaten ........................................ 18 INFILTRATIE-ONDERZOEK ....................................................................................... 20
6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 7.
Informatie vooraf ............................................................................................ 20 Lokale bodemopbouw ...................................................................................... 20 De doorlatendheid (algemeen) .......................................................................... 20 Infiltratiemetingen .......................................................................................... 22 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................ 23
BIJLAGEN Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage
I II III IV V VI VII VIII
200409.BKK / BV
Topografische situering Kadastrale gegevens Overzichtstekening Boorprofielen met beschrijvingen Analyserapporten Toetsingsoverzichten analyseresultaten Foto’s onderzoekslocatie Infiltratiemetingen
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
1.
INLEIDING
In opdracht van de gemeente Peel en Maas heeft BKK Bodemadvies bv te Meijel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd – in het kader van nieuwbouw van woningen – binnen het perceel aan de Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe. Doel van het onderzoek is vast te stellen of de bodemverontreinigingen bevat die schadelijk zijn voor de volksgezondheid en/of het milieu in het algemeen en zodoende een belemmering of beperking kunnen vormen voor de nieuwbouw van woningen. Er wordt een globaal inzicht gegeven in de aard, de omvang en de gehalten, c.q. concentraties van mogelijk verontreinigde stoffen in de bodem. Op grond hiervan kan volgens de Wet bodembescherming een milieukundige beoordeling van eventuele verontreinigingen worden gegeven. Ook kan een uitspraak worden gedaan over de noodzakelijkheid van een aanvullend of een nader onderzoek. In het kader van de afzet van de vrijkomende grond ten tijde van de toekomstige bouwactiviteiten wordt de boven- en ondergrond indicatief op PFAS onderzocht. Referentiekader Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse normen "Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek" (NEN 5740) en “Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond” (NEN 5707).
Het veldwerk is uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000: “Beoordelingsrichtlijn voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” met toepassing van de protocollen 2001 (plaatsen van boringen), 2002 (het nemen van grondwatermonsters) en 2018 (onderzoek naar asbest in bodem). BKK Bodemadvies bv is gecertificeerd voor deze protocollen met het certificaatnummer EC-SIK-20261. Aan de hand van het uitgevoerde vooronderzoek conform de NEN 5725 wordt de hypothese vastgesteld met betrekking tot de te verwachten bodemkwaliteit. Hieruit volgt met behulp van de NEN 5740 de te volgen onderzoeksstrategie. Het infiltratie onderzoek wordt volgens de Leidraad Riolering, C2510 Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage, d.d. februari 2011-42 uitgevoerd. De opdrachtnemer “BKK Bodemadvies bv” waarborgt dat aan de functionele scheiding, zoals bedoeld in paragraaf 3.2.7 van BRL SIKB 2000 wordt voldaan en dat er geen opdrachten worden uitgevoerd indien de eigenaar van de onderzoekslocatie tot de organisatie van de opdrachtnemer behoort. Afbakening van het onderzoek Hoewel tijdens het onderzoek naar een zo groot mogelijke representativiteit wordt gestreefd, is steeds het risico aanwezig dat eventuele lokale afwijkingen in het bodemmateriaal niet worden gedetecteerd. Het onderzoek is namelijk gebaseerd op een beperkt aantal boringen en een beperkt aantal chemische analyses.
Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Nadien kan mogelijk door externe factoren de bodemkwaliteit veranderen. Aan het resultaat van het onderzoek kan derhalve geen absolute waarde worden toegekend. Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport worden de bevindingen van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. Hoofdstuk 1 betreft de inleiding en in hoofdstuk 2 worden nadere gegevens van de onderzoekslocatie weergegeven. Hoofdstuk 3 geeft het onderzoeksprogramma weer en in hoofdstuk 4 wordt de uitvoering van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 5 zijn de onderzoeksresultaten gepresenteerd. Het infiltratie onderzoek wordt in hoofdstuk 6 verwoord en in hoofdstuk 7 worden de conclusies en de aanbevelingen vermeld.
200409.BKK / BV
1
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
2.
NADERE GEGEVENS OMTRENT ONDERZOEKSLOCATIE
2.1.
Algemeen
Hieronder staan de meest relevante algemene locatiekenmerken vermeld. Voor de regionale situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage I en voor de gegevens van de eigenaar en een kadastrale tekening naar bijlage II. Eigendomssituatie Eigenaar: Adres: Postcode en woonplaats:
Gemeente Peel en Maas Wilhelminaplein 1 5981 CC Panningen
Eigenaar: Adres: Postcode en woonplaats:
N.V. Waterleiding Maatschappij Limburg Limburglaan 25 6229 GA Maastricht
Kadastraal object Locatieadres: Oppervlakte onderzoekslocatie: Kadastrale gegevens: Omschrijving object: Coördinaten:
Bèr Vullingsstraat (ong.) te Beringe 5.476 m2 Helden, sectie N, nummer 626 [ged] Wonen, Erf-tuin X = 193.939 en Y = 372.395
2.2.
Vooronderzoek
Van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn gegevens verzameld die van belang zijn voor het vooronderzoek en voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. De informatie in het vooronderzoek over de onderzoekslocatie zijn onder andere verkregen uit de volgende bronnen: Kadaster:
- Kadastertekening; - Kadastrale berichten;
DINO loket TNO-NITG:
- Geohydrologie onderzoekslocatie;
Gemeente Peel en Maas: (de heer R. Janssen)
- Bouw- en milieuvergunningen; - Tankarchief; - Bodemonderzoeken; - Bodemkwaliteitskaart;
Overig: - Grote Historisch Provincie atlas Limburg (1837-1844); Topografische atlas van provincie; - Limburg, 1:25.000, 2005, 2e druk; - www.topotijdreis.nl; - Google Earth 2019.
200409.BKK / BV
2
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
2.2.1. Bestemmingsplan Het buitengebied van de gemeente Peel en Maas wordt globaal begrensd door de Maas, Venlo, de A67, natuurgebied de Groote Peel en het afwateringskanaal (van de Peel naar de Maas). Kenmerkend in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas zijn de intensieve veehouderijen, de glastuinbouwgebieden, de Heldense bossen en het rivierdal van de Maas. Het plangebied van het bestemmingsplan bestaat uit het grondgebied van de gemeente Peel en Maas met uitzondering van: de kernen, de bedrijventerreinen, Klavertje Vier inclusief Siberië en LOG Egchel. onderzoekslocatie
Figuur 1: topografische kaart met begrenzing plangebied
Binnen het afgebakende gebied is de bestemming Agrarisch met waarden van toepassing. In figuur 2 is een uitsnede van het bestemmingsplan met de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplan
200409.BKK / BV
3
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
2.2.2. Ligging onderzoekslocatie en omgeving Beringe is een dorp in de gemeente Peel en Maas. Het dorp is gelegen aan het uiteinde van de Noordervaart, die in 1808 werd gegraven en in 1854 op vaardiepte werd gebracht. Door de aanwezigheid van die vaart ontwikkelde het dorp zich. De onderzoekslocatie is gelegen aan de rand van het centrum ten noorden van het centrum van Beringe. De onderzoekslocatie betreft braakliggend terrein begroeid met gras. Ten noorden grenst de onderzoekslocatie aan de aanvoerleiding van de Everlose Beek en ten zuid- zuidwesten aan woningen met tuin en ten oosten aan een parkeerterrein en agrarische gebied. 2.2.3. Luchtfoto Onderstaand is een luchtfoto weergegeven met daarop de onderzoekslocatie (rood omlijnd) en de directe omgeving.
