CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Vaststellen vierde wijziging Apv - Voorstel.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 30 mei 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 7: Vaststellen vierde wijziging Apv - Voorstel4.167 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht Vergadering van 30 mei 2024 Zaaknummer: 2024-0025222

Voorstel Openbaar

Vaststellen vierde wijziging Apv Bevoegde portefeuillehouder:

Margreet van Driel

Wettelijke basis (aanvullend) Artikel 149 van de Gemeentewet

Gevraagd besluit 1. De vierde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Papendrecht vast te stellen.

Inhoud Inleiding De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) moet een adequaat juridisch instrument blijven om ongewenst gedrag tegen te gaan of te reguleren. Het periodiek aanpassen van de APV is nodig om te voorkomen dat de verordening gaat achterlopen bij rechtspraak, nieuwe wetgeving en andere maatschappelijke ontwikkelingen. De APV van de gemeente Papendrecht is voor een groot deel gebaseerd op de model-APV van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG). De VNG actualiseert dit model regelmatig in verband met nieuwe wet- en regelgeving, jurisprudentie, gewijzigde inzichten en wensen vanuit de praktijk. De onderstaande wijzigingen zijn grotendeels gebaseerd op het VNG advies van 7 november 2023. Daarnaast is in samenspraak met de betrokken teams (OOV en VTH) een aantal inhoudelijke zaken technisch aangepast conform de modelverordening van de VNG. Zie voor de toelichting het document " Bijlage 2 Was-wordt-tabel wijziging inclusief toelichting vierde wijziging APV febr 2024 ". De APV wijzigt op de volgende onderwerpen: - Toevoegen ‘messenverbod’ (nieuw artikel 2:50a) om aantasting van de openbare orde preventief te voorkomen en de veiligheid te bevorderen. - Toevoegen verbod voeren van dieren op openbare plaats (nieuw artikel 2:60a). - Schrappen van categorieaanduidingen F1, F2 en F3 in de definitie van consumentenvuurwerk (wijziging artikel 2:71).

- Gebiedsontzeggingen (artikel 2:78). Het betreft juridisch-technische en redactionele wijzigingen (zoals: bevel wordt besluit tot opleggen). - Toevoegen sluitingsbevoegdheid voor publiek openstaande bedrijfspanden ter bestrijding van ondermijning (nieuw artikel 2:80). - Technische wijziging van het artikel Kampeermiddelen en andere voertuigen (artikel 5:6). Overgangsperiode Omgevingswet en de APV Onder de Omgevingswet kunnen verordeningen zoals de APV naast het tijdelijk omgevingsplan blijven bestaan. Echter, als er regels in de APV staan die de fysieke leefomgeving wijzigen, dan moeten die voor 2032 in het omgevingsplan worden opgenomen. Beoogd effect Een actueel en goed handhaafbaar wettelijk kader dat instrumenten geeft om de gemeente veilig en leefbaar te kunnen houden en de openbare orde te kunnen handhaven.

Argumenten 1.1. De APV dient in lijn te zijn met nieuwe wet- en regelgeving Het is voor een deel noodzakelijk en voor een deel gewenst om de APV op een aantal punten te wijzigen. In Bijlage 2 "Was-wordt-tabel wijziging inclusief toelichting vierde wijziging APV febr 2024" zijn de wijziging van de APV op een rij gezet. Kanttekeningen N.v.t. Financiën Er zijn geen financiële gevolgen. Uitvoering N.v.t. Communicatie & participatie De gewijzigde APV treedt in werking op de dag na bekendmaking in het elektronisch gemeenteblad en op lokale wet- en regelgeving. Duurzaamheid & ecologie N.v.t. ICT N.v.t. Alle relevante stukken zijn voor u ter inzage gelegd. Burgemeester en wethouders van Papendrecht,

Bijlagen 1. Bijlage 1 Vierde wijziging van de APV 2024.docx 2. Bijlage 2 Was-wordt-tabel wijziging inclusief toelichting vierde wijziging APV 2024.docx

2/12

Vierde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Besluit van de raad van de gemeente Papendrecht tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening

De raad van de gemeente Papendrecht; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 april 2024; gelet op de artikel 149 van de Gemeentewet; Besluit: Vast te stellen het navolgende: Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening, 4e wijziging

Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Papendrecht wordt als volgt gewijzigd: A Na artikel 2:50 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen 1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie. B Na artikel 2:60 wordt één artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:60a Verbod voeren van dieren op openbare plaats: Het is verboden om, op door het college aan te wijzen locatie, dieren te voeren indien: a) er door de frequente aanwezigheid van dieren problemen ontstaan door de uitwerpselen; b) er door de aanwezigheid van voer ook dieren aangetrokken worden die minder gewenst zijn. C Artikel 2:71 komt te luiden: Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

D Artikel 2:78 lid één komt te luiden: De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde

3/12

verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste vier weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. Artikel :2:78 lid twee komt te luiden: Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste vier weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. Artikel 2:78 lid twee wordt lid drie en komt te luiden: De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. Artikel 2:78 lid vier komt te luiden: Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

E Na artikel 2:79 wordt één artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

F Artikel 5:6 komt te luiden: Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; Lid één sub a en b komen hiermee te vervallen.

Artikel II Dit besluit wordt aangehaald als "Vierde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening".

Artikel III Dit besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 juni 2024,

4/12

De griffier,

de voorzitter,

G.A. van Egmond

M.J.M. van Driel

5/12

Bijlage 1 bij vierde wijziging APV Was-wordt-tabel wijziging APV met artikelsgewijze toelichting Artikel I, onderdeel A Na artikel 2:50 wordt een artikel ingevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen: 1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

Artikel I, onderdeel B Na artikel 2:60 wordt één artikel ingevoegd, luidende: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:60a Verbod voeren van dieren op openbare plaats: Het is verboden om, op door het college aan te wijzen locatie, dieren te voeren indien: er door de frequente aanwezigheid van dieren problemen ontstaan door de uitwerpselen; er door de aanwezigheid van voer ook dieren aangetrokken worden die minder gewenst zijn.

Artikel I, onderdeel C Artikel 2:71 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel I, onderdeel D Artikel 2:78 wordt als volgt gewijzigd:

6/12

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende in het bevel genoemde tijd van ten hoogste vier weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste vier weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

2. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste vier weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel I, onderdeel E Na artikel 2:79 wordt één artikel ingevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek

7/12

openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel [2:30], eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. Artikel I, onderdeel F Bestaande tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen

Nieuwe tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen

1.Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op zeven achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

1.Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben.

8/12

Toelichting Artikelsgewijs Artikel I, onderdeel A (Nieuw artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen) Algemeen Het wapenbezit in het algemeen en gebruik van steekwapens in het bijzonder is fors toegenomen. Het doel van het artikel is bescherming te bieden tegen mogelijke aantasting van de openbare orde en veiligheid door het bij zich hebben (dragen) van messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt te verbieden. Het artikel is een aanvulling op de Wet wapens en munitie (Wwm) en verbiedt het bij zich hebben van andere dan in de Wwm aangeduide messen of van voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, maar waarbij nog geen sprake is van een situatie waarin, gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze voorwerpen worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zijn bestemd om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen. Hierdoor kan aantasting van de openbare orde preventief worden voorkomen en wordt de veiligheid bevorderd. De Wwm verbiedt het dragen (= bij zich hebben) van wapens, waaronder nader aangeduide messen of voorwerpen die als wapen kunnen dienen als wel sprake is van bovengenoemde situatie. Voor de toepassing van de Wwm bepaalt de context dus of een voorwerp een wapen is of niet.

Uit het arrest van de Hoge Raad van 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1993, volgt dat het in het belang van de openbare orde en veiligheid mogelijk is om een bepaling in de APV op te nemen die ziet op een ‘messenverbod’. Deze bepaling mag niet zien op wapens of voorwerpen die zijn genoemd in artikel 2 van de Wet wapens en munitie (Wwm). Eerste lid Op grond van dit lid kan het college openbare plaatsen of daaraan grenzende voor publiek toegankelijke gebouwen of daarbij behorende erven aanwijzen waar het bij zich hebben van messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt verboden is. Tweede lid Dit lid waarborgt dat messen en voorwerpen die zijn ingepakt, bijvoorbeeld omdat deze in een winkel zijn aangeschaft en nog in de verpakking zitten, niet onder het verbod vallen. Het doel van het artikel is bescherming te bieden tegen mogelijke aantasting van de openbare orde en veiligheid, maar aanschaf van bijvoorbeeld een keukenmes moet mogelijk blijven. Het moet dan wel zodanig zijn verpakt dat het niet onmiddellijk kan worden aangewend. Derde lid Dit lid regelt de voorrang van de Wwm. Het verbod geldt niet voor het dragen van messen of voorwerpen die als steekwapen gebruikt kunnen worden, dat onder het bereik van artikel 2 van de Wwm valt.

