CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel 1e wijziging omgevingsplan thema Bodem.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 3 juli 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 10: 1e wijziging omgevingsplan thema Bodem - Voorstel22.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

31 alinea's met “informatieplicht”: 11 20 117 148 163 176 221 231 232 288 313 329 546 547 551 573 576 591 592 595 596 597 598 617 624 625 653 654 655 671 677

Raadsvergadering Papendrecht Vergadering van 3 juli 2025 Zaaknummer: 2025-0031387

Voorstel Openbaar

1e wijziging omgevingsplan thema Bodem Bevoegde portefeuillehouder:

Arjan Kosten

Betrokken portefeuillehouder(s):

Arno Janssen;

Wettelijke basis (aanvullend) artikel 2.4, 4.1 en 4.2 van de Omgevingswet Fatale termijn: Per 1 juli vervallen de voorbeschermingsregels bodem. Het is van belang om de bodemregels uiterlijk 3 juli vast te stellen.

Gevraagd besluit 1. geen MER op te stellen. 2. de nota van beantwoording zienswijzen en de staat van wijzigingen vast te stellen. 3. het gewijzigde "Besluit tot wijziging van het omgevingsplan, thema bodem" van de gemeente Papendrecht, inclusief bijbehorende motivering, vast te stellen.

Inhoud Inleiding Per 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. In deze wet zitten vier hiaten op het gebied van bodemregelgeving. Daarom is in samenwerking met de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) een voorbereidingsbesluit opgesteld als reparatie van de bodemregelgeving. Het voorbereidingsbesluit bodemregels is op 14 december 2023 door de raad vastgesteld. Het voorbereidingsbesluit heeft een wettelijke looptijd van maximaal 1,5 jaar en verloopt per 1 juli 2025. Dan moeten de bodemregels zijn opgenomen in het definitieve omgevingsplan. Tegelijk met dit voorbereidingsbesluit heeft de raad besloten om het omgevingsplan te wijzigen en de bodemregels daarmee definitief vast te leggen in het omgevingsplan. Met dit raadsvoorstel wordt hier vervolg aan gegeven. Beoogd effect De bodemregels in het definitieve omgevingsplan dragen bij aan een gezonde en veilige leefomgeving, hebben betrekking op de bodemkwaliteit en als doel om zuinig om te gaan met energie en grondstoffen. Argumenten 1.1. Een milieubeoordeling kan achterwege blijven. De Omgevingswet verplicht om na te gaan of de voorgenomen activiteiten mogelijk tot nadelige milieueffecten kunnen leiden. Indien de regels activiteiten mogelijk maken die opgenomen zijn in kolom 1 bijlage V van het Omgevingsbesluit kan een m.e.r.(beoordeling) verplicht zijn. De m.e.r.

beoordeling is er dan op gericht na te gaan of uitvoering van het plan kan leiden tot aanzienlijke effecten op het milieu. Zijn er aanzienlijke effecten, dan is een m.e.r. procedure noodzakelijk. Deze wijziging van het omgevingsplan tot vaststelling van de bodemregels voorziet niet in het mogelijk maken van een project of is niet kaderstellend voor projecten als bedoeld in kolom 1 van bijlage V. Een milieubeoordeling kan daarom achterwege worden gelaten.

2.1. Tijdens de ter inzagelegging zijn vijf zienswijzen ingekomen. Om de omzetting van de bodemregels naar het definitieve omgevingsplan te realiseren is in samenwerking met de OZHZ en de regiogemeenten in de Drechtsteden een ontwerp-omgevingsplan opgesteld. Van 9 januari 2025 t/m 19 februari 2025 heeft een ontwerp-omgevingsplan ter inzage gelegen. Tijdens de termijn van terinzagelegging zijn vijf zienswijzen ingekomen. Vier van de vijf zienswijzen geven aanleiding om het ontwerp-omgevingsplan te wijzigen. Voor een compleet overzicht van de zienswijzen en de beantwoording wordt verwezen naar de nota van beantwoording zienswijzen in bijlage 1. 2.2. De zienswijzen leiden tot wijziging van het ontwerp omgevingsplan. De meest ingrijpende wijziging betreft het opheffen van het verbod voor het toepassen van bouwstoffen als staalslakken en AVI-bodemas en thermisch gereinigde grond. AVI-bodemas is het restproduct van een afvalverbrandingsinstallatie (AVI). Hiervoor komt een vergunningplicht in de plaats. In de motivering dit wordt nader toegelicht, zie bijlage 3. De indieners van zienswijzen geven aan dat er landelijk sprake is van alleen een informatieplicht. Een verbod op de toepassing van genoemde bouwstoffen vinden zij een te zware maatregel. Voor een compleet overzicht van de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen wordt verwezen naar bijlage 1 én bijlage 1a. 2.3.

Ook ambtelijke wijzigingen zijn noodzakelijk. Naast de ingekomen zienswijzen kunnen ambtelijke wijzigingen worden doorgevoerd. Dit kunnen taal en of schrijffouten zijn, maar in dit geval omvat het bijvoorbeeld ook een technische omissie. Zo is door een technisch fout in de software een delegatiebepaling niet meegekomen bij het publiceren van het ontwerp-omgevingsplan. Voorgesteld wordt dit alsnog op te nemen. Voor een compleet overzicht van de ambtshalve wijzigingen wordt verwezen naar de nota van beantwoording zienswijzen in de bijlage 1. 3.1. Door dit besluit wijzigt de structuur, worden bodemregels vastgelegd en de bodemregels uit de bruidsschat ingetrokken. Dit besluit tot wijziging van het omgevingsplan, thema bodem voorziet in de volgende wijzigingen van het omgevingsplan van de gemeente Papendrecht: 1. het wijzigen van de structuur van het omgevingsplan; 2. het definitief vastleggen van de bodemregels in het omgevingsplan; 3. het intrekken van artikelen uit de bruidsschat die betrekking hebben op de bodemregels. Voor een nadere technische toelichting wordt verwezen naar bijlage 6. 3.2. De bodemregels voldoen aan de ambities en doelstellingen van de omgevingsvisie 2.0. In de omgevingsvisie zijn de doelen ten aanzien van voorzorg, preventief handelen en bronbestrijding bij bodemkwaliteit vastgelegd.

