2021-002 13 Infiltratie- en waterparagraaf Maasbreeseweg 92, Koningslust.pdf
Tekst van het document
Infiltratieonderzoek Waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust
Opdrachtgever BRO Industriestraat 94 5931 PK TEGELEN
Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM19056 Status rapport Definitief
Contactgegevens Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
Autorisatie Opsteller rapport:
paraaf
Dhr. M. Vrolix, bc. Kwaliteitscontrole: Ing. J.M.G. Reuver
datum 21 november 2019
paraaf
datum 21 november 2019
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING
3
2. WATERHUISHOUDING 6 2.1 Inleiding ......................................................................................................................... 6 2.2 Bureaustudie ................................................................................................................. 6 2.3 Opzet infiltratie onderzoek ........................................................................................... 10 2.4 Uitvoering en resultaten veldwerk ................................................................................ 12 3. WATERPARAGRAAF
15
4. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN
19
Bijlagen: 1 Topografische overzichtskaart 2 Foto’s van de onderzoekslocatie 3 Situatietekening met meetpunten en fotostandplaatsen 4 Boorprofiel beschrijvingen 5 Concepttekening toekomstige inrichting 6 Literatuurlijst
Pagina 2 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
1.
INLEIDING
In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een infiltratie onderzoek uitgevoerd en een waterparagraaf opgesteld voor een planontwikkeling aan de Maasbreeseweg 92 te Koningslust. De aanleiding betreft de voorgenomen uitbreiding van het bestemmings- en bouwvlak ten behoeve van boomkwekerij Fleuren en de verplichting hierbij tenminste hydrologisch neutraal ten opzichte van de huidige situatie te ontwikkelen. De locatie betreft een boomkwekerij met woning en twee loodsen met rondom klinkerverharding en omliggend graslanden en een fruitboomgaard. Op onderstaande luchtfoto is globaal de grens van het plangebied weergegeven. Zie bijlage 1 voor de kadastrale situatie en een topografisch overzicht. In bijlage 2 zijn tevens foto’s van het plangebied opgenomen.
Afbeelding 1: Luchtfoto plangebied met globale afbakening [bron: PDOK-viewer]
Kadastrale registratie Coördinaten (RD stelsel) Oppervlakte studiegebied Waterschap
: Helden, sectie v, nummers 32, 893 en 911 (ged.) : X = 198.766 / Y = 373.397 : circa 10,9 ha : Waterschap Limburg
Ter plaatse wil men een nieuw kantoor en ontvangst-/vergaderruimte realiseren met noordelijk hiervan een machineberging, veredelingsruimte, opslag (koelcellen), werkplaats, verzendruimte voor minitrees en inpandige was-/tankplaats. Noord- en noordoostelijk worden ingericht voor kersenteelt. Oostelijk komt mogelijk een containerveld ten behoeve de kweek van minitrees. De bestaande boomkweekvelden blijven behouden. Pagina 3 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven van de manier waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied op de waterhuishouding. Middels het infiltratie onderzoek wordt de globale doorlatendheid binnen het plangebied bepaald. Hierdoor wordt in de bestemmingsplanfase reeds duidelijk welke de optredende grondwaterstanden zijn en of ter plaatse infiltratie in de bodem mogelijk is (ter compensatie van de voorgenomen uitbreiding met een nieuwbouw). Onderzoek Aeres Milieu werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De waterhuishoudkundige situatie van het plangebied is middels een bureaustudie onderzocht om de huidige bodemkundige- en (geo)hydrologische situatie, de gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden, en de (on)mogelijkheden om neerslag in de toekomstige situatie te verwerken inzichtelijk te maken.
In hoofdstuk 3 is een beschrijving van de toekomstige situatie met eventuele hemelwatervoorziening toegelicht. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Opgemerkt dient te worden dat voor het uitvoeren van een geohydrologische onderzoeken (waartoe een infiltratie onderzoek behoort) nog geen wettelijke richtlijnen vastgesteld zijn. Totdat hiervoor vastgestelde protocollen en richtlijnen worden opgesteld, is daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen en geldende normen zoals deze voor o.a. bodemonderzoek gelden. Voorts is een infiltratieonderzoek een momentopname van enkele willekeurig verspreide meetlocaties, waardoor een zo goed mogelijk beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Het is mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van de bodem voorkomen. Hierdoor kunnen de resultaten van het infiltratieonderzoek binnen het plangebied onderling (sterk) verschillen. Derhalve is Aeres Milieu niet verantwoordelijk voor eventuele (vervolg)schade door onvoldoende gedimensioneerde voorzieningen. In aansluiting op het landelijk beleid hanteert Waterschap Limburg en de gemeente Peel en Maas het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht behoort te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater.
Hierbij worden de afwegingsstappen “hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer” (afgeleid van de trits “vasthouden – bergen – afvoeren” doorlopen. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschapsbeleid, naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om tot een duurzaam waterbeheer/watersysteem te komen. Binnen de gemeentelijke voorzieningen speelt o.a. de riolering een prominente rol. Niet alleen draagt het systeem bij aan de bescherming van de volksgezondheid, maar ook aan het voorkomen van wateroverlast en het aantrekkelijk maken van woon-, bedrijfs- en recreatieomgeving. Voldoende redenen om op dit punt goede afspraken vast te leggen en te zorgen voor een goede financiële dekking. Door de gemeente Peel en Maas is het GRP 2017-2021 vastgesteld waarin de randvoorwaarden voor nieuwbouw zijn opgenomen. Bij nieuwbouw wordt in eerste instantie gekozen voor het niet aansluiten van hemelwater op het rioolwaterstelsel. Per locatie wordt bekeken op welke wijze het hemelwater kan worden verwerkt, waarbij infiltratie de voorkeur heeft.
Wanneer dit niet mogelijk is, wordt het hemelwater vastgehouden en vertraagd afgevoerd. Ten aanzien van infiltratiesystemen streeft de gemeente naar systemen die, bij voorkeur zichtbaar zijn, eenvoudig zijn aan te leggen en te monitoren, makkelijk zijn te reinigen en die goed functioneren. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. In de waterparagraaf is de verwerking van de toekomstige (afval)waterstromen behandeld om ervoor te zorgen dat er geen wateroverlast ontstaat door de planrealisatie. Afhankelijk van de gevolgen kunnen compenserende maatregelen benodigd zijn. Hiervoor dient binnen een plangebied eventueel voldoende ruimte te worden gereserveerd. Pagina 4 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
Deze waterparagraaf met bijhorende plantekeningen dienen derhalve aangeleverd te worden ter goedkeuring aan het bevoegd gezag (gemeente en waterschap). Op deze waterparagraaf zal door het bevoegd gezag tevens een wateradvies worden gegeven. Conform het geldende beleid dient de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd voor de waterkwaliteit, (schoonhouden, scheiden, zuiveren) en voor het verantwoord afkoppelen (dubo-maatregelingen en toepassen voorkeurstabel brochure “Regenwater schoon naar beek en bodem”). Waterschap Limburg heeft een nieuwe Keur voor de gehele provincie opgesteld. Waterschap Limburg hanteert als uitgangspunt dat toekomstige hemelwatervoorzieningen (vereist vanaf een verhardingstoename >2.000 m2) gedimensioneerd dienen worden op een bui van 100 mm met een leegloop/beschikbaarheid binnen 24 uur. Open bergingsvoorzieningen dienen een waakhoogte te hebben van 25 cm (bij voorkeur 50 cm) en voorzien te zijn van een duurzame (en bij voorkeur van een vaste regelbare) leegloopvoorziening van maximaal 2 l/sec/ha. Voorts dient een hemelwatervoorziening boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) aangelegd te worden. Aan de bovenkant van de voorgeschreven dynamische berging dient een calamiteitenleegloop aangelegd te worden met een maximale leegloop van 10l/s/ha. Aan de bovenkant van de voorziening mag een noodoverlaat worden aangebracht.
