Verslag Raad 11-5-2023.pdf
Tekst van het document
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 11 mei 2023 (reguliere aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), A.A.S. Stigter (CU), Verschoor-De Winter (CDA), A.J.P. Verweij-Heijstek (PAB), H.M. van Wijngaarden (PAB) en D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: H.G. Bezemer (CU), A. Boersma (SGP), L. Bruijniks (PAB), P.J. van der Giessen (VVD), P.C. Grimmius (GL), W. Goudriaan (SGP), G.C.H. Hardam (OP), N. van Heteren (D66), R. Lammers (OP), P.C. Spitsbaard (OP), H.D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). Mevrouw S.H. de Keizer en de heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk en A.J. Kosten; wethouders. Mevrouw M. Muijzer, raadsgriffier. Afwezig: de dames H.C.T.J. Hoekstra (OP) en K.E. Middelkoop- van den Adel (CDA), de heer L.T. van den Dool (CDA) en wethouder A.M.J.M. Janssen. Verslaglegging: Jeanine van Prehn 01.
Opening. De VOORZITTER opent de raadsvergadering en heet eenieder van harte welkom. Er is een afmelding van de dames Middelkoop en Hoekstra, de heer Van den Dool en wethouder Janssen. De 4 moties vreemd aan de orde van de dag, ingediend door de OPfractie, zullen als agendapunt 11 worden behandeld.
02.
Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Mededelingen. M.b.t. de laatste stand van zaken inzake de energietoeslag zegt wethouder VAN ERK het volgende. In de RIB van 18 april inzake het proces, de financiën en de inhoudelijke afwegingen staat de verwachting geformuleerd dat het Rijk rond juni met nieuwe wetgeving zou komen. Hij merkt op dat dit echter is vertraagd en wordt voorzien op 1 september. De reden van de vertraging is de uitsluiting van studenten, er liggen een negatief advies van de raad van State en rechtszaken waarop de wet wordt aangepast. Het college heeft besloten vast te houden aan het ontwerp en de momenten van uitkeren. De enige consequentie hiervan is wel 1
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
dat de eerste € 400,- verstrekt wordt als aanvulling op en vallend onder de regelgeving van de energietoeslag 2022. Dit biedt duidelijkheid aan de inwoners, die verwachten in 2023 een energietoeslag te ontvangen. De verwachting is dat de regio gemeenten hier op eenzelfde wijze mee om zullen gaan. Hiermee blijft men binnen het voor de energietoeslag beschikbare Rijksbudget. 04.
Vaststelling van het verslag van de openbare vergadering van 6 april 2023. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
05.
Vragenkwartier. De heer VERWEIJ merkt op dat vanuit de wijk Wilgendonk in het verlengde van de Toortsdreef een oversteekplaats zonder de nodige voorzieningen naar het winkelcentrum ligt. De bewoners verzoeken hier een definitieve oversteekplaats met de nodige voorzieningen, waaronder verlichting, te realiseren. Kan het college aan de wensen van de bewoners tegemoetkomen en tevens nagaan waar in de gemeente soortgelijke situaties ook veiliger gemaakt kunnen worden, opdat fietsers en voetgangers op die plekken beter beschermd kunnen oversteken? Wethouder DE KEIZER geeft (bij afwezigheid van wethouder Janssen) aan dat het uitvoeringsplan, als onderdeel van het mobiliteitsplan, voorziet in het opstellen van oversteekbeleid met een afwegingskader. Een snelle blik op de input vanuit de verkeersveiligheidssessies en het maatregelenpakket van het mobiliteitsplan leert dat de betreffende locatie nog niet uit de inventarisatie is gekomen. Dit betekent echter niet dat men hier niets moet, wil en kan doen. De verschijningsvormen van oversteekvoorzieningen binnen de gemeente zijn niet altijd op eenzelfde wijze ingericht. Om te voorkomen dat men lukraak oversteeklocaties gaat aanpakken is beleid en afwegingskader voor oversteken en het inrichten hiervan waardevol en noodzakelijk. Men geeft hiermee de burger en de raad handvatten hoe men omgaat met oversteken en oversteeklocaties.
Tenslotte merkt de wethouder op dat het, gelet op de planning van mobiliteit en de druk die hierop ligt, niet mogelijk is veel eerder dan 2024 aan de slag te gaan met dit beleid en onderzoek. Wanneer de raad vindt dat dit primair is moet men anders gaan prioriteren. Op de vraag van de heer VERWEIJ of de wethouder kan toezeggen dat er wordt gekeken of deze oversteeklocatie in toekomstige plannen terugkomt zegt wethouder DE KEIZER toe dit (in het eerste kwartaal van 2024) in het plan voor 2024 mee te zullen nemen. De heer GRIMMIUS vraagt, n.a.v. het nieuws dat in het land geplande bouwprojecten niet doorgaan omdat er te weinig kopers voor zijn, in hoeverre 2
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
dit probleem bij de bouwprojecten in Papendrecht speelt en of dit in de toekomst te verwachten is. Wethouder DE KEIZER antwoordt dat de ontwikkelingen die landelijk spelen ook van toepassing zijn in Papendrecht. Hierbij merkt zij op dat ontwikkelaars in de voorbije periode aanpassingen hebben gedaan om de betaalbaarheid van woningen te vergroten. In hoeverre dit voldoet voor de toekomst zal moeten blijken. Verder geeft zij aan dat er nog geen projecten zijn geschrapt, maar dat het niet te voorspellen is hoe dit zich in de toekomst zal ontwikkelen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt op dat onlangs bekend werd dat de school aan de Schoorweg gebruikt zal gaan worden als lesruimte voor de AMV-ers (alleen reizende minderjarige vluchtelingen) van de Seringenstraat. Hierbij noemt zij de onrust, het onbegrip en wantrouwen dat door het gebrek aan/miscommunicatie is ontstaan, hetgeen haar fractie begrijpt. Wethouder KOSTEN merkt op dat de zorgen van omwonenden bekend en begrijpelijk zijn, maar dat hen tijdens de inloopavond is uitgelegd hoe het college tot keuzes is gekomen. Hij is van mening dat men zorgvuldig, proactief en in een goede sfeer met betrokken partijen en omwonenden heeft gecommuniceerd. M.b.t.
de zware woorden zoals wantrouwen en liegen die mevrouw Van Wijngaarden gebruikt geeft de wethouder aan dat de gemeente oprecht probeert eerlijk te communiceren, maar dat dit niet altijd en niet op elk moment kan. Op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN of iemand vooraf heeft geïnformeerd of het Dalton in Dordrecht wel plek had voor deze leerlingen geeft wethouder KOSTEN dat dit inderdaad is gebeurd, maar dat dit niet het geval was. Verder merkt hij op dat het Dalton college invulling geeft aan het onderwijs dat in Papendrecht plaatsvindt. (De komende jaren zal men verder kijken hoe men dit regionaal gaat oppakken.) In antwoord op de vraag op welke manier dit actief is gecommuniceerd met Bounce en RTV Papendrecht antwoordt wethouder KOSTEN dat Bounce als huurder bij het komen tot een leslocatie betrokken is geweest. Het gedeelte van RTV is op dit moment niet nodig voor de leslocatie, maar RTV is wel tijdig geïnformeerd. Op de vraag wie er als het gaat over opvang en andere zaken van vluchtelingen en asielzoekers eigenlijk de dienst uitmaakt (het COA of de gemeente Papendrecht) geeft wethouder KOSTEN aan dat de gemeente wettelijk verplicht is te voorzien in onderwijshuisvesting en men hiervoor vanuit het Rijk middelen ontvangt. Het COA heeft op deze locatie geen rol, nog bevoegdheid.