Figuur 3: Luchtfoto (bron: Pdok viewer).
200409.BKK / BV
4
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
2.2.4. Terreininspectie In bijlage VII zijn enkele foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen, welke gemaakt zijn tijdens de terreininspectie. In bijlage III is een tekening van de onderzoekslocatie opgenomen. Ten tijde van de terreininspectie op 5 mei 2020 (voorafgaand aan de veldwerkzaamheden) zijn de volgende waarnemingen gedaan: Het gehele terrein is begroeid met gras en omgrensd met enkele struiken en bomen. Aangrenzend ten westen van de onderzoeklocatie bevindt zich een waterpoel/wadi. Tijdens de terreininspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 2.2.5. Historie onderzoekslocatie en omgeving Onderstaand is een selectie met een aantal historische kaarten weergegeven. De onderzoekslocatie bevindt zich binnen de rode cirkel.
Figuur 4a: 1920
Figuur 4b: 1950
Figuur 4c: 1998
Figuur 4d: 2018
200409.BKK / BV
5
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
Op de kaart van 1925 ligt de onderzoekslocatie hoofdzakelijk in agrarisch gebied met een aansluitende weg aan de Noorderbaan en behoudens de Kanaalstraat ten zuiden welke goed zichtbaar zijn. De onderzoekslocatie is op de kaart van 1998 inmiddels goed te zien vanwege de realisering van enkele woningen. De bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid ten westen de onderzoekslocatie, waarbij ook de Bèr Vullingsstraat is gerealiseerd en duidelijk zichtbaar de Beek verder is uitgediept. 2.2.6. Hinder- en milieuvergunningen en bouw- en sloopvergunningen Binnen het gemeentelijk archief zijn geen bodem specifieke milieugegevens bekend van de onderzoekslocatie. 2.2.7. Boven- en ondergrondse tanks Binnen de onderzoekslocatie zijn geen (ondergrondse) tanks. 2.2.8. Ophogingen/dempingen, stortingen/calamiteiten Vanuit de gemeente Peel en Maas is geen specifieke bodeminformatie bekend over eventuele dempingen of ophogingen binnen de onderzoekslocatie. 2.2.9. Eerder verrichtte bodemonderzoeken Voor de onderzoekslocatie zijn geen bodemonderzoeken uitgevoerd. In de omgeving zijn wel bodemonderzoeken uitgevoerd die bij de gemeente Peel en Maas bekend zijn. De belangrijkste resultaten uit deze bodemonderzoeken zijn opgenomen in tabel 1. Tabel 1: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken.
Milieutechnische onderzoek herinrichtingsplan Beringe Noord te Beringe, opgesteld door BKK Bodemadvies bv, rapportnr. 12071.BKK, d.d. mei 2012. De aanleiding van het onderzoek zijn de voorgenomen herinrichtingsplannen binnen Beringe Noord. De bovenste laag van de asfaltverharding ter plaatse van de Mgr. Lemmensstraat en de gehele asfaltverharding van de Beukerveldweg is teerhoudend van samenstelling. Onder de asfaltverharding wordt ter plaatse van de boringen 01 t/m 09 geen fundering aangetroffen. Ter plaatse van boring 11 t/m 14 wordt een “grindfundatie” aangetroffen zonder puinbijmenging. De vooraf gehanteerde hypothese “asbestonverdacht” wordt aanvaard. De onderzoekslocatie dient als onverdacht voor asbest te worden aangemerkt. Op basis van de analyseresultaten volgt dat in het kader van hergebruik de grond indicatief wordt gekwalificeerd als klasse achtergrondwaarde (vrij toepasbaar). In geval de grond wordt afgevoerd en elders in een werk wordt hergebruikt / toegepast, dan geldt dat hierop de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn. Verkennend bodemonderzoek Centrumplan te Beringe opgesteld door HMB BV, rapportnr. 04-0618-36, d.d. 9 september 2004. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen woningbouw in Centrumplan Beringe en de daaraan gekoppelde bestemmingsplanwijziging.
De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met PAK wat deels te wijten is aan de asfalt houdende verhardingslaag en verder licht verontreinigd met koper, lood en zink. In de ondergrond zijn behoudens een lichte kwikverontreiniging geen verder verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht tot sterk verontreinigd met zink en licht verontreinigd met cadmium, nikkel en koper. De aantoonde gehalten met zware metalen in het grondwater zijn te wijten aan de regionale omstandigheden De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd, wordt op basis van de lichte verontreinigingen verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie.
200409.BKK / BV
6
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
2.3.
Bodemopbouw en geohydrologie
Enig inzicht omtrent de bodemsoort en –opbouw is van belang bij het beoordelen van de aangetoonde stoffen in relatie tot het natuurlijk voorkomen ter plaatse en de mogelijkheid van het doordringen van de aangetoonde stoffen in diepere lagen. De geohydrologische situatie bepaalt in hoge mate de verspreidingskansen van de aangetoonde stoffen naar de omgeving en is, samen met de aard van de bodem en de mobiliteit van de aangetoonde stoffen, belangrijk bij het verkrijgen van een indruk van de omvang van het beïnvloedingsgebied van mogelijke verontreinigingen. 2.3.1. Bodemopbouw Uit beoordeling van de bodemkaart van Nederland is gebleken dat tektonisch gezien de onderzoekslocatie in de Roerdalslenk ligt. Deze slenk (zie figuur op de volgende pagina) wordt aan de zuidwestzijde begrensd door de Feldbiss en aan de noordoostzijde door de Peelrandbreuk. Beide breuken zijn noordwest-zuidoost gericht.
Figuur 5: Bodemkaart van een gedeelte van Zuid- Nederland
Het eerste watervoerend pakket wordt gevormd door de pleistocene, grof zandige en grindige formaties van Beegden en Sterksel. Boven het eerste watervoerend pakket bevindt zich een dunne laag van de formatie van Boxtel met daarboven een Holocene afzetting. Het tweede watervoerend pakket bestaat uit fijne en grove zanden en grinden, behorende tot de Sterksel Formatie. 2.3.2. Grondwaterstroming De onderzoekslocatie ligt op circa 35 meter + NAP en volgens de isohypsekaart bevindt zich het freatisch grondwaterniveau op een diepte van circa 31,5 m-mv. Dit betekent dat de te verwachten grondwaterstand op circa 3,5 meter minus aanwezig is. De regionale grondwaterstroming van het freatisch grondwater is volgens de gegevens van de dienst grondwaterverkenning van TNO globaal zuidelijk gericht. Volgens het Provinciale ontwikkelingsplan 2014 ligt de onderzoekslocatie niet binnen een freatisch grondwaterbeschermings- of wingebied.