Specifiek voor bodemkwaliteit geldt: naast verbetering van de bodemkwaliteit bij herontwikkeling wordt verslechtering van de bestaande bodemkwaliteit zoveel mogelijk voorkomen. Hiertoe stellen we in het omgevingsplan lokale normen vast. We nemen preventief maatregelen op het voorkomen van verslechtering van de bodemkwaliteit. 3.3. Met de bodemregels worden hiaten in de bodemregelgeving onder de Omgevingswet definitief opgelost. De Omgevingswet schiet voor onze regio tekort omdat bijvoorbeeld PFOA er niet in staat. Daarom hebben alle gemeenten in de regio al het zogenaamde voorbereidingsbesluit genomen om enkele tekortkomingen op te vangen. De voorbeschermingsregels worden nu samen met de 'overige' regels overgezet naar het definitieve omgevingsplan. De 'overige' regels zijn instructieregels vanuit het Rijk en de provincie. Het merendeel van deze regels betreft een beleidsneutrale omzetting. 3.4. Een aantal onderwerpen binnen de bodemregels zijn beleidsvernieuwend. Een deel van de bodemregels vloeit voort uit de voorbeschermingsregels. Nieuwe bodemregels vangen tekortkomingen in de Omgevingswet op en sluiten aan bij nieuwe ontwikkelingen, zoals de opkomst van vluchtige stoffen. in bijlage 6 wordt hier nader op ingegaan.

2/58

3.5. Met deze wijziging krijgen de regels omtrent bodembescherming een permanente plek in het omgevingsplan. In het omgevingsplan staan alle lokale regels voor de fysieke leefomgeving. Deze wijziging gaat over het thema bodemkwaliteit. De nieuwe regels gaan over het hergebruik en toepassen van grond, graven, saneren, nazorg na saneren en bouwen op verontreinigde grond. Onderwerpen zoals bodemdaling en verdroging komen hierin niet aan bod. Het gaat alleen over de bodemkwaliteit. De regels vervangen de oude gemeentelijke verordeningen, bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de bodembeheernota (2010). 3.6. Intrekken bodemregels bruidsschat. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn ook regels van het Rijk naar het omgevingsplan overgegaan. Deze regels heten de bruidsschat. De gemeenteraad mag zelf een afweging maken over deze regels. Dit betekent regels behouden, wijzigen of intrekken. Dit moet vóór 2032 gebeuren anders komen de bruidsschatregels van rechtswege te vervallen. Door het opnemen van de bodemregels in het omgevingsplan zijn de regels voor de bodemkwaliteit geborgd. Daarmee kunnen de bruidsschatregels ter bescherming van de bodem worden ingetrokken, zie bijlage 2. Kanttekeningen 3.1. Het verlopen van de voorbeschermingsregels per 1 juli 2025 vormt een risico.

Met het vervallen van de voorbeschermingsregels per 1 juli 2025 zijn de nieuwe bodemregels nog niet van kracht. Hoewel terugvallen wordt op de regels van voor inwerkintreding van de voorbeschermingsregels schuilt hier een risico. Deze risico's zijn de volgende: • Een omgevingsvergunning kan niet worden getoetst aan de gehalten PFOA, lood en barium in de bodem. Bij verhoogde gehalten is het niet makkelijk of zelfs niet mogelijk om saneringsmaatregelen voor te schrijven. De kans is relatief klein, want alleen op bepaalde plekken in Papendrecht zijn deze verhoogde gehalten aanwezig in de bodem. Dit risico geldt ook voor het graven in de grond. Het milieu en bewoners zijn daardoor minder beschermd. • Bij het saneren van vluchtige stoffen in de bodem gelden landelijk minder strenge regels met een lager beschermingsniveau voor bewoners. Dit soort saneringen komt echter niet vaak voor. • De aandachtsbouwstoffen zijn vrij toepasbaar. De toepassingen zijn niet van te voren bekend bij het bevoegd gezag en er kan niet getoetst worden of er milieueffecten te verwachten zijn en of de locatie geschikt is. Alleen achteraf, nadat de bouwstoffen al op de bodem zijn aangebracht, kan worden ingegrepen door maatregelen op te leggen. Deze bouwstoffen worden vaak toegepast bij grotere projecten bij bijvoorbeeld nieuwbouw van bedrijfsloodsen en (snel)wegen.