In antwoord op de vraag wat definitief de periode voor het gebruik als school voor de AMV leerlingen wordt en op welke wijze dit met de inwoners zal worden gecommuniceerd geeft wethouder KOSTEN aan dat is besloten de locatie vanaf juni 2023 tot einde schooljaar 2024/2025 aan te bieden. Dit is gecommuniceerd naar omwonenden en in het persbericht verwoord. In antwoord op de vraag of er in zijn algemeenheid wat kan meer worden gecommuniceerd over het verblijf van vluchtelingen in Papendrecht (te denken 3
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
valt hierbij ook aan de locatie van het schip aan de loswal van Fokker) geeft wethouder KOSTEN aan dat het college het belangrijk vindt zorgvuldig te communiceren, dat (pas als er overeenkomsten liggen) eerst direct betrokkenen worden geïnformeerd en daarna de directe omgeving. Verder is alle informatie beschikbaar op de website Papendrecht.nl/asielopvang en worden omwonenden middels nieuwsbrieven -die ook gedeeld kunnen worden via de dagmailbetrokken. M.b.t. de sloop van de huizen aan de Badhuisstraat, Boomgaardstraat en Weteringsingel vraagt mevrouw VAN WIJNGAARDEN of het mogelijk is om van tijd tot tijd door middel van (pers)berichten de stand van zaken aan de inwoners te communiceren. Wethouder DE KEIZER geeft aan dat inwoners zich, gedurende de werkzaamheden, via de gemeentelijke website kunnen informeren over de stand van zaken. Daarnaast geeft de gemeente bij het bereiken van mijlpalen persberichten uit en kan men tijdens de werkzaamheden via de Heijmans bouwapp (die gratis te downloaden is) informatie vinden over het project en de planning en vragen stellen aan de omgevingsmanager. Met de mensen die niet digitaal vaardig zijn wordt in het nieuw communicatiebeleid rekening gehouden. Er zijn verder geen vragen. 06.
Ingekomen en ter inzage gelegde stukken. Ter inzage gelegde stukken: I. het voorstel om de onder categorie I ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen (de betreffende stukken zijn al als ingekomen stuk te boek gesteld en aan de orde geweest in de vergaderingen van de raadscommissies): de raad gaat hiermee akkoord. II. Het voorstel om de onder categorie II ingekomen stukken (die hierbij rechtstreeks te boek worden gesteld ten behoeve van de onderhavige vergadering van de gemeenteraad) als volgt te behandelen: II.A. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.B. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) in handen te stellen van het college; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. D. de ingekomen stukken (afkomstig van het college) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening.
4
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
Mevrouw VAN WIJNGAARDEN wenst inzake D01. RIB straatnamen een compliment te maken aan de naamgevingcommissie, die bestaat uit enthousiaste Papendrechtse vrijwilligers. Voor het overige zijn er geen bijzonderheden en wordt dit agendapunt afgesloten. 07.
Benoemen leden welstandcommissie. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. De VOORZITTER feliciteert de heren Heijne en Moerland met hun benoeming. BESPREEKSTUKKEN
08.
Verlenging ontheffing ingezetenschap wethouder Van der Borg. Wethouder VAN DER BORG voelt zich bezwaard en verplicht toe te lichten en verklaren waarom er wederom een verzoek tot ontheffing ingezetenschap voorligt. Bij zijn benoeming als wethouder van Papendrecht is hij met zijn gezin op zoek gegaan naar een woning, om zoals beloofd van Apeldoorn naar Papendrecht of -als dit niet zou lukken- de regio te verhuizen. Na in de eerste maanden woningen in Papendrecht te hebben bekeken, werd duidelijk dat het op korte termijn niet zou lukken een voor zijn gezin passende woning te vinden. Inmiddels was ook bekend dat zijn vrouw in verwachting was van een derde kindje, hetgeen de zoekopdracht van de woning en de druk op het maken van een keuze vergrootte. Ook werd de hypotheekrente verhoogd en ging het heen en weer reizen van Apeldoorn naar Papendrecht een enorme druk op hem en zijn gezin leggen. De conclusie werd getrokken dat het nodig was om snel een keuze voor een permanente woning te maken. Na een tip uit zijn kring werd -alhoewel dit niet het zoekgebied was, maar wel voor rust in het gezin heeft gezorgd- een woning in Den Bommel gevonden en gekocht en werd het begrip regio opgerekt. Als wethouder had hij zelf graag in Papendrecht gewoond, maar heeft hij de teleurstellende conclusie moeten trekken dat het hem niet is gelukt zakelijk en privé bij elkaar te brengen.
Dat dit tot teleurstelling van de raad heeft geleid begrijpt hij en spijt hem ten zeerste. Omdat hij volledig transparant wilde zijn heeft hij eind december zijn verhuizing in een persoonlijk brief aan de raad bekend gemaakt, die de raad wellicht -zonder dat dit de bedoeling was- heeft overvallen. Met deze woning woont hij op ongeveer een half uur van Papendrecht, hetgeen ertoe heeft geleid dat hij zijn werk als wethouder veel beter kan doen. Hij voelt de ruimte en vrijheid met en voor de Papendrechtse samenleving te bouwen aan de toekomst en te genieten van contacten met inwoners, organisaties, het college en de gemeenteraad. Ook geniet hij van de vele uitdagingen die op zijn bord liggen en heeft hij de dure plicht om (veel) meer 5
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
zichtbaar te zijn in de Papendrechtse samenleving. Hij geniet hier van en heeft veel zin om hiermee door te gaan. Tenslotte merkt de wethouder op dat hij liever had gehad dat dit verzoek niet voor zou hebben gelegen, maar dient hij het wel in en hoopt hij verder te kunnen gaan op het pad dat men samen is ingeslagen. De heer LAMMERS licht de door de OP-fractie ingediende motie oproep aan wethouder: kom in Papendrecht wonen! toe. Het dictum van deze motie luidt als volgt: Verzoekt het college / spreekt uit dat: Roept wethouder van der Borg op om in Papendrecht te komen wonen. De OP-fractie is verbaasd over het feit dat de wethouder zijn belofte om in Papendrecht te komen wonen niet is nagekomen. Men ging ervanuit dat de wethouder de wet kent, die zegt dat de burgemeesters en wethouders zich -ten zij er een hele bijzondere uitzondering is- dienen te vestigen in de gemeente waar men werkt. Men vindt 50 km afstand te ver, is niet principieel tegen het verlenen van een ontheffing en is van mening dat er wel geschikte woningen in Papendrecht beschikbaar zouden zijn (maar dit is uiteraard een persoonlijke zaak). De heer VAN HETEREN geeft aan dat zijn fractie geen principiële bezwaren heeft tegen het verlenen van een ontheffing ingezetenschap, zeker niet wanneer het college ruim vertegenwoordigd is en woonachtig is in Papendrecht.
