2021-012 08 Toelichting Bijlage 2 Geohydrologisch veldonderzoek.pdf
Tekst van het document
GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK DORPSSTRAAT 26 TE MEIJEL
Rapportage geohydrologisch veldonderzoek Dorpsstraat 26 te Meijel Opdrachtgever
Beusmans en Jansen Adviseurs Steeg 12 5975 CE Sevenum
Rapportnummer Versienummer
9813.004 D1
Status
Eindrapportage
Datum
1 juli 2019
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 0475 - 504961 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
T.J.M. Kuijpers, BSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
ing. R. van den Berg
Paraaf
Kwaliteitszorg Voor het uitvoeren van doorlatendheidsonderzoek zijn geen wettelijke richtlijnen vastgesteld. Econsultancy voldoet voor haar overige dienstverlening ten aanzien van bodem aan alle wettelijke kwaliteitseisen. Tot aan het moment dat voor doorlatendheidsonderzoek kan worden gewerkt volgens vastgestelde protocollen en richtlijnen wordt daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen zoals deze voor bodemonderzoek gelden.
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen geldende normen en met behulp van gespecialiseerde apparatuur. Het onderzoek betreft een momentopname in de tijd en is steekproefsgewijs uitgevoerd, waardoor een beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2.
LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 1 2.1 2.2 2.3
3.
Ligging onderzoekslocatie ................................................................................................ 1 Bodem .............................................................................................................................. 2 Grondwater ....................................................................................................................... 2
VELDWERK ................................................................................................................................ 4 3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen.......................................................................................................................... 4 Uitvoering .......................................................................................................................... 4 Lokale bodemopbouw ...................................................................................................... 4 Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven ....................................................................... 5
4.
RESULTATEN ............................................................................................................................ 6
5.
BEOORDELING .......................................................................................................................... 7
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Boorprofielen - Berekende k-waarden 9813.004
1.
INLEIDING
Econsultancy heeft van Beusmans en Jansen Adviseurs, namens Rozenberg Bouwcontrol, opdracht gekregen voor het uitvoeren van een geohydrologisch veldonderzoek op een locatie gelegen aan de Dorpsstraat 26 te Meijel. Het geohydrologisch veldonderzoek is uitgevoerd in het kader van duurzaam waterbeheer ten aanzien van de voorgenomen (her)ontwikkeling van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in zowel de bodemopbouw als de (actuele) grondwaterstand, het bepalen of de bodem geschikt is voor de infiltratie van hemelwater, alsmede het verkrijgen van representatieve k-waarden.
2.
LOCATIEGEGEVENS
2.1
Ligging onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie (± 1.625 m²) ligt aan de Dorpsstraat 26, in de kern van Meijel (zie bijlage 1), en is kadastraal bekend gemeente Meijel, sectie E, nummer 767. Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (www.ahn.nl), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 35 m +NAP. De coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie zijn X = 189.640, Y = 373.090.
Figuur 1. Situering en begrenzing onderzoekslocatie
Rapport 9813.004 versie D1
Pagina 1 van 7
De onderzoekslocatie is deels bebouwd met een winkelpand en deels in gebruik als parkeerterrein. De initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te herontwikkelen. In het kader van duurzaam waterbeheer zal het afstromend hemelwater van het toekomstig verhard oppervlak, indien mogelijk en noodzakelijk, in de bodem worden geïnfiltreerd. De aard van eventuele toekomstige infiltratievoorzieningen is nog niet bekend. 2.2
Bodem
De planlocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland, in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een hoge zwarte enkeerdgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. 2.3
Grondwater
Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Het grondwater staat in de winter van nature hoog en in de zomer laag. In de winter is de temperatuur laag, waardoor de verdamping gering is en alle neerslag het grondwater kan aanvullen. In de zomer gebeurt het omgekeerde: de temperatuur is hoog en dus verdampt er veel neerslag en is de stijghoogte laag. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en GLG (Gemiddeld Hoogste Grond waterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitoord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. In het archief van TNO zijn in de directe nabijheid van het plangebied geen bruikbare grondwaterdata beschikbaar. Derhalve is gebruik gemaakt van grondwaterpeilputten welke op enige afstand van de locatie zijn gelegen.
In tabel I zijn de gegevens van de grondwaterpeilputten opgenomen. In figuur 2 is de situering van de grondwaterpeilputten weergegeven. Tabel I.