Wanneer voor een kleine periode de bescherming vervalt is de kans dat dit zich voordoet klein. Deze regels richten zich met name op de langere termijn. Voor de overige onderwerpen geldt overgangsrecht, deze gelden dus nog. 3.2. Het risico wordt laag ingeschat. Door het vervallen van de voorbeschermingsregels per 1 juli 2025 treden de nieuwe bodemregels in werking vier weken na bekendmaking. Hoewel terugvallen wordt op de regels van voor inwerkintreding van de voorbeschermingsregels schuilt hier een risico. Dit risico wordt laag ingeschat. Dit is mede gebaseerd op het feit dat gedurende het van kracht zijn van de voorbeschermingsregels slechts drie concrete aanvragen zijn geweest in de regio Drechtsteden. In deze gevallen is met omgevingsvergunning medewerking verleend aan toepassing van aandachtsbouwstoffen. Het gaat om de volgende drie gevallen: 1. (staal) slak in Sliedrecht 2. immobilisaat in Molenlanden 3. Thermisch Gereinigde Grond in Molenlanden. 3.3. Verzwaring van regelgeving door het opnemen van vergunningplicht voor toepassen van bouwstoffen en thermisch gereinigde grond kan leiden tot beroep. Hoewel uit wordt gegaan van een beleidsneutrale overgang zijn bouwstoffen als staalslakken, AVIbodemas en thermisch gereinigde grond landelijk vrij toepasbaar. Daarbij geldt nu, op basis van de voorbeschermingsregels een verbod.

Dit wordt naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen een

3/58

vergunningplicht. Hoewel dit een aanzienlijke verlichting is ten opzichte van het verbod, is het alsnog zwaarder dan de informatieplicht zoals die nu geldt. Mogelijk gaan de indieners van zienswijzen tegen het besluit in beroep. Financiën Dit besluit heeft geen financiële gevolgen. Uitvoering Na besluitvorming wordt het omgevingsplan gepubliceerd op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het omgevingsplan wordt digitaal ontsloten via https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/. Vervolgens ligt het gedurende zes weken digitaal ter inzage voor beroep. Eenieder kan tegen het omgevingsplan beroep aantekenen. De indieners van zienswijzen ontvangen schriftelijk bericht over de afhandeling van hun zienswijze, de besluitvorming en de rechtsberschermingsmogelijkheden. Communicatie & participatie De voorgenomen wijziging van het omgevingsplan is als bijlage A Besluitdocument omgevingsplan Papendrecht, thema bodem, opgenomen bij dit voorstel. Dit document geeft een duidelijke beeld van de wijzigingen ten opzichte van het huidige omgevingsplan. om ook een duidelijke beeld te schetsen van het totale omgevingsplan na vaststelling van deze wijziging is in bijlage 7 de totale tekst van het omgevingsplan opgenomen zoals deze wordt gepubliceerd op regels-op-de-kaart. Om de leesbaarheid te bevorderen zijn de wijziging met groen (nieuw) en rood (vervallen) aangegeven.

Bij publicatie komt deze arcering te vervallen. In voorbereiding op de bodemregels en het ontwerp-omgevingsplan is in oktober 2024 voor professionele partijen (grondverzetbedrijven, aannemers en adviesbureaus) een regionale informatiebijeenkomst georganiseerd door Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. In bijlage 4 is een verslag van deze bijeenkomst te lezen. Ook is in november een lokale inloopavond georganiseerd waar inwoners vragen konden stellen. In bijlage 5 is een verslag van deze bijeenkomst te lezen. In begrijpelijke taal is over de bodemregels een voorlichtingsfilmpje gemaakt door de Omgevingsdienst. Zie https://www.ozhz.nl/themas/bodem/nieuwe-lokale-bodemregels/. Duurzaamheid & ecologie De vaststelling van de bodemregels draagt bij aan een gezonde en veilige leefomgeving, de bescherming van de bodemkwaliteit en een duurzaam gebruik van de bodem. Voor de ecologie is de juiste bodemkwaliteit van belang. Zo mag in wegbermen buiten de bebouwde kom alleen grond van de klasse "wonen" of schoner worden toegepast. Voorheen mocht hier klasse "industrie" worden toegepast, maar dit is niet goed voor de ecologie. Ook zijn normen opgenomen voor de zuurgraad (pH) en het zoutgehalte van grond. Deze waren nooit duidelijk, maar zijn wel belangrijk voor de ecologie. De zuurgraad en het zoutgehalte moeten aansluiten bij wat in de regio passend is.

Deze waarden zijn nu opgenomen in de regels. ICT Dit besluit heeft geen gevolgen voor ICT. Alle relevante stukken zijn voor u ter inzage gelegd.

secretaris

burgemeester

4/58

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Bijlage A. Besluitdocument omgevingsplan Papendrecht, thema bodem d.d. 3 juli 2025.pdf Bijlage 1a. Staat van wijzigingen omgevingsplan Bodem.docx Bijlage 2. Bodemregels - wijzigingen t.o.v. Ontwerp.docx Bijlage 3. Motivering wijziging omgevingsplan, thema bodem.docx Bijlage 4. Verslag regionale informatiebijeenkomst bodemregels 16 oktober 2024.pdf Bijlage 5. Verslag inloopavond bewoners Papendrecht inzake bodemregels 12 november 2024.pdf Bijlage 6 Technische toelichting.docx Bijlage 7. Omgevingsplantekst na vaststelling eerste wijziging.pdf Bijlage 1. Nota van zienswijzen wijziging omgevingsplan bodemregels.docx

Niet digitale bijlagen

5/58

Omgevingsplan gemeente Papendrecht Besluit tot wijziging van het omgevingsplan, thema bodem De GEMEENTERAAD van Papendrecht; • gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 mei 2025; • gelet op het doel gezonde en veilige leefomgeving uit de omgevingsvisie; • gelet op de artikelen 2.4, 4.1 en 4.2 van de Omgevingswet; overwegende dat: • overeenkomstig artikel 16.30 Omgevingswet en afdeling 3.4 Awb, het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen en er in die periode 5 zienswijzen zijn ontvangen; • gelezen het raadsvoorstel d.d. 3 juli 2025 waarin wordt voorgesteld aan die zienswijzen gedeeltelijk tegemoet te komen besluit :

Artikel I Het omgevingsplan Papendrecht te wijzigen zoals is weergegeven in Bijlage A.

