2021-016 04 Kaderbrief 2022.docx
Tekst van het document
Kaderbrief voor begroting 2022
Kaderbrief 2022 VRLN
-1-
16 december 2020
Inhoud
1.
Inleiding............................................................................................................................................3
2.
Extern ontwikkelingen: onzekerheid over de toekomst....................................................................3
3.
Ombuigingen in begroting 2021 en 2022.........................................................................................5
4.
Programma’s....................................................................................................................................6 4.1 Programma Publieke Gezondheid...........................................................................................6 4.2 Programma Brandweerzorg.....................................................................................................9 4.3 Programma Crisisbeheersing ................................................................................................11 4.4 Programma Bedrijfsvoering / Overhead ................................................................................12
5.
Financiële kaders...........................................................................................................................13 5.1 Actualisatie verdeelsystematiek.............................................................................................13 5.2 Aantal inwoners .....................................................................................................................13 5.3 Indexatie ................................................................................................................................14 5.4 Renteomslag..........................................................................................................................14 5.5 Vennootschapsbelasting........................................................................................................14 5.6 Weerstandsvermogen............................................................................................................15
Bijlage 1. Aansluiting begrotingsjaar 2021-2022 ...................................................................................16 Bijlage 2. Verdeling gemeentelijke bijdragen over de programma’s......................................................16 Bijlage 3. Gemeentelijke bijdragen ........................................................................................................17
Kaderbrief 2022 VRLN
-2-
16 december 2020
1. Inleiding Voor u ligt de kaderbrief 2022 van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN). Jaarlijks maakt de veiligheidsregio een kaderbrief waarin ontwikkelingen worden geschetst die (waarschijnlijk) invloed gaan hebben op de meerjarenbegroting. Tevens worden de financiële uitgangspunten en de kaders voor de begroting 2022 vastgelegd. In 2020 is het beleidsplan VRLN 2020-2023 vastgesteld. In het beleidsplan zijn de beleidsinhoudelijke ontwikkelingen van de Brandweer, Crisisbeheersing en Publieke Gezondheid uitgewerkt voor 4 jaar. Het begrotingsjaar 2022 is het derde jaar van de looptijd van het beleidsplan. De coronacrisis werpt een schaduw vooruit op het financieel perspectief voor de gemeenschappelijke regeling. De economische problematiek in Nederland zal een weerslag hebben op de financiële ruimte van gemeenten. Minister Hoekstra schrijft in de Miljoenennota 2021: een jaar geleden stonden alle seinen voor de Nederlandse economie nog op groen. Ook de vooruitzichten waren rooskleurig. Een jaar later is de situatie door de coronacrisis volledig anders. De werkloosheid neemt toe, het begrotingstekort loopt op, en de overheidsschuld stijgt waarschijnlijk tot boven de zestig procent van het bruto binnenlands product (bbp). Gelijktijdig heeft de Minister een positieve boodschap.
De regering geeft aan juist in deze tijden niet te willen bezuinigen, maar om te investeren in baanbehoud, goede publieke voorzieningen, een sterkere economische structuur en een schoner land. De VRLN trekt in het kader van de begrotingsvoorbereiding twee centrale conclusies voor de tijdsgewricht waarin we door de coronacrisis terecht zijn gekomen. In de eerste plaats gaan we er van uit dat onze deelnemende gemeenten geen nieuw beleid kunnen accommoderen. Nog nadrukkelijker dan in het verleden is ‘nieuw voor oud’ ons uitgangspunt. In de tweede plaats biedt het investeringsbeleid van het rijk ook kansen om gericht bij te dragen aan een veilige en gezonde regio.
2. Extern ontwikkelingen: onzekerheid over de toekomst In deze kaderbrief treft u aan een schets van ontwikkelingen die van grote invloed zijn op het toekomstig takenpakket van de VRLN. Evaluatie Wet veiligheidsregio’s In opdracht van de Minister van Justitie en Veiligheid wordt de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) geëvalueerd. De wet is nu bijna tien jaar van kracht. Het stelsel van risico- en crisisbeheersing is voldoende ontwikkeld om vast te stellen of de Wvr naar behoren werkt en waar eventuele verbetering nodig is. De aanpak van de huidige COVID-19 crisis wordt meegewogen. Het ministerie heeft eerder de wens geuit om met de evaluatie niet alleen terug te kijken, maar om te evalueren vanuit de visie op de toekomstige crisisbeheersing. Die visie kleurt de toekomst van de VRLN in. Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is nu voorzien op 1 januari 2022. Het Rijk en de koepels van gemeenten, provincies en waterschappen hebben overeenstemming bereikt over een nieuwe datum voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met de datum van 1 januari 2022 willen zij extra tijd en ruimte bieden voor een goede invoering van de wet.
Kaderbrief 2022 VRLN
-3-
16 december 2020
Een belangrijk doel van de Omgevingswet is het bereiken en behouden van een gezonde en veilige leefomgeving. Als Veiligheidsregio Limburg-Noord, waar gezondheid en veiligheid gebundeld zijn in één organisatie, weten we als geen ander dat de inrichting van de omgeving impact heeft op de beleefde gezondheid en veiligheid. Vandaar dat we nauw samenwerken met de gemeenten om te ondersteunen bij de vraag hoe gezondheid en veiligheid in het omgevingsbeleid een plek kunnen krijgen. Dat gezondheid en veiligheid zo’n prominente rol hebben in het omgevingsbeleid is iets dat we nu al merken. Vooral de GGD wordt merkbaar vaker geconsulteerd bij omgevingsgerelateerde vraagstukken. Een stijging van vragen waar we buitengewoon content mee zijn, aangezien de impact op de gezondheid vaak onderbelicht bleef bij ruimtelijke ordeningstrajecten. Europese deeltijdrichtlijn brandweervrijwilligers De huidige rechtspositieregeling voor brandweervrijwilligers blijkt in strijd te zijn met Europese regelgeving. De Minister van Justitie en Veiligheid zal zich in februari 2021 uitspreken over de aanpassing van de rechtspositie van de brandweervrijwilligers.
