2. Bijlage bij Motie M65 - Brief Btw-vrijstelling voor burgerinitiatief Hulp bij het Huishouden in gemeente Peel en Maas
Tekst van het document
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport T.a.v. mevrouw Maeijer, staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke zorg Postbus 20350 2500 EJ Den Haag Ministerie van Financiën T.a.v. de heer Van Oostenbruggen, staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten Generaal T.a.v. de heer Mohandis, voorzitter Postbus 20018 2500 EA Den Haag Datum: 17 december 2024 Onderwerp: Btw-vrijstelling voor burgerinitiatief ‘Hulp bij het Huishouden’ in gemeente Peel en Maas
Geachte staatssecretaris, commissievoorzitter, Overal in de maatschappij en zeker op het brede terrein van de zorg staan burgers op om actief inhoud en vorm te geven aan hun samenleven en zich in te zetten voor het wel en wee van hun medeburgers. Vanuit de landelijke en lokale overheid is er volop lof en steun voor deze burgerinzet. In de praktijk ontwikkelt zich daarbij een nieuw maatschappelijk domein met een mengvorm van publiek en privaat recht. De wet- en regelgeving is daar nog onvoldoende op afgestemd. Vooroplopende burgerinitiatieven hebben daar last van en het dempt het enthousiasme om dergelijke initiatieven op te zetten en vol te houden. Dat dreigt ook te gebeuren met een heel waardevol burgerinitiatief in de gemeente Peel en Maas. In deze brief zetten wij kort uiteen over welk initiatief het gaat en hoe u ons en daarmee soortgelijke initiatieven kunt helpen. In 2016 is in enkele dorpen van gemeente Peel en Maas gestart met een proef waarin dorpsgemeenschappen zelf de organisatie van de hulp bij het huishouden op zich nemen. Die proef is positief verlopen en intussen hebben tien dorpsgemeenschappen de voorziening ‘hulp bij het huishouden’ in eigen regie genomen. Een dorpsondersteuner die werkt onder aansturing van het dorpsinitiatief, bepaalt samen met de hulpvrager welke hulp hij het huishouden nodig is.
Die hulp wordt binnen enkele dagen geregeld en wordt voor het overgrote deel gegeven door beroepskrachten van zorgaanbieders die voorheen in opdracht van de gemeente deze hulp verleenden. Verder bespreekt de dorpsondersteuner of er naast deze hulp nog andere vormen van informele ondersteuning nodig zijn door vrijwilligers uit het dorp (bv boodschappen doen, ontmoeting, wandelen, etc.). Ook dat wordt geregeld. Terzijde zij nog opgemerkt dat in
Pagina 1 van 3
samenspraak tussen dorpsondersteuner en hulpvrager gemiddeld minder uren hulp wordt gegeven dan voorheen vanuit de gemeente werd toegekend. De gemeente maakt dit burgerinitiatief mogelijk door de financiële middelen voor het betalen van de beroepskrachten beschikbaar te stellen; bestuurstaken worden uitgevoerd door vrijwilligers die hiervoor geen vergoeding ontvangen. Aan de gemeente wordt niet alleen verantwoording afgelegd over de besteding van de ontvangen financiële middelen, maar ook over de wijze van toekenning van hulp en over de kwaliteit van de dienstverlening. Uit onafhankelijke evaluaties blijkt dat de zelforganisatie van hulp bij het huishouden uitermate doeltreffend en doelmatig is en dat de mensen in de dorpen er heel tevreden over zijn. Het enthousiasme over dit burgerinitiatief staat evenwel onder druk door een btw-kwestie. Zolang hulp bij het huishouden formeel onder verantwoordelijkheid van de gemeente werd uitgevoerd als algemene voorziening, was die hulp niet belast met 9% btw. Vanaf 2023 hebben de dorpen de gehele verantwoordelijkheid voor deze hulp op zich genomen en daartoe een Zorgcoöperatie opgericht, die zelf contracten afsluit met zorgaanbieders, waarbij de afspraken die in de regio zijn gemaakt tussen de gemeenten en deze zorgaanbieders worden overgenomen.
