Vragen D66 - wethoudersformatie en bestuursakkoord.pdf
Tekst van het document
Vragenkwartier ABZ – vragen van D66 Naar aanleiding van enkele onbeantwoorde vragen in de raadsvergadering van 9 juni, heeft de D66-fractie onderstaande vragen, waarop wij nog graag een antwoord ontvangen: 1. In de raad zeiden wij: "De wetgever stelt een maximum aan het aantal wethouders om de verhouding, de machtsverhouding, tussen college en raad in evenwicht te hebben. Te veel wethouders trekt die verhouding scheef. Parttime wethouders moeten dus ook niet méér gaan werken, dan afgesproken. Dus ons dringende verzoek is: Kies als parttime wethouders voor één vaste vrije dag." De vraag van de D66-fractie was in de raad gericht aan de coalitiefracties. Graag krijgen wij van het college antwoord op de vraag of de parttime wethouders inderdaad van plan zijn een vaste dag vrij te nemen? Antwoord Wij bedanken u voor uw betrokkenheid. Dit regelen wij in het college. Vervolg vraag: De D66-fractie heeft onvoldoende antwoord gekregen op de vraag. Het gaat ons om twee zaken, persoonlijk en zakelijk. Persoonlijk; denk om uzelf, maar ook zakelijk: qua machtsverhouding tegenover de raad hanteert de wetgever een maximum van 4,4. (Wij gaan uit van artikel 36 GW lid 1 plus lid 2 en uit lid 3 de plus 10%). Dat moet worden aangehouden.
Wij vinden dat we daarom als raad recht hebben op een helder antwoord: gaan de wethouders een aparte vrije dag aanhouden? Zo nee, hoe wordt er voor gezorgd dat samen niet meer dan 4,4 fte wordt gewerkt? 2. Wij refereerden in onze inbreng in de raad aan wat in het coalitieakkoord geschreven staat over de VO-scholen en de noodzaak, in onze optiek, om de risico’s realistisch bij te stellen op de werkelijkheid. Zeker omdat een financieel solide beleid vereist dat bij een onderwerp van meer dan 100 miljoen een open blik blijft naar veranderende feiten. In een antwoord op een vraag die wij via de griffie eerder stelden over de voortgang VO-scholen is gemeld dat er een RIB komt met te nemen stappen in het VO-dossier. Wij wensen ergens in het proces een nieuwe avond met de accountant van Deloitte. Wellicht kunt u aangeven aan ons, welk moment in het proces daarvoor een goed tijdstip is. Dit zou een moment moeten zijn dat laat genoeg is om in beeld te hebben wat de kosten worden (op basis van de PvE's) én nog vroeg genoeg om actuele risico te kunnen duiden op lange termijn én zekerheden in te bouwen (voor de gemeente en voor de schoolgebouwen die niet als eerste gebouwd worden).