CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Beeldkwaliteitsplan De Lage Waard - deel welstandseisen - Voorstel.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 29 januari 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 9: Beeldkwaliteitsplan De Lage Waard - deel welstandseisen - Voorstel15.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2.

Hoe wordt het beeldkwaliteitsplan aangevuld met duidelijke verbeeldingen en afstanden tot bestaande bebouwing om multi-interpretatie te voorkomen? In de presentatie van het structuurontwerp die tijdens de beeldvormende bijeenkomst aan de raad is getoond zijn gevelimpressies opgenomen. Deze presentatie is openbaar te raadplegen: https://raad.papendrecht.nl/Documenten/Huisvesting-VO-scholen.pdf),

27/81

Het beeldkwaliteitsplan richt zich uitsluitend op het vaststellen van kaders voor onder meer landschap, kleur- en materiaalgebruik, geveluitstraling en detaillering. De bouwmassa’s en de plaatsing daarvan vallen buiten de scope van dit beeldkwaliteitsplan. 3.

Wat is de exacte gebouwhoogte en het aantal bouwlagen, inclusief eventuele variabele hoogtes zoals dubbele verdiepingen? De exacte bouwhoogte van de gebouwen valt buiten de scope van het beeldkwaliteitsplan. Het ontwerp wordt verder uitgewerkt in de volgende ontwerpfases van Voorlopig Ontwerp, Definitief Ontwerp en Technisch Ontwerp. In deze fases worden de gebouwhoogtes nauwkeuriger uitgewerkt. Informatie over de definitieve maatvoering en andere details zal op een later moment, of via een separate procedure, met de omgeving worden gedeeld.

4.

Hoe wordt omgegaan met verkeersdruk en veiligheid, gezien de beperkte ruimte en toename van verkeersstromen en wordt de positie en omvang van de Kiss & Ride-zone herzien om onveilige situaties te voorkomen? Er volgt nog een onderzoek naar de fietsstromen ter onderbouwing van het inrichtingsplan voor de Vijzellaan. Daarbij wordt ook de geschiktheid van de Kiss & Ride-locatie getoetst. De Kiss & Ride kan mogelijk worden geoptimaliseerd, maar zal waarschijnlijk niet significant afwijken van de locatie zoals opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan.

5.

Hoe wordt rekening gehouden met de beheers verordening en de juridische kaders voor bebouwingspercentage en maximale hoogte? Bij de beoordeling wordt uitgegaan van de geldende beheersverordening en de bijbehorende kaders voor bebouwingspercentage en bouwhoogte. Als het initiatief hier niet binnen past, moet via een afwijkingsprocedure of een planwijziging van deze regels worden afgeweken. Dit kan alleen met instemming van het bevoegd gezag. De verwachting is dat we voor de nieuwbouw van de Lage Waard een BOPA-procedure doorlopen.

6.

Hoe wordt het beeldkwaliteitsplan juridisch gekoppeld aan het bestemmingsplan en omgevingsplan conform de Omgevingswet? Het beeldkwaliteitsplan wordt juridisch verankerd door het als toetsingskader voor ruimtelijke kwaliteit op te nemen in het omgevingsplan. Bij het opstellen of wijzigen van het omgevingsplan wordt het beeldkwaliteitsplan als bindende regeling geïntegreerd.

7.

Hoe wordt invulling gegeven aan eerdere toezeggingen en raadsbesluiten (zoals het besluit van 2013 en participatiebeloften)? Het ontwerp wordt verder uitgewerkt in de volgende ontwerpfases van Voorlopig Ontwerp, Definitief Ontwerp en Technisch Ontwerp op basis van de stedenbouwkundige visie, programmering en het beeldkwaliteitsplan. Tijdens deze fases worden participatiemomenten georganiseerd om de omgeving te betrekken. Bewoners kennen de directe omgeving goed en de nieuwbouw kan invloed hebben op omwonenden. Tijdens het participatieproces worden zij niet alleen geïnformeerd, maar ook actief geraadpleegd om ideeën en meningen over de invulling van de locatie op te halen. De participatie zal vorm krijgen in een bijeenkomst of inloopmoment, waarna een terugkoppeling volgt over welke suggesties wel of niet zijn meegenomen. De exacte invulling van deze participatiemomenten wordt nog uitgewerkt en valt buiten de scope van het beeldkwaliteitsplan. De planning is dat CSG de Lage Waard in het eerste kwartaal van 2026 zal informeren over de participatie.

28/81

8.

Hoe wordt omgegaan met gefaseerde bouw en de overlast die dit veroorzaakt voor omwonenden? Zodra de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteiten wordt aangevraagd, zal er meer duidelijkheid zijn over de planning van de realisatie van het project. Bij het opstellen van deze planning wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met andere projecten in de wijk, zodat bouwoverlast beperkt blijft. Waar mogelijk zullen werkzaamheden worden gecombineerd om hinder voor bewoners te minimaliseren.

9.

Wordt er een transparante dialoog gestart met direct belanghebbenden over heroriëntatie en besluitvorming? Zie het antwoord op zienswijze 12 vraag 7.

Conclusie: De inspraak reactie leidt niet tot een aanpassing van het beeldkwaliteitsplan.

29/81

BEELDKWALITEITSPLAN DE LAGE WAARD DEEL WELSTANDSEISEN 03 - 12 - 2025

30/81

2

31/81

Inhoud

1.

Inleiding 4

2.

Overkoepelende waarden

3.

Architectuur 10

8

32/81

3

1. Inleiding 1.1 Doel BKP

1.2 Leeswijzer

Het voorliggende beeldkwaliteitsplan (BKP) vormt het toetsingskader voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, voor de verdere architectonische en landschappelijke uitwerking van de locatie Van der Palmgebied. Het BKP legt de ambitie voor deze onderwerpen vast en geeft aanbevelingen en richtlijnen voor de vormgeving van bebouwing en de inrichting van de open(bare) ruimte. Het BKP bestaat uit een deel 1: ruimtelijke kwaliteit en een deel 2: welstandseisen.

Het beeldkwaliteitsplan bestaat uit een inleiding met duiding van de context en beoogde ontwikkelingen, een hoofdstuk overkoepelende waarden dat de integraliteit tussen de verschillende onderdelen borgt en een hoofdstuk architectuur met kaders voor de beeldkwaliteit van de gebouwen.

Het beeldkwaliteitsplan is gebaseerd op de eerder opgestelde stedenbouwkundige verkenning (West 8) en het structuurontwerp voor de locatie (BDG Architecten).