200409.BKK / BV
7
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
2.4.
Achtergrondwaarden grondwater
Uit de vele bodemonderzoeken die binnen Zuidoost Brabant en Noord tot Midden-Limburg zijn uitgevoerd, is gebleken dat veelvuldig verhoogde gehaltes aan zware metalen in het grondwater zijn aangetoond op locaties zonder dat de bovenliggende bodem ter plekke verontreinigd is. Deze verhoogde metaalgehaltes gaan over het algemeen samen met een lage pH van het grondwater. Met name zink en cadmium worden vaak in verhoogde concentraties aangetroffen. Bovenstaande problematiek doet zich met name voor in het Kempen gebied bij zandgebieden met een relatief lage grondwaterstand. Oorzaak hiervan is onder andere de zinkassenproblematiek die zich binnen de Kempen heeft afgespeeld en plaatselijk nog altijd aanwezig is. Zware metalen die zich in vastgelegde vorm in de bodem bevinden, kunnen als gevolg van uitloging in oplossing gaan en zich naar en via het grondwater laten verspreiden. We kunnen dus stellen dat op diverse plaatsen in de Kempen het ondiepe (tot 10 meter) grondwater is verontreinigd met zware metalen. Dit is zeker het geval in de gemeenten Bergeijk, Valkenswaard, (Heeze-)Leende, Nederweert, Cranendonck en Weert. Maar ook op andere plaatsen waar zinkassen liggen of hebben gelegen kan het grondwater verontreinigd zijn. Dergelijke verhoogde grondwaterconcentraties kunnen als verhoogde achtergrondwaarden worden gezien. 2.5.
Bodembeheerplan
Voor de gemeente Peel en Maas is een bodembeheernota (rapportnummer 075720298: 0.1, d.d. 7 september 2011) opgesteld en goedgekeurd in maart 2012. Hierin is opgenomen op welke wijze invulling wordt gegeven aan het bodembeleid binnen de gemeente Peel en Maas. Tevens is een bodemkwaliteitskaart en een bodemfunctieklassenkaart opgesteld die voldoet aan de eisen en randvoorwaarden van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Volgens de bodemfunctieklassenkaart is aan de locatie de functieklasse Wonen toebedeeld. In de bodemkwaliteitskaart is het grondgebied van de gemeente Peel en Maas ingedeeld in een aantal zones met een milieuhygiënische kwaliteit. De gemeente Peel en Maas is ingedeeld in de volgende zones: - A: Buitengebied; - B: Naoorlogse woonwijken; - C: Naoorlogse bedrijventerreinen; - D: Vooroorlogse bebouwing Beringe; - E: Vooroorlogse bebouwing Baarlo; - F: Overige vooroorlogse bebouwing; - G: Bedrijfsterrein Kessel; - H: Bosbeek en Berckt. De onderzoekslocatie maakt deel uit van de bodemkwaliteitszone “A: Buitengebied”. Voor deze bodemkwaliteitszone is vastgesteld dat de bodemkwaliteitsklasse zowel voor de bovengrond (0-0,5 m-mv), als voor de ondergrond (0,5-2,0 m-mv), de klasse Achtergrondwaarde geldt. Hiermee is de bodemkwaliteit volgens het generieke kader vastgesteld.
200409.BKK / BV
8
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
2.6.
Conclusies vooronderzoek
Uit het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat: - binnen de onderzoekslocatie geen (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden die de bodem nadelig zouden hebben kunnen beïnvloeden; - nabij de onderzoekslocatie diverse bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Hierbij zijn destijds in de boven– en ondergrond lichte verontreinigingen met zware metalen, en PAK aangetoond. De aangetoonde lichte verontreinigingen zijn niet van invloed op de huidige onderzoekslocatie en worden gezien als gebiedseigen verontreinigingen; - voor het gebied waar de onderzoekslocatie is gesitueerd, volgens de bodemkwaliteitskaart voor de boven- en ondergrond de bodemkwaliteit Achtergrondwaarde geldt; - binnen de onderzoekslocatie het freatisch grondwater binnen 5 m-mv is te verwachten; - tijdens de terreininspectie geen waarnemingen zijn gedaan die leiden tot een (asbest)verdachte locatie.
200409.BKK / BV
9
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE
3.1.
Hypothese
Voor het opstellen van de onderzoeksstrategie is uitgegaan van de resultaten uit het vooronderzoek waarbij er vooralsnog geen aanleiding is om te veronderstellen dat binnen de onderzoekslocatie bodemverontreinigingen aanwezig zouden zijn. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt als onverdacht beschouwd, ook voor asbest. 3.2.
Strategie van het onderzoek
De uitvoering van het bodemonderzoek is gebaseerd op onderzoeksprotocol 5.1 zoals vermeld in de NEN 5740/A1 “Bodem – landbodem – strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek. Het onderzoek asbest in bodem wordt uitgevoerd conform protocol 6.4.2 uit de NEN 5707. In tabel 2 staat de onderzoeksopzet vermeld. Het aantal boringen / proefgaten en peilbuizen is afgeleid uit de hierboven genoemde protocollen, rekening houdend met de oppervlakte van de onderzoekslocatie. In het kader van het 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie', wordt de boven- en ondergrond onderzocht op het voorkomen van PFAS. Tabel 2: Onderzoeksstrategie. Veldwerk
Chemisch onderzoek a)
Onderzoekslocatie
Boringen/ proefgaten c)
Verharding
Peilbuis
Grond b+d)
Grondwater e)
Oppervlakte: circa 5.576 m2 (ONV-NL)
12 tot 0,5 m-mv én 3 tot 2,0 m-mv
onverhard
1x
4x standaard pakket NEN 5740 2x PFAS analyse ..x asbest in grond NEN 5707
1x standaard pakket NEN 5740
12 proefgaten
a)
Analyses worden uitgevoerd door een door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Tevens zullen de monsters conform AS 3000 worden geconserveerd en voorbewerkt. b) Indien tijdens de monstername significante zintuiglijke verontreinigingen worden aangetroffen, dan dienen deze grondmonsters apart geanalyseerd te worden. c) Er worden 12 boringen in de bovengrond conform de NEN 5707 vergroot tot een proefgat van 0,3m*0,3m*0,5m. in geval de bovengrond puinbijmengingen bevat is een asbestonderzoek per definitie verplicht. d) Het analysepakket voor grond is nader omschreven in de NEN 5740 en omvat de volgende parameters: Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), som PCB, som PAK, minerale olie (GC), lutum en organisch stof. e) Het analysepakket voor grondwater is nader omschreven in de NEN 5740 en omvat de volgende parameters: Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie (GC), vluchtige aromaten en vluchtige chlooralifaten.