In het bestuurlijk overleg met de Minister is door de burgemeesters aangegeven dat een aanpassing voortvloeiend uit Europese regelgeving tot een wijziging van het Nederlandse brandweerstelsel leidt en financiering van de meerkosten door het rijk aan de orde is. De Minister stelt daar tegenover dat de veiligheidsregio’s in hun werkgeversverantwoordelijkheid worden aangesproken en de meerkosten zelf moeten dragen. Naar een toekomstbestendige en proactieve infectieziektebestrijding In 2016 is een rapport van GGD GHOR Nederland verschenen met aanbevelingen voor het versterken van de infectieziektebestrijding bij de GGD-en. Met name de aanpak van antibioticaresistentie en zoönosen vroeg om een kwaliteitsimpuls. De coronapandemie onderschrijft het beeld uit 2016: de infectieziektebestrijding in Nederland behoeft een impuls. De vraag is nu of de GGD-en de ruimte krijgen voor het doorontwikkelen van hun taak op het gebied van infectieziektebestrijding of dat dit taakveld in de toekomst door de Minister van VWS zal worden aangestuurd. In ambtelijke kringen wordt gesproken over infectieziektebestrijding via een gedeconcentreerde rijksdienst. Eenduidige aanspraken na dienstongevallen In het kader van goed werkgeverschap is het van belang dat brandweermensen (en hun werkgevers) weten waar ze aan toe zijn na een dienstongeval.
Onduidelijkheid hierover belemmert de werving van nieuwe brandweervrijwilligers. Daarnaast is het wenselijk dat de beoordeling en de afhandeling van claims in Nederland op een uniforme manier plaatsvindt. Het is ongewenst de ongelijkheid tussen brandweerkorpsen te laten voortbestaan. Daarnaast zijn verzekeraars niet of slechts onder ongunstige voorwaarden bereid verzekeringen aan te bieden. De veiligheidsregio’s in Nederland gaan naar verwachting naar een systeem van eigen risico en een onderlinge waarborg voor hoge claims. De veiligheidsregio’s vormen daartoe een onderling waarborgfonds. De verzekeraars verdwijnen daarbij voor een groot deel uit beeld. Dit proces is niet voor de jaarwisseling 2020 - 2021 afgerond. Dat betekent dat veiligheidsregio’s aflopende polissen nog voor een jaar moeten verlengen. Verbreden draagvlak Risk Factory De Risk Factory is voor een periode van 5 jaar als projectorganisatie ondergebracht binnen de juridische context van de VRLN. De komende tijd start een onderzoek naar de voor- en nadelen van een andere inrichting van de governance. Te denken valt bijvoorbeeld aan het onderbrengen van de Risk Factory is een stichting waarin een burgemeester en een wethouder vanuit de VRLN lid zijn van het stichtingsbestuur of participeren in een Raad van Toezicht.
Bij voordelen denken wij eerst en vooral aan het verbreden van de (bestuurlijke) betrokkenheid van de publieke en private partners die samenwerken aan het realiseren van de doelstellingen van de Risk Factory. De financiële basis moet worden verbreed. Het streven is de verkenning halverwege 2021 af te ronden.
Kaderbrief 2022 VRLN
-4-
16 december 2020
3. Ombuigingen in begroting 2021 en 2022 In oktober 2020 was een kerntakendiscussie tijdens de Bestuursconferentie voorzien. De omstandigheden sinds het voorjaar heeft van de veiligheidsregio een volledige focus gevraagd op de coronacrisis. De VRLN heeft prioriteit moeten geven aan het organiseren van de aanpak van de pandemie met de expliciete positie van de GGD daarin. Dat geldt ook voor de betrokken medewerkers bij de gemeenten. Mede daardoor heeft een gedegen proces rondom de kerntakendiscussie en de eventuele vertaling daarvan in een nieuwe begroting 2021 niet plaats kunnen vinden. In februari 2021 vindt de kerntakendiscissie alsnog plaats. Vooruitlopend op besluitvorming in het voorjaar van 2021 wordt in het budgettair kader voor 2021 en 2022 de navolgende herallocatie van middelen voorgesteld: 1.
De VRLN wordt geconfronteerd met een autonome kostenstijging als gevolg van noodzakelijke investeringen in informatieveiligheid, de wijziging van de licentiestructuur door Microsoft en de vervanging ven werkplekken. Deze kostenstijging ter grootte van € 545.000 wordt opgevangen binnen eigen middelen door inzet van ICT-innovatiegelden, opleidingsbudgetten, budget voor dienstreizen en vacatureruimte;
2.
In onze regio daalt het aantal kinderen gestaag. In de leeftijdsgroep 0-4 jaar zien we in de afgelopen jaren een stabilisatie optreden. Helaas is de sociaal economische status in de afgelopen jaren verslechterd. Deze effecten zijn van invloed op de aard en omvang van de jeugdgezondheidszorg. Een reële structurele besparing ter grootte van € 200.000 is vanaf 2019 ontstaan en nadat de taakherschikking tussen artsen, verpleegkundigen en assistenten gestalte heeft gekregen valt een bedrag ter grootte van € 125.000 vrij. Voor het implementatietraject taakherschikking nemen we in de jaarrekening 2020 een reservering op. De Bestuurscommissie GGD spreekt in februari 2021 over de bestemming van de structurele besparing ter grootte van € 325.000 en brengt daarna een advies uit aan het Algemeen Bestuur..
3.