Overzicht grondwaterpeilputten TNO grondwaterpeilput
windrichting t.o.v. locatie
afstand t.o.v. locatie
meetperiode
GHG m +NAP
B58B0097
zuidoostelijk
2.000 m
augustus 1973 - december 2017
30,0
Op basis van de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, stroomt het grondwater van het eerste watervoerend pakket in zuid tot zuidwestelijke richting. In figuur 2 zijn de isohypsen op basis van de interactieve grondwatertools weergegeven. Dit betreft een momentopname op 31 januari 2016. De maand januari betreft een periode waarin de grondwaterstand relatief hoog staat.
Rapport 9813.004 versie D1
Pagina 2 van 7
Figuur 2. Situering grondwaterpeilputten TNO en isohypsen op 31 januari 2016 (bron: grondwatertools.nl)
Op basis van de beschikbare gegevens wordt ingeschat dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) op ± 30,5 m +NAP is gelegen. Verwacht wordt dat de GHG zich op meer dan 3 meter beneden maaiveld zal bevinden. . Ten tijde van de veldwerkzaamheden is op 12 juni 2019 in de peilbuis een grondwaterstand* aangetroffen op 4,17 m -mv.
* Opmerking: Gemeten grondwaterstanden zijn momentopnamen en dienen met de nodige voorzichtigheid te worden gehanteerd, omdat:
Waterniveaus gemeten direct na plaatsing van een sondering, boring of peilbuis, significant kunnen afwijken van de heersende grondwaterstand of stijghoogte. Het kan namelijk enige tijd duren voordat een representatieve waterspiegel is ingesteld (enkele seconden in grof zand tot soms enkele uren in slecht doorlatende klei). De grondwaterstand onder invloed van seizoensafhankelijke factoren in de tijd zal fluctueren. Deze fluctuatie varieert per regio/gebied.
Een representatief beeld hiervan kan slechts worden gekregen door monitoring van de grondwaterstand gedurende langere tijd en/of door tijdreeksanalyse van gedurende langere tijd gemonitoorde peilbuizen uit de omgeving.
Rapport 9813.004 versie D1
Pagina 3 van 7
3.
VELDWERK
3.1
Algemeen
Voor het uitvoeren van een doorlatendheidsonderzoek gelden geen richtlijnen. De onderzoeksstrategie is in overleg met de opdrachtgever vastgesteld en betreft maatwerk. Ten aanzien van de uitvoering wordt aangesloten op het SIKB-protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen". Het veldwerk omvatte het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen zijn hierbij nauwkeurig beschreven en de posities van de betreffende monstername-punten zijn op kaart vastgelegd. Op de locatieschets in bijlage 2 is de situering van de meetpunten aangegeven. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt (zie bijlage 3). 3.2
Uitvoering
Om inzicht te krijgen in de (diepere)bodemopbouw is gebruik gemaakt van de boringen die zijn geplaatst in het kader van het verkennend bodemonderzoek (rapportnummer 9813.001). Hiertoe zijn enkele boringen van het verkennend bodemonderzoek doorgezet tot maximaal 3,0 m -mv. Op basis van de bodemopbouw is het te onderzoeken traject bepaald waarna op 12 juni 2019 op 3 locaties de doorlatendheid in het veld is gemeten. Ten tijde van de veldwerkzaamheden was er sprake van hevige neerslag waardoor het, vanwege het wegspoelen van het opgeboorde bodemmateriaal, niet mogelijk is geweest om het bodemtraject tot 3 m -mv te beschrijven. 3.3
Lokale bodemopbouw
Uit locatiespecifiek onderzoek (verkennend bodemonderzoek, rapportnummer 9813.001) blijkt de bodem voornamelijk te bestaan uit zwak tot matig siltig, matig fijn tot matig grof zand. Op wisselende diepte is de bodem zwak tot matig grind en/of keihoudend. De bodem is bovendien plaatselijk tot maximaal 2,0 m -mv zwak humeushoudend. De bodem is vanaf 0,5 m -mv zwak tot matig gleyhoudend. Er zijn geen storende lagen in de bodem waargenomen.