200409.BKK / BV
10
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
3.3.
Asbest
Vooraf wordt het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt het uitkomend boormateriaal visueel onderzocht op de mogelijke aanwezigheid van asbesthoudende fragmenten. Indien bij de asbestverdachte materialen worden aangetroffen dient de hypothese en onderzoeksstrategie te worden aangepast. 3.4.
Infiltratie onderzoek
Voor de onderzoeksinspanning voor het infiltratie onderzoek wordt de Leidraad Riolering (februari 2011) gehanteerd. Conform Module C2510 “Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage” wordt volgens tabel 3.4 het aantal infiltratie metingen bepaald. Uitgangspunt is hierbij dat de lokale grondwaterstand dieper is gelegen dan 1,5 m-mv. De waterdoorlatendheid = k-waarde (horizontaal) wordt binnen het perceel op 4 locaties (volgens Leidraad Riolering C2510) bepaald. De infiltratiemetingen worden uitgevoerd in de bodemlaag vanaf 1,5 tot maximaal 2 m-mv, omdat een infiltratievoorziening in deze bodemlaag kan worden aangelegd. Als regel wordt 0,5 meter boven de grondwaterspiegel gehanteerd als de te onderzoeken infiltratielaag, hetgeen in voorliggend situatie het geval is. Grondwater bevindt zich volgens de geohydrologische gegevens op circa 3 m-mv. Ter vaststelling van de grondwaterstand binnen de onderzoekslocatie worden één boring (boring 01) doorgezet tot 1,5 meter onder de freatische grondwaterspiegel en afgewerkt als peilbuis. Voor het bepalen van de waterdoorlatendheid in het veld wordt gebruik gemaakt van de Constant head-methode. De metingen worden uitgevoerd volgens de nieuwe leidraad van Rioned, met behulp van de Aardvark permeameter.
200409.BKK / BV
11
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
4.
UITVOERING VAN HET ONDERZOEK
4.1.
Inleiding
De veldwerkzaamheden zijn op 5 en 13 mei 2020 conform de BRL-SIKB 2000 en het daarbij behorende protocollen 2001, 2002 en 2018, uitgevoerd door BKK Bodemadvies BV. De uitvoerende veldwerker de heer B. Abbink is in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving (certificaat EC-SIK-20261) en verantwoordelijk voor het uitgevoerde veldwerk. 4.2.
Veldwerkzaamheden
Conform de in tabel 2 vermelde onderzoeksstrategie zijn de boringen 01 t/m 16 met behulp van een edelmanboor en/of schop verricht tot een diepte van 0,5 m-mv. De boringen 05 t/m 16 zijn in combinatie met proefgaten (asbestonderzoek) uitgevoerd. Boring 01 t/m 04 zijn voor de bemonstering van de ondergrond verder doorgezet tot 2,0 mmv. Voor het grondwateronderzoek is boring 01 handmatig verder doorgezet tot minimaal 1,5 meter beneden het freatisch grondwaterpeil. Er is freatisch grondwater aangetroffen op een diepte van 3,3 m-mv. De locaties van de boringen en peilbuis zijn weergegeven op de tekening in bijlage III. 4.3.
Veldwaarnemingen
Asbest Een maaiveldinspectie, als is voorgeschreven in het protocol 2018, waarbij het maaiveld in banen van ongeveer 1,5 meter breed op de aanwezigheid van asbest is gecontroleerd, heeft plaatsgevonden over het gehele te onderzoeken terrein. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn eveneens geen asbestverdachte materialen in het opgeboorde materiaal aangetroffen. Grond Tijdens het veldonderzoek is van iedere boring een profielbeschrijving gemaakt en zijn eventuele zintuiglijk waargenomen bodemvreemde kenmerken genoteerd (zie de boorbeschrijvingen in bijlage IV). De bodemopbouw van de bovengrond bestaat uit matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand. De ondergrond bestaat uit matig fijn, zwak tot matig siltig, zwak humeus zand. Er zijn in de boven- en ondergrond geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Grondwater In tabel 3 zijn de meetresultaten tijdens de monstername weergegeven. Tabel 3: Veldgegevens bij watermonstername. Peilbuis BemonsteringsFilterdatum stelling (m-mv) Pb01 13-05-2020 3,8 – 4,8
pH: Ec: NTU:
Grondwaterstand (cm-mv) 390
pH (-)
Ec (μS/cm)
NTU
3,5
468
401
zuurgraad geleidbaarheid van het water een maat voor de troebelheid (turbiditeit) van een vloeistof. De norm NEN 5744 geeft aan dat bij een troebelheid tussen 0 en 10 NTU aangenomen kan worden dat er geen probleem is met grond deeltjes die de analyse resultaten kunnen verstoren. Een duidelijk hogere troebelheid kan een reden zijn voor herbemonstering.
200409.BKK / BV
12
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
4.4.
Bemonstering
Asbest Van de uitkomende bovengrond van de proefgaten zijn mengmonsters van de gezeefde fractie (0-50 cm-mv) samengesteld conform NEN 5707. Grond In trajecten van maximaal 0,5 meter zijn de grondmonsters samengesteld. De grondmonsters zijn na monstername gekoeld bewaard in glazen potten en voor analytisch onderzoek aangeboden aan een geaccrediteerd (conform EN-ISO 17025) laboratorium. Grondwater Het grondwater is bemonsterd door een voor protocol 2002 gecertificeerde veldwerker. Alvorens tot monstername van het grondwater is overgegaan, is de grondwaterstand in de peilbuis gemeten en is een hoeveelheid grondwater voorgepompt met een laag debiet, waarbij de verlaging van het niveau in de peilbuis niet meer is dan 50 cm ten opzichte van het waterniveau voor het afpompen. Het voorpompen is beëindigd nadat een volume van minimaal 3 keer de natte stijgbuisinhoud van de betreffende peilbuis is afgepompt, waarna het geleidend vermogen (EC), de pH en de troebelheid van het grondwater is gemeten. Het grondwatermonster is na monsterneming gekoeld bewaard en voor chemische analyse aangeboden aan een geaccrediteerd (conform EN-ISO 17025) laboratorium. 4.5.