1.3 Locatie De Lage Waard School aan de Noordhoeksewiel

Op de locatie van de Christelijke Scholengemeenschap De Lage Waard komt een nieuw onderwijsgebouw voor voortgezet onderwijs inclusief sport en parkeervoorzieningen. De locatie wordt begrensd door de Vijzellaan, de Noordhoeksewiel, de Achterdijk en de woonbuurt aan de Noordzijde.

Het BKP beschrijft een integrale opgave voor de gewenste omgevingskwaliteit en architectonische uitgangspunten. Het is als beleidsregel uiterlijk bouwwerken vastgesteld als gebiedsuitwerking van de welstandsnota. Mocht er tijdens de ontwikkeling blijken dat er op punten andere inzichten ontstaan, dan wordt eventueel teruggegrepen op de algemene criteria en eventuele andere criteria in de nota. Het gebouwontwerp zal gezien het ambitieniveau een vergelijkbaar resultaat op moeten leveren.

4

Vijzellaan

33/81

Achterdijk

Vijze

llaa

W

n

iek

laa

n

jk

rdi

te ch

A

No

ord

Locatie De Lage Waard

hoe

kse

wie

l

34/81

5

1. Inleiding 1.4 Architectonische context Papendrecht heeft een relatief kleinschalig karakter met veelal gezinswoningen en daarnaast ook flats van 4 à 11 lagen. De bebouwing staat in een stempelstructuur, veelal met tuinen aan de openbare ruimte gelegen. Het geheel heeft een groene en ontspannen opzet. De buurten In Papendrecht zijn in verschillende perioden tot stand gekomen. De omgeving De Lage Waard is onderdeel van de buurt Molenvliet gebouwd in de periode 1970-1980. De buurt bestaat uit gezinswoningen van twee lagen met een kap. De woningen zijn georganiseerd rondom een woonerf. Achtertuinen zijn georiënteerd op de Vijzellaan. De Christelijke Scholengemeenschap De Lage Waard is de enige (publieke) voorziening in dit deel van de buurt. Qua schaal en architectuur vormt het gebouw een uitzondering ten opzichte van de omliggende gezinswoningen. Vanwege de positie, (publiek) programma, schaal en architectuur is de scholengemeenschap een markant ensemble van gebouw en landschap aan de rand van Molenvliet buurt.

De Lage Waard als onderscheidend cluster qua programma, schaal en architectuur binnen de buurt.

Bestaande school De Lage Waard

6

35/81

Woningbouw in Molenvliet

Legenda • Projectgebied • Woningbouw • Voorzieningen • Bedrijven • Bedrijven/kantoren Type bebouwing locatie De lage Waard in relatie tot omgeving

36/81

7

2. Overkoepelende waarden Voor een succesvolle inpassing van het voorzieningenprogramma in zijn omgeving is de integraliteit tussen disciplines van groot belang. Het hoofdstuk overkoepelende waarden borgt de integraliteit. De overkoepelende waarden staan als uitgangspunten boven de uitgangspunten in het hoofdtuk architectuur. Daarnaast is de betekenis van het voorzieningenprogramma als publiek programma binnen de gemeente van belang en mogelijk ook de identiteit als christelijke scholengemeenschap. De bijzondere betekenis van het programma en de mogelijke uitingen daarvan wordt als overkoepelende waarde vastgelegd. Samengevat zijn de overkoepelende waarden en de uitgangspunten voor de integraliteit: 1. De school is een belangrijke publieke voorziening in de gemeente. Het publieke karakter en het feit dat diverse leerlingen groepen er gebruik van maken moet leesbaar zijn in de uitwerking van architectuur. 2. De identiteit van de school, zijnde een christelijke scholengemeenschap, kan aanleiding bieden voor uitingen in architectuur. 3. Het project kent “twee gezichten”, een gezicht naar het ecologische landschap en een gezicht naar de buurt. Deze context dient nadrukkelijk in de uitwerking van het project zichtbaar te worden. Niet letterlijk in de uitwerking van “twee

8

gezichten” in de architectuur. Maar het project dient wel te reageren op de omgeving. De gebouwen kunnen bijvoorbeeld reageren op het omliggende landschap en de buurt doormiddel van (gebouw) morfologie, materiaalgebruik, kleur en verhouding open/gesloten (binnen buiten relatie). 4. Er is samenhang tussen de massavorm van de nieuwe gebouwen en het omliggende weefsel (de buurt). 5. Vanwege de uitzonderlijke schaal, positie en programmering van de nieuwe gebouwen ten opzichte van de omliggende woningbouw heeft het schoolprogramma een bepaalde mate van architectonische vrijheid. Er is niet direct aanleiding voor een architectonische samenhang (materiaal en kleur) tussen de nieuwe gebouwen en de omliggende bestaande woningbouw. Daarbij moet het echter wel rekening houden met de buurt en geen sterke dissonant zijn. 6. Er is samenhang tussen de (nieuwe) gebouwen onderling qua architectuur materiaal en kleur en volumeopbouw/geleding. Het doel is een familie van gebouwen te maken.

37/81

Integraliteit schoolprogramma, landschap en buurt

38/81

9

3. Architectuur 3.1 Kernwaarden De Lage Waard De nieuwbouw op de locatie De Lage Waard voegt zich op een passende en tegelijkertijd onderscheidende manier in de buurt. Passend in een lokale maat en schaal, onderscheidend in positie en eenduidig in architectuur, kleur en materiaal. Het onderscheidende aspect zit hem in de markante positie van de maatschappelijke voorziening aan de Noordhoeksewiel dat daarmee een voorname positie in Papendrecht inneemt. . Een viertal kernwaardes zijn sturend voor de verdere architectonische uitwerking van het scholencomplex De Lage Waard: 1. Gebouwen die aansluiten op buurt en ecologisch landschap; 2. Aansluiting op de lokale schaal; 3. Eenduidige en samenhangende architectuur; 4. Een consistente uitwerking. 1. Gebouwen die aansluiten op buurt en ecologisch landschap

10

39/81

2. Aansluiting op de lokale schaal

3. Een eenduidige en samenhangende architectuur

40/81

11

3. Architectuur 3.2 Uitgangspunten kernwaarde 1 Gebouwen die aansluiten op de buurt en het ecologisch landschap 1. Het nieuwe programma op de locatie De Lage Waard heeft de karakteristiek van objecten tussen de bestaande woonbuurt en het ecologisch landschap. Nieuwe gebouwen kennen een compacte opzet en hebben een verbindende rol tussen de bestaande bebouwing en het landschap. 2. De architectuur voegt zich naar de ruimtelijke structuur van het gebied. Een formeel karakter naar de Vijzellaan en een informeel karakter naar de Noordhoekse Wiel, de Achterdijk en de noordelijke buurt. Gevels aan de Vijzellaan begeleiden de weg en hebben voldoende ruimte tot de weg om de bestaande bomen en het fietspad te handhaven. Aan het centrale entreeplein voegt de bebouwing zich naar de voetgangerszone met entreegebieden voor de omliggende programma’s. Subtiele verschillen in de gevel dragen bij aan het maken van karakteristieke overgangen aan elke zijde. 3. De afzonderlijke gebouwen hebben een alzijdige en representatieve uitstraling naar de omliggende hoofdstructuur. Dit houdt onder meer in dat geheel gesloten gevels niet wenselijk zijn. 4. Speciale aandacht voor markante hoeken van de gebouwen aan de randen van het gebied. Aan het centrale entreeplein zijn subtiele accenten