Hij merkt op dat oud wethouder Paans ook in zijn eigen woonplaats is blijven wonen, maar wel heel betrokken was bij Papendrecht. Hierbij maakt zijn fractie de kritische kanttekening dat men niet blij is met de gang van zaken, waardoor men zich niet serieus genomen voelt en men de afstand te groot vindt. Ter compensatie hiervan stelt hij voor/vraagt hij de wethouder i.v.m. grote afstand af te zien van zijn reiskostenvergoeding. Zijn fractie zal, omdat men vanuit beginsel niet principieel tegen de ontheffing ingezetenschap is, niet instemmen met de motie. Wel merkt hij nogmaals op dat zijn fractie niet blij is met de gang van zaken. Wethouder VAN DER BORG geeft aan dat het afzien van reiskostenvergoeding een geste zou kunnen zijn, maar dat hij dit -omdat hij van mening is dat dit valt onder de secundaire arbeidsvoorwaarde van iedere wethouder en hij hier recht op heeft- niet zal doen. Verder vindt hij het ingewikkeld hierover met de raad in gesprek te gaan. De heer STOUTHART geeft aan dat de VVD-fractie niet blij was met het persoonlijke bericht, dat wethouder Van der Borg en zijn gezin al een woning in Den Bommel hebben gekocht. De wethouder had immers op diverse momenten aangegeven naar Papendrecht of – in het uiterste geval- de regio te zullen verhuizen. De VVD-fractie ziet Den Bommel echter met geen mogelijkheid als de 6
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
regio. Men is niet principieel tegen een wethouder die buiten de gemeente woont, maar is er wel van overtuigd dat de beleving en betrokkenheid anders is wanneer men er wel woont. Men begrijpt de onzekerheid die er is, het is immers geen gegeven dat de wethouder nog 4 jaar door kan gaan, maar ook dit weet men wanneer men dit ambt gaat bekleden. Daarnaast vindt de VVD-fractie de communicatie en beeldvorming naar de inwoners een pijnpunt. Het is diverse malen in raadsvergaderingen voorbij gekomen dat het vertrouwen van burgers in politiek op een dieptepunt is. Dit soort niet nagekomen beloftes helpen hier niet bij. De heer STOUTHART merkt verder op dat dit onderwerp behoorlijke discussie en verdeeldheid in de fractie heeft opgeleverd. Wel is men het erover eens dat de wethouder dit besluit zelf heeft genomen en dat hij aan zet is de raad ervan te overtuigen dat hij niet onderdoet voor een wethouder die in Papendrecht woont. De VVD-fractie is kritisch en niet blij, maar geeft de wethouder het voordeel van de twijfel. Men zal daarom niet voor de motie stemmen. Ook de heer GRIMMIUS is niet tevreden over de communicatie, maar wenst wel te benadrukken dat dit een persoonlijke keuze van de wethouder en zijn gezin is. Over deze persoonlijke beweegredenen wil zijn fractie niet oordelen.
Hierbij hoopt hij ook dat kritiek op deze beslissing niet persoonlijk wordt opgevat en zal men zich op basis van wet -en regelgeving uitlaten. Men heeft het eerste jaar unaniem voor de ontheffing die de wet voorschrijft gestemd, maar een ontheffing voor het 2e-4e jaar wordt alleen in bijzondere gevallen en bij jaarlijkse afweging verleend. Zijn fractie vindt de stand van de woningmarkt geen bijzondere omstandigheid en is van mening dat er wel opties waren. Op zijn vraag aan de wethouder wat deze bijzondere omstandigheden zijn antwoordt wethouder VAN DER BORG dat dit een combinatie is van een aantal (persoonlijke) redenen. De geboorte van zijn dochtertje, de toename van de hypotheekrentedruk, de moeite die het kost om vanuit Apeldoorn (soms) 6 dagen in de week in Papendrecht te kunnen zijn en de druk op het gezin, hebben ertoe geleid deze keuze te maken. Hij realiseert zich dat het een lastige afweging is of dit een bijzondere omstandigheid is. Mevrouw KARSO vindt het in het persoonlijke verhaal van de wethouder opvallend dat de eerste tip uit de omgeving direct tot de aankoop van een woning in Den Bommel heeft geleid en vraagt zich af of een tip vanuit het Papendrechtse netwerk ook niet tot een woning in deze omgeving had kunnen leiden. Haar fractie is van mening dat een wethouder vanuit zijn voorbeeldfunctie de regels van de overheid moet uitvoeren.
Een woning op een reisafstand van 50 km vindt men niet voorbeeldig. Hierbij merkt zij op dat de woonplaatsvereiste niet alleen een wettelijke vereiste is, maar dat er ook een ideaal achter zit: dat de lokale politiek voor en door de lokale gemeenschap wordt ingericht. Wanneer de Papendrechtse raad steeds akkoord gaat met beroepswethouders van buiten de 7
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
gemeente, ontstaat het risico op een rondreizende wethoudercircus. Haar fractie vindt het hebben van een sterke band met de Papendrechtse gemeenschap belangrijk. Present en aanwezig zijn en betrokkenheid is goed, maar dit maakt iemand geen Papendrechtse inwoner. Tenslotte merkt zij op dat deze discussie voorkomen had kunnen worden, dat dit de Papendrechtse inwoner niets oplevert, maar dat dit hen waarschijnlijk extra geld gaat kosten. De heer VERWEIJ merkt op dat de PAB-fractie in hun partijprogramma heeft staan dat men het vanwege de lokale binding belangrijk vindt dat wethouders uit Papendrecht komen. Hierbij merkt hij echter op dat men in de politiek niet altijd volledig het programma kan waarmaken. De vraag die zijn fractie zich heeft gesteld, of men voor de juiste man op de juiste plaats heeft gekozen, kan men wel positief beantwoorden. Men heeft er vertrouwen in dat de wethouder aan het sociale leven in Papendrecht zal blijven deelnemen, zichtbaar zal zijn, etc. De PAB-fractie vindt de motie daarom niet nodig. Ten slotte merkt hij m.b.t. de afstand op dat onderzoek heeft uitgewezen dat in Nederland 180 wethouders niet in de plaats wonen waar zij werken en dat sommigen op een afstand van ca. 200 km. werken. Zijn fractie vindt dat 47 km. daarom wel meevalt. De heer BOERSMA merkt op dat art.
36A van de gemeentewet bepaalt dat wethouders net als raadsleden ingezetenen zijn van de gemeente. De wetgever vindt het van groot belang dat de lokale bestuurder binding heeft met de lokale gemeenschap. De wet maakt echter ook een uitzondering mogelijk waarbij de gemeenteraad voor de duur van 1 jaar ontheffing kan verlenen en deze in bijzondere gevallen kan worden verlengd. Kijkend naar de toelichting van dit artikel wordt duidelijk dat relativering van het woonplaatsvereiste is gelegen in de behoefte aan kwalitatief goede bestuurders, die rekrutering van buitende gemeente kan rechtvaardigen. Hierbij merkt hij op dat in Papendrecht in de achterliggende jaren om uiteenlopende redenen gebruik is gemaakt van de uitzonderingsbepaling. In 2018 is het raadsbesluit voormalig wethouder Paans ontheffing te verlenen unaniem aangenomen en is dit in de jaren daarna als hamerstuk afgedaan. Het verschil met de huidige situatie is dat wethouder Van der Borg -in tegenstelling tot voormalig wethouder Paans- heeft aangegeven naar Papendrecht te zullen verhuizen. In januari liet wethouder Van der Borg de gemeenteraad weten dat zijn zoektocht naar een huis in Papendrecht niet succesvol is geweest en zijn gezin ervoor heeft gekozen elders een huis te kopen. Dat dit de gemeenteraad voor een voldongen feit plaatst roept op zijn minst ongemak op. Den Bommel is net zo min als Apeldoorn naast de deur.