Laboratoriumonderzoek
Asbest In het kader van het asbestonderzoek zijn de samengestelde mengmonster niet voor analyse aangeboden aan het laboratorium omdat in geen van de proefgaten puinbijmengingen zijn aangetroffen. Grond Op basis van de plaatselijk aangetroffen bodemopbouw, alsmede de onderzoeksopzet is een laboratoriumopdracht opgesteld voor het samenstellen van mengmonsters en de chemische analyses van de betreffende mengmonsters. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond zijn 4 grondmengmonsters samengesteld. In tabel 4 is de samenstelling van de mengmonsters weergegeven. De samenstelling heeft conform de richtlijnen van de NEN 5740/A1 in het laboratorium plaatsgevonden. Tabel 4: Samenstelling grondmengmonsters. Monstercode Boring (diepte cm-mv) (waarnemingen) 01: BG (zand visueel schoon)
02 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50)
02: BG (zand, visueel schoon)
01 (0-50) 03 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50)
03: BG (zand, visueel schoon)
04 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 16 (0-50)
04: OG (zand, visueel schoon)
01 (50-100) 01 (150-200) 02 (100-150) 03 (150-200) 04 (150-200)
Toelichting bij de tabel: BG Bovengrond OG Ondergrond
200409.BKK / BV
13
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
De samenstelling van de grondmengmonsters heeft conform de richtlijnen uit de NEN 5740/A1 in het laboratorium plaatsgevonden. De grondmengmonsters zijn geanalyseerd op het standaardpakket grond bestaande uit de volgende parameters:
Organisch stof-, droge stof- en lutumgehalte; Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); Minerale olie (GC); Polychloorbifenylen (PCB).
PFAS In tabel 5 is de samenstelling van de mengmonsters van de boven- en ondergrond weergegeven. Tabel 5: Samenstelling mengmonsters. Verzamellocatie (bodemlaag cm-mv) monster
Samenstelling
PFAS 01
01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (050) 12 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 16 (0-50)
Zand
PFAS 02
01 (50-100) 01 (100-150) 01 (150-200) 02 (50-100) 02 (100-150) 02 (150-200) 03 (50-100) 03 (100-150) 03 (150-200) 04 (50-100) 04 (100-150) 04 (150-200)
Zand
De mengmonsters zijn geanalyseerd op het pakket PFAS-30 verbindingen, waaronder PFOS en PFOA. Grondwater Het grondwatermonster is geanalyseerd op het standaard analysepakket voor grondwater bestaande uit de volgende parameters:
Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; Vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXSN); Vluchtige chlooralifaten; Minerale olie.
200409.BKK / BV
14
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
5.
ONDERZOEKSRESULTATEN
5.1.
Toetsingskader algemeen
In de Circulaire bodemsanering worden interventiewaarden voor grond en streef- en interventiewaarden voor grondwater onderscheiden welke de volgende betekenis hebben:
Streefwaarden (S): De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De getallen voor de streefwaarde grondwater zijn overgenomen uit de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000) en zijn in het algemeen risico-onderbouwd.
Interventiewaarden (I): De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier of plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, indien meer dan 25 m3 bodemvolume grond of 100 m3 bodemvolume grondwater een gemiddelde concentratie heeft boven de interventiewaarde (art. 29 Wbb).
Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt in voorliggende rapportage de volgende terminologie gebruikt: niet verontreinigd:
concentratie grondwater < streefwaarde / concentratie grond < achtergrondwaarde (zie Besluit bodemkwaliteit); licht verontreinigd: concentratie > achtergrondwaarde; matig verontreinigd: concentratie > index =0,5*; sterk verontreinigd: concentratie > interventiewaarde. * De mate waarin de GSSD de normwaarde van de standaard bodem overschrijdt of onderschrijdt wordt uitgedrukt door de “index”, waarvoor geldt index = (GSSD-AW)/ (I-AW). Indien index >0,5 dan is er sprake van een matige verontreiniging welke aanleiding geeft voor een aanvullend onderzoek (uitsplitsing mengmonster). Ingeval de index > 1 geeft dit aanleiding voor een nader onderzoek naar de aard, omvang en ernst van de bodemverontreiniging. In de toetsingstabellen wordt naast de GSSD ook de index – tussen haakjes – vermeld.
5.2.
Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit
Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Regeling bodemkwaliteit (Rbk) regelen het bodembeheer. Hieronder vallen de Kwaliteitsborging bodembeheer (Kwalibo), het keuren en toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie en het vaststellen van de bodemkwaliteit in relatie tot het bodemgebruik. Met betrekking tot de laatst genoemde zijn bodemkwaliteitskaarten en bodemfunctieklassenkaarten opgesteld. Bij de bodemkwaliteit zijn zowel land- als waterbodems betrokken. In de Rbk wordt onderscheid gemaakt tussen normstelling in het Generieke (landelijke) kader en het Gebiedsspecifieke (lokale) kader. Afhankelijk van het bodemgebruik zijn Maximale Waarden vastgesteld, waaraan de bodemkwaliteit moet voldoen om geschikt te zijn voor de (beoogde) bodemgebruiksfunctie. In deze rapportage wordt standaard getoetst aan de normen in het Generieke kader. Indien de lokale overheid beschikt over een geldige bodemkwaliteitskaart en gebiedsspecifiek beleid (zie hiervoor de Nota Bodembeheer van de betreffende overheid) dan kan aanvullend getoetst worden aan de normen in het Gebiedsspecifieke kader. 200409.BKK / BV
15
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
In beide kaders worden de volgende normwaarden gebruikt, die afhankelijk van het kader verschillende waarden kunnen hebben:
Achtergrondwaarden (AW): Bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er wettelijk geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen (art. )1 Bbk).
Maximale Waarden wonen (WON): De Maximale Waarden (concentraties) wonen geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem op lange termijn geschikt te houden voor de functie wonen.
Maximale Waarden industrie (IND): De Maximale Waarden (concentraties) industrie geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem op lange termijn geschikt te houden voor de functie industrie.
5.3.