In de bedrijfsvoering kiest de VRLN voor intensivering van de samenwerking met collega veiligheidsregio’s en GGD-en. Daarnaast kiezen we voor samenwerking met de gemeenten in onze regio op terreinen als crisiscommunicatie, juridische zaken, fiscale issues en ict-beheer. We onderzoeken of we meer gebruik kunnen gaan maken van de dienstverlening van Inkoopcentrum Zuid en ICT Noord- en Midden-Limburg. We beperken de omvang van de generieke overhead (overhead met uitzondering van directie, management en secretariaten van het primair proces) tot maximaal 15% van de totale personele capaciteit (met een correctiefactor voor brandweervrijwilligers).
.
Kaderbrief 2022 VRLN
-5-
16 december 2020
4. Programma’s 4.1 Programma Publieke Gezondheid De aandachtspunten voor het Programma Publieke Gezondheid staan hieronder beschreven. De gevolgen van deze aandachtspunten dienen verder uitgewerkt te worden, zodra besluitvorming hierover is afgerond. In de kaderbrief 2022 heeft dan ook nog geen financiële vertaling plaatsgevonden van genoemde ontwikkelingen. Voor het jaar 2022 zijn een vijftal ontwikkelingen van invloed:
De huidige samenleving kent steeds meer complexe problemen die een individuele organisatie zoals de GGD niet kan oplossen. Een concreet voorbeeld is de coronapandemie. Vereende krachten zijn nodig om dit virus te bestrijden. De GGD moet samenwerken met andere partijen om een grotere impact te realiseren op het gebied van gezondheid en fysieke en sociale veiligheid. Deels als gevolg daarvan, krijgt het adviseren over publieke gezondheid een steeds grotere rol, dit naast de uitvoering van specifieke GGD programma’s zoals het Rijksvaccinatieprogramma. Deze advisering beperkt zich niet slechts tot spelers in het werkveld van de (publieke) gezondheid. Ook de veiligheidspartners als brandweer, politie, gemeenten en overige spelers in het veiligheidsdomein. De data laten werken voor publieke gezondheid krijgt daar een steeds prominentere rol. Automatisering en digitalisering komt in een stroomversnelling. Nieuwe technieken en mogelijkheden dragen positief bij aan de werkprocessen binnen de organisatie. Dit vraagt om andere expertise en inzet van personeel. Er doen zich steeds meer innovatieve mogelijkheden voor. Het kabinet zet zich in voor een brede toepassing van e-health en digitaal ondersteunende zorg. Het slim meten van kinderen of het gebruik van slimme brillen voor consultatie op afstand zijn hier voorbeelden van.
Deze vernieuwingsmogelijkheden bieden de organisatie een mogelijkheid om te gaan met haar kwetsbaarheden. De GGD is een arbeidsintensieve organisatie met op specifieke gebieden een schaarste aan artsen. Innovatieve ontwikkelingen bieden mogelijk een uitweg. Het huidige tijdsgewricht leidt tot onvoorziene financiële gevolgen bij onder meer gemeenten. Dit vraagt om een naadloze aansluiting tussen inhoudelijke ontwikkelingen en financiële (on)mogelijkheden, en vraagt om inventiviteit en het maken van keuzes.
Parallel aan de financiële doorkijk vindt momenteel een traject plaats rondom de verdere inkleuring van het meerjarenbeleidsplan van de GGD. De in deze kaderbrief benoemde ontwikkelingen dienen vanzelfsprekend hierin een plek te krijgen. De inkleuring van het meerjarenbeleidsplan is een coproductie tussen GGD en gemeenten om te komen tot een regionaal en lokaal integraal beleid op het gebied van publieke gezondheid. Een aantal ontwikkelingen met effect in 2022 kan concreet benoemd worden. Prenataal huisbezoek Per 1 juli 2021 wil het kabinet prenataal huisbezoek in het hele land invoeren. De problematiek ‘vroeggeboorte en/of laag geboortegewicht’ belemmert een goede start van kinderen. Landelijk is dat bij 16,5% van de geboortes het geval. Het idee is dat de verloskundig zorgverlener ouders adviseert contact met de JGZ-organisatie op te nemen voor een prenataal huisbezoek. De coalities die gevormd zijn in het kader van Kansrijke Start worden als een belangrijk vehikel gezien om de samenwerking binnen de geboortezorgketen te verbeteren. Met de (derde) tranche middelen die in het kader van Kaderbrief 2022 VRLN
-6-
16 december 2020
Kansrijke Start beschikbaar komen voor gemeenten die geen Gezond In De Stad (GIDS)-gemeente zijn, wordt ook voor deze gemeenten (financiële) ondersteuning verkregen bij het vormen van lokale coalities. De VNG zal haar leden op deze extra tranche attenderen. Afgezet tegen een gemiddeld budget van € 190 voor een huisbezoek is landelijk een totaalbudget van € 5,3 miljoen voor prenataal huisbezoek nodig. Dit budget wordt jaarlijks toegevoegd aan het gemeentefonds. Opleiding artsen jeugdgezondheidszorg De opleiding van jeugdartsen bestond voorheen uit een 2-jarige opleiding met profiel jeugdgezondheidszorg. De vernieuwing van de opleiding leidt ertoe dat vanaf 2022 iedere arts een volledige opleiding arts maatschappij en gezondheid moet hebben afgerond. Niet alle artsen in dienst van de GGD hebben deze opleiding afgerond en zijn ermee gestart. Dit betekent dat voor deze artsen geldt dat zij uiterlijk in 2022 moeten zijn gestart met de tweede fase. Een punt van aandacht voor de organisatie is het regelen van vervanging. Kwetsbaren en jeugd De coronapandemie heeft laten zien dat de kwetsbaren in onze omgeving mogelijk nog harder zijn geraakt en hun kwetsbaarheid daarmee toeneemt. De aandacht voor kwetsbaren en kwetsbaarheid moet een plek krijgen in het meerjarenbeleidsplan en in de regionale en lokale preventieagenda.