12

Gebouwen die aansluiten op buurt en ecologisch landschap

mogelijk, zoals bijvoorbeeld een (kleine) sprong in de rooilijn, een groene gevel of een bijzondere detaillering van de gevel. 5. De ruimte tussen het gebouw met sport- en parkeervoorzieningen en de school dient een visuele en landschappelijke verbinding te vormen tussen de Vijzellaan en de Noordhoekse Wiel. De gevels die deze ruimte begeleiden, dienen deze verbinding passend vorm te geven door middel van 41/81

Legenda

• • • •

Nieuwbouw Markante hoeken Entrees Karakteristieke zichtpunten

1. Gebouwen die aansluiten op een ecologisch landschap

bijvoorbeeld groene gevels, sprongen in de massaopbouw en/of een bijzondere detaillering van de gevel. 6. De hoofdentrees aan de hoofdstructuur zijn herkenbaar. De plaatsing van de (hoofd) entrees is cruciaal voor de logistiek vanuit aanloop- en fietsroutes uit de omgeving. Dit geldt zowel voor het schoolgebouw als het gebouw met sportvoorzieningen waaronder een belangrijk deel van het parkeren gehuisvest is. De (hoofd)entrees spelen tevens een belangrijke rol in de leesbaarheid van de samenhang van de verschillende bouwvolumes en interne functies. De entrees worden dusdanig vormgegeven dat deze duidelijk herkenbaar en uitnodigend zijn.

8. Hoofdentrees zijn herkenbaar en uitnodigend

3. Alzijdige en representatieve uitstraling

7. Met name in de plint van het gebouw dient het onderwijs zoveel mogelijk zichtbaar gemaakt te worden. 8. Nieuwe losse programma-onderdelen zoals een (buiten)berging, een gebouwde fietsenstalling of voorzieningen van algemeen nut worden integraal opgenomen in het hoofdvolume tenzij er vanuit functionaliteit een noodzaak bestaat om een los bijgebouw te maken. In dat geval dient het bijgebouw onderschikt te zijn aan het hoofdvolume en zorgvuldig te worden gepositioneerd en ontworpen.

42/81

13

3. Architectuur 3.3 Uitgangspunten kernwaarde 2 Aansluiting op de lokale schaal 1. In maat en schaal sluit de nieuwbouw aan bij de groene omgeving met eengezinswoningen. De volumeopbouw en de geleding van de volumes sluiten aan bij een menselijke maat. 2. De verschillende bouwdelen van het schoolgebouw bestaande uit een plint met daarop drie hoofdvolumes dienen duidelijk afzonderlijk afleesbaar te zijn. Hierbij dienen de tussenleden van de hoofdvolumes terughoudend te worden vormgegeven in maat en materialisering zodat dit de zelfstandigheid van de afzonderlijke volumes onderstreept. De intentie moet zijn om een geleed volume te maken en geen massief volume.

Aansluiting op de lokale schaal

14

43/81

1. Volumes die aansluiten op een groene omgeving en de buurt

1. Volume opbouw met menselijke maat

44/81

2. Leesbare, afzonderlijke volumes

15

3. Architectuur 3.4 Uitgangspunten kernwaarde 3 Eenduidige en samenhangende architectuur 1. Omdat de maatschappelijke voorziening binnen de woonwijk een bijzondere functie is, mag het in architectuur onderscheidend zijn, zonder uit de toon te springen. 2. De nieuwbouw heeft een integrale, eenduidige uitstraling waarbij de verschillende gebouwdelen herkenbaar zijn. De twee verschillende gebouwen zijn architectonisch familie van elkaar (A1 en A2). 3. Accenten zijn mogelijk, met name ter plaatse van entrees en belangrijke hoeken. 4. Het gevelontwerp van de afzonderlijke gebouwen draagt bij aan herkenbare gebouwen met een menselijke schaal. Geleding van de gevel is belangrijk om een menselijke schaal aan te brengen in het gebouw. De zorgvuldige uitwerking van entrees levert hier een belangrijke bijdrage aan door een uitgesproken articulatie, ze zijn zichtbaar en herkenbaar, passend binnen de algehele architectuur. De transparantie van de gevels die aansluiten op het maaiveld ter plaatse van verblijfruimtes, dient maximaal geborgd te worden. 5. Programma’s die van nature een gesloten karakter hebben zoals de sporthal en de parkeergarage verdienen bijzondere aandacht wat betreft geveluitstraling. Aan belangrijke openbare ruimtes (bijvoorbeeld entreegebieden) krijgen deze gevels een zo open en transparant mogelijke uitstraling. Indien dat niet mogelijk is, worden ze zorgvuldig 16

A1

A2

Een herkenbare en eenduidige architectuur

ingepast in het groen en geïntegreerd met het landschap of met natuurlijke materialen bewerkt. Met name aan de pleinzijde van de sporthal dient het volume opengewerkt te worden. 6. Entrees zijn onderdeel van het gevelontwerp en zijn duidelijk zichtbaar en herkenbaar. 7. De aansluiting van de gevels van de parkeergarage 45/81

op de buitenruimte dient zorgvuldig te worden ontworpen 8. Logistieke elementen zoals de entree(s) van de nieuwe parkeergarage of de plek voor de laaden losfunctie zijn integraal onderdeel van de architectuur en/of de landschappelijke inpassing.

1. Onderscheidende architectuur

2. Verschillende gebouwen zijn architectonisch familie van elkaar

3. Accenten ter plekken van entrees

4. Geleding

5. Aandacht voor geveluitstraling gesloten programma’s (vergroenen)

5. Aandacht voor geveluitstraling gesloten programma’s (gevelopeningen)

46/81

17

3. Architectuur 3.5 Uitgangspunten kernwaarde 4 Een consistente uitwerking 1. Het kleur- en materiaalgebruik draagt bij aan het onderscheidende karakter van de nieuwbouw en een rustig en harmonieus gebouwontwerp. Materialen zijn warm in uitstraling. 2. De toe te passen materialen zijn onderhoudsarm en kennen een levensduur die zoveel mogelijk gelijk staat aan de beoogde levensduur van het gebouw. Hierbij wordt zoveel mogelijk ingezet op het gebruik van circulaire en biobased materialen met een natuurlijke uitstraling, met name van de bouwvolumes op de plint van de school en van de sportfunctie 3. De nieuwbouw is karakteristiek met duurzame materialen en een herkenbare, robuuste en toekomstbestendige detaillering. Hierbij kan worden gedacht aan een plint van steenachtig materiaal om aansluiting te zoeken met de bestaande woonbebouwing en afzonderlijke volumes, zowel met betrekking tot de schoolfunctie als de sportfunctie, die bewerkt zijn met een natuurlijk, duurzaam materiaal. Op deze wijze wordt de relatie met de landschappelijke kwaliteiten van de kavel versterkt en geeft de nieuwbouw een toegevoegde architectonische kwaliteit aan het gebied. 4. De raamtypologie van de gevels van de school dient zodanig ontworpen te worden dat het onderwijs zichtbaar is. En de raamtypologie ondersteunt de herkenbaarheid van het gebouw als schoolgebouw. 18

5. Het dak (indien zichtbaar) draagt als vijfde gevel bij aan de alzijdigheid en versterkt het onderscheidende karakter van het volume in de wijk. Het dakvlak wordt mee ontworpen met het duurzame karakter van de nieuwbouw. Het toepassen van een groendak wordt aangemoedigd, zowel vanuit een esthetische als een duurzame kwaliteit met de opvang en vertraagde afvoer van het hemelwater en het stimuleren van de biodiversiteit. 6. De hemelwaterafvoer wordt geïntegreerd in het gebouwontwerp en sluit aan op een duurzame vorm van waterberging en -afvoer. 7. Behoud van biodiversiteit en leefbaarheid door middel van voorzieningen ten behoeve van gebouw bewonende vogels of vleermuizen (nestkasten, gevelbegroeiing etc.) is een belangrijk uitgangspunt in het ontwerp. Deze voorzieningen dienen in samenhang met de architectuur worden ontworpen. 8. Zonnepanelen zijn integraal onderdeel van het ontwerp, indien zichtbaar vanaf het openbaar gebied of vanuit de omringende bebouwing. 9. Werktuigbouwkundige installaties, zoals luchtbehandelingskasten, rooken ventilatiekanalen, etc. moeten zoveel mogelijk in het gebouw zijn opgenomen of in ieder geval zo op het dak gepositioneeerd zijn dat ze aan het zicht vanuit de openbare ruimte worden onttrokken. Indien nodig dient er bij toepassing op het dak een terugliggend volume of scherm worden ontworpen in samenhang met de architectuur van het gebouw.

Alles wat te maken heeft met zichtbare 47/81

werktuigbouwkundige installaties dient reeds in het Definitief Ontwerp bekend te zijn. 10. Er dient aandacht te zijn voor de positionering en materialisatie van de naamsaanduiding en het in losse letters aanbrengen van de naam op de gevel van de school en de sportfunctie. 11. Op de zonbelaste gevels dient de zonwering integraal in het gevelontwerp te zijn verwerkt. 12. Kunstuitingen worden mee-ontworpen.

1. Terughoudend kleur- en materiaalgebruik

5/8. Solargroendak

11. Integratie van zonwering

3. Duurzame materialen en een robuuste detaillering

7. Behoud van biodiversiteit door integratie in gebouwschil

9. Naamsaanduiding gebouwen middels open belettering

48/81

19

Colofon Dit beeldkwaliteitsplan is in opdracht gedaan van de gemeente Papendrecht en in samenwerking tussen Basic City A+U, Studio RTM en de gemeente Papendrecht tot stand gekomen. © December 2025 20

49/81

50/81

21

51/81

BEELDKWALITEITSPLAN DE LAGE WAARD DEEL RUIMTELIJKE KWALITEIT 03 - 12 - 2025

52/81

2

53/81

Inhoud

1.

Inleiding 4

2.

Overkoepelende waarden

12

3.

Landschap en stedenbouw

14

54/81

3

1. Inleiding 1.1 Doel BKP

1.2 Leeswijzer

Het voorliggende beeldkwaliteitsplan (BKP) vormt het toetsingskader voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, voor de verdere architectonische en landschappelijke uitwerking van de locatie Van der Palmgebied. Het BKP legt de ambitie voor deze onderwerpen vast en geeft aanbevelingen en richtlijnen voor de vormgeving van bebouwing en de inrichting van de open(bare) ruimte. Het BKP bestaat uit een deel 1: ruimtelijke kwaliteit en een deel 2: welstandseisen.

Het beeldkwaliteitsplan bestaat uit een inleiding met duiding van de context en beoogde ontwikkelingen, een hoofdstuk overkoepelende waarden dat de integraliteit tussen de verschillende onderdelen borgt, een hoofdstuk landschap en stedenbouw met kaders voor de landschappelijke inrichting.

Het BKP borgt de integraliteit tussen landschap en architectuur. Het beeldkwaliteitsplan is gebaseerd op de eerder opgestelde stedenbouwkundige verkenning (West 8) en het structuurontwerp voor de locatie (BDG Architecten).

1.3 Locatie De Lage Waard School aan de Noordhoeksewiel

Op de locatie van de Christelijke Scholengemeenschap De Lage Waard komt een nieuw onderwijsgebouw voor voortgezet onderwijs inclusief sport en parkeervoorzieningen. De locatie wordt begrensd door de Vijzellaan, de Noordhoeksewiel, de Achterdijk en de woonbuurt aan de Noordzijde.

Het BKP beschrijft een integrale opgave voor de gewenste omgevingskwaliteit en architectonische uitgangspunten. Het is als beleidsregel uiterlijk bouwwerken vastgesteld als gebiedsuitwerking van de welstandsnota. Mocht er tijdens de ontwikkeling blijken dat er op punten andere inzichten ontstaan, dan wordt eventueel teruggegrepen op de algemene criteria en eventuele andere criteria in de nota. Het gebouwontwerp zal gezien het ambitieniveau een vergelijkbaar resultaat op moeten leveren.

4

Vijzellaan

55/81

Achterdijk

Vijze

llaa

W

n

iek

laa

n

jk

rdi

te ch

A

No

ord

Locatie De Lage Waard

hoe

kse

wie

l

56/81

5

1. Inleiding 1.4 Landschappelijke context De locatie De Lage Waard is prachtig gelegen aan de ecologische hoofdstructuur (EHS) de Noordhoekse Wiel dat kenmerkend is vanwege de natuurlijke inrichting en het polderkarakter. Rond het Noordhoekse Wiel is een bloemrijke grasvegetatie aangelegd, dit levert bijzondere flora en fauna op. Het gebied maakt onderdeel uit van de ecologische verbinding van rivier naar weide. Aan de zuidzijde van de locatie De Lage Waard loopt de Achterdijk, wat ook een belangrijke groenstructuur is en onderdeel van het netwerk van hoofdwatergangen. De hoofdontsluiting van Papendrecht is een orthogonale structuur bestaande uit lanen en straten, die ruim en groen zijn ingericht. De Burgemeester Keijzerweg en loodrecht daarop de Veerweg zijn de hoofdwegen binnen deze structuur. Rondom de Noordhoeksewiel is de karakteristieke orthogonale structuur van Papendrecht minder dominant en is de structuur meer organisch van opzet. De Lage Waard locatie wordt hier ontsloten via de Vijzellaan, die aansluit op de Veerweg. De Vijzellaan heeft het karakter van een groene lokale woonstraat die de buurt Molenvliet ontsluit.

Locatie de Lage Waard aan de Noordhoeksewiel

Noordhoeksewiel

6

57/81

Vijzellaan

Legenda • Projectgebied • Park • Bos • Groen rondom A15 en N3 • Veenweide • Schrale graslanden en ecozone • Overige groengebieden • Groene drager • Groene straten en lanen • Fietspaden • Geplande fietspaden • Recreatieve wandelpaden • Snelweg • Regionale weg • Doorgaande lokale wegen • Gebiedsontsluitingswegen • Hoofdwatergang Locatie school in relatie tot landschap en ontsluiting

58/81

7

1. Inleiding 1.5 Architectonische context Papendrecht heeft een relatief kleinschalig karakter met veelal gezinswoningen en daarnaast ook flats van 4 à 11 lagen. De bebouwing staat in een stempelstructuur, veelal met tuinen aan de openbare ruimte gelegen. Het geheel heeft een groene en ontspannen opzet. De buurten In Papendrecht zijn in verschillende perioden tot stand gekomen. De omgeving De Lage Waard is onderdeel van de buurt Molenvliet gebouwd in de periode 1970-1980. De buurt bestaat uit gezinswoningen van twee lagen met een kap. De woningen zijn georganiseerd rondom een woonerf. Achtertuinen zijn georiënteerd op de Vijzellaan. De Christelijke Scholengemeenschap De Lage Waard is de enige (publieke) voorziening in dit deel van de buurt. Qua schaal en architectuur vormt het gebouw een uitzondering ten opzichte van de omliggende gezinswoningen. Vanwege de positie, (publiek) programma, schaal en architectuur is de scholengemeenschap een markant ensemble van gebouw en landschap aan de rand van Molenvliet buurt.

De Lage Waard als onderscheidend cluster qua programma, schaal en architectuur binnen de buurt.

Bestaande school De Lage Waard

8

59/81

Woningbouw in Molenvliet

Legenda • Projectgebied • Woningbouw • Voorzieningen • Bedrijven • Bedrijven/kantoren Type bebouwing locatie De lage Waard in relatie tot omgeving

60/81

9

1. Inleiding 1.6 Programma De Lage Waard

n llaa Vijze

De bestaande Christelijke Scholengemeenschap (CSG) De Lage Waard krijgt een nieuw schoolgebouw op de huidige locatie aan de Vijzellaan. Het nieuwe complex zal bestaan uit een schoolgebouw en een gebouw met parkeer,- en (indoor)sportvoorzieningen. Daarnaast heeft de scholengemeenschap reeds een bestaande buitensport voorziening aan de westzijde van de locatie.

l

rtha

Spo

e

arag

eerg

ark en p

rt

Spo

School

Wieklaan

Achterdijk

Legenda

• • • • • • • 10

61/81

Nieuwbouw Voetgangersgebied schoolterrein Publieke voetgangersroute Fiets Groen Sportvoorzieningen Water

1.7 Ontsluiting De Lage Waard

n llaa Vijze

Voor de fiets en auto is de Vijzellaan de belangrijkste toegangsweg tot de Lage Waard. Vanaf de Vijzellaan is in de nieuwe situatie een toegang tot de parkeergarage en twee fietsenstallingen mogelijk. Ook is er ruimte voor een K&R aan de Wieklaan nabij de kruising met de Achterdijk. De centrale ruimte tussen het ecologisch landschap en de Vijzellaan wordt autoluw. Het is een voetgangersgebied dat de verschillende programma’s ontsluit. Het fietspad in de Vijzellaan is uit het structuurontwerp voor de Lage Waard overgenomen. De daadwerkelijke oplossing wordt afzonderlijk in een ander proces bepaald en valt buiten dit BKP.

K&R

Wieklaan

Achterdijk

Legenda

• • • • • • 62/81

Autoweg Fietsroute Voetgangersroute Voetgangersgebied Parkeergarage Fiestenstalling gebouwd

• • • • •

Fietsenstalling Nieuwbouw Hoofdentrees Indicatieve entree garage Indicatieve entree fietsenstalling

11

2. Overkoepelende waarden Voor een succesvolle inpassing van het voorzieningenprogramma in zijn omgeving is de integraliteit tussen de disciplines landschap en architectuur van groot belang. Dit hoofdstuk borgt de integraliteit tussen landschap en architectuur. De overkoepelende waarden staan boven de individuele uitgangspunten voor landschap en architectuur. Daarnaast is de betekenis van het voorzieningenprogramma als publiek programma binnen de gemeente van belang en mogelijk ook de identiteit als christelijke scholengemeenschap. De bijzondere betekenis van het programma en de mogelijke uitingen daarvan wordt als overkoepelende waarde vastgelegd. Samengevat zijn de overkoepelende waarden en de uitgangspunten voor de integraliteit: 1. De school is een belangrijke publieke voorziening in de gemeente. Het publieke karakter en het feit dat diverse leerlingen groepen er gebruik van maken moet leesbaar zijn in de uitwerking van architectuur en landschap. 2. De identiteit van de school, zijnde een christelijke scholengemeenschap, kan aanleiding bieden voor uitingen in architectuur en landschap. 3. Het project kent “twee gezichten”, een gezicht naar het ecologische landschap en een gezicht naar de buurt. Deze context dient nadrukkelijk in de uitwerking van het project zichtbaar te