Toetsing en interpretatie analyseresultaten
Berekende toetsingswaarden Bij de beoordeling van de kwaliteit van de grond zijn de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem en worden de gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) verkregen. Bij het standaardiseren wordt gebruik gemaakt van de gemeten percentages organische stof en lutum. De gestandaardiseerde meetwaarden zijn getoetst aan de normwaarden. In tabel 6 zijn de normwaarden voor standaard bodem opgenomen. Daarnaast worden in het kader van hergebruik van grond en bouwstoffen de analyseresultaten indicatief getoetst conform de toetsingsmethode beschreven in de Regeling bodemkwaliteit (Rbk) aan de maximale waarden wonen (WON) en industrie (IND). Tabel 6: Toetsingsnormen voor standaard bodem (mg/kgds) Wbb en Rbk. AW I
WON
IND
METALEN Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]
0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
13 190 190 36 530 190 100 720
1,2 35 54 0,83 210 88 39 200
4,3 190 190 4,8 530 190 100 720
PAK PAK 10 VROM
1,5
40
6,8
40
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
0,02
1
0,04
0,5
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40
190
5000
190
500
Toelichting bij de tabel: De toetsingsnormen zoals vermeld in de Wet Bodembescherming worden gecorrigeerd voor de geldende lutum- en humuswaarden. In bovenstaande tabel worden de normen gegeven bij de lutum- en humuswaarden 25% en 10%. AW I IND WON
= Achtergrondwaarde zoals vermeld in het Besluit Bodemkwaliteit = Interventiewaarde zoals vermeld in de Wet Bodembescherming = Maximale waarde Industrie = Maximale waarde Wonen
200409.BKK / BV
16
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
Toetsing resultaten grond In tabel 7 is een overzicht opgenomen van de toetsresultaten met de in onderzoek genomen mengmonsters. Een volledig toetsingsoverzicht volgens de Wet bodembescherming en de regeling bodemkwaliteit zijn opgenomen in bijlage VI. Tabel 7: Toetsresultaten bodem met beoordeling conform de Wbb en Rbk. Monstercodes Boring (traject cm-mv) > AW (Index)
>I
(Index)
Toets Rbk
01: BG (zand visueel schoon)
02 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50)
-
-
AW
02: BG (zand, visueel schoon)
01 (0-50) 03 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50)
-
-
AW
03: BG (zand, visueel schoon)
04 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 16 (0-50)
-
-
AW
04: OG (zand, visueel schoon)
01 (50-100) 01 (150-200) 02 (100-150) 03 (150-200) 04 (150-200)
-
-
AW
Toelichting bij de tabel: = geen verhoogde gehalten t.o.v. van de toetsnormen I = Interventiewaarde zoals vermeld in de Wet Bodembescherming Index = (GSSD - AW) / (I - AW), AW = achtergrondwaarde / altijd toepasbaar, zoals vermeld inde Regeling bodemkwaliteit IND = Maximale waarde industrie WON = Maximale waarde wonen
Toetsing resultaten grondwater In tabel 8 is een overzicht opgenomen van toets resultaat van de in onderzoek genomen grondwatermonsters. In bijlage V is het analyserapport opgenomen. Een volledig toetsingsoverzicht volgens de Wet bodembescherming is opgenomen in bijlage VI. Tabel 8: Toetsresultaten grondwater met beoordeling conform de Wbb. Monstercodes Filterdiepte (m-mv)
01-1-1 >S
3,8-4,8
Overschrijdingen >S
(Index)
Barium
(0,026)
groter dan de streefwaarde maar kleiner dan de interventiewaarde.
Interpretatie resultaten Grond In de visueel schone zandige boven-en ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit wordt voor de boven- en ondergrond (indicatief) voldaan aan de klasse Achtergrondwaarde. Grondwater In het grondwater is een lichte verontreinigingen met barium aangetoond.
200409.BKK / BV
17
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
5.4.
Toetsingskader PFAS en interpretatie analyseresultaten
De stoffen uit de PFAS-stofgroep behoren tot de niet-genormeerde stoffen. Er zijn (nog) geen toetsnormen binnen de Regeling bodemkwaliteit bekend. De metingen die tot op heden bekend zijn in Nederland tonen aan dat PFAS veelal boven de bepalingsgrens (0,1 µg/kgds) voorkomen. Dit betekent dat de gehalten van PFAS in grond en baggerspecie die uit de bodem ontgraven worden volgens de huidige praktijk boven de toepassingsnormen liggen om die grond en baggerspecie te kunnen hergebruiken. Dit heeft geleid tot stagnatie in het verzet van grond en baggerspecie, met als gevolg een aanzienlijke stijging van de maatschappelijke kosten en het uitstellen van infrastructurele werken en woningbouwprojecten. In het Tijdelijk handelingskader PFAS zijn de toepassingsnormen per 29 november 2019 vernieuwd / geactualiseerd. Dit zijn voorlopige toepassingswaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie, waarmee invulling wordt gegeven aan de wettelijke zorgplichten. Voor een definitieve normstelling moeten ook de resultaten bekend zijn van nog lopend onderzoek naar de mobiliteit, uitloging, bio-accumulatie en het gedrag van PFAS in grondwater. De vernieuwde toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau zijn in tabel 9 opgenomen.
Voor andere toepassingen wordt verwezen naar de rapportage van het RIVM (2019) “Risicogrenzen voor PFOS, PFOA en GenX voor toepassen van grond en bagger”. Tabel 9: Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau (1) (in μg/kgds) (2). Functieklasse in de PFOS PFOA GenX Overige PFAS zin van het Bbk Landbouw/natuur
0,9
0,8
0,1
0,8
Wonen / Industrie
3,0
7,0
3,0
3,0
(1) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau:’ tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld; (2) Op de waarde uit deze tabel hoeft (tot 10% OS) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden (dit is in overeenstemming met de systematiek zoals die op dit moment geldt voor PAK (10 VROM).
Voor overige toepassingen, waaronder (grootschalige) toepassing in oppervlaktewater en in grondwaterbeschermingsgebieden, geldt voor alle PFAS een maximale toepassingsnorm van 0,1 μg/kgds (= bepalingsgrens). De PFAS-stoffen maken geen deel uit van de toetsnormen volgens AP04. Dit betekent dat de toetsregel als voor te veel stoffen een overschrijding van maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarde (AW2000, Landbouw/natuur) is vastgesteld, geen gebruik kan worden gemaakt van de voornoemde uitzonderingsregel. Toetsing en interpretatie resultaten PFAS In tabel 10 is een overzicht opgenomen van de resultaten van de in onderzoek genomen analysemonsters met de toetsing aan de toepassingsnormen. Het certificaat van de PFASanalyses is opgenomen in bijlage V. Onder “Toets Rbk” is de indicatieve waarneming opgenomen zoals deze in het bodemonderzoek is verkregen voor de betreffende bodemlaag.
200409.BKK / BV
18
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
Tabel 10: Toetsresultaten bodem met indicatieve beoordeling conform Rbk. AnalyseLocatie onderdeel (bodemlaag) PFOA PFOS monster
Overige PFAS
PFAS toets
Toets Rbk
PFAS 01 (zand)
01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 16 (0-50)
0,3
0,3
0,1
-
AW
PFAS 02 (zand)
01 (50-100) 01 (100-150) 01 (150-200) 02 (50-100) 02 (100-150) 02 (150-200) 03 (50-100) 03 (100-150) 03 (150-200) 04 (50-100) 04 (100-150) 04 (150-200)
0,1
0,1
0,1
-
AW
Toelichting bij de tabel: = geen verhoogde gehalten t.o.v. van de toepassingswaarden / bepalingsgrens; * = gehalte PFOA is verhoogd t.o.v. de toepassingswaarden, echter de maximale toepassingsnorm van 7,0 µg/kgds wordt niet overschreden; ** = gehalte PFOS is verhoogd t.o.v. de toepassingswaarden, echter de maximale toepassingsnorm van 3,0 µg/kgds wordt niet overschreden; *** = overig gehalte PFAS is verhoogd t.o.v. de toepassingswaarden, echter de maximale toepassingsnorm van 3,0 µg/kgds wordt niet overschreden.
In de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan PFOA, PFOS en overige PFAS ten opzichte van de toepassingsnormen voor de functie Landbouw /natuur aangetoond.
200409.BKK / BV
19
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
6.
INFILTRATIE-ONDERZOEK
6.1.