De Zorgcoöperatie van de dorpen wordt evenwel voor dezelfde dienstverlening geconfronteerd met aanzienlijke meerkosten vanwege een btw-opslag van 9%. Met de oprichting van een Zorgcoöperatie hadden de dorpen gehoopt deze btw-opslag te voorkomen, maar dit blijkt niet het geval te zijn. De dorpsgemeenschappen kunnen dat niet anders zien dan een straf op burgerinzet: ze zetten hun kennis, kunde en vrije tijd in om zorgvoorzieningen een zorg te laten zijn van de gemeenschap zelf, ze runnen een collectieve voorziening die niet langer onder regie van de gemeente, maar onder regie van de dorpsgemeenschap zelf tot stand komt en in stand wordt gehouden. Als dank voor deze inzet wordt deze zorg extra belast met 9% btw, hetgeen niet het geval zou zijn als de burgers zich passief als klanten zouden zijn blijven gedragen. Dat roept bij mensen naast verbazing het gevoel op niet serieus genomen te worden. Deze oneffenheid is reeds eerder gesignaleerd aan de Vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Deze heeft het ministerie van VWS om een reactie gevraagd. In deze reactie (kenmerk 1744647-210143-DMO) geeft de minister zijn argumentatie om geen vrijstelling van btw te geven. De kern van deze argumentatie is dat de gemeente moet beoordelen of de gevraagde hulp nodig is. Dat gebeurt via een individuele beoordeling als er sprake is van een WMO-maatwerkvoorziening.
Vrijstelling van btw is ook aan de orde als hulp bij het huishouden gegeven wordt als algemene voorziening “Als wordt aangesloten bij het gemeentelijk beleidsplan maatschappelijke ondersteuning en de hiervoor geldende verordening van de gemeente. De criteria aan wie de algemene voorziening kan worden verstrekt zijn in deze gemeentelijke verordening opgenomen.” Aldus een passage uit bedoelde brief van VWS. Daarmee wordt gezegd: in feite controleert de gemeente of de hulp nodig is en daarom is vrijstelling van btw gerechtvaardigd en hoeft dat niet neergelegd te worden bij een andere instantie, zoals de Belastingdienst, waarvan terecht wordt opgemerkt dat deze daarvoor niet is uitgerust. Dat hoeft ook niet, omdat de vraag of het burgerinitiatief de hulp terecht toewijst, op
Pagina 2 van 3
soortgelijke wijze kan worden getoetst als bij de algemene voorziening op basis van de WMO. De criteria die in bedoeld beleidsplan en verordening zijn opgenomen, worden ook gehanteerd door het burgerinitiatief en de gemeente ziet hier ook op toe. Om de doelstelling van “meer zorg voor elkaar” te bereiken, is een overheid nodig die stimulerend meewerkt door wet- en regelgeving beter af te stemmen op maatschappelijke vernieuwing die door diezelfde overheid wordt nagestreefd. Intussen is besloten de volle verantwoordelijkheid die dorpsinitiatieven genomen hadden voor de organisatie van hulp bij het huishouden weer gedeeltelijk terug te nemen en weer deels te beleggen bij de gemeente. Het is een noodoplossing waarvan alle betrokkenen hopen dat deze weer spoedig ongedaan gemaakt kan worden. Om te voorkomen dat deze hoop in een teleurstelling eindigt, vragen wij concreet twee dingen van u: 1. Een inspanning om te bewerkstelligen dat wet- en regelgeving met betrekking tot de WMO zodanig wordt aangepast dat burgerinitiatieven die hulp bij het huishouden onder eigen regie verzorgen, net als gemeenten, voor deze dienstverlening vrijstelling kunnen krijgen van btw. 2.
Een inwilliging of ondersteuning van het verzoek dat we hierbij doen aan de Inspectie van de Belasting om de Zorgcoöperatie van de dorpen van de gemeente Peel en Maas vrijstelling en/of kwijtschelding te verlenen van het betalen van btw voor de door hen ingekochte hulp bij het huishouden in de jaren 2023 en 2024 en teruggave te regelen van de btw zoverre deze al betaald is. Wij zijn graag bereid het burgerinitiatief met betrekking tot hulp bij het huishouden in Peel en Maas, alsmede het aan u gerichte verzoek, in een persoonlijk gesprek toe te lichten.
Hoogachtend,
Namens de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas,
De griffier,
de gemeentesecretaris/directeur,
de burgemeester,
drs. E.J.C. Apeldoorn-Feijts
K.H. Werps-Aerts
B.C.M. Vostermans
Voorzitter Zorgcoöperatie Peel en Maas, O. Rens
Pagina 3 van 3