Artikel I, onderdeel B (Nieuw artikel 2:60a) Dit onderdeel is nieuw toegevoegd, om de overlast door duiven die ervaren wordt door omwonenden en ondernemers van de Meent aan te pakken.

Artikel I, onderdeel C (Wijziging artikel 2:71 Definitie) Bij ministeriële regeling op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit wordt bepaald welk vuurwerk aan particulieren beschikbaar mag worden gesteld. De toevoeging van de categorieaanduidingen F1, F2 of F3 in de definitie is overbodig.

9/12

Artikel I, onderdeel D (Wijziging artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen) Dit artikel strekt ertoe de burgemeester de bevoegdheid te geven tot het opleggen van een gebiedsontzegging bij (ernstige vrees voor) een openbare ordeverstoring of overlastgevend gedrag. De burgemeester kan een gebiedsontzegging opleggen aan personen die strafbare feiten of openbare ordeverstorende handelingen verrichten en veelal al eenmaal een bestuurlijke waarschuwing hebben ontvangen. Kan zowel de APV als artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet (‘lichte bevelsbevoegdheid’) toepassing vinden voor een gebiedsontzegging, dan gaat de APV voor (Hoge Raad 11-03-2008, ECLI:NL:HR:2008:BB4096). Eerste lid Het eerste lid geeft aan in welke gevallen en voor welke maximale duur de burgemeester een gebiedsontzegging kan opleggen. Op het besluit van de burgemeester zijn de waarborgen van de Awb van toepassing. Tweede lid In het licht van proportionaliteit en subsidiariteit is het geboden om slechts tot oplegging van een lang(er)durende gebiedsontzegging als bedoeld in het tweede lid over te gaan, wanneer de gedraging waarop deze oplegging betrekking heeft binnen een bepaalde periode na oplegging van de eerdere gebiedsontzegging plaatsvindt. In het tweede lid is die periode gesteld op zes maanden. Ook bepaalt het tweede lid hoelang de lang(er)durende gebiedsontzegging maximaal kan duren.

Gekozen is voor een looptijd van vier weken. Derde lid Dit lid geeft de burgemeester de bevoegdheid om, wanneer hij dat noodzakelijk acht in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene, een tijdelijk verbod te beperken. Bijvoorbeeld omdat het voor betrokkene noodzakelijk of onoverkomelijk is zich in het aangewezen gebied te bevinden in een middel van openbaar vervoer, hij aldaar werkzaam of woonachtig is, hij een (ander) aantoonbaar redelijk belang heeft om aldaar aanwezig te zijn, in verband met de staatkundige en religieuze vrijheid en het familieleven. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. Vierde lid Als iemand de openbare verstoort, kan er overlap ontstaan tussen de bevoegdheid van de officier van justitie om met een gedragsaanwijzing op grond van artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a van het Wetboek van Strafvordering op te treden en de bevoegdheid van de burgemeester om op grond van deze bepaling met een gebiedsontzegging op te treden. Het vierde lid geeft voorrang aan een gedragsaanwijzing door de officier van justitie boven een gebiedsontzegging door de burgemeester. Jurisprudentie Hoge Raad 11-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1417. Art.

2.3.13, eerste lid, APV Breda 2004 luidt: ‘Een ieder is verplicht op een daartoe strekkend besluit, schriftelijk genomen door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde, zich te verwijderen en verwijderd te houden uit een door de burgemeester aangewezen gebied gedurende de tijd die in dat besluit genoemd is.’ Art. 2.3.13 APV Breda 2004 houdt niet uitdrukkelijk in dat de burgemeester is gerechtigd tot het geven van een bevel of het doen van een vordering als in de bewezenverklaring bedoeld. Artikel I, onderdeel E (nieuw artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf) Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf Het artikel berust op de algemene verordenende bevoegdheid van de raad (artikel 149 van de Gemeentewet).