Daarbij richten we ons op de landelijke thema’s die de grootste gezondheidswinst opleveren en op de meest kwetsbaren in de samenleving. Preventie Staatssecretaris Blok wil gezondheidsbevordering beter wettelijk verankeren en borgen. Er is wetgeving in voorbereiding waarmee rookruimtes in (semi-)publieke en openbare gebouwen per 1 juli 2021 verboden worden. In 2021 treedt naar verwachting de nieuwe Alcoholwet in werking die de wederverstrekking strafbaar stelt. Het streven is het verbod om gasflessen gevuld met lachgas aan particulieren te verkopen in de eerste helft van 2021 in werking te laten treden. Preventie speelt een rol in nagenoeg alle thema’s die binnen de GGD spelen. Het meeste effect van interventies is te verwachten tijdens de eerste levensfase en preventieve interventies op het gebied van roken, alcohol en overgewicht. Trajecten zoals Kansrijke Start, gezonde basisschool van de toekomst en netwerkaanpak overgewicht zijn helpende programma’s op het gebied van de eerste levensfase. Preventie Infectieziektebestrijding Om de kwetsbaarheden in de infectieziektebestrijding (IZB) te verminderen en de IZB bij GGD-en meer toekomstbestendig te krijgen, zijn zeven aanbevelingen voor de GGD-en in Nederland gedaan: 1. De GGD-en hebben versterking nodig om de IZB op het gebied van antibioticaresistentie en zoönosen verder te ontwikkelen. 2.
Tevens is een landelijk real-time informatiesysteem daarvoor onontbeerlijk. 3. Communicatie en netwerkvorming vanuit de IZB moeten versterkt worden. 4. De IZB moet niet alleen aan reactieve, maar ook aan proactieve taken als beleidsadvisering, onderzoek, preventie, netwerk en regie en surveillance voldoende aandacht kunnen besteden. 5. De IZB-formatie van de GGD-en dient kwantitatief en kwalitatief zo te worden ingevuld dat alle taken adequaat kunnen worden uitgevoerd. 6. Bovenregionale samenwerking en regionale netwerkvorming dienen actief te worden opgepakt. 7. Er dient ruimte te worden gemaakt voor wetenschappelijk onderzoek en innovatie, veelal zijn daar multidisciplinaire teams voor nodig.
Kaderbrief 2022 VRLN
-7-
16 december 2020
Rijksvaccinatieprogramma De ontwikkeling van het Rijksvaccinatieprogramma staat niet stil. Er komen nieuwe vaccins op de markt, de kennis over vaccinaties neemt toe en soms komt een nieuwe infectieziekte in beeld. In de komende jaren worden er nieuwe vaccinaties aan het Rijksvaccinatieprogramma toegevoegd. In 2021 wordt het HPV-vaccin ook beschikbaar voor jongens (nu alleen voor meisjes van 12/13 jaar). Het vaccin beschermt hen tegen penis-, anus-, mond-, en keelkanker. Ook worden kinderen vanaf 2021 eerder gevaccineerd, namelijk als ze 9 jaar oud zijn. Mensen die het vaccin hebben gemist, krijgen nog een keer de kans om de prik in te halen wanneer ze 14 of tussen de 16 en 17 jaar oud zijn. Ook jongvolwassenen tussen de 18 en 26 jaar krijgen in de toekomst de mogelijkheid de vaccinaties te halen. De exacte datum is nog niet bekend. Financiering van de in het besluit publieke gezondheid opgenomen vaccinaties van het RVP vindt plaats via het gemeentefonds. Daarnaast is directe financiering van het RIVM aan de GGD mogelijk. Omgevingswet De Omgevingswet, de Wet publieke gezondheid en lokale preventie/sportakkoorden bieden de mogelijkheid om gezondheidsbevordering en gezondheidsbescherming mee te nemen in ruimtelijke ontwikkelingen.
Zorgen dat de gezondheid van individuen, groepen en gemeenschappen beter wordt door de omgeving gezonder te maken, door gezond gedrag te stimuleren en door gezond gedrag makkelijker te maken. Samen met onze gemeenten wordt het instrumentarium hiervoor ontwikkeld (bouwsteen gezondheid). De daadwerkelijke inzet van de GGD wordt door het uitstellen van de wet pas in 2022 zichtbaar. Arbeidsmigranten De corona-pandemie heeft duidelijk gemaakt dat extra aandacht voor gezondheidsbevordering onder de doelgroep abeidsmigranten noodzakelijk is. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat arbeidsmigranten in mindere mate gebruik maken van hulpverleningsvoorzieningen in vergelijking met Nederlanders zonder migratieachtergrond. In samenspraak met gemeenten en zorgpartners wil de GGD de gezondheidsvraagstukken in onze regio in kaart brengen. Zorg en Veiligheid verbonden Het kabinet zet in op het versterken van de goede samenwerking tussen zorg, welzijn, veiligheid en straf. Het ministerie van JenV benadrukt in de Rijksbegroting het belang van de rol van gemeenten. Ze geeft aan het lokaal bestuur een stevigere rol in onder andere de aanpak van huiselijk geweld maar ook van radicalisering. Ook het ministerie van VWS zet extra in op zorg- en veiligheidsvraagstukken.
Dat is zichtbaar in de versterking van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, de aanpak van mensenhandel, de extra middelen voor de aanpak personen met verward gedrag, de aandacht voor maatwerk en een persoonsgerichte aanpak, het versterken van de aanpak van multiproblematiek, de inzet op preventie van radicalisering en het terugdringen van recidive. Met onze wethouders en burgemeesters willen we verkennen op welke wijze de GGD de gemeenten kan ondersteunen.
Een aantal van voornoemde ontwikkelingen krijgt nog een nadere uitwerking in samenspraak met onze gemeenten.
Kaderbrief 2022 VRLN
-8-
16 december 2020
4.2 Programma Brandweerzorg De aandachtspunten voor het Programma Brandweerzorg staan hieronder beschreven. De gevolgen van deze aandachtspunten dienen verder uitgewerkt te worden, zodra besluitvorming hierover is afgerond. In de kaderbrief 2022 heeft dan ook nog geen financiële vertaling plaatsgevonden van genoemde ontwikkelingen.