Op zijn vraag wat de wethouder met de kennis van nu anders gedaan/gecommuniceerd zou hebben antwoordt wethouder VAN DER BORG dat hij het communicatieproces anders zou aanpakken en de inwoners hierbij mee zou 8
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
nemen. Hierbij merkt hij wel op dat eerst het gesprek met de raad moet plaatsvinden en daarna met de inwoners. Tenslotte merkt de heer BOERSMA op dat deze situatie niet de schoonheidsprijs verdient, maar dat zijn fractie het als doorslaggevend argument ziet dat wethouder van der Borg zichtbaar betrokken is bij de Papendrechtse samenleving, dat hij er is voor alle Papendrechters en hij hard werkt en deskundig is. Men is van mening dat er geen aanleiding is aan te nemen dat dit in de komende jaren zal veranderen. Een stem tegen dit raadsvoorstel zou (bij een meerderheid) betekenen dat een goede wethouder Papendrecht na krap een jaar alweer zou moeten verlaten. Zijn fractie zou dit niet voor haar rekening willen nemen en zal daarom het raadsvoorstel steunen en de motie niet. De heer BEZEMER sluit zich aan bij de mening dat men met teleurstelling kennis heeft genomen van het feit dat de wethouder heeft gekozen voor Den Bommel als woonplaats en niet voor Papendrecht. Wonen in plek waar je werkt biedt veel voordelen, ook voor de wethouder zelf. Een belangrijke overweging hierbij vindt zijn fractie hoe de burger hiernaar kijkt. Zijn fractie is niet gelukkig met de gang van zaken, maar is ook niet van mening dat men -zoals de motie stelt- kan zeggen dat de wethouder moet verhuizen. De ervaring heeft geleerd dat ook een (van de 5) wethouder(s) die elders woont goed kan functioneren.
Dit zal echter offers vragen, omdat hij hierdoor zijn betrokkenheid, zichtbaarheid en aanspreekbaarheid veel meer inhoud zal moeten geven. Ondanks het feit dat zijn fractie hier vertrouwen in heeft zal men de wethouder hier wel op beoordelen. Men zal voor het voorstel en tegen de motie stemmen. Tenslotte viel het de heer BEZEMER op dat de CDA-fractie zich niet over dit onderwerp heeft uitgesproken. Eerste termijn wethouder Van der Borg Wethouder VAN DER BORG is blij dat men niet te persoonlijk is geworden en dat de discussie -waarnaar hij met spanning heeft uitgekeken- respectvol wordt gevoerd. Hij begrijpt en respecteert de moeite die zijn beslissing oplevert en wil er alles aan doen uit te leggen waarom dit het geval is. Hij voelt een grote plicht om aanwezig, zichtbaar en betrokken te zijn en hieraan inhoud te (blijven) geven. Door in Papendrecht o.a. naar de fysio en kapper te gaan, de boodschappen te doen en te tennissen is hij als wethouder zichtbaar in de samenleving en probeert hij invulling te geven aan zijn voorbeeldfunctie. Schorsing van 21.00 tot 21.17 uur.
Tweede termijn raad
9
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
De heer LAMMERS geeft aan dat de OP-fractie tijdens de schorsing de opinies van de fracties heeft overwogen, heeft geconcludeerd dat de zaak goed is besproken, dat het van rechtswege zo is dat een wethouder in de gemeente moet wonen en dat dit beter is, maar dat er persoonlijke omstandigheden kunnen zij die kunnen leiden tot een andere keuze. In overleg met de oppositie partijen heeft men, omdat het signaal is afgegeven dat men hier niet blij mee was, besloten de motie in te trekken. Omdat zijn fractie niet tevreden is met de gang van zaken, zal men wel tegen de ontheffing stemmen. Men realiseert zich echter dat er een coalitiebelang is om voor de ontheffing te stemmen en dat de meerderheid van de raad de ontheffing zal steunen. De heer BOERSMA vraagt de heer Lammers per interruptie naar de situatie met wethouder Paans, waarom men dit voorstel nu niet kan steunen en of dit betekent dat de OP-fractie in het vervolg tegen deze ontheffing gaat stemmen. De heer LAMMERS geeft aan dat de heer Paans voordat hij wethouder werd al in de Hoekse waard woonde. Daarnaast heeft hij vorig jaar bij de benoemingsprocedure van de heer Van der Borg -in de verwachting dat wethouder Van der Borg naar Papendrecht zou verhuizen, maar wat niet het geval blijkt te zijn- voor het voorstel gestemd. Zijn fractie zal de motie intrekken, maar als signaal dit jaar tegen de ontheffing stemmen.
De heer VAN HETEREN wijst per interruptie op het grote verschil in de situatie van de huidige wethouder en voormalig wethouder Paans en geeft aan dat de gang van zaken -ook qua communicatie- het afgelopen jaar stuitend is geweest en begrijpt dat de OP-fractie tegen het voorstel stemt. Mevrouw VERSCHOOR heeft in de eerste termijn, in afwachting van de discussie, bewust niet gereageerd. Haar fractie begrijpt dat het gevoelig ligt, maar gaat er vanuit dat wethouder Van der Borg waarschijnlijk ook liever in Papendrecht had gewoond. De CDA-fractie vindt dat gezinsomstandigheden en een passende woning belangrijke zaken zijn. Hierbij merkt zij op dat zij wethouder Van der Borg een aantal opties voor woningen heeft aangereikt, maar dat een huis wel moet passen en de raad hier niet over mag oordelen. Men vindt de situatie niet ideaal, maar vindt wel dat de wethouder aanwezig en zichtbaar is in Papendrecht. In den lande zijn er ook steeds meer wethouders die niet wonen waar ze werken. Tenslotte is zij blij met de reacties uit de raad, dat men het werk van wethouder van der Borg waardeert. Ook de heer GRIMMIUS geeft aan dat men hierover in de fractie een stevig gesprek heeft gevoerd en er bewust voor heeft gekozen weg te blijven van het persoonlijke verhaal. Om deze reden zou men, in het geval dat de motie gehandhaafd zou zijn gebleven, tegen de motie hebben gestemd.
Het formele aspect van de bijzondere omstandigheden vindt zijn fractie lastig. Omdat men 10
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
deze niet dusdanig bijzonder vindt dat hiervoor een ontheffing dient te komen zal de GL-fractie tegen de ontheffing stemmen. Dit is echter geen persoonlijke stem tegen de wethouder. De heer VERWEIJ hoopt bij de stemming dat degenen die voor stemmen dit onvoorziene omstandigheden daargelaten- de volgende jaren ook weer zullen doen, zodat de discussie niet opnieuw gevoerd hoeft te worden. De heer VAN HETEREN merkt per interruptie op dat dit altijd afhankelijk is van de situatie en dat zijn fractie dit daarom elk jaar zal afwegen. Aansluitend wordt na een schorsing en (i.v.m. de persoonlijke natuur van het voorstel) schriftelijke stemming met 14 stemmen voor en 6 stemmen tegen conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 09.