Ter invulling van het voorgaande hanteert de gemeente Peel en Maas de volgende uitgangspunten: - Bij uitbreiding van verhard oppervlak wordt regenwater middels dynamische bergings/infiltratievoorzieningen door de initiatiefnemer terug in de bodem gebracht (waterneutraal bouwen). - Onder dynamische berging wordt verstaan de berging die te allen tijde beschikbaar is voor het bergen van neerslagwater. Bij bergingen die in open verbinding staan met het grondwater hanteren we hiervoor de ruimte boven de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG). Als er een waterloop naast de beoogde bergingslocatie ligt, kan in plaats van de GHG het waterpeil in de waterloop tijdens Maatgevende Afvoer worden gehanteerd. Onder statische berging verstaan we de extra berging die mogelijk beschikbaar is bij gietwaterbassins van tuinders maar die niet gegarandeerd beschikbaar is. - Ook bij kleine ontwikkelingen vangt de initiatiefnemer zijn eigen water op (geen ondergrens). - Als het neerslagwater verpompt wordt (zoals vaak bij pot- en containerteelt het geval is) dient ook in beeld gebracht te worden wat de gevolgen zijn bij een 1:100 bui van 10 minuten, zijnde 30 mm. E.e.a. kan leiden tot aanvullende eisen aan de noodzakelijke pompinstallatie.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het bestaande watersysteem en het infiltratie onderzoek beschreven waarbij de (on)mogelijkheden voor infiltratie toegelicht worden. In hoofdstuk 3 wordt de herontwikkeling beschreven en aangegeven hoe met de diverse waterstromen kan of wordt omgegaan om te komen tot een duurzame herontwikkeling. In hoofdstuk 4 worden nog enige aandachtspunten meegegeven.
Pagina 5 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
2.
WATERHUISHOUDING
2.1
Inleiding
Het plangebied ligt aan de Maasbreeseweg 92 tussen de Midden Peelweg (N277) en de Maasbreeseweg (N562). Het terrein is in gebruik als boomkwekerij met bijbehorende opslag van machines en materialen. Rondom de loodsen is een klinkerverharding aanwezig. Binnen het terrein zijn verder enkele verharde paden, weilanden en heggen aanwezig. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Midden Peelweg, aan de oost -en zuidzijde door weiland en aan de westzijde door de Maasbreeseweg. Bij herontwikkelingen dient voldoende drooglegging gerealiseerd te worden zodat toekomstige grondwateroverlast zoveel mogelijk vermeden wordt. Hierbij is de huidige hoogteligging van het plangebied van belang. Het maaiveld binnen het plangebied is licht aflopend. Nabij de bebouwing bedraagt de maaiveldhoogte grotendeels 28,9-29,1 m +NAP. De noord- en noordoostelijke percelen liggen op ca. 28,4-28,5 m +NAP. Het oostelijke veld is aflopend in oostelijke richting van ca. 28,5 meter +NAP naar het laagst gelegen terreindeel op ca. 28 m +NAP. In het laagst gelegen gedeelte zijn enkele ontwateringssloten zichtbaar. Verder is zuidelijk van de bebouwing een aangelegde vijver aanwezig waarin het bestaande hemelwater verwerkt wordt. De Maasbreeseweg (N562 westelijk) en Midden Peelweg (N277 noordelijk) ligt duidelijk hoger als de omgeving op ca. 29,5 m +NAP.
Afbeelding 2: Uitsneden hoogtekaart met aanduiding plangebied (bron: Hoogtekaart Nederland)
2.2
Bureaustudie
De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grond-, oppervlakte-, afval- en hemelwater. Grondwater Voor het bepalen van de verwachte grondwaterstanden is gebruik gemaakt van bodemdata Nederland, het DINO-loket en de gisviewer van de provincie Limburg. Tevens is gebruik gemaakt van de boorprofielen van het recent op het perceel uitgevoerde veldonderzoek (zie sectie Hemelwater). Pagina 6 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
Bij het uitgevoerde infiltratieonderzoek zijn de boorprofielen visueel geïnspecteerd op het voorkomen van roestverschijnselen. Deze duiden op periodiek hoge grondwaterstanden (reactie bodem/lucht in contact met ijzerhoudende resten van het grondwater). De bodem binnen het plangebied bestaat tot de verkende diepte van ca. 2,5 m-mv uit een zeer fijn, zwak tot matig siltige zandbodem waarbij vanaf maaiveld tot gemiddeld 50 cm een humeuze bijmenging voorkomt. Nabij de bebouwing (boring 1) is een dikkere humeuze bodemlaag en noord- en oostelijk is een dunnere laag van ca. 20 cm dik aanwezig. Bij de uitgevoerde boringen in het plangebied zijn roestverschijnselen waargenomen behoudens bij de boring nabij de bebouwing vanaf ca. 0,4-0,6 meter beneden maaiveld. Het grondwater is bij de uitgevoerde diepere boringen 2 en 6 gedurende het veldwerk aangetroffen op ca. 1,51,6 m-mv. Bij de uitgevoerde boringen zijn binnen 2,5 m-mv geen leemlagen aangetroffen. De boorpuntlocaties zijn opgenomen in bijlage 3 en de profielenbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 4.
Afbeelding 3: Voorbeeld profielboring B (boven) en C (onder); leesrichting van linksonder naar rechtsboven Pagina 7 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
Uit het Dino-loket blijkt dat ter plaatse tot ca. 3,7 m-mv de fijn zandige, lemige bodem van de Formatie van Boxtel aanwezig is. Hieronder is tot 19 m-mv de zeer goed doorlatende, grof zandige Formatie van Beegden. Het plangebied ligt op de Peelhorst, tussen de Peelrandbreuk ten zuidwesten en de Tegelenbreuk in het noordoosten. Geomorfologisch gezien ligt het plangebied op een dekzandvlakte. Ter plaatse is de freatische grondwaterstroming (noord)oostelijk gericht en is deze gemiddeld op ca. 27,5 m +NAP te verwachten. Uit de (verouderde) gegevens van Bodemdata Nederland blijkt dat ter plaatse grondwatertrap V te verwachten is. De GHG is hierbij binnen 40 cm-mv te verwachten. De GLG is hierbij dieper dan 120 cm-mv te verwachten. Ter plaatse is een gooreerdgrond te verwachten. Dit is een lemig fijn zand welke geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel behoort. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is zover bekend geen drainage aanwezig. Zuidelijk van het plangebied is in de akker een traditionele buisdrainage aanwezig.