Versterking paraatheid brandweer Conform beleidsplan 2020-2023 wordt voor incidentbestrijding en preparatie uitvoering gegeven aan de bestuurlijk vastgestelde derde jaarschijf versterking paraatheid. Dit leidt tot een geplande verhoging van de bijdrage in 2022 met een bedrag van € 220.000. Deeltijdregeling brandweervrijwilligers De huidige rechtspositieregeling voor brandweervrijwilligers blijkt in strijd te zijn met Europese regelgeving. Om een oplossing te vinden, is in juni 2019 landelijk een denktank opgericht met vertegenwoordigers vanuit het Veiligheidsberaad, de Brandweerkamer en het ministerie van JenV. Deze partijen hebben een denkrichting uitgewerkt waarbij het systeem van vrijwilligheid behouden blijft. Voor onze regio hebben we de landelijk vastgestelde matrix vertaald. Er heeft nog geen vertaling plaatsgevonden in kaderbrief van een van de oplossingsrichtingen. . Oplossingsrichting 1 Als gevolg van de taakdifferentiatie voeren vrijwilligers maximaal de basistaak, een beperkt aantal aanvullende taken en één specialisme uit. Beroepspersoneel moet naast de basistaak minimaal drie specialismen uitvoeren. Vrijwilligers mogen geen gekazerneerde diensten draaien op het Snel Interventie Voertuig en bij de beroepsdiensten in Roermond en Venlo. Vrijwilligers mogen niet meer worden geconsigneerd of piketdiensten draaien.
De taken zijn herverdeeld op een wijze die voldoet aan de denkrichting. Er is net zoals nu sprake van twee beroepsmatige posten Roermond en Venlo. We ramen een structurele kostenstijging van ongeveer 0,8 miljoen euro. Oplossingsrichting 2 Een stevige beroepsmatige kern gespreid over de regio en tevens gericht op de hogere risicogebieden Venlo, Roermond, Venray en Weert. De beroepsmatige kern voert basistaken uit en alle specialismen. Daar omheen een schil van vrijwilligheid. De vrijwilligers beheersen een basis takenpakket erg goed en zijn snel ter plaatse in hun verzorgingsgebied. Ook zorgen de vrijwillige posten voor de slagkracht en uithoudingsvermogen bij grote incidenten. Vrijwilligers voeren geen specialistische taken meer uit. We ramen een structurele kostenstijging van ongeveer 4,5 miljoen euro. Oplossingsrichting 3 De vrijwilliger krijgt een parttime beroepsmatige arbeidsovereenkomst. Een juridische taakdifferentiatie is niet nodig. Het is onduidelijk of het vrijwillig personeel wel een beroepsmatige aanstelling wil, wat de gevolgen hiervan zijn en hoe de maatschappij (denk aan hoofdwerkgevers) hierop reageert. Ook is onduidelijk of het parttime beroepsmatig personeel ook drie specialismen moet kunnen uitvoeren. We ramen een structurele kostenstijging van ongeveer 4,6 miljoen euro.
Kosten Functioneel Levensloop Ontslag (FLO) Met de LOGA-brief van 22 november 2018 zijn gemeenten nader geïnformeerd over de uitwerking van de afspraken ten aanzien van de levensloopregeling waarbij specifiek is ingegaan op de opbouw en inzet van de levenslooptegoeden in de periode 2019 tot 2022. Op basis van deze afspraken is ultimo 2018 een doorrekening gemaakt van de kosten FLO-overgangsrecht 2019 tot 2048. Kaderbrief 2022 VRLN
-9-
16 december 2020
Bij LOGA-brief van 16 oktober 2019 is informatie gegeven over de afspraken tussen cao-partijen met betrekking tot de opbouw van een netto-spaartegoed tot 225% van het netto-inkomen op de leeftijd van 55 jaar als onderdeel van het FLO-overgangsrecht en als alternatief voor de levensloopregeling vanaf 2022. Vanwege (fiscale) beperkingen is het noodzakelijk in 2020 en 2021 versneld te gaan sparen. Voor een ieder die vanaf 2022 gebruik gaat maken van het FLO-overgangsrecht worden kosten in tijd naar voren gehaald, hierdoor zullen de FLO-kosten in de jaren 2020 en 2021 aanzienlijk hoger uitvallen dan eerder geprognosticeerd. Om een actueel beeld van deze kostenverschuiving te kunnen geven, is door de veiligheidsregio in februari 2020 een berekening van de FLO-kosten per migratiegemeente (Venlo en Roermond) gemaakt op basis van het fiscale regime 2020 en de salarisbedragen zoals deze voor dit jaar zijn vastgesteld. Hierbij is rekening gehouden met de in de LOGA-brief van 25 juni 2020 gepubliceerde maximale werkgeversbijdragen die de werkgever vanaf 2022 mag gebruiken bij de opbouw tot een netto-spaartegoed tot 225%. Bij de LOGA-brief van 7 juli 2020 is de aanpassing in het FLO60 zoals gepubliceerd. Deze kosten worden gemaakt voor brandweerofficieren die vooral regionaal werken. Deze specifieke kosten worden gedekt uit regionale budgetten.