Rapport 9813.004 versie D1
Pagina 4 van 7
3.4
Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven
Op basis van de profielbeschrijvingen en de actuele grondwaterstand zijn de te onderzoeken bodemlagen vastgesteld. Vervolgens is in de directe nabijheid van de referentieboring, per meting, een nieuwe boring verricht tot in de te onderzoeken homogene bodemlaag. Bij de keuze van de te onderzoeken bodemlaag is rekening gehouden met de doelstelling van het onderzoek. De doorlatendheid (k-waarde) van de bodem is bepaald met behulp van de Falling head-methode (omgekeerde Hooghoudt-methode). Bij de Falling headmethode wordt na eenmalig opbrengen van een waterkolom de zaksnelheid van het water gemeten. Om instorting van het boorgat te voorkomen, is in het boorgat een filterbuis aangebracht die aan de onderzijde over een lengte van 1 m is geperforeerd. Na plaatsen van de filterbuis is water opgebracht. Voor het meten van de waterstandsdaling is gebruik gemaakt van een digitale drukopnemer (Diver). De doorlatendheidsmeting is een aantal malen herhaald teneinde verzadigde doorlatendheid te verkrijgen en een gemiddelde te kunnen berekenen. Aan de hand van de zaksnelheid is vervolgens met behulp van de formule van Hooghoudt de gemiddelde doorlatendheid (k-waarde) berekend.
Rapport 9813.004 versie D1
Pagina 5 van 7
4.
RESULTATEN
Tabel II geeft een overzicht van het uitgevoerde veldwerk en de bodemlaag waarin een in-situ doorlatendheidsmeting is uitgevoerd. Tevens zijn in de tabel de resultaten van de berekende k-waarden weergegeven en is de doorlatendheid van de bodem per boring en traject beoordeeld conform de classificatie uit tabel III. Bijlage 4 bevat de grafische uitwerking en de berekening van de k-waarden. Tabel II.
Overzicht k-waarde per meting
Infiltratiemeting
referentieboring verkennend bodemonderzoek
Aantal Metingen (*A)
Onderzochte bodemlaag (cm -mv)
Textuur
Opmerkingen
I01
06
3
I02
02
I03
03
K-waarde (m/dag)
Beoordeling doorlatendheid
30-100
matig fijn, zwak siltig
zwak humeus, zwak grindhoudend
1,4
goed
3
60-150
matig fijn, matig siltig
matig gleyhoudend
1,8
goed
3
125-200
(*B)
2,1
goed
(*A)
De meest representatieve meting is gebruikt voor het berekenen van de (verzadigde) doorlatendheid.
(*B
Vanwege de hevige neerslag en het wegspoelen van het opgeboorde bodemmateriaal was het niet mogelijk om het opgeboorde materiaal te beschrijven.
Tabel III.
Classificatie doorlatendheid
K-waarde (m/dag)
Classificatie (*A)
< 0,1
slecht doorlatend
0,1-0,5
matig doorlatend
0,5-1,0
vrij goed doorlatend
1,0-10
goed doorlatend
> 10
zeer goed doorlatend
(*A)
Classificatie k-waarde (m/d) (bron: Cultuurtechnisch Vademecum, 2000)
Rapport 9813.004 versie D1
Pagina 6 van 7
5.
BEOORDELING
De haalbaarheid van hemelwaterinfiltratie is onder andere afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem, de aanwezigheid van stoorlagen (klei en leem). Econsultancy acht bodemlagen met een minimale doorlatendheid van 1,0 m/dag geschikt voor infiltratie van hemelwater. De doorlatendheid van de onderzochte bodemlagen wordt over het algemeen geclassificeerd als goed doorlatend, waarbij k-waarden tussen de 1,4 en 2,1 m/dag zijn aangetoond. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek wordt de bodem binnen de onderzoekslocatie, mede op basis van de textuur, geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. Geadviseerd om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van 0,9 m/dag. Als rekenwaarde geldt het gemiddelde van alle metingen vermenigvuldigd met een veiligheidsfactor van 0,5. Bij het maken van de keuze voor het type (infiltratie)voorziening (dimensionering) is het tevens van belang rekening te houden met de Gemiddelde Hoogste grondwaterstand (GHG), het afstromend verhard oppervlak en het beleid van het bevoegd gezag.