Informatie vooraf
Voor de realisatie van een infiltratievoorziening in de bodem, die het hemelwater bergt en in de bodem ter plaatse infiltreert, dient de waterdoorlatendheid van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie te worden bepaald. Voor het vaststellen van de infiltratiecapaciteit van de ondergrond wordt de in situ doorlaatbaarheid vastgesteld op 4 locaties, middels het bepalen van de k-waarden in de ondergrond, in het traject vanaf 1,5 m-mv. Voor het bepalen van de waterdoorlatendheid in het veld wordt gebruik gemaakt van de Constant head-methode. De metingen worden uitgevoerd volgens de nieuwe leidraad van Rioned, met behulp van de Aardvark permeameter. Voor de keuze van het infiltratietraject dient het bodemprofiel geschikt te zijn, waarbij er geen sprake is van visueel verontreinigde bodemlagen. Daarnaast wordt als regel aangehouden dat een infiltratievoorziening normaliter wordt aangelegd in de bodemlaag die zich 0,5 meter boven de grondwaterspiegel bevindt. Freatisch grondwater is binnen de onderzoekslocatie op de diepte van 3,9 m-mv aangetoond. Afhankelijk van de infiltratiecapaciteit van het hemelwater in de huidige ondergrond zal de toekomstige voorziening hier op worden afgestemd. 6.2.
Lokale bodemopbouw
Op 2 juni 2020 zijn door een medewerker van BKK Bodemadvies bv de infiltratie werkzaamheden verricht. Op basis van de verkregen bodemprofielen en de aangetroffen grondwaterstand zijn de infiltratie boringen op een later tijdstip verricht, waarbij de infiltratiediepte op 1,5 m-mv is aangehouden. Uit de boorprofielen wordt afgeleid dat het infiltratietraject op een diepte van 1,5 m-mv bestaat uit een pakket matig fijn zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond van INF 02, INF 04, INF 09 en INF 11 zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. De locaties van de infiltratieboringen zijn opgenomen in de overzichtstekening in bijlage III. Van de infiltratieboringen zijn bodemprofielen opgesteld. Deze zijn opgenomen in bijlage IV. 6.3.
De doorlatendheid (algemeen)
De waterdoorlatendheid is onder andere afhankelijk van de bodemgesteldheid (het bodemtype, en aanwezigheid en de hoeveelheid van holten, scheuren en/of gangen in de grond) van de locatie. Tevens is het niveau van het grondwater van belang. Uit de literatuur blijkt dat er verschillende methodieken en diverse interpretatiemogelijkheden zijn om de doorlatendheid van een bodem te bepalen. Voor het bepalen van de waterdoorlatendheid in het veld wordt gebruik gemaakt van de Constant head-methode.
200409.BKK / BV
20
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
De doorlatendheid van de bodem wordt berekend met de Glover-formule: Kverz = A * Q Kverz : verzadigde doorlatendheid (meter/dag); Q : stromingsdebiet van het water in evenwichtssituatie (m3/dag); A : geometrische coëfficiënt. De waarde A is te berekenen door: A = {sinh-1 (H/r)-[(r/H)2 +1]1/2 + r/H} / (2πH2) H r sinh-1
: hoogte waterkolom (m) : straal van het boorgat (m); : omgekeerde hyperbolische sinusfunctie.
Constant head De Constant head kan worden toegepast voor het bepalen van de doorlatendheid in de grond van boven de grondwaterstand (onverzadigde zone). De waterdoorlatendheid (Kverz) is een indicator van de stroomsnelheid van het water in de bodem. De meting wordt uitgevoerd met behulp van de Aardvark permeameter. Voor deze bepaling wordt een boorgat met een diameter van 10 cm gemaakt tot de gewenste einddiepte waarin de Aardvark drukregelaar wordt geplaatst. Bij subtiele watertoevoeging is bij proeven boven de grondwaterstand een filter niet nodig. De Constant head methode houdt in “het constant verhogen” van de grondwaterspiegel totdat de bodem rondom de Aardvark drukregelaar is verzadigd. Dit betekent dat de diepte van het water in boorgat tijdens de meetperiode niet verandert. Als resultaat blijven de meetomstandigheden constant tijdens de meetperiode. Het debiet van watertoevoer komt overeen met de hoeveelheid water dat in de bodem infiltreert in de verzadigde zone rondom de Aardvark drukregelaar. De volgende parameters / variabelen dienen vooraf of tijdens de infiltratiemetingen te worden gemeten: -
Diameter boorgat; Watertemperatuur; Boordiepte; Waterhoogte in boorgat.
In de figuur hieronder is het principe van de Aardvark permeameter uitgebeeld.
……. cm
Diameter boorgat
……. º C
Watertemperatuur
……. cm
Boordiepte
……. cm
Waterhoogte in boorgat
De Aardvark Permeameter meet de waterdoorlatendheid van de bodem met behulp van de hoeveelheid water die op gelijke tijdsintervallen (bv. 1 minuut) in de bodem infiltreert en
200409.BKK / BV
21
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
hiermee gelijk is aan de hoeveelheid water dat na verloop van tijd uit het reservoir is weggelopen (reservoir debiet). Zie vergelijking hieronder. Waterafname in reservoir ----------------------------------Tijd
= reservoir debiet
De meting eindigt wanneer het reservoir debiet niet verandert bij 2 of 3 opeenvolgende aflezingen. Het debiet verandert niet meer dan 10 ml per minuut. Dit onderzoek is gebaseerd op fysische grootheden. De resultaten worden in het veld verkregen. Op het moment dat een constante waarde wordt verkregen wordt de Kverz berekend. De doorlatendheid wordt geclassificeerd volgens de in tabel 11 vermelde gradaties. Tabel 11: Overzicht classificatie doorlatendheid. Doorlatendheid (meter/dag)
Gradatie
< 0,01 0,01 – 0,10 0,10 - 0,50 0,50 – 1,0 1,0-10 >10
Zeer slecht Slecht Matig Vrij goed Goed Zeer goed
6.4.
(ZS) (S) (M) (VG) (G) (ZG)
Infiltratiemetingen
Aan de hand van de meetresultaten zijn de horizontale k-waarden voor de onverzadigde zone berekend. De meetresultaten en de berekende k-waarden zijn opgenomen in bijlage VIII. De onderzoeksresultaten zijn in tabel 12 samengevat. Tabel 12: Uitwerking infiltratiemetingen. Infiltratieboring INF 02 Diepte boring (cm-mv) Traject bodemprofiel (cm-mv) Bodemtype Hoogte waterkolom (cm) Waterdoorlatendheid (m/dag) Beoordeling (ZG/G/VG/M/S)
INF 04
INF 09
INF 11
150
150
150
150
140-150 Matig fijn zwak siltig zand
140-150 Matig fijn zwak siltig zand
140-150 Matig fijn zwak siltig zand
140-150 Matig fijn zwak siltig zand
10
10
10
10
1,15
1,3
2,04
1,25
G
G
G
G
Uit de in situ meetresultaten blijkt dat op basis van de classificatie in de doorlatendheid dat de bodemlagen in de ondergrond op 1,5 m-mv als goed doorlatend worden beoordeeld.