12

worden. Niet letterlijk in de uitwerking van “twee gezichten” in de architectuur. Maar het project dient wel te reageren op de omgeving. De gebouwen kunnen bijvoorbeeld reageren op het omliggende landschap en de buurt doormiddel van (gebouw) morfologie, materiaalgebruik, kleur en verhouding open/gesloten (binnen buiten relatie). 4. Er is samenhang tussen de massavorm van de nieuwe gebouwen en het omliggende weefsel (de buurt). 5. Vanwege de uitzonderlijke schaal, positie en programmering van de nieuwe gebouwen ten opzichte van de omliggende woningbouw heeft het schoolprogramma een bepaalde mate van architectonische vrijheid. Er is niet direct aanleiding voor een architectonische samenhang (materiaal en kleur) tussen de nieuwe gebouwen en de omliggende bestaande woningbouw. Daarbij moet het echter wel rekening houden met de buurt en geen sterke dissonant zijn. 6. Er is samenhang tussen de (nieuwe) gebouwen onderling qua architectuur materiaal en kleur en volumeopbouw/geleding. Het doel is een familie van gebouwen te maken. 7. Op een slimme manier worden opgaves indien mogelijk gekoppeld. Bijvoorbeeld bij het maken van goede overgangen tussen gebouw en buitenruimte en de koppeling van duurzaamheidsopgaves als groene gevels. 8. Het projectgebied raakt aan een aantal opgaves/ belangen van de gemeente. Bijvoorbeeld de 63/81

aansluiting op de Vijzellaan en de nieuwe inrichting vanuit het project Grondmolen e.o. en de aansluiting op de Achterdijk. Binnen de verdere uitwerking van het project dienen gemeente en school gezamenlijk op te trekken rondom deze opgaves en dienen nadere afspraken te worden gemaakt. Het BKP leent zich (in dit stadium) niet om uitgangspunten op deze raakvlakken duidelijk vast te leggen.

Integraliteit schoolprogramma, landschap en buurt

64/81

13

3. Landschap en stedenbouw 3.1 Kernwaarden De Lage Waard De unieke positie aan het ecologisch landschap en aan de rand van de buurt Molenvliet is kenmerkend voor de Lage Waard. Binnen de nieuwe opzet van het onderwijsprogramma staan twee gebouwen als losse volumes tussen het ecologisch landschap en de buurt Molenvliet. De karakteristiek van gebouwen aan een ecologisch landschap is een belangrijk uitgangspunt, waarbij de relatie tussen de buurt en het ecologisch landschap moet worden versterkt, zowel visueel als fysiek. Daarnaast is een sensitieve landschappelijke aansluiting met de aanliggende Molenvliet buurt van belang.

ne

ecologische zo

Vijze

llaan

Acht

erdij

Een drietal kernwaardes zijn sturend voor de verdere landschappelijke inrichting van de Lage Waard: 1. Versterken van de structuur van het gebied doormiddel van de aansluiting op het ecologische landschap en de verbinding tussen de buurt en het landschap. Fysiek, visueel en ecologisch. 2. Het maken van een groene inrichting passend bij het aanliggende ecologische landschap, met aangename verblijfsruimtes voor diverse doelgroepen. Met aandacht voor de continuïteit in routing voor voetgangers tussen buurt en ecologisch landschap. 3. Een klimaatadaptieve en natuurinclusieve inrichting van het landschap

14

1. Versterken structuur gebied

65/81

k

2. Groene (natuurlijke) irichting met aangename verblijfsplekken voor diverse doelgroepen

3. Klimaatadaptieve en natuurinclusieve inrichting van het landschap

66/81

15

3. Landschap en stedenbouw 3.2 Uitgangspunten kernwaarde 1

ne

ecologische zo

verbinding 1

Versterken structuur gebied 1. De kwaliteit en karakteristiek van de Noordhoeksewiel als unieke ruimte in Papendrecht is de drager van het gebied en straalt uit naar zijn omgeving. Een groene natuurlijke ruimte met water, bomen, voetgangersroutes en verblijfsplekken. 2. Fysieke en visuele verbindingen borgen de relatie tussen de buurt en het ecologische landschap. 3. Een natuurlijke overgang van schoolomgeving naar de ecologische hoofdstructuur (EHS) Noordhoeksewiel is van groot belang. De fysieke (o.a. maatvoering en profiel), visuele en ecologisch aansluiting dient te worden onderbouwd (zie o.a. doorsnedes pagina 22). 4. Het westelijke projectgebied blijft zoveel als mogelijk groen en zichtlijnen blijven intact. 5. Er dient een goede overgang naar de Achterdijk te worden gemaakt. Het groen/blauwe en informele karakter van de Achterdijk blijft gehandhaafd. De nieuwbouw dient op voldoende afstand te staan van de bestaande water- en groenstructuur voor een kwalitatief visuele en ecologische verbinding tussen de Noordhoekse Wiel en de Wieklaan. De aangrenzende (niet openbare) groenstructuur van de school draagt aan de sociale veiligheid van de groene verbinding. 6. Aandacht voor de groene afscheiding aan de Achterdijk richting de overliggende achtertuinen.

16

westelijk projectgebied

iel

Noordhoeksew

verbinding 2

Vijze

llaan

verbin

ding

Acht

3

erdij

k

Versterken structuur gebied 7. Er dient een goede aansluiting te worden gemaakt op de Vijzellaan en de continuïteit van de voetganger,- en fietsroute dient te worden geborgd. Vanaf de Vijzellaan worden aantrekkelijke en herkenbare entreegebieden tot het onderwijsprogramma gemaakt. Een centrale pleinruimte in de oksel van de Vijzellaan wordt een voetgangers georiënteerde ruimte die toegang geeft tot het onderwijsprogramma. 8. Er dient een goede en geleidelijke overgang naar de noordelijk gelegen woonbebouwing te worden gemaakt met voldoende afstand en een groene rand om het parkeer/sportgebouw. Er is daarbij 67/81

voldoende ruimte voor een openbare route naar de Noordhoekse Wiel. Daarmee wordt de groenkwaliteit van de Noordhoekse Wiel al aan de Vijzellaan geïntroduceerd en wordt de sociale veiligheid door middel van een overzichtelijke inrichting geborgd. Legenda

