2021-015 04 Getekend raadsbesluit Zelfsturing 3.0 van 04-12-2018.pdf
Tekst van het document
sem--J7 Strekt ter vervanging
Pee[ *n Maas
Verdere ontwikkeling Zelfsturing 3.0 De raad van de gemeente Peel en Maas
Gelet op het raadsvoorstel 2018-072 Zaaknum m er : 1 89412O17 I 1 07 2202 Docu mentnum mer : 1 8941201 81 1 31 3925
Gelet op de inhoud van de in 2017 vastgestelde Kaderstellingen op de thema's 'Vitale Gemeenschappen' en'Sociaal Domein'
Gehoord de beraadslagingen
BESLUIT
l.Vast te stellen de uitgangspunten 1 tot en met 6, zoals opgenomen in dit voorstel, ten behoeve van de verdere ontwikkeling richting Zelfsturing 3.0 Tijdens de vergadering is een amendement ingediend met voorstel tot wijziging van beslispunt 2 onderdeel e. Dit amendement is unaniem vastgesteld. 2. Vast te stellen dat ten aanzien van de ontwikkeling van de economische huishouding van de vitale gemeenschap een pilot wordt aangegaan onder de condities a Vm f, die deel uitmaken van dit beslispunt: a. Het Overkoepelend Dorpoverleg en de gemeenteraad overleggen minimaal twee keer per jaar over de nadere invulling van de in het
manifest/Raadsvoorstel gedefinieerde u itgangspu nten.
b. Cruciaal is het opbouwen van een volwassen relatie, in onderling vertrouwen, tussen de gemeenschappen en gemeente.
c. Aan de gemeenschappen wordt ruimte gegeven om deze pilot in twee jaar tot een succes te maken.
d. Door de gemeenschappen zelf inverdiende gelden zijn slechts een middel om projecten ook in de toekomst te borgen. e. De inverdiende middelen worden daarvoor volledig vrijgemaakt, alleen voor de borging van projecten binnen het domein en binnen de gemeenschappen/kernen, waarbinnen deze besparingen zijn gerealiseerd. Uitzonderingen hierop worden besproken in bovengenoemd overleg f. Na de pilot van 2 jaar - dus eind 2O2O - maken Raad en College, in samenspraak met het Overkoepeld Dorpoverleg, de balans op en wordt eveneens in samenspraak met de samenwerkende gemeenschappen opnieuw afspraken gemaakt over de verdere ontwikkeling van Zelfsturing 3.0
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van:4 december 2018 De raad van de gemeente Peel en Maas,
de voorzitter,
de drs
W.J.G. Del
Joosten
ng bij het amendement
a. Om duurzaam het nagestreefde doel van vitalisering van de kernen en de daartoe opgezette en nog op te zetten projecten te kunnen realiSeren, behoeven gemeenschappen: 1. het volle vertrouwen van de politiek; 2. initiatiefnemers die zich gedragen weten door voldoende leden van de gemeenschap; 3. alsmede voldoende financiële middelen.
b. Met de inzet van eigen inwoners investeren de gemeenschappen veel sociaal kapitaal in het vitaal maken en vitaal houden van hun gemeenschappen. Als ze hierdoor en door andere vormen van zelfwerkzaamheid en creativiteit gelden weten te besparen op de financiêle middelen die de gemeente hen beschikbaar stelt voor bepaalde doelen/projecten, kunnen deze gelden worden ingezet om andere gemeenschapsprojecten te real iseren.
c. De dorpsgemeenschappen overleggen met elkaar hoe iedere kern deze ruimte invult en welke ervaringen ze hierbij opdoen. Daarover gaan ze ook twee keer per jaar in gesprek met de gemeenteraad. Een aspect dat hierbij aan de orde komt is het idee om de gerealiseerde besparingen (deels) te bestemmen voor een gezamenlijk door de kernen te beheren solidariteitsfonds.
Gemeente Peel en Maas
1894t2018t1313925
Pagina2van2
a
Pee[ un Maas
Raadsvoorstel
Raadsvergadering : 13 november 20lB
Voorstel :2018-072 Agendapunt :
Zaaknum mer : 1 89412017 I 1 07 2202
Documentnummer : 1 8941201 81 1309467 Datum collegebesluit :17 september 2018
Onderwerp Pilot verdere ontwikkeling Zelfsturing 3.0
Openbaarheid Alle stukken zijn openbaar
Voorstel
1. ln te stemmen met de uitgangspunten 1 tot en met 6, zoals opgenomen in dit voorstel, ten behoeve van de verdere ontwikkeling richting Zelfsturing 3.0 2. Ten aanzien van de ontwikkeling van de economische huishouding van de vitale gemeenschap een pilot aan te gaan, waarbij de raad besluit dat:
a. Gemeenschappen in kwestie 50% van het inverdiende geld zelf mogen inzetten en de overige 50% terugstorten naar de gemeente. b. Het inverdiende geld besteed mag worden besteed aan de bredere ontwikkeling van de vitaliteit van de kern, zoals omschreven in de dorpsontwikkelingsvisie, maar wel binnen het domein waarbinnen het geld is gegenereerd.