Econsultancy Swalmen, 1 juli 2019
Rapport 9813.004 versie D1
Pagina 7 van 7
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 2 Locatieschets verkennend bodemonderzoek (rapportnummer 9813.001)
Bijlage 3
Boorprofielen verkennend bodemonderzoek (rapportnummer 9813.001)
Pagina1 van 3
Boorprofielen
01
Boring: 0 1
50
100
klinker
70
4 120
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, matig vast, zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, matig vast, matig gleyhoudend, licht oranjebeige, Edelmanboor
0 8 15
0
Betonboor Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, matig vast, lichtbeige, Edelmanboor
2 3
02
Boring: 0 8 15
1
50 3
70
4
03
5 150
150
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, matig vast, zwak keien, lichtbeige, Edelmanboor 200
1 2
50
50
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, matig vast, lichtbeige, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, matig vast, matig gleyhoudend, licht oranjebeige, Edelmanboor
05
0 1
klinker
50 70
4 120
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, matig vast, zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, matig vast, matig gleyhoudend, licht oranjebeige, Edelmanboor
Projectcode: 9813.001
50 3
70
4
Betonboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, matig vast, donkerbruin, Edelmanboor
100
100
Zand, matig fijn, matig siltig, matig vast, matig gleyhoudend, licht oranjebeige, Edelmanboor
06
0 1
0 8 15
klinker Betonboor
2
Zand, matig grof, zwak siltig, matig vast, lichtbeige, Edelmanboor
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, matig vast, zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
50
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig vast, donkerbruin, Edelmanboor
4 150
klinker
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, matig vast, lichtbeige, Edelmanboor
2
Betonboor Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, matig vast, lichtbeige, Edelmanboor
2 3
1
Boring: 0 8 15
0 8 15
0
Betonboor
100
Boring:
100
klinker
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig vast, donkerbruin, Edelmanboor
3 100
04
Boring: 0 8 15
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, matig vast, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, matig vast, matig gleyhoudend, licht oranjebeige, Edelmanboor
100
200
0
Betonboor Zand, matig grof, zwak siltig, matig vast, lichtbeige, Edelmanboor
2
6
Boring:
klinker
150
Boormeester:
Schell
Getekend volgens NEN 5104
Pagina2 van 3
Boorprofielen
07
Boring: 0 1
klinker
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig vast, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, matig vast, zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
100 4
0 8
0
Betonboor Zand, matig grof, zwak siltig, matig vast, lichtbeige, Edelmanboor
2 50
08
Boring: 0 8 15
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig vast, neutraal beigegeel, Edelmanboor
100
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, matig vast, matig gleyhoudend, neutraal beigebruin, Edelmanboor
0
beton
14
Betonboor
2 100
Betonboor
50
1 50
klinker
150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, sterk grindig, matig vast, matig keien, neutraalbeige, Edelmanboor, Gestuit op grind/keien
5 200
250 270
Verloren punt methode 300
350
400
450
500
550
600
607
09
Boring: 0
beton
11
Betonboor
50
Projectcode: 9813.001
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig vast, neutraalbeige, Edelmanboor
1 50
50 Zand, matig fijn, zwak siltig, matig vast, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
2 100
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig vast, neutraalbeige, Edelmanboor
1 50
10
Boring: 0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig vast, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
2 100
100
Boormeester:
Schell
Getekend volgens NEN 5104
Pagina3 van 3
Boorprofielen
11
Boring: 0
beton
11
Betonboor
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig vast, neutraalbeige, Edelmanboor
1 50
50
beton
11
Betonboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig vast, neutraalbeige, Edelmanboor
50
50
100
0
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig vast, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
2 100
12
Boring: 0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig vast, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig vast, donkerbruin, Edelmanboor
3 150 4 200
200
13
Boring:
0 9
0
beton Betonboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig vast, neutraalbeige, Edelmanboor
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig vast, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
2 100
Projectcode: 9813.001
100
Boormeester:
Schell
Getekend volgens NEN 5104
Bijlage 4 Berekende k-waarden
I01 meting 3 [0,3-1,0 m -mv]
10
Meetperiode [sec]
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag
2250 60 10 4,5 1,4
= 1,15
1 log ℎ + 2
1 − log(ℎ + 2 ) −
3500
3250
3000
2750
2500
2250
2000
1750
1500
1250
1000
750
500
250
01 0
Daling waterkolom [cm]
100
I02 meting 3 [0,6-1,5 m -mv]
10,0
Meetperiode [sec]
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 2125 LOG h0 [cm] 90 LOG ht [cm] 10 r [cm] 4,5 k m/dag 1,8
= 1,15
1 log ℎ + 2
1 − log(ℎ + 2 ) −
3375
3250
3125
3000
2875
2750
2625
2500
2375
2250
2125
2000
1875
1750
1625
1500
1375
1250
1125
875
1000
750
625
500
375
250
0
1,0 125
Daling waterkolom [cm]
100,0
I03 meting 3 [1,25-2,0 m -mv]
Daling waterkolom [cm]
100,0
850
800
750
700
650
600
550
500
450
400
350
300
250
200
150
100
50
0
10,0
Meetperiode [sec]
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 750 LOG h0 [cm] 70 LOG ht [cm] 30 r [cm] 4,5 k m/dag 2,1
= 1,15
1 log ℎ + 2
1 − log(ℎ + 2 ) −