• • • • • •

Ecologische zone Waterkant

• •

Voetgangersgebied school Publieke voetgangersroute Hoofdentrees Bestaande bomen

Ontsluitingsweg Versterken verbinding ecologische zone

• •

Visuele verbinding Overgang sport-ecozone

1. Groene ruimte Noordhoeksewiel als drager van het gebied

2. Verbindingen tussen buurt en ecologisch landschap

3. Natuurlijke overgang schoolomgeving naar ecologische zone

5. Groen-blauwe informele overgang naar Achterdijk

7. Centrale pleinruimte als entreegebied

9. Aansluiten op bestaande Vijzellaan met bomen en fiets/voetgangersroute

68/81

17

3. Landschap en stedenbouw 3.3 Uitgangspunten kernwaarde 2 Groene (natuurlijke) inrichting met aangename verblijfsruimtes voor diverse doelgroepen 1. De basisinrichting van het gebied is natuurlijk groen en verloopt gradueel naar een meer pleinachtige inrichting aan de Vijzellaan. Hierbinnen worden diverse verblijfsplekken en routes gemaakt. 2. Entree en verblijfsgebieden worden aantrekkelijk vormgegeven en geïntegreerd met de inrichting van de open(bare) ruimte. Hier is ruimte voor ontmoeten en verblijven. We onderscheiden een voorplein in de oksel van de Vijzellaan, een “achtertuin” aan de Achterdijk (met 2 verblijfsplekken) en een “mobiliteitsplein” aan de Wieklaan. Op deze plekken is ook ruimte voor groen. 3. De centrale ruimte tussen de Vijzellaan en de Noordhoeksewiel is een autoluw gebied waar groen en verblijven de basis vormen. Mogelijk logistiek verkeer wordt geïntegreerd met de inrichting van de ruimte. 4. De Vijzellaan met bomenrij, de nog te bepalen definitieve weginrichting en doorgaand voetpad wordt geïntegreerd. 5. De inrichting van de waterkant aan de Achterdijk biedt kansen voor een natuurlijke oever en/of waterbuffers. 6. Fietsenstallingen en parkeerterreinen zijn integraal onderdeel van de openbare ruimte. De inpassing gebeurt zorgvuldig en past binnen de (groene) karakteristiek van het gebied. 7.

Het sportveld in de ecologische zone is integraal onderdeel van het buitenruimte ontwerp. Het 18

2 3

1

Groene (natuurlijke) irichting met aangename verblijfsplekken voor diverse doelgroepen

sportveld voegt zich zoveel als mogelijk naar het ecologische landschap. 8. Een voetgangersbrug verbindt de sportvelden met de centrale verbinding. Een mogelijke nieuwe brug voegt zich qua beeldtaal naar de karakteristiek van de ecologische ruimte. 9. Overgangen tussen gebouwen en buitenruimte worden zorgvuldig en integraal vormgegeven. 10. Binnen het gebied zijn drie typen erfafscheidingen. Type 1 is volledig afsluitbaar, type 2 en 3 maken bezoekers bewust dat ze privaat terrein betreden. Afscheidingen worden integraal en zorgvuldig ontworpen met de inrichting van het landschap en 69/81

mogelijk groen vormgegeven (bv. hagen). Zodat er visueel een onderscheid wordt gemaakt tussen de openbare ruimte en de buitenruimte van de school. Legenda

• • • • • • • • •

Ecologische zone Grasland Natuurvriendelijke oevers Voorplein school “Achtertuin” school Groene inrichting pleinen Fietspad Publieke wandelroute Overgang sport-ecozone

• • • • • 1• 2• 3•

K&R/Parkeerterrein Sporten Ontmoeten Wandelen Zoekgebied fietsenstalling Gesloten afscheiding Semi gesloten afscheiding 1 Semi gesloten afscheiding 2

1. Groene natuurlijke inrichting met verbijfsplekken

3. Centraal autoluw gebied

8. Voetgangersbrug verbindt ecologie en schoolomgeving

5. Natuurlijke inrichting en overgang Achterdijk

7. Sport is geintegreerd met de groene omgeving

9. Zorgvuldige overgangen gebouw en openbare ruimte

70/81

19

3. Landschap en stedenbouw 3.4 Uitgangspunten kernwaarde 3 Klimaatadaptieve en natuurinclusieve inrichting 1. Het realiseren van nieuw groen is een vereiste. Het toegevoegde groen is robuust en er is aandacht voor het gebruik ervan. Robuust groen betekent: gezond, past bij het gebruik en heeft groei potentie. 2. De waterkanten bieden kansen voor natuurvriendelijke oevers. 3. Binnen het gebied wordt voldoende ruimte voor watercompensatie opgenomen conform de eisen (‘het wateradvies’) van het waterschap Rivierenland. Waterlopen kunnen eventueel vergroot worden ten behoeve van watercompensatie. 4. Voor waterberging zijn ook de uitgangspunten uit het document “Programma Klimaatadaptatie 20252029’’ van toepassing. 5. De inrichting van het landschap draagt bij aan het beperken van hittestress. 6. (Kwalitatieve) bestaande bomen worden zoveel als mogelijk gehandhaafd o.b.v. een bomeninventarisatie worden kwalitatieve bomen behouden. Indien kwalitatieve bomen moeten verdwijnen is een goede onderbouwing noodzakelijk. Nieuwe bomen worden toegevoegd om voldoende schaduw te creëren en bij te dragen aan de klimaatadaptieve opgave. 7. Behoudt van en het vergroten van de biodiversiteit en leefbaarheid is een vereiste. Bijvoorbeeld door middel van voorzieningen ten behoeve van gebouw bewonende vogels of vleermuizen (nestkasten, gevelbegroeiing etc.). 8.

Voorkomen van windhinder op het maaiveldniveau. 9. Verharding wordt mogelijk uitgevoerd in natuurlijke materialen (circulair), die tevens goed te beheren is.

20

Klimaatadaptieve en natuurinclusieve inrichting van het landschap

Legenda

10. Aandacht voor natuurinclusieve verlichting.

71/81

• • • • • • • •

Oevers Vergroening voetgangersgebied Voetgangersgebied Bestaande bomen Kans natuurvriendelijke oevers en waterberging Kansen waterberging in buitenruimte (dubbelgebruik) Verhogen biodiversiteit Toevoegen bomen en schaduwwerking

2. Natuurvriendelijke oevers

3. Waterinfiltratie en buffering

7. Vergroten biodiversiteit

1. Vergroenen pleinruimtes en verblijfsgebieden

6. Handhaven bestaande bomen (foto de Lage Waard)

10. Aandacht voor natuurinclusieve verlichting

72/81

21

3. Landschap en stedenbouw 3.5 Samenvattende kaart landschap

Principe doorsnede A - A’

Legenda

• • • • • • • • • • • • • • • • • 1 • •2 •3

Grasland (Natuurvriendelijke) oevers Voetgangersroute publiek Voorplein school “Achtertuin” school Mobiliteitsplein Vergroening voetgangersgebied Overgang sport-ecozone Hoofdentrees

Principe doorsnede B - B’

Sportveld Fietspad K&R/ parkeren Bestaande bomen Indicatieve nieuwe bomen Water Nieuwbouw Voetgangersbrug Gesloten afscheiding Semi gesloten afscheiding 1 Semi gesloten afscheiding 2 Principe doorsnede C - C’

22

73/81

A’

2

A

3

B’ B

C’