Actualisatie financiële beleidsnota’s 2023. De heer BEZEMER geeft als voorzitter van de auditcommissie, waar deze stukken zijn besproken en adviezen zijn uitgebracht, een korte toelichting op de bespreking van financiële beleidsnota’s in de auditcommissie. Hierbij komt het volgende aan de orde: - De primaire rol zit in de audit en de secundaire rol in de P&C (hier zou financiële verslaglegging en eventueel de begroting onder kunnen vallen). - Het gaat er m.n. om dat men in de auditcommissie moet vaststellen of stukken besluitwaardig zijn en de raad zich hierover kan uitspreken (technische beoordeling van zaken en eventueel waar politieke aandachtspunten liggen). Er wordt binnen de auditcommissie echter geen politiek debat gevoerd. - Er wordt t.b.v. de raad een formulier ontwikkeld dat een aantal elementen bevat: een samenvatting van de bespreking, het advies, technische en overige aandachtspunten, eventueel een reactie vanuit het college. - De conclusie van de auditcommissie is dat de actualisatie van de financiële beleidsnota’s besproken kan worden, er sprake is van actualisatie van de nota’s en geen nieuw beleid. Eerder geformuleerd beleid kan uiteraard in de raad -indien gewenst- anders bezien worden. De auditcommissie heeft zich hierover niet geboden.
Mevrouw KARSO merkt op dat het een goed gebruik is wanneer een raadslid bij een technisch raadsvoorstel de auditcommissie vraagt om een advies, men dit ook ontvangt. Een commissie die namens de raad verdiepende gesprekken voert met de wethouder, de controller en de accountant, en vervolgens komt met bevindingen en advies. Het is een commissie die voor alle raadsleden bedoeld is, ook voor hen die geen affiniteit hebben met financiën, zodat elk raadslid weet wat het voorstel inhoudt en wat men kan doen om de financiën op orde krijgt. Zij 11
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
heeft echter geen advies gezien, nog een samenvatting ontvangen. In de gespreksverslagen van de auditcommissie die zij heeft gelezen, leest zij niet wat de essentie van de technische discussie is. Zij begrijpt hieruit ook niet wat de sterke, zwakke en mogelijke aandachtspunten voor de raad zijn. Wel leest zij dat de auditcommissie met de eigen rol worstelt en denkt zij dat de raad niet duidelijk is geweest in wat men verwacht. Zij wenst te benadrukken dat het niet de bedoeling is de technische discussie die in de auditcommissie is gevoerd in de raad over te doen. Wanneer men echter op basis van de verslagen niet weet wat deze discussie is geweest, de onderbouwing niet kan achterhalen en niet weet wat de implicaties van het voorstel zijn, moeten deze vragen toch gesteld worden. Vanuit de verslagen wenst zij de auditcommissie mee te geven dat er een belangrijke discussie kan ontstaat die -met de accountant erbij- voor de beeldvormende bijeenkomst geagendeerd kan worden, zodat deze in breder verband besproken kan worden. (Hierbij merkt zij op dat men jaren geleden afscheid heeft genomen van de auditcommissie, omdat deze zich beperkte tot een aantal leden.) Wanneer raadsleden krijgen wat zij hebben gevraagd worden zij in staat gesteld om onderbouwde besluiten te nemen en zaken niet dubbel te doen. Zij verzoekt de griffier hieraan aandacht te geven.
Verder vraagt zij of er bij het aanpassen van de verordeningen ook is gekeken wat er anders geformuleerd kan worden, zodat er later geen discussies ontstaan. Ook is het haar uit de wijzigingen niet duidelijk wat (omdat een termijn van 60 jaar ongebruikelijk is) de implicaties zijn van bv. een afschrijvingstermijn bij scholen van 60 jaar en waarom er onderscheid (40-60 jaar) wordt gemaakt in gebouwen. Ook mevrouw VAN ES kreeg de indruk dat er misverstand is ontstaan over de rol van de auditcommissie. Zij is van mening dat elke commissie die is ingesteld door de raad altijd ingaat op elk verzoek van de raad en dat de auditcommissie niet naar eigen inzicht kan handelen. Omdat er veel nieuwe leden zijn die de oude BCA niet hebben meegemaakt, neemt zij dit niemand kwalijk. Verder merkt zij op het belangrijk te vinden dat de auditcommissie -die vooral bestaat uit enthousiaste financieel onderlegde mensen- inzake voorliggende voorstellen- t.b.v. de raadsleden die minder financieel onderlegd zijn en de verordeningen niet precies kunnen duiden- aangeeft wat de lange termijn implicaties zouden zijn. Daarnaast is het wenselijk dat de auditcomissie dit technisch beoordeelt, bespreekt met de accountant, zijn advies bijvoegt en aangeeft wat de verschillen en gevolgen zijn. Waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt is een politieke vraag.
Verder vindt men het belangrijk dat de terugkoppeling, omdat dit ook navolgbaar moet zijn voor inwoners en men dit terug moet kunnen kijken, in de openbaarheid en niet (alleen) in verslagen wordt gegeven. Daarnaast geeft zij m.b.t. de afschrijvingstermijn van 60 jaar t.o.v. een afschrijving van 40 jaar aan dat men hiermee voorsorteert op het allergrootste besluit (het bouwen van de vo schoolgebouwen) dat in Papendrecht ooit is genomen en dat het heel belangrijk is 12
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
hierbij stil te staan. Ook vindt zij dat dit fundamentele punt -voorsorterende op dit grote besluit- breed uitgemeten zou moeten zijn in het voorstel, zodat men de indruk krijgt dat op alle aspecten van dit te nemen besluit absolute transparantie is. (Stel dat de echte reden om voor een afschrijving van 60 jaar te kiezen is omdat men denkt dat het anders niet te betalen is, zou men dit graag wil horen omdat men zich dan kan afvragen wat men aan extra informatie nodig heeft (bv. het advies van een bouwkundige)). Zij vraagt waarom men niet eerlijk en transparant toelichting geeft op de potentiële impact. Daarnaast verzoekt zij om een toelichting op het onderscheid in de afschrijvingstermijn van 40-60 jaar. Wat volgens haar fractie in de hele discussie vergeten wordt, is dat wanneer men een gebouw voor 60 jaar neerzet men elke 20 jaar een grote renovatie moet uitvoeren en er nieuwe miljoenen investeringen moeten worden gedaan. Wanneer men dit met elkaar fout doet en boven de stand gaat leven/lenen kan men over 10-20 jaar in de financiële problemen komen (waardoor men voorzieningen moet gaan afbouwen en moet bezuinigen en opschaling/fusie met een buurgemeente het gevolg kan zijn) en is het voorliggende besluit het besluit waarnaar gekeken wordt.