Afbeelding 4: Uitsnede drainagekaart met aanduiding plangebied [bron: Waterschap Limburg]
Concluderend uit deze gegevens is de GHG ter plaatse ingeschat op circa 28 meter +NAP (0,4 tot 0,9 mmv). Voor akkerland en tuinen bedraagt de minimale drooglegging 0,5 m-mv. Voor bebouwing wordt een ontwateringsdiepte van 0,7 en zelfs 1 meter tot het bouwpeil geadviseerd. Bij nieuwbouw wordt een vloerpeil zoals bestaand en bij voorkeur 10-20 cm boven het bestaand maaiveld geadviseerd om instroom bij excessieve buien te voorkomen. Door de nieuwbouw op eenzelfde bouwpeil als bestaand of hoger (minimaal 29 m +NAP) aan te leggen, wordt voldaan aan de drooglegging en is geen grondwateroverlast te verwachten. Eventuele kelders dienen waterdicht uitgevoerd te worden. Binnen het plangebied worden mogelijk milieubelastende activiteiten ontplooid zoals bijvoorbeeld opslag en gebruik van bestrijdingsmiddelen. Door het nemen van gepaste maatregelen hiervoor conform het bijhorende beleid en bijhorende BBT’s is geen verslechtering van het grond- of oppervlaktewater te verwachten. Hierop wordt getoetst bij de bouwvergunningsaanvraag. Oppervlaktewater Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn enkele droogvallende greppels aanwezig welke globaal afvoeren in noordelijke richting. West- en centraal zijn de grootste watergangen aanwezig. Pagina 8 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
De oostelijk binnen het plangebied aanwezige greppel voert af naar de centrale watergang. Verder zijn zuidelijk van het plangebied ook enkele droogvallende greppels aanwezig, zie blauwe lijnen op afbeelding 1. De centrale watergang is rechtstreeks verbonden met de aan de noordzijde van het plangebied (nabij de Midden Peelweg) gelegen primaire watergang Maasbreese Hoogbroek (zie afbeelding 5). Een ander dichtbij gelegen primair oppervlaktewater, de aanvoerleiding van de Dekeshorst, ligt 100 meter westelijk van de onderzoekslocatie. Dit oppervlaktewater voert middels enkele stuwen af naar de Dekeshorst. Verder ligt direct zuidelijk van de woning een aangelegde vijver waarin het bestaande hemelwater verwerkt wordt. Op het oppervlaktewater is een leegloopvoorziening van 2 l/s/ha toegestaan.
Afbeelding 5: Uitsnede leggerkaart met aanduiding plangebied (bron: Leggerkaart Waterschap Limburg)
Afvalwater Door de ligging in het buitengebied is ter plaatse van het plangebied geen vrijvervalrioolstelsel aanwezig. Ter plaatse is een IBA (Individuele Behandeling van Afvalwater) aanwezig waar het huishoudelijk afvalwater (van de woning en kantine) verwerkt wordt. Door de voorgenomen uitbreiding zal naar verwachting ook de afvalwaterhoeveelheid binnen het plangebied toenemen. Afhankelijk van de bezettingsgraad (voornamelijk in de drukke zomerperiode i.v.m. de kersenteelt) zal een vergroting of een aansluiting naar het persriool in De Koningstraat benodigd zijn. Dit laatste is een duurdere oplossing maar geeft wel de meeste bedrijfszekerheid op lange termijn. De eventuele nieuwe aansluiting naar het gemeentelijk rioolstelsel wordt ten tijde bij de nadere uitwerking van de bouwplannen afgestemd met de gemeente. Hemelwater Door de ligging in het buitengebied is het hemelwater in de huidige situatie reeds gescheiden en wordt dit verwerkt binnen het perceel in de bestaande vijver en de diverse droogvallende greppels (zie § oppervlaktewater). Pagina 9 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
De gemeente hanteert bij nieuwbouw de voorkeursvolgorde voor het omgaan met regenwater zoals genoemd in de Wet Milieubeheer. Tevens mogen waterproblemen niet worden afgewenteld op de omgeving maar dienen deze zoveel mogelijk op of bij de (nieuw)bouwlocatie te worden opgevangen. Van belang voor de verwerking van het hemelwater afkomstig van het bijkomend verhard oppervlak is de doorlatendheid van de bodem. Op basis van de bodemdoorlatendheidskaart van Waterschap Limburg is de verwachte infiltratiesnelheid ter plaatse grotendeels matig (0,45-0,75 meter per dag).
Afbeelding 6: uitsnede bodemdoorlatendheidskaart met aanduiding plangebied (bron: Waterschap Limburg)
De globale bodemopbouw voor het plangebied en omgeving wordt schematisch weergegeven in tabel 1. Diepte [m-mv.]
Lithostratigrafie
Lithologie
Hydrogeologie
0 – 11
Formatie van Boxtel
Zand, fijn tot matig grof, zwak siltig
Matig tot slecht doorlatend
11 – 49
Formatie van Sterksel
Zand, matig grof tot uiterst grof, zwak tot sterk grindig met een tussengelegen kleilaag en dunne zandlaagjes Fijn tot matig grof zand
Zeer goed doorlatend
49 – 116
Formatie van Stramproy Tabel 1: Geo(hydro)logische indeling [Bron: Dinoloket]
Goed doorlatend
Om inzicht te krijgen van de daadwerkelijke doorlatendheid van de bodem zijn binnen het plangebied profielboringen en infiltratiemetingen verricht.