c. Het college en raad na2 jaar - dus eind 2020 - expliciet de balans opmaken als het gaat om de verdere ontwikkeling richting Zelfsturing 3.0.
lnleiding Een ontwikkeling naar Zelfsturing 3.0 Het concept van Zelfsturing heeft de laatste - ruim - l5 jaar een stevige bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van vitale gemeenschappen in Peel en Maas. Zelfsturende vitale gemeenschappen die op een mooie manier zelf vorm en inhoud geven aan hun eigen leefwereld. ln 2008 stelden alle raden van de voorgangers van de huidige gemeente Peel en Maas de Perspectievennota vast. Hiermee bepaalden deze raden een koers die fundamenteel onderscheidend is ten opzichte van die van veel andere overheden. De raden maakten namelijk de bepalende en onderscheidende keuze om de identiteit van de vele gemeenschappen in Peel en Maas als uitgangspunt te nemen. De overheid en/of maatschappelijke organisaties zijn aanvullend. De raad deed dit vanuit de overtuiging dat gemeenschappen heel goed, vaak beter dan 'het gemeentehuis', in staat zijn om na te denken over en invulling te geven aan hun kwalitatieve toekomst. Het concept van Zelfsturing krijgt ook landelijk waardering. Misschien omdat het verder gaat dan waar het concept van 'Overheidsparticipatie', waarover in den lande momenteel veel wordt gesproken, stopt.
Zelfsturing heeft zich als concept ontwikkeld vanaf 2000. Vanaf dat moment lag de focus op het op gang brengen van ontwikkelprocessen in gemeenschappen, die als doel hadden dat deze gemeenschappen een integraal beeld gingen maken van hun huidige en gedroomde toekomst. Het resultaat was dat gemeenschappen inderdaad bezig gingen met het formuleren van
dorpsontwikkelingsvisies. Het schema dat als Bijlage 1 aan dit raadsvoorstel is toegevoegd, beschrijft mooi de ontwikkeling naar Zelfsturing 3.0 aan de hand van de inhoud van de dorpsontwikkelingsvisies die vanaf 2000 onder regie van dorpsoverleggen werden opgesteld. We zien dat veel dorpen in de periode vanaf het jaar 2000 richting hebben gegeven aan hun toekomst door één of enkele keren dorpsontwikkelingsvisies op te stellen. We zien hierbij dat het zwaartepunt in deze visies gemiddeld genomen is verschoven van fysieke projecten (Zelfsturing 1.0) naar sociale projecten (Zelfsturing 2.0) naar mentale processen (Zelfsturing 3.0). Deze beweging hield ook een verschuiving in van projecten die veelal door de gemeente moesten worden gedaan, omdat de gemeente het eigenaarschap had (Zelfsturing 1.0), naar een visie op waarden en mentale ontwikkeling, waarvan het eigenaarschap van in de gemeenschappen zelf ligt (Zelfsturing 3.0). Denk de drie generaties Zelfsturing hierbij vooral als lagen die op elkaar 'sedimenteren'. De ene generatie vervangt de vorige dus niet, maar bouwt hierop voort. Deze ontwikkeling had een andere opstelling van de overheid tot gevolg. Wat wordt gevraagd is een overheid die zich bewust is van waar zij wel en niet 'van is' (denk aan de ondertussen bekende 'vier typen' die het eigenaarschap van een activiteit duiden).
Die, daar waar zij geen 'eigenaar' is, ruimte geeft en faciliteert en, daar waar zij wel 'eigenaar' is, ervoor zorgt dat de productie die ze levert van uitstekende kwaliteit is en de relaties met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie van een zelfde kwaliteit zijn. Door de overname van het eigenaarschap op een aantal thema's en de consequenties hiervan raakten de kernen sterker gericht op hun eigen ontwikkeling. Daarmee is er een nieuwe, meer natuurlijke rolverdeling tussen overheid en gemeenschappen ontstaan. De kernen gaan over hun eigen identiteit en leefbaarheid en de gemeente gaat over eigen gemeentezaken (denk bijvoorbeeld aan de verantwoordelijkheid die we in het fysieke domein hebben zoals onderhoud wegen, afvalinzameling etc.) en vult (vooral het sociale) aan zover als nodig.
Zelfsturing 3.0 in de praktijk De ontwikkeling naar Zelfsturing 3.0 zet aan tot nadenken. Nadenken over de verhouding tussen gemeenschap en overheid en de rolverdeling tussen beiden. We zien in Peel en Maas een aantal initiatieven die zich bewegen richting Zelfsturing 3.0; dit zijn gemeenschappen die bezig zijn met mentale processen en die nadenken over hun eigen identiteit. Bijvoorbeeld Kessel/ Kessel-Eik, Koningslust en Meijel bewegen zich in deze richting. Zij ontplooien initiatieven waarvan de 'gemeenschaps-ambitie' soms schuurt met ons eigen 'overheids-denken en doen'. Het kan zinvol zijn om verdere ervaring op te doen met dit soort initiatieven. Ervaringen die eraan kunnen bijdragen dat gemeenschap en gemeente - ieder voor zich en gezamenlijk op basis van een zo volwassen mogelijke relatie - nog effectiever bijdragen aan het goede leven in Peel en Maas. Ervaringen die ook aanleiding kunnen zijn om onze eigen gemeentekaders aan te scherpen of te herzien. Overigens is in de eerdere werkbijeenkomsten met de raad afgelopen jaar al in een vroegtijdig stadium gesuggereerd om hierover een pilot te initiëren.
Beoogd effect De verdere ontwikkeling richting Zelfsturing 3.0 en het binnen deze context opstarten van een pilot om ervaring op te doen met verdere ontwikkeling van de economische huishouding van een vitale gemeenschap.
Argumenten
1.1
Het is van belang om uitgangspunten die ondersteunend zijn in de verdere ontwikkeling richting Zelfsturing 3.0 vast te stellen De raad stelt een aantal uitgangspunten vast die met elkaar een richting duiden waarin een verdere ontwikkeling in de richting van Zelfsturing 3.0 zich af kan spelen. ln het onderstaande volgt een voorzet voor deze uitgangspunten. Uiteraard vinden deze uitgangspunten allen hun oorsprong in de door de raad vastgestelde herziene kaderstelling op de thema's Sociaal Domein en Vitale Gemeenschappen en uiteraard
Gemeente Peel en Maas
18941201811309467
Pagina 2 van 5
hebben wij hierbij gebruik gemaakt van de serie waardevolle gesprekken die wij vanaf 2017 metde raad over'Zelfsturing 3.0' hebben gevoerd. Ook raken deze uitgangspunten aan de inhoud van het manifest 'Zelfsturing meer dan samen zelf doen' zoals de gezamenlijke dorpsoverleggen dat in de eerste maanden van 2018 aan het college aanboden.
1. Scherp op eigenaarschap. Uiteraard beginnen we met een scherpe'check' op
het eigenaarschap van deze projecten, waarbij we de bekende vier typen van eigenaarschap als uitgangspunt nemen. Daar waar een rol voor de gemeente in deze activiteiten ligt, (het zal voornamelijk om type 2-activiteiten (het dorp is leidend, de gemeente doet mee) gaan of type 3-activiteiten (de gemeente is leidend, het dorp doet mee) in de idee-fase gaan, beantwoorden we de vraag in basis positief, mits deze activiteiten zich positief verhouden tot de inhoudelijke en financiële kaderstelling van onze gemeente.
2. Geworteld in de gemeenschap. We vinden het belangrijk dat concrete gemeenschapsinitiatieven bijdragen aan de bredere vitaliteit van betreffende gemeenschap. Dit betekent dat wij het belangrijk vinden dat initiatiefnemers expliciet maken hoe hun initiatief bijdraagt een deze bredere vitaliteit. En dat zij laten zien hoe zij hebben georganiseerd dat iedereen uit de gemeenschap die mee wil denken of doen ook in de gelegenheid is om zijn of haar bijdrage te leveren.
3. De gemeenschap centraal. Bij het vaststellen van de Perspectievennota maakten de raden de dappere keuze om de identiteit van zich ontwikkelende gemeenschappen centraal te stellen. Wat we daarom proberen te doen is ons goed te verhouden tot vitale gemeenschappen en een waarderende grondhouding aan te nemen ten aanzien van de door hen geïnitieerde richting. Dit betekent onder andere dat we de gemeenschappen zo beperkt als mogelijk vragen zich bezig te houden met verplichtingen vanuit 'de systeemwereld'. Dit zorgt ervoor dat gemeenschappen hun energie kunnen richten op die dingen die er echt toe doen.
4. Een waarderende, respectvolle bijdrage. We zien dat gemeenschappen ondernemerschap vertonen. Er ontstaan nieuwe'normen en vormen' in de gemeenschap; er ontwikkelen zich nieuwe vormen van solidariteit. Hiermee ontwikkelt'de economische huishouding van de Vitale Gemeenschap' zich verder. Hoewel de vorm van alle initiatieven verschillend is, is één van de gemeenschappelijke kenmerken dat deze initiatieven dienstbaar zijn aan de versterking van de lokale vitale gemeenschap. De pijlers van deze economische huishouding van vitale gemeenschappen worden gevoed door verschillende bronnen. Eén van deze bronnen is geld dat 'inverdiend' wordt door de inzet van lokale gemeenschappen op trajecten die voorheen door professionals van gemeente of maatschappelijke organisaties werden uitgevoerd. ln deze gevallen is een respectvolle bijdrage van de overheid, indien passend binnen de kaders van de overheid, op zijn plek. Respectvol in de zin van het uitspreken van onze waardering in de richting van deze gemeenschap. En ook respectvol in de zin van het op een bepaalde wijze financieel waarderen van betreffende gemeenschap. Naast een respectvolfinancieel gebaar, is het ook van belang om in dit soort gevallen eveneens respectvol te zijn in de zin van het uitspreken van onze waardering in de richting van deze gemeenschap.
S. Kwaliteit samen bepaald. We vinden het in de eerste plaats van belang dat een
gemeenschap, in de eigen context, kwaliteit ervaart van een bepaald gemeenschapsinitiatief. ln de gevallen waar een gemeenschapsinitiatief ons als overheid vraagt om een bijdrage (in middelen of anderszins) te leveren (bij een zogenaamde 'type 2-activiteit, zie onderstaand schema), is het van belang dat wij als overheid ook een oordeel hebben over wat 'kwaliteit' voor ons in dat specifieke geval inhoudt. Om te komen tot dit kwaliteitsoordeel wordt een beroep gedaan op de kaderstellingen zoals deze door u als raad zijn vastgesteld.
Gemeente Peel en Maas
18941201811309467
Pagina 3 van 5
6. Een volwassen relatie. ln het kader van deze ontwikkeling, is het erg van belang dat gemeenschap en gemeente op gezette tijden een ontwikkelgesprek voeren. Een gesprek dat gaat over de vraag of de ontwikkeling nog voortgaat in de richting zoals destijds met elkaar bepaald.
2.1
De verdere ontwikkeling van de economische huishouding van een vitale gemeenschap vraagt om het opdoen van 'praktijkervaring' door het aangaan van een pilot. Deze pilot vraagt om standpuntinname ten aanzien van een aantal budgettaire aspecten Zoals eerder al is aangegeven wordt de economische huishouding van de gemeenschap vanuit verschillende bronnen gevoed. Eén van de bronnen hiervoor genoemd is geld dat'inverdiend'wordt door de inzet van lokale gemeenschappen op trajecten die voorheen door professionals van gemeente of maatschappelijke organisaties werden uitgevoerd. Dit voordeel wordt behaald in de exploitatie van deze trajecten en ontstaat onder meer door het enerzijds vereenvoudigen van de organisatiestructuur en anderzijds de leiding neer te leggen bij vrijwilligers. Dit zien we bijvoorbeeld in Kessel en Koningslust bij de organisaties die zich bezig houden met de Dorpsontmoetingen (voorheen dorpsdagvoorzieningen!) ln deze gevallen is een respectvol gebaar van de overheid, middels het laten behouden van een bepaald percentage van de bespaarde gelden, indien passend binnen de kaders van de overheid, op zijn plek. Volledigheidshalve zij hierbij vermeld dat het niet gaat om extra middelen die hierbij van de gemeente worden venvacht, maar middelen die reeds verstrekt zijn.
Overigens is het op zich binnen de gemeente Peel en Maas aljarenlang een vertrouwd uitgangspunt om in gevalvan overname van eigenaarschap dat gelden aan organisaties worden beschikt. lndien deze vervolgens door zelfwerkzaamheid en /of slim organiseren met minder geld toe kunnen komen, worden deze gelden niet terug gevraagd maar aan de organisaties gelaten. Onder andere is hiervan sprake bij het beheer en onderhoud van de sportaccommodaties in Peel en Maas.
Als het gaat om het opstarten van een pilot in dit kader en de randvoorwaarden waarbinnen deze pilot zich afspeelt, is het uiteraard aan de raad om hierin te komen tot haar eigen afwegingen. ln het onderstaande volgt het voorstel van het college, waarbij het college put uit de waardevolle gesprekken die de portefeuillehouder Vitale Gemeenschappen in de afgelopen periode heeft gevoerd met een groot deel van uw raad. Ten aanzien van de budgettaire aspecten van deze pilot, spelen de volgende vragen:
1. Tot welk percentage mogen lokale gemeenschappen het door hun inverdiende geld besteden binnen betreffende gemeenschap?
2. ls dit inverdiende geld vrij besteedbaar of worden er grenzen gesteld aan de besteding hiervan?
3. Op welke periode zou een eventuele pilot betrekking hebben? ln het onderstaande treft u het voorstel van het college in deze aan: Ad. 1. Gemeenschappen in kwestie 50% van het inverdiende geld zelf mogen inzetten en de overige 50% terugstorten naar de gemeente.
Ad.2. Het inverdiende geld besteed mag worden aan de bredere ontwikkeling van de vitaliteit van de kern, zoals omschreven in de dorpsontwikkelingsvisie, maar wel binnen het domein waarbinnen het geld is gegenereerd. De praktijk wijst uit dat het in voorkomende gevallen onder andere gaat om geld dat wordt inverdiend op de exploitatie van voorzieningen met een sociaal-maatschappelijk karakter.