Hierbij wenst zij op te merken dat de D66-fractie onderwijs(gebouwen) buitengewoon belangrijk vindt, maar dat men alle feiten en mogelijke implicaties moet willen zien. Alvorens akkoord te kunnen gaan met deze financiële verordening dient de D66-fractie eerst overtuigd te worden dat het college volledig heeft stilgestaan bij de zojuist genoemde zaken. Omdat de heer GRIMMIUS niet financieel onderlegd is vindt hij het van belang dat de auditcommissie de raad voedt met informatie en advies en zou hij in de toekomst graag meer actieve informatie/advies uit de auditcommissie ontvangen. Hij vraagt wat de implicaties zouden zijn wanneer men de afschrijving van 60 jaar voor schoolgebouwen niet vaststelt. Hij vraagt zich tevens af hoe de andere fracties m.b.t. de nota Reserves en Voorzieningen; 3.2. de zin ‘onttrekkingen aan reserves vinden alleen plaats na besluit van de raad (waarover in de raad een flinke discussie is geweest en dit niet nogmaals hoeft plaats te vinden) interpreteren. De interpretatie van de GL-fractie is dat er eerst een raadsbesluit moet zijn, waarna onttrekking aan de reserves mogelijk is. De heer VERWEIJ vindt het opvallend dat de 60 jaar afschrijvingstermijn is opgenomen en er wordt gesuggereerd dat de raad dit heeft besloten, hetgeen niet het geval is.
Op pagina 73 van het haalbaarheidsonderzoek wordt gesproken over 40 jaar en in een aantal overheidsartikelen wordt aangegeven dat het tot 2019 mogelijk was om van 40-60 jaar afschrijven, maar dat dit na 2019 uitkomt op 40 jaar. Wel wordt er aangegeven dat er mogelijkheden zijn voor 50 jaar te kiezen. Waarom er is gekozen voor 60 jaar is zijn fractie compleet onduidelijk. Ook in Dordrecht is voor nieuwbouw scholen 40 jaar opgenomen. 13
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
Hij vraagt waarom er voor de afschrijvingstermijn voor lichte voertuigen en personenwagens is gekozen voor 8 jaar, terwijl de belasting werkt met 5 jaar. M.b.t. de nota Reserves is vastgesteld dat men een minimale weerstandsratio (die op 1.1.2023 2.1 was) van 1.0 nastreeft. Tenslotte informeert hij naar mogelijke argumenten om de weerstandstandsratio op 1.5 te zetten. Mevrouw BOKMA deelt de conclusie van de heer Bezemer dat de auditcommissie de volgende keer meer informatie vooraf zal delen. Daarnaast geeft zij aan dat in de auditcommissie is stilgestaan bij de verandering in de afschrijvingstermijnen, met name die van 60 jaar voor onderwijsgebouwen, die in overleg met de accountant en adviesbureau Hevo, gebaseerd op de technische levensduur van schoolgebouwen, is bepaald. Zij vraagt of het klopt dat ook voor gebouwen een restwaarde van 0 wordt toegepast en dat de raad voor investeringen in gebouwen groter dan 1 miljoen euro nog kan bepalen hoe en in welke termijn de afschrijvingen zullen zijn. (Schorsing van 22.06 tot 22.27 uur)
De VOORZITTER merkt op dat de OP-fractie (i.v.m. de resterende agenda en de tijd) na overleg heeft besloten alleen motie 11M1. ter discussie te brengen en dat de andere 3 moties vreemd aan de orde van de dag worden teruggetrokken en op een ander moment aan de orde zullen komen. Eerste termijn college Wethouder DE KEIZER geeft aan dat het bij specifieke onderwerpen altijd mogelijk is af te wijken van de regels die zijn opgenomen in de voorliggende verordening. Het college stelt, gelet op de discussie en het niet doorlopen van de beeldvorming en oordeelsvormingsproces, echter voor dit alsnog te doen, om het gesprek te voeren en aan alle technische vragen de aandacht te geven die deze verdienen. Daarnaast spreekt de wethouder -ondanks dat er ruimte is voor groei- de complimenten aan de auditcommissie uit voor het harde en constructieve werk. De RAAD stemt in met het advies van het college geen besluit over dit voorstel te nemen, maar het proces voor beeldvorming en oordeelsvorming te volgen. Mevrouw VAN ES is hier, omdat dit onderwerp dat verdient, heel blij mee. De heer BEZEMER geeft aan zich ook graag nadrukkelijker te willen beraden over de invulling van de auditcommissie en de verwachting van de raad duidelijk in de verordening (waar alleen over audit wordt gesproken) op te nemen. De 14
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
VOORZITTER geeft aan dat de griffie een voorstel zal doen om dit zo goed mogelijk te behandelen. 10.
Entree gemeentehuis. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt op dat op 24 februari 2022 door haar fractie een motie is in gediend om de kosten van de verhuizing van de bibliotheek waar mogelijk te beperken. Haar fractie is blij met de kostenbesparing van ca. € 130.000,- die is gerealiseerd. Onderdeel hiervan is het niet wijzigen van de huidige entree, die m.n. door de Wmo-adviesraad is bestempeld als moeilijk toegankelijk voor mensen met een beperking. Middels het voorliggende voorstel wordt gevraagd de bespaarde € 80.000,- alsnog uit te geven voor de aanpassing van de entree. Zij is blij dat de vitrines, die bij het uitbreken van een deel van de muur bij de liften, terugkomen. Haar fractie verzoekt de communicatie hieromtrent -omdat geruchten gaan dat er nóg € 80.000,- zal worden uitgegevente verduidelijken. Wethouder VAN DER BORG zegt toe goed te zullen communiceren dat er niet nog eens € 80.000,- uitgegeven zal worden. Verder merkt mevrouw VAN WIJNGAARDEN op dat in het voorstel bij communicatie en participatie wordt aangegeven dat het ontwerp is voorgelegd aan de klankbordgroep. Op haar vraag of de Wmo-adviesraad hierbij ook is geraadpleegd geeft wethouder VAN DER BORG aan dat deze in een eerder stadium is geraadpleegd, maar geen deel uitmaakt van de klankbordgroep.
Op haar vraag wat wordt bedoeld met de variant met extra glas, of de kosten hiervoor binnen de € 80.000,- vallen en of het glas bestand is tegen ongelukjes antwoordt wethouder VAN DER BORG dat er t.o.v. de eerste variant met dichte wanden bij de variant met extra glas -i.v.m. de veiligheid- vanuit de balie kan worden gekeken naar de entree. Verder merkt mevrouw VAN WIJNGAARDEN m.b.t. het risico op storing op dat het wellicht raadzaam is de oude zijdeur in stand te houden. Op haar vraag of dit onderdeel van het plan is geeft wethouder VAN DER BORG aan dat dit zeker het geval is en deze als vluchtdeur zal worden gebruikt. In antwoord op haar vraag of de kosten voor jaarlijks onderhoud zijn meegenomen in de € 80.000,- en wat de levensduur van deze deuren geeft wethouder VAN DER BORG aan dat dit uit het reguliere budget komt. De heer VAN DER GIESSEN geeft aan dat de VVD-fractie deze wijziging belangrijk vindt voor mensen met een beperking en daarom voor dit voorstel zal stemmen. Ondanks dat de kosten binnen het oorspronkelijk krediet zijn gedekt vraagt men zich af waarom is gekozen voor lichtkoepels en mos op het dak aan de binnenzijde. Door het laten vervallen van deze zaken zou men nog kunnen besparen.