200409.BKK / BV
22
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
7.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van de gemeente Peel en Maas heeft BKK Bodemadvies bv te Meijel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd binnen het perceel aan de Bèr Vullingsstraat (ong.) te Beringe. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek betreft de nieuwbouw van woningen. Asbest Op het maaiveld van de onderzoekslocatie zijn geen asbest verdachte (plaat)materialen aangetroffen. Bij de uitvoering van de proefgaten zijn eveneens geen asbestverdachte (plaat)materialen (grove fractie, > 20 mm) dan wel zijn er puinbijmengingen in het opgeboorde materiaal aangetroffen. De hypothese ‘asbest onverdacht’ wordt voor de onderzoekslocatie aanvaard. Grond In de visueel schone zandige boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit wordt voor de boven- en ondergrond (indicatief) voldaan aan de klasse Achtergrondwaarde. Grondwater Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Dergelijke lichte verontreinigingen in het grondwater worden in de regio vaker aangetoond. Infiltratie Uit de meetresultaten blijkt dat op basis van de classificatie in de doorlatendheid dat de bodemlagen in de ondergrond op 1,5 m-mv als goed doorlatend worden beoordeeld. PFAS-onderzoek In de bovengrond van de onderzoekslocatie zijn geen verhoogde gehalten aan PFASverbindingen, waaronder PFOS en PFOA, boven de toepassingsnorm voor de functie Landbouw /natuur aangetoond.
Slotsom De vooraf gestelde hypothese, dat de bodem als “onverdacht” kan worden beschouwd, wordt op basis van de analyseresultaten aanvaard. Er bestaan dan ook geen belemmering voor de nieuwbouw van woningen. Voor het elders toepassen van boven- en/of ondergrond die vrijkomen bij graafwerkzaamheden zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Indicatief is hier sprake van klasse Achtergrondwaarde voor de boven- en ondergrond. De boven- en ondergrond bevat geen verhoogde gehalten aan PFOS en PFOA, boven de toepassingsnormen. Met voorliggende resultaten kan eventueel vrijkomende grond worden aangeboden aan een BRL 9335 erkende acceptant.
200409.BKK / BV
23
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
BIJLAGEN
200409.BKK / BV
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
BIJLAGE I
Topografische situering
200409.BKK / BV
Hierboven bevindt zich de onderzoekslocatie aangeduid met een het symbool:
Bron: Gemeentenatlas.nl
Adres: Bèr Vullingstraat (ong.) te Beringe Coördinaten: X 193.939
Y 372.395
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
BIJLAGE II
Kadastrale gegevens
200409.BKK / BV
Kadastrale kaart
Uw referentie: 20409
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Helden N 626
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 30 april 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BETREFT
Helden N 626 UW REFERENTIE
20409 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
30-04-2020 - 14:25
S11061882138
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
30-04-2020 - 10:40
30-04-2020 - 10:40
BLAD
1 van 2
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Helden N 626 Kadastrale objectidentificatie : 031810062670000
Kadastrale grootte 20.127 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 193939 - 372395 Omschrijving Wonen
Erf - tuin Ontstaan uit Helden N 625
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB. Landelijke Voorziening
RECHTEN 1 Eigendom belast met Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de
Belemmeringenwet Privaatrecht op gedeelte van perceel (zie 1.1) Soort recht Eigendom (recht van) Afkomstig uit stukken Hyp4 58968/53
Ingeschreven op 03-11-2010 om 09:00
Hyp4 55762/105
Ingeschreven op 11-11-2008 om 09:00
Hyp4 15353/134 Roermond
Ingeschreven op 08-08-2005 om 09:00
Hyp4 15305/20 Roermond
Ingeschreven op 08-04-2005 om 09:00
Hyp4 15264/50 Roermond
Ingeschreven op 23-12-2004 om 09:00
Hyp4 15159/128 Roermond
Ingeschreven op 29-03-2004 om 09:00
84 HDN01/15498 RMD Naam gerechtigde Gemeente Peel en Maas Adres Wilhelminaplein 1
5981 CC PANNINGEN Postadres Postbus 7088
5980 AB PANNINGEN Statutaire zetel PANNINGEN
BETREFT
Helden N 626 UW REFERENTIE
20409 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
30-04-2020 - 14:25
S11061882138
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
30-04-2020 - 10:40
30-04-2020 - 10:40
BLAD
2 van 2
KvK-nummer 50397052 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
1.1 Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de Belemmeringenwet
Privaatrecht op gedeelte van perceel Afkomstig uit stuk Hyp4 3455/50 Roermond Naam gerechtigde N.V. Waterleiding Maatschappij Limburg Adres Limburglaan 25
6229 GA MAASTRICHT Statutaire zetel MAASTRICHT KvK-nummer 14602038 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
Vermeld in stukken Hyp4 05951/00038 Roermond
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 03081/00110 Maastricht Naamswijziging rechtspersoon
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
BIJLAGE III
Overzichtstekening
200409.BKK / BV
04
15 12
16 13
10
11
14
07 01
03
08 02
09 05
LEGENDA
06
onderzoekslocatie bebouwing boom/struikgewas
BKK Bodemadvies bv, Kruisstraat 6 Postbus 55, 5768 ZH Meijel Tel: 077-4661141 e-mail: info@bkk-advies.nl
adv em bod
Opdrachtgever: Gemeente Peel en Maas
braakliggend terrein
Project: Beringe, Bèr Vullingsstraat
proefgat 0,3*0,3*0,5m
Onderwerp: Overzichtstekening met boorlocaties
boring tot 0,5 m-mv boring tot 2,0 m-mv
Nummer:
Datum:
Getekend:
Schaal
200409
04-06-2020
MB
Formaat: A3
peilbuis infiltratiemeting
ies
0m
5,0 m
1: 500 Bijlage: III
25,0 m
Verkennend bodemonderzoek Bèr Vullingsstraat (ong) te Beringe
BIJLAGE IV
Boorprofielen met legenda
200409.BKK / BV
Boring:
-01 Datum:
X: Y:
Boring: 6-5-2020
-02 Datum:
194008,02 372398,48
X: Y: 0
0
braak
6-5-2020 193951,50 372395,34 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin
1
50
gras
50 2
2 100
100
100
100 Zand, matig fijn, zwak siltig, licht witbruin
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht witbruin
3
150
inf
150 4
4
200
200
200
250
300 320
350
350
Zand, matig fijn, matig siltig, licht grijsbruin Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin
400
450
480
Boring:
-03 Datum:
X: Y:
Boring: 6-5-2020
-04 Datum:
194016,62 372391,26
X: Y: 0
0
gras
6-5-2020 194004,73 372444,44
1 50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin
1 50
2
2 100
100 3
100
100 Zand, matig fijn, zwak siltig, licht witbruin
150
inf
150 4
4 200
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht witbruin
3
200
200
Getekend volgens NEN 5104 projectnaam:
Beringe, Bér Vullingstraat
Boormeester: