2021-012 09 Toelichting Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK DORPSSTRAAT 26 TE MEIJEL
Rapportage verkennend en nader bodemonderzoek Dorpsstraat 26 te Meijel Opdrachtgever
Beusmans en Jansen Adviseurs Steeg 12 5975 CE Sevenum
Rapportnummer Versienummer
9813.001 D2
Status
Eindrapportage
Datum
27 januari 2020
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 0475 - 504961 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
ing. R.P.J. Linders
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. E. Hartingsveld
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1
3
VOORONDERZOEK................................................................................................................... 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 4 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 4 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 4 Terreininspectie ................................................................................................................ 5 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 5 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 5
4
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) ................................................. 6
5
VELDWERK ................................................................................................................................ 8 5.1 5.2
5.3
6
LABORATORIUMONDERZOEK .............................................................................................. 10 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
7
Algemeen.......................................................................................................................... 8 Grondonderzoek ............................................................................................................... 8 5.2.1 Uitvoering veldwerk verkennend bodemonderzoek ........................................... 8 5.2.2 Uitvoering veldwerk nader bodemonderzoek ..................................................... 8 5.2.3 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 8 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 9 5.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 9 5.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 9
Uitvoering analyses ........................................................................................................ 10 Toetsingskader ............................................................................................................... 12 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek ................... 13 Resultaten HXRF-metingen grondmonsters nader bodemonderzoek ........................... 14 Analyseresultaten grondmonsters nader bodemonderzoek ........................................... 16 Interpretatie analyseresultaten ....................................................................................... 17
MILIEUHYGIENISCHE BEOORDELING .................................................................................. 17 7.1 7.2
Algemeen........................................................................................................................ 17 Risico's onderhavig geval ............................................................................................... 18 7.2.1 Standaardbeoordeling humane risico's ............................................................ 18 7.2.2 Standaardbeoordeling ecologische risico's ...................................................... 18 7.2.3 Standaardbeoordeling verspreidingsrisico's .................................................... 19
8
GEVALSDEFINITIE .................................................................................................................. 19
9
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 20
9813.001
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 5. 6.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschetsen - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Sanscrit risicoanalyse
9813.001
1
INLEIDING
Beusmans en Jansen Adviseurs heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend en nader bodemonderzoek op de locatie Dorpsstraat 26 te Meijel. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging, alsmede de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de bestemmingsplanwijziging, alsmede de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NTA 5755:2010, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002.
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 1.625 m²) is gelegen aan de Dorpsstraat 26 te Meijel (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Meijel, sectie E, nummer 767. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 35 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 189.640, Y = 373.090.
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 1 van 21
3
VOORONDERZOEK
3.1
Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een vooronderzoek uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel I zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel I.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever (contactpersoon de heer J.C.M.G. Beusmans ), d.d. 21 mei 2019
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Gemeente Peel en Maas (contactpersoon de heer R. Janssen), d.d. 12 juni 2019
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 31 mei 2019
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Uit historisch kaartmateriaal (afbeelding 1) uit de periode 1900 - 1967 blijkt dat de onderzoekslocatie voornamelijk een woonfunctie heeft. Bij de locatie behoorde destijds een siertuin. Het achterliggende terrein had een agrarische functie. Omstreeks 1990 is er aan de achterzijde bebouwing aangebouwd. Het pand was ten tijde van de aanbouw in gebruik als textielhandel. Het onbebouwde terrein is waarschijnlijk omstreeks 2000 verhard en in gebruik genomen als parkeerplaats. De onderzoekslocatie is voor zover bekend niet wezenlijk veranderd. Later is het winkelpand in gebruik genomen als kringloopwinkel. De bebouwing is momenteel ingericht als winkelpand en in gebruik door kringloopwinkel Eenmaal Andermaal. Inpandig bevindt zich voor een betonvloer. Het parkeerterrein aan de achterzijde is voorzien van een klinkerverharding. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Peel en Maas bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Bij de gemeente Peel en Maas zijn geen gegevens aanwezig waaruit blijkt of er asbesthoudende materialen zijn toegepast op of in de (voormalige) bebouwing. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten.
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 2 van 21
Afbeelding 1: Selectie historisch kaartmateriaal.
Van de onderzoekslocatie zijn een aantal (milieu)dossiers bekend. Deze zijn weergegeven in tabel II. Tabel II.
Milieudossiers
Dossiernummer
locatie
jaar
Omschrijving
Bijzonderheden
-
Jaspers Textiel Dorpsstraat 26
1996
Meldingsformulier Wet Milieubeheer
bebouwing achterzijde reeds aanwezig
M05/271005
Jaspers Textiel Dorpsstraat 26
2005
Milieucontrole
geen
Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Peel en Maas bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens Afbeelding 2. Toekomstige situatie een short stay in de appartementen boven de winkel te realiseren. Op de achterzijde zal een deel van de huidige bebouwing worden gesloopt, waarna er een appartementencomplex met 6 appartementen wordt gebouwd. Naast de toekomstige bebouwing wordt een verhard wandelpad aangelegd. Op het terrein zullen tevens parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het overige terrein zal dienen als groenvoorziening en siertuin.
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 3 van 21
3.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Peel en Maas blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
aan de noordoostzijde bevindt zich een woonhuis met bijhorende siertuin; aan de zuidoostzijde bevindt zich een openbare weg (Kurversweg). Aan de andere zijde van de weg bevindt zich een witgoedhandel; aan de zuidwestzijde bevindt zich openbare weg (Dorpsstraat); aan de noordwestzijde bevindt zich een bakkerij.
Ten noordoosten van de locatie is in 1995 door Fugro een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnr. Z-1431/110, d.d. 29 mei 1995). Het onderzoek is uitgevoerd op het adres Dorpsstraat 30 in het kader van een grondtransactie en nieuwbouwplannen. Op de locatie was sprake van een voormalige HBO-tank en een voormalige benzinetank. De desbetreffende locatie was in het verleden in gebruik als smederij. De bovengrond was analytisch plaatselijk licht verontreinigd met PAK. Het grondwater bleek destijds licht verontreinigd met zink en trichlooretheen. Van de omliggende locaties zijn een aantal (milieu)inspectierapporten en vergunningen bekend. Deze documenten zijn opgesomd in tabel III. Tabel III.
Overzicht verleende vergunningen
Dossiernummer
locatie
jaar
Omschrijving
Bijzonderheden
-
Bakkerij Broekmans Dorpsstraat 28
2002
Meldingsformulier Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer
geen
-
Bakkerij Broekmans Dorpsstraat 28
2010
Inspectierapport periodieke bedrijfscontrole
geen
-
Pluijm wonen en slapen Dorpsstraat 34
1994
Kennisgevingsformulier Besluit detailhandel Hinderwet
geen
M05/2607053
Pluijm wonen en slapen Dorpsstraat 34
2005
Inspectierapport periodieke bedrijfscontrole
geen
-
Winkelmolen V.O.F. Dorpsstraat 24
1993
Kennisgevingsformulier Besluit detailhandel Hinderwet
geen
20080227brhh
Winkelmolen V.O.F. Dorpsstraat 24
2008
Inspectierapport periodieke bedrijfscontrole
geen
Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten.
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 4 van 21
3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Tijdens de terreininspectie zijn er ter plaatse van het parkeerterrein een aantal proefboringen geplaatst, teneinde te kunnen bepalen of er onder de klinkerverharding sprake is van een stabilisatielaag bestaande uit bodemvreemd materiaal. Onder de klinkerverharding is tijdens de terreininspectie geen bodemvreemd (stabilisatie)materiaal aangetroffen. 3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Peel en Maas bevindt de onderzoekslocatie zich binnen de bodemkwaliteitszone “overig vooroorlogse bebouwing”. In de bovengrond komen licht verhoogde gehalten voor aan zware metalen, PAK, PCB en minerale olie. In de ondergrond komen licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en PCB voor. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. De provincie Limburg heeft specifieke beleidslijnen geformuleerd met betrekking tot deze regionaal verhoogde concentraties van metalen in het grondwater (zie “Beleidskader bodem, actualisatie 2016”, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 26 juli 2016). 3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een hoge zwarte enkeerdgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm tot zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Beegden. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 30 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in zuidoostelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 5 van 21
4
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET)
Verkennend bodemonderzoek Uit het vooronderzoek blijkt dat er sprake is van voormalige en/of huidige bodembelasting op de locatie, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is. Dit in verband met de aanwezige bebouwing en de zintuiglijke bijmengingen met bodemvreemd materiaal. Verwacht wordt, dat er verspreid over de locatie wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn metalen, PAK en minerale olie. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de vermoede verontreinigende stof de achtergrondwaarde of het geldend achtergrondgehalte overschrijdt. Nader bodemonderzoek Op basis van het aantreffen van de sterk verhoogde gehalten aan zink tijdens het verkennend bodemonderzoek bestaat het vermoeden dat er op de locatie mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het nader onderzoek heeft tot doel de volgende onderzoeksvragen te beantwoorden:
Hoe groot is de omvang van de bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie (vooralsnog tot maximaal aan de perceelsgrenzen)? Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? Wat zijn eventueel de milieuhygiënische risico’s met betrekking tot de aangetroffen verontreiniging?
In het kader van de NTA 5755 dient op basis van de bekende gegevens een conceptueel model opgesteld te worden. Een conceptueel model is een beschrijving van de verontreinigingssituatie aangevuld met een beschrijving van het systeem (bodemopbouw en grondwater) waarin de verontreiniging zich bevindt en welke processen (verspreiding door grondwaterstroming, biologische afbraak, vastlegging) van invloed zijn op de verontreiniging en de receptoren van die verontreiniging (gebruik locatie, bedreigde objecten bijvoorbeeld een grondwaterwinning of oppervlaktewater). In tabel IV is schematisch een overzicht gegeven van de belangrijkste onderdelen van een conceptueel model en de uitgangspunten van het onderzoek. Niet alle subonderdelen zijn voor de onderhavige situatie even relevant en worden daarmee in meer of mindere mate uitgewerkt. De in de tabel opgenomen informatie, al dan niet met een verwijzing naar een specifieke paragraaf van onderhavig rapport, hebben als basis gefungeerd voor uitvoering van en het maken van keuzes binnen het nader bodemonderzoek.
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 6 van 21
Tabel IV.
Onderdelen conceptueel model
Hoofdonderdeel Historische informatie
Subonderdeel
Uitwerking/toelichting
Verontreinigingsbronnen
De verontreiniging is naar alle waarschijnlijkheid ontstaan door de aanwezigheid van een zinkassenverharding op de toplaag van het parkeerterrein. In de bodem is in zwakke tot matige mate zinkassengruis aangetroffen. Gezien de zintuiglijk schone bovengrond tevens verontreinigd is met metalen zijn de zinkassen waarschijnlijk voorafgaand aan het bestraten van het parkeerterrein verwijderd.
Gebruikte producten, periode
Er is geen informatie bekend over wanneer de zinkassen op de locatie aanwezig zijn geweest. Het parkeerterrein is volgens topografisch kaartmateriaal waarschijnlijk rond 1990 aangelegd. Ondanks een concrete informatiebron ontbreekt is de verwachting dat de zinkassen tussen de jaren ’60 en ’80 zijn aangebracht. Vooraf zou de locatie in gebruik zijn geweest als siertuin. Dit is vooralsnog slecht te beoordelen, gezien oudere topografische kaarten geen accuraat beeld geven van het voormalige gebruik. Mogelijk zijn de zinkassen destijds toegepast
Bouwactiviteiten, grondverzet
Het originele woonhuis/winkelpand zou volgens Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) gebouwd zijn in 1967. Dit betreft waarschijnlijk de originele bebouwing, in de tijd dat de achterzijde van het gebouw nog niet aanwezig was. Van de latere aanbouw op de locatie zijn verder geen bouwdossiers bekend. Het parkeerterrein aan de achterzijde is waarschijnlijk aangelegd toen de aanbouw is gerealiseerd. Uit een vergunning van de voormalige textielhandel is gebleken dat de aanbouw reeds voor 1996 aanwezig was.
Bodemopbouw, geologie en topografie
Calamiteiten
Voor zover bekend hebben er op de locatie nimmer calamiteiten plaatsgevonden.
Ondergrondse activiteiten
Voor zover bekend hebben er op de locatie nimmer ondergrondse activiteiten plaatsgevonden.
Regionaal beschrijving en ontstaansgeschiedenis
Voor een beschrijving van de regionale bodemopbouw/geohydrologie wordt verwezen naar paragraaf 3.8 en 3.9. Uit de regionale achtergrondwaarden, zoals deze zijn vastgesteld door de gemeente Peel en Maas, blijkt dat er regionaal verhoogde gehalten aan zware metalen in de bodem voorkomen. De regionale zinkgehalten bevinden zich binnen deze vlak onder de tussenwaarde.
Lokale bodemopbouw
Voor een beschrijving van de regionale bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 3.9.
Topografie
De onderzoekslocatie bevindt zich in de dorpskern van Meijel.
Infrastructuur
Voor zover bekend zijn er in de directe omgeving van de locatie in het verleden geen zinkassen als verhardingsmateriaal toegepast.
Hydrologie
Het grondwater bevindt zich op een diepte van 4,17 m -mv.
Geochemie
Zware metalen adsorberen zich sterk aan het lutum en/of organische stof in de bodem. Zware metalen zijn over het algemeen goed oplosbaar in water.
Gedrag en verdeling van verontreiniging in de bodem
De zinkverontreiniging, die ontstaan is door de aanwezigheid van zinkassen is van nature immobiel. De verontreiniging zal zich naar verwachting niet verspreiden naar het grondwater.
Identificatie van receptoren, bedreigde objecten en verspreidingsrisico's
Ruimtelijke ontwikkelingen
Rapport 9813.001 versie D2
Receptoren
Voor de onderhavige situatie zijn als belangrijkste receptoren de toekomstige bewoners op de onderzoekslocatie. Op basis van reeds beschikbare gegevens wordt verwacht dat de verontreiniging mogelijk perceelsgrensoverschrijdend is.
Bedreigde objecten
Voor zover bekend is er in de directe omgeving van de locatie geen sprake van bedreigde objecten als grondwaterwinningen en onttrekkingen t.b.v. bodemsaneringen.
Verspreidingsrisico's
Verspreidingsrisico’s in concentraties > I zijn niet te verwachten. De initiatiefnemer is voornemens een short stay in de appartementen boven de winkel te realiseren. Op de achterzijde zal een deel van de huidige bebouwing worden gesloopt, waarna er een appartementencomplex met 6 appartementen wordt gebouwd. Naast de toekomstige bebouwing wordt een verhard wandelpad aangelegd. Op het terrein zullen tevens parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het overige terrein zal dienen als groenvoorziening en siertuin.
Pagina 7 van 21
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuis. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 5.2 5.2.1
Grondonderzoek Uitvoering veldwerk verkennend bodemonderzoek
Het veldwerk ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek is op 4 en 12 juni 2019 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer D.F.H. Schell en N.W.M. Snippe. Deze medewerkers van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerkers voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 13 boringen geplaatst; 10 boringen tussen 1,0 m -mv en 1,5 m -mv, 2 boringen tot 2,0 m -mv en 1 boring tot 2,7 m -mv. Deze diepe boring is afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Voor het plaatsen van de peilbuis is, in verband met de aanwezigheid van een sterk grindige en matig keihoudende zandlaag, gebruik gemaakt van de zogenaamde "verloren punt" methode. Als gevolg hiervan heeft er geen laagbeschrijving van de dieper ondergrond plaatsgevonden. 5.2.2
Uitvoering veldwerk nader bodemonderzoek
Het veldwerk ten behoeve van het nader bodemonderzoek is op 16 juli 2019 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer N.W.M. Snippe. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 14 boringen tot 1,5 m -mv geplaatst. Hiervan is één boring tijdens de veldwerkzaamheden doorgezet tot 2,0 m -mv. Ten tijde van de veldwerkzaamheden is gebruik gemaakt van een HXRF meter. 5.2.3
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bodem is plaatselijk zwak humeus en zwak tot sterk grindig. De ondergrond is plaatselijk matig gleyhoudend en bevat in zwakke tot matige mate keien. De bodem is plaatselijk zwak kolengruis- en zwak baksteenhoudend. Tijdens het nader bodemonderzoek is geconstateerd dat in de bodem plaatselijk zinkassengruis aanwezig is. Tabel V geeft een overzicht van de aangetroffen bodemvreemde materialen.
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 8 van 21
Tabel V.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen
Boornummer
Einddiepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
Waargenomen verontreinigingen
01
1,20
0,15 - 0,70
zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend
05
1,20
0,15 - 0,70
zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend
06
1,50
0,15 - 1,00
zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend
07
6,07
0,50 - 1,50
zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend
101
1,50
0,50 - 0,60
zwak baksteenhoudend
103
1,50
0,50 - 0,80
matig zinkassenhoudend
104
1,50
0,17 - 0,50
zwak zinkassenhoudend
0,50 - 0,80
matig zinkassenhoudend
105
1,50
0,25 - 0,50
zwak zinkassenhoudend
106
1,50
0,25 - 0,50
zwak kolengruishoudend, zwak zinkassenhoudend
107
1,50
0,30 - 0,50
zwak baksteenhoudend, zwak zinkassenhoudend
109
1,50
0,25 - 0,50
zwak zinkassenhoudend
110
2,00
0,20 - 0,50
zwak baksteenhoudend
1,00 - 1,20
matig zinkassenhoudend
111
1,50
0,20 - 0,50
zwak zinkassenhoudend
113
1,50
0,20 - 0,50
zwak baksteenhoudend
114
1,50
0,30 - 0,50
zwak baksteenhoudend, matig zinkassenhoudend
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. 5.3
Grondwateronderzoek
5.3.1
Uitvoering veldwerk
Centraal op de onderzoekslocatie is een peilbuis (filterstelling 5,0 - 6,0 m -mv) geplaatst. 5.3.2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering is op 19 juni 2019 uitgevoerd door de heer N.W.M. Snippe. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel VI geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel VI.
Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater
Peilbuisnummer
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
07
centraal op onderzoekslocatie
5,0-6,0
4,17
245
274
5,44
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 9 van 21
6
LABORATORIUMONDERZOEK
6.1
Uitvoering analyses
Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De grond(meng)monsters van het verkennend en nader bodemonderzoek en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de volgende pakketten/parameters: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
metalenpakket: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink);
-
zink grond droge stof, lutum en organische stof en zink;
-
koper grond droge stof, lutum en organische stof en koper;
-
PAK grond droge stof, lutum en organische stof en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK);
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
Na bekend worden van de analyseresultaten zijn de individuele grondmonsters, waaruit grondmengmonster MM01 (verdachte laag) is samengesteld, separaat geanalyseerd op de parameters zink. De individuele grondmonsters in MM02 zijn separaat geanalyseerd op zink, koper en PAK. Tabel VII geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten/parameters van het verkennend bodemonderzoek. Tabel VII.
Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
MM01
01 (0,15 - 0,50), 05 (0,15 - 0,50) 06 (0,50 - 1,00), 07 (1,00 - 1,50)
standaardpakket
verdachte laag (zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend)
M01-1
01 (0,15 - 0,50)
zink
verdachte laag (zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend)
M05-1
05 (0,15 - 0,50)
zink
verdachte laag (zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend)
M06-1
06 (0,50 - 1,00)
zink
verdachte laag (zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend)
M07-1
07 (1,00 - 1,50)
zink
verdachte laag (zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend)
Rapport 9813.001 versie D2
Analysepakket
Bijzonderheden
Pagina 10 van 21
Tabel VII (vervolg). Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
MM02
02 (0,15 - 0,50), 03 (0,15 - 0,50) 04 (0,15 - 0,50), 08 (0,08 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
M02-1
02 (0,15 - 0,50)
zink, koper, PAK
bovengrond (zintuiglijk schoon)
M03-1
03 (0,15 - 0,50)
zink, koper, PAK
bovengrond (zintuiglijk schoon)
M04-1
04 (0,15 - 0,50)
zink, koper, PAK
bovengrond (zintuiglijk schoon)
M08-1
08 (0,08 - 0,50)
zink, koper, PAK
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM03
09 (0,11 - 0,50),10 (0,14 - 0,50) 12 (0,11 - 0,50),13 (0,09 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM04
01 (0,70 - 1,20), 02 (1,00 - 1,50) 05 (0,70 - 1,20), 06 (1,00 - 1,50) 07 (1,50 - 2,00), 11 (0,50 - 1,00) 12 (1,50 - 2,00)
standaardpakket
ondergrond (zintuiglijk schoon)
Nadat de resultaten van de uitsplitsing bekend zijn geworden zijn er aanvullende analyses uitgevoerd om de zinkverontreiniging nader af te perken. Hierbij zijn de volgende monsters geanalyseerd zoals weergegeven is in tabel VIII. Tabel VIII.
Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
M01-2
01 (0,70 - 1,20)
zink
bovengrond (zintuiglijk schoon)
M02-2
02 (0,70 - 1,00)
zink
bovengrond (zintuiglijk schoon)
M03-2
03 (0,50 - 1,00)
zink
bovengrond (zintuiglijk schoon)
M06-2
06 (1,00 - 1,50)
zink
bovengrond (zintuiglijk schoon)
M07-2
07 (0,15 - 0,50)
zink
bovengrond (zintuiglijk schoon)
M08-2
08 (0,50 - 1,00)
zink
bovengrond (zintuiglijk schoon)
Na uitvoering van het nader bodemonderzoek is aan de hand van de HXRF metingen een analyseplan gemaakt. Tabel IX geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten/parameters. Tabel IX.
Overzicht van de samenstelling van de grondmonsters en de analyses (gehalten in mg/kg d.s.)
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
M101-1
101 (0,50 - 0,60)
zink
verdachte laag (zwak baksteenhoudend)
M102-1
102 (0,50 - 0,80)
zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M103-1
103 (0,50 - 0,80)
zink
verdachte laag (matig zinkassenhoudend)
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 11 van 21
Tabel IX (vervolg). Grondmengmonster
6.2
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
M104-1
104 (0,50 - 0,80)
zink
verdachte laag (matig zinkassenhoudend)
M105-1
105 (0,80 - 1,00)
zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M106-1
106 (0,50 - 0,70)
zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M107-1
107 (0,50 - 0,80)
zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M108-1
108 (0,50 - 0,70)
zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M109-1
109 (0,80 - 1,00)
zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M110-1
110 (0,50 - 1,00)
zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M110-2
110 (1,50 - 2,00)
metalenpakket
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M111-1
111 (0,50 - 0,80)
zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M112-1
112 (0,50 - 1,00)
zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M113-1
113 (0,50 - 1,00)
zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M114-1
114 (0,80 - 1,00)
zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 12 van 21
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
6.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek
Tabel X geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel X.
Overschrijdingen toetsingskaders grond (gehalten in mg/kg d.s.)
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
MM01
01 (0,15 - 0,50), 05 (0,15 - 0,50) 06 (0,50 - 1,00), 07 (1,00 - 1,50)
cadmium (0,58) lood (54) PAK (3,1)
-
zink (520)
M01-1
01 (0,15 - 0,50)
-
-
zink (1.300)
M05-1
05 (0,15 - 0,50)
zink (190)
-
-
M06-1
06 (0,50 - 1,00)
-
-
zink (420)
M07-1
07 (1,00 - 1,50)
-
-
-
MM02
02 (0,15 - 0,50), 03 (0,15 - 0,50) 04 (0,15 - 0,50), 08 (0,08 - 0,50)
lood (52) minerale olie (110)
koper (65) PAK (29)
zink (520)
M02-1
02 (0,15 - 0,50)
PAK (1,8)
zink (230)
-
M03-1
03 (0,15 - 0,50)
PAK (3,5)
-
zink (620)
M04-1
04 (0,15 - 0,50)
zink (150) koper (27)
-
-
M08-1
08 (0,08 - 0,50)
PAK (9,6)
zink (240)
-
MM03
09 (0,11 - 0,50),10 (0,14 - 0,50) 12 (0,11 - 0,50), 13 (0,09 - 0,50)
-
-
-
MM04
01 (0,70 - 1,20), 02 (1,00 - 1,50) 05 (0,70 - 1,20), 06 (1,00 - 1,50) 07 (1,50 - 2,00), 11 (0,50 - 1,00) 12 (1,50 - 2,00)
zink (73)
-
-
Tabel XI geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden.
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 13 van 21
Tabel XI.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater (gehalten in µg/l)
Grondwatermonster 07
Situering peilbuis centraal op onderzoekslocatie
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
barium (77)
-
-
Nadat de resultaten van de uitsplitsing bekend zijn geworden zijn er aanvullende analyses uitgevoerd om de zinkverontreiniging nader af te perken. Tabel XII geeft een overzicht van de parameters in deze aanvullend geanalyseerde monsters die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel XII.
Overschrijdingen toetsingskaders grond (gehalten in mg/kg d.s.)
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
M01-2
01 (0,70 - 1,20)
zink (75)
-
-
M02-2
02 (0,70 - 1,00)
-
-
-
M03-2
03 (0,50 - 1,00)
zink (72)
-
-
M06-2
06 (1,00 - 1,50)
zink (95)
-
-
M07-2
07 (0,15 - 0,50)
-
-
zink (510)
M08-2
08 (0,50 - 1,00)
zink (46)
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten. 6.4
Resultaten HXRF-metingen grondmonsters nader bodemonderzoek
In het veld zijn conform de onderzoeksstrategie (protocol HXRF) een aantal bodemlagen met een maximaal traject van 0,5 m met een HXRF-meter gemeten op het voorkomen van zware metalen (As, Cu, Pb en Zn-gehalten). De gemeten gehalten tijdens de HXRF-metingen in het veld zijn getoetst op basis van een lutum en organische stof correctie van 2% (“worst-case” benadering). In de tabel XIII zijn de resultaten van deze metingen weergegeven. Tabel XIII.
Veldmetingen HXRF (lutum 2%, organische stof 2%)
Boornummer
Traject (m -mv)
Koper
Lood
Zink
101
0,08 - 0,12
-
20*
19
372 ***
0,12 - 0,50
-
< LOD
12
316 ***
0,50 - 0,60
zwak baksteenhoudend
< LOD
18
61 *
0,60 - 0,75
-
< LOD
< LOD
< LOD
0,75 - 1,00
-
59 **
51 *
56
1,00 - 1,20
-
< LOD
12
24
1,20 - 1,50
-
< LOD
17
22
0,08 - 0,30
-
64 **
59 *
1083 ***
0,30 - 0,50
-
< LOD
44 *
103 *
0,50 - 0,80
-
< LOD
47 *
88 *
0,80 - 1,20
-
< LOD
7
< LOD
1,20 - 1,50
-
< LOD
26
17
102
Rapport 9813.001 versie D2
Waargenomen verontreinigingen / bijzonderheden
Gemeten gehalten (mg/kg d.s.).
Pagina 14 van 21
Tabel XIII.
Veldmetingen HXRF (lutum 2%, organische stof 2%)
Boornummer
Traject (m -mv)
Koper
Lood
Zink
103
0,08 - 0,25
-
< LOD
< LOD
311 ***
0,25 - 0,50
-
< LOD
46 *
68 *
0,50 - 0,80
matig zinkassenhoudend
26 *
50 *
57
0,80 - 1,00
-
< LOD
9
< LOD
1,00 - 1,50
-
< LOD
10
13
0,08 - 0,17
-
23 *
23
130 *
0,17 - 0,50
zwak zinkassenhoudend
< LOD
77 *
136 *
0,50 - 0,80
matig zinkassenhoudend
< LOD
82 *
104 *
0,80 -1,00
-
< LOD
< LOD
11
1,00 - 1,50
-
< LOD
10
14
0,08 - 0,25
-
394 ***
195 **
1718 ***
0,25 - 0,50
zwak zinkassenhoudend
51 *
130 *
1838 ***
0,50 - 0,80
-
< LOD
64 *
412 ***
0,80 - 1,00
-
< LOD
< LOD
24
1,00 - 1,50
-
< LOD
8
32
0,08 - 0,25
-
< LOD
< LOD
321 ***
0,25 - 0,50
zwak kolengruishoudend, zwak zinkassenhoudend
21 *
67 *
135 *
0,50 - 0,70
-
< LOD
53 *
80 *
0,70 - 0,80
-
< LOD
< LOD
< LOD
0,80 - 1,00
-
< LOD
< LOD
11
1,00 - 1,50
-
< LOD
< LOD
41
0,08 - 0,30
-
89 **
66 *
935 ***
0,30 - 0,50
zwak baksteenhoudend, zwak zinkassenhoudend
< LOD
44 *
728 ***
0,50 - 0,80
-
< LOD
15
126 *
0,80 - 1,00
-
< LOD
< LOD
< LOD
1,00 - 1,50
-
< LOD
< LOD
17
0,08 - 0,17
-
< LOD
15
193 **
0,17 - 0,50
-
23 *
49 *
396 ***
0,50 - 0,70
-
< LOD
11
49
0,70 - 1,00
-
< LOD
< LOD
20
1,00 - 1,50
-
< LOD
< LOD
29
0,08 - 0,25
-
349 ***
242 **
2371 ***
0,25 - 0,50
zwak zinkassenhoudend
17
32 *
1209 ***
0,50 - 0,80
-
< LOD
12
519 ***
0,80 - 1,00
-
< LOD
8
80 *
1,00 - 1,50
-
< LOD
< LOD
111 *
0,08 - 0,20
-
70 **
34 *
865 ***
0,20 - 0,50
zwak baksteenhoudend
29 *
62 *
844 ***
0,50 - 1,00
-
< LOD
108 *
257 **
1,00 - 1,20
matig zinkassenhoudend
< LOD
57 *
75 *
1,20 - 1,50
-
22 *
495 ***
279 **
1,50 - 2,00
-
< LOD
11
30
0,08 - 0,20
-
< LOD
14
86 *
0,20 - 0,50
zwak zinkassenhoudend
29 *
55 *
490 ***
0,50 - 0,80
-
< LOD
14
58
0,80 - 1,00
-
< LOD
< LOD
39
1,00 - 1,50
-
< LOD
< LOD
16
104
105
106
107
108
109
110
111
Rapport 9813.001 versie D2
Waargenomen verontreinigingen / bijzonderheden
Gemeten gehalten (mg/kg d.s.).
Pagina 15 van 21
Tabel XIII.
Veldmetingen HXRF (lutum 2%, organische stof 2%)
Boornummer
Traject (m -mv)
112
0,08 - 0,25
-
< LOD
22
256 **
0,25 - 0,50
-
< LOD
32
437 ***
0,50 - 1,00
-
< LOD
< LOD
62 *
1,00 - 1,50
-
< LOD
8
45
0,08 - 0,20
-
< LOD
68 *
447 ***
0,20 - 0,50
zwak baksteenhoudend
< LOD
122 *
2191 ***
0,50 - 1,00
-
< LOD
14
132 *
1,00 - 1,50
-
6
< LOD
54
0,08 - 0,30
-
19 *
31
318 ***
0,30 - 0,50
zwak baksteenhoudend, matig zinkassenhoudend
23 *
71 *
568 ***
0,50 - 0,80
-
< LOD
21
429 ***
0,80 - 1,00
-
< LOD
< LOD
95
1,00 - 1,50
-
< LOD
8
62
113
114
< LOD: * ** ***
6.5
Waargenomen verontreinigingen / bijzonderheden
Gemeten gehalten (mg/kg d.s.).
detectielimiet HXRF groter dan de landelijke achtergrondwaarde, maar kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde groter dan de tussenwaarde, maar kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde groter dan de interventiewaarde
Analyseresultaten grondmonsters nader bodemonderzoek
Tabel XIV geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel XIV.
Overschrijdingen toetsingskaders grond (gehalten in mg/kg d.s.)
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW (licht verontreinigd)
Gehalte > T (matig verontreinigd)
Gehalte > I (sterk verontreinigd)
M101-1
101 (0,50 - 0,60)
-
-
-
M102-1
102 (0,50 - 0,80)
zink (81)
-
-
M103-1
103 (0,50 - 0,80)
-
-
-
M104-1
104 (0,50 - 0,80)
zink (87)
-
-
M105-1
105 (0,80 - 1,00)
-
-
-
M106-1
106 (0,50 - 0,70)
-
-
-
M107-1
107 (0,50 - 0,80)
zink (110)
-
-
M108-1
108 (0,50 - 0,70)
-
-
-
M109-1
109 (0,80 - 1,00)
-
-
-
M110-1
110 (0,50 - 1,00)
-
zink (210)
-
M110-2
110 (1,50 - 2,00)
-
-
-
M111-1
111 (0,50 - 0,80)
-
-
-
M112-1
112 (0,50 - 1,00)
-
-
-
M113-1
113 (0,50 - 1,00)
zink (130)
-
-
M114-1
114 (0,80 - 1,00)
zink (85)
-
-
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 16 van 21
6.6
Interpretatie analyseresultaten
Op basis van de analyseresultaten uit het verkennend bodemonderzoek is getracht de sterke zinkverontreinigingen op het parkeerterrein zoveel mogelijk in te perken. Gezien in bijna elke boring een sterk verhoogd zinkgehalte met de HXRF meter is gemeten is besloten het uitpandig terreindeel geheel als sterk verontreinigd te beschouwen. Uit de HXRF metingen is tevens gebleken dat de bovengrond zeer plaatselijk licht tot sterk verhoogde gehalten aan koper en lood bevat. De matig tot sterk verhoogde gehalten worden gemeten in monsters waar tevens matig tot sterk verhoogde zinkgehalten zijn gemeten. In boring 110 is over een traject van 1,20 tot 1,50 m -mv een sterk verhoogd gehalten aan lood gemeten en een matig verhoogd gehalten aan zink. Deze bodemlaag wordt als sterk verontreinigd met lood beschouwd, waarbij de verontreiniging verticaal is afgeperkt. Op basis van analyseresultaten wordt de sterke zinkverontreiniging, evenals de (waarschijnlijk) aanwezige lood en koperverontreiniging, tot aan de perceelsgrenzen als volledig afgeperkt beschouwd. De omvang van het verontreinigde parkeerterrein bedraagt in totaal 650 m 2, waarbij de maximale diepte van de verontreiniging varieert tussen de 0,50 tot 1,50 m -mv. Gemiddeld genomen bevindt de sterke verontreiniging zich voor 260 m 2 op een gemiddeld diepte van 1,0 m -mv.
Op het overige terreindeel (390 m2) bevindt de verontreiniging zich op een gemiddelde diepte van 0,5 m -mv. Het totaal volume aan sterk verontreinigde grond bedraagt met deze gegevens 455 m3. Er kan geconcludeerd worden dat er in de zin van de Wet Bodembescherming op de locatie sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
7 7.1
MILIEUHYGIENISCHE BEOORDELING Algemeen
Indien er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Met behulp van een standaard risicobeoordelingsmethode (Sanscrit) is getoetst of de verontreiniging bij het huidige en/of toekomstige gebruik risico's oplevert die onaanvaardbaar zijn voor de mens, voor het ecosysteem of uit het oogpunt van verspreiding van de verontreiniging. De standaard risicobeoordeling kan leiden tot de volgende resultaten: - risico niet onaanvaardbaar:
indien uit de standaard risicobeoordeling volgt dat de aanwezige bodemverontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik geen onaanvaardbare risico's oplevert, is het niet noodzakelijk om met spoed te saneren. Wel is een vorm van beheer nodig, waaronder tenminste registratie van de aanwezigheid van bodemverontreiniging wordt verstaan. Verdere vormen van beheer zijn ter beoordeling door het bevoegd gezag;
- onaanvaardbaar risico: (spoedig saneren)
indien uit de standaard risicobeoordeling volgt dat de verontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik onaanvaardbare risico's oplevert is spoedig saneren vereist;
- onaanvaardbaar risico: (specifieke beoordeling)
indien uit de standaard risicobeoordeling blijkt dat de aanwezige verontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik onaanvaardbare
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 17 van 21
risico's oplevert kan er, gelet op de mogelijke overschatting van de risico's in de standaard risicobeoordelingsmethode, aanleiding zijn te verwachten dat een meer specifieke risicobeoordeling voor het geval van verontreiniging tot een andere conclusie leidt. In een dergelijk geval kan, al dan niet op verzoek van het bevoegd gezag, een locatie specifieke risicobeoordeling aansluitend aan de standaard risicobeoordeling uitgevoerd worden. Voor het onderhavige onderzoek is bepaald of er sprake is van onaanvaardbaar risico van bodemverontreiniging voor mens en/of ecosysteem of van verspreiding van verontreiniging in het grondwater. De afweging van de risico's heeft plaatsgevonden met behulp van het programma Sanscrit, uitgaande van een realistisch scenario. De resultaten van de risico-afweging zijn opgenomen in bijlage 6. 7.2
Risico's onderhavig geval
Aan de hand van de Sanscrit Risicobeoordeling is een inzicht verkregen in de humane, ecologische en de verspreidingsrisico's, uitgaande van het huidige gebruik "infrastructuur". Op basis van de analyseresultaten blijkt dat er diverse zware metalen in sterke mate in de bodem van de onderzoekslocatie aanwezig zijn, te weten zink, lood en koper. 7.2.1
Standaardbeoordeling humane risico's
Humane risico's zijn van een aantal factoren afhankelijk. Bij de standaardbeoordeling wordt rekening gehouden met het bodemgebruik en met de blootstellingsroutes. De volgende blootstellingsroutes kunnen zich voordoen: -
ingestie grond, drinkwater en gewas; inhalatie grond, binnenlucht, buitenlucht en inhalatie dampen bij het douchen; dermaal contact grond en dermaal contact bij het douchen.
In de berekening is uitgegaan van het hoogst gemeten zink- (2.371 mg/kg d.s.), lood- (495 mg/kg d.s.) en kopergehalten (394 mg/kg d.s.) binnen de interventiewaardecontour. Resultaat Er is voor het gebruik "infrastructuur" géén sprake van een onaanvaardbare situatie voor de mens als gevolg van hinder. Uit de standaardbeoordeling humane risico's blijkt dat er géén sprake is van onaanvaardbare risico's voor de mens. 7.2.2
Standaardbeoordeling ecologische risico's
Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor het ecosysteem indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie: -
de biodiversiteit kan worden aangetast (bescherming van soorten); kringloopfuncties kunnen worden verstoord (bescherming van processen); bio-accumulatie en doorvergiftiging kan plaatsvinden.
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 18 van 21
De oppervlakte van de interventiewaardecontour is ruim kleiner dan <5.000 m². Deze oppervlakte is het criterium waarboven mogelijk sprake is van ecologische risico's. In onderhavige situatie is derhalve geen sprake van ecologische risico's. 7.2.3
Standaardbeoordeling verspreidingsrisico's
De verspreidingsrisico's zijn van een aantal factoren afhankelijk. Er is een standaard risicobeoordeling uitgevoerd. Bij deze eenvoudige toetsing wordt rekening gehouden met het feit of:
het gebruik van de bodem door mens of ecosysteem wordt bedreigd door verspreiding van verontreiniging in het grondwater indien kwetsbare objecten hinder ondervinden; er sprake is van een onbeheersbare situatie, dat wil zeggen indien: - er een drijflaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden; - er een zaklaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden; - de verspreiding heeft geleid tot een grote grondwaterverontreiniging (> 6.000 m3) en de verspreiding vindt nog steeds plaats.
Er zijn geen kwetsbare objecten in de omgeving aanwezig. Verder is er geen sprake van een drijflaag en/of een zaklaag of van een ernstige grondwaterverontreiniging met een bodemvolume van meer dan 6.000 m3. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat op grond van de standaardbeoordeling geen sprake is van onaanvaardbare verspreidingrisico's.
8
GEVALSDEFINITIE
Gesteld wordt dat op de locatie sprake is van het volgende geval van bodemverontreiniging: De aard van de verontreiniging is duidelijk. Naar verwachting hebben er in het verleden ter plaats van het parkeerterrein zinkassen gelegen. In de bodem zijn tijdens het nader bodemonderzoek kleine gruisfragmenten aangetroffen die duiden op zinkassen. De zinkassen zijn waarschijnlijk in het verleden ontgraven, gezien er in de zintuiglijk schone bovengrond tevens sterk verhoogde gehalten met zware metalen gemeten zijn. Waarschijnlijk zijn de zinkassen ontgraven voor dat het parkeerterrein is gerealiseerd in 1990 en de klinkerverharding is aangelegd. Er is verder geen informatie bekend over de datum van aanleg en verwijdering van deze zinkassen. Ondanks concrete informatiebronnen ontbreken is de verwachting dat de zinkassen tussen de jaren ’60 en ’80 zijn aangebracht. Op basis van deze aanname kan worden gesteld dat het hier een bestaand geval van bodemverontreiniging betreft (ontstaan vóór 1 januari 1987).
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 19 van 21
9
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Beusmans en Jansen Adviseurs heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend en nader bodemonderzoek op de locatie Dorpsstraat 26 te Meijel. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging, alsmede de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bodem is plaatselijk zwak humeus en zwak tot sterk grindig. De ondergrond is plaatselijk matig gleyhoudend en bevat in zwakke tot matige mate keien. De bodem is plaatselijk zwak kolengruis- en zwak baksteenhoudend. Tijdens het nader bodemonderzoek is geconstateerd dat in de bodem plaatselijk in zwakke tot matige mate zinkassengruis aanwezig is. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek De zwak kolengruis- en baksteenhoudende laag is analytisch licht verontreinigd met cadmium, lood en PAK en licht tot sterk verontreinigd met zink. De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met lood, minerale olie, koper en PAK en eveneens sterk verontreinigd met zink. De zintuiglijk schone ondergrond is analytisch licht verontreinigd met zink. Het grondwater is analytisch licht verontreinigd met barium.
Op basis van de analyseresultaten is er een nader bodemonderzoek naar de sterke zinkverontreiniging uitgevoerd. Nader bodemonderzoek Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd ten gevolge van het aantreffen van een sterke zinkverontreiniging op de onderzoekslocatie. Op basis van analyseresultaten wordt de sterke zinkverontreiniging, evenals de (waarschijnlijk) aanwezige lood en koperverontreiniging, tot aan de perceelsgrenzen als volledig afgeperkt beschouwd. Gezien de mate en omvang van de sterke verontreiniging wordt het gehele parkeerterrein als sterk verontreinigd beschouwd. Het oppervlakte van de verontreiniging bedraagt in totaal 650 m2, waarbij de maximale diepte van de verontreiniging varieert tussen de 0,50 tot 1,50 m -mv. Gemiddeld genomen bevindt de sterke verontreiniging zich voor 260 m 2 op een diepte van 1,0 m -mv. Op het overige terreindeel (390 m2) bevindt de verontreiniging zich op een gemiddelde diepte van 0,5 m -mv. Het totaal volume aan sterk verontreinigde grond bedraagt met deze gegevens 455 m 3. Er kan geconcludeerd worden dat er in de zin van de Wet Bodembescherming op de locatie sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Uit de milieuhygiënische beoordeling is gebleken dat er geen sprake is van onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico's. Hierdoor is er geen sprake van spoed om de verontreiniging in de grond te saneren.
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 20 van 21
Conclusies en Advies Op de locatie is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Hierdoor is er in principe sprake van een saneringsnoodzaak. Echter, is er bij het huidige gebruik van de locatie geen sprake is van onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico’s als gevolg van de verontreiniging met zink in de grond. Er is derhalve geen sprake van spoed om de locatie te saneren. Econsultancy adviseert de sterk met metalen verontreinigde grond voorafgaand aan de voorgenomen bouwplannen te saneren conform een door het bevoegd gezag (Provincie Limburg) goedgekeurd saneringsplan of BUS-melding. De vrijkomende verontreinigde grond dient afgevoerd te worden naar een erkend verwerker. Algemeen Voor de overige grond op de locatie geldt dat voor eventueel vrijkomende grond, die niet op de locatie kan worden hergebruikt, de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn.
Swalmen, 27 januari 2020
Rapport 9813.001 versie D2
Pagina 21 van 21
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Legenda Symbolen:
Polygonen:
Boringen:
Asfalt
Ontgravingsvak
Boring tot 0,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Klinker
Saneringslocatie
Boring tot 1,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Beton
Partij ontgraven grond
Boring tot 1,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Ontgravingsdiepte (m -mv)
Toekomstige bebouwing
Boring tot 2,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Partijhoogte (m +mv)
Voormalige bebouwing
Boring tot 2,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Opnamerichting foto
Asfaltverharding
Boring tot 3,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Vloeistofdichte vloer
Reparatievak asfalt
Boring tot 3,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Prefab betonnen vloerplaat
Opslagtank (bovengronds)
Boring tot 4,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Tegels
Opslagtank (bovengronds in lekbak)
Boring tot 4,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Golfplaat (asbest verdacht)
Opslagtank (ondergronds)
Boring tot 5,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Boom
Struweel
Peilbuis (diep)
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis (diep)
Bos
Haag
Peilbuis
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis
Boring voorgaand onderzoek tot 0,5 m -mv
Kernboring 80 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,0 m -mv
Kernboring 120 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 2,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,0 m -mv
Struiken Gras
Lijnen:
Water
Bebouwing
Braak
Grens onderzoekslocatie
Grind
Toekomstige bebouwing
Onverhard
Voormalige bebouwing
Puinverharding
Beschoeiing
Talud
Hekwerk
Boring voorgaand onderzoek tot 3,5 m -mv
Spoorlijn
Boring voorgaand onderzoek tot 4,0 m -mv
Wandmonster
Boring voorgaand onderzoek tot 4,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,0 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 5,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,5 m -mv
Spoorbaan Fietspad Parkeerplaats
Verontreiniging:
Trafo Pomp Olie/vetafscheider Mangat Riool inspectieput Zinkput Ontluchting Vulpunt Sleuf asbestonderzoek 200x40x50cm
Boring voorgaand onderzoek tot 3,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,5 m -mv
Peilbuis voorgaand onderzoek (diep)
Kernboring 120 mm + boring tot 5,0 m -mv
Niet verontreinigd
Peilbuis voorgaand onderzoek
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 0,5 m -mv
Gehalte >AW/S-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,0 m -mv
Gehalte >T-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,5 m -mv
Gehalte >I-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,0 m -mv