2.3 Opzet infiltratie onderzoek Het infiltreren van hemelwater heeft bij ontwikkelingen altijd de voorkeur. Door praktijkervaringen is vastgesteld dat een infiltratiesnelheid van ca. 0,5 meter per dag vereist is voor het succesvol toepassen van regenwaterinfiltratie. Bij een lagere doorlatendheid kunnen reducerende omstandigheden optreden in de onverzadigde zone, die een ongunstige invloed kunnen hebben op het retentie- en omzettingsvermogen ervan. Daarnaast is er bij een lagere doorlatendheid veel ruimte nodig voor het aanleggen van infiltratievoorzieningen. Bovendien moet er rekening mee worden gehouden dat deze langer (dagen achtereen) water blijven voeren, wat onwenselijk kan zijn in een woonomgeving. Pagina 10 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
De doorlatendheid van een bodem is afhankelijk van vele factoren, onder meer poriëngrootte, de continuïteit van de poriën, de poriënvorm, het poriënaantal, de geometrie van de poriënkanalen en de diepte tot de grondwaterstand. De poriëngrootte en de verdeling ervan hangen in de eerste plaats van de bodemsoort en de bodemstructuur af. Bovendien is de doorlatendheid afhankelijk van de verzadigingsgraad, en kan ze beïnvloed worden door micro-organismen. Hieruit kan worden afgeleid dat de infiltratiesnelheid van de ondergrond geen constante waarde heeft, maar van plaats tot plaats varieert, waarbij zelfs op vrij kleine schaal belangrijke verschillen kunnen optreden. In de hydrogeologische literatuur worden diverse waarden gegeven voor de infiltratiesnelheid van diverse afzettingen en sedimenten [Arbeitsblatt DVW-A-138: Planung, Bau und Betrieb von Anlagen zur Versickerung von Niederschlagswasser]. Materiaal klei klei, zand en grind mengsels silt, löss silt, klei en mengsels van zand, silt en klei fijn zand middelfijn tot middelgrof zand grof zand
k [m/d] 0,01 - 10-8 0,01 – 0,001 1 - 10-4 0,1 - 10-4 2 – 0.02 43 – 0,09 400 – 0,09
Tabel 2: Waarden voor de doorlatendheid van diverse afzettingen, uit de hydrogeologische literatuur.
Opgemerkt wordt dat men in de hydrogeologie vooral is geïnteresseerd in de horizontale doorlatendheid, terwijl voor de infiltratiesnelheid meestal juist de verticale doorlatendheid van belang is. In het algemeen is de horizontale doorlatendheid een factor 10 – 50 groter dan de verticale. Door deze verzamelde bodemgegevens te combineren met een serie meetgegevens waarbij kan worden bepaald met welke snelheid het water in de bodem wegzijgt, kan een uitspraak worden gedaan over de kwaarde van de bodem op de onderzoekslocatie. Laboratoriummetingen aan grondmonsters (zeefkrommeanalyses, Darcy-tests), worden in het algemeen als minder geschikt beschouwd, omdat deze doorgaans minder betrouwbare resultaten geven dan veldmetingen. Deze zijn bij voorliggend onderzoek niet uitgevoerd. Gezien de diepte van het grondwater ten tijde van het veldwerk zijn 2 infiltratiemetingen uitgevoerd in tijdelijke peilbuizen in de verzadigde zone. Middels de Hooghoudtmethode is de doorlatendheid van de verzadigde zone (onder de grondwaterstand) bepaald. De methode wordt reeds decennia lang toegepast en is uitvoerig gedocumenteerd. Door de matige toestroming tijdens het veldwerk is gekozen voor de uitvoering van enkele opvolgende slugtests. De werkwijze is als volgt: In de te onderzoeken bodemlaag wordt een peilbuisfilter geplaatst.
Voor deze test wordt allereerst de grondwaterstand in rust (beginniveau) gemeten in een peilbuis. Vervolgens wordt water aan het filter onttrokken middels een slangenpomp. Na het leegzuigen van de peilbuis wordt gemeten in hoeveel tijd de grondwaterstand zich herstelt tot het beginniveau. Door middel van een zogenaamde ‘diver’ en handmatig wordt de tijd en de waterhoogte op geregelde tijdstippen gemeten. Deze onttrekking wordt enkele malen herhaald. Middels een rekenprogramma wordt de doorlatendheid van de bodemlaag bepaald.
Afbeelding 7: Principetekening Hooghoudtmethode
Pagina 11 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
Gebaseerd op het waargenomen grondwaterpeil van ca 1,5 m-mv. binnen het onderzoeksgebied (meetdatum 3 september 2019) is de doorlatendheid in de onverzadigde zone (boven de grondwaterstand) bepaald door middel van de “Open-end-test” en de “Porchettest”. Beide tests zijn uitgevoerd in verband met de zeer fijne zandfractie en de hierbij voornamelijk horizontale verspreiding in de bodem. De zogenaamde “Open-end” test is zeer geschikt voor het meten van de onverzadigde verticale doorlatendheid van een bodemlaag. Deze test wordt als volgt uitgevoerd: Met een grindboor wordt een gat geboord tot op de laag waarvan de doorlatendheid bepaald moet worden. In het boorgat wordt vervolgens een blinde verbuizing geplaatst, die aan de onder- en bovenzijde is geopend, en die ca. 1 m boven maaiveld uitsteekt. Deze buis wordt ca. 5 cm in de bodem gedrukt, en geheel gevuld met water, dat in de ondergrond infiltreert (de "voornatting"). Nadat de ondergrond aldus voldoende verzadigd is geraakt met water, wordt vervolgens met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt. Hieruit wordt berekend hoe groot de infiltratiesnelheid van het water in de bodem is. Deze is afhankelijk van de inwendige doorsnede van de buis, de drukhoogte (=de lengte van de waterkolom in de buis), het bodemtype en de snelheid waarmee het peil daalt.
Met deze meetmethode wordt voornamelijk de verticale infiltratiesnelheid gemeten. Afbeelding 8: Principetekening Open-endtest
Een aanvullende meetmethode is de zogenaamde “Porchettest”, ook wel omgekeerde boorgatmethode of reversed augerhole test genoemd. Bij deze methode wordt in een, niet verbuisd, boorgat constant water gepompt en gemeten tot het waterpeil in het boorgat stabiel is. Vervolgens wordt het debiet bepaald waarmee het water in het boorgat gepompt wordt. Bij een te laag pompdebiet wordt met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt. Hieruit kan de doorlatendheid worden berekend. De keuze voor het type test is afhankelijk van de bodemsamenstelling en de visueel zichtbare snelheid waarmee het water in de bodem infiltreert. Beide tests zijn voor het infiltratieonderzoek van belang voor de onverzadigde zone. Opgemerkt wordt dat de Porchettest vooral de horizontale doorlatendheid van de onverzadigde zone meet en in mindere mate de verticale doorlatendheid. De berekende verticale doorlatendheid is meestal een factor 5 tot 25 lager is dan de horizontale. Afbeelding 9: Principetekening Porchettest
2.4 Uitvoering en resultaten veldwerk Op 3 september 2019 zijn op 6 locaties verspreid over het plangebied metingen uitgevoerd. Ter plaatse van de meetpunten 1, 3, 4 en 5 is een open-end-test uitgevoerd met hierop volgend een porchettest. Op basis van de slechte verticale doorlatendheid zijn plaatselijk duplo porchettests uitgevoerd. Ter plaatse van meetpunten 2 en 6 is een tijdelijke peilbuis geplaatst waarin de meetproeven hebben plaatsgevonden. Pagina 12 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
De boorlocaties staan weergegeven in bijlage 3. De boorprofielen ter plaatse van de meet- en profielboringen zijn opgenomen in bijlage 4. Er wordt vanuit gegaan dat op de gemeten dieptes geen bodemvormende processen meer plaatsvinden of andere verschijnselen aanwezig zijn die de metingen kunnen beïnvloeden. Afhankelijk van de visuele waarnemingen zijn de metingen meerdere malen herhaald. Open-end-test In het boorgat is een verbuizing geplaatst met een diameter van 0,1 meter. Deze is geheel gevuld met water waarna, na "voornatting" van de bodem, met de metingen is gestart. De metingen zijn uitgevoerd met een zogenaamde “Diver”, een in het boorgat opgehangen instrument dat de waterdruk opneemt. Als meetfrequentie is het instrument ingesteld op één meting per 5 seconden. In tabel 3 worden de berekende meetresultaten samengevat. Meetpunt
Berekende verticale infiltratiesnelheid [meter/dag]
Diepte (m-mv.)