Wethouder VAN DER BORG geeft aan dat de kosten hiervan € 4.000,bedragen en deze zaken worden toegepast omdat de koepels daglicht geven en zorgen voor een transparant en welkom gevoel. Daarnaast wordt het risico op vervuiling van het platte dak van de sluis door de koepels en het mos 15
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
tegengegaan. Hierdoor zal zich minder vuil ophopen en zal er minder vaak schoongemaakt te hoeven worden. Omdat de bovenkant van de sluis vanaf de entresol zichtbaar is, wordt er gekozen voor een mooie, zachte uitstraling. Mevrouw VAN ES merkt op dat in het voorstel staat dat het besluit feitelijk niet aan de raad is, maar het i.v.m. het grote bedrag en de wijziging op een vraag die in een motie is gesteld, vindt haar fractie het correct dat dit wel gebeurt. Omdat de wijziging voornamelijk plaatsvindt omdat de bibliotheek in dit pand gehuisvest is vraagt zij of deze kosten (deels) worden doorberekend in de huur aan de bibliotheek. Dit omdat het voor andere culturele instellingen lijkt of voor de bibliotheek alles moeilijk is en zij moeten bezuinigen. Wethouder VAN DER BORG geeft aan dat dit inderdaad het geval is. Mevrouw KARSO vindt het een goede zaak dat de entree toegankelijker wordt gemaakt. Op haar vraag of er meerdere locaties/instellingen zijn, waar de gemeente een subsidierelatie mee heeft, die eenzelfde aanpassing nodig hebben geeft wethouder VAN DER BORG aan hier in het vierde kwartaal op terug te komen. De heer GRIMMIUS merkt m.b.t. het mos en de lichtkoepels op dat het entree van het (misschien) belangrijkste gebouw in de gemeente zijns inziens mooi en uitnodigend mag zijn. Op zijn vraag waarom er wordt gesproken over verwachte kosten van ca. € 68.000,- en ca.
10% onverwachte kosten en of er nog geen offerte is antwoordt wethouder VAN DER BORG dat er zeker een offerte is, maar dat het gebouw tijdens de verbouwing open blijft en er (t.b.v. de veiligheid) maatwerk moet worden geleverd, waardoor onverwachte kosten kunnen ontstaan. De heer GOUDRIAAN kan zich namens de SGP-fractie vinden in het voorstel van het college, omdat de entree van het gemeentehuis zo laagdrempelig en gebruiksvriendelijk moet zijn en is ook blij dat dit binnen het gestelde budget past. Daarnaast vindt zijn fractie dat de gehele openbare ruimte in Papendrecht rolstoel -en rollatorvriendelijk moet zijn. Hij verwijst hierbij naar de rondgang door (een gedeelte van) Papendrecht, die de heer Boersma vorig jaar met een inwoner in een scootmobiel heeft gemaakt. De conclusie en het verzoek is om ook vanuit het gemeentehuis om vanuit het perspectief van mensen met een rollator, rolstoel of scootmobiel te blijven denken over de vraag hoe men de openbare ruimte in Papendrecht zo veilig en toegankelijk mogelijk kan inrichten. Wethouder VAN DER BORG zegt toe dat er op de borging van rolstoelvriendelijkheid in de openbare ruimte in het vierde kwartaal zal worden teruggekomen. De heer GOUDRIAAN gaat hier (in de tweede termijn) mee akkoord. 16
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
Aansluitend wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 11.
Moties vreemd aan de orde van de dag. De heer SPITSBAAR licht motie M1. WMO-indicatie voor onbepaalde tijd, ingediend door de OP en D66-fracties, toe. Deze klinkt als volgt: Constaterende dat: Volgens de berichtgeving van 4 april 2023 verschenen op Skipr, dat drie gemeenten niet meer werken met een WMO-indicatie voor bepaalde tijd; Overwegende dat: Een WMO indicatie voor onbepaalde tijd de inwoners, gemeente en het CAK veel administratieve rompslomp en tijd scheelt; De aanvraag voor verlening van de WMO indicatie voor de aanvrager daarnaast een flinke belasting is en voor veel stress zorgt; Deze stress gaat er met name over, dat de aanvrager steeds zijn/haar verhaal moet vertellen/ herbeleven en tevens in onzekerheid zit of een indicatie wordt verlengd en op welke wijze; Van mening zijnde dat: Het bestuur inzet op het verhogen van vertrouwen van onze inwoners; Vertrouwen wensen en vertrouwen geven, hand in hand gaan; Inwoners niet als potentieel fraudeur benaderd dienen te worden; De beperking waarop een reeds afgegeven WMO-indicatie is gebaseerd, niet beter doorgaans zelfs slechter kan worden; Ervan uitgaande dat degene die de indicatie doet, dermate kennis van zaken heeft/moet hebben om te kunnen beoordelen of een aanvraag voor onbepaalde tijd gerechtvaardigd is; De aanvrager bij verslechtering, zelf een aanvraag voor meer/hogere voorziening kan doen;
De hulpvraag sturend zou moeten zijn en niet een administratieve regel; Verzoekt het college/spreekt uit dat: Ook in de gemeente Papendrecht WMO-indicaties voor onbepaalde tijd af te geven en dit voor zover van toepassing in de regionale samenwerking binnen de Drechtsteden aan te kaarten en te (laten) regelen. De heer VERWEIJ onderschrijft de argumenten inzake de aanvragers van de Wmo. Wel vraagt zijn fractie zich af of de aanleiding voor deze motie is geweest dat men in Maastricht vastliep op het vele werk, of dat hier andere redenen voor zijn. Hierbij vraagt hij zich af of men er in Papendrecht vanuit kan gaan dat de administratieve lasten dusdanig dalen, dat men hier een besparing kan realiseren. 17
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
Het argument dat men niet meer gaat controleren of de Wmo-hulp rechtmatig is vindt zijn fractie nogal absoluut. Men is van mening dat het kan voorkomen dat mensen tijdelijke hulp nodig hebben. Tenslotte stelt de PAB-fractie voor dit niet alleen in Papendrecht uit te voeren, maar de wethouder de opdracht te geven dit -ter voorkoming van rechtsongelijkheid- in de Drechtsteden te realiseren. Mevrouw STIGTER is blij met het verminderen van administratieve lasten voor chronisch zieken. Het probleem met dit voorstel is echter dat een Wmo-indicatie (bv. i.v.m. revalidatie) niet (chronisch) definitief hoeft te zijn. Om deze reden kan de CU-fractie alleen instemmen met het voorstel wanneer er geen herindicatie nodig is voor mensen die een chronisch definitieve indicatie hebben. De heer GOUDRIAAN vindt dit een sympathieke motie, maar vindt deze te onbegrensd geformuleerd. (De gemeente Maastricht voert 1 x per 3 jaar een controle uit.) Zijn fractie is voorstander van meer maatwerk en zou deze niet voor onbepaalde tijd afgeven. Door het landelijke Wmo-tarief, vergrijzing en extramuralisering van zorg (in de thuissituatie) is het een grote uitdaging deze voorzieningen betaalbaar te houden. Dit lijkt zijn fractie bij indicaties voor onbepaalde tijd nog steeds het geval. Mevrouw VERSCHOOR vindt het voorstel positief, maar merkt op dat er wel altijd uitzonderingen zijn.