2e loopbaan In 2006 is het 2e loopbaanbeleid bij de brandweer geïntroduceerd. Het gaat over medewerkers incidentbestrijding in de 24 uursdienst. Onder voorwaarde van medische geschiktheid mogen deze medewerkers maximaal 20 jaar werken in deze bezwarende functie. Werkgever en werknemer spannen zich gezamenlijk in om een goede vervolgstap, de zogenaamde 2e loopbaan van de werknemer, mogelijk te maken naar een niet bezwarende functie binnen dan wel buiten de organisatie. In de begroting is te weinig financiële ruimte om het beleid uit te voeren. Bovendien moet het beleid geactualiseerd en gemoderniseerd worden. Getracht wordt om de tekorten, die naar verwachting aanzienlijk zijn, uit de eigen begroting te dekken. Mogelijk is hier sprake van een financieel risico. Nieuwbouw kazernes In 2016 heeft de Bestuurscommissie Veiligheid een besluit genomen tot nieuwbouw kazernes op een aantal plaatsen. Een voorwaarde is dat het bedrag van achterstallig onderhoud van de huidige kazerne, dat op 1-1-2017 weggewerkt zou moeten zijn, in de nieuwbouw wordt gestoken. Verder is het uitgangspunt voor nieuwbouw dat het sober en doelmatig moet zijn. Ook mogen de totale huisvestingslasten niet hoger worden als gevolg van nieuwbouw. In het bouwkrediet zit dan ook geen enkele lucht.
Vertragingen in vergunningstrajecten hebben tot latere start van de bouw van diverse kazernes geleid en daarmee tot hogere bouwkosten dan geraamd (inflatiecorrectie). Bij de financiering is uitgegaan van een centrale post in het gebied Heythuysen in plaats van het in stand houden van twee posten. Daarnaast is er geen rekening mee gehouden dat er discussie kon ontstaan over het besluit van het Algemeen Bestuur over het bedrag van achterstallig onderhoud. De combinatie van voorgaande tegenvallers kan leiden tot een financieel risico. Actualisatie investeringsprogramma materiaal brandweer Het investeringsprogramma brandweer wordt geactualiseerd naar de periode 2022-2030. Op voorhand is duidelijk dat het budget voor kapitaallasten niet toereikend is.. Daar zijn twee redenen voor aan te wijzen. In de eerste plaats is het materieel in de regionalisering naar de VRLN overgekomen zonder btw. De vervanging vindt met btw plaats en daaruit vloeit dus een kostenstijging voort. In de tweede plaats zijn de specificaties in de loop van de tijd gewijzigd en dat is van invloed op de aanschafprijs. Concrete gevolgen voor de begroting 2022 zijn nog niet bekend.
4.3 Programma Crisisbeheersing
Kaderbrief 2022 VRLN
- 10 -
16 december 2020
Het kabinet geeft aan in de begroting de samenwerking tussen nationale en lokale partners, alsmede de samenwerking binnen en tussen veiligheidsregio’s te willen versterken. De evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s en de leerpunten uit diverse crisistypen (waaronder de huidige) vormen hiervoor de basis. Ook voor digitale veiligheid geeft het kabinet aan de respons in het geval van digitale incidenten en crisis te willen versterken. De evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s wordt naar verwachting eind dit jaar afgerond. De reactie van het kabinet op de evaluatie wordt verwacht in 2021. Deze zal vooraf worden afgestemd met de crisispartners. Ook het IFV en de wetsartikelen die op het IFV betrekking hebben worden in de evaluatie meegenomen. Ter versterking van de risico- en crisisbeheersing coördineert de Minister de uitvoering van de Agenda Risico- en Crisisbeheersing 2018-2021. In het kader van deze agenda, mede op basis van de actuele ervaringen met de aanpak van de COVID-19 crisis en de bevindingen van de evaluatie commissie Wet veiligheidsregio’s wordt in 2021 de samenwerking tussen Rijk en veiligheidsregio’s verder verstevigd Binnen het programma crisisbeheersing zijn voor 2022 geen beleidswijzigingen voorzien die leiden tot een aanpassing van het budget.
Wel wordt in 2022 verder vorm en inhoud gegeven aan de doorontwikkeling van crisisbeheersing, met name richting sociaal maatschappelijke risico’s en klimaatadaptatie. Hierin speelt informatiegestuurd werken een belangrijke rol, door samen met de provincie, andere veiligheidsregio’s en stakeholders te werken aan permanente uitwisseling van veiligheidsinformatie en duiding daarvan. Landelijke Meldkamer Samenwerking Sinds 2009 werken politie, brandweer, ambulancezorg en Koninklijke Marechaussee aan de totstandkoming van tien meldkamers in Nederland. Binnen de politie is de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) ingericht om een en ander te realiseren. De LMS organiseert, met en voor de hulpdiensten, een landelijk beheerd netwerk van tien meldkamerlocaties. Deze meldkamerlocaties zijn via het netwerk operationeel en technisch met elkaar verbonden. Op landelijk niveau zijn budgetten voor de LMS beschikbaar gesteld en daarvoor is budget afgeroomd bij de partners en dus ook bij de veiligheidsregio’s. We gaan er vanuit dat er geen aanvullende bijdrage van de VRLN wordt gevraagd.
Kaderbrief 2022 VRLN
- 11 -
16 december 2020
4.4 Programma Bedrijfsvoering / Overhead Het programma bedrijfsvoering is ondersteunend aan de beleidsinhoudelijke programma’s en bestaat uit de activiteiten met betrekking tot personeel & organisatie, financiën, control, informatie & automatisering, facilitaire ondersteuning, inkoop, juridische zaken en communicatie. Uitgangspunten die worden gehanteerd:
Ondersteunend aan het primair proces, binnen wet- en regelgeving en de inhoudelijke kaders die door het bestuur zijn gesteld; Functioneren binnen financiële kaders die samenhangen met de bestuurlijk vastgestelde begroting; Functionerend binnen de door de organisatie gebruikte kwaliteitssystemen; Werken op basis van informatie delen en toegankelijkheid, waarbij digitalisering − met als randvoorwaarde een goede borging van aspecten van informatieveiligheid en privacy − actief wordt opgepakt; Duurzame inzetbaarheid van vitale en veerkrachtige medewerkers; Duurzame bedrijfsvoering gericht op het tegengaan van verspilling van middelen, menselijk kapitaal en energie.
De bedrijfsvoering maakt een transitieproces door en daarin ligt de focus op de navolgende aspecten: 1.