1
<0,09
0,85
3
<0,09
0,8
4
Niet gemeten gezien visuele waarneming eerdere meetpunten
5
<0,09
1,0
Tabel 3: Meetresultaten Open-end-tests
De open-end-test bij de diverse meetpunten geeft een slechte verticale doorlatendheid weer. De gemeten waardes komen overeen met de literatuurwaardes voor zeer fijn, zwak tot matig siltig zand. Porchettest In het boorgat is na de open-end-test een gedeeltelijke verbuizing met een diameter van 0,1 meter geplaatst. Deze is verder gevuld met water waarna, na enige tijd van voornatting van de bodem, met de metingen is gestart. De metingen zijn uitgevoerd met een zogenaamde ‘Diver’, een in het boorgat opgehangen instrument dat de waterdruk opneemt. Als meetfrequentie is het instrument ingesteld op één meting per 5 seconden. In tabel 4 zijn de gemeten meetresultaten samengevat. Meetpunt
Berekende horizontale infiltratiesnelheid [meter/dag]
Diepte (m-mv.)
1
0,94 / 0,61
0,85
3
1,48 / 1,15
0,8
4
1,42 / 1,66
1,0
5
0,66 / 0,59
1,0
Tabel 4: Meetresultaten porchettests
De gemeten horizontale infiltratiewaardes zijn beduidend hoger dan de open-end-tests die de verticale infiltratiesnelheid meten. Voor porchettests zijn matige infiltratiesnelheden gemeten. De berekende waardes zijn wel voldoende om hemelwater middels infiltratie in de bodem te verwerken. Hooghoudttest Voor de meetproeven is gebruik gemaakt van een tijdelijke peilbuis welke omstort is met fijn grind. De globale doorsnede van een meetpunt is circa 0,1 meter. De peilbuis is leeggetrokken waarna gemeten wordt hoe het waterniveau zich hersteld. Door middel van een zogenaamde ‘diver’ en handmatig worden de tijd en de waterhoogte op geregelde tijdstippen gecontroleerd. De diver is ingesteld op een meetfrequentie van één meting per 5 seconden. Na beëindiging van de meetwerkzaamheden zijn de geregistreerde meetgegevens van de ‘Diver’ uitgelezen, geïnterpreteerd en verwerkt. In tabel 5 zijn de berekende meetresultaten opgenomen. Meetpunt 2
Berekende verticale infiltratiesnelheid [meter/dag] 1,4 / 1,22
Diepte filtertraject (m-mv.) 1,56-2,56
6
0,84 / 1,2
1,47-2,47
Tabel 5: Meetresultaten Hooghoudtmethode Pagina 13 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
Uit de tabel blijkt een goede doorlatendheid van de verzadigde ondergrond ter plaatse van meetpunten 2 en 6. De gemeten waardes komen overeen met de vastgestelde bodemsamenstelling. Alle duplo-waarden zijn van een vergelijkbare ordegrootte. Concluderend uit de meetresultaten blijkt in de onverzadigde zone een matige tot goede, alleen horizontale, doorlatendheid aanwezig is. De diepere, verzadigde ondergrond is goed doorlatend. Dit komt ook overeen met gekende data voor de aangetroffen zeer fijne, silthoudende bodemsamenstelling. De verticale doorlatendheid is onvoldoende om over te gaan tot de aanleg van een infiltratievoorziening. Verder zijn binnen het plangebied grondwaterstanden tussen 0,4 en 1,5 m-mv te verwachten. Ter plaatse zijn binnen 2,5 m-mv geen leemlagen aangetroffen. Bij de herontwikkeling binnen het perceel wordt naar robuustheid toe en op basis van de verwachte GHG binnen het plangebied geadviseerd om afstromend hemelwater middels het gebruik van een bovengrondse voorziening te verwerken. De infiltratiesnelheid is voldoende om een absolute infiltratievoorziening aan te leggen (dus zonder mogelijkheid tot overloop op het oppervlaktewater). Op basis van het infiltratie onderzoek kan rekening houdend met een veiligheidsfactor van 2/3 voor een voorziening gerekend worden met een k-waarde van 0,7 m/dag.
Door de matige infiltratiesnelheid en de zeer beperkte verticale doorlatendheid is het geadviseerd om voldoende retentie aan te leggen en/of het buitenterrein zo aan te leggen dat bij overlopen van een voorziening het water kan afstromen naar het bestaande oppervlaktewater. De aandachtspunten en verwerking van de (afval)waterstromen bij de gewenste herontwikkeling zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3.
Pagina 14 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
3.
WATERPARAGRAAF
De bestaande boomkwekerij wil uitbreiden. Centraal wil men een nieuw kantoor en ontvangst/vergaderruimte realiseren met noord- en oostelijk hiervan een machineberging, veredelingsruimte, bijkomende opslag (koelcellen), werkplaats, verzendruimte voor minitrees en inpandige was-/tankplaats. Noord- en noordoostelijk worden de velden ingericht voor kersenteelt. Oostelijk wil men in de toekomst een containerveld ten behoeve de kweek van o.a. minitrees aanleggen. De bestaande boomkweek zuidelijk blijft behouden. Hieronder is de concepttekening van de landschappelijke inpassing van het plan opgenomen. Deze is tevens in bijlage 5 opgenomen.
Afbeelding 10: concept plantekening landschappelijke inpassing boomkwekerij d.d. 16-10-2019
In tabel 6 zijn de verwachte toe van verharde oppervlakken binnen het plangebied samengevat. Bruto( verharde) oppervlakten
Huidige situatie [m2]
Toekomstige situatie [m2]
Verhard oppervlak, circa
940 3.300
Overig verhard oppervlak, circa
5.300 verhard 1.000 paden
Totaal verhard oppervlak
10.540
940 3.300 7.400 5.300 verhard 6.450 verhard 1.000 paden 24.390 (+13.850)
Tabel 6: Verwachte wijzigingen verhard oppervlak binnen het plangebied Pagina 15 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
Voor het opstellen van deze waterparagraaf heeft op 7 november 2019 een projectoverleg met Waterschap Limburg op de locatie plaatsgevonden. Het verslag van dit overleg is toegevoegd aan bijlage 6 (doc.nr. 2019D102670). Hieronder zijn de relevante aspecten voor het planvoornemen toegelicht. De teeltondersteunende voorzieningen voor de kersenteelt wordt een semi-overdekt systeem met regenkappen. Dit is een systeem dat in de herfst/winter open is en in het voorjaar/zomer gesloten ter bescherming van de kersen. Tussen de rijen valt het water omlaag en kan het op de grasbaan in de grond trekken. De constructiehoogte zal ca. 4-4,5 meter bedragen. Hiervoor is het niet noodzakelijk een aanvullende regenwateropvang te maken.