In gevallen waar de Wmo-indicatie niet definitief is, vindt de CDA-fractie het beter om wel controle te houden en deze elke keer te bekijken. Men vindt maatwerk belangrijk. Daarnaast blijft de vraag of het toekennen voor onbepaalde tijd kostenbesparend is. Mevrouw BOKMA vindt namens de VVD-fractie het verminderen van administratieve last, duidelijkheid en minder stress over beschikbare hulp belangrijk. Men is niet voor het toekennen voor onbepaalde tijd, maar vindt een specificatie vanaf een bepaalde leeftijd of beperking waarbij geen verbetering te verwachten is wenselijk. Daarnaast kan een evaluatiemoment er voor zorgen dat er meer hulp komt en tijdige zorg via de Wlz (wet langdurige zorg) plaatsvindt. Het is geen moment om te kijken of de zorg kan worden afgeschaald, maar om te beoordelen of de huidige indicatie niet te laag is. De VVD-fractie vindt de huidige formulering te ruim en zou graag een tekstuele aanpassing, met bv. de verwijzing naar de werkwijze van de gemeente Rotterdam, zien. Men stelt voor het dictum te wijzigen in: roept het college op binnen de GR Sociaal te komen tot een vergelijkbare regeling -inclusief evaluatiemoment- als in Rotterdam. Mevrouw VAN ES merkt op dat het zeker niet geldt voor iedereen, maar dat bulletpoint 3 (Inwoners niet als potentieel fraudeur benaderd dienen te worden) doorslaggevend is en betrekking heeft op mensen met een permanente 18
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
aandoening of progressieve ziekte. Daarnaast gaat men ervanuit dat er bij de afgever van de indicatie voldoende kennis aanwezig is om te beoordelen of een aanvraag voor onbepaalde tijd gerechtvaardigd is. Zij vindt de voorgestelde wijziging van de VVD-fractie (met een verwijzing naar Rotterdam of een andere aanpassing aan de tekst) een goed uitgangspunt, zodat hierover geen misverstand ontstaat. De heer GRIMMIUS heeft de motie gelezen zoals mevrouw Van Es deze duidt. Het gaat om de mogelijkheid om de indicatie voor bepaalde en onbepaalde tijd toe te kennen en mensen vertrouwen te geven. De GL-fractie vindt het belangrijk dat mensen met bv. een progressieve ziekte niet elke keer hoeven te bewijzen dat ze de indicatie nodig hebben en dat men uitgaat van vertrouwen in de burger. Mevrouw KARSO heeft de motie anders gelezen en is uitgegaan van onbepaalde tijd. Er zijn mensen zonder herindicatie die de hulpvraag niet hoeven te bewijzen, terwijl dit mensen zijn waarmee men wel in contact wil blijven. Daarnaast is het nodig met de mantelzorgers te spreken, waarvoor dit soort keukentafelgesprekken zinvol zijn. I.v.m. de zorgtaak van de gemeente, om contact te blijven houden, vraagt zij zich af in hoeverre deze motie uitvoerbaar is. Eerste termijn college Wethouder VAN ERK merkt op dat levenslang indiceren in de Drechtsteden al wordt toegepast.
Sinds vorig jaar geldt dit voor huishoudelijke ondersteuning 75+, maar ook bij nieuwe indicaties voor deze doelgroep wordt dit aangehouden. Dit geldt tevens voor de dagbesteding bij de doelgroep met dementie. Bij de PGBindicaties wordt terughoudend omgegaan met het langdurig indiceren, omdat men naast het bekende frauderisico met het regelmatige her beoordelen kan bepalen of de doelen waarvoor PGB wordt ingezet kwalitatief goed worden ingevuld. Daarnaast is de Sociale Dienst bezig met een omslag naar passende indicaties voor inwoners, waarvan verwacht wordt dat zij na tijdelijke ondersteuning de eigen regie weer kunnen oppakken. Deze indicatie wordt afgegeven voor de duur die verwacht is nodig te zijn. Dit past bij de gemeentelijke visie op het sociaal domein, waarin gestreefd wordt naar normalisering van de situatie. Daarnaast komt er een systeem voor periodieke evaluatie, zodat het contact met de inwoners met een permanente indicatie wel in stand blijft. Naast dat dit wenselijk is, is hiervoor ook een wettelijke noodzaak voor het monitoren en evalueren. Dit contactmoment is niet (zozeer) gericht op het bij een herindicatie vaststellen van een wel/niet definitieve beperking, maar op de vraag of dat wat is ingezet nog steeds effectief is, moet worden uitgebreid of afgeschaald. Het contactmoment is niet gericht op het klinisch vaststellen van de beperking.
De wethouder merkt op dat het college de vraag in de motie wel 19
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
erkent en ondersteunt, maar ziet in de wijze van toekennen van de Sociale Dienst een goede invulling hiervan. In de huidige vorm ontraadt het college de motie tot algemene toekenning van levenslange Wmo-indicaties. (Schorsing 23.16 – 23.33 t.b.v. overleg ingediende motie)
Tweede termijn raad De heer SPITSBAARD dankt een ieder voor de inbreng inzake de (aangepaste) motie (die inmiddels is mede ingediend door de VVD-fractie), die gaat over vertrouwen in de burgers, met name chronisch zieke mensen die niet iedere keer een Wmo-aanvraag te hoeven doen, maar waarop men toch wat controle en evaluatie wenst te hebben. Het dictum van de aangepaste motie 11M1. als volgt luidt: Verzoekt het college / spreekt uit dat: Voor Papendrecht binnen de GR Sociaal te pleiten voor een regeling voor mensen met een stabiele levenslange en/of levensbrede beperking – waarbij niet onnodig gevraagd wordt om herhaaldelijk aan te tonen dat hun situatie ongewijzigd is, inclusief een desgewenst evaluatiemoment. Wethouder VAN ERK ondersteunt de gewijzigde motie. Stemming motie Aansluitend wordt er unaniem voor motie 11M1. WMO-indicatie voor onbepaalde tijd gestemd. 12.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 23.37 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. De griffier
De voorzitter,
mevrouw M. Muijzer
mevrouw M.J.M. van Driel
Lijst met toezeggingen
20
Verslag gemeenteraad van 11 mei 2023
1. Definitieve oversteekplaats Wilgendoorn/Toortsdreef. Portefeuillehouder De Keizer De portefeuillehouder zegt toe dat bij de uitwerking van het mobiliteitsplan ook deze oversteekplaats bekeken zal worden. Dit staat gepland voor het eerste kwartaal van 2024. 2. Aanpassing toegang gebouwen subsidiepartners Portefeuillehouder Van der Borg Op de vraag of er meerdere locaties/instellingen zijn, waar de gemeente een subsidierelatie mee heeft, die eenzelfde aanpassing nodig hebben zegt de wethouder toe voor accommodaties die eigendom van de gemeente zijn hier naar te willen kijken. De wethouder komt in het vierde kwartaal 2023 hierop terug. 3. Borging rolstoelvriendelijke openbare ruimte Portefeuillehouder Van der Borg De borging van rolstoelvriendelijkheid in de openbare ruimte wordt meegenomen in het mobiliteitsplan en komt in het vierde kwartaal 2023 terug.
21