Artikel II Dit wijzigingsbesluit treedt in werking op de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. Aldus besloten in de vergadering van d.d. 3 juli 2025 De griffier, M.A.J.R. Hermans De voorzitter, M.J.M. van Driel

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

6/58

Bijlage A artikel I A Artikel 11.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.2 Maatwerkvoorschriften bodem Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de paragrafen 11.2.2 tot en met 11.2.10 met uitzondering van de beperking voor maatwerkvoorschriften ten aanzien van grondwatersanering zoals gesteld in artikel 11.42 11.45 . B Artikel 11.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.7 Verbod toepassen thermische Aanwijzing vergunningplichtige gevallen thermisch gereinigde grond Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in afwijking van aanvulling op paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden zonder omgevingsvergunning thermisch gereinigde grond toe te passen. C Na artikel 11.7 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 11.8 Aanvraagvereisten vergunning thermisch gereinigde grond Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 11.7, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit, als bedoeld in artikel 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. een planning van de werkzaamheden; c. een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen grond of baggerspecie die overeenkomstig BRL SIKB 7500 is bewerkt in een grondreinigingsinstallatie, aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid, kritische parameters van deze bouwstof en indien relevant de eisen van het productcertificaat; d. de ligging en de omvang van de toepassing, aangeduid in locatietekeningen en doorsneden; e. een identificatie en een beschrijving van de kritische aspecten en hoe hier de zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt ingevuld, waaronder in ieder geval grondwater en oppervlaktewater in de nabijheid, zetting, PH-buffercapaciteit, kwetsbare objecten en ecologie; f. een beschrijving van de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van stofvorming wordt voorkomen en ook de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van wateropvang, als dit vrijkomt uit het materiaal, wordt voorkomen; g.

een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat grond en baggerspecie die overeenkomstig BRL SIKB 7500 is bewerkt in een grondreinigingsinstallatie de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden of anderszins in strijd met de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast; h. de toepassingshoogte ten opzichte van de grondwaterstand (GHG); i. de schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; j. het akkoord van de opdrachtgever; k. de gegevens van de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase; en l. de verwachte zetting voor de komende 100 jaar.

2

7/58

Artikel 11.9 Beoordelingsregels thermisch gereinigde grond De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 11.7, wordt alleen verleend als: a. de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd; c. de toepassing verenigbaar is met het belang van: 1°. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 2°. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 3°. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; d. bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; e. de toepassing past bij de functie van de locatie; f. de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte; g. de thermisch gereinigde grond: 1°. zodanig wordt toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterafstand (GHG) ligt en niet in contact komt met het grond- en oppervlaktewater; en 2°.

wordt toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen; h. de bovenafdichting waaronder de thermisch gereinigde grond wordt toegepast binnen 1 jaar na toepassing wordt aangebracht; en i. de thermisch gereinigde grond wordt toegepast over een oppervlakte van minimaal 1.000 m2. D Artikel 11.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.8 11.10 Bodemvreemd materiaal in toe te passen grond of baggerspecie 1.

Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in afwijking van artikel 4.1271, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, binnen de bodemfunctieklassen landbouw/natuur en wonen alleen grond of baggerspecie toegepast, als daarin niet meer dan 5 gewichtsprocent steenachtig materiaal of hout voorkomt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een grootschalige toepassing als bedoeld in artikel 4.1274 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van de afdeklaag als bedoeld in het vierde lid van dat artikel.

E Artikel 11.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.9 11.11 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie 1.

Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in aanvulling op artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen grond of baggerspecie toegepastals deze voldoet aan de kwaliteitseisen en bijbehorende zones als bepaald in tabel 11.9.1 11.11.1 . Tabel 11.9.1 afwijkende11.11.1 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie

3

Zones

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)

Alle zones

pH waarde is minimaal 5 en maximaal 9

Alle zones

Maximaal 200 mg/kg droge stof chloride

Alle zones

Maximaal 920 mg/kg droge stof barium

8/58

2.

Zones

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)

Wonen

Maximaal 90 mg/kg droge stof lood

Volks-/Moestuin

Maximaal 50 mg/kg droge stof lood

Asbestgevoelige locatie

Maximaal 10 mg/kg droge stof asbest (gewogen gehalte)

Met het oog op het gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stof nikkel niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; b. afkomstig is uit en toegepast wordt binnen de locatie 'bodembeheergebied grond en baggerspecie'; en c. voor de stof nikkel voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.9.2 11.11.2 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast. Tabel 11.9.2 afwijkende11.11.2 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie Zones

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)

Wonen

Maximaal 56 mg/kg droge stof nikkel

F Artikel 11.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.10 11.12 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen van baggerspecie 1.

Met het oog op het beschermen van het milieu wordt in aanvulling op artikel 4.1278, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen baggerspecie toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen als bepaald in tabel 11.10.1 11.12.1 . Tabel 11.10.1 afwijkende11.12.1 Afwijkende kwaliteitseisen voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie

2.

Zones

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)

Alle zones

Maximaal 200 mg/kg droge stof chloride

Het eerste lid is niet van toepassing als de baggerspecie wordt verspreid op een naastgelegen perceel of op percelen die reeds belast zijn met chloride in gehalten boven de kwaliteitseis. Dit dient middels een (water)bodemonderzoek of beheerplan te zijn aangetoond.