Gemeente Peel en Maas
1894t2018t1309467
Pag¡na 4 van 5
Ad'3Hetopdoenvanervaringeninditkadervraagtwatbetrefthetcollegeopeen pilotperiode van twee jaar'
het college Nadatraadsbesluitvormingheeftplaatsgevonden,stelthetcollegeinoverlegmet uituo"iingtaisptaken op' wat betreft g"t.lì""n""h"prí"iiirti"""n betrokken het volgende karakter' hebben deze uitvoerinésatspraxen rioi"i". regsen de betrokken initiatiefnemers Daarnaast over de bestedins "r,i;"'.#;;;;;à; at aan oe eigen gemeenschap' uãr"ntwoording geme"nr"n"p irii.,äi de uit een uit delemeenschaP jaarlilks voeren de betrokke" ï'i';ät;il"ìr c"t""nschappen' Primair gaat dit r"i'ääi"rt"t""iu-"rtouoáÑii"l" plaatsvindt binnen ontwikketgerpr"r. u"n o; i*rdiende middelen gesprek over de ur"áà ot ãe besteding oat betekent bijvoorbeeld dat door dá oesluit met-iit zoats kaders de het voorgestelde oe ñoogtJu"ñ rt"t inverdiende oat '"'i-J*iôãrågO' ri"t portefeuiltenouoer-är de die zijn inverdiend "ïiäà dat;;;'ä;g;"n middelen gemeenschap ook percentage van 5070 ,i"iãuão"r'rijdt, de u¡i het.soãiáãf Ootñ"¡n, binnen uoorrlàningen van exploitatie inverdiende op dat van djt;;i"rìó'neín' en uiteraard' over de weer in worden gezet ten faveure gemeenschap' lokale o" g"inu"e-rte"iJ in worden daadwerkelijk ook raad de middelen het college gesprer.r.en meiáe kernen informeert voornoemde van uitkomst college en raad' tijdens de reguliere uiipà"ít"tti"j ly:tqn frequent met zerrsturinJã.ñ;k ¡" komende periode rol kunnen De verdere ontwikketing richting een ook n"üor.r."n gemeenschappen de raad besproken
il;åi,;;;óij hebben.
Financiën
tot extra kosten Financieel gezien leidt het niet
niet
en is deze regeling in principe budgettair 50% hetleveft ons zelfs geld op' lmmers
begroting"ini"g"nO""l' ãan dã gemeente terugbetaald' *årdt *iåo"rå" van de inverdiende belastend voor de gemeentelijke
wettelijke grondslag Juridische afwegingen aan derden' is daar altijd een verstrekken geld doel gemeente/tierheid Als wij als feiierijk at nesðnirt voor een specifiek ou"ììîrà'r."",i¡" ni", midd;re;,""rT" De wat de semeente voor nodig. M"i iå; p'iolåno"tto"ken we tevens van een *J;ìij'k;;;"ndst3g oorspronkelijk een breder doel dan waarvoor geld ten f"";;;; moet doen om het inveráienãe "å; te laten' lnzet hierbij is om te iãä"*""nrãn"pp"n ¡" n".i, ,orio""rJ"ü"i.¡r.ã bureaucratische beschikt op een ti"r' onîããiö n"tìg moeten houden metvoor de kernen en voorkomen oat kernå'n änìn*on"rr een tot ot i"i' ¿""igeriiis en komen activiteiten, ats inoieíeñu"n-"ãnur"g"" inn"on"tt áts logisch ervaren oplossing'
op basis
uitkomst hiervan medegedeeld in de gemeenteraad wordt de en betrokken Na behandeling van dit voorstel o" portefeuillehouder Gemeenschapsontwikkeling de reguliere
Communicatie
via
"ont""t"îìurr"n gemeenschaPPen
Burgemeester en wethouders
van de gemeente Peel en Maas'
de burgemeester,
de gemeentesecretaris/directeur' L.P.H. Breukers
Behandelend portefeuillehouder: Biilaqe(n):
. .
W.¡.G. Detissen-van Tongerlo
Roland van Kessel
lllustratie Ontwikkeling naar Zelfsturing
3'0
Gebundelde;;;;i;õbijeenkomstenZelfsturing3'0 Pagina 5 van 5
Gemeente Peel en Maas
18941201811309467
o (o
r!
Èã
E
o
e .¡ t I
q Òt þ"
D,
O
. -./
Ø Ø
"t'/ t
q)
v c st-
o
õq
oo ttr' o
'fr-'
b I Eg f.l., qÅ
l
o o
,^l
öf
, T
Çî
{rr,
.
I
C
\
( J
iri '.* t
l
t
\,-,,¿\
I
.Å-..
c)
ÈÍ-
c (,9 >
'å
-> j f
,f \-. 5
¡¡
'l-
'i
,À
'a
I a
,j
(¡)
-)<
q)
-=*":!
{ o
Ê
tå
la
Crl
qf
¿'r
(u, .t>
l-
-\
f a
ï)
CU
-,1"
Ö,----..
C
(fi:
.sg ,.c
$ 9;
r
3-
oc) -c>
l-
{'
Ø
E-
t
a/' i
{rr,
JI-
tr
( :.
4
8.o t=õ
î
j
/
c.j
t ,t ì
)
¡.-
a
3 Õ_
q co O)
t-
o
cc
t-
o
-J
U)
'{F'
Ø
¡G)
cn =
o s N =q) l< Y #to ù I U) c q o to cn o q U) f{o, g q c o N o 'o = o -) (ã. ¡< o,
o -) þt
o cn q o
=
at--
o
Q)
r*{
E
c(,lo*-.
¡\
Ç'''i:'#' C;¿"
oïH*&r'
c o
r ¡rI
u)
o
r\
*F
>W,%',
cl), ,
t-
g
Q)
O
o
+t
U)
E
o
J¿
c
o o :-o Ø
c
(U ñ
t-
¡r
o t- O o- E ñ c.t r æ o, r c O tñl -)
- t-
ñ E
'B*E c)
¡I¡
aa
'+t
ar-
o oc) a
..h.
r|.l
(Í)
a
o
= .
'¿,,
't:
.
,¡
N
j";
.;
5X..
,:1 vl: *'.'.¡.
är'
il*' v å
'
,l-,
cu,
!-
:J +,
,tl vt t|-
õ
N .l-,
o-
o C)
c
o o
ct!
c o v l¿ ; +,
c
o
,,.,ri, ,
, ,,.,i.,.
:'..'.
*
â
c
c)
q t
E
o
I
f"
t
¡
I
f
-v {Fr,
ot-
'â
o
,Ir
ï)
o
c) c)
(-i-
c
q) q)
,,
r
"'"'"""'
O,,,,,,,..
c) {-, Ø
N
È
' o)
0 ,ì¡:tl
''
c
:(),,'
9o-
,b
': j.
\-.
t, É\
rLJ
c =cu
¡-l .E
*g
c
CU
a 1J ct) o :c
(
O"'
c E
,l},
1æ-
þ-a
Bð FCN
¡r-F
c q) ob c (l) c ()'' tr
t
¡.
t
t-
L-F
ì
Q,:,,,,:
$ .g) b
,:'::.,"
.:, 'tLq)
,,tt
',t'
tÐ
'llL¡
o
..ta
;
:j ¡
r,..
:::ri ':::::
o- q) ,.'o) o
.dI
c
þ" f {
T)
t ¡.-
o o
ft-*fr
? lr.
a C
t a,i:'
(\.
o E
O)
c $
c
õ
G., :. t{-.'
-o v) o(0
ffi
.Q'., ',,.'u': *t .-ñ
-c ()
&ßn
.9
U)
c
'-
' +.1
o
a-
fl-
ì¡
,co) ,.u: '-iltLl
E #,
tñ ñ
.
^-t art
\v F\.
dì v
Í-
b<
-o : Eo =
{ I
l-*
c)
_@.
+t , ;(l)
o
E
)
-. @
:> .\
F lF
'Ë I
"E,,r G'
a
-o '1^
o $
=
:o
(U
ts'(l) o co,
t-
ro
(l)
tc)
-\
(/) * o q) o" E' c
t-
CU
(u*
-1.
Ø
ñ
c'
c -cc) E U) o c rfr,
J
o E
.-
E t-o
r
o o, a
c
C
p cc) ,,,,,,Ð)
E
'o l¿
,'
1J
c
c)
+
I #'
E C. o -o c
c
qF,
o (l)"
."-. ¡Ë ,::.'::--ç "''' C)
:'
'v)
t-
o
ñ
t.
,!':
]
ê
o) .g t-
{
(o
".
=
a
i¡
nl.þt'jd&
.t
o
b,
N $
o o Ø $ (¡) o o o o ,'fl o) T E -o
c
c
,"
o a._
* .Õ
.t,
ri ,:.
o
G)
àq
O -i dl
'If
G qs
E O- \1 o t- c xq c) o (¡)
o
c)
+, o) l-
rh,
co Ø c ñ
LO
o ¡q)
l-
.t-, ñ
CU
c) =o
{-, =
oro ñ$
c f-lõ c c ooo c) (_ o c) 0) ro io bg o, (U r-ì $o3- -Yî c o o o oc ct) $ q) oõ c) T) a) .9, E = f-Ø o) ]c)Ø {-, o) trFr àq c ñ T) c) O O eiü E c) E Eç LO c (t) c t- lT) (l) Ol o #,Q) =o) .l-, oc o {-, +, o E CCU o .=: Ø o +, o N qi U) E-9 -c o ;'õ C -\¿ t- ìoo .l-, o .c o l¿ o -o oÈ c o = c C. (I) \., =Ø .c o q) ro EC c Í,Ê' (¡) c ct) r*ii'" ¡- .5 =b o o) -o -o Q) õo $ {-, joõ o- E ö, o (õ q) o15 - EE o c 3 c) ¡F' lE OF ù$ O -.N tjo CDb 'lJ Ø Ð lçL. ct) c o o o o c o .t-
CU
=E bÈ E-
ì¿F
sh => E8 .f- o
sã
¡-,.1.
s'Ë
bE PË b'o-
õE
sg
<D^;'
lÈ
F&
CU
'r1
-O
CU
c
.l-,
r
E
{-, =
c
o c)
¡c) l-
o -c c) E o Ø c o t- E c l-o o -o o-
tj
c
o li
(l)
rl-,
l¿
8E' BE+¡, xo r\L,
-C I+t L¡-
cÐot-
EE
,.'.Ë
gemeente
PeeI en Maas Verdere ontwikkeling Zelfsturi ng 3.0 De raad van de gemeente Peel en Maas
Gelet op het raadsvoorstel 2018-072 Zaaknum mer: 1 89412017 I 1 OT 2202 Documentnummer : 1 894120181 131 3925
Gelet op de inhoud van de in 2017 vastgestelde Kaderstellingen op de thema's 'Vitale Gemeenschappen' en'Sociaal Domein' Gehoord de beraadslagingen
BESLUIT 1. Vast te stellen de uitgangspunten 1 tot en met 6, zoals opgenomen in dit voorstel, ten behoeve van de verdere ontwikkeling richting Zelfsturing 3.0 2. Vast te stellen dat ten aanzien van de ontwikkeling van de economische huishouding van de vitale gemeenschap een pilot wordt aangegaan onder de condities a tot en met
c, die deel uitmaken van dit beslispunt: a. Gemeenschappen in kwestie 50% van het inverdiende geld zelf mogen inzetten en de overige 50% terugstorten naar de gemeente. b. Het inverdiende geld besteed mag worden besteed aan de bredere ontwikkeling van de vitaliteit van de kern, zoals omschreven in de dorpsontwikkelingsvisie, maar wel binnen het domein waarbinnen het geld is gegenereerd.
c. Het college en raad na 2 jaar - dus eind 2O2O - expliciet de balans opmaken als het gaat om de verdere ontwikkeling richting Zelfsturing 3.0.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van De raad van de gemeente Peelen Maas,
de griffier, drs. A.G. Joosten
de voorzitter, W.J.G. Delissen-van Tongerlo
BIJLAGE BIJ COTTEGEVOORSTEL/ RAADSVOORSTEL ILTUSTRATIE ONTWIKKETING ZETFSTURING 3.0
Ontwikkeling concept Zelfsturing
Fysiek (zetfuturing 1.0)
. ìlÕnðr
. lll&llen . Ond¡r¡erncn . Voorziçnltrtên . Âaccñrlrodrti* ¡ Ope¡rb¡ra rt¡imlg
. Eco¡o¡¡i¡ch krpi¡arl
**-:t
Peet un Ma¿s
G EBU N DE LDE VERSLAGE N RAADSBIJ EE N KOMSTEN ZE LFSTU RNG 3.0
76 mei 2077 Op 1-6 mei vond er een raadsb'ljeenkomst plaats over'Zelfsturing 3.0'. De avond begon met
inleidingen van: Wethouder Van Kessel over het tot dusverre gelopen proces met de raad en het terugpakken van de kern van eerdere raadsbijeenkomsten.
Wil van der Coelen over de meer conceptuele kant van 'Zelfsturing 3.0' Piet Geurts, Erik Nijssen en Ger de Vlieger over de ervaringen die zij in hun eigen
gemeenschapspraktijk ervaring hebben opgedaan met één of meerdere 'generaties' zelfsturing. De presentaties die ter ondersteuning van deze inleidingen werden gebruikt zijn bijgevoegd Na deze avond ging de raad met elkaar en met Piet Geurts, Ger de Vlieger en Erik Nijssen in gesprek
over 'Zelfsturing 3.0'. De oogst van deze gesprekken treft u in het onderstaande aan. OoRst gesprekken: De ontwikkeling naar 'Zelfsturing 3.0', zoals geschetst tijdens de inleidingen, wordt door de
raad herkend. De raad herkend in haar eigen praktijk ook een toenemende behoefte bij gemeenschappen om 'eigenaar te zijn' van de eigen leefomgeving. De principiële keuze voor Zelfsturing wordt door de raad nogmaals onderschreven.
Wel ervaart de raad enkele worstelingen en dilemma's als het gaat om de vraag hoe je je als raad(sleden) het meest effectief tot zelfsturende Vitale Gemeenschappen kunt verhouden. Dan gaat het bijvoorbeeld om vraagstukken als:
o Het gevoel is dat er wel degelijk een algemeen belang (ook wel benoemd 'als het aandacht hebben voor heelheid') is waar de raad aandacht voor hoort te hebben. Waar begint dit algemene belang eigenlijk en hoe verhoudt dit zich tot de belangen van gemeenschappen?
¡
Hoe ga je als raad om met verschillende 'ontwikkeltempi' in gemeenschappen? ls dit
verschil in tempo erg? Heb je hier een verantwoordelijkheid en in wat behelst deze verantwoordelijkheid dan? Welke rol heb je als overheid in het aanjagen van een debat in de gemeenschap?
¡ ¡
Wanneer is een gemeenschapsinitiatief 'van de gemeenschap'? Hoe ga je om met het financieel compenseren van gemeenschappen voor de door hun 'gerealiseerde maatschappelijke waarde'? ls dat op een manier zoals door Ger de Vlieger wordt voorgesteld, of zou dit op een andere manier horen te gaan?
¡
'Hoe sturend kun je zijn naar zelfsturende gemeenschapsinitiatieven?'; dit naar aanleiding van de ervaringen die rondom de renovatie van de Piushallen zijn opgedaan.
o Hoe ziet de'raad van de toekomst' er eigenlijk uit. Hoe blijf je als raad een effectieve bijdrage leveren in een sterk ontwikkelende samenleving?
Vervolg: Met de raad is de afspraak gemaakt om direct na de zomer in een vervolgbijeenkomst verder met elkaar door te spreken over een aantal van de thema's die ín het bovenstaande worden genoemd
72 SEPTEMBER 2077
Op !2 september 2O17 mei vond er een tweede raadsbijeenkomst plaats over 'Zelfsturing 3.0'. Dit als
vervolg op de eerste raadsbijeenkomst over dit thema die op 16 mei 201-7 plaatsvond. De avond begon met inleidingen van:
-
Wethouder Van Kessel over het tot dusverre gelopen proces met de raad, waarbij met name de kern van 'Zelfsturing 3.0' en de opbrengst van de eerste raadsbijeenkomst over
'Zelfsturing 3.0' werd terug gepakt.
-
Piet Geurts, Peter Janssen en Ger de Vlieger vertelden allen over een gemeenschapsinitiatief
waar zij betrokken zijn. lnitiatieven die op hun eigen manier symbool staan voor de beweging
naar'Zelfsturing 3.0'. Het verslag van de eerste bijeenkomst d.d. 16 mei 2077 en de presentaties die ter ondersteuning van deze inleidingen werden gebruikt zijn bijgevoegd. Na dit inleidende deel ging de raad met elkaar en met Piet Geurts, Ger de Vlieger en Erik Nijssen in
gesprek over een tweetal vragen:
1. "Durven we het met elkoor oan om een proeftuin Zelfsturing 3.0 op te storten?" 2. "Welke spelregels wilt u als raod meegeven oon initiatieven die deelwillen uitmoken von deze proeftuin?" De oogst van deze gesprekken treft u in het onderstaande aan De oogst van de gesprekken Bij de raadsleden is er een brede bereidheid aanwezig om een proeftuin Zelfsturing 3.0 op te
starten. a
Als het gaat om de concrete vraag van Kessel over het beschikbaar stellen van een budget
voor het in gang zetten van een elftal projecten uit de Dorpsontwikkelingsvisie, staat de raad daar in basis positief tegenover. Alvorens deze beschikbaarstelling plaatsvindt, is toetsing van deze elf projecten aan de gemeentelijke kaderstelling nodig. a
Als het gaat om de vraag van Kessel of eventueel gemeentelijk subsidie dat door Kessel bespaard is vervolgens door Kessel geherinvesteerd mag worden, is ook daar de reactie van
de raad in basis positief. De raad vraagt daarbij wel aandacht voor een check van de beleidsmatige, budgettaire en juridische 'haken en ogen'. a
Wel is daarbij als aandachtspunt genoemd dat deze herinvestering dan wel moet plaatsvinden in een proces/ project dat overeenkomt met het doel van de verstrekte subsidie. Bijvoorbeeld: door Kessel bespaarde subsidie voor de exploitatie van de
Dorpsdagvoorziening dient vervolgens weer ten bate te komen van dorpsdagvoorzieninggerelateerde activiteiten. Maar in het gesprek tussen de raadsleden is ook langsgekomen dat een bredere besteding (bijvoorbeeld: voor alle activiteiten die in de dorpsvisie van Kessel staan opgenomen) mogelijk moet kunnen zijn. Bij dit alles is helderheid over definities erg
van belang. a
Ook gaf de raad aan dat eventueel inverdienen niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de activiteit waarvoor de subsidie verstrekt is.
.
De raad gaf verder aan dat eventueel inverdienen niet ten koste mag gaan van een eerlijk
loon voor betrokken beroepskrachten.
o De raad zou het bij een eventuele proeftuin erg belangrijk vinden om van de voortgang op de hoogte te blijven (zodat de raad een goed gevoel heeft bij de besteding van eventuele proeftuinmiddelen. Als het gaat om de vorm zou dit een 'ontwikkelgesprek' tussen kern en raad kunnen zijn.
o De raad gaf aan dat een eventuele proeftuin uiteraard niet alleen voor Kessel geldt, maar voor ieder kern/ initiatief dat voldoen aan de nog te formuleren proeftuinvoorwaarden.
o Het aangaan van een proeftuin - maar ook breder: het praktiseren als overheid van het gedachtengoed dat ten grondslag ligt aan Zelfsturing 3.0 - vraagt vertrouwen en nieuwe omgangsvormen tussen raad, college en organisatie.
¡
Ook erg van belang is het gevoel dat de relatie tussen gemeenschapsinitiatieven/
dorpsoverleggen en raad weer als productief en constructief wordt ervaren. Het vervolg:
Wethouder Van Kessel geeft aan dat de opbrengst van deze tweede avond wordt verwerkt tot een aantal meer uitgewerkte voorwaarden en uitgangspunten voor een proeftuin 'Zelfsturing 3.0'. Deze uitwerking wordt in een volgende raadsbijeenkomst dit najaar met de raad besproken.