Afbeelding 11: voorbeeld semi-overdekte permanente teeltondersteunende voorziening
Oostelijk wil men in de toekomst mogelijk een containerveld van ca. 7.500 m2 realiseren ten behoeve de opkweek van bomen en/of minitrees. Wanneer en hoe dit aangelegd zal worden, is vooralsnog niet bekend. Containervelden kunnen een gesloten verharding (al dan niet met ondergelegen grind- of lavakoffer) of een permeabele verharding (antiworteldoek) waarbij het regenwater in de ondergrond kan verdwijnen. Indien gekozen wordt voor een permeabele verharding zal het hemel- en overtollig besproeiingswater in de ondergrond verdwijnen. Hiervoor is de gemeente bevoegd gezag. Bij de aanleg van een gesloten verharding geldt vanuit Waterschap Limburg de norm voor verhard oppervlak (water op eigen terrein opvangen en infiltreren c.q. gedoseerd afvoeren; 100 mm per m2 nieuw verhard). Vanuit de gemeente Peel en Maas geldt de eis dat de eerste 5 mm apart opgevangen wordt en ten allen tijden hergebruikt dient te worden. Dit opgevangen water mag niet op een oppervlaktewater worden geloosd. Het is bij de verdere uitwerking van het containerveld geadviseerd om een gesprek te arrangeren met de gemeente en het waterschap. Voor de bijkomende verhardingen bij de uitbreiding dient een hemelwaterretentie aangelegd te worden om de versnelde afvoer uit het plangebied tegen te gaan.
Het hemelwater afkomstig van de nieuwe verhardingen zal op eigen terrein geborgen en verwerkt worden in een infiltratievoorziening. De normbui die hierbij gehanteerd dient te worden is 100 mm in 24 uur. Voor het nieuw verhard oppervlak bedraagt de benodigde waterberging derhalve ca. 1385 m3. Concluderend uit het infiltratie onderzoek blijkt in de onverzadigde zone een matige tot goede, alleen horizontale, doorlatendheid aanwezig is. De diepere, verzadigde ondergrond is goed doorlatend. Op basis van het infiltratie onderzoek kan rekening houdend met een veiligheidsfactor van 2/3 voor een voorziening gerekend worden met een k-waarde van 0,7 m/dag. Pagina 16 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
Het overig verhard oppervlak kan verder gereduceerd worden door het gebruik van halfverharding, groene parkeerplaatsen of waterpasserende bestrating. Aandachtspunt hierbij is het benodigde onderhoud en de vastgestelde beperkte verticale infiltratie in de bodem. Bij de herontwikkeling wordt het hemelwater 100% gescheiden gehouden van het afvalwater. Bij de nieuwbouw kan aan de milieuhygiënische voorwaarden worden voldaan (zie ook hoofdstuk 4) waardoor de infiltratie van het hemelwater de kwaliteit van het ontvangende water of de lokale bodem niet zal verslechteren. In het planvoornemen is zuidelijk (nabij de andere vijver) en oostelijk (in de laagste punt van het perceel) een regenwaterberging gepland. Deze zullen landschappelijk vormgegeven worden en zijn voldoende groot voor de benodigde waterberging ten behoeve het planvoornemen. Aan het bestaand primair oppervlaktewater nabij het plangebied vinden geen wijzigingen plaats. Door de matige infiltratiesnelheid en de zeer beperkte verticale doorlatendheid is het geadviseerd om een noodoverloop naar het oppervlaktewater te voorzien en/of het buitenterrein zo aan te leggen dat bij overlopen van een voorziening het water kan afstromen naar een laagte waar het niet direct overlast veroorzaakt.
De voorzieningen dienen zodanig gedimensioneerd te zijn dat er geen wateroverlast kan ontstaan en deze voldoen aan de geldende eisen ten aanzien van (hemel)watervoorzieningen. Voor de waterberging en nieuwbouw dient rekening gehouden te worden met de verwachte optredende grondwaterstanden tussen 0,4 en 1,5 m-mv te verwachten. De GHG is ter plaatse ingeschat op 28 m +NAP. Ter plaatse zijn binnen 2,5 m-mv geen leemlagen aangetroffen. Voor nieuwbouw zonder kruipruimte bedraagt de minimale drooglegging 0,5 m-mv. Geadviseerd wordt om te streven naar een drooglegging van 0,7 meter onder vloerniveau. Door het aanhouden van eenzelfde bouwpeil of hoger als de bestaande panden (ca. 29-29,1 m +NAP) is bij de nieuwbouw geen grondwateroverlast te verwachten. Eventuele kelders of putten dienen waterdicht uitgevoerd te worden. Het buitenterrein dient zo aangelegd te worden dat instroom in het pand bij excessieve buien voorkomen wordt. De loods zal mogelijk ook gebruikt worden voor opslag, reiniging en het vullen van machines met gewasbeschermingsmiddelen (inpandige wasplaats). Dit water dient gezuiverd te worden alvorens het mag afstromen. Een laad- en loskade dient voorzien te zijn van een olie-waterafscheider.
Door het nemen van gepaste maatregelen hiervoor conform het bijhorende beleid en BBT’s (zoals bijvoorbeeld een phytobac) is geen verslechtering van het ontvangend grond- of oppervlaktewater te verwachten. Het bestaande afvalwater wordt via een IBA verwerkt. Door de uitbreiding neemt ook de hoeveelheid afvalwater toe (toiletgebouwen, keuken/kantine, etc.). Mogelijkheden voor de verwerking zijn een uitbreiding van de IBA, aanleg van een helofytenfilter of aansluiting op het persriool in De Koningstraat (zuidwestelijk van het plangebied). Laatstgenoemde is een duurdere oplossing maar geeft wel de meeste bedrijfszekerheid op lange termijn. De wijze waarop het hierbij vrijkomende afvalwater wordt verwerkt, wordt nog nader uitgewerkt. Hierop wordt getoetst bij de bouwvergunningsaanvraag. Conclusie Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om het hemelwater te verwerken. Naar robuustheid toe is de aanleg van een bovengrondse noodoverlaat naar het bestaand oppervlaktewater geadviseerd. Er kan ook geopteerd worden om het hemelwater op meerdere, kleinere plaatsen te verwerken (bijvoorbeeld een gedeelte noordwestelijk van de nieuwbouw). Verder kan het geborgen hemelwater eventueel ook hergebruikt worden.
Opgemerkt wordt dat hierbij dan een statische berging aanwezig is voor een langere tijd en daarnaast de benodigde watercompensatie voor de nieuwe verharding als dynamische berging aanwezig dient te zijn. Voor de bestemmingsplanprocedure zijn alle relevante aspecten behandeld. Voor de nieuwbouw wordt een infiltratievoorziening op eigen terrein ingepast. Voor de teeltondersteunende voorzieningen is geen waterretentie benodigd en het containerveld wordt later pas in ontwikkeling gebracht. Op eigen perceel is voldoende ruimte aanwezig om ten tijde in de benodigde waterberging te kunnen voorzien. Een aantal zaken dient nog verder uitgewerkt te worden. Hierover zal te zijner tijd door de eigenaar/initiatiefnemer een vervolgafspraak met het waterschap en zo nodig de gemeente worden gepland. Pagina 17 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
Door het aanleggen van een retentie op eigen perceel, een voldoende hoog vloerpeil en het voorzien van een noodoverloop naar het bestaand oppervlaktewater is geen (grond)wateroverlast binnen de planontwikkeling en bij derden te verwachten en vind de uitbreiding hemelwaterneutraal plaats. Voor een eventuele bronnering bij de bouwwerkzaamheden of bij andere ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing / infiltratie of werkzaamheden in de buurt van een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen worden aangevraagd via de daarvoor bedoelde procedure (omgevingsloket). Bij de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag wordt geadviseerd om het RWA- en DWA- stelsel gedetailleerd uit te werken conform de geldende normen, in overleg met het bevoegd gezag. Verantwoordelijkheden moeten van te voren worden vastgelegd (zoals o.a. onderhoud,…). Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden.
Pagina 18 van 19
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92 te Koningslust / AM19056
4.
OVERIGE AANDACHTSPUNTEN
Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks afstromen. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Toe te passen duurzame materialen: - Hellende daken: dakpannen van beton, keramisch, ander niet uitlogend of natuurlijk materiaal. - Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen. - Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal of aluminium. - Ontsluitingspaden/wegen/terrassen; voorzien van natuurlijk of niet uitloogbare materialen zoals o.a. beton of keramische producten. Het is noodzakelijk om de toekomstige (af)valwaterstelsels goed te dimensioneren. Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het is aan te bevelen een noodoverlaat naar een lager gelegen terrein of nabijgelegen oppervlaktewater te voorzien, in het systeem op te nemen om excessieve neerslag toch af te kunnen voeren.
In geen geval mag de afvalwaterriolering op een hemelwatervoorziening worden aangesloten. Het is zeker mogelijk een goede combinatie van meerdere soorten voorzieningen aan te leggen om de locatie hydrologisch neutraal te ontwikkelen. Aan de hand van de aan te leggen afvoerstelsels én lokale wensen of voorkeuren én uit een kostenberekening etc. kan een beslissing hierover worden genomen. Ook de landschappelijke invulling en veiligheid vervullen een belangrijke rol. Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating(en) e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn. Indien geen alternatieven mogelijk zijn, dient de toepassing zo effectief mogelijk plaats te vinden. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodem- en/of waterbeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming).
Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (zuiverende)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. Ook moet zoveel mogelijk worden vermeden dat voorzieningen te dicht bij bebouwing worden aangelegd vanwege potentiële waterdoorslag e.d. Eventueel moeten waterkerende voorzieningen worden aangebracht om vochtdoorslag te verhinderen, zoals waterkerende wanden, muren of folie. Het is belangrijk om de (aanstaande) gebruikers te informeren ten aanzien van de waterhuishouding en het milieu. Zo zal uitgelegd moeten worden waarom geen auto’s mogen worden gewassen op de parkeerplaatsen (ook privé plaatsen), niet zomaar chemische onkruidbestrijdingsmiddelen mogen worden toegepast etc..
Pagina 19 van 19
Infiltratie onderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92, Koningslust / AM19056
BIJLAGE 1 Topografische en kadastrale overzichtskaart
Omgevingskaart
Klantreferentie: AM19056-NP
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Helden V 893 Maasbreeseweg 92, 5984NA Koningslust CC-BY Kadaster.
625 m
Schaal 1: 12500
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: AM19056-NP
235
1139
25
236
218
1130
237 1131 30
M id np de lw ee
238
eg
1137
893 239 esew eg M aasb re
29
910 28
90
92
1138
32 35
911
892
34
37
640
0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 15 juli 2019 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
25 m
125 m
Schaal 1:2500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Helden V 893
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Infiltratie onderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92, Koningslust / AM19056
BIJLAGE 2 Foto’s onderzoekslocatie
Infiltratie onderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92, Koningslust / AM19056
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
Infiltratie onderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92, Koningslust / AM19056
Foto 1
Foto 7
Foto 3
Foto 9
Foto 2
Foto 8
Foto 4
Foto 10
Foto 5
Foto 6
Foto 11
Foto 12
Infiltratie onderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92, Koningslust / AM19056
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
Infiltratie onderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92, Koningslust / AM19056
Foto 19
Foto 20
Infiltratie onderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92, Koningslust / AM19056
BIJLAGE 3 Boor- en fotolocatie kaart
Infiltratie onderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92, Koningslust / AM19056
BIJLAGE 4 Boorprofielbeschrijvingen en legenda
getekend volgens NEN 5104
Boring:
A
Boring: 0
0
15
weiland
0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal witbeige, Edelmanboor
50
B
25
45
50
100
105
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal witbeige, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal roestwit, Edelmanboor
120
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, neutraal roestgrijs, Edelmanboor
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
90
75
Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig roesthoudend, neutraal witroest, Edelmanboor
weiland
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraalgrijs, Edelmanboor 150
150
200
200
Boring:
C
Boring: 0
0
200
200
25
weiland
0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal roestwit, Edelmanboor
50
01 weiland Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
50
80 90
100 120
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal roestgrijs, Edelmanboor
95 100
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor 150
200
200
Boring: 0
02
Boring: 0
weiland
0
03 0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor, Zwak lichtgrijs fijn zand 50
50
weiland Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
50 Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
50 60
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor
100
100
100 Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen hout, lichtgrijs, Edelmanboor
150
150
Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Zuigerboor handmatig
200
250
256
Projectnaam: Maasbreeseweg 92, Koningslust Projectcode: AM19056
100
getekend volgens NEN 5104
Boring:
04
Boring: 0
0
weiland
0
05 0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor 50
weiland Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
50 60
60
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor 100
100
Boring: 0
100
06 0
weiland Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, sporen roest, licht beigegrijs, Edelmanboor
100
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor 140
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig
150
200
247
Projectnaam: Maasbreeseweg 92, Koningslust Projectcode: AM19056
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor 100
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Infiltratie onderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92, Koningslust / AM19056
BIJLAGE 5 Concepttekening planvoornemen
Bouwvlak 25000 m2 Teeltondersteundende v. 20000 m2 Containerveld 7500 m2 --------------------------------------------------------- + Totaal 52500 m2 Basiskwaliteit Plus 10% (B+) 5250 m2 Aanvullende kwaliteit (AK) opp. van het bouwvlak 1250 m2 opp. teeltondersteunende v. 500 m2 --------------------------------------------------------- + Totaal grootte van inpassing 7000 m2 BOM+ 1300 m2 --------------------------------------------------------- Totaal nieuw aan te planten groen: 5700m2
aan te planten bosje ter inpassing in lijn met historische verkaveling
aanvullen bestaande hagen tot omkadering om plangebied en raster langs boomteeltvelden
bestaande haag teeltondersteunende voorzieningen kersenteelt (ca 1 ha.)
Nieuwbouw (vorm en locatie indicatief) Parkeren (vorm en locatie indicatief)
teeltondersteunende voorzieningen kersenteelt (ca 1 ha.)
bestaande beukenhaag 38 m2 BOM+
bestaande houtsingel te realiseren containerveld (ca.7500 m2)
bestaande bebouwing
nieuw aan te planten bomen in haag bestaand elzenscherm 94 m2 BOM+
bestaande houtsingel 1168 m2 BOM+ bestaande bergingsvijver
te realiseren waterbekken voor besproeiing containerveld (ca. 2.000 m2)
te realiseren regenwaterinfiltratie t.b.v. nieuwbouw (ca. 1.430 m2) bestaand kweekveld entbomen
beeldbepalende bestaande bomengroep van eiken
aan te planten bosje ter inpassing in lijn met historische verkaveling
Landschappelijke inpassing Maasbreeseweg 92 - Koningslust Gemeente Peel en Maas
Boxtel
Datum:
Schaal:
Bosscheweg 107
16-10-2019
1:2.000
Getekend:
Formaat:
LW
A3
Tekeningnr.:
Projectnr.:
1
P01470
5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 www.bro.nl info@bro.nl
N
Infiltratie onderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92, Koningslust / AM19056
BIJLAGE 6 Geraadpleegde literatuur
Infiltratie onderzoek en waterparagraaf Maasbreeseweg 92, Koningslust / AM19056
Wet- en regelgeving - Gemeentelijk rioleringsplan, gemeente Peel en Maas; - Handboek streefbeelden voor stadswateren in Limburg, Waterschappen Limburg; - Watertoets, Waterschap Limburg; - Keur en legger Waterschap Limburg; - Regenwater schoon naar beek en bodem, Limburgse Waterschappen, 2005; - Omgevingsverordening Limburg; - Provinciaal Omgevingsplan en Waterplan Limburg; - Beleidsbrief regenwater, VROM, 2004; - Waterwet, 2009; - Het Nationaal Waterplan, 2016-2021; - Kader Richtlijn Water Nederland. Overige literatuur - Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006; - Ruimtelijke Plannen Nederland; - gis viewer provincie Limburg. www.peelenmaas.nl www.waterschaplimburg.nl www.limburg.nl
Uitbreiding agrarisch bedrijf Maasbreeseweg 92 te Koningslust
8 november 2019
Verslag van onderwerp datum plaats zaaknr. documentnr. aanwezig
Geert van Lankveld Uitbreiding agrarisch bedrijf Fleuren Boomkwekerij, Maasbreeseweg 92 te Koningslust 7 november 2019 Koningslust 2019-Z8120 2019-D102670 de heren M. Vandewal (namens initiatiefnemers), M. Vrolix (adviesbureau Aeres Milieu), J. Timmermans en G. van Lankveld (namens Waterschap Limburg)
Ter plaatse is op dit moment een vruchtboomkwekerij gevestigd. De bestaande loodsen worden gebruikt voor (gekoelde) opslag en distributie van plantmateriaal. De gronden (ca. 5 ha) zijn op dit moment in gebruik als grasland. Het bedrijf heeft het voornemen om een nieuwe loods te bouwen (uitbreiding bouwvlak), semi permanente overdekte kersenboomgaard (ca 2 ha) en een containerveld (ca. 0,75 ha) aan te leggen.
1/3
*2019-D102670*
zaaknr. doc.nr. 2019-D102670
Het hemelwater afkomstig van de nieuwe verhardingen die met de nieuwbouw te maken hebben (loods, kantoor en parkeer- c.q. maneuvreervoorzieningen zal op eigen terrein geborgen en geïnfiltreerd te worden. De normbui die hierbij gehanteerd dient te worden is 100 mm in 24 uur. Voor zover dit water niet snel genoeg geïnfiltreerd kan worden is een leegloop van 2 l/s/ha op een oppervlaktewater. De Aanvoerleiding Dekenshorst (primair) en de Maasbreese Hoogbroek zijn nabij respectievelijk grenzend aan het plangebied gelegen.
De loods zal voor een deel worden gebruikt voor opslag en reiniging van machines (overdekte wasplaats) en voor het vullen van gewasbeschermingsmiddelen. Voor de wijze waarop het hierbij vrijkomende afvalwater wordt verwerkt wordt nog een plan opgesteld. Hierover vindt tijdig overleg met het waterschap plaats. Voor het overig afvalwater (toiletgebouwen, keuken/kantine, etc.) wordt ook nog een plan opgesteld. Mogelijkheden hiervoor zijn een IBA (er is al een bestaande, op de toekomst gericht te kleine, IBA), een helofytenfilter of aansluiting op het persriool in De Koningstraat. Dit laatste is een duurdere oplossing maar geeft wel de meeste bedrijfszekerheid op lange termijn. Het water afkomstig van de semi-overdekte kersenteelt valt tussen de boomrijen en zal rechtstreeks in de grond infiltreren. Hiervoor is het niet noodzakelijk een opvangbassin te maken. De uitvoering van het containerveld is nog niet duidelijk. Het containerveld kan een gesloten verharding krijgen of een permeabele verharding waarbij het regenwater door het worteldoek in de ondergrond kan verdwijnen. Bij een gesloten verharding geldt de norm van het waterschap voor verhard oppervlak (water op eigen terrein opvangen en infiltreren c.q. gedoseerd afvoeren; zie boven). Wel dient de eerste 5 mm apart opgevangen te worden en te allen tijde hergebruikt te worden.
Dit water mag niet op een oppervlaktewater worden geloosd.
2/3
zaaknr. doc.nr. 2019-D102670
Indien gekozen wordt voor een permeabele verharding zal het hemel- overtollig besproeiingswater in de ondergrond verdwijnen. Hiervoor is de gemeente bevoegd gezag. Het is bij de verdere uitwerking aan te bevelen om een gesprek te arrangeren met de gemeente en het waterschap. Conclusie: Initiatiefnemer heeft op dit moment voldoende informatie om de bestemmingsplanprocedure in gang te zetten. Een aantal zaken dient nog verder uitgewerkt te worden. Hierover zal te zijner tijd door de eigenaar/initiatiefnemer een vervolgafspraak met het waterschap en zo nodig gemeente worden gepland.
3/3
zaaknr. doc.nr. 2019-D102670