G Artikel 11.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.11 11.13 GERESERVEERD [Gereserveerd] GERESERVEERD. H Het opschrift van artikel 11.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

4

9/58

Artikel 11.12 11.14 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor wegbermen buiten bebouwde kom I Artikel 11.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.13 11.15 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor bedrijventerreinen Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. afkomstig is uit het 'bodembeheergebied grond en baggerspecie' en toegepast wordt op een bedrijventerreinen bedrijventerrein met een oppervlakte groter dan 2 hectare; en b. de grond of baggerspecie voldoet aan de kwaliteitseisen van de kwaliteitsklassen industrie, wonen of landbouw/natuur, bedoeld in artikel 25d, tweede en derde lid van het Besluit bodemkwaliteit. J Artikel 11.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.14 11.16 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie PFAS Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stoffen PFOA (perfluoroctaanzuur), PFOS (perfluoroctaansulfonaten) en overige PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; b. afkomstig is uit en toegepast wordt binnen het gebied 'zone B PFAS zonekaart'; en c. voor de stoffen PFOA en PFOS voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.14.1 11.16.1 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast. Tabel 11.14.1 afwijkende11.16.1 Afwijkende kwaliteitseisen zone B Zones

Stof

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem, uitgedrukt in mg/kg droge stof)

Landbouw/natuur

PFOA

0,0023

Landbouw/natuur

PFOS

0,0024

Moestuinen en Volkstuinen Volks/Moestuin

PFOA

0,0023

Moestuinen en Volkstuinen Volks/Moestuin

PFOS

0,0024

K Artikel 11.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.15 11.17 Maatwerkregel milieukwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie

5

1.

Voor zover de milieuverklaring bodemkwaliteit, als bedoeld in artikel 4.1272, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart, wordt ook met een verkennend bodemonderzoek aangetoond dat aan het eerste en tweede lid van artikel 4.1272 van dat besluit wordt voldaan.

2.

In aanvulling op het eerste lid wordt het verkennend bodemonderzoek:

10/58

a. b.

c.

verricht overeenkomstig de onderzoeksstrategieën voor (grootschalige) onverdachte locaties, als bedoeld in NEN 5740; gebaseerd op een vooronderzoek dat overeenkomstig NEN 5725 is verricht waarbij het standaard stoffenpakket is aangevuld met andere verontreinigende stoffen die op grond van historie van de te onderzoeken locatie kunnen worden verwacht; en niet gedaan naar de kwaliteit van het grondwater.

L Artikel 11.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.16 11.18 Maatwerkregel informatieplicht toepassen grond of baggerspecie 1.

Artikel 4.1267, tweede lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt is niet van toepassing.

2.

In aanvulling op artikel 4.1267, eerste lid, onder c d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden ook de volgende rapporten verstrekt: a. een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 11.15 11.17 als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart; b. een rapport van een bodemonderzoek als bedoeld in de milieuverklaring Regeling bodemkwaliteit, bedoeld in dat onderdeel, als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een bodemonderzoek; en c. een rapport van een partijkeuring als de milieuverklaring bodemkwaliteit, bedoeld in dat onderdeel, bestaat uit een verklaring op grond van een partijkeuring.

3.

In aanvulling op artikel 4.1267 in het Besluit activiteiten leefomgeving worden extra gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt in verband met de risico's bij de toepassing van grond of baggerspecie.

M Het opschrift van artikel 11.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.17 11.19 Toepassingsbereik toepassen van bouwstoffen N Het opschrift van artikel 11.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.18 11.20 Oogmerken toepassen van bouwstoffen O Artikel 11.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.19 11.21 Verbod toepassen van Aanwijzing vergunningplichtige gevallen AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, en metaalslakken Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in afwijking van aanvulling op paragraaf 4.123 van het Besluit activiteit activiteiten leefomgeving, verboden zonder omgevingsvergunning AVIbodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie , of metaalslakken bestaan, toe te passen. P Na artikel 11.19 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

6

11/58

Artikel 11.22 Aanvraagvereisten vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 11.21, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit, als bedoeld in artikel 4.1258 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. een planning van de werkzaamheden; c. de RD-coördinaten van de ontvangende landbodem; d. de ligging, de omvang en de dimensionering van de functionele toepassing, aangeduid in locatietekeningen en doorsneden; e. een onderbouwing van de toepassingshoogte na zetting van het werk ten opzichte van de grondwaterstand (GHG); f. de hoeveelheid AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, in kubieke meters die in totaal in het werk zal worden toegepast; g. de aanduiding van de functionele toepassing, als bedoeld in artikel 4.1260 Bal, in het kader waarvan de AVI-bodemassen, grondstabilisatie, immobilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, worden toegepast; h.

een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, die de kwaliteit duidt, aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid en kritische parameters van deze bouwstof; i. de schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; j. het akkoord van de opdrachtgever; k. de gegevens van de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase; l. een beschrijving van de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van stofvorming wordt voorkomen en, indien de bouwstof met een toepassingseis gericht op het voorkomen van permanent in contact komen van de bouwstof met hemel-, grond- en oppervlaktewater wordt geleverd, ook de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van wateropvang als dit vrijkomt uit het materiaal wordt voorkomen; m. bij het toepassen van immobilisaten: een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de toevoeging van de bindmiddelen aan de bodem de zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden; n.

bij het toepassen van immobilisaten: de hoeveelheid bindmiddelen en de exacte beschrijving en receptuur van het type immobilisaat die in totaal voor de immobilisatie of stabilisatie van de bodem zal worden toegepast; en o. een beschrijving van de voorzieningen en de maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden.Item

Artikel 11.23 Beoordelingsregels vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 11.22, wordt alleen verleend als: a. de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd; c. de toepassing verenigbaar is met het belang van: 1°. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 2°. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 3°. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; d. bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam;

7

12/58

e. f. g. h.

i. j.

k.

de locatie van de toepassing zich niet in een waterwingebied bevindt, tenzij het de uitvoering van taken betreft door drinkwaterbedrijven als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet; de toepassing past bij de functie van de locatie; de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte; de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan: 1°. zodanig worden toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) liggen en niet in contact komen met het grond- en oppervlaktewater; en 2°.

worden toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen; indien de bouwstoffen met aanvullende toepassingseisen (zogenaamde 'wenken' voor de toepasser) worden geleverd, wordt voldaan aan de aanvullende toepassingseisen; beschreven is welke voorzieningen of maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, in de aanlegfase en in de gebruiksfase de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden; en de toepassing in de aanlegfase en gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Q Het opschrift van artikel 11.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.20 11.24 Toepassingsbereik opslaan van grond en baggerspecie R Het opschrift van artikel 11.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.21 11.25 Oogmerken opslaan van grond en baggerspecie S Artikel 11.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.22 11.26 Afscherming bij opslaan grond 1.

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen wordt, in aanvulling op paragraaf 4.122 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij het opslaan van grond van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen en industrie: a. het depot grond afgeschermd van de omgeving, en b. indien sprake is van asbesthoudende grond: de bovenzijde van het depot met een zeil afgedekt. Er is sprake van asbesthoudende grond als meer dan 10 mg/kg droge stof asbest aanwezig is in de grond of als asbesthoudend materiaal zichtbaar aanwezig is in de partij grond.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

T Het opschrift van artikel 11.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.23 11.27 Maatwerkregel informatieplicht: beëindigen activiteit

8

13/58

U Artikel 11.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.24 11.28 Oogmerken graven in de bodem De regels in paragraaf 11.1.5 Graven in de bodem subparagraaf 11.1.5.2 en 11.1.5.3 zijn, in aanvulling op artikel 11.1 gesteld met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en doelmatig beheer van afvalstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. V Subparagraaf 11.1.5.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 11.1.5.2 Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 11.25 11.29 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze paragraaf subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.

Artikel 11.26 11.30 Maatwerkregel graven Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ook van overeenkomstige toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) onder of gelijk aan 0,060 mg/kg droge stof.

Artikel 11.27 Maatwerkregel bodem en afval: tijdelijk uitnemen van grond 1.

Bij het terugbrengen van grond op of nabij de locatie van uitname, bedoeld in artikel 4.1222a Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de grond binnen hetzelfde werk binnen 25 meter van de herkomstlocatie en onder dezelfde omstandigheden teruggebracht. Daarbij mogen er geen aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit op de locatie waar de grond wordt teruggebracht verslechtert.

2.

In afwijking van het eerste lid kan grond binnen hetzelfde werk worden ontgraven en teruggebracht op afstanden groter dan 25 meter van de herkomstlocatie als: a. de bodemkwaliteit van het gehele werkgebied bekend is via minimaal een verkennend bodemonderzoek; en b. de terug te brengen grond van vergelijkbare of betere kwaliteit is dan de kwaliteit van de terugbrenglocatie.

3.

Bij de toepassing van het tweede lid wordt rekening gehouden met humane en ecologische risico's en de toekomstige gebruiksfunctie van de locatie.

4.

Toepassing van het tweede en derde lid blijkt uit een grondstromenplan.

Artikel 11.28 11.31 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit

9

1.

Indien grond binnen hetzelfde werk wordt ontgraven en teruggebracht op afstanden groter dan 25 meter van de herkomstlocatie, wordt, in aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving, ook een verkennend bodemonderzoek en het grondstromenplan, bedoeld in artikel 11.27, verstrekt.

2.

Het verkennend bodemonderzoek wordt ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

14/58

3.

In aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste een week voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij het graven in de bodem.

W Artikel 11.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.29 11.32 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze paragraaf subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3. X Artikel 11.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.30 11.33 Maatwerkregel graven Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.120 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ook van overeenkomstige toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) van meer dan 0,060 mg/kg droge stof. Y Het opschrift van artikel 11.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.31 11.34 Maatwerkregel meldingsplicht: voor het begin van de activiteit Z Artikel 11.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.32 11.35 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit 1.

In aanvulling op artikel 4.1226 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste vier weken voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij de het graven in de bodem.

2.

In afwijking van het eerste lid, geldt bij het tijdelijk uitnemen van grond een termijn van een week, als bedoeld in artikel 4.1226, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

AA Artikel 11.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.33 11.36 Oogmerken saneren van de bodem De regels in paragraaf subparagraaf 11.1.6.2 paragraaf 11.1.6 Saneren van de bodem en 11.1.6.3 zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op: a. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersysteem; en b. het beschermen van het milieu waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.

10

15/58

BB Artikel 11.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.34 11.37 Toepassingsbereik saneren Deze paragraaf subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'saneren van de bodem'. CC Het opschrift van artikel 11.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.35 11.38 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen duurzaam aaneengesloten verhardingslaag DD Artikel 11.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.36 11.39 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie Met het oog op het beschermen zuinig gebruik van de gezondheid energie en grondstoffen en het beschermen van de kwaliteit van de bodem het milieu heeft, in afwijking van artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte opgenomen in tabel 11.36.1 11.39.1 voor het betreffende bodemgebruik. Tabel 11.36.1 minimale11.39.1 Minimale dikte van de afdeklaag Minimale dikte leeflaag (in cm)

Bodemgebruik

50

Industrie- en bedrijventerreinen, groenzones industrie- en bedrijventerrein, zonneparken en wegbermen

EE Artikel 11.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.37 11.40 Maatwerkregel saneringsaanpak: terugsaneerwaarden lood en PFOA bij verwijdering van verontreiniging Met het oog op het beschermen van de gezondheid en de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verontreiniging van de bodem verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof die boven de waarde, bedoeld in artikel 11.55 11.58 was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan de waarde opgenomen in tabel 11.37.1 11.40.1 voor de betreffende zone. Tabel 11.37.1 terugsaneerwaarden11.40.1 Terugsaneerwaarden bij verwijderen van verontreiniging Zone en bodemfunctieklasse/ gebruiksfunctie

Waarden stof (in mg/kg droge stof voor standaard bodem)

Lood Moes- en volkstuinen Volks-/moestuin

50

Wonen

90

PFOA zone B Landbouw/natuur

11

0,0023

16/58

Zone en bodemfunctieklasse/ gebruiksfunctie

Waarden stof (in mg/kg droge stof voor standaard bodem)

Moes- en volkstuinen Volks-/moestuin

0,0023

Wonen

0,007

Industrie

0,007

PFOA zone A Landbouw/natuur

0,0019

Moes- en volkstuinen Volks-/moestuin

0,0019

Wonen

0,007

Industrie

0,007

FF Het opschrift van artikel 11.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.38 11.41 Maatwerkregel saneringsaanpak: uitdampen naar bodemgevoelig gebouw bij verwijderen van verontreiniging GG Het opschrift van artikel 11.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.39 11.42 Maatwerkregel meldingsplicht saneren HH Het opschrift van artikel 11.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.40 11.43 Maatwerkregel informatieplicht aan het begin van de activiteit saneren II Artikel 11.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.41 11.44 Toepassingsbereik grondwatersaneringen Deze paragraaf subparagraaf is van toepassing op het saneren van de grondwaterbodem ter uitvoering van een bronaanpak als bedoeld in artikel 7.32, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. JJ Het opschrift van artikel 11.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.42 11.45 Maatwerkvoorschrift grondwaterverontreiniging KK Artikel 11.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

12

17/58

Artikel 11.43 11.46 Maatwerkregel saneringsaanpak grondwaterverontreiniging 1.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving: , de sanering uitsluitend uitgevoerd volgens de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging als bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.

In afwijking van het eerste lid, kan de saneringsaanpak afdekken, bedoeld in artikel 4.1241 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast indien: a. de afdeklaag bestaat uit een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. aannemelijk wordt gemaakt dat de saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater.

LL Het opschrift van artikel 11.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.44 11.47 Maatwerkregel informatieplicht bij begin van de grondwaterbodemactiviteit MM Het opschrift van artikel 11.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.45 11.48 Maatwerkregel informatieplicht bij beëindiging van de grondwaterbodemactiviteit NN Het opschrift van artikel 11.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.46 11.49 Toepassingsbereik nazorg OO Het opschrift van artikel 11.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.47 11.50 Nazorg na afloop van saneren van de bodem PP Het opschrift van artikel 11.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.48 11.51 Nazorg tijdelijke beschermingsmaatregelen bij toevalsvondst QQ Het opschrift van artikel 11.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.49 11.52 Toepassingsbereik historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico

13

18/58

RR Het opschrift van artikel 11.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.50 11.53 Oogmerken historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico SS Artikel 11.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.51 11.54 Mitigerende maatregelen historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico 1.

Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.49 11.52 verricht, neemt in het belang van de bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.

2.

Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.49 11.52 verricht, neemt in het belang van het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen maatregelen om verdere verontreiniging van het grondwater, al dan niet indirect vanuit de vaste bodem, te voorkomen of te beperken, of als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.

TT Het opschrift van artikel 11.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.52 11.55 Toepassingsbereik bouwen van een bodemgevoelig gebouw UU Het opschrift van artikel 11.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.53 11.56 Oogmerken bouwen van een bodemgevoelig gebouw VV Artikel 11.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.54 11.57 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie' uit te voeren, voor zover de activiteit 'gebouw bouwen', 'bijbehorend bouwwerk bouwen' of 'bouwactiviteit' het om een bouwactiviteit gaat die als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan. WW Artikel 11.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

14

19/58

Artikel 11.55 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie 1.

Voor de stoffen, bedoeld in bijlage XIIIa van het Besluit kwaliteit leefomgeving, gelden de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.

2.

Er is sprake van een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

3.

In afwijking van het tweede lid is het zinsdeel "in meer dan 25 m3 bodemvolume" niet van toepassing op de stof asbest.

4.

In afwijking van het eerste lid zijn voor lood de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opgenomen in tabel 11.55.1 11.58.1 .

5.

In afwijking van het eerste lid zijn voor PFOA de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opgenomen in tabel 11.55.1 11.58.1 . Tabel 11.55.1 waarde11.58.1 Waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem voor lood en PFOA per gebruiksfunctie Gebruiksfunctie (in de zin van de bodemfunctiekaart en bodemfunctieklassen)

Gebruiksfunctie Waarden (in mg/kg droge stof)

Lood Landbouw/natuur

370

Wonen

370

PFOA (perfluoroctaanzuur) Landbouw/natuur

0,030

Wonen

0,030

Industrie

0,030

XX Het opschrift van artikel 11.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.56 11.59 Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie YY Het opschrift van artikel 11.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.57 11.60 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw ZZ Het opschrift van artikel 11.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.58 11.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie AAA

15

20/58

Het opschrift van artikel 11.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.59 11.62 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw BBB Artikel 11.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.60 11.63 Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw 1.