2.
3. 4.
Basis op orde. Het basisdienstverleningspakket vraagt om een heldere taakafbakening en een daarbij aansluitend verwachtingspatroon van de klanten van de ondersteuning. Daarnaast moet de ingezette digitalisering worden afgemaakt om doelmatiger te kunnen werken. De digitalisering van werkprocessen geeft een impuls aan het informatiegestuurd werken. Kwetsbaarheid van functies verminderen. Bezien waar we met andere organisaties gezamenlijk kwetsbare functies kunnen inrichten. Focus: andere veiligheidsregio’s, GGD-en en grotere gemeenten in onze regio. Waar mogelijk maken we gebruik van leveringscontracten van de VNG. Wellicht gaan we op termijn ook ondersteunende werkprocessen aan externe partijen uitbesteden. We willen in de bedrijfsvoering jonge mensen aantrekken en oudere collega’s vitaal houden. De competenties van de medewerkers ontwikkelen aan de veranderende tijd en maatschappij waarin we acteren die andere vaardigheden vraagt dan 10 jaar geleden.
Kaderbrief 2022 VRLN
- 12 -
16 december 2020
5. Financiële kaders 5.1
Actualisatie verdeelsystematiek
Voor de verdeling van de kosten van de gemeenschappelijke regeling over de deelnemende gemeenten worden voor de verschillende programma’s verschillende verdeelsleutels gehanteerd. Actualisatie gemeentefonds (OOV-sleutel) In juni 2018 heeft de minister van Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer gemeld te werken aan een herziening van het gemeentefonds. Met deze herziening wordt onder meer beoogd om de vastgestelde knelpunten in de verdeling van de middelen voor het sociaal domein op te lossen. Veranderingen in het takenpakket en de context waarin gemeenten werken geven aanleiding om ook de rest van het gemeentefonds opnieuw te bezien, waaronder het domein Openbare Orde en Veiligheid (OOV). In februari 2020 heeft de minister besloten om de invoering van gemeentefonds-nieuwe-stijl uit te stellen tot 2022. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid over de nieuwe OOV-sleutel. De gemeentelijke bijdrage Veiligheid (brandweer en crisisbeheersing) zoals opgenomen in deze kaderbrief is gebaseerd op de bestaande OOV-sleutel. Mocht een nieuwe OOV-sleutel aanleiding geven tot bijstelling van de verdeling van de kosten van de Veiligheidsregio over de deelnemende gemeenten dan wordt een voorstel tot wijziging van de begroting voorgelegd aan het Algemeen Bestuur.
Verdeelsleutel jeugdgezondheidszorg De verdeelsleutel voor de jeugdgezondheidszorg bestaat uit een combinatie van 2 indicatoren: het aantal jongeren 0 t/m 17 jaar in combinatie met de sociaal economische status (ses) op wijkniveau. Toegezegd was de verdeelsystematiek na vier jaar te actualiseren. Deze actualisatie is in de begroting 2021 uitgewerkt. Hiervoor is rekening gehouden met de actuele gegevens wat betreft aantal 0 t/m 17 jarigen per 1 januari 2019 en de meest recente ses-score. Dit heeft in de begroting 2021 geleid tot een herverdeling van de kosten over de deelnemende gemeenten. Vanaf 2020 wordt er geen ses-score op wijkniveau meer gepresenteerd. Dat betekent dat de kostenverdeelsystematiek van de VRLN op dit punt moet worden aangepast. In afwachting van besluitvorming in de Bestuurscommissie GGD in februari 2021 is er in de kaderbrief nog geen rekening gehouden met een nieuwe verdeelsleutel. Gezien de herverdeeleffecten tussen de gemeenten wordt er ook een besluit genomen over een ingroeimodel.
5.2
Aantal inwoners
Conform het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) wordt het aantal inwoners genomen op 1 januari voorafgaande aan het begrotingsjaar. Voor 2022 dus 1 januari 2021. De eerste schatting van het CBS is medio februari 2021 bekend en dient als basis voor het opstellen van de begroting 2022. In deze kaderbrief wordt uitgegaan van het inwoneraantal op 1 januari 2020.
Kaderbrief 2022 VRLN
- 13 -
16 december 2020
5.3
Indexatie
Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat kostenontwikkelingen als gevolg van loon- en prijsstijgingen worden meegenomen in de bijdrage op basis van een vastgesteld kader. Dit kader behelst dat kostenstijgingen, die buiten de beïnvloedingssfeer van de VRLN liggen, worden meegenomen in de bijdrage. Basis voor de loonontwikkelingscompensatie vormt de verwachte ontwikkeling op basis van de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau en verrekening achteraf. Voor de ontwikkeling van de materiële kosten wordt in de systematiek uitgegaan van de Index Materiële Overheidsconsumptie (IMOC) uit de MEV. Voor zover de indexatie herleidbaar en belastbaar is aan derden, worden deze lasten doorbelast aan de bijdragen van derden. Voor het resterende deel worden deze lasten meegenomen in de gemeentelijke bijdrage. Loonstijging Uitgangspunt voor de raming van de looncompensatie zijn de geldende cao-afspraken. In deze kaderbrief 2022 is de index ter hoogte van 1,5% meegenomen, gebaseerd op de meest recente MEV/CEP-publicatie, sector overheid van het Centraal Planbureau van september 2020. In maart 2021 wordt dit percentage geactualiseerd en verwerkt in de begroting 2022. De 1,5% wordt berekend over de grondslag personele lasten zijnde € 45.691.000. Ongeveer 15% van de loonstijging, zijnde € 101.000, wordt ten laste gebracht aan derden.
Een bedrag van € 584.000 komt ten laste van de gemeentelijke bijdrage. Materiële kostenstijging Voor de materiële kosten wordt de ‘index materiële overheidsconsumptie’ (IMOC) uit de MEV toegepast. In deze kaderbrief 2022 is deze IMOC bepaald op 1,5%. In maart 2021 wordt dit percentage geactualiseerd en verwerkt in de begroting 2022. De grondslag voor de berekening van de materiële kostenstijging is een begrotingsbedrag van € 22.019.000.