10/12

Eerste lid Het artikel geeft de burgemeester de mogelijkheid over te gaan tot sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of daarbij behorend erf als overlast, verstoring van de openbare orde of aantasting van het woon- en leefklimaat dreigt. De burgemeester kan met behulp van artikel 2:80 optreden als in of vanuit een voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf strafbare feiten plaatsvinden waardoor de openbare orde of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beïnvloed of als ondernemers van (dienstverlenende) bedrijven zoals garages, autoverhuurbedrijven, uitzendbureaus of winkels, overlast (blijven) veroorzaken of ter plaatse strafbare feiten plegen, deze faciliteren, gedogen of op andere wijze toestaan. Ook geeft het artikel de burgemeester de mogelijkheid om op te treden als er in of vanuit een pand (niet zijnde een woning) wordt gegokt, waarvoor geen toestemming is gegeven op grond van de Wet op de Kansspelen. Als sprake is van een illegaal gokpand is zonder meer sprake van een aantasting van de openbare orde (in ruime zin te verstaan). Gokpanden die tevens als woning in gebruik zijn, kunnen niet op basis van dit artikel uit de APV worden gesloten, maar op grond van artikel 174a Gemeentewet. Het artikel strekt niet tot uitvoering van artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet.

Een bevel op grond van artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet is pas op zijn plaats als er geen reguliere bevoegdheden toepasselijk zijn, bijvoorbeeld op grond van de APV, en onverwijlde spoed onmiddellijk optreden vergt (ABRvS 9 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP1137 (Castricum); ABRvS 14-11-2018, ECLI:NL:RVS:2018:3699 (Rotterdam)). De situatie moet tot onmiddellijk ingrijpen noodzaken: de bevelen op grond van artikel 174, tweede lid, moeten zien op concrete, zich direct aandienende, situaties die de veiligheid of de gezondheid bedreigen (MvA, Kamerstukken II 1988/89, 19403, 10, p. 92-93). Tweede lid Het artikel is een aanvulling op de bevoegdheden van de burgemeester om op grond van de APV (artikel [2:30]) of artikel 13b van de Opiumwet overlastgevende inrichtingen, zoals horecabedrijven en seksinrichtingen, of woningen op grond van artikel 174a Gemeentewet te sluiten. Derde tot en met vijfde lid Naast de bekendmaking aan belanghebbende wordt ter plaatse een afschrift van het besluit tot sluiting aangebracht. Zo is voor eenieder voldoende kenbaar dat gedurende de sluiting niemand het gebouw of daarbij behorende erf zonder toestemming van de burgemeester mag betreden. Het is verboden dat afschrift te verwijderen. Zesde lid Dit lid biedt de burgemeester de mogelijkheid om een sluiting op te heffen.

De burgemeester zal daartoe in de regel alleen overgaan op het moment dat er voldoende garanties aanwezig zijn waaruit blijkt dat de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het pand gewaarborgd zijn. Hiervan is geen sprake als er geen wijzigingen hebben plaatsgevonden in de situatie die heeft geleid tot een sluiting. Jurisprudentie ABRvS 23-09-2020, ECLI:NL:RVS:2020:2282. De burgemeester moet aannemelijk maken dat concreet voorzienbaar is dat de openbare orde zal worden verstoord. Niet is vereist dat zich al een concrete verstoring van de openbare orde heeft voorgedaan. Ook is niet in alle gevallen vereist dat er al strafbare feiten zijn gepleegd. Wel moet de burgemeester handelen overeenkomstig zijn beleidsregel dat hij de sluitingsbevoegdheid gebruikt in situaties waarin de openbare orde al is verstoord. De burgemeester erkent dat deze situatie zich niet voordoet. De burgemeester mocht daarom het ‘sluitingsartikel’ niet toepassen. Artikel I, onderdeel F Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen Schrappen aanwijzingsbevoegdheid college

11/12

Het college heeft nu de bevoegdheid om de plaatsen aan te wijzen waar het verboden is om een voertuig langer dan 7 dagen achtereenvolgend te parkeren. De model APV biedt verschillende opties voor artikel 5:6. Ook de optie om het verbod direct (dus zonder aanwijzingsbesluit) voor het gehele grondgebied van de gemeente te laten gelden. Het college heeft aangegeven dat zij het verbod van toepassing wil laten zijn op het gehele grondgebied in plaats van alleen voor de bebouwde kom. Om die reden is de formulering van het artikel aangepast en de aanwijzingsbevoegdheid van het college geschrapt. Beperken aantal dagen De afgelopen periode is gebleken dat het lastig is om te constateren of een aanhanger/kampeermiddel ergens zeven achtereenvolgende dagen staat geparkeerd. Voor een betere handhaafbaarheid is het wenselijk dat die termijn wordt beperkt. Om die reden is het aantal dagen aangepast naar drie dagen.

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/894/documents/13136