Een melding als bedoeld in artikel 11.59 11.62 bevat: a. de resultaten van een verkennend bodemonderzoek; b. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; c. het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht; d. de dagtekening; en e. bij overschrijding van een waarde als bedoeld in artikel 11.55 11.58 de gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan.

3.

De resultaten van een bodemonderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

CCC Artikel 11.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.61 11.64 Maatwerkvoorschriften meldingsplicht bouwen van een bodemgevoelig gebouw Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 11.59 11.62 . artikel 11.58 Artikel 11.61 is van overeenkomstige toepassing. DDD Artikel 11.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.62 11.65 Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie Bij overschrijding van een waarde van de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een bodemgevoelige locatie alleen in gebruik genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de maatregelen, bedoeld in artikel 11.56 11.59 , zijn getroffen. EEE Artikel 11.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.63 11.66 Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw

16

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie als bedoeld in paragraaf 7.3.5.1 Toelaten van een bouwactiviteit op een grondwatergevoelige locatie van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening Omgevingsverordening.

2.

Onder een significante verontreiniging van het grondwater wordt verstaan een significante verontreiniging van het grondwater als bedoeld in artikel 3.131 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

21/58

FFF Artikel 11.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.64 11.67 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie' uit te voeren, voor zover de activiteit 'gebouw bouwen', 'bijbehorend bouwwerk bouwen' of 'bouwactiviteit' het om een bouwactiviteit gaat die als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan. GGG Artikel 11.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.65 11.68 Voorafgaand grondwateronderzoek 1.

Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie is alleen toegestaan als onderzocht is of sprake is van een verontreiniging van het grondwater zoals bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening Omgevingsverordening.

2.

Aan het eerste lid wAan het eerste lid wordt voldaan door:ordt voldaan door: a. het verrichten van voorafgaand bodemonderzoek; of b. het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29, in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidig dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of bij een mogelijk mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

HHH Artikel 11.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.66 11.69 Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit 1.

Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie bij een verontreiniging van grondwater als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is uitsluitend toegestaan als een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is uitgevoerd overeenkomstig paragraaf 3.4.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de bron van verontreiniging van het grondwater: a. zich niet langer bevindt in de vaste bodem van de grondwatergevoelige locatie, tenzij uit het vooronderzoek bodem, bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving, of uit een beschikking als bedoeld inartikel 11.65 11.68 , tweede lid, onder b, blijkt dat er sprake is van een zak- of drijflaag; of b. zich in de vaste bodem van de grondwatergevoelige locatie bevindt en diffuus van aard is.

3.

Het eerste lid is ook niet van toepassing als de verontreiniging van grondwater: a. het gevolg is van natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie; of b. een restverontreiniging na het uitvoeren van een grondwatersanering betreft en als zodanig is opgenomen in een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 3.141e van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of een beschikt evaluatieverslag als bedoeld in artikel 39c van de Wet bodembescherming, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet.

III Het opschrift van artikel 11.67 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

17

22/58

Artikel 11.67 11.70 Sanerende maatregelen bij significante grondwaterverontreiniging JJJ Artikel 11.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.68 11.71 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning en informatieplicht bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1.

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie wordt het voorafgaand onderzoek, bedoeld in artikel 11.65 11.68 , verstrekt.

2.

De resultaten van het voorafgaand onderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

3.

Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook een afschrift verstrekt van de volgende gegevens en bescheiden: a. indien sprake is van een verontreiniging van grondwater: 1°. een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; 2°. de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek bedoeld in het eerste lid; 3 2°. de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit heeft verricht; 4 3°. een onderbouwing van de daarbij toegepaste methode(n), bedoeld in artikel 3.126, tweede lid, Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; en 5 4°. de uitkomst van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit; b. indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak bedoeld in artikel 11.67 11.70 , eerste lid, wordt verricht; en c. indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering wordt verricht.

KKK Artikel 11.69 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.69 11.72 Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw De omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie' wordt alleen verleend als aannemelijk is gemaakt dat sanerende maatregelen als bedoeld in artikel 11.67 11.70 worden getroffen. LLL Het opschrift van artikel 11.70 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.70 11.73 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw MMM Artikel 11.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

18

23/58

Artikel 11.71 11.74 Indieningsvereisten melding bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1.

Een melding bevat: a. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; b. het adres waar de bouwactiviteit wordt verricht; c. de dagtekening; d. het voorafgaand onderzoek, zoals als bedoeld in artikel 11.65 11.68 ; e. als er sprake is van verontreiniging van grondwater; een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; f. als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak als bedoeld in artikel 11.67 11.70 wordt verricht; en g. als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering als bedoeld in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt verricht.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als voor de bouwactiviteit op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist.

NNN Artikel 11.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.72 11.75 Informatieplicht ingebruikname na maatregelen bouwen van een grondwater gevoelig gebouw Bij aanwezigheid van een significante grondwaterverontreiniging als bedoeld in artikel 3.131, onder b of c, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, wordt een grondwatergevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een grondwatergevoelige locatie alleen in gebruik genomen na de bouwactiviteit, nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende maatregelen, bedoeld in artikel 11.67 11.70 , zijn getroffen, of als de sanerende maatregelen nog in uitvoering zijn, de wijze waarop de ingebruikname van het grondwatergevoelige gebouw de sanerende maatregel niet belemmert. OOO Hoofdstuk 29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1076/documents/15755