5.4
Renteomslag
In de begroting 2022 wordt gerekend met een renteomslag percentage van 2,25% conform de richtlijnen van het BBV. Als gevolg van herfinanciering en interne financiering ontstaat een voordeel op de werkelijke rentelasten. Dit voordeel wordt ingezet voor het opvangen van hogere ICT-lasten.
5.5
Vennootschapsbelasting
Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Met deze wetswijziging wil de Nederlandse overheid gelijkheid creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. De hiermee samenhangende financiële gevolgen zijn voor de veiligheidsregio zeer beperkt.
Kaderbrief 2022 VRLN
- 14 -
16 december 2020
5.6
Weerstandsvermogen
Het Algemeen Bestuur heeft ingestemd met de aanvulling van het weerstandsvermogen door het ophogen van de gemeentelijke bijdrage gedurende 4 jaar met € 152.000 per jaar (gemiddeld € 0,30 per inwoner per jaar) ingaande het begrotingsjaar 2018. Eventuele positieve resultaten die in deze periode van 4 jaar worden behaald worden in mindering gebracht op de bijdrage van het daaropvolgende jaar. Gezien het positieve resultaat over 2017 is in de begroting 2019 de aanvulling niet in rekening gebracht. In 2020 en in 2021 is de aanvulling meegenomen in de begroting, terwijl vanaf 2022 deze toevoeging niet meer plaatsvindt.
Kaderbrief 2022 VRLN
- 15 -
16 december 2020
Bijlage 1. Aansluiting begrotingsjaar 2021-2022 De aansluiting begroting 2021 naar kaderbrief 2022 kan worden weergegeven op basis van de volgende mutaties. Aansluiting begroting 2021 - kaderbrief 2022 (bedragen in duizenden euro's) Bedrag
I/S
57.798
S
584
S
Materiële kostenstijging 2022
330
S
Wegvallen toevoeging reserves i.v.m. weerstandsvermogen
-153
S
Programma Brandweerzorg 2020 - 2023, jaarschijf 2022
220
S
58.780
S
Gemeentelijke bijdrage 2021 Loonstijging 2022
Totaal gemeentelijke bijdrage 2022
Bijlage 2. Verdeling gemeentelijke bijdragen over de programma’s Verdeling gemeentelijke bijdragen over de overhead en de programma's (bedragen in duizenden euro's) Programma
2021
2022
Publieke Gezondheid
13.933
13.924
Brandweerzorg
26.257
26.989
Crisisbeheersing
4.744
4.781
Overhead
12.863
13.085
Totaal gemeentelijke bijdrage 2022
57.798
58.780
Kaderbrief 2022 VRLN
- 16 -
16 december 2020
Bijlage 3. Gemeentelijke bijdragen De opbouw van de gemeentelijke bijdragen 2022 is weergegeven in onderstaande tabellen. Gemeentelijke bijdragen
(bedragen in duizenden euro's)
Bijdragen 2021
MateWegvallen Loonriële BRW-plan toevoeging kostenkosten- 2020-2023 reserve B ijdragen stijging 2022 stijging jaarschijf i.v.m . 2022 2022 2022 w eerstands1,5% 1,5% verm ogen
Gem eente
Beesel
1.446
15
Bergen
1.569
16
Echt-Susteren
3.329
34
Gennep
1.966
20
Horst aan de Maas
4.814
Leudal Maasgouw
6
-4
1.470
9
6
-4
1.595
19
13
-9
3.385
11
7
-5
2.000
49
28
18
-13
4.895
3.943
40
23
15
-10
4.010
2.485
25
14
9
-7
2.527
523
5
3
2
-1
532
Nederw eert
1.794
18
10
7
-5
1.824
Peel en Maas
4.620
47
26
18
-12
4.698
Roerdalen
2.126
21
12
8
-6
2.162
Roermond
6.937
70
40
26
-18
7.055
Venlo
11.971
121
68
46
-32
12.175
Venray
4.845
49
28
18
-13
4.927
Weert
5.432
55
31
21
-14
5.525
Totaal
57.798
584
330
220
-153
58.780
Mook en Middelaar
8
Kaderbrief 2022 VRLN
M aa sg ou w W
1.678.685 2.561.657 458.081 4.698.423
695.542 1.225.678 240.428 2.161.648
2.609.185 3.771.180 674.381 7.054.746
4.377.833 6.614.007 1.182.742 12.174.582
1.732.730 2.693.170 501.112 4.927.012
1.836.273 3.128.888 559.511 5.524.672
el e
- 17 -
ee rt
Ve nr ay
Le ud al
aa n Ho rs t
606.269 1.033.187 184.756 1.824.212
n
Ve nl o
777.177 1.463.033 286.999 2.527.209
Ro er m
1.252.200 2.339.117 418.281 4.009.599
Ro er da l
on d
1.590.483 2.803.621 501.347 4.895.451
Pe
44.245 413.497 73.940 Totaal gemeentelijke bijdrage 2021 531.681
p Ge nn e 640.825 1.152.882 206.160 1.999.867
ee rt
en M oo k
Publieke gezondheid Brandweerzorg Crisisbeheersing
de
te re n 1.142.455 1.874.936 367.778 3.385.169
en
Ec ht -S us
518.837 913.084 163.279 1.595.200
Ne de rw
20.103.044 32.725.830 5.950.750 Totaal gemeentelijke bijdrage 2021 58.779.624
M id de la ar
Publieke gezondheid Brandweerzorg Crisisbeheersing
M aa s
Be rg en
600.304 737.895 131.956 1.470.155
se l Be e
Programma
Programma
M aa s
Gemeentelijke bijdrage per programma, per gemeente
16 december 2020