1 C

0

Uitgangspunten inrichting landschap

74/81

25

50m

23

Colofon Dit beeldkwaliteitsplan is in opdracht gedaan van de gemeente Papendrecht en in samenwerking tussen Basic City A+U, Studio RTM en de gemeente Papendrecht tot stand gekomen. © December 2025 24

75/81

76/81

25

77/81

78/81

Beleidsregels voor

welstandsbeoordeling bij

vergunningverlening voor

aanvragen om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

betreffende een bouwactiviteit Het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht; gezien het voorstel genomen op 9 december 2025 met zaaknummer 2025-0113544; gelet op: artikel 5.1 lid 1 onder a, artikel 5.8 en artikel 5.12 tweede lid Omgevingswet artikel 1:3 lid 4 en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht Besluit: vast te stellen de navolgende: Beleidsregels voor welstandsbeoordeling bij vergunningverlening voor aanvragen om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten betreffende een bouwactiviteit Inleiding

Met deze beleidsregels wordt vastgelegd hoe het college omgaat met de redelijke eisen van welstand zoals vastgelegd in de ‘Welstandsnota Papendrecht 2012’ en daaraan toegevoegde (en nog toe te voegen) beeldkwaliteitsplannen (BKP) in gevallen waarin artikel 22.29 van het omgevingsplan niet voorziet. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet was welstandsbeoordeling landelijk geregeld via de Woningwet. Sinds de ingang van de Omgevingswet moeten gemeenten via het omgevingsplan zelf bepalen of en hoe welstandsbeoordeling wordt geregeld. Voor de overgangsperiode (de periode tot het omgevingsplan is gewijzigd) is via de bruidsschat in het omgevingsplan een tijdelijk bepaling opgenomen (artikel 22.29 omgevingsplan). Artikel 22.29 regelt welstandsbeoordeling bij binnenplanse omgevingsvergunningen voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken. Voor initiatieven waarvoor geen vergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken nodig is, is geen welstandsbeoordeling geregeld. Voor deze gevallen is deze beleidsregel bedoeld. Denk hierbij aan gevallen zoals artikel 22.27 omgevingsplan. Dit artikel regelt dat voor een aantal activiteiten geen vergunning voor de activiteit omgevingsplanactiviteit bouwwerken nodig is, ook al passen ze niet in het omgevingsplan. Als de

79/81

gemeente toch wil meewerken aan zo’n aanvraag is enkel een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) nodig. Omdat de welstandsbeoordeling in artikel 22.29 omgevingsplan enkel is gekoppeld aan de omgevingsplanactiviteit bouwwerken en niet aan de BOPA is in dit geval geen welstandsbeoordeling geregeld. Een BOPA kan alleen verleend worden als het college oordeelt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Via deze beleidsregel bepaalt het college dat in bovengenoemde gevallen geen sprake is van een ETFAL indien niet wordt voldaan aan de redelijke eisen van welstand zoals opgenomen in de Welstandsnota Papendrecht 2012 en bijbehorende beeldkwaliteitsplannen. Daarnaast worden regelmatig beeldkwaliteitsplannen vastgesteld door de gemeenteraad. Deze voorzien in welstandcriteria bij nieuwe ontwikkelingen waarvoor in de welstandsnota nog niet is voorzien. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet konden deze beeldkwaliteitsplannen eenvoudig worden toegevoegd aan de welstandsnota. Dit is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet veranderd. Totdat welstand volledig is gereguleerd binnen het omgevingsplan geldt een overgangsfase.

In deze overgangsfase kan een aanvraag omgevingsvergunning niet zonder meer worden getoetst aan een onder de Omgevingswet vastgesteld beeldkwaliteitsplan omdat de welstandsbeoordeling in artikel 22.29 omgevingsplan enkel verwijst naar het onder oud recht vastgesteld welstandsbeleid. Een beeldkwaliteitsplan dat onder de Omgevingswet wordt vastgesteld, wordt vastgesteld als beleidsregel op grond van artikel 4.19 Omgevingswet en valt daarmee buiten de reikwijdte van artikel 22.29 omgevingsplan. Via deze beleidsregel bepaalt het college dat in zulke gevallen geen sprake is van een ETFAL indien niet voldaan wordt aan de redelijke eisen van welstand zoals opgenomen in de Welstandsnota Papendrecht 2012 en bijbehorende beeldkwaliteitsplannen. Het college is bevoegd gezag voor het opstellen van deze beleidsregel omdat het college bevoegd gezag is voor de verlening van omgevingsvergunningen, waaronder ook de BOPA’s. Artikel 22.29 komt uit de zogenaamde bruidsschat. Zodra dit artikel wordt overgezet naar het permanente omgevingsplan, zal aan de gemeenteraad worden voorgesteld een regeling in het omgevingsplan op te nemen voor welstandsbeoordeling in bovengenoemde gevallen.

Artikel 1 Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die een bouwactiviteit betreft, is geen sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als niet voldaan wordt aan de redelijke eisen van welstand zoals deze zijn opgenomen in de ‘Welstandsnota Papendrecht 2012’ en de daaraan toegevoegde (en nog toe te voegen) beeldkwaliteitsplannen.

Artikel 2 De advisering of voldaan wordt aan de redelijke eisen van welstand zoals deze zijn opgenomen in de ‘Welstandsnota Papendrecht 2012’ en de daaraan toegevoegde (en nog toe te voegen) beeldkwaliteitsplannen vindt plaats door de commissie omgevingskwaliteit zoals deze is ingesteld in de ‘Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Papendrecht’.

Artikel 3 1.

Het college kan gemotiveerd afwijken van het onder artikel 1 bepaalde als duidelijk is dat

beoordeling van het initiatief aan redelijke eisen van welstand in een volgende BOPA van een opvolgende BOPA (op grond van artikel 12.27a Bkl) zal plaatsvinden.

2.

Het college kan gemotiveerd afwijken van het onder artikel 1 bepaalde als duidelijk is dat op grond van artikel 22.29 omgevingsplan beoordeling van het initiatief aan redelijke eisen van welstand via een (al verleende of nog te verlenen) omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken zal plaatsvinden.

80/81

3.

Het college kan gemotiveerd afwijken van het onder artikel 1 bepaalde als het van mening is dat dat de omgevingsvergunning niettemin moet worden verleend.

Artikel 4 Deze beleidsregels worden aangehaald als 'Beleidsregels voor welstandsbeoordeling bij vergunningverlening voor aanvragen om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten betreffende een bouwactiviteit.'

Artikel 5 Deze beleidsregels treden in werking de dag na bekendmaking. Papendrecht, 9 december 2025 Burgemeester en wethouders van Papendrecht, De secretaris,

J.M. Ansems

de burgemeester,

M.J.M. van Driel

81/81

